Categorieën
Harusmuze kort NKdeE Tarot P'Tix rigorisme

BKR

T:W2 IT:34

proza

Haakwerkje

– “Hier, haak je vast in mijn huid, ik vlieg er toch weldra uit en mijn pijn is het woord van een ander”. Je spijkert het op de stilte als een vlechtwerk van staal.

Alsof de woorden en hun betekenissen vanzelfsprekend jou toekomen. Alsof je een bedreven meesteres van het stroeve genieten bent, een noodlottig bedroefde die het sterven, de bevrediging van de drang naar bederf wil aanwijzen als de enige, ware weg naar het nirwana. Alsof er met die woorden van je iets te vertellen valt. Alsof jij überhaupt iets te vertellen hebt.

Maar een vingertopje van je hand, een spiertje aan je mondhoek slaat snel uit naar bekend terrein, de veilige vluchthaven waar je te vingerwriemelen staat en luchtig te lachen van “neem mij, neem mij alsjeblief, niet al te serieus”.

De rechte ladder naar het zenith van het humane trillen op aarde wankelt steevast tussen A en B.
Via via, dus toch weer iets dubbel, een herhaling als in een spiegel, waar enkel het glas nog weet wat er echt is. 
De kromme waarheid glipt er ergens tussenin, ze kronkelt weeral tergend langzaam de voorspelbaar snelste weg af. De waarheid is een gladde slang die glijden wil, de diepe vijver in.

Het is de lust die het overal donderen doet, het licht van de woorden dat kenden we al. De duiven zitten op dit uur stijf van de angst naar de lampen binnen te turen. Het raam zet ik maar open best, zodat de onweerswind onze oude kamerlucht kan komen opsnuiven.

Aha, je lacht. Ja, we hebben een heden. Wacht lang genoeg, zo stond het in je hart gegrift, dat altijd voor het grijpen lag (ik heb het walmend in de lange spleet van morgen te rotten gelegd). Maar dit heden staat en spant en zingt. Zo had je het vast niet gedacht.

Kom, wonderlijke dame, tijd hebben we nooit genoeg, prik je strenge oog met je tranenmoraal dus ploef  aan die cactus op de vensterbank, hang je muffe beddegoed over de flitsende schermen, ik zal je vlug bij die befaamde ander van je  sissend op de lippen zetten. Letter per letter tot je met de letters samenvalt. Het verhaal zal ik als stroop uit je glazige adem nippen, de personages die we waren uit de plooien duwen van de lege vlakte die we in de leegte maken.

Ik weet het, je wil nog een bootje zijn, zwalpend op het natte vlak van je wensdromen, maar ik duw je af tot in het niets van de volledige tegenspraak.

– “Neen: die huid is een haak en van die vissen in je aders vliegt er niet één”. Ik hou het de duisternis voor als een vaandel van marmer.

invoer (2008) voor KORT- rev. dv@BKR

KORT bevat de verzamelde prozagedichten (2004-2024)

P’TiX
P’TiX BKR – ‘progressing revelations of progress’

P’TiX is een grafisch NKdeE programma dat van accidentele en intentionele invoer middels intuïtieve, semi-bewuste visuele projecties van de gebruiker (proefpersoon/patient/tekenares) elke dag minstens 1 narratieve potloodtekening produceert in een vierkant formaat.

P’TiX Basics

– de code van drie letters in de titels van de uitvoer is de datum van publicatie in een eigen formaat van de NKdeE.

– de accidentele invoer bestaat 52 vlekken in Oost-Indische inkt en bister gemaakt door de gebruiker.
de vlekken werden met een glasplaat op verloren kartonpapier afgedrukt, een procédé waarover de gebruiker geen enkele controle heeft en ze zijn ook in een duur gemaakt (minder dan 5 minuten) die geen intentionaliteit toelaat.

– elke volledige cyclus van het programma bestaat uit 52 dagen/tekeningen.

blader door alle P’TiX uitvoer

P’TiX INDEX

gedicht

BOLLEN

weet ge wat schoon is vroeg ze nee
zei ik en ik wees naar haar bollen
uw bollen zijn wortels zei ik ja zei ze
maar weet ge wat schoon is vroeg
ze weer en nee zei ik dat weet ik niet

onnozele piet wat schoon is heb ik hier
tussen mijn benen maar gij met uw wortels
en uw bollen weet ge wat?

gij krijgt dat niet.

invoer (2018 > 2008) – voor ‘Rigorisme’, rev dv@BKR

over RIGORISME

RIGORISME is de (werk)titel van de verzamelde losse gedichten (1992-2024)

RIGORISME is een verzameling gedichten geschreven voor ik online begon te schrijven (1992-2004), herschreven door het Gedicht van de Dag programma

rigorisme INHOUD

Invers-chronologische scroll

i tjing hexagram

hexagram 34大壯 (dà zhuàng) –  “Stimulerend Groot”

H A R U S M U Z E
大壯

47 – bokken en geiten rammen en hijgen

wat je voelt is niet goed of slecht, wat je voelt is wat je voelt.

176 – als de cursor weg is, zie je de weg

in het knipperen van de cursor op je PC-scherm kan je de weg ontwaren in het ritme van zijn afwezigheid.
het leeghoofdige cursorstaren is dan ook traditioneel een voorname NKdeE vorm van meditatie.

292 – vrijheid vernietigt het vrije gevoel

vrijheid zit conceptueel helemaal ingesloten door de dynamiek van het geven en het nemen: je struikelt niet over de vrijheid, je ontmoet ze niet, je geeft vrijheid of je neemt (de) vrijheid, maar hebben doe je ze nooit. wat je beter hebben kan, wat goed voor je is als je het ervaart, is niet de vrijheid, maar een gevoel van vrijheid

gezien de fictieve status van het zijn en en van de dingen is de dynamiek van het geven en het nemen ook een dynamiek van destructie en constructie: het geven van ‘iets’ maakt dat ‘iets’, brengt het bij de ander tot stand.

de interactie geven-nemen initieert het Ego als ego en de Ander als ander.


het geven/nemen constitueert meteen het ik als Ego en de ander als Ander: het geven geeft naam aan de ander, geven is ook een vergeven van de ander dat de ander niet-ik is enzoverder: elke ‘donatie’ is meteen een eindeloze recursie van geven, een viering van het geven en zo wordt het geven een stralen, net zoals het nemen de afgrond van het nemen opent omdat elk nemen het ontnemen aan de ander accepteert, zich afwendt van het geven (zichzelf het geven ontneemt) en daardoor een obstructie wordt, absorptie: licht en donker maar in een recursieve dans waarvan de oorsprong in de aporie van de identiteit verdwijnt, gewist wordt, spoorloos.

elkwegs: de vrijheid blijft totaal ongekwalificeerd, heeft geen eigen inhoud, is vrij van elke vorm van projectie. ‘mijn vrijheid is een gevoel’, ‘ik kan het niet zeggen’, ‘als ik het ervaar weet ik het: hier is mijn vrijheid’.

en de vrijheid heeft ook geen inhoud, je kan de vrijheid niet kwantificeren, ze is ‘onbetaalbaar’, je kan ze niet aanduiden met co-ordinaten in het semantische universum, in de Geldruimte.

we kunnen daarom niet anders besluiten dan dat de ‘vrijheid’ een methode is van de functies ‘geven’ en ‘nemen’. de methode geeft bij instantiatie (aanroeping in de handelingscode) een omgeving terug waarbinnen het geven en nemen kan plaatsvinden. die omgeving wordt dan automatisch gekwalificeert als ‘vrijheid’, de polis van Plato

ik draag de controle over de taal hier over aan het programma, aan de metafoor van het programma, zodat ik de omgeving verwerven kan, waarbinnen ik zinvol kan schrijven. de taal wordt in het bewustzijn van de lezer een spreken dat zich overgeeft aan de taal van het ik.

de taal braakt ‘ik’. ik ben vrij. sta mij toe dat ik even de vrijheid neem om dit uit te diepen. mijn tijd gaat nu in.

1.de gegeven vrijheid geeft ruimte en tijd aan de bestemmeling die zij constitueert.
de gegeven ruimte is de bewegingsvrijheid van de bestemmeling.
de gegeven tijd is de tijdsduur van de vrijheid.

2. de genomen vrijheid ontneemt ruimte en tijd aan de omgeving.
de genomen ruimte is de bewegingsvrijheid van de nemer.
de genomen tijd is de geldigheidsduur van de genomen vrijheid.

3. we zien dadelijk in dat het nemen van de vrijheid secundair is aan het geven van de vrijheid. het geven creëert en is gericht, het nemen consumeert en kent geen vector. in de genomen tijd doet ook het Kapitale Rot haar intrede, de geldigheid van de vrijheid introduceert de kwantificatie van de vrijheid, je kan de genomen vrijheid te gelde maken, letterlijk.

4. hoe dan ook, in beide gevallen, als je de vrijheid geeft vernietig je ze, omdat het dan niet meer jouw vrijheid is, maar de omgeving van de ander, en als je de vrijheid neemt, vernietig je niet alleen de vrijheid van de ander maar kwantificeer je meteen de vrijheid, bezoedelt ze met het onstuitbare Rot van het Kapitaal (je brengt de vrijheid in de tijd en tijd is geld natuurlijk)

5. daarom zeggen we dat in de Geldruimte de vrijheid een louter destructieve methode is. als dusdanig is de vrijheid een zeer interessante methode in haar de-ontologische aanwending. het niet-handelen geeft de wereld de vrijheid en vernietigt zo haar resistentie tegen de verkondigde lokale waarheid, openbaart ze in een nieuwe dialoog.

6. de gave van de vrijheid is een opgave, in de dubbele betekenis.
zij die de vrijheid geeft, geeft haar vrijheid op.
de vrijheid geven is echter meteen ook een opgave: doe er wat mee.
de opgave wordt aangeduid met de culpabilisering door de acceptatie.
de acceptatie vraagt om vereffening. de opgave vernietigt bij de minste hapering in de acceptatie in een cataclysme, een voortsnellende onthulling van de vrijheid als leugen, door alle recursies van het geven/nemen heen, de vrijheid wordt van haar kleed ontdaan als vermomde opdracht en slaat om in haar tegendeel, die van het bevel, de repressieve orde.

7. in de gender rolbepaling, het heersende rollenmodel wordt dan die vermommingsdans van waarheid/fictie eenzijdig toebedeeld aan het ‘zwakke’ geslacht, terwijl elk geven sowieso een nemen veronderstelde, de leugen betreft altijd de ander, de waarheid is de waarheid van het ego dat door de ander ontnomen wordt. het ‘zwakke geslacht’ werd niet voor niks eeuwenlang bedolven onder beschuldigingen van onbetrouwbaarheid, gehuichel en listige leugenachtigheid.

8. aan het eind van elke rit is er het voila (gevallen doek): zie je wel, ik zei het toch.

9. hoor. het tijdSein

10. “maar tineke toch!”

(mijn tijd is op).


rev dv@BKA

389 – het verhaal is valstrik voor het verval

verval, desintegratie, verrotting is per se, in het benoemen zelf, een relativering: het brengt de huidige toestand in relatie tot een voorafgaande die als minder rot, minder rijp, meer heel en integer wordt waargenomen en met alle positieve impulsen van de waarneming beladen.

het benoemen van het verval als verval lijkt een nostalgische daad gesteld vanuit een mengsel van afschuw, ontstentenis en vrees voor de eigen integriteit. de agens , het subject van het benoemen van het verval wil zich van het verval verwijderen, het distantieert zich, het maakt een dubbel verschil: het verschil van het vervallende met zichzelf èn het verschil van het vervallende met het eerdere.

het verval benoemen is zo, vanuit het gebeuren als een humaan gekwalificeerd gebeuren, onderhevig aan een dubbele ontologische reflex.

de ontologische reflex is er altijd een van differentiërende identificatie en abstraherende reductie, een tweezijdig scharrelen met vlijmscherpe krabscharen. die dualiteit van onze bifocale waarneming wordt in onze breinen getransformeerd door een temporele kruising (ons brein dat op twee snelheden temidden het kluwen der lopende recursies zichzelf bezig ziet, de neurologische reflexiviteit die zich altijd zal blijven verbergen voor reïficerende neurologen) en plant zich zo diep in onze logische habitat, het geheel van aangeleerde bewustzijnstropen, gedachtewendingen, trajecten van het denken, ons geheugenpaleis (‘leugenpaleis’, ‘geulenpaleis’…).

gelukkig is er in de mens ook nog een meer dan aanvullend manueel ‘bewustzijn’, het gebeuren dat zich via de gestiek en de motoriek inniger tot het spirituele verhoudt: de lichamelijke ziel kan als Corp-Sans-Organes (Artaud via de filters van Deleuze & Guattari) niet worden weggedacht maar ‘zingt’ ook met onze handen en ‘danst’ in onze gestiek en schildert ons gelaat in de mimiek. het lichaam is geen kruispunt maar een multi-dimensioneel klaverblad, een analoge hub van energetische datastromen-zonder-datering.

de entropie, zonder bewustzijn van de entropie is, in onze humane logica althans, voor zover wij kunnen zien, tot stilstand gedoemd omdat de kans op enige waarneming van de entropie dan quasi nihil is: de eeuwigheid zoals wij die kunnen denken is te eeuwig om het tijdelijke bewustzijn toe te laten.

zulks doet het vermoeden rijzen dat het ‘bewustzijn’ zelf één of andere rol van betekenis moet spelen in het gebeuren van de entropie, zoveel heeft de fysica van die vermaledijde 20ste eeuw ons al kunnen duidelijk maken. maar heel de werking van de betekenisgeving ontploft zowat in het zicht van dergelijke vermoedens: onze breinen, het mijne althans, lijken vooralsnog niet bij machte die werkende verbanden te vatten 1wanneer je ze wel kan vatten gaat het zo snel dat je alles meteen vergeet – dv@BKB.

wat wel al te bevatten lijkt is dat het verhaal van het verval, zoals hier in vreselijk brute bewoordingen geschetst, zelf een trigger is voor meer verval in de humane bovenbouw op het materiële, het energetische verval, de entropie.

het lijk van het Zijn, het onhoudbare essentialisme, het schielijk overlijden van het gereïfieerde Bestaan van de godsfunctie bevrucht en bemest niet alleen de wetenschap die een technologische explosie lijkt aan te sturen, het overstroomt onze samenlevingen ook met de drek van het gesimuleerde, de extatische fictie, de bloeddorstige Zijnshonger van de Mens als nestbevuilende autofaag, als nietsontziende, kannibalistische Nijdigaard , de alien die in de reeds golvende buiken van de door het kapitaal verkrachtte mamadiertjes in een ijltempo uitgroeit tot moordzuchtige Trumpkuiven en Frankentellende, vingerwijzende huilebalken die overal behalve in de spiegel de monsters zien die onze nette tuinslangcultuur komen verpesten.

kunnen we er dan niet beter over zwijgen dan, over het verval? is de retoriek van het rot immers ook niet een geducht wapen in de klauwen van extreem-rechtse populisten?

die vraag evenwel overschat niet alleen schromelijk de invloed van eender welk theoretisch discours op het gebeuren (die invloed bestaat eigenlijk enkel in de hoofden van de auteurs), ze veronderstelt ook nog eens het onmogelijke: afschuw is niet het soort emotie dat je kan verstoppen, en in het licht daarvan, kan je maar beter werk maken van een verklaring ten gronde, want niets is binnen het humane veld kwalijker als virale nijdinfectie dan de aloude hypocrisie die ons heden in brede recursieve golven van een schijnbaar onontkoombare zee van drek en slijm overspoelt.

hoe anders kan Trump het voor zijn miljoenen kiezers hard blijven maken dat de verzamelde media een bende huichelaars is? media die uit commerciële overwegingen enkel vertellen wat de massa horen wil? sinds de dood van god, het wegvallen van de finale autoriteit, maakt elke leugen zo voor zich een eigen grond van waarheid aan bovenop de hypocrisie van wat ze wil overstemmen. met voldoende geld kan je inderdaad ‘alternatieve feiten’ aanmaken, kopen, bestellen zelfs.

het rot immers, dat van zichzelf het rotten heeft gezien, wordt plotsklaps tien keer erger en wil zich exponentieel verder van zichzelf elders wenden, het hogere infecteren: altius, fortius et citius. en dat vond en vindt al te gretig gehoor in een hernieuwing van de Futuristische Verlichtingsextase die ons nog geen eeuw geleden de alsem van de afgrond in de monden kieperde.

gelukkig, hoewel dat woord in deze context bijzonder ongelukkig gekozen is, is alles ondertussen duizendmaal erger al dan toen, en kan je met dat soort nieuwe Hypersprookjes van de Nijd wel grote gedeelten der mensen gedurende enige tijd in de maling nemen, maar niet iedereen de ganse tijd.

429 – oordeel nooit als mens over een ander

de Harusmuze acht het raadzaam voor ons om af te leren de ander te beoordelen. dat geldt ook, het dient gezegd, voor andere levende wezens, waarvoor we dat oordeelsrecht vanzelfsprekend achten (dieren, planten…: in de Harusmiaanse ethiek hebben wij dat recht hoegenaamd niet)

voor een rechter is dat anders natuurlijk: die moet ‘oordelen’ in de zin van een verdict uitspreken, de wet toepassen op het gedagvaarde individu.
en de wetenschapster moet in functie van haar onderzoeksprogramma levende wezens bepaalde eigenschappen toedelen op basis van de data die zij vergaart.
ambtenaren moeten evenzeer regels en wetten toepassen op individuen: wat we uit dergelijke casi leren is dat een oordeel enkel nodig is in functie van een p r o g r a m m a.

elk oordeel wordt in een programma verzacht tot een validiteitsregel. het programma zegt niks over het beoordeelde, het zegt enkel dat het beoordeelde al dan niet geschikt is als invoer van het programma.

het lijkt ons best om het gemeenschappelijke in deze toelaatbare oordelen te vatten als resultaten van de werking van een algoritmisch vastgelegd programma omdat we daar, zeker in de rechtspraak, meer en meer daadwerkelijk naartoe gaan: op die manier gaat ge niet zo verschieten (‘schrikken’ in het Vlaams) als je morgen wakker wordt.
de rechter is weldra geen mens meer maar een hybride netwerk van artificiële intelligentie en blockchaintechnologie waarbij de causaliteit onbetwistbaar en wetenschappelijk onderbouwd komt vast te liggen in de GeldRuimte.

weuh.

iedereen zal nog steeds de keuze hebben om zich aan die Causaliteit te onttrekken, maar zich daarmee de facto buiten de GeldRuimte in een soort reservaat voor het Naakte Leven plaatsen, waar leven enkel overleven is, en niet erg lang bovendien.

beuh.

tja, we hebben deze Dictatuur van de Gemeenschappelijke Rede zelf over ons afgekondigd door al die eeuwen lang systematisch te weigeren het eigenbelang ondergeschikt te maken aan het belang van de gemeenschap, dat was, is en zal altijd onze erfzonde blijven. we kunnen het nog steeds niet.

maar, om u te troosten: die menselijke onmacht, dat menselijk tekort is in feite niets anders dan een gedaante van het Rot en dus van de Rede zelf die altijd het kapitaal als natuurkracht aanwendt om de nieuwe wegen van het Rot te ontwikkelen. het helpt toch nog wat als je de gore ellende kan duiden. ze wordt er nog niet sexy van, daar hebben we later wss wel iets beter voor, maar ’t is al iets. inzicht is troostend, besef bevrijdt.

enige vingerwijzing naar het verleden is geheel zinloos. het aanwijzen van schuldigen in het heden is al even absurd omdat iedereen even schuldig is, hoe onschuldig men zich ook voelen kan, en omdat het dus niet raadzaam is voor een mens om (over) een ander levend wezen te proberen (ver/be)oordelen. we hebben dat recht niet, omdat we zonder dat recht geboren zijn. waarom dan, vraag je misschien?

– “we zijn wel geboren met de plicht om voor de ander zorg te dragen. waarom hebben wij die plicht en niet dat recht, gij orakelke van mijn botten!? “

– “awel,” zo zegt de Harusmuze dan, geheel emotieloos ” het zal u leren!”

460 – de gever geniet van overgave

elke ‘gave’, elke emissie, elk proces dat (energie) geeft is een streven naar overvloed, een mededeling van het exces.
elke beperking, reductie daarvan tot het eng-menselijke, de ‘ren’ of het ‘ego’, (het zelf als Ding, die fictie van ‘er te zijn’ die wij denken te kunnen bezitten) is een ontkenning van de gave, een misbruik van het vertrouwen dat de gave in haar overgave ten toon spreidt.
wat wij ervaren als genot is slechts een zwakke recursie van het genot dat de Gave van het Gebeuren vindt in zichzelf in het geven dat gebeurt.

hoezeer verleidelijk het ook is om de Gave te vereenzelvigen met wat men in welk opzicht dan ook ‘liefde’ noemt, dat soort identificatie is reeds een miskenning van de Gave die nooit geheel omsloten, benoemd, geduid kan of mag 1 worden.
de menselijke liefde heeft een subject (de liefhebbende), een voorwerp of object (de geliefde) en een creatieve intentionaliteit die een recursieve productie insluit (het verlangen.

de Gave heeft niet van dat alles nodig, zij gebeurt gewoon.

als men zich ‘schuldig’ maakt aan dergelijke reductie laat men de humane Nijd toe de gebeurende Gave in te perken, te beknotten, te reduceren tot het bruikbare.

al het bruikbare is immers slechts bruikbaar als katalysator van het Rot. elke aanname van de Gave als gift van het bruikbare vergiftigd de Gave, verontreinigt haar met destructieve nijd.

wil men de Gave gaaf houden dan zal men de Gave ondergaan in een algehele deelname aan het geven, in de overgave. al het humane, het bruikbare, het nuttige, het benoembare wordt surplus, exces, overtollig.

men kan de Gave enkel ontvangen door haar (een) weg te geven. in deze tijden van tumult is de enige weg voor de Gave die van de Vrije Lyriek, het Pad van de Wenende Nacht.

rev & comp. dv@BKB

de HARUSMUZE is een eigentijds orakel, een NKdeE generatief schrijfprogramma gebaseerd op het Boek der Veranderingen, de I Tjing.

NKdeE Tarot
mogelijks weldra beschikbaar…

VOLG dirkvekemans.be
Vul je mailadres hieronder in en je krijgt alle nieuwe berichten zo in je mailbox.

Noten[+]

Geef een reactie

This website uses the awesome plugin.