Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (77)

“in november pleurt de regen gaten in het donker”. de taal schift, namen verschuiven, woorden laten de zin plots los waarin ze net nog als gebeiteld zaten. klonters klank verdwijnen reddeloos in de mauve wervel van het rot.

de bakkerskoeken kleven vet op de plank, de feiten draaien uit op erger dan verwacht, de schoolhoofden schudden meewarig het hoofd. alles gaat de muil in van de dood. het is op een dag in november dat de oude assistent beseft: “ik geraak niet hogerop”.

een bejaard kindsterretje loopt mak en mank wat planten op te noemen. op het filmpje stapt de wijkagent met guitige ogen pardoes in misplaatste slachtafval. de dichter leest zijn eigen letters alsof hij iets wil stijf kloppen met een handvol pietluttigheid.

in de mond breekt de bloedblaar en lost de beelden die erin zich hadden verscholen. de kleuren? jus d’orange doorschoten met herfstgrauw, karmijn en het zure geel-groen zijn erg geliefd. het slikt het opgehoeste slijm op de tong maar weer in, alles ziet zwart van de herinnering.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (76)

het woord ontwaakt, het beeld verhaalt van een lijntje lichaam wiegend op een fiets, heur schoudertje bloot (“aan mij komt geen dood “fluistert Maaike off-screen) en meteen de lens krijgt lippen, likt en slurpt en slikt en spuwt fotonen in het kader ter fixatie in de ingelogde godenbreinen. men was gewaarschuwd, het was bekend: het is het en onverdoofd is het nauwelijks te harden.

hans beschildert uitgezogen eierschelpen in het hoofd, velimir verdeelt er de tijd in gele kermiseendjes met punten erop en georg wil de kleuren zelf horen zeggen hoe zwart hij wel niet is en hard en geel is veel en rood is volmaakt en rond en groot. het smeert met paul de sliertenbodem algenduister uit over de tafelen, de vloeren.

angst glibbert vervaarlijk tussen de blote tenen.

grijpend naar de blote enkels (op haar voetzool betastte het ooit zijn plan, dat lijf geworden was met sidderpret en glinsteroog en een aanrollen, een golven van zweet, spieren, geurige huid in het strakke keurslijf van haar sleutelmelodie), …

stil nu kinders, stil! dit is ernstig.

[de kinders zwijgen en kijken toe met hun mondjes open]

start de ochtendspraak!

[de klankband start]

“ochtend. de dauw toont in honderdduizendvoud de zonnegloed aan onze goden en daphne is vandaag de zwartstaartige C, een vol-okeren godin, compleet met maagdenstem en rafelig hoerenkleed, hoor maar hoe heilig en verkouden zij de oktobersequenzen zingt.”

[C. unmute en zingt met hese stem en het KOOR ]

C: het woord ontwaakt 
KOOR: de tijd is rijp 
C: het beeld verhaalt
KOOR: de plaats is klaar
C: het lichaam wiegt
KOOR: het is hie

[stroompanne]

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (75)

de stem is lucht verplaatst als door zwarte vogels, het oog betast het spinrag in hagen, rood omrandde wolkjes verglijden in gedaante naast gedaante, geniepig het kaduke land onttrekt zich aan de zon met een plots gesloten wolkendek. genadig is de herfst: her en der barmhartig rot grijpt bomen bij de strot en de zomer stuiptrekt in zijn zomp, sterft de gruweldood omdat hij eindelijk zichzelf herkent, een Belg in oktober.

slijmerig tentakels uit de vette aarde murwen zich in de holtes van het lyrieke hoofd dat splitst zoals de haren van een tienermeisje. het nihil van de treurnis druipt letters op het macadam die dadelijk tot vlek vervagen. een lijn wil nog wat zonnestralen zoeken, of scherven glas tenminste om zich tot bloedens toe een weg te banen naar het oker der maan.

maar ook de uil is heengegaan en het, de mummie in de tombe, de doeken zijn tot voorbij verzadiging doordrenkt en het sijpelt weg. zwart lubriek vocht op de witte tegelvloer, en het stinkt verschrikkelijk.

het graf een bed verder is leeg. niet eens een dode als publiek. de vurig oplichtende gliefen in het druipdonker op de muren vertellen het verhaal der niet-geliefden alsof herhaling na herhaling, omkering na verdraaiing niets tot iets vertalen kan. het zint op wraak, zoals een hond blijft blaffen die men heeft achtergelaten.

ooit en ambitieus als geen ander zal een wonderkind de frêle borst ontbloten, met daadkrachtige hand en trillende bovenlip dwars door de huid het hart uitrukken en uit de kloppende klomp zwermen dan de triljoenen kraaien uit, en die verslinden in oogwenken gans de aarde.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (74)

het wordt bevraagd. een ijsschots zuidwaarts drijvende antwoordt het, alsof de antwoorden niet op elke muur te lezen staan. zolang de leeuw nog luizen heeft, het noorden kwijt is, of de kluts, smelt, rilt, vloms is of schots, zegt het scheef hetzelfde in steeds weer andere verkeerd begrepen woorden.

want hun oceanen bestaan louter uit woord met hoge getalwaardes erin, scherpe pieken zout en hun deinen is temperatuurschommeling in de verborgen achterkamers van hun geil waar ze hun verschrompelde demon verstoppen, een uit de kluiten gewassen koffieschimmel. er is wel nog de befaamde landelijke mist waaruit het prooien knipt, veroverde leegte bij de snerpende klank van abdijklokken die de nonen klepelen.

een jonge vrouw dient zich aan, aandoenlijk triest omdat haar stem slechts de echo’s kent en nog niet de eigen klank. maar ze komt met klem in het leven, de vita. ze schiet met één blauw oog vanop haar witte walvisboot harpoenen op het af. haar pogen teder mist en plonst en balen touw rollen zich af in de diepte van haar ogen waarin het de ware wederom herkent: rillend, naakt, smeltend, noordwaarts wegdrijvend naar het verzengende midden vanaf de andere pool.

het noemt haar C en ze gaat akkoord met de vermelding (haar paardenstaart knikt driftig, de zwarte krulhaartjes raken de dieprode schrammen in haar nek, de oogjes dartelen met glimmen en spichtige glans). ze wordt lichaam eerst, zegt het, de stem en de hand van Inana en dan oceaan. ze vraagt nog ‘sterf ik dan?’,  het zegt ‘een beetje maar’ en het schenk haar de treurzang der sirenen.

wederom wordt het bevraagd, of er heden nog ijsschots was met luizenleeuw en/of mist rondom. wat ’n mooie schouders heeft die therapeute, ziet het, maar nee deze wil het al te heftig slurpen, naar binnen zuigen als was het bladen van gestoofde witloofstronk.

o C, elk lichaam is wonde maar de sloop van uw slanke hals is een lijden dat krimpt als kroepoek op de tong!

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (73)

in flarden, wit omrand, de wolken drijven drukkend in de wolken over, belagen elkander en sluiten gestaag de lichtbrengende verte uit het duister in de ogen. het bekijkt de ochtendmechaniek, ziet hoe dauw en kilte op de huid een rilling tekenen. er wordt geaarzeld. het davert nog wanneer het naar de handen kijkt.

zal treurnis weer de dag kleuren binnen deze uiterst ordentelijke muren van identiek gezaagde zandsteen? is deze verteller met de tranxenetong voortaan een noodzakelijk kwaad? de ogen worden haast gedwongen mee te stapelen, laag op laag, terwijl het enkel denken kan aan het veel compactere aansluiten op elkaar van lijken in een massagraf. in het brein blijft een hele zone gespaard van al te pijnlijke activiteit.

nijd, berouw en angst in slijmslierten vervlochten druipt er uit de praatholte der lubrieke vrouwen. de gehavende mannen slurpen met schuld gekneveld en geknot in vrees sloten zwarte koffie. ‘naar binnen, het slaaphok in’, maant het zich en onder het daverend applaus van halm en kei ontvlucht de eenzame hoeder van de stem de klomp der randgevallen

boven het hoofdkussen kleeft een stemmig kinderlijfje in de spreidstand van een geplette mug op het pastel der kamermuren. stil, erkentelijk voor de geboden kans op reïntegratie in de uiterste kring der acceptabelen, haalt het de meest gelauwerde gezangen boven, ogenschijnlijk onschuldige versjes vol geile kwinkslag en voorbarige wijsheidsslijm. het kale bed wordt zee van spraak en torenhoog verheft het zich in de herinnering: hoe zij flarden waren, wit omrand…

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (72)

net nog was er omsluitend een zij, de entiteit van de beminde, een woordvast heelal waarin het niet zo hoefde. zij smolten samen in een duistere deugd, een laconieke rust, of in een andere kwalificatie van het onzegbare, de dagelijkse vondst in de woordenschat. een natuurlijke uitkomst was het hen uit het kluwen van de weemoed die huisde in de gezamenlijke slaap, want bij elk ontwaken was er wel een wrijven van duimen teder over duimen, een slungelachtig begroeten van innige armen onder elkaar. het alomvattende was een leven dat ademde.

en nacht zong nacht en hun lied was genaamd ‘begeerte’, en telkens beschreef het licht der sterren met stralen strak het weke ogenblik der penetratie. elke constellatie was een zoeken naar hoe zij elkander ijkten en alles schoof met alles in elkaar tot een kleine, ronde steen.

een wiegen ving dan aan waarin de aarde , de lucht, de zee in het vlammen van hun lust verdween. zij werden creator, creatrice, godin en god en zij slokten gulzig het gebeuren op in zoen, in aai, in weg zijn van en voor elkaar.

gebald tot één moment waren zij. en wel zo, dat het nu gebeuren kan dat het steentje wegstuitert als een knikker op de tegelvloer van ’t hospitaal, en dat de klank daarvan geheel betekenisloos geworden is. het beseft nog steeds niet dat het zelf niet wou bestaan.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (71)

een ogenblik is geen moment. het, het moment, vindt slechts plaats wanneer de ogen zich sluiten, daar waar de geest zichzelf ontwaart en zich weet op te heffen. artichoc. hartsgedaver. de diepte van de liefde diep in de liefde van de lust. de, de iteratief van de daad, de dader, het denderen.

niet zo het. het is het dagelijkse, het onbedachte, het is dat je weet dat de zon opkomt. waarom? het zal u leren. ja u. gij. welk kwaad wilt gij het verwijten?  lekker is wat lekker is. de droom van het zijn is het ontnomen, het zwart dat het als negatieve god omarmde. en u? niets is het vergeten, niets heeft nooit meer dan het nu, nu bestaan. en van u weet het alles nog.

het likt uw lippen, maakt een haar van u, verwoordt u tot uw zekerheid, verlettert u tot de vaste grond waarin het bloeien kan. het neemt u koud in uw reet, droog in uw kut en u zucht amper. maar kijk, zie hier: een bloem voor u,  wiegende met ettelijke bleke kelkjes. het vergeet u niet.

zacht en oorverdovend is het een ik in u, een wens-ik dat weet dat het een het is, en een het blijven zal, maar zo eenvoudig is het, toch, dat ik. omdat geen oor het zwijgen hoort, omdat alles en niets vergaat in het niemandsland waarin ook uw strelen verstillen moet tot de stilte die nodig is midden in de drukte van elk strelen. omdat ook u het is.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (70)

het? zichzelf? het ziet zichzelf niet meer. het is een flits ontlading in een zweem verlangen. wat is het? stempelkussen van haar huid, de stem is groeve, muziekspiraal, een wimpel liefde in de wind. wat is het? het? in deze woordenkerker wordt het nog gedwongen tot een vraag terwijl het aanbod zelf een lijden is. wat valt er aan een het nog te castreren?

laat de dagen in één dag zich sluiten, een korte gang van hier naar nergens, een rode zon die zont in eigen gloed. samen nog wat diertjes kijken, misschien, hand in hand en dromen dat het klauwen zijn, en zij die zingt hoe schoon het leven is (“hoe schoon is niet het le_even”)

het prijst gedwee de gunst dat het zo sterven mag, en tam en dof en in de pas trommelt droef de dodentrom. en er is kermis, braadworst, carrousel, en dansend schuiven op een vloer van plank en zagemeel en iedereen is vrolijk en iedereen lacht omdat het eindelijk verdwenen is, de vloek van het moment. de wegen zijn autoloos, de lucht is vrij van verkeer en de nacht is eindelijk weer nacht en feest en angst en pijn en leuk hoe alles weer zichzelf herkent, net voor het einde.

dan wilt het haar zoenen, langzaam, lippen eerst en dan haar tong die niet meer spreken mag of kan. het is een rilling die door haar schouders gaat, een spasme dat zegt dat het haar kent. kennis. elke intelligentie is vernauwing, angst, de verstikkende aandrang van de ziel om de hel van het zelfbesef te kunnen ontvluchten. kennis is vernietiging.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (69)

het leven is een hoed die het heeft afgezet. de hand is vingers aan een houten staaf, kaduke krukas van verlangen. zonderling. het suist als gas in het plaatsloze rijk der ondergang.

de slapen raken aan een lucht die kille massa is. geluid is kraai die wormen uit de aarde kraakt, mot die schroeit op de peer van het licht. het lichaam is open wonde, nest van het rot. berustend plat zucht op zijn kop met poten de trouwe hond zijn oren.

de gedachte aan de dood bijt zich in de staart en vreet zich tot de kringloop van een woord. alleen het lijden heeft noch kop noch staart, dat blijft banaal haar eigen vaart aflopen . kijk, er zijn zovele bakstenen om ons heen en tussen elke ik is er een jij als mortel van vertrouwen. o tempel van vreugde.

elk woord is mantra, anaconda die slijmerig besluipt wat er slapend ligt te rillen, die schuift, omringt en wurgen gaat, slikken, pletten, verteren. ook de mens is maar een dier dat zijn bewegen doet. de bomen wiegen in het ritme van het vrijen dat er was, de bloemen druipen dauw. de weide is een zee die zon slikt, kaatst en slikt. onzichtbaar in het zwarte golft het wenen van de nacht.

invoerteksten (2016): moment 118119


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (68)

het vervloekte vervloekt de herinnering. valse mal voor het verleden, leugenachtig kader dat niet weg wil gaan voor alles weer is herbeleefd, tot grotere leugens herschreven. het vertalen vertelt, het gebeurde verrot. de kern van alle materie is een verraad aan de ontbinding, ontkenning van het zelf, verloochening van de haat, zelfhaat. elke werkelijkheid is een echtheidsobstakel: een foto die de feiten tegenspreekt. de wind in heur haren, het fijne streepje regen op haar blouse. het neemt twee slokken.

onmogelijke dagbeklemming, oesternachtomarming van de parel van het niets. niets is nooit: niet iets. niets is: wanneer er niets gebeurt. o, de gedachte zelf doet al zo’n deugd, dus schiet maar, gij moederschim der zombiestaat, jaag de kogel door de slappe kop van wat geen ik meer is. slok.

genade wil het niet. maar doe het kort, meedogenloos. de brokkenpijn die het nu verduren moet is harder dan marmer, daar zit geen venus of geen david in. geen staal kan erger zijn; en de hoop is uitgekauwde kauwgom, louter kaakvermoeienis. slok.

gevleugeld licht schiet door ’t gedroomde kogelgat, gedragen door sonore stroom van duisternis. daar waar zij zijn is alles zonneklaar. daar is geen sprake van verdoemenis of hel, enkel liefde die de liefde liefde geeft en godverdomme weeral die herinnering.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (67)

(i.m. Bart J.)

onbeholpen ons gestrompel in dit leven is, en is, en is: een stotterend gestrompel. wij, scheef geklonken lijken voor het sterftijd is, en dit: enkel in de regen schuilen kan en trillen en lopen de hemeltraan die nooit de onze is want als de poort met het slot verschijnt is altijd wel de sleutel zoek.

er is geen tijd, er rest ons enkel dit moment. alle dagen zijn al honderdduizendmaal tot nul herteld. toch blij is het en klein daarbij want grote schoonheid zou ons onrecht doen. niet? wij moorden dagelijks.

wie zal het ons vergeven? vrienden niet zijn wij, niet voor elkander een tergend langzaam vol verdraagzaamheid geslenter, geen gefriemel voor elkaar met de voos bevlekte voodoopop der liefde. wij wensen het en geloven dan de wens om beter nog elkaar, en dieper, en sterker te verwensen. op het nachtpad weent mee de n en de n van de nee brult mee met de nacht.

gij, die heden al in de kronkel in het maanlicht verblijven mag waar zij ons wacht. in haar cocon wil zij wel vlinderen nog een dag of twee met u of het of het met het het, het mij dat hier verdwijnt. maar het vergeefse van dit alles maakt geen van ons nog blij.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (66)

een braziliaanse wirwar van kabels buizen pijpen lijnen die zich om- en in- en uiteindelijk ontkaderen.  grauwe tunnelwanden mengen zich met dikke strepen orgel en schelle graffiti barst uit in het rustpunt genaamd Lichtgloed, een eindstation (een sjofele reiszak leunt aan tegen de e van een donkerhuidige sterveling). de ondergrondse is een hermetisch afgesloten Reich-cabine waarin gestrompeld wordt, gestruikeld door de nieuwelingen over de rottende zielen van de anciens.

stapt het uit? rijdt het nog eens mee de rit terug? de fles is leeg, iets zal moeten afdalen. elke bocht in de weg is de ronding van haar schouders, elke straatlamp is het licht in haar ogen, elke auto die voorbij zoeft zucht met haar nachtomsloten adem en het strompelt en de gedachten gutsen, pletsen neer op het asfalt. het roept iets post-moderns naar de kraaien maar de uitroeptekens zijn weer op.

verwaande hanzaplasten zijn de schrijvers, kakkers met de lafheid in hun letter. wrak en schel schelt hunne voze klankenbel. heil aan de senegalezen. pol speelde nog bach in de dorpskerk van echternach te deum la victoire en het pijpte en het krijste. schoon was het, een wirwar met sensuele links nog naar de materie. kris kras amourettes collectioneren nihil nihil nihil 14 punten. anna, uw buik is onvruchtbaar. de lege pomp van het verlangen. maar wij zijn in golfoorlog, wij zwijmelen in kiembelaging en u rijdt met elektriese fietsen de neo-kathedraalse venusheuvel op. schaamluizen.

snotvodden. rapalje. uw neus bloedt echt, u hoeft niet langer te doen alsof, het zelf geïnstigeerde rot doet u de bloedvaten springen. kom vlees, vertoon uw zwakke huivering, geef ons wat horror kolkend in het bloed. stompe messen die in darmen snijden en de halzen meer pletten dan kelen. harten die naar hun laatste kloppen hollen. scheidt uw veinzen van het echte en laat het lillen in bekoring van het niets.

invoerteksten (2016): moment 113 – 114


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (65)

zelden deed het woud het en hen zo immens veel pijn. het was niet meer bij haar, maar opgenomen in de woorden van het leed. het was grotesk. de harde naalden die de duisternis doorheen het hoornvlies inspuiten, de handen die afbladerend in het kolkende zwart de blauwe hel van het echte omroeren: zelden hebben de ogen zo diep het duister in gekeken, in de slijmwiek van git in git dat langzaam dreigend dieper en dieper draait. geluiden van vermorzeling, het kraken van wervel, vingerkoot en vleugelbot. de pers van het geletterde.

in de beleving van de ijdelheid verlaat het weer zijn taak. het zwalpt. het bed is zee en het verzuipt met kramp in de tenen zodat het recht springt, vloekt en valt en vloekt en dan weer de slaapkamervloer uit de muurverankering lijkt te gaan duwen. het leven is een teef en jouw god een neukende bastaardhond, francesco, je hebt het met je masturbatiepraatjes goed verpest bij haar.

o dagen, nachten dat zij samen lagen, hun monden eensluidend beamend de plicht van de gelofte: vergeet dit niet want dan verdwijnen wij. vergeten doet het niets. en de taak staat het klaar voor ogen: ziedaar reeds een nimf wier mond de dag met vreugd omsluit, hulp die het in dank aanvaardt. witte bloemblaadjes dwarrelen neer op het bleek-rozige lijk dat opnieuw een kerf of drie, vier te leven heeft.

dan weer naakte takken in de vlagen van de kale nacht, een veelvoud van de boodschap in de wind. een kinds kabaal: de bladeren van de nijd tikken hun code tegen het raam. kruip toch in je kist bij je steendode metaforen, francesco.

invoerteksten (2016): moment 110 111112

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (63)

poëzie bestaat niet. het is burgerlijke inventie om het tij van de lyriek te keren. de taal ervan is de varkensmaskerade van een sadistisch universum dat zichzelf niet onder ogen durft te zien. vrij zijn wij, maar oud staan onze huizen wirrel warrel in het débacle dat we bij onze kinderen achterlaten. poëzie is de moedwil van het humorloze misverstand.

poëzie is kut met peren zoals elke beruchte krijgsmacht bestaat uit legers grauw en grijze troep, extreem mannelijk zwerfvuil dat alleen wil neuken en vernietigen waar het te slap voor is, zoals elke religie enkel het afrukken en afzuigen der priesterpikken dient, poëzie staat garant voor wat gemurmel in het snot van internet, alwaar het stijfsel mens al sinds Berners-Lee apocalyptisch verkouden naar porno loopt te loeren. poëzie is enkelpoëzie, de plooitjes van de broek daarop. poëzie is de slijmerige smurrie waarin dorpen waggelen, banken sudderen en kale kermiswoorden als virussen groeien wassen rotten razen en van onuitspreekbare zelfhaat stikken in hun letters en zinken.

poëzie is erger dan wilfried martens, erger dan de liefde van wilfried martens, erger dan wilfried martens die ons zijn innige liefde wil uitleggen.
met ons delen. alleen powesie is erger dan poëzie.

poëzie is de kapotte kadans bij marsman op de bodem van een oorlog die getrouw de oorlog volgde tot er weer oorlog was. poëzie is twee kroppen rotte sla die in elkaar vervloeien willen omdat het nou eenmaal zo in het boekje staat. is dit poëzie? is het wel poëzie? ben jij iets anders dan poëzie? ontkennen is bevestigen.

invoerteksten (2016): moment 105 106107


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (62)

het spookt. het lief dat haar bezong is dood. ongehoord het vlijdt zich neer bij het afwezige. er zucht een zomerse zefier op het toneel en handen strelen haren die geen aanvang hebben, enkel glans. het bracht de sojoez dapper en vaderlandslievend in de baan en stort nu zelf ter aarde neer. het is een suizen dat versnelt.

petas lilith kama-rupa! phfoef. een glimlach uit het verre krult analoog aan een veeg in het laken. kijk, visioen! gods vinger is een roze rots die tepelt uit het bruisen van een flardenzee aan wolken. het wijst het aan! ter pen! een melding is het uit de geile grot van het genot.

het is verloren, kwijt in een wereld die het niet bewonen kan. er is alsof, alsof alsof, de vermenigvuldigingen daarvan, en daar doorheen de rechte lijnen van de eenzaamheid. feiten zijn slangen, het misbaar van mozes die zijn adepten aan zijn god verkocht voor manna hennep ambrozijn en 30 jaren ongebreidelde machtswellust.

de zon heeft al zijn roze jurkjes uit gedaan en staat nu naakt te branden, de vernietiging vol in het gelid. branding brand maar, branding keer en brand de kusten nog een keer. het daalt de kerker in, langs het koude van de ketting en het noteert het snuffelen van ratten die wachten tot het zich niet meer verweert.

invoerteksten (2016): moment 102 103


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (61)

de adoratie van de geliefde is obstakel op de weg naar de geliefde. zijn verheerlijking ontkent haar eigenheid, daar alle heerlijkheid geheel de zijne is, en dus van haar vernietiging. laat haar naamloos zijn als dame, Anke of LAIS.

het spreekt haar uit in zich maar stemloos, als gebaar, verwerping van het zelf als vrucht van het verworpene en dan verwordt het ogenblikkelijk tot los verband van bont gestamel, beate zaligheid die het zichzelf heeft aangedaan.

en terwijl de wind haar teder troetelnamen fluistert en het zelf in bomen bloemen velden ook heur haarbos als verschijning ziet, zingen de vogels elke ochtend luid haar lied.

hoe verder het van zich is weggegaan, hoe meer de ziel zich uitspreekt in sensuele vreugde en gemeenschap van bestaan. het heeft zichzelf niet nodig om in de weelde op te gaan.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (60)

je kan pas vliegen als je vallen kan, wat kan er anders tot een vlucht vertragen? de aarde is bedreiging vol beton en achter blauwe hemels doemt de leegte van de grote nacht. de vrijheid van de lucht is koekenpan.

haar wervel is een bergkam die het met zijn blik beroert. de toekomst is een schim van het toekomende, je ontwaart alleen de klank ervan. de buik plat op het water, de kringloop van pijn in de ogen die de ogen zien ontwaken in het verzengende vuur van hun komst. de geluidloze flits. de zich oneindig ver uitstrekkende helder kabbelende wateren.

je moet kunnen hollen vooraleer je lopen kan. je moet tandeloos je wonden kunnen likken, weten wat kruipen is, het smeken met ontvelde knieën beheersen, vooraleer je het verlangen in één keer de strot kan overbijten.

niet zij. zij hoeft niets te doen, zij heeft het zalige in zich gevonden en laat alleen het echte toe. zij heeft jou niet nodig. het duikt in haar met het ademlijf van een Olymposgod.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (58)

voor s. l. t.


het droomde dat ze vlogen, hun schouders in elkaar vergroeid tot monsterlijke vleugels. twee in elkaar hakende vliegende torren, spier op spier voelden zij elkaar, vel op vel, bot op bot. en onder hen verschroeide de aarde, de mensen verkoolden, de dieren de planten de vissen de vogels. duizenden bomen knakten neerwaarts als evenveel uitgebrande lucifers.

LAIS: haar komst is een schateren van bonte vogels dat opstijgt uit een oerwoud dat al uit die as verrijst, verrezen is. herinnering is geen belofte. herinnering is zekerheid. beloven doet het dit: niemand kan haar raken, noch haar stam. heel haar wezen is te engelachtig dicht en zij zijn samen als een zwerm demonen onbereikbaar ver en vrij.

maar het wil niet dat een ander ziet, wat het ziet. que sera, sera. de vloek die toch al uitgesproken is, brengt bij onthulling enkel woede, onmacht en verdriet (de plaag neemt vele vormen aan, beginnen doet het met een vaudeville). en praten van de komst die niemand helpt wiens lot het onheil treft, en sowieso toch treffen zal, verdaagt alleen het glorieuze klinken, de onvermijdelijke fosforflits van het lied, bij het gestaag gulpende klokken van de slokkende hel. geniet van het pus, rien ne va plus.

bespoedig of verhinder niets, vernietig alle sporen van je zelf. wanneer het niets is, zal het niets zich schamen.

invoerteksten (2016): moment 9495


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (57)

in het spel van licht en donker krijgt het zwart altijd de bovenhand. het is maandag en de maan is weg, het is dinsdag en de dag is weg, op woensdag is er weer geen poen en ook op donderdag geen zoen. niets daarvan is triest, wat kan er triest zijn wanneer alles in niets is vervat.

elk moment is diefstal, streling van het oog. de vrijheid heeft zich als een sater zat gezopen en de zon is kwaad naar huis gelopen. het legt een natte vinger zachtjes op de iris en dreigt met duwen tot het van de vinger schrikt. kijk, het verblijf ondergaat weer een samenpersing van de tijd, een hele maand in de oogopslag van Tralfamadorische aard:

het is een zwarte strook gestrompel in de gang van ’t bed en een schokkerige corridor op de treden van de trap en daar beneden ook een diepe buiging van de zetel naar de tv die uit en aan flikkert in een vaste slag. het is grijze smurrie met ledematenstengels aan het bureau en een knobbel git op de bril van het toilet.

de rest van het huis baadt in het licht van de stervende planten.

invoerteksten (2016) : moment 9192 93



over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (55)

de wereld is een tekstverband waaronder liefde woekert. onder de taal is het echte een open wonde, die met haar etter de versteende woorden besmet. elke genezing is een verstarring die het bloeden bestendigt. het regent. het heeft haar niet gezien, ze droeg het gelaat van een ander.

de wereld is een code die het niet lezen kan. ook vroeger deed het maar alsof. de lippen bewogen mee met het onbegrepene. het heeft dan ook geen enkele informatie omtrent de eigenheid, enkel ruwe data die het zelf niet compileren kan. de wereld is de wereld is de wereld die het nooit bereiken kan.

het sprak hen na, maar wat er klonk onthulde node ook hun leugens, dus kreeg het klappen. het leerde snel het ergste te vermijden maar het bleef een lopend gif voor elke eigenwaan. de eigen versplintering maskerend met schermen, kon het parasitair hooguit liefde retourneren die de ander naar hartenlust op de schermen projecteerde.

de wereld is de wereld niet. vergeefs, ver voorbij het punt dat treuren een wellust is, in het donkere hol waaruit niets emaneert, treurt het om haar. het voelt niets want het is niets dan treurnis en de treurnis neemt de vorm aan van haar lichaam dat het zijne is, rein, leeg, bevrijd van kwade wil, louter wens om naakt bij haar te zijn.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.