Categorieën
esdsxwv kort lyriek Proza

gloria

Vluchten kan niet meer. Doorzoek mijn omgeving. Gebruik de incubator. Speel nu!

NKdeE Erotomobiel

De zich nogal generende regering van het land kondigde net een noodplan af waarvan we allen beter zouden worden. Men was er in geslaagd oplossingen te vinden, vaag omschreven bevolkingsgroepen aan te duiden als de schuldigen: werklozen, rokers, speculanten, uitschot waarvan niemand de verdediging op zich zou willen nemen.

Het plan was een strohalm, met veel poeha opgericht  tegen het onstuitbare raderwerk dat ons ging vermorzelen.

Peu importe. Mijn eindbestemming was bereikt. Tijd is een relatief begrip.

Ik zie haar: Gloria. Haar handen verraden een gebrek aan inlevingsvermogen, haar blik is dof, alsof er iets in haar verloren ging. Maar het jurkje is verrukkelijk, de zijde ervan is een huid op haar huid. Er is een plant op afgebeeld, die slingert zich vanuit haar frêle heupen naar de nek, de wang die ze mij aanreikt, opdat ik haar zou kussen, haar bleke haren wuiven als een geurige bloem.

Ik grijp mijn kans, mijn hand glijdt door het haar, de rug langs, ik raak haar daar waar ik weet dat zij ontvlammen kan. Het is een tengere vrouw, ik hijs haar moeiteloos mijn armen in, ze smeekt nog even, zucht van nee, maar weet dat ik haar binnendring. “Oh,” kreunt ze, “je past in mij als een …”.

Haar vermogen om het gebeuren trefzeker te verwoorden was helaas niet al te groot. Ik ben de dichter, het vervolg laat zich raden. Ik bespeelde meesterlijk op mijn dreunende bas van diepe halen het fijnzinnige trillen van haar weerom ontluikende ziel.

13/03/2012, verwerkt op 4/3/2021

Categorieën
Kathedraalse Leer Proza

kosmotheia

je kan bij (her)lezing van de theaterteksten van Artaud beginnen dromen over updates van het Theater van de Wreedheid, en dan kom je allicht nogal snel uit bij internationaal geproducete kut- en lulsnoeverijen vol opspattend geil en klassiek-grieks opgesnoven, bloederige, lichamelijke heldhaftigheden met een onuitputtelijke voorraad aan ‘poeier van het huis’ waarmee je dan ondanks alle schandalen Vlaanderen’s eer en glorie kan gaan vertegenwoordigen op de elitaire podia van de Verenigde Verwende Fortkindjes van Europa en Daarbuiten.

en voor wie

In this house, at night, it is best to hide.
You must, to find refuge in the pain,
to bury yourself in the asylum of visions, to exist.

Gabriele Tinti / Roger Ballen
motto to Part I of ‘The Earth Will Come To Laugh and Feast‘, Powerhouse Books, NY, 2020, ISBN 978-1-57687-948-1, p.9

kijk: ik was vanochtend al mobiele agent-cabines aan het bouwen die als avatar-behuizingen zouden kunnen dienen op een materiële setting waar je kan op inloggen om dan virtueel en volledig coronaproof deel te nemen aan het ‘spel’ en het ‘schouwen’ daarvan, waarbij de burg natuurlijk klankbrug wordt, de seks volledig taktiel ‘echt’ en de prijskaartjes voor een snuff-sessie onbetaalbaar voor iedereen buiten vooe een middenklasse die nog net niet het eeuwige leven kunnen betalen. sterven op de scène als finaal spektakelaanbod na het toch maar saaie tripje naar Mars.

‘De lust van de dood valt over mij,
verwoestende stromen overspoelen mij,
de lust van de onderwereld ligt om mij heen,
de valstrik van de dood ligt vóór mij’

naar Psalmen 18, 3-4

misschien missen we dan toch iets van het opzet van Artaud’s theaterhervormingen want die zochten wel degelijk een maatschappelijke relevantie. dus bedacht ik maar snel volgende hypothese, die zo je ze als werkbaar wenst te aanvaarden en verder bij te stellen, het voordeel heeft dat je niks meer moet bouwen, laat staan betaalbaar maken.

ter opfrissing kan je vooraf nog ff meekijken in het Ijzerboekje met de vertaling van Simon Vinkenoog die op het voorwoord na uiteindelijk nog best te pruimen is, zij het dan wel – ik citeer een mij dierbare in de chat van daarstraks – ‘toch wat houterig en stroef in de lezing’


hypothese: de ‘wreedheid’ van Artaud is misschien wel de inhumane gestrengheid, de onverzettelijke onverschilligheid van de algoritmische bepaling die ons allen nu en hier (op FB bv.) tot mondige zwijgers en dilettant-nukkige slaven knecht.
het theater van de wreedheid is dan doorheen het zwarte gat van de spektakelmaatschappij (Debord) binnenstebuiten gefloept en wij zijn de alle controle of individuele interpretatie van onze rollen ontzegde spelers, de machteloze profielen rond een voor ons onzichtbare publiekskring in het midden. G*ds onhoudbare rechtvaardige Rede?

en voor wie

wij vermoeden bij de uitrol van weer een nieuw manipulatiealgoritme in onze megalomane paranoia een bende complotterende machthebbers in het publiekscentrum, maar wat er schouwt kunnen wij als verblinde spelers niet zien, het is een intelligentie die wij niet als dusdanig kunnen ‘begrijpen’. G*ds ondoorgrondelijke waterwegen?

maar ach, de uitbaters van de netwerkvoorzieningen hebben heus wel wat beters te doen dan naar ons oeverloos geëmmer en gekrakeel te kijken, en zij garanderen maar al te graag onze privacy om onze data te kunnen verhandelen. who gives a shit.

toch, het feit gebeurt: wij worden aanschouwd, wij worden afgespeeld in een kosmotheia1 de volstrekt algoritmische en dus onverschillige tzimtzumuitvouw van het ein sof op de planken van het echte, het woord is een NKdeE-maaksel van het Latijnse theātrum ‘plaats waar schouwspelen gezien worden, theater‘, dat zelf ontleend is aan Grieks ‘théātron’. Dat woord is dan weer een afleiding van theâsthai ‘aanschouwen, waarnemen’, afgeleid van théā ‘aanblik, schouwspel’, van onbekende verdere herkomst. – Cosmos (= Gr. κόσμος (kosmos). De oorspronkelijke betekenis is: orde. dat geheel buiten ons om georkestreerd wordt volgens de ‘demonische’ natuurwetten van het Rot en het Kapitaal.

al onze ‘kwaliteiten’ worden op hun nominale waarde gekwantificeerd en van daaruit aangewend voor verdere verspreiding in het heelal of vernietigd. want elke klik is een stap verder in de afgesloten en alsmaar meer toegenepen corridor van de ons toegestane handelingen: onze mogelijkheden zijn immers beperkt tot wat betaalbaar is.

onze fameuze ‘privacy’ is een volledig uitgehold controlemechanisme dat de zwijgplicht over de negatieve emoties ontgint om het klikgedrag te manipuleren tot telkens weer hogere levels van exploitatie-efficiëntie.
het laatste bastion van onze private beleving, die van de intieme seksuele handelingen, is al geheel omsingeld, het houten paard staat al binnen de stadsmuren, nog even en de groepschats zijn voorzien van HD VR-helmen en nauwsluitende hoog-sensitieve bluetoothpakjes voor de ‘vrije’ transmissie in een mondiaal orgasmatron.

‘treurnis is een wrede god die alles in zijn willekeur beslist. hij verandert lachend licht in droeve duisternis, hij geeft het ’s ochtends heel de blijdschap van haar wonderlijk bestaan om het dan met het gemis weer stuk te slaan.’

NKdeE , het moment (59), 2021-02-14

de apocalyps verwordt in de kosmisch-theatrale configuratie van deze wereldorde tot een steriel, eterneel uitgevlakt ‘nu’, een tijdloos moment dat geen moment meer is maar een voortdurende drainage van de individuele beleving van wieg tot graf, geen oogwenk maar een voortdurend tijdperk, een onaflatend sloopwerk van millennia.

of iets minder lang, wat u en mij betreft. op 14 februari 2029 komt iedereen klaar bij de dan 13-jarige Sophia en daarna zijn de restanten van onze soort enkel nog wat amusante spelroutines in de mensenzoo

misschien dacht Antonin daar zelf toch wel lichtjes anders over.

14-07-2020, verwerkt op 21-02-2021 – voor TVA. over de praktijk van het Théatre Veritablement Algorithmique

TVA

over de praktijk van het Théatre Veritablement Algorithmique

  • kosmotheia

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Noten[+]

Categorieën
Anke Veld

Lode’s credo

“in de naam van de dingen
zit de naam van het niets.
het niets noemt de dingen
de dingen dragen de naam
als satellieten van het niets

de naam van god is uit het
niets de naam geworden
die de god der dingen
heeft tot god benoemd.
de god der dingen heeft
de mens tot slaaf gemaakt.

schrap de namen, laat
het zijn, weg met de dingen
weg met alles dat in de naam
van de dingen, in de naam
van god gebeurt want in
de naam van het zijn
gebeurt er hoegenaamd
niets.”

Lode Kok, Anke VeldKOLK, 2022

invoer (2017)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Steun de Kathedraal, Radio Klebnikov en Platform PLEE!

Koop meer BROL!

NU ONLINE in onze gloednieuwe BROLwinkel!

of op de grote Brolexpo van HET ROT! nog tot nader datum in FLUGZEUG Music-Art-Design te Leuven…Bekijk de volledige Cataloog daarvan (prijslijst met foto’s op FB)

Noten[+]

Categorieën
101Aanroepingen Anke Veld gedicht van de dag hemelnet2020 HEMELNETLYRIEK lyriek

rastopaal

2 fragmenten uit het Weerants Liedboek, een corrupt tekstbestand in het Neo-Nederlands uit de Afgesloten Toekomst dat in 2045 wordt opgevangen door de Neo-Kathedraalse audioFaag, een gignomenologische verontwezenlijking. de publicatie ervan in 2046 veroorzaakt een pantemporele deining die leesbaar is tot in de bucolische geschriften van Vergilius…

[…]

0  Node grashopper1sprinkhaan faaltje ni moeftu nog:
   ’t zuden hand is af, hebben de hemelluh
   hunnen hellu afgedoan. Gekeerd in se du
   ut der utten utgefeeld, verdaan al boenkte
5  huver gesoegd die sunne die lokens in alle
   tinge tingt in & weur di weur were wie nu
   mit uns die alle wie be wier, sinne die.
   Priktuns die eugen om zie
10 mit ziede geplakte drupting, druptie ze uut
   die kwetterdeung frolikt die roden rad 2van de rotspraak wordt de rode raad zo vrolijk als een hondje
   tut tu tunen tutter sie bilabillen, klakt sie
   aspectogans diene tuttelmip & hast sie
   die klakgang in ritmus leuswie der kant

[…]

0  heurig dich veulen, hemelluh effel3de hemel sta ons bij, playtuns nu
   diftiane uber ikspi tinggleuf tangmoezel ere
   ins euteleute utsnidde euterleunt, heultuns
   irte manoe habbe urweil nitvergongen dru
5  ikspi verdisspierte heurplekt, schrukt mut
   der blubiallen peurtent ikspi sik nier
   ikspi snikti noestalgica indirtisse4in de dichte mist
   utzude suituske richque chikalte skune klapti
   org velti ikspi der bubarsneuterbeu intu intu.

invoer (2017)

oude glasplaatfoto (meermaals belicht) uit de NKdeE archieven

HEMELNETLYRIEK

lyrische teksten vanop http://vilt.skynetblogs.be 2004-2007
herwerkt voor 2020 en erger

Noten[+]

Categorieën
Anke Veld English texts Grafiek strip

anke veld 13

As if to make her point in one flash moment Anke unfolded her own image seven times within the dome before me, thereby demonstrating that all of time is just an illusion and that reality, if needs be, can be constructed even by hammer and lever, by fysically pounding one’s own will into the fabric of appearances that we perceive…this ability to construct the reality that we live, however, came with a price tag and that was what, within that very moment, made me feel gloriously sad and insolably happy…next i heard myself reciting these all too familiar verses:

Time present and time past
Are both perhaps present in time future,
And time future contained in time past.
If all time is eternally present
All time is unredeemable.
What might have been is an abstraction
Remaining a perpetual possibility
Only in a world of speculation.
What might have been and what has been
Point to one end, which is always present.
Footfalls echo in the memory
Down the passage which we did not take
Towards the door we never opened
Into the rose-garden. My words echo
Thus, in your mind.
                       But to what purpose
Disturbing the dust on a bowl of rose-leaves
I do not know.

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
journal intime Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #167

BLOEDSTRAAL

JONGEMAN
Ik hou van jou en alles is mooi.

MEISJE, met verhevigde tremolo in haar stem.
Je houdt van mij en alles is mooi.

JONGEMAN, een toon lager.
Ik hou van jou en alles is mooi.

MEISJE, nog een toon lager dan hem.
Je houdt van mij en alles is mooi.

JONGEMAN, wendt zich plots van haar af
Ik hou van jou.

Een stilte
Ga voor me staan.

MEISJE, met een zelfde beweging gaat ze voor hem staan
Voilà.

JONGEMAN, geëxalteerd, schelklinkend
Ik hou van jou, ik ben groot, ik ben helder, ik ben vol, ik ben dicht.

MEISJE, op dezelfde schelklinkende toon.
Wij houden van elkaar

JONGEMAN
Wij zijn intens. Ha wat zit de wereld goed in elkaar.

Een stilte. We horen iets als een enorm wiel dat draait en wind maakt. Een orkaan drijft hen uit elkaar.
Op dat moment zien we twee sterren met elkaar in botsing komen, en een hele reeks benen van levend vlees valt met voeten handen, pruiken, maskers, zuilengangen, gaanderijen, tempels, distilleerkolven, alles valt maar steeds langzamer, als viel het in een vacuum en dan dalen een voor een drie schorpioenen neer en tenslotte een kikker en een scarabee die naar beneden komt met een traagheid om wanhopig, om misselijk van te worden.

JONGEMAN, roept zo hard hij kan
De hemel is gek geworden.
Hij kijkt naar de hemel.
Lopen, weg van hier.
Hij duwt het meisje voor zich uit.
Een Ridder uit de Middeleeuwen komt op, in een vervaarlijk harnas, gevolgd door een voedster die haar borsten met beide handen vasthoudt en hijgt vanwege haar te zware borsten.

RIDDER
Blijf van je borsten af. Geef mij mijn papieren.
VOEDSTER, slaakt een kreet.
Ai! Ai! Ai!
RIDDER
Kak seg wat krijg jij?
VOEDSTER
Kijk daar, onze dochter, met hem.
RIDDER
Zwijg, er is geen dochter!
VOEDSTER
Ik zeg je dat ze neuken.
RIDDER
Laat ze neuken, wat kan mij dat schelen.
VOEDSTER
Incest.
RIDDER
Matrone
VOEDSTER, steekt haar handen diep in haar zakken die even groot zijn als haar borsten
Pooier.
Ze gooit hem snel zijn papieren.

RIDDER

Pfuh, laat mij eten.

De voedster maakt zich uit de voeten.
Hij krabbelt overeind en haalt vantussen elk der papieren een grote homp gruyere.
Plots begint hij te hoesten en naar adem te snakken.

RIDDER, de mond vol.
Eumf. Eumf. Laat me je borsten zien. Laat je borsten zien. Waar zit ze nu?
Hij gaat lopend af.
De jongeman komt terug op.

JONGEMAN
Ik zie, ik weet, ik heb begrepen. Hier heb je de publieke ruimte, de priester, de schoenmaker, de vier seizoenen, de drempel van de kerk, de lantaarn van het bordeel, de weegschaal van gerechtigheid. Ik hou het niet meer!

Een priester, een schoenlapper, een koster, een hoerenmadam een rechter, een handelaar in vier-seizoenen komen op als schaduwen.

JONGEMAN
Ik ben haar kwijt, geef haar terug.
IEDEREEN, op een verschillende toon.
Wie, wie, wie, wie.
JONGEMAN
Mijn vrouw.
KOSTER, heel kosterlijk 1‘bedonnant’: dikbuikig – woordspeling nvdv
Uw vrouw, pfu, onnozelaar!
JONGEMAN
Onnozelaar! ’t is misschien uw vrouw wel!
KOSTER, slaat zich op het voorhoofd.
Het zou zomaar kunnen.
Hij gaat lopende af.
De priester komt op zijn beurt uit de groep en legt zijn arm om de hals van de jongeman.
PRIESTER, alsof hij biecht hoort.
Naar welk deel van haar lichaam verwijst u het vaakst?
JONGEMAN
Naar God.
De Priester, verbouwereerd door het antwoord vervalt onmiddellijk in een Zwitsers accent.
PRIESTER, met een Zwitsers accent.
Maar dat kan je niet meer maken. Wij horen niets meer met dat oor. Dat moet je maar aan de vulkanen vragen, aan de aardbevingen. Wij moeten het hebben van de kleine smeerlapperijen in de biecht. En daarmee uit, dat is het leven.
JONGEMAN, heel erg aangedaan.
Ach zo, dat is het leven!
Ah bon, iedereen trap het maar af.
PRIESTER, nog steeds met een Zwitsers accent.
Maar zeker.
Op dat moment valt de nacht plots op de scène. De aarde beeft. De donder raast, met weerlichten die zigzaggen in alle richtingen, en in de zigzaggende weerlichten ziet men de personages het op een lopen zetten, ze lopen tegen elkaar op, vallen, krabbelen recht en lopen als gekken.
Op een gegeven moment grijpt een enorme hand de hoerenmadam bij de haren. Die vat vuur en zwelt zienderogen op.

GIGANTISCHE STEM
Teef, kijk naar je lichaam!
Het lijf van de hoerenmadam komt naakt en afschuwelijk uit het korset en de jurk tevoorschijn als waren die van glas.
HOERENMADAM
Laat mij los, God.
Ze bijt God in de pols. Een immense bloedstraal schiet dwars over de scène en in een weerlicht groter dan die van de anderen ziet men de priester een kruis slaan.
Wanneer het licht terug aangaat, zijn alle personages dood en liggen hun lijken over de vloer verspreid. Alleen de jongeman en de hoerenmadam verslinden elkaar met de ogen.
De hoerenmadam valt in de armen van de jongeman.
HOERENMADAM, zuchtend, als op het uiterste punt van een amoureus spasme.
Vertel mij hoe het met jou gebeurd is.

De jongeman bergt zijn hoofd in zijn handen.
De voedster komt terug op met het meisje onder haar arm als een pakket. Ze laat haar op de grond vallen waar ze neerstort en zo plat wordt als een boterkoek.
De voedster heeft geen borsten meer. Haar borst is helemaal plat.
Dan duikt de Ridder op die zich op de voedster werpt en haar heftig dooreenschudt.

RIDDER, met een vreselijke stem.
Waar heb jet het verstopt? Geef mij mijn gruyere!
VROEDVROUW, dartel.
Hierzie.
Ze heft haar rokken op.
De jongeman wil weglopen maar hij staat perplex als een versteende marionette.

JONGEMAN, als opgehangen in de lucht en met een buiksprekersstem.
Doe mama geen pijn.
RIDDER
Vervloekte.
Hij wendt in afschuw zijn gezicht af.
Een massa schorpioenen komen vanonder de rokken van de vroedvrouw en die beginnen te paren in haar vagina die opzwelt en glazig wordt en schittert als een zon.
De jongeman en de vroedvrouw gaan ervandoor als gelobotomiseerden

MEISJE, komt verblind overeind
De maagd! ha, dat was het wat hij zocht.

DOEK

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.74-81] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

LE JET DE SANG

LE JEUNE HOMME

Je t’aime et tout est beau.

LA JEUNE FILLE,
avec un tremolo intensifié dans la voix.

Tu m’aimes et tout est beau.

LE JEUNE HOMME, sur un ton plus bas.

Je t’aime et tout est beau.

LA JEUNE FILLE,
sur un ton encore plus bas que lui.

Tu m’aimes et tout est beau.

LE JEUNE HOMME, la quittant brusquement.

Je t’aime.

Un silence.

Mets-toi en face de moi.

LA JEUNE FILLE, même jeu,
elle se met en face de lui.

Voilà.

LE JEUNE HOMME,
sur un ton exalté, suraigu.

Je t’aime, je suis grand, je suis clair, je suis plein, je suis dense.

LA JEUNE FILLE,
sur le même ton suraigu.

Nous nous aimons.

LE JEUNE HOMME

Nous sommes intenses. Ah que le monde est bien établi.

Un silence. On entend comme le bruit d’une immense roue qui tourne et dégage du vent. Un ouragan les sépare en deux.

À ce moment, on voit deux astres qui s’entrechoquent et une série de jambes de chair vivante qui tombent avec des pieds, des mains, des chevelures, des masques, des colonnades, des portiques, des temples, des alambics, qui tombent, mais de plus en plus lentement, comme s’ils tombaient dans du vide, puis trois scorpions l’un après l’antre, et enfin une grenouille, et un scarabée qui se dépose avec une lenteur désespérante, une lenteur à vomir.

LE JEUNE HOMME,
criant de toutes ses forces.

Le ciel est devenu fou.

Il regarde le ciel.

Sortons en courant.

Il pousse la jeune fille devant lui.

Et entre un Chevalier du Moyen Âge avec une armure énorme, et suivi d’une nourrice qui tient sa poitrine à deux mains, et souffle à cause de ses seins trop enflés.

LE CHEVALIER

Laisse là tes mamelles. Donne-moi mes papiers.

LA NOURRICE, poussant un cri suraigu.

Ah ! Ah ! Ah !

LE CHEVALIER

Merde, qu’est-ce qui te prend ?

LA NOURRICE

Notre fille, là, avec lui.

LE CHEVALIER

Il n’y a pas de fille, chut !

LA NOURRICE

Je te dis qu’ils se baisent.

LE CHEVALIER

Qu’est-ce que tu veux que ça me foute qu’ils se baisent.

LA NOURRICE

Inceste.

LE CHEVALIER

Matrone.

LA NOURRICE,
plongeant les mains au fond de ses poches
qu’elle a aussi grosses que ses seins.

Souteneur.

Elle lui jette rapidement ses papiers.

LE CHEVALIER

Phiote, laisse-moi manger.

La nourrice s’enfuit.

Alors il se relève, et de l’intérieur de chaque papier il tire une énorme tranche de gruyère.

Tout à coup il tousse et s’étrangle.

LE CHEVALIER, la bouche pleine.

Ehp. Ehp. Montre-moi tes seins. Montre-moi tes seins. Où est-elle passée ?

Il sort en courant.

Le jeune homme revient.

LE JEUNE HOMME

J’ai vu, j’ai su, j’ai compris. Ici la place publique, le prêtre, le savetier, les quatre saisons, le seuil de l’église, la lanterne du bordel, les balances de la justice. Je n’en puis plus !

Un prêtre, un cordonnier, un bedeau, une maquerelle, un juge, une marchande des quatre-saisons, arrivent sur la scène comme des ombres.

LE JEUNE HOMME

Je l’ai perdue, rendez-la-moi.

TOUS, sur un ton différent.

Qui, qui, qui, qui.

LE JEUNE HOMME

Ma femme.

LE BEDEAU, très bedonnant.

Votre femme, psuif, farceur !

LE JEUNE HOMME

Farceur ! c’est peut-être la tienne !

LE BEDEAU, se frappant le front.

C’est peut-être vrai.

Il sort en courant.

Le prêtre se détache du groupe à son tour et passe son bras autour du cou du jeune homme.

LE PRÊTRE, comme au confessionnal.

À quelle partie de son corps faisiez-vous le plus souvent allusion ?

LE JEUNE HOMME

À Dieu.

Le prêtre décontenancé par la réponse prend immédiatement l’accent suisse.

LE PRÊTRE, avec l’accent suisse.

Mais ça ne se fait plus. Nous ne l’entendons pas de cette oreille. Il faut demander ça aux volcans, aux tremblements de terre. Nous autres on se repaît des petites saletés des hommes dans le confessionnal. Et voilà, c’est tout, c’est la vie.

LE JEUNE HOMME, très frappé.

Ah voilà, c’est la vie !

Eh bien tout fout le camp.

LE PRÊTRE, toujours avec l’accent suisse.

Mais oui.

À cet instant la nuit se fait tout d’un coup sur la scène. La terre tremble. Le tonnerre fait rage, avec des éclairs qui zigzaguent en tous sens, et dans les zigzags des éclairs on voit tous les personnages qui se mettent à courir, et s’embarrassent les uns dans les autres, tombent à terre, se relèvent encore et courent comme des fous.

À un moment donné une main énorme saisit la chevelure de la maquerelle qui s’enflamme et grossit à vue d’œil.

UNE VOIX GIGANTESQUE

Chienne, regarde ton corps !

Le corps de la maquerelle apparaît absolument nu et hideux sous le corsage et la jupe qui deviennent comme du verre.

LA MAQUERELLE

Laisse-moi, Dieu.

Elle mord Dieu au poignet. Un immense jet de sang lacère la scène, et on voit au milieu d’un éclair plus grand que les autres le prêtre qui fait le signe de la croix.

Quand la lumière se refait, tous les personnages sont morts et leurs cadavres gisent de toutes parts sur le sol. Il n’y a que le jeune homme et la maquerelle qui se mangent des yeux.

La maquerelle tombe dans les bras du jeune homme.

LA MAQUERELLE, dans un soupir et comme
à l’extrême
pointe d’un spasme amoureux.

Racontez-moi comment ça vous est arrivé.

Le jeune homme se cache la tête dans les mains.

La nourrice revient portant la jeune fille sous son bras comme un paquet. La jeune fille est morte. Elle la laisse tomber à terre où elle s’écrase et devient plate comme une galette.

La nourrice n’a plus de seins. Sa poitrine est complètement plate.

À ce moment débouche le Chevalier qui se jette sur la nourrice, et la secoue véhémentement.

LE CHEVALIER, d’une voix terrible.

Où les as-tu mis ? Donne-moi mon gruyère.

LA NOURRICE, gaillardement.

Voilà.

Elle lève ses robes.

Le jeune homme veut courir mais il se fige comme une marionnette pétrifiée.

LE JEUNE HOMME, comme suspendu en l’air
et d’une
voix de ventriloque.

Ne fais pas de mal à maman.

LE CHEVALIER

Maudite.

Il se voile la face d’horreur.

Alors une multitude de scorpions sortent de dessous les robes de la nourrice et se mettent à pulluler dans son sexe qui enfle et se fend, devient vitreux, et miroite comme un soleil.

Le jeune homme et la maquerelle s’enfuient comme des trépanés.

LA JEUNE FILLE, se relevant éblouie.

La vierge ! ah c’était ça qu’il cherchait.

Rideau.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma



Noten[+]

Categorieën
Anke Veld Grafiek lyriek strip

anke veld – 12

Next moment I found myself staring in disarray at me, another me, a future version of me, whatever, someone who looked exactly like me and felt like me ‘cause yes I could feel her at the same time and therefore I immediately knew this she-me was pointing out something to me, something that somehow I already knew, and I knew that I knew it but I didn’t want to know it, but here I/ she was standing before a huge construction that looked like a hydraulic power plant and I knew that I was going to die in 5 years time and I also knew that that didn’t matter at all, so I shouldn’t worry about it at all. Still…

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza

journal intime #166

166 – se repondre à soi – VUUR

voetnoot bij ‘Brief aan de heer Wetgever’

lees de tekst bij dewelke dit een voetnoot is

Ik weet maar al te goed dat er ernstige stoornissen van de persoonlijkheid bestaan, die er zelfs toe kunnen leiden dat het bewustzijn zijn individualiteit verliest: het bewustzijn blijft intact maar herkent zich ziet meer als aan zichzelf toebehorend (en herkent zich in geen enkele mate).
Er bestaan minder erge stoornissen, of beter gezegd minder wezenlijke, maar stoornissen die veel pijnlijker en belangrijker zijn voor de persoon, en op een bepaalde wijze schadelijker voor de vitaliteit, en dat is wanneer het bewustzijn zich een hele reeks van dislocatie- en ontbindingsverschijnselen van zijn krachten gaat toe-eigenen als aan zichzelf toebehorende, te midden waarvan dan zijn materialiteit zich vernietigt.
Naar deze stoornissen verwijs ik hier.

Maar het is juist de kwestie om te weten of het leven niet beter wordt bereikt door een ontlijving van het denken met het behoud van een deel van het bewustzijn, dan door de projectie van dit bewustzijn in een ondefinieerbaar elders met een strikt behoud van het denken. Het gaat er daarbij niet om dat zulk een denken vals spel speelt, dat het waanzinnig wordt, het gaat erom dat het gebeurt, dat er vuur wordt gestookt, zelfs al is het waanzin. Het is een kwestie van het bestaan ervan. En ik beweer, onder andere, dat ik geen denken heb.

Maar mijn vrienden lachen daarom.
En toch!

Want wat ik noem ‘een denken hebben’ is voor mij niet het juist zien of zelfs niet het juist denken, maar zijn denken in stand houden, in staat zijn het aan zichzelf manifest te maken en dat het kan een antwoord bieden aan alle omstandigheden van het gevoel en het leven. Maar vooral een antwoord geven aan zichzelf.

Want hier vindt dat ondefinieerbare en verontrustende fenomeen plaats dat ik maar niemand kan doen begrijpen, en vooral niet mijn vrienden (of beter nog, mijn vijanden, degenen die mij nemen voor de schaduw waarvan ik maar al te goed besef dat ik slechts dat ben; – en ze beseffen niet hoe goed ze dat hebben, zij, schaduwen van schaduwen, een keer van hen en een keer van mij).

Mijn vrienden heb ik nooit gezien als mijzelf, met de tong uit de mond en met een afschuwelijk haperende geest.

Ja, mijn denken kent zichzelf en wanhoopt ooit nog zichzelf te bereiken. Het kent zichzelf, ik bedoel het heeft een vermoeden van zichzelf; en in ieder geval voelt het zichzelf niet meer. – Ik heb het over het fysiek leven, over het substantiële leven van het denken (en hier kom ik terug bij mijn onderwerp), ik heb het over dit minimum aan denkend leven in zijn ruwe staat, – nog niet tot verwoording gekomen, maar daartoe in staat als het nodig is, – zonder welk minimum de ziel niet meer kan leven, en het leven is alsof het niet meer is. – Degenen die klagen over de tekortkomingen van het menselijk denken en over hun eigen machteloosheid om tevreden te zijn met wat zij hun denken noemen, verwarren en zetten op hetzelfde foutieve vlak perfect gedifferentieerde staten van denken en vorm, waarvan het laagste nu alleen maar spreken is, terwijl het hoogste nog steeds geest is.

Indien ikzelf in het bezit zou zijn van dat wat ik weet dat mijn denken is, dan had ik misschien Navel van het Voorgeborchte geschreven maar dan had ik het op een geheel andere manier geschreven. Men zegt dat ik denk omdat ik niet helemaal ben gestopt met denken en omdat mijn geest, ondanks alles, zich op een bepaald niveau handhaaft en van tijd tot tijd bewijzen levert van zijn bestaan, bewijzen waarvan men niet wil erkennen dat ze zwak zijn en oninteressant. Maar denken is voor mij iets anders dan niet helemaal dood zijn, het is te allen tijde met zichzelf verenigd zijn, het is om nooit te stoppen met het voelen in je innerlijk, in de niet verwoorde massa van je leven, in de inhoud van je realiteit, denken is niet in jezelf een kapitaal gat te voelen, een vitale afwezigheid,het is altijd voelen dat je gedachte gelijk is aan je gedachte, ongeacht de onvolkomenheden van de vorm die men in staat is om het te geven. Maar mijn gedachte bij mijzelf, zondigt door zwakte, maar is zondigt ook door kwantiteit. Ik denk voortdurend aan een lager tarief.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.66-70] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Je sais assez qu’il existe des troubles graves de la personnalité, et qui peuvent même aller pour la conscience jusqu’à la perte de son individualité : la conscience demeure intacte mais ne se reconnaît plus comme s’appartenant (et ne se reconnaît plus à aucun degré).

Il y a des troubles moins graves, ou pour mieux dire moins essentiels, mais beaucoup plus douloureux et plus importants pour la personne, et en quelque sorte plus ruineux pour la vitalité, c’est quand la conscience s’approprie, reconnaît vraiment comme lui appartenant toute une série de phénomènes de dislocation et de dissolution de ses forces au milieu desquels sa matérialité se détruit.

Et c’est à ceux-là même que je fais allusion.

Mais il s’agit justement de savoir si la vie n’est pas plus atteinte par une décorporisation de la pensée avec conservation d’une parcelle de conscience, que par la projection de cette conscience dans un indéfinissable ailleurs avec une stricte conservation de la pensée. Il ne s’agit pas cependant que cette pensée joue à faux, qu’elle déraisonne, il s’agit qu’elle se produise, qu’elle jette des feux, même fous. Il s’agit qu’elle existe. Et je prétends, moi, entre autres, que je n’ai pas de pensée.

Mais ceci fait rire mes amis.

Et cependant !

Car je n’appelle pas avoir de la pensée, moi, voir juste et je dirai même penser juste, avoir de la pensée, pour moi, c’est maintenir sa pensée, être en état de se la manifester à soi-même et qu’elle puisse répondre à toutes les circonstances du sentiment et de la vie. Mais principalement se répondre à soi.

Car ici se place cet indéfinissable et trouble phénomène que je désespère de faire entendre à personne et plus particulièrement à mes amis (ou mieux encore, à mes ennemis, ceux qui me prennent pour l’ombre que je me sens si bien être ; – et ils ne pensent pas si bien dire, eux, ombres deux fois, à cause d’eux et à cause de moi).

Mes amis, je ne les ai jamais vus comme moi, la langue pendante, et l’esprit horriblement en arrêt. Oui, ma pensée se connaît et elle désespère maintenant de s’atteindre. Elle se connaît, je veux dire qu’elle se soupçonne ; et en tout cas elle ne se sent plus. – Je parle de la vie physique, de la vie substantielle de la pensée (et c’est ici d’ailleurs que je rejoins mon sujet), je parle de ce minimum de vie pensante et à l’état brut, – non arrivée jusqu’à la parole, mais capable au besoin d’y arriver, – et sans lequel l’âme ne peut plus vivre, et la vie est comme si elle n’était plus. – Ceux qui se plaignent des insuffisances de la pensée humaine et de leur propre impuissance à se satisfaire de ce qu’ils appellent leur pensée, confondent et mettent sur le même plan erroné des états parfaitement différenciés de la pensée et de la forme, dont le plus bas n’est plus que parole tandis que le plus haut est encore esprit. Si j’avais moi ce que je sais qui est ma pensée, j’eusse peut-être écrit l’Ombilic des Limbes, mais je l’eusse écrit d’une tout autre façon. On me dit que je pense parce que je n’ai pas cessé tout à fait de penser et parce que, malgré tout, mon esprit se maintient à un certain niveau et donne de temps en temps des preuves de son existence, dont on ne veut pas reconnaître qu’elles sont faibles et qu’elles manquent d’intérêt. Mais penser c’est pour moi autre chose que n’être pas tout à fait mort, c’est se rejoindre à tous les instants, c’est ne cesser à aucun moment de se sentir dans son être interne, dans la masse informulée de sa vie, dans la substance de sa réalité, c’est ne pas sentir en soi de trou capital, d’absence vitale, c’est sentir toujours sa pensée égale à sa pensée, quelles que soient par ailleurs les insuffisances de la forme qu’on est capable de lui donner Mais ma pensée à moi, en même temps qu’elle pèche par faiblesse, pèche aussi par quantité. Je pense toujours à un taux inférieur.

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag lyriek

maya

mei is de maya die doet mij geloven
dat het absoluut vele, het schone
in mijn enkele iets zit verscholen

hoe zoetelijk zingt het, hoe nachtelijk wil het
hoe hoog en hoe lustig zoekt ook de leeuwerik
hoe wild en onzinnig graven mijn honden
hoe dicht in zichzelf heeft het ik zich omwonden

mei is de maya die doet mij geloven
dat het absoluut vele, het schone
in mijn enkele iets zit verscholen

met ruimte de lucht wil mij omvatten
met groeien het gras mij doorklieven
de mensen zijn lippen met blijtende bleinen
de goden zijn spasmen, ventielen en dieven.

mei is de maya dus drink van het hart
het gutsende geven, het woord
is uw weg, de hel van dit leven.

invoer (2017) – Anke Veld – Lode’s lied

alles van waarde is hoe het gebeurt, dus alles van waarde wordt onherroepelijk Brol, zoals ook deze vogel perfect gezeten nochtans in de jonge boom maria.
nu, eilaas niet meer dan een A4 stukje Brol. Brol kan je kopen, wel, dat is de troost ervan. in september toch, want

SEPTEMBER was BROLMAAND!

gedurende heel de maand september kon je de originele tekeningen en aquarellekens die gebruikt werden/worden als illustratie bij het literaire werk van de NKdeE kopen aan BROLPRIJS!

Dit ter ondersteuning van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends!
BROLprijs wordt per formaat berekend, met A6 als basis

A3 = 8 x A6 = €40
A4 = 4 x A6 = €20
A5 = 2 x A6 = €10
A6 = €5

eilaas, september is henen!
Uitzonderlijk is er dit jaar de ROTexpo waarop deze en andert BROL nog te verkrijgen is tegen dit tarief. Tot en met zaterdag 17 oktober!
Haast u naar FLUGZEUG, Diestsestraat 208 te Leuven en KOOP alsnog MEER BROL!!!!

*

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag lyriek

zeer

een Pisaans Lorelied

mijn lief is leed, mijn heil verdriet
van pijn ken ik het einde niet
ik bid u muze maak mijn lied
eer ik van zeer zal sterven.

de zon is zwart, mijn dag is nacht
er is geen bed dat op mij wacht
alleen de koude leegte lacht
om mij: mijn geest wil zwerven.

geen vrouwe lief, geen eerlijk man
geen mens die mij nog helpen kan.
enkel jij LAIS, hebt kennis van
wat ik van haar kan erven.

mijn lief is leed, mijn heil verdriet
sinds Anna Anke achterliet
ik bid u muze zing mijn lied
eer ik van zeer mag sterven.

invoer (2017)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Noten[+]

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag gelegenheidsgedichten lyriek Proza

niemand

de tijd verglijdt,
bewijst op zicht:
wij blijven niet
en zijn niet vrij.

per dag de pijn
der straf neemt af.
wij slapen in
met ochtendzin.

’t verblijf is nacht
in ’t zwart gedacht:
droev’ge stilte
is klankenpracht.

de spijt gaat weg
zij ligt erbij
zo lijf aan lijf
gaat het voorbij.

‘Anna’, zegt Anke
‘Anke’, zegt Anna
‘niemand zijn wij
en wij gaan voorbij’.

invoer (2017)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

een stukske BROL uit 2015, denk ik, maar ik kan mij vergissen. veel zwarte inkt alleszins. BROLprijs = €20 want ’t is A4 è en

SEPTEMBER was BROLMAAND!

gedurende heel de maand september kon je de originele tekeningen en aquarellekens die gebruikt werden/worden als illustratie bij het literaire werk van de NKdeE kopen aan BROLPRIJS!

Dit ter ondersteuning van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends!
BROLprijs wordt per formaat berekend, met A6 als basis

A3 = 8 x A6 = €40
A4 = 4 x A6 = €20
A5 = 2 x A6 = €10
A6 = €5

eilaas, september is henen!
Uitzonderlijk is er dit jaar de ROTexpo waarop deze en andert BROL nog te verkrijgen is tegen dit tarief. Tot en met zaterdag 17 oktober!
Haast u naar FLUGZEUG, Diestsestraat 208 te Leuven en KOOP alsnog MEER BROL!!!!

*

Noten[+]

Categorieën
Anke Veld

anke veld – 11

Outside. The moment she said it we were outside, on a hilltop, looking down on The Place, its two huge domes now reduced to a Playmobil dominion, flanked by an enormous new building, very straight and very standard solar panel 100% self-sustainable durability proof slick piece of engeneering.

“But you like the bird, don’t you?” sensing, no reading my present day suspicion of everything that looks too neat to be true. “It’s a sooty tern”, Anke continued, “it doesn’t belong her, I wrote it for you”.
“Wrote it?? It’s not real?

In a number of ways I knew what was coming, what Anke would answer next. I had been living up to this moment for some time, I guess.

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #165

165 – l’étiage toxicomanique de la nation – FEU

BRIEF
aan de heer Wetgever
van de Wet op de Verdovende Middelen

Mijnheer de Wetgever,

Mijnheer de Wetgever van de wet van 1916, in juli 1917 bij decreet aanvaard als de Wet op de Verdovende Middelen, je bent een debiel.
Jouw wet enerveert enkel de wereldwijde farmacie zonder enige invloed op het niveau van drugsverslaving in dit land en wel hierom:

  1. het aantal drugsverslaafden dat zich bij de apotheek bevoorraadt is gering
  2. de echte drugsverslaafde bevoorraadt zich niet bij de apotheker
  3. de drugsverslaafden die zich bij de apotheker bevoorraden zijn allemaal ziek
  4. het aantal drugsverslaafden dat ziek is is gering t.o.v. de genotzuchtige druggebruikers
  5. de farmaceutische beperkingen van de drugs treffen nooit de druggebruikers uit genotzucht en de georganiseerde druggebruikers
  6. er zullen altijd fraudeurs zijn
  7. er zullen altijd drugsverslaafden zijn door ondeugdzaamheid, door passie
  8. zieke drugsverslaafden hebben een onaantastbaar recht in deze maatschappij en dat is om met rust gelaten te worden.

Het is voor alles een gewetenskwestie.
De Wet op de Verdovende Middelen geeft aan de inspecteur-usurpator van de volksgezondheid het recht om te beslissen over de pijn van anderen; het is een merkwaardige pretentie van de moderne medische wetenschap om de eigen plichten te willen voorschrijven aan ieders geweten. Al dat geblaat van het officiële handvest staat machteloos tegen dit ene gewetensfeit: te weten dat, meer nog dan over mijn dood ik de baas ben over mijn eigen pijn. Ieder mens is rechter – en enige rechter – over de hoeveelheid fysieke pijn, of ook geestelijke leegte die hij in alle oprechtheid kan dragen.

Helderheid van geest of niet, er bestaat een helderheid van geest die mij geen enkele ziekte kan ontnemen en dat is het aanvoelen dat mijn fysieke leven mij geeft1hier voegt Artaud een lange voetnoot in die in het volgende deel zal worden vertaald. En als ik die helderheid dan heb verloren, dan heeft de medische wetenschap maar één ding te doen en dat is mij die substanties te verschaffen die mij in staat stellen die helderheid terug te hebben.

Heren dictators van de farmaceutische school van Frankrijk, jullie zijn pedante geknipten: er is een ding dat jullie beter zou moeten inschatten, en dat is dat opium die ene, niet voor te schrijven en imperiale substantie is die het eigen zielenleven weer toegankelijk maakt aan hen die het ongeluk hadden dat kwijt te raken.

Er bestaat een kwaal waartegen opium onfeilbaar is en die kwaal heet Angst. Angst in zijn mentale, medicinale, psychologische, logische of farmaceutische betekenis, wat je maar wil.

De Angst die gekken maakt.
De Angst die zelfmoordenaars maakt.
De Angst die vervloekten maakt.
De Angst die de medische wetenschap niet kent.
De Angst die uw dokter niet begrijpt.
De Angst die het leven krengt.
De Angst die de navelstreng van het leven afknijpt.

Door uw onbillijke wet geeft u mensen in wie ik geen greintje vertrouwen heb – medische debielen, snertapothekers, rechters in wanpraktijken, doktoren, vroedvrouwen, dokters, dokters-inspecteur, het recht in handen om te beslissen over mijn angst, een angst die in mij zo fijn is als de naalden van alle kompasnaalden van de hel.

Bij bevingen van lichaam of ziel bestaat er geen mensenseismograaf die het iemand mogelijk maakt om naar mij te kijken en tot een meer nauwkeurige evaluatie van mijn pijn te komen dan mijn eigen bliksemende geest dat doet!

Heel de riskante wetenschap van de mens is niet superieur aan de onmiddellijke kennis die ik van mijn wezen kan hebben. Ik ben de enige rechter over wat er in mij zit.

Ga terug naar jullie zolders, medische luizen, en jij ook, meneer de wetgever Schaapmans, jij raaskalt niet uit liefde voor de mens maar volgt een traditie van imbeciliteit. Jouw onwetendheid over wat het is om een mens te zijn wordt alleen geëvenaard door je dwaasheid om hem te willen beperken. Moge jouw wet neerkomen op je vader, je moeder, je vrouw, je kinderen en al je nageslacht. En slik nu maar in die wet van je.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.66-70] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Monsieur le législateur,

Monsieur le législateur de la loi de 1916, agrémentée du décret de juillet 1917 sur les stupéfiants, tu es un con.

Ta loi ne sert qu’à embêter la pharmacie mondiale sans profit pour l’étiage toxicomanique de la nation

parce que

1o Le nombre des toxicomanes qui s’approvisionnent chez le pharmacien est infime ;

2o Les vrais toxicomanes ne s’approvisionnent pas chez le pharmacien ;

3o Les toxicomanes qui s’approvisionnent chez le pharmacien sont tous des malades ;

4o Le nombre des toxicomanes malades est infime par rapport à celui des toxicomanes voluptueux ;

5o Les restrictions pharmaceutiques de la drogue ne gêneront jamais les toxicomanes voluptueux et organisés ;

6o Il y aura toujours des fraudeurs ;

7o Il y aura toujours des toxicomanes par vice de forme, par passion ;

8o Les toxicomanes malades ont sur la société un droit imprescriptible, qui est celui qu’on leur foute la paix. C’est avant tout une question de conscience.

La loi sur les stupéfiants met entre les mains de l’inspecteur-usurpateur de la santé publique le droit de disposer de la douleur des hommes ; c’est une prétention singulière de la médecine moderne que de vouloir dicter ses devoirs à la conscience de chacun. Tous les bêlements de la charte officielle sont sans pouvoir d’action contre ce fait de conscience : à savoir, que, plus encore que de la mort, je suis le maître de ma douleur. Tout homme est juge, et juge exclusif, de la quantité de douleur physique, ou encore de vacuité mentale qu’il peut honnêtement supporter. Lucidité ou non lucidité, il y a une lucidité que nulle maladie ne m’enlèvera jamais, c’est celle qui me dicte le sentiment de ma vie physique. Et si j’ai perdu ma lucidité, la médecine n’a qu’une chose à faire, c’est de me donner les substances qui me permettent de recouvrer l’usage de cette lucidité. Messieurs les dictateurs de l’école pharmaceutique de France, vous êtes des cuistres rognés : il y a une chose que vous devriez mieux mesurer ; c’est que l’opium est cette imprescriptible et impérieuse substance qui permet de rentrer dans la vie de leur âme à ceux qui ont eu le malheur de l’avoir perdue.

Il y a un mal contre lequel l’opium est souverain et ce mal s’appelle l’Angoisse, dans sa forme mentale, médicale, physiologique, logique ou pharmaceutique, comme vous voudrez.

L’Angoisse qui fait les fous.
L’Angoisse qui fait les suicidés.
L’Angoisse qui fait les damnés.
L’Angoisse que la médecine ne connaît pas.
L’Angoisse que votre docteur n’entend pas.
L’Angoisse qui lèse la vie.
L’Angoisse qui pince la corde ombilicale de la vie.

Par votre loi inique vous mettez entre les mains de gens en qui je n’ai aucune espèce de confiance, cons en médecine, pharmaciens en fumier, juges en mal-façon, docteurs, sages-femmes, inspecteurs-doctoraux, le droit de disposer de mon angoisse, d’une angoisse en moi aussi fine que les aiguilles de toutes les boussoles de l’enfer.

Tremblements du corps ou de l’âme, il n’existe pas de sismographe humain qui permette à qui me regarde d’arriver à une évaluation de ma douleur plus précise, que celle, foudroyante, de mon esprit !

Toute la science hasardeuse des hommes n’est pas supérieure à la connaissance immédiate que je puis avoir de mon être. Je suis seul juge de ce qui est en moi.

Rentrez dans vos greniers, médicales punaises, et toi aussi, Monsieur le Législateur Moutonnier, ce n’est pas par amour des hommes que tu délires, c’est par tradition d’imbécillité. Ton ignorance de ce que c’est qu’un homme n’a d’égale que ta sottise à le limiter. Je te souhaite que ta loi retombe sur ton père, ta mère, ta femme, tes enfants, et toute ta postérité. Et maintenant avale ta loi.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten[+]

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #164

164 – j’y tombe du ciel – BUIK

‘Homme’ van André Masson

(lees eerst het eerste deel van deze tekst)

En nu schikt hij zich in cellen waar een zaadje van onwerkelijkheid groeit. De cellen zitten elk op hun plaats in een waaiervormig patroon,

rond de buik, voor de zon , boven de vogel, enrondom die circulatie van solferwater.

Maar de architectuur is onverschillig aan de cellen, zij ondersteunt en zegt niets.

Elke cel heeft een ei, welke kiem glanst daarin? In elke cel wordt plots een ei geboren. Er is in elk van hen een onmenselijk krioelen dat evenwel helder is met de gelaagdheid van een bevroren universum.

Elke cel heeft wel degelijk zijn ei en biedt het ons aan; maar het maakt weinig uit of het ei wordt verkozen of afgekeurd.

Niet alle cellen dragen een ei. In sommige wordt een spiraal geboren. En in de lucht hangt een grotere spiraal, maar alsof die al solfer is, of nog fosfor en gewikkeld in onwerkelijkheid. En die spiraal heeft het belang van de meest krachtige gedachte.

De buik doet denken aan chirugie en het Lijkenhuis, aan een werf, een publieke plaats, de operatietafel. Het lichaam van de buik lijkt van graniet, of van marmer, of van plaaster, maar dan een verharde plaaster. Er is een vakje voor een berg. Het schuim van de lucht geeft de berg een koele, doorschijnende krans. De lucht rond de berg is sonoor, vroom, legendarisch, verboden. De toegang tot de berg is verboden. De berg heeft zijn plaats in de ziel. Hij is de horizon van iets dat voortdurend wijkt. Hij geeft de indruk van de eeuwige horizon.

En ik beschreef dit schilderij in tranen, want dit schilderij raakt mijn hart. Ik voel mijn denken zich daar ontvouwen als in een ideale, absolute ruimte, maar een ruimte die een vorm heeft die in de werkelijkheid gevoegd zou kunnen worden. Ik val er uit de hemel.

En elke vezel in mij spert zich open en vindt zijn plaats in een welbepaald vakje. Ik ga erin op als in mijn bron, ik vind er de plaats en de aard van mijn geest. Wie dit schilderij heeft geschilderd, is de grootste schilder van de wereld. Aan André Masson wat hem toekomt.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.62-64] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Et voici qu’il se dispose en cellules où pousse une graine d’irréalité. Les cellules se casent chacune à sa place, en éventail,

autour du ventre, en avant du soleil, au delà de l’oiseau, et autour de cette circulation d’eau soufrée.

Mais l’architecture est indifférente aux cellules, elle sustente et ne parle pas.

Chaque cellule porte un œuf où reluit quel germe ? Dans chaque cellule un œuf est né tout à coup. Il y a dans chacune un fourmillement inhumain mais limpide, les stratifications d’un univers arrêté.

Chaque cellule porte bien son œuf et nous le propose ; mais il importe peu à l’œuf d’être choisi ou repoussé.

Toutes les cellules ne portent pas d’œuf. Dans quelques-unes naît une spire. Et dans l’air une spire plus grosse pend, mais comme soufrée déjà ou encore de phosphore et enveloppée d’irréalité. Et cette spire a toute l’importance de la plus puissante pensée.

Le ventre évoque la chirurgie et la Morgue, le chantier, la place publique et la table d’opération. Le corps du ventre semble fait de granit, ou de marbre, ou de plâtre, mais d’un plâtre durcifié. Il y a une case pour une montagne. L’écume du ciel fait à la montagne un cerne translucide et frais. L’air autour de la montagne est sonore, pieux, légendaire, interdit. L’accès de la montagne est interdit. La montagne a bien sa place dans l’âme. Elle est l’horizon d’un quelque chose qui recule sans cesse. Elle donne la sensation de l’horizon éternel.

Et moi j’ai décrit cette peinture avec des larmes, car cette peinture me touche au cœur. J’y sens ma pensée se déployer comme dans un espace idéal, absolu, mais un espace qui aurait une forme introductible dans la réalité. J’y tombe du ciel.

Et chacune de mes fibres s’entr’ouvre et trouve sa place dans des cases déterminées. J’y remonte comme à ma source, j’y sens la place et la disposition de mon esprit. Celui qui a peint ce tableau est le plus grand peintre du monde. À André Masson, ce qui lui revient.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
Anke Veld

anke veld – 10

 “The Place is in fact this dome. This is the active part of the building”. She spoke inside my head as I saw her as a statue inside the dome.” The dome is a machine, something we call a ‘trance-target’. If you have sufficiently developed your skills you can target it and start informing the others that are present.”

“What are those strange white spaces (French: ‘étranges éspaces vides’)?”, I blurted out. It sounded from me without me opening my mouth. “Oh, those are projection screens for transmitting movement, you see there can’t be any actual movement inside the dome.” I er, saw.
“Best way to think of it is that’s a kind of theatre, but inside out: nothing happens there but the machine is writing everything that happens outside…”

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #163

163- sang mélé de safran et de soufre – VENTRE

‘Homme’ van André Masson

Een slanke buik. Een strakke poederbuik, als op een prentje. Aan de voet van de buik een gespleten granaatappel.

Uit de granaatappel circuleert een vlokkenstroom omhoog als vuurtongen, een koud vuur. De circulatie neemt de buik op en zet hem terug. Maar de buik draait niet.

Het zijn aders met wijnbloed, bloed vermengd met saffraan en zwavel, maar zwavel verzacht met water.
Boven de buik zijn er borsten zichtbaar. En hoger, in de diepte, maar op een ander vlak van de geest brandt er een zon, maar zodanig dat je zou denken dat er een borst brandt. En aan de voet van de granaat een vogel.
De zon lijkt te kijken. Maar de blik kijkt naar de zon. De blik is een kegel die zich bij de zon omdraait. En heel de lucht is als bevroren muziek, maar een weidse diepe muziek, goed gemaçonneerd en geheim en vol ijzige vertakkingen.

En dit alles ommetseld met zuilen als in een soort architectenschets die de buik met de werkelijkheid verbindt.

Het doek is een gelaagde holte. Het schilderij zit goed ingesloten in het doek. Het is als een gesloten cirkel, een soort afgrond die in het midden roteert en splitst. Het is als een geest die zichzelf ziet en graaft, het wordt voortdurend geremixt en bewerkt door de krampachtige handen van de geest. De geest zaait zijn fosfor.

De geest is zelfverzekerd. Hij zet zijn voet stevig in de wereld. De granaatappel, de buik, de borsten zijn als bewijzen getuigend van de werkelijkheid. Er is een dode vogel, er is gebladerte van zuilen. De lucht zit vol met potloodstrepen, potloodstrepen als messteken, als striemen van magische nagels. De lucht is voldoende omgedraaid.

lees verder

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.62-64]
vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Un ventre fin. Un ventre de poudre ténue et comme en image. Au pied du ventre, une grenade éclatée.

La grenade déploie une circulation floconneuse qui monte comme des langues de feu, un feu froid.

La circulation prend le ventre et le retourne. Mais le ventre ne tourne pas.

Ce sont des veines de sang vineux, de sang mêlé de safran et de soufre, mais d’un soufre édulcoré d’eau.

Au-dessus du ventre sont visibles des seins. Et plus haut, et en profondeur, mais sur un autre plan de l’esprit, un soleil brûle, mais de telle sorte que l’on pense que ce soit le sein qui brûle. Et au pied de la grenade, un oiseau.

Le soleil a comme un regard. Mais un regard qui regarderait le soleil. Le regard est un cône qui se renverse sur le soleil. Et tout l’air est comme une musique figée, mais une vaste, profonde musique, bien maçonnée et secrète, et pleine de ramifications congelées.

Et tout cela, maçonné de colonnes, et d’une espèce de lavis d’architecte qui rejoint le ventre avec la réalité.

La toile est creuse et stratifiée. La peinture est bien enfermée dans la toile. Elle est comme un cercle fermé, une sorte d’abîme qui tourne, et se dédouble par le milieu. Elle est comme un esprit qui se voit et se creuse, elle est remalaxée et travaillée sans cesse par les mains crispées de l’esprit. Or, l’esprit sème son phosphore. L’esprit est sûr. Il a bien un pied dans le monde. La grenade, le ventre, les seins, sont comme des preuves attestatoires de la réalité. Il y a un oiseau mort, il y a des frondaisons de colonnes. L’air est plein de coups de crayon, des coups de crayon comme des coups de couteau, comme des stries d’ongle magique. L’air est suffisamment retourné.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #162

162 – la suppression radicale d’un membre – ÊTRE

Beschrijving van een lichamelijke toestand

een scherp, brandend gevoel in de ledematen,

verkrampte spieren en als opgespannen het gevoel om van glas te zijn en breekbaar, een schrik, een terugdeinzen van beweging, van lawaai. Een onbemerkte hulpeloosheid in de stap, de gebaren, de bewegingen. Een voortdurend gespannen wil voor de eenvoudigste gebaren,

het verzaken aan het eenvoudige gebaar,

een soort centrale, overweldigende moeheid, een hunkerende moeheid. Alle bewegingen dienen herbedacht te worden, een soort doodsmoeheid, geestesmoeheid voor de eenvoudigste musculaire krachtinspanning, het gebaar iets te nemen, van zich gedachteloos ergens aan vast te grijpen,

door de inzet van de wil ondersteund te worden.

Een vermoeidheid van bij het begin van de wereld, de sensatie om het eigen lichaam te moeten dragen, een gevoel van een ongelooflijke kwetsbaarheid, dat uitgroeit tot een slopende pijn,

een toestand van pijnlijke verdoving, een soort verdoving gelokaliseerd op de huid, die geen enkele beweging verhindert maar het inwendige gevoel van een ledemaat verandert, en zo de simpele verticale stand de prijs van een zegevierende inspanning geeft.

Waarschijnlijk beperkt tot de huid, maar aanvoelend als de radicale verwijdering van een ledemaat, het geeft aan de hersenen enkel nog beelden van draadachtige, pluizige ledematen door, beelden van verre ledematen en die niet op hun plaats zitten. Een soort inwendige breukin de samenhang van de zenuwen.

Bewogen zwijmeling, een soort dwarse verblinding die gepaard gaat met elke inspanning, een stolling van warmte die knelt rond heel het schedeloppervlak of die in stukken wordt gesneden, plakken warmte die zich verplaatsen.

Een verhevigde pijn in de schedel, een snijdende druk op de zenuwen, de nek gebogen om te lijden,slapen die verglazen of marmeren, een hoofd dat door paarden wordt vertrapt.

We moeten het nu hebben over de ontlijving van de werkelijkheid, van dat soort breuk, die, zo lijkt het, zich gaat verspreiden tussen de dingen en het gevoel dat ze produceren in onze geest, de plaats die ze dienen in te nemen.

deze ogenblikkelijke ordening der dingen in de cellen van de geest; niet zozeer in hun logische orde maar in hun gevoelsmatige, affectieve orde

(die niet meer tot stand komt):

de dingen hebben geen geur meer, geen geslacht. Maar ook hun logische orde wordt soms doorbroken, juist door hun gebrek aan emotionele geur. Woorden die rotten bij de onbewuste roep van de hersenen, alle woorden voor eender welke mentale operatie, en vooral die woorden die raken aan de meest gewone, meest werkzame delen van de geest.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.60-61]
vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

DESCRIPTION
D’UN ÉTAT PHYSIQUE

une sensation de brûlure acide dans les membres,

des muscles tordus et comme à vif, le sentiment d’être en verre et brisable, une peur, une rétraction devant le mouvement, et le bruit. Un désarroi inconscient de la marche, des gestes, des mouvements. Une volonté perpétuellement tendue pour les gestes les plus simples,

le renoncement au geste simple,

une fatigue renversante et centrale, une espèce de fatigue aspirante. Les mouvements à recomposer, une espèce de fatigue de mort, de la fatigue d’esprit pour une application de la tension musculaire la plus simple, le geste de prendre, de s’accrocher inconsciemment à quelque chose,

à soutenir par une volonté appliquée.

Une fatigue de commencement du monde, la sensation de son corps à porter, un sentiment de fragilité incroyable, et qui devient une brisante douleur,

un état d’engourdissement douloureux, une espèce d’engourdissement localisé à la peau, qui n’interdit aucun mouvement mais change le sentiment interne d’un membre, et donne à la simple station verticale le prix d’un effort victorieux.

Localisé probablement à la peau, mais senti comme la suppression radicale d’un membre, et ne présentant plus au cerveau que des images de membres filiformes et cotonneux, des images de membres lointains et pas à leur place. Une espèce de rupture intérieure de la correspondance de tous les nerfs.

Un vertige mouvant, une espèce d’éblouissement oblique qui accompagne tout effort, une coagulation de chaleur qui enserre toute l’étendue du crâne ou s’y découpe par morceaux, des plaques de chaleur qui se déplacent.

Une exacerbation douloureuse du crâne, une coupante pression des nerfs, la nuque acharnée à souffrir, des tempes qui se vitrifient ou se marbrent, une tête piétinée de chevaux.

Il faudrait parler maintenant de la décorporisation de la réalité, de cette espèce de rupture appliquée, on dirait, à se multiplier elle-même entre les choses et le sentiment qu’elles produisent sur notre esprit, la place qu’elles doivent prendre.

Ce classement instantané des choses dans les cellules de l’esprit, non pas tellement dans leur ordre logique, mais dans leur ordre sentimental, affectif

(qui ne se fait plus) :

les choses n’ont plus d’odeur, plus de sexe. Mais leur ordre logique aussi quelquefois est rompu à cause justement de leur manque de relent affectif. Les mots pourrissent à l’appel inconscient du cerveau, tous les mots pour n’importe quelle opération mentale, et surtout celles qui touchent aux ressorts les plus habituels, les plus actifs de l’esprit.

Categorieën
Anke Veld

anke veld – 8

Next morning Anke showed me around. The Place wasn’t exactly hidden but it sat against a wooded hill, and the main entrance was directed towards a sandy road leading to nothing but a small village that had somehow retained its agricultural past. The villagers called it ‘den Bol’, and nearly all of them were doing chores there as gardener, craftsmen, administrators or some other  function, but ‘All of them are students and teachers’ she explained, ‘because The Place was all about education and there was no distinction between teaching and learning.’ 

Some sect, i thought but before i could finish the thought Anke corrected me..

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza

journal intime #161

161- le verbe n’est qu’un foetus – ZIJN

jamaar Vekemans gij met uw doemende kritiek altijd wanneer gaat ge ne keer iets positiefs schrijven, wanneer krijgen we ne keer een schoon gedichtje, een plezant tekeningske, iets simpel en bevattelijk waar ge blij van kunt worden?

joa joa.

’t is dat ge ’t niet wil horen è. het hoopvolle is vooralsnog onaanvaardbaar omdat ge zelf in de weg zit, en daar kan en wil ik, uw zogenaamde auteur, niks aan verhelpen.

de Neue Kathedrale des erotische Elends is een proefproject van een programma dat programma’s aanmaakt. ondersteunende, troostbiedende en sanerende (be)leefprogramma’s voor de organisatie van de menselijke creativiteit. auteursprogramma’s. schrijf-leesprogramma’s (schrijven=lezen, iedereen is auteur).

wat is dat? neen: hoe gebeurt het?

de creatieve activiteit krijgt middels de programmering ritme, de I/O flow wordt adem.
de adem is de levensadem: het getij van expressie en regressie van het zelf, een zelf dat geleidelijk aan in de crea-tijd uitklaart, ontspant tot poort.

het werk wordt een open voortuin in de wereld aan het huis van het zelf, een thuis (kom thuis! zorg eerst voor uzelf!), een belevingsruimte. de voortuin is een uitnodiging, niet tot het zelf als inhoud maar tot de poort, tot de activiteit : het spreekt de ander aan in haar nood om (er) iets (aan) te doen.

binnen in haar thuis zoekt het creatieve zelf verbinding met de overlevering, het reactiveert de adem, de flow van de ziel in de afgestorvenen, de voltooiden. het zelf is geen ik meer maar een het: het heeft zich van het nijdige ik onthecht.

onthecht, ontdaan van eigenbelang ontsluit het in haar thuis de schatten van het bewaarde, de humane kwaliteit

deze ontsluiting is een lezing en de lezing is telkens weer lezing van een graf, een occulte connectie met het onleefbare Buiten, transformatie van de morbide code naar actieve Stem, een schrijven van het Echte.

daar is niks mystieks aan, jij doet het hier en nu, terwijl je dit leest. lezen is ook geloven dat je de schat van het Bewaarde ontsluit. lezen is geloven dat jij het waard bent om betekenis te ontvangen. lezen is religie, verbinding.

en elk lezen is een schrijven. jij bent auteur van wat je leest.

het zelf is (ook) een sterven van de ziel (Heraclitus) in de dissimulerende rede, het werk van de dodende Werkelijkheid. de Ziel beweegt zich pijnlijk in het stramme van onze mortificerende realiteiten, onze koopwaar.
de wereldziel strandt en sterft in ons, spoelt aan op het zand in onze harten als potvis

maar sterven is leven, net zoals lezen schrijven is, leven is de negatie van de negatie van het sterven.

de bloei van het werk is wat bloei altijd is: verleiding, geil, expressie van de wil tot copulatie, bevruchting, transmissie.

bloei is sowieso altijd transgressie van de geterritorialiseerde Werkelijkheid. bloei breekt uit het cocon van de realiteit, van het verkochte Rot. bloei breekt vrij uit de Brol.

buiten, in de voortuin nodigt het de ander uit, niet tot het zelf maar tot de verbinding, de poortwerking, de bezigheid, de adem van de wereldziel. het heeft er geen belang bij wat u of wie dan ook doet met deze uitnodiging.

het wil niet overtuigen, het wil geen succes, het wil niets, het is louter beleving, exemplarisch actief, vegatatief onuitroeibaar, onooglijk flexibel als gras, viraal transmuteerbaar tot elke leef/sterf-omgeving.

het is het virus van de Vrije Lyriek.

en het individu lost op in de verbindingen die het faciliteert.
en het is als niemand dat het telt, een schrijven zonder naam, een lichaam zonder organen.

‘jamaar V… ‘
ja maar wie? alles van mij is al lang weg.

graag uw commentaar op deze aflevering van het journal intime-programma. commentaren worden geplaatst bij herziening van de teksten in een van de volgende programma’s
vermeld uw mailadres als u persoonlijk antwoord wil krijgen (uw mailadres wordt niet publiek gemaakt)
vermeld uw website als u een link daarnaar bij uw commentaar wenst

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
Anke Veld Proza

ANNA – Anker

Een boom in dit huis, uit de vloer vorkt een stam, de blik volgt de stam. Jij bent die blik, het programma. Vertakkingen splijten je. De splijtende blik wordt versplintering. Desintegratie: bij elke vertakking laat je een deel van je lichaam achter, zoals in een videospel maar dan omgekeerd: je hart, je nieren, een oog, een vingerkootje. Een spoor van slijm en bloed trek naar boven. De boom wil het huis uit, de daksponten kraken.

Dan ben je een oude vrouw. Een oude handgehaakte sprei geurt muf op je benen, de thee is al lauw. Je hoorde een geluid, je dacht dat het de storm was buiten, maar daar wordt je het salon al uitgesleurd, een gezichtsloze vrouw sleurt je de kleren van het lijf, je wordt het bad ingeduwd. De scene verwildert. Wakker worden, roept een stem. Wordt wakker.

Handen slaan, duwen, hakken. ‘Oefening, oefening.’ Haar stem in je hoofd. Je zit in je kooi, in je kot. Hoe lang is nog maar geleden? Twee dagen? Een week? Het heeft geen belang, er is toch geen tellen aan, nergens kan je in krassen, geen teken houdt stand in het smetteloze wit van deze ruimte en de groene balk op het werkvlak lijkt wel voor eeuwig stil te staan op net iets meer dan twee vijfde van de weg. Is er er wel voortgang, vooruitgang, vordering? Maakt het wat uit?

Oefening.’ Opstaan. Je weet wat er van je wordt verlangd. Niet aarzelen: je ritst jezelf weg uit het gat in je droom, je holt naar de glasmuur, plakt je neus tegen het glas, kijkt naar de vlek van je adem op het glas die uitdeint, ogenblikkelijk krimpt, verdwijnt, uitdeint. De zware bromtoon van het hydraulisch systeem zet in.
Niet aarzelen, niet omkijken, niet denken. Met een hels gesis slokken de wanden het weinige meubilair op. Dat weet je, dat voel je, dat je zag je ook die ene keer dat je wel keek. Niet bewegen. Doe je niet wat je doen moet, dan krijg je een stroomstoot van hoge voltage door je naakte lichaam.

Langzaam zetten de wanden zich in beweging, de balk wordt smaller en smaller, ook de muur met de deur komt op je af. Je adem gaat sneller, de wasem versnelt, je hartslag verdubbelt.

Nog niet. Je wordt niet verpletterd, een schrille fluittoon waarschuwt je, de druk wordt met de buitenlucht gelijkgesteld, je klemt je ellebogen tegen de zijwanden die je nu nog net een meter laten en daar schuift het glas weg, je wankelt in de felle kou die je plots overvalt want het is koud koud koud buiten en er staat een strakke wind waar je binnen niets van merken kon.

Neen, je wordt ook nu niet de afgrond ingeduwd, het is je zelfs toegestaan de maximale steun op te zoeken van het metertje grond dat je hebt, je mag knielen, je mag bibberend je neus over de rand van het platform steken, naar beneden turen, links, rechts, onder je, nee, ja, nee je bent niet alleen, want onder je, zo’n tien, twaalf meter lager zie je nog zo’n hoofd als een larve uit net zo’n platform als het jouwe wriemelen.

Ernaar schreeuwen helpt niet.

Elk geluid gaat verloren in de wind en je bent op je hoede want in de eerste weken (of was het later) was er één rakelings langs je heen naar beneden gestort, je had zijn gil gehoord 1 eeuwigheid lang toen het beeld van van een klapwiekend lichaam al een tel verdwenen was, maar zeker ben je niet want toen je het begreep was er beneden al niets meer te zien en wat maakt het ook uit of je nu zegt ‘iemand sprong ‘ of ‘iemand werd geduwd’ of ‘ik droomde dat ik viel’?

De wind giert en je kan 1, 2, 3 van je lotgenoten onderscheiden op twaalf meter afstand onderling, net zo ver tot ze samen versmelten in een strakke lijn die op zijn beurt in de witte leegte onder je verdwijnt. Springen is geen optie.

Het glas schuift terug, je metertje verbreedt zich weer, je hok deint uit tot alles weer uit de muren geklapt, glanzend en ordentelijk is, van huidschilfers en haartjes ontdaan perfect, naadloos nieuw en wit zoals het was (wanneer?), net als de vraag die weer opdoemt en het oude vertrouwde antwoord van haar stem in je hoofd.

Springen is geen optie. Hou van die stem.

Mijn stem is een anker’.

invoertekst (2006)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Noten[+]