Categorieën
MOROSE

als we sterven zijn we van alles verlost

dat alles van ons verlost is dan, daarvan vang ik dagelijks de zuchten van opluchting luid en duidelijk. vooral de kakkerlakken zijn al volop feestjes aan het plannen met blacklights op de schubben der rottende sardientjes enzo.

maar van de doden hoor ik nooit wat, en zeker geen hoera-geroep. van de ja-nee vragen waarop we het antwoord vooralsnog niet kunnen kennen, kunnen we enkel proberen  een ‘redelijk’ waarschijnlijkheidspercentage in te schatten, en in de Prognose van de NKdeE ligt de kans op ‘verlossing’ door de dood bij in de prullenmand van alles wat te mooi is om waar te zijn. 

maar bon, wij gunnen iedereen graag het comfort van hun geloof, dus aan het zuivere nihilistische denken van de ideologie van het Zijn zonder godsfunctie, het Post-Moderne Vlot van het Zijn, (haastig in elkaar getimmerd toen het fregat door Derrida con suis werd getorpedeerd en  roemloos in de dieperik verdween- elke keer schiet uw schoen weer door de planken, en vind die dan nog maar terug) weze ook deze fantasmagorie gegund.
 

de NKdeE hanteert nog een derde ‘dogma’- ik wist dat ik weer iets vergeten was 😉- en dat is de Wet van het Behoud van Informatie.
die Wet is vooralsnog 1 groot mysterie, terwijl het wel duidelijk is wat ze zegt. ze zegt dat als je uit data informatie haalt, je die er nooit meer uit krijgt. informatie legt een vouw in het dataverloop, dus elke keer als je soortgelijke data (meetresultaten) hebt zullen die langs die informatieve vouw verlopen tot je een andere vouw maakt, maar je kan de vouw nooit ontvouwen en elke ‘andere’ vouw wordt gekleurd door de eerste want ze is er een recursie van.

de bewijzen voor die Wet zijn al even raadselachtig als de Wet zelf. er zijn er twee, allebei, zoals bij de Godsbewijzen vroeger ‘ex negativo’:

1. als de kat dood is in de zak, kan je haar niet meer in leven redeneren (je hebt in de zak gekeken). 

2. soep kan je niet meer ont-koken (de data zijn het resultaat van metingen die de gebeurlijke data vernietigen, rasteren in het informatie Veld. de data zelf zijn door de ‘lezing’ herschreven maar ze hebben ook nooit ‘bestaan’, hun ‘zijn’ is een illusie die momenteel versterkt wordt door de metafoor van het ‘bewaren’ van ‘bestanden’. maar zo’n bestand gebeurt niet zoals de data zelf gebeurden, namelijk als een netwerk van co-ordinaten, de resultante van de immer meer verfijnde meting van een gebeuren dat je nooit meer exact kan herhalen.

erbarme dich

een voorbeeld kan veel verduidelijken.
een violist speelt ‘Erbarme Dich’ in een kaal kamertje met een micro in.

de micro vangt de geluidsgolven en zet die om in elektropulsen, een frequentiesplitter verdeelt die de in 8,16, tegenwoordig al 32 eenheden van de vooraf bepaalde frequentieschaal en dan is het coderen maar een kwestie van de 1tjes en de nulletjes op de juiste plaats te krijgen. je kan het bestand wel ‘afspelen’, een frequentie ‘opteller’ telt de boel dan weer samen en stuurt dat naar de luidspreker, maar daarmee speelt de violist niet opnieuw. 

de data van het vioolspel zijn gemaakt door de micro en alles wat daarna gebeurt, het terug omzetten daarvan creëert nog geen herhaling van de violist in dat kale kamertje want dan zou heel het universum zich moeten herhalen.

O, mocht dat ooit gebeuren, mocht één of andere nihilist er ooit in slagen om de miniemste herhaling in het Gebeuren te introduceren, dan krijg je hetzelfde als wanneer je een midi output signaal aansluit op de input van het systeem: pats boem, game over.

je zou er een prijskamp voor willen uitschrijven. wie er in slaagt om die violist met zijn kale kamer in een bestand te krijgen en er weer uit, mag van mij zelf op de resetknop komen duwen.

maar bon, soit, ja selbstverstendlich, liefste zweethard, soyons serieux : de goedige mens wil en zal alles kwalificeren, dus ‘informatie’ moet en zal ‘goed’ zijn en die oncontroleerbare data vormen bedreigingen voor onze ‘privacy’ dus die zijn ‘slecht’. zoals ‘groei’ altijd ‘goed’ is en ‘verval’ altijd slecht.

geen enkel stukje informatie heeft men ooit kunnen betrappen op enige ‘slechtheid’. en Facebook is redelijk tot behoorlijk goed in het exploiteren van onze data (Google gaat het beter doen1vanaf 2024 schat ik, en dat gaat weer ferm op het gaspedaal van het Cataclysme duwen want een FB dat echt goed werkt is honderdmaal erger dan de huidige ramp., denken ze daar, en ze hebben nog gelijk ook want de huidige programmatie van FB is een ramp die de ramp van haar fundamenten wil ontdoen, maar dat gaat natuurlijk niet meer).

d’r zit daar een tragische paradox in: wij hechten alle belang aan ons geheugen want daardoor stromen de enige ritmes van info die een duur lijken te hebben die de unieke duur (Artaud) transcenderen kan.
we beleven in feite niet het nu maar het net gepasseerde, het nu is een limiet die misschien enkel voorbehouden is voor de mediterende Wijze die ‘het’ bereiken kan.

maar de machine waarop dat nostalgische bewustzijn ‘draait’, de werking van ons vlees (dat is niet hetzelfde als het bedachte ‘lichaam’, het is het fameuze Corps Sans Organes van de Deleuze-Artaud) is nou eenmaal een vernietigingsmachine die uit fysieke zwakte gedwongen wordt om data om te zetten (een Fourier-variant) in (talige) informatie en die informatie via communicatie ervan in energie (voedsel, opwinding die volstaat voor de copulatie, landbouw,  etc).

de zon tolereert ons omdat wij branden waar haar stralen niet kunnen stoken.

een groot deel van wat wij onszelf wijsmaken in onze dualistische geesten omtrent ‘goed’ en ‘kwaad’ van die I/O die het vooral niet nodig heeft om aldus gekwalificeerd te worden om haar te kunnen verklaren. voedsel is goed en lekker, kak is slecht en vies. maar de laag aarde op onze aarde die wij zo verheerlijken in onze natuurgezangen is kak van de miljoenen organismen die haar hebben bevolkt en voortduren ‘harde’ materie omgezet hebben in het ‘verteerbare’.

proef maar.

en het is die ongekwalificeerde verklaring net die we nodig hebben om de nodige inzichten te bereiken die ons alsnog in staat zouden kunnen stellen om onszelf weer een toekomst te bezorgen.
want om de mens te redden moet je inhumaan denken, anders verergeren de besluiten gewoon de afgang. 

bidden met de moed der wanhoop / de morose Liefde

ik durf daar niet op hopen, maar ik bid er soms wel voor, dat wij daar ooit toe in staat zouden zijn, want ik voel constant de moed der wanhoop en dat is een wreed gevaarlijk symptoom van mijn morose dat mij al herhaaldelijk de grootste miserie heeft bezorgd.

de Moed der Wanhoop is immers helemaal geen ‘moed’ of ‘heldhaftigheid’ maar een totale, abjecte onverschilligheid omtrent alles wat er jou nog te gebeuren staat.
het is zoals die andere modelpatient Antonin Artaud het zo treffend verwoord in zijn Fragmenten uit een Dagboek van de Hel: niets dat niet het Vlees van de moroticus raakt, raakt hem echt. 

als je dat soort onverschilligheid t.o.v. jouw ‘zelf’ ervaart, ben je natuurlijk ook niet meer in staat tot een normaal niveau van receptiviteit voor de emoties van de ander. jouw empathie schiet alle kanten op, en meestal richting ridicule extremen.

in deze gedaante lijkt de morose veelal op een uiterst blinde vorm van verliefdheid, een zich ten koste van zichzelf willen verliezen in de ander.
een bijzonder wansmakelijk schouwspel, dus.

de morose Liefde druipt overal van de schermen. het is het soort liefde dat je voelt als je zegt dat je van vis houdt.

als je bevangen wordt door de Moed der Wanhoop doe je ook de gekste dingen met vaak vreselijke gevolgen voor jezelf, en wat erger is, voor anderen, die nog niet zo ver zitten in het ziekteverloop.

vanwege de eigen conditie, bijvoorbeeld, kom je er niet meer toe te begrijpen dat de ander nog enige emotie voelt bij je analyse van de liefde, de vriendschap, de walging, de haat. je kan bij de onvermijdelijke dissociatieve instorting  al die emoties die aan die concepten kleven niet alleen naar believen ervaren, je kan ze ook  zo zien gebeuren dat het vertoon je één grote groteske is geworden.

je staat, Artaud weer –  geheel naast het leven.

en excuses achteraf aan de slachtoffers die je nietsvermoedend maakt, hebben geen zin want alleen jij kan zien hoe dood en door en door ziek je eigenlijk bent. hoe je lacherig en  wanhopig naar een uitweg zoekt, dag en nacht, dromend en wakend met de heftigheid van een geklemde wolf die zijn eigen poot zal afbijten om uit de klem te raken.

in een hotelkamer, meestal. of een goedkoop appartementje dat je niet warm krijgt zonder je nog armer te stoken dan je al bent.

maar val daar aub de ander niet mee lastig, denk ik dan.

je ontneemt zo die kindjes vaak hun laatste uren onschuldige levensvreugde nog. en patiënten met een hoge narcisme-score ga je vaak de ander systematisch zien vernederen vanuit een volslagen indifferent genot in de ‘schoonheid’ van de verwording van de ander. zo wil je toch ook niet worden, een speelbal van je eigen sadisme?

de windhaan

voor de collega’s die zich in dit schrijven herkennen toch wat goede raad van mij als ervaringsdeskundige.

vergeet, hooggeleerde en diklagig met eigen lof ingesmeerde confrater, misschien ff je literair gecultiveerde status van haantje de voorste en volg een opleiding tot ordinaire windhaan.

vraag ook niet om medelijden, want dat medelijden zal je enkel willen vernederen.
sluit jezelf op. ga in quarantaine.
er druipt paars gif uit je bek als je praat.

maar hou dan ook meteen en wel onmiddellijk  op met jezelf zo te veroordelen, want ook daar schiet niemand wat mee op.

want ook de uitzonderlijkheid van jouw verhaal, het uniele van jouw lijden is een illusie. de morose heeft op dit ogenblik waarschijnlijk al net zo veel mensen in zijn greep als dat virusje met de Grote Heisa. die collega-sukkels zitten misschien niet zo ver als jij in het Verloop, maar dat betekent enkel dat jij eerst voor de bijl gaat en die andere gelukzak het nog wat jaren meer mag uitzingen.

zwijg, denk, zoek en bouw een oplossing.

maar hou eerst en vooral je basics in het oog. volg een regime met voldoende slaap, eten en beweging. benut elke kans op sensueel contact want enkel dat geeft jouw vlees weer zin om verder te gaan op deze martelgang.

gebruik die faliekante Moed van je, maar ga uiterst omzichtig te werk omdat emoties de basis zijn van elke kennisverwerving en de jouwe draaien alle kanten op als een windhaan. leer te leven als de windhaan tot wie je verworden bent, aanvaard de vernedering van het falen als de wijze les van het Vlees.

want niets van wat je vroeger bedenken kon om je zelfbeeld aan te zwangelen werkt nog vanzelf, je moet het manueel aanzwengelen.
telkens weer opnieuw.

vandaar die onaflatende vermoeidheid. het gebrelk aan klaarte, aan ruimte, aan verpozing. nooit enige rust in de dictatuur van de Morose.

want waar ga je in deze hertekende configuratie in hemelsnaam nog de plakkertjes ‘goed’ en ‘kwaad’ plakken? en waarom? en voor wie?

wij mensen zijn niet goed of slecht, we zijn allemaal even ‘erg’.

en zolang we dat niet publiekelijk kunnen aanvaarden, zal het alleen maar erger worden.
wat het dan ook doet.

https://www.youtube.com/watch?v=0UM0IJ9H360

Noten[+]

Categorieën
Kathedraalse Leer propaganda Proza

te gek

  • maar meneer, u zegt dat de cijfers u zeggen dat onze soort geen toekomst meer heeft, maar die cijfers gaan over 2050, 2100, 2214, …
    ondertussen vinden wij voor alles wel een oplossing, toch? kijk hoe snel het allemaal gaat…u denkt doem, meneer!
  • ja dat zeiden ze in 1978 ook, ik hoor hen het nog zeggen: in 2020? boh, dan vliegen we naar Mars, dan leven we allemaal honderden jaren en niemand hoeft er nog te werken.
    en waar zitten we in 2021?

er is niets veranderd.
wat er veranderd is aan de cijfers, is vele, vele malen verergerd.
elk jaar zijn sindsdien de eindtijden dichter gekropen, met sprongen, telkens als de diagnose scherper kon worden gesteld. ook dat proces versnelt.

ik kan alleen maar besluiten dat het, zonder een omslag in die tendens, gewoon blijft verergeren. ik besluit niet dat het onvermijdelijk is, dat laten de huidige cijfers mij niet toe, integendeel: er is nog een beetje tijd om het volgende point of no return te vermijden. ik besluit enkel dat er behoudens verandering, geen toekomst meer is voor de anderen om te doen wat ik nu zo graag doe: leven.

en alles wat ik graag doe in dit leven, is kennis geven aan de ander en delen wat ik be-leef, nieuwe gewoontes bedenken die wel nog kunnen werken.

maar er veranderd niets.
totaal n i e t s.
de voorspelde doden sterven braafjes op tijd.
want onze prognoses worden alsmaar beter. hoera!

en toch passeerden we er al zoveel.
van die P.o.R’s. onze ribben, zien blauw van al dat gepor van de doden.
en bij elke POR komt er weer een nulletje bij in het aantal doden dat had kunnen vermeden worden.
en we blijven dat doen.

tja.


ergo: er is momenteel op 26/11/2021 om 14:25 0,00000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000314% kans op een toekomst voor de menselijke soort.

vanaf welk cijfer na de komma was er iets weer wetenschappelijk een ‘feit’?
ik weet dat zulks een dynamisch gegeven is, maar ongeveer, zo, het scheelt niet op een nulletje.

de Gignomenologie van de NKdeE is nog geen wetenschap, maar wil dat wel graag worden. de regel ‘als het goed is voor de wetenschap, dan is het goed voor de NKdeE’ werkt enkel in die richting.

dus de wetenschap zou dit feit uit eigen beweging moeten aanvaarden en leren hanteren. maar dat zal nooit gebeuren. want het feit op zich veranderd echt wel één en ander in je denkgewoontes, in je denktrant als die gebaseerd is op een onwankelbaar geloof in het Zijn en de Dingen.

die denktrant, de enige die men kent, blijkbaar, klopt dan niet meer.
je krijgt het niet meer bij elkaar.
het wèrkt gewoon niet meer.
want binnen het Zijn, kàn dit gewoon niet.

want elk Zijn is Goed en Eeuwig.
per definitie. anders is het Niets.
een fatal error.

en toch gebeurt het.
te gek.

de propaganda van de NKdeE is er in principe op gericht om in volgorde van prioriteit en binnen onze mogelijkheden.

  1. in de Afloop het levenscomfort van de Vervloekten te verhogen.
  2. pogingen om de einddatum van de Afwezige Toekomst te verschuiven richting 22ste eeuw ( het bekomen van Uitstel) te ondersteunen.

In de Praktijk van de Gignomenologie (de theorie ervan wordt slechts uitgeschreven waar dat nuttig is, omdat die theorie af te leiden is uit de exemplarische praktijk) hebben we weinig tot geen middelen om aan punt 2 te werken, we zijn daar te loemp, te zot en te arm voor.

in de praktijk heeft de NKdeE u dus enkel wat troost te bieden bij het aanschouwen van de feiten.
sorry è

Categorieën
Grafiek Kathedraalse Leer propaganda

te gewoon

kennis is een mentale gewoonte.
fietsen is een fysieke gewoonte.
fysieke gewoontes verhogen het fysieke comfort (gezondheid).
mentale gewoontes verhogen het mentale comfort (gezondheid).

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden, langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

functioneel heeft de mens die mentale gewoontes nodig.
zonder mentale gewoontes stort heel het informatiesysteem van het individu in.
dus alles in onze lijven, in ons aggregaat van Vlees en Geest, is er op gericht om die gewoontes aan te maken, te testen en, letterlijk, in te lijven.
die productie veroorzaakt stress, maar die stress is onvermijdelijk en wordt beloond (het aaaah-gevoel als je je iets meester hebt gemaakt) met een verhoging van het comfort. we leren het onze kinderen aan om die stress te verdragen (ver-dragen: pijn wordt genot, naar de toekomst gedragen).

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet WAT die zijn, maar HOE die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

  • vroeg of laat stort elk individueel mentaal systeem in als het zich in deze samenstervingen (zo gebeuren ze, men kan enkel nog overleven) wil in stand houden.
  • Covid verstrekt en versnelt bestaande tendenzen.
  • alles wat we onze kinderen aanleren is nutteloos, want onze gewoontes werken al lang niet meer
  • alles wat we onze kinderen aanleren is zinloos want de cijfers van vandaag zeggen ons dat er geen toekomst is voor deze soort.

YAYA

het is allemaal veel te gewoon om te begrijpen.

de propaganda van de NKdeE is er in principe op gericht om in volgorde van prioriteit en binnen onze mogelijkheden.

  1. in de Afloop het levenscomfort van de Vervloekten te verhogen.
  2. pogingen om de einddatum van de Afwezige Toekomst te verschuiven richting 22ste eeuw ( het bekomen van Uitstel) te ondersteunen.

In de Praktijk van de Gignomenologie (de theorie ervan wordt slechts uitgeschreven waar dat nuttig is, omdat die theorie af te leiden is uit de exemplarische praktijk) hebben we weinig tot geen middelen om aan punt 2 te werken, we zijn daar te loemp, te zot en te arm voor.

in de praktijk heeft de NKdeE u dus enkel wat troost te bieden bij het aanschouwen van de feiten.
sorry è

Categorieën
creativiteit en waanzin Kathedraalse Leer Lopende zaken Walg & Rot

de haan kraait

een voorpublicatie uit “MOROSE/ DE ANDERE KANT VAN DE AARDE“, een experiment in gedeeld schrijven van Adriána Kóbor en mijzelf.

het is ochtend, ik ben hier en de haan kraait. 

(aan de andere kant van de aarde is het nacht — ik ben hier en niet daar / de haan slaapt –)

de haan maakt er mij opmerkzaam op dat het ochtend is. maakte. 

ik schrijf ’s nachts, de laatste tijd. dan heb je minder stoorsels van het luidruchtige braken van de FB exploitatie-machine.
ik vind de nodige initiële rust dan, een huzarenstuk voor het onophoudelijke verscheurde en verscheurende woelen in mij.

maar van zodra ik aan deze materie begin word ik ingesloten, gevangen, beklemd door de urgentie, de angst die geen angst meer is maar een emotieloze  vaststelling dat er iets zou moeten ondernomen worden en dat er tezelfdertijd hoegenaamd niets kan ondernomen worden dat iets op een decisieve wijze vermag te verhelpen aan de toestand waarin ik mij bevind.

een persoonlijke toestand die analoog is met mijn status van ‘mens’, mijn ‘zijn’ als bedreigde diersoort.

want volgens de op alle denkbare wijzen aanvechtbare prognosis van de NKdeE zitten wij, mensen, met zijn allen gevangen in een programma dat in een rotvaart afstevent op een ‘apocalyps’, een ‘extinction level event’ in hollywood-taal, maar het gegeven van deze ‘apocalyps’ is veel complexer en ook weer veel eenvoudiger dan de eng-humanistische visie die de media er op projecteren. helemaal zeker kan ik niet zijn, maar ik betwijfel sterk dat u aan hetzelfde denkt als ik bij het horen of lezen van dat woord.
de verklaring daarvan volgt elders in dit document.

een kenbaar gemaakt feit is alvast dit: ik slaag er privé niet meer in om van mijn rookverslaving af te raken, dus ook ik steven af op een ondergang met vooruitgeschoven datum. tot in 2020 zou ik nog 92 worden, nu lijkt het eerder op iets in de 60, met wat geluk haal ik 70 nog.

maar hou de André Gaillard in u toch maar even stil nog: spreek mij niet van narcisme. van de talloze mentale stoornissen in mijn geestesleven is het narcisme maar een marginaal straaltje, het loopt er ergens verloren tussendoor en het infantiele gebral ervan wordt door de vele verslavingen gemakkelijk gesust.
dit, om maar te zeggen dat ik verder geen enkel verband wil leggen tussen mijn persoonlijke zielige afgang en het Apocalyptisch gedachtengoed, een materie waar ik overigens echt nog maar een onbeduidend akolietje ben, een wulpse novice. wees gerust: het is dus niet omdat ik eraan moet, dat het met jullie ook maar gedaan moet zijn.


was het dat maar, een paar pilletjes, wat empathie-therapie en het was opgelost. het is veel en veel erger dan dat. elke keer, zo merk ik, als ik aan iemand de uitleg in één van mijn mondelinge betogen aan een argeloos nieuw slachtoffer doe, valt er een mond open. lees ik de ontzetting af in het gelaat van de ongelukkige die mij aanhoort. ik krijg allengs meer en meer de neiging om te zwijgen, maar de drang tot praten wint het helaas altijd.

maar goed, daarover gaat het nu en hier nog niet. ik poog u hier enige modaliteiten van mijn Morose-onderzoek te verduidelijken. omdat ik zo onbescheiden men te menen dat het u allen aanbelangt, en op een vrij directe manier nog wel. dit stukje gaat o.a. over Artaud, euthanasie en, het kon niet uitblijven Covid.

aldus.

ik gebruik en misbruik enkel de rijke schat aan negatieve gevoelens die de gedachte aan dat persoonlijke falen en de nakende dood in mij oproepen om een natuurgetrouw beeld te krijgen van de psychische stoornis die ik ‘morose’ heb gedoopt, de halve titel van deze tekst.
ik ben de bedenker van de diagnose en meteen de eerste levende  modelpatiënt bij wie de ziekte werd vastgesteld. maar we zullen sporen van Morosis (de latijnse naam) terugvinden tot bij de banneling Ovidius of zelfs nog verder terug in de tijd. 

het dv-appje in een zeikstoornis met de verontwaardigde reactie van de geheel ongewild bezekene, 2023

nu, klein locaal probleem nog: in het Neo-Kathedraalse denken is een Stoornis een term uit onze Werktuigkunde (de Anke Veld Wiki met een oberzicht van NKdeE terminologie is helaas nog niet opnieuw beschikbaar, er wordt aan gewerkt).
een NKdeE Stoornis  is iets waar je in kruipt, een nis in de muur waar je je verstopt en wacht tot het Moment van de Storing er is, en dan verstoor je de openbare orde op een van de beschikbare legale maar bijzonder efficiënte Stoorprogramma’s, maar die moet ik nog compileren uit de  beschikbare Fluxus performances en wat ik aan derivaten daarvan op You Tube vind..

maar bon, daar vind ik nog wel wat op. had ik het zelf niet vermeld, er zou geen haan naar gekraaid hebben.

elke afwijking is voor ons, en da’s een basisles, een grondbesef in de educatie van de NKdeE, dan ook een talent. die Greta is de Greta omdat ze getalenteerd is met autisme. maar de morosis is eerder het soort Stoornis van een zelfmoordcommando, want met de morose-aandoening valt niet te leven, het is een matig tot ondraaglijk  lijden waaraan je uiteindelijk sterft.

het spreekt dat we bij de analyze van de morose ons in de eerste plaats zullen richten op een mogelijke genezing ervan, maar voorlopig wijzen al onze indicatoren er op dat de ziekte terminaal is en dat er derhalve enkel palliatieve zorg kan worden verleend. 

vandaar dat er vanaf  onze eerste zorgen voor patiënt 0 1 de voorbeeld patiënt, ik dus, met verslavingen aan schrijven, aan tabak, aan seks (gefantaseerd veelal), koffie, chocolade en nog wat dingen, ik wil daar uit schaamte liever niet over uitweiden. voor het onderzoek hebben die hoedanigheden, die palliatieve methodes totaal geen relevantie. bij Artaud was het laudanum, het had net zo goed (en natuurlijk helemaal niet) wat anders kunnen zijn.en in functie van diens verslavingen het levenscomfort en de beperking van het lijden steeds de prioriteit hebben gekregen. de manier waarop het huidige euthanasiedebat gevoerd wordt zint ons niet bijster: ik zou liever zien dat er eerst in functie van de kwaliteit van het leven gedacht wordt, op het vergroten van het levenscomfort voor de bejaarden en vooral ook voor de mentaal lijdenden,  dan het huidige vertoon, dat voor mij nu heel die debatzone doet mijden met de mij ondertussen vertrouwde walging:  de ronduit perverse manier, namelijk,  waarop nu de roep weerklinkt om de apathie van het leven der talloze ondoden met een karrevracht aan medicijnen te rekken, eerst om het zolang mogelijk productief te houden, en daarna in de Verdiende Rust  tot zo dicht mogelijk bij het overlijden, waarna er dan nauwlettend moet worden op toegezien dat er geen prikje van het immense lijden van het vlees en de ziel onder die constante marteling kan doordringen tot het met vette speklagen van het Zijn omzwachtelde ‘bewustzijn’.

onze Verdiende Rust mag immers vooral niet de Hemel der Loosers worden.

Loosers? oei, excuus en pardon, meneer de geprivilegieerde die het kan betalen om zijn ouders te laten behandelen zoals het ons betaamt – euh, ik zal het maar nog’s extra inwikkelen voor de radicale nihilisten2 wij zijn allemaal gematigd nihilist: we geloven nergens in maar als het wat opbrengt doen we enthousiast alsof onder u en zeggen: zou behoren te betamen – voor velen onder u zijn dat helaas en zeer tegen uw wil in uw ouders of grootouders, want het gaat gewoon niet anders: als je zelf nog productief bent, krijg je daar absoluut de tijd niet voor, dat wordt nergens gefaciliteerd. en als je dat niet meer bent, heb je wel die Rust verdient, toch? en niet die druipende koek aan de billen van mama?)

dus nee, voor ons niet die rijstpap half naast de mond gekwakt door de onderbetaalde verzorger uit Pakistan die een nog strakker werkregime voorgeschoteld krijgt dan zijn landgenoten in het nachtelijke Amazon-werkkamp naast het ziekenhuis. “geef mij maar een spuitje als ik het niet meer kan” zegt de Onversaagde Vlaming heel zijn leven lang.

tot de dag dat het niet meer zo goed gaat en men in de vicieuze cirkels van de medicatie belandt, tot men zich langzaam maar zeker van alle bezieling door het vlees laat ontdoen, en men geheel opstijgt tot het Glorieuze Lichaam zonder al die Drap van de  Organen dat zo lang het nog kan voortsjokt van museum naar colloseum, van cruise naar kruis en van hot naar haar dat uitvalt, want lap, nu heb je daar weer een tumor.

en heel de inhoud, het wiebelen in de breinen rond het woord ‘gezondheid’ wordt bij Algemeen Maatschappelijke Consensus in die zin afgetapt uit een hyper-gecondenseerde versie van dat vage, onuitspreekbare  wiebelen en begint dan, zwaar onder de indruk van de hoeveelheid van het gewonnen vocht, besluiten uit te vaardigen die selectief producten viseert die schadelijk zouden zijn voor die ‘gezondheid’.

aja, want als je rookt haal je het Elysium van de Medicinaal Ondersteunde Verdiende Rust niet. nu, als je nu nog rookt, ben je allicht weer zo’n marginale zwakkeling. eentje die het niet kan laten, en dus ook niet het karakter heeft, benodigd voor de Productie.

“tja: eigen schuld dikke bult è, al die verslaafden”
. zelf is de spreker dan verslaafd aan consumptie, aan macht, aan zichzelf en het Grote Zijn daarvan, maar ook zijn complete afhankelijkheid aan de kist vol medicijnen in zijn aftakeljaren brengen hem niet tot andere inzichten, medicijnen die stuk voor stuk enorme mentale bijwerkingen hebben, om van het constante schroeien van al die hete rasters op en door het vlees maar te zwijgen.

want dat is nu eenmaal de ‘waarheid’ die Antonin Artaud ontdekte, een waarheid die hij aan den lijve ondervond en die ik vermag te beamen omdat ik ze ook voel: de ideologie van het Zijn zoals zij in nagenoeg alle talen verweven zit wil ons doen geloven dat wij over een existerend Hoger Zelf beschikken, een Zelf dat voortdurend naar het Goede streeft, een ik dat het verdient om een ‘menswaardige dood’ te sterven, en dat als er ergens over ‘ziel’ gesproken wordt, men die ziel daarmee dient te identificeren, en hoe het daarmee afloopt, ja dat weten we nu nog niet, maar straks allicht wel en oja we worden toch gewoon allemaal écht onsterfelijk? misschien zijn wij wel de laatsten die nog moeten sterven! wat een opoffering van ons!

want de naïef-kinderlijke illusie van de onsterfelijkheid moet tot op de laatste nanoseconde voorzien zijn van de nodige ‘suspension of disbelieve’. dat werkte ook behoorlijk goed. tot in maart 2020. toen was het plots uit met het fabeltje en was het alle hens aan dek. vooral voor de kraaiende gewoontehanen 3‘de gewoontehaan’ is een bedenksel van collega Kóbor eerder in de tekst dan.

de ‘waarheid’ is in de meeste gevallen iets waar je niet mee kan leven. de waarheid in deze context en geheel binnen de ‘verstaanbaarheid’ van het ontologisch denken is dat de Ziel het vlees is.

“de DOEM van het Vlees in het Handige Lichaam”, NKdeE 2021

de Ziel is het woeden van de zon in uw Vlees. niet in dat bedachte ‘lichaam’ van u dat u met elke denkbeweging, work-out of Pilates-sessie  richting genot poogt te sturen, want zo werkt het ‘bewustzijn’ nu eenmaal, zo gebeurt het denken vanuit dat ‘lichaam’ en dat kan enkel dankzij de voortdurende negatie van de ‘realiteit’ van het vlees, van de woeker van het leven.
de Ziel is het Licht dat zich uitdrukt in de duisternis van uw vlees dat u nooit bezitten zal.
de Ziel is de entropie waarvan de negentropie van uw lijf de expressie is.
de Ziel is de Vreemde, de Alien die bij de vonk van uw conceptie uw vlees initieerde, als een fallische glibberworm in uw nog virtuele mond kroop, er zich nestelde, zich meester maakte van heel de groei ervan, celdeling na celdeling. en die zich dieper en dieper begon te verbergen naarmate de navelstreng de epigenetische data van de moeder downloadde.
want de Ziel bestaat niet. zij maakt geen deel uit van het Zijn. zij schuwt elk ‘bewustzijn’ want elk bewustzijn van de ziel bestaat louter uit foutmeldingen, blauwe schermen. de Ziel is niet berekenbaar en toch bepaalt zij alles en niets.
want de Ziel ‘is’ niet, zij gebeurt.

en zij gebeurt daar waar het voor elk ‘ego’ elk ‘zelf’ daadwerkelijk levensgevaarlijk is om te vertoeven. 
als je, bij wijze van effectieve analogie 4nog ezo’n NKdeE-vinding: een analogie is effectief en dus niet metonymisch of metaforisch zoals de analogie in een ‘gewone’ vergelijking: de beweging is identiek in een verschillend Veld, ze wordt net eender gemaakt door vermeend object x in Veld Y als door vermeend object a in Veld B, de datastromen  van de Ziel rechtstreeks toegang tot het gebeuren  van het bewustzijn zou geven, dat doe je hetzelfde als de output van een machine die zich uitdrukt door middel van het MIDI-protocol voor datatransmissie als input in diezelfde machine in te brengen.

oeps, ‘t is kapot.

en zo gebeuren dus ook alle trauma’s: de Vlezige Ziel brandt door in het ‘hogere’ 5gedegenereerde dus, volgens de Rotleer van mijn kerk, het reultaat van een devolutie vanuit het animale want de NKdeE draait de verdoken ideologische kwalificatie van de ‘evolutie’ in het pseudo-wetenschappelijke evolutionisme helemaal om, als bewuste saneringspropaganda. de wetenschappers zelf die zich echt met de evolutieleer bezig houden weten wel beter dan hun bevindingen te laten inkleuren door sentimenten denken en maakt er alles onklaar, richt er verwoestingen aan. de ‘gebeurtenis’ is voor het slachtoffer niet meer te harden, de pijn schiet door tot in de ziel, zo zeggen we het ook, maar die goedige ziel slaat meteen keihard terug en schakelt alles in het bewustzijn dat de pijn veroorzaakt op bijzonder virulente wijze uit. de bijl erin. het gaat in messen en flitsen door je heen, en het net nog triomferende Zelf wordt ogenblikkelijk herleid tot een meelijwekkende behoeftige.

en zoiets lijkt ons ook te bedreigen als het hele bedachte en in de vorige generaties nog zo vlekkeloos werkende appje van het talige Zijn onder de voortdurend opgevoerden eisen eraan terecht komt in de plaag van de burn-out, en het langzaam maar zeker alom begint te begeven. 

het is langs die lijnen dat ik hier het concept van de Morose wil opbouwen: de Morose als bij uitstek de mentale aandoening van deze tijd, de Morose als teken van de instorting van het Zijn die overal rondom ons en vooral ook in ons plaatsgrijpt. het besef van de waarheid van het vlees. een besef dat meteen elke notie van ‘humaniteit’ onmogelijk maakt, de bruikbaarheid van het concept herleid tot een stinkende vuile pleister op de wonde die het besef veroorzaakt.

maar dat willen we niet geweten hebben. we slagen er zelfs niet in om op bijna twee jaar tijd  een enigszins rationeel beleid te voeren dat de gevolgen van een onnozel virusje tot in het acceptabele kan brengen omdat er op geen moment nog een actief aanvoelen van de sterfelijkheid aanwezig is in het verheerlijkte lichaam, en wij dus niet langer vanuit die zekerheid handelen, maar ook de zwaksten onder ons nog kunnen en moeten ‘redden’ van het virus, en dat ten koste van het immense lijden van 1 op 1500 van ons die erdoor getroffen werden en dienden te overlijden in veelal de meest gruwelijke omstandigheden temidden der tot machteloosheid herleidde zorgverleners waaraan we enkel met witte handdoeken en balkonapplausjes dachten vóór ze eraan moesten beginnen en toen het menens werd op geen enkel moment met daadwerkelijk ondersteuning in de vorm van een degelijke en blijvende versterking van de capaciteit die ons ettelijke miljarden minder aan ‘economische ‘ schade zou gekost hebben en nog steeds kost.

een permanente versterking van de zorg want dit virusje is slechts de voorbode van een hele zwerm van die ondingen, dat is zo zeker als dat de zon morgen opkomt want  zolang we niks doen aan de oorzaak ervan, aan de overbevolking die maakt dat de gastdieren voor de ontwikkeling  van die sappig ogende  kroonstempeltjes in de voedselkringen terechtkomen, aan het hele cataclysme dat wij reduceren tot het woordje ‘klimaatcrisis’. zolang daar niks aan verandert zullen de gevolgen er blijven.

en er verandert niets. hoegenaamd niets.

ik zou het nog enigszins begrijpen, mocht men dergelijke kortzichtigheid nog kunnen bedekken door het  alom heersende geloof in de efficiëntie van de vaccinatiecampagnes. want ik heb enorm veel respect voor dat geloof en voor de hoop die het de mensen geeft.

ik zie jullie dagelijks bidden, en het ontroert mij. al die devotie, en vooral ook die blikken van ongeloof bij weer eens een totale afgang, nog eens een lockdown, nog maar een hele chunk af van de kwaliteit van het leven in functie van een als onsterfelijkheid gedacht overleven. bij  het zich aftekenen van de vierde golf die er net eender uitziet als de eerste, de tweede en de derde. 

ik doe mijn uiterste best, en mijn twee prikbewijzen mogen ervan getuigen dat ik uw recht om erin te blijven geloven ook met het eigen vege lijf onderschreven heb, het middels die acceptatie van een inenting die ik zonder de sociale druk op mij nooit had aanvaard, omdat ik er ondanks al mijn verwoede pogingen niet in geloven kon, toch heb ik dat geloof gaarne met mijn daden publiekelijk tot een nobel streven benoemd, geratificeerd door de enige Overheid die ik hier in het Centrum van het gekende Universum mag en kan aanvaarden, namelijk die van mijn eigen rationele denken.

u betwijfelt het bij momenten als u mij bezig ziet, maar ik vertrouw vooralsnog heel erg op de ratio. want de rede is het enige dat mij uit de hel van de waanzin kan houden die mij voortdurend bedreigt.

tja, de romantiek van het dichterschap è. er is echt niks nieuws onder de zon.

nu, als die overheid  mij met dezelfde insistentie destijds had verzocht om in het belang van de anderen ook maar elk jaar een griepspuitje te laten zetten, hoewel ik het idee toen en ook nu nog totaal ridicuul vindt, maar ik heb er nooit om gelachen omdat ik het comfort van de illusie heel erg echt zag gebeuren, net zoals nu ik de angst heb zien wegebben dankzij de vaccinatie.

en die vaccinatie ‘redt’ ook effectief levens. die cijfers spreken ook voor zich, het dóet echt wel wat. ik zie en in zoverre mijn povere kennis mij dat toelaat begrijp ik volkomen de logica erachter ook. maar je dient hier, denk ik, de rede dan ook volledig haar gang laten gaan. en de boodschap dan ligt, om het met het understatement van deze nieuwe vervloekte eeuw te zeggen, nogal gevoelig.

want al die zwakkeren die zo gelukkig gespaard zijn gebleven, worden daar heus niet sterker van, dus die sterven helaas gewoon later aan wat anders. je ‘redt‘ ze uit een noodsituatie die er al was, en die even urgent blijft als daarvoor. en die dus verder de reeds overbelaste, onderbemande en onderbetaalde  zorg zal belasten.

maar dat is een compleet inhumane stelling, hoor ik u al opwerpen. en gelijk hebt u, want de rede is onmenselijk, wat zij ons dicteert valt niet te rijmen met de ‘humaniteit’ die wij dagelijks belijden.

de rede wil dus van geen wijken weten en gaat ongenadig door. want datzelfde slachtoffer, dat nu immens lijdend een langzame verstikkingsdood stierf in de hel van de quarantaine, had net zo goed perfect omringd door naasten kunnen afscheid nemen van zichzelf in het comfort dat wij ‘normaal’ in onze palliatieve zorg verstrekken, mochten wij van in den beginne de versterking van de zorg een evidente prioriteit gemaakt hebben in plaats van paniekerig in de eerste plaats aan het eigen hachje te denken. u zal mij toestaan verdere polarisering te willen vermijden door in heel sereen Italiaans naar La Vialta di Pier Paolo Pasolini in La Religione del mio Tempo te verwijzen, want anders gaat u deze gedachte tegen mijn wens en mening in als een belediging ervaren.

ik schreeuw het wel uit in mijn muziek en mijn tekeningen.

want de levens die je zogenaamd redt, verergeren de verstoring in de balans die al even zoek was. het evenwicht namelijk, dat er zou moeten zijn, vind ik, tussen kwaliteit en levensduur en, gezien de klimatologische rampen en het algehele gebrek aan toekomst voor onze soort, in de louter financiële haalbaarheid van het alom vooropgestelde  ideaal van maximale levenskwaliteit en maximale levensduur.

wat ik in mei van 2020 dacht maar nergens kon uitspreken omdat ik het ook nergens uitgesproken zag en ik echt wel behoorlijk gek/verslaafd/waanzinnig/ krankjorum ben maar ook alles behalve loemp 6in mijn schrijven tenminste, in het leven zelf ben ik hyper-loemp, kan ik misschien nu wel terloops aansnijden in dit document dat over alles en niks gaat.

omdat ik nu ook voor mijzelf op een dwingende manier gekozen heb voor een vrijwel zekere inkorting van mijn levensduur in functie van mijn huidig levenscomfort en mijn capaciteit om dit werk te blijven volhouden.
omdat ik dat signaal van mijn vlees, die roep van de Ziel in mij, die ook de uwe is, gevoeld en begrepen heb. omdat mijn geloof in de echtheid van mijn vlees, die de echtheid van de Wereldziel is, voor mij voelbaar is.

want iets dat ‘echt’ is voel je in je vlees, dat wordt vertaald door je lichaam en zet zich vast als zekerheid in je denken. met ‘waarheden’, daarentegen, kan je samen met Trump en zijn zielige epigonen in onze contreien alle kanten op. dat leerde ik van Foucault, vanDerrida, van Deleuze, van hun opponenten, van alles wat ik hoorde en las en zag. en van het illusoire karakter  van de dingen en het Zijn ben ik zo overtuigd als een Tibetaanse monnik van de Samsara-sluier in jouw ogen.

mijn mening doet er gelukkig nooit wat toe, en maar goed ook,  want je wil niet in een land wonen met een overheid die denkt zoals ik, met een dictator zoals mijn super-egootje dat rondhost in de enge ruimte van dit goedkope  appartementje dat  het Chaplineske figuurtje spelend met zijn globe zelf in een typerende ironiserend ontkrachtende maar toch nog aardig opschietende megalomanie tot Centrum van het Gekende Universum heeft omgedoopt.

maar nu merk ik dat men in Frankrijk, Oostenrijk en andere landen dit geloof ook tot een staatsgodsdienst wil verheffen, tot een conditio sine qua non voor het recht op burgerschap. dat zulks effectief plaatsvindt in mijn Europa.

in dat geval kan ik enkel besluiten dat deze eensklaps religieuze overheden hun eigen globale  falen willen toedekken door een verplichte inlijving in de eigen zaligmakende waarheid. dan moet ik mij blijkbaar effectief bekeren tot hun meerderheid, tot deze nijdige neo-liberale sekte, die infestatie van kakkende allesvreters die zichzelf verslaven aan het bezeten kapitaal en vooral aan het wansmakelijk platvloerse genot, die eeuwige roes van de consumptie der bezetenen die heel de planeet voor alle soorten onbewoonbaar maakt.

en dan houdt mijn goodwill dus op.
want dan wordt er mij niet gevraagd dat ik een loos gebaar zou stellen om mijn medemens niet nodeloos te verontrusten, dan verplicht men mij om met alle have en goed in het kamp der Voorbeeldige Burgers te gaan staan en al mijn vrienden in het verzet de rug toe te keren.
dan dwingt men mij zoals men de Joden vroeger verplichtten, om mijn geloof op te geven en mij braafjes te bekeren, want anders ben ik strafbaar.

de dag dat men mij dat mededeelt zal ik antwoorden, zo luid als ik enigszins kan en met een overtuiging die u zich bij gebrek aan levende voorbeelden in uw herinnering niet meer kan voorstellen, dat ik nog liever zoals Giordano Bruno  op het plein voor de ogen van die goedige Paus levend en bij volle bewustzijn opgefikt wordt, dan mij aan die eis te onderwerpen.

***


de woeker van het naakte leven in het vlees dat wij zijn, verwekt automatisch de walging, de angst en de woede van het individu voor wie de  werking ervan al was het maar eventjes wordt onthuld. 

de auteurs die getuigenissen afleggen van die confrontatie met het Vlees-als-Ziel, als kracht die ons geheel bepaald, ons overlevert aan het Lot van dit leven zonder de kleinste kans om aan dat Lot te ontkomen, want elke vrijheid daarin is een luxe-illusie die men zich enkel in het welstellende deel van de aardkloot kan permitteren, sommigen van dat soort auteurs zijn in de tweede helft van vorige eeuw uitgegroeid tot ware iconen van het ‘onbehaaglijke’ denken, samen met dat dwepen met alles wat maar enigszins ‘uncanny’ kon genoemd worden, die cultivatie ervan, heel de omstandig beleden Artaud-adoratie ook onder andere, maar die is er enkel op gericht om het werk zelf onschadelijk te maken, om de lont eruit te halen, om het eigen intellectuele prestige op te vijzelen op de kap van het als Schandaal van de Eeuw veroordeelde lijden van de man zelf.

“ja zet daar nog iets over het lichaam (sic) bij Artaud en dan zal je de werkbeurs wel krijgen”. hoe vaak heb ik dat niet zien gebeuren? hoeveel van de twintig delen van het Verzamelde Werk van Artaud had die sollicitant in functie van een of ander carriere-snoepje effectief gelezen toen? gelezen, dwz.: mee gedacht en in de mate van de eigen mogelijkheden mee doorvoeld, want als je Artaud anders leest dan zo, lees je hem niet, dan consumeer je enkel de weelde van zijn taal, waarvan je de oneindige pracht overigens enkel kan volledig aanschouwen, ondergaan als je het neergeschreven verloop in de denkbewegingen ook effectief activeert bij jezelf en de werking ervan VOELT in je eigen vlees.

zo 1 boekje van al die volumes lees je op die wijze niet ‘uit’ op een jaar tijd, hoor, daar kan ik je dag op zeggen. van alles uit het vroege werk dat ik tot op heden vertaald heb, zijn er tot op vandaag nog talloze vulkaantjes en brandhaarden werkzaam in mijn eigen denken, onverwerkte flarden puur git, zwart glanzende geruisloze shuriken die voortdurend vervaarlijk dicht bij de ‘essentie’ (hihi) van mijn denken rondsuizen.


om verder te werken aan mijn Artaud-lezingen (lezing in de Neo-Kathedraalse zin dan, zoals ik eerder Réquichot al las en nog zal lezen) moet ik mij soms dagenlang oppeppen. gewoon omdat ik weet wat er gaat komen. omdat ik daarvan toch wel eventjes moet bekomen ook.

als u daarvoor geen begrip kan opbrengen, als u mij niet gelooft, dan hebt u het niet of onvoldoende ervaren. hou het dan maar beter zo. u heeft daar niets te zoeken. het is slecht voor uw ‘gezondheid’.

als roadmap wil de NKdeE de Morose als erkende Stoornis zien verschijnen in een nieuwe editie van de DSM rond mei 2024. er is dus haast bij, want er is nog veel werk daaraan, ik heb het pas eergisteren serieus doordacht.

dv, 22/11/2021 in en namens het Centrum ven het Gekende Universum te Tienen @ 5:51

Noten[+]

Categorieën
Anke Veld Proza

uit “Anke Veld”

VLAK: LODE

4.

misschien is het zo dat ik aanvankelijk met jou het Oponthoud wel wou bereiken, Maria, dat is een ‘er’ in ‘ergens anders’, een soort paradijs waar het onthouden ophoudt in het moment dat je vergeten bent, ja, daar ergens in de uitgedroogde holtes in het rot, waar de priesters alle gaatjes geplamuurd hebben en waarbinnen het ruist van overgave, onthechting en ontkenning van de lust.

met algeheel gebrek aan belangstelling voor het andere.
de vernietiging van,  in en door het ene.
de blinde vlek op het alziend oog van de entropie.
het geheim van niets dat je zomaar van de straat kan rapen.
of iets van die orde.

maar ik ben een blinde merel die zijn lied voelt fluiten.
niet het lied dat hem verlaten heeft en zal verlaten. het is dat soort twijfel dat mij ooit de ogen kostte, ik weet wel beter nu en richt mij, hier door de fictieve poort van jouw naam in een tekst,  uitsluitend tot het onbegrijpelijk echte. 

ik ben een blinde merel die zijn lied voelt fluiten en het lied is dit nu, dit onzichtbaar onzegbare nu waarin ik schrijf. dit nu waarin ik sinds niemands heugenis jouw lippen voel de mijne raken. dit nu dat ik nooit bereiken kan.

ja, men kijkt naar mij, al is het vaak stiekem, eerder. ik word bekeken, en ik stel teleur want ik weet niets. lekker niets weet ik, ik weet alleen wat ik niet zeg. wat ik niet zeggen mag of kan.

ik weet niets van jou, niet wat er met jou – en al zeker niet hoe jij gebeurt.
maar wat er hier gebeurt is ontegensprekelijk – en net zoals ik het wou – nu klaar en vol van jou. je zei dat het mocht.
ik ben je eeuwig dankbaar voor je vertrouwen, liefste, en ik aarzel niet, nooit meer, tenzij om jou de kans te geven je te ontdoen van wat het ook wezen mag aan ragjes van gêne of aan touwen of riemen van angst of beklemming. 

dat  ‘er’ waar ik van sprak is de droom die ik in dromen berg, en waar ik heel mijn leven al dag en nacht naar tunnel, zonder enig benul van wie of waar ik ben, laat staan waar ik heen moet. die plaats hoeft niet gemaakt te worden, niet door mij en al helemaal niet door jou. mijn lot heeft verder geen besturing nodig. al vermoed ik wel wat ik meen te voelen.

maar dit oponthoud van ons is heel erg echt en heeft van het echte ook elke hoedanigheid. we zullen er te gast zijn, jij en ik, zolang jij er, geheel naar jouw aard en gebeuren, gast wil wezen. want van die plaats ben jij de grond, de oorzaak en de reden. je hoeft dus verder niets te doen.
en ik, ik begin pas. zoals elke dag begin ik pas.
op mijn sterfbed zal ik staande houden dat ik pas begin. maar dit is anders. er is daadwerkelijk een begin gemaakt, heel de toekomst is nu weg omdat ze begonnen is. dat begin heb jij vooral gemaakt, met de moed die ik niet had. ik was, laat ons zeggen, nog ietwat gepreoccupeerd.
nog maar net was in mij de zweer gebarsten, de obstructie vermorzeld.
de gevechten duren onverminderd voort. laat het je niet deren, het conflict is gans intern en enkel het mijne.

maar je kwam en je pulkte en plukte aan die ene snaar die vrijgekomen was, komen bloot te liggen in het gewoel. het was een mi bemol en het was geheel de jouwe. alsof het ooit anders kon. het trillen ervan heeft vast veel gemeen met die vlinder in China.

hoe het gaat met mij? zoals elke dag sta ik op uit het beklijvende.
ik sla de kriebelende haartjes van de ontelbare behoeftigen aan vernedering verveeld van mij af. en die stinkende kladden valse liefde ook maar weer.
zijn het de doden die mij elke nacht besmeuren met hun klacht? waarom haal ik ook een kat in huis terwijl ik alles van die dieren haat?

ik was en spoel mij, en ik start de programma’s. de routine van mijn waanzin, de waanzin van mijn routine. elk woord komt te laat voor zijn  beweging die er eerder was.
negeer de leugen, importeer de klassen, initiëer.

ik hang mijzelf druipende te drogen.
op het wereldwijde megalomane droogrek van de nijd en de zelfverheerlijking. de winden van jouw afwezigheid schenken het druipsel daar ruimte en klaarte en in de propere letters komen al lustige klanken als kraaien neergestreken, zie ik.
maar in die nare klanken klinkt mij op een engelenkoor vol mededogen dat haarscherp resoneert met de randen van de leegte.  de resonantie vertraagt het zweven dat wij doen in de gang naar het git van het gat.

en in mijn bruut gebaren dat vroeger een keel zocht om doortastend te aaien of een hals om liefkozend te wurgen, verschijnen nu de bleke, maar ongemeen speelse  vogeltjeshanden van een lijk uit Asissi, die het tot kalmte manen.

je bent het verschil dat het verschil maakt, zoveel is mij duidelijk, meer niet.
dat was je toen ook.

ik zie een deel van mij mijn ergste kanten etaleren. het verweer van het oude verziekte dat alles wil doen mislukken door jou het ene na het andere obstakel in de voeten te werpen. ik moet er om glimlachen, maar kan het ook niet stoppen. hemeltje, misschien is deze brief wel net de brug te ver.

en jij klaagt dan van de rommel in jouw hoofd! zie mij: als ik per abuis teken wat ik liefhebben wil, verscheur ik het ogenblikkelijk, want dan ontwaar ik pas ten volle  wat ik beminnen wil en daar heeft dat willen hebben van mij niks te zoeken. ik stuur het wel naar de rommelmarkt. 

het verbaast ook mij telkens dat ik blijkbaar meen wat ik zeg. 

hoe dan ook, het lijkt er wat op dat mijn oudste verlangen haar nest gevonden heeft in de werkelijkheid, al het doen alsof dat wij zo nodig hebben.  het schiet daar dwars doorheen en het wordt echt en het laat mij achter als een lege huls, een hoopje overtolligheid.

u heft mij op, mevrouw.

nee, er heerst geen heftigheid.
mijn verlangen is, zolang die rust mij gegund is,  een stoffige zolder waar de duiven kirren en koeren en schijten. maanlicht op het dakraampje met de barst in de vorm van een y. kostbare, oude boeken in een vochtige kramp, ijsjes in Parijs, stokoude erotische prenten, een kapotte draaitol, het dunne blik ervan van binnenuit gespleten alsof het draaien zelf ontsnappen wou langs de verroeste krulling van het aanvoerijzer en tien bikkels, vijf voor jou en vijf voor mij.
alles wat ik ooit wou: het ligt daar allemaal onder het stof, de mom van mijn liefde.

en dan zie ik jouw ogen weer.

u ontwapent mij, mevrouw.
al mijn letters kletteren op de grond. ik sta naakt met de gekende van schaamte neerdrukkende handjes.

ja, men kan zich van dit schouwspel maar beter afwenden.
het heeft geen naam. ik ben blijkbaar in de volle bloei van mijn rot beland want ik woeker uit op weerzinwekkend betoverende wijze, geheel naar de gang van alles wat hier ‘leven’ heet. ik woeker en ik wacht en de winter komt en ik ben blij want ik weet dat er sowieso iets komt dat niemand ooit heeft willen verwachten.

tot ziens,
X

Tienen – 6/10/2021 @0:36

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

HET DAGBOEK VAN ANKE VELD

LORENATHAN
ROBESTHER
LODEMAAIKE
ANNAGABRIEL
Klik op een naam voor een Afloop

Noten[+]

Categorieën
Grafiek Kathedraalse Leer Proza

over kennis en schoonheid

je hebt niets van kennis. kennis die je gebruikt, verander je. kennis die je niet of nauwelijks gebruikt, vergeet je.

‘schrijvers’ en ‘kunstenaars’ pronken ijdel met gebruiksvoorwerpen die niet van hen zijn en verkopen hun extreme luiheid als ‘kunst’ of als tekstkapitaal. het zijn producenten van negatieve waarden, want hun producten corrumperen en belemmeren de toegang tot de collectieve kennis.

een auteur verandert voor zichzelf wat zij vergeten is en schrijft nauwgezet neer (of drukt anderszins meesterlijk uit) voor de anderen wat zij veranderd heeft. auteurs produceren niet, auteurs werken en dragen door de uitvoer van hun werking bij aan de collectieve kennis.

het schone is de ervaring van onmiddellijk bruikbare kennis. wie het schone ziet of leest zegt onmiddellijk: “ja, dit is het”. het schone is een openbaring, de Apocalyps van het humane.

“Kladwerk” – Hilde Vandenhout 2021
Categorieën
esdsxwv kort lyriek Proza

gloria

Vluchten kan niet meer. Doorzoek mijn omgeving. Gebruik de incubator. Speel nu!

NKdeE Erotomobiel

De zich nogal generende regering van het land kondigde net een noodplan af waarvan we allen beter zouden worden. Men was er in geslaagd oplossingen te vinden, vaag omschreven bevolkingsgroepen aan te duiden als de schuldigen: werklozen, rokers, speculanten, uitschot waarvan niemand de verdediging op zich zou willen nemen.

Het plan was een strohalm, met veel poeha opgericht  tegen het onstuitbare raderwerk dat ons ging vermorzelen.

Peu importe. Mijn eindbestemming was bereikt. Tijd is een relatief begrip.

Ik zie haar: Gloria. Haar handen verraden een gebrek aan inlevingsvermogen, haar blik is dof, alsof er iets in haar verloren ging. Maar het jurkje is verrukkelijk, de zijde ervan is een huid op haar huid. Er is een plant op afgebeeld, die slingert zich vanuit haar frêle heupen naar de nek, de wang die ze mij aanreikt, opdat ik haar zou kussen, haar bleke haren wuiven als een geurige bloem.

Ik grijp mijn kans, mijn hand glijdt door het haar, de rug langs, ik raak haar daar waar ik weet dat zij ontvlammen kan. Het is een tengere vrouw, ik hijs haar moeiteloos mijn armen in, ze smeekt nog even, zucht van nee, maar weet dat ik haar binnendring. “Oh,” kreunt ze, “je past in mij als een …”.

Haar vermogen om het gebeuren trefzeker te verwoorden was helaas niet al te groot. Ik ben de dichter, het vervolg laat zich raden. Ik bespeelde meesterlijk op mijn dreunende bas van diepe halen het fijnzinnige trillen van haar weerom ontluikende ziel.

13/03/2012, verwerkt op 4/3/2021

Categorieën
Kathedraalse Leer Proza

kosmotheia

je kan bij (her)lezing van de theaterteksten van Artaud beginnen dromen over updates van het Theater van de Wreedheid, en dan kom je allicht nogal snel uit bij internationaal geproducete kut- en lulsnoeverijen vol opspattend geil en klassiek-grieks opgesnoven, bloederige, lichamelijke heldhaftigheden met een onuitputtelijke voorraad aan ‘poeier van het huis’ waarmee je dan ondanks alle schandalen Vlaanderen’s eer en glorie kan gaan vertegenwoordigen op de elitaire podia van de Verenigde Verwende Fortkindjes van Europa en Daarbuiten.

en voor wie

In this house, at night, it is best to hide.
You must. To find refuge in the pain,
to bury yourself in the asylum of visions, to exist.

Gabriele Tinti / Roger Ballen
motto to Part I of ‘The Earth Will Come To Laugh and Feast‘, Powerhouse Books, NY, 2020, ISBN 978-1-57687-948-1, p.9

kijk: ik was vanochtend al mobiele agent-cabines aan het bouwen die als avatar-behuizingen zouden kunnen dienen op een materiële setting waar je kan op inloggen om dan virtueel en volledig coronaproof deel te nemen aan het ‘spel’ en het ‘schouwen’ daarvan, waarbij de burg natuurlijk klankbrug wordt, de seks volledig taktiel ‘echt’ en de prijskaartjes voor een snuff-sessie onbetaalbaar voor iedereen buiten voor de middenklasse die nog net niet het eeuwige leven kan betalen. sterven op de scène als finaal spektakelaanbod na het toch maar saaie tripje naar Mars.

‘De lust van de dood valt over mij,
verwoestende stromen overspoelen mij,
de lust van de onderwereld ligt om mij heen,
de valstrik van de dood ligt vóór mij’

naar Psalmen 18, 3-4

misschien missen we dan toch iets van het opzet van Artaud’s theaterhervormingen want die zochten wel degelijk een maatschappelijke relevantie. dus bedacht ik maar snel volgende hypothese, die zo je ze als werkbaar wenst te aanvaarden en verder bij te stellen, het voordeel heeft dat je niks meer moet bouwen, laat staan betaalbaar maken.

ter opfrissing kan je vooraf nog ff meekijken in het Ijzerboekje met de vertaling van Simon Vinkenoog die op het voorwoord na uiteindelijk nog best te pruimen is, zij het dan wel – ik citeer een mij dierbare in de chat van daarstraks – ’toch wat houterig en stroef in de lezing’


hypothese: de ‘wreedheid’ van Artaud is misschien wel de inhumane gestrengheid, de onverzettelijke onverschilligheid van de algoritmische bepaling die ons allen nu en hier (op FB bv.) tot mondige zwijgers en dilettant-nukkige slaven knecht.
het theater van de wreedheid is dan doorheen het zwarte gat van de spektakelmaatschappij (Debord) binnenstebuiten gefloept en wij zijn de alle controle of individuele interpretatie van onze rollen ontzegde spelers, de machteloze profielen rond een voor ons onzichtbare publiekskring in het midden. G*ds onhoudbare rechtvaardige Rede?

en voor wie

wij vermoeden bij de uitrol van weer een nieuw manipulatiealgoritme in onze megalomane paranoia een bende complotterende machthebbers in het publiekscentrum, maar wat er schouwt kunnen wij als verblinde spelers niet zien, het is een intelligentie die wij niet als dusdanig kunnen ‘begrijpen’. G*ds ondoorgrondelijke waterwegen?

maar ach, de uitbaters van de netwerkvoorzieningen hebben heus wel wat beters te doen dan naar ons oeverloos geëmmer en gekrakeel te kijken, en zij garanderen maar al te graag onze privacy om onze data te kunnen verhandelen. who gives a shit.

toch, het feit gebeurt: wij worden aanschouwd, wij worden afgespeeld in een kosmotheia1 de volstrekt algoritmische en dus onverschillige tzimtzumuitvouw van het ein sof op de planken van het echte, het woord is een NKdeE-maaksel van het Latijnse theātrum ‘plaats waar schouwspelen gezien worden, theater‘, dat zelf ontleend is aan Grieks ’théātron’. Dat woord is dan weer een afleiding van theâsthai ‘aanschouwen, waarnemen’, afgeleid van théā ‘aanblik, schouwspel’, van onbekende verdere herkomst. – Cosmos (= Gr. κόσμος (kosmos). De oorspronkelijke betekenis is: orde. dat geheel buiten ons om georkestreerd wordt volgens de ‘demonische’ natuurwetten van het Rot en het Kapitaal.

al onze ‘kwaliteiten’ worden op hun nominale waarde gekwantificeerd en van daaruit aangewend voor verdere verspreiding in het heelal of vernietigd. want elke klik is een stap verder in de afgesloten en alsmaar meer toegenepen corridor van de ons toegestane handelingen: onze mogelijkheden zijn immers beperkt tot wat betaalbaar is.

onze fameuze ‘privacy’ is een volledig uitgehold controlemechanisme dat de zwijgplicht over de negatieve emoties ontgint om het klikgedrag te manipuleren tot telkens weer hogere levels van exploitatie-efficiëntie.
het laatste bastion van onze private beleving, die van de intieme seksuele handelingen, is al geheel omsingeld, het houten paard staat al binnen de stadsmuren, nog even en de groepschats zijn voorzien van HD VR-helmen en nauwsluitende hoog-sensitieve bluetoothpakjes voor de ‘vrije’ transmissie in een mondiaal orgasmatron.

’treurnis is een wrede god die alles in zijn willekeur beslist. hij verandert lachend licht in droeve duisternis, hij geeft het ’s ochtends heel de blijdschap van haar wonderlijk bestaan om het dan met het gemis weer stuk te slaan.’

NKdeE , het moment (59), 2021-02-14

de apocalyps verwordt in de kosmisch-theatrale configuratie van deze wereldorde tot een steriel, eterneel uitgevlakt ‘nu’, een tijdloos moment dat geen moment meer is maar een voortdurende drainage van de individuele beleving van wieg tot graf, geen oogwenk maar een voortdurend tijdperk, een onaflatend sloopwerk van millennia.

of iets minder lang, wat u en mij betreft. op 14 februari 2029 komt iedereen klaar bij de dan 13-jarige Sophia en daarna zijn de restanten van onze soort enkel nog wat amusante spelroutines in de mensenzoo

misschien dacht Antonin daar zelf toch wel lichtjes anders over.

14-07-2020, verwerkt op 21-02-2021 – voor TVA. over de praktijk van het Théatre Veritablement Algorithmique

TVA

over de praktijk van het Théatre Veritablement Algorithmique

  • kosmotheia

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Noten[+]

Categorieën
Anke Veld

Lode’s credo

“in de naam van de dingen
zit de naam van het niets.
het niets noemt de dingen
de dingen dragen de naam
als satellieten van het niets

de naam van god is uit het
niets de naam geworden
die de god der dingen
heeft tot god benoemd.
de god der dingen heeft
de mens tot slaaf gemaakt.

schrap de namen, laat
het zijn, weg met de dingen
weg met alles dat in de naam
van de dingen, in de naam
van god gebeurt want in
de naam van het zijn
gebeurt er hoegenaamd
niets.”

Lode Kok, Anke VeldKOLK, 2022

invoer (2017)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Steun de Kathedraal, Radio Klebnikov en Platform PLEE!

Koop meer BROL!

NU ONLINE in onze gloednieuwe BROLwinkel!

of op de grote Brolexpo van HET ROT! nog tot nader datum in FLUGZEUG Music-Art-Design te Leuven…Bekijk de volledige Cataloog daarvan (prijslijst met foto’s op FB)

Noten[+]

Categorieën
101Aanroepingen Anke Veld gedicht van de dag hemelnet2020 HEMELNETLYRIEK lyriek

rastopaal

2 fragmenten uit het Weerants Liedboek, een corrupt tekstbestand in het Neo-Nederlands uit de Afgesloten Toekomst dat in 2045 wordt opgevangen door de Neo-Kathedraalse audioFaag, een gignomenologische verontwezenlijking. de publicatie ervan in 2046 veroorzaakt een pantemporele deining die leesbaar is tot in de bucolische geschriften van Vergilius…

[…]

0  Node grashopper1sprinkhaan faaltje ni moeftu nog:
   ’t zuden hand is af, hebben de hemelluh
   hunnen hellu afgedoan. Gekeerd in se du
   ut der utten utgefeeld, verdaan al boenkte
5  huver gesoegd die sunne die lokens in alle
   tinge tingt in & weur di weur were wie nu
   mit uns die alle wie be wier, sinne die.
   Priktuns die eugen om zie
10 mit ziede geplakte drupting, druptie ze uut
   die kwetterdeung frolikt die roden rad 2van de rotspraak wordt de rode raad zo vrolijk als een hondje
   tut tu tunen tutter sie bilabillen, klakt sie
   aspectogans diene tuttelmip & hast sie
   die klakgang in ritmus leuswie der kant

[…]

0  heurig dich veulen, hemelluh effel3de hemel sta ons bij, playtuns nu
   diftiane uber ikspi tinggleuf tangmoezel ere
   ins euteleute utsnidde euterleunt, heultuns
   irte manoe habbe urweil nitvergongen dru
5  ikspi verdisspierte heurplekt, schrukt mut
   der blubiallen peurtent ikspi sik nier
   ikspi snikti noestalgica indirtisse4in de dichte mist
   utzude suituske richque chikalte skune klapti
   org velti ikspi der bubarsneuterbeu intu intu.

invoer (2017)

oude glasplaatfoto (meermaals belicht) uit de NKdeE archieven

HEMELNETLYRIEK

lyrische teksten vanop http://vilt.skynetblogs.be 2004-2007
herwerkt voor 2020 en erger

Noten[+]

Categorieën
Anke Veld English texts Grafiek strip

anke veld 13

As if to make her point in one flash moment Anke unfolded her own image seven times within the dome before me, thereby demonstrating that all of time is just an illusion and that reality, if needs be, can be constructed even by hammer and lever, by fysically pounding one’s own will into the fabric of appearances that we perceive…this ability to construct the reality that we live, however, came with a price tag and that was what, within that very moment, made me feel gloriously sad and insolably happy…next i heard myself reciting these all too familiar verses:

Time present and time past
Are both perhaps present in time future,
And time future contained in time past.
If all time is eternally present
All time is unredeemable.
What might have been is an abstraction
Remaining a perpetual possibility
Only in a world of speculation.
What might have been and what has been
Point to one end, which is always present.
Footfalls echo in the memory
Down the passage which we did not take
Towards the door we never opened
Into the rose-garden. My words echo
Thus, in your mind.
                       But to what purpose
Disturbing the dust on a bowl of rose-leaves
I do not know.

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
journal intime Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #167

BLOEDSTRAAL

JONGEMAN
Ik hou van jou en alles is mooi.

MEISJE, met verhevigde tremolo in haar stem.
Je houdt van mij en alles is mooi.

JONGEMAN, een toon lager.
Ik hou van jou en alles is mooi.

MEISJE, nog een toon lager dan hem.
Je houdt van mij en alles is mooi.

JONGEMAN, wendt zich plots van haar af
Ik hou van jou.

Een stilte
Ga voor me staan.

MEISJE, met een zelfde beweging gaat ze voor hem staan
Voilà.

JONGEMAN, geëxalteerd, schelklinkend
Ik hou van jou, ik ben groot, ik ben helder, ik ben vol, ik ben dicht.

MEISJE, op dezelfde schelklinkende toon.
Wij houden van elkaar

JONGEMAN
Wij zijn intens. Ha wat zit de wereld goed in elkaar.

Een stilte. We horen iets als een enorm wiel dat draait en wind maakt. Een orkaan drijft hen uit elkaar.
Op dat moment zien we twee sterren met elkaar in botsing komen, en een hele reeks benen van levend vlees valt met voeten handen, pruiken, maskers, zuilengangen, gaanderijen, tempels, distilleerkolven, alles valt maar steeds langzamer, als viel het in een vacuum en dan dalen een voor een drie schorpioenen neer en tenslotte een kikker en een scarabee die naar beneden komt met een traagheid om wanhopig, om misselijk van te worden.

JONGEMAN, roept zo hard hij kan
De hemel is gek geworden.
Hij kijkt naar de hemel.
Lopen, weg van hier.
Hij duwt het meisje voor zich uit.
Een Ridder uit de Middeleeuwen komt op, in een vervaarlijk harnas, gevolgd door een voedster die haar borsten met beide handen vasthoudt en hijgt vanwege haar te zware borsten.

RIDDER
Blijf van je borsten af. Geef mij mijn papieren.
VOEDSTER, slaakt een kreet.
Ai! Ai! Ai!
RIDDER
Kak seg wat krijg jij?
VOEDSTER
Kijk daar, onze dochter, met hem.
RIDDER
Zwijg, er is geen dochter!
VOEDSTER
Ik zeg je dat ze neuken.
RIDDER
Laat ze neuken, wat kan mij dat schelen.
VOEDSTER
Incest.
RIDDER
Matrone
VOEDSTER, steekt haar handen diep in haar zakken die even groot zijn als haar borsten
Pooier.
Ze gooit hem snel zijn papieren.

RIDDER

Pfuh, laat mij eten.

De voedster maakt zich uit de voeten.
Hij krabbelt overeind en haalt vantussen elk der papieren een grote homp gruyere.
Plots begint hij te hoesten en naar adem te snakken.

RIDDER, de mond vol.
Eumf. Eumf. Laat me je borsten zien. Laat je borsten zien. Waar zit ze nu?
Hij gaat lopend af.
De jongeman komt terug op.

JONGEMAN
Ik zie, ik weet, ik heb begrepen. Hier heb je de publieke ruimte, de priester, de schoenmaker, de vier seizoenen, de drempel van de kerk, de lantaarn van het bordeel, de weegschaal van gerechtigheid. Ik hou het niet meer!

Een priester, een schoenlapper, een koster, een hoerenmadam een rechter, een handelaar in vier-seizoenen komen op als schaduwen.

JONGEMAN
Ik ben haar kwijt, geef haar terug.
IEDEREEN, op een verschillende toon.
Wie, wie, wie, wie.
JONGEMAN
Mijn vrouw.
KOSTER, heel kosterlijk 1‘bedonnant’: dikbuikig – woordspeling nvdv
Uw vrouw, pfu, onnozelaar!
JONGEMAN
Onnozelaar! ’t is misschien uw vrouw wel!
KOSTER, slaat zich op het voorhoofd.
Het zou zomaar kunnen.
Hij gaat lopende af.
De priester komt op zijn beurt uit de groep en legt zijn arm om de hals van de jongeman.
PRIESTER, alsof hij biecht hoort.
Naar welk deel van haar lichaam verwijst u het vaakst?
JONGEMAN
Naar God.
De Priester, verbouwereerd door het antwoord vervalt onmiddellijk in een Zwitsers accent.
PRIESTER, met een Zwitsers accent.
Maar dat kan je niet meer maken. Wij horen niets meer met dat oor. Dat moet je maar aan de vulkanen vragen, aan de aardbevingen. Wij moeten het hebben van de kleine smeerlapperijen in de biecht. En daarmee uit, dat is het leven.
JONGEMAN, heel erg aangedaan.
Ach zo, dat is het leven!
Ah bon, iedereen trap het maar af.
PRIESTER, nog steeds met een Zwitsers accent.
Maar zeker.
Op dat moment valt de nacht plots op de scène. De aarde beeft. De donder raast, met weerlichten die zigzaggen in alle richtingen, en in de zigzaggende weerlichten ziet men de personages het op een lopen zetten, ze lopen tegen elkaar op, vallen, krabbelen recht en lopen als gekken.
Op een gegeven moment grijpt een enorme hand de hoerenmadam bij de haren. Die vat vuur en zwelt zienderogen op.

GIGANTISCHE STEM
Teef, kijk naar je lichaam!
Het lijf van de hoerenmadam komt naakt en afschuwelijk uit het korset en de jurk tevoorschijn als waren die van glas.
HOERENMADAM
Laat mij los, God.
Ze bijt God in de pols. Een immense bloedstraal schiet dwars over de scène en in een weerlicht groter dan die van de anderen ziet men de priester een kruis slaan.
Wanneer het licht terug aangaat, zijn alle personages dood en liggen hun lijken over de vloer verspreid. Alleen de jongeman en de hoerenmadam verslinden elkaar met de ogen.
De hoerenmadam valt in de armen van de jongeman.
HOERENMADAM, zuchtend, als op het uiterste punt van een amoureus spasme.
Vertel mij hoe het met jou gebeurd is.

De jongeman bergt zijn hoofd in zijn handen.
De voedster komt terug op met het meisje onder haar arm als een pakket. Ze laat haar op de grond vallen waar ze neerstort en zo plat wordt als een boterkoek.
De voedster heeft geen borsten meer. Haar borst is helemaal plat.
Dan duikt de Ridder op die zich op de voedster werpt en haar heftig dooreenschudt.

RIDDER, met een vreselijke stem.
Waar heb jet het verstopt? Geef mij mijn gruyere!
VROEDVROUW, dartel.
Hierzie.
Ze heft haar rokken op.
De jongeman wil weglopen maar hij staat perplex als een versteende marionette.

JONGEMAN, als opgehangen in de lucht en met een buiksprekersstem.
Doe mama geen pijn.
RIDDER
Vervloekte.
Hij wendt in afschuw zijn gezicht af.
Een massa schorpioenen komen vanonder de rokken van de vroedvrouw en die beginnen te paren in haar vagina die opzwelt en glazig wordt en schittert als een zon.
De jongeman en de vroedvrouw gaan ervandoor als gelobotomiseerden

MEISJE, komt verblind overeind
De maagd! ha, dat was het wat hij zocht.

DOEK

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.74-81] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

LE JET DE SANG

LE JEUNE HOMME

Je t’aime et tout est beau.

LA JEUNE FILLE,
avec un tremolo intensifié dans la voix.

Tu m’aimes et tout est beau.

LE JEUNE HOMME, sur un ton plus bas.

Je t’aime et tout est beau.

LA JEUNE FILLE,
sur un ton encore plus bas que lui.

Tu m’aimes et tout est beau.

LE JEUNE HOMME, la quittant brusquement.

Je t’aime.

Un silence.

Mets-toi en face de moi.

LA JEUNE FILLE, même jeu,
elle se met en face de lui.

Voilà.

LE JEUNE HOMME,
sur un ton exalté, suraigu.

Je t’aime, je suis grand, je suis clair, je suis plein, je suis dense.

LA JEUNE FILLE,
sur le même ton suraigu.

Nous nous aimons.

LE JEUNE HOMME

Nous sommes intenses. Ah que le monde est bien établi.

Un silence. On entend comme le bruit d’une immense roue qui tourne et dégage du vent. Un ouragan les sépare en deux.

À ce moment, on voit deux astres qui s’entrechoquent et une série de jambes de chair vivante qui tombent avec des pieds, des mains, des chevelures, des masques, des colonnades, des portiques, des temples, des alambics, qui tombent, mais de plus en plus lentement, comme s’ils tombaient dans du vide, puis trois scorpions l’un après l’antre, et enfin une grenouille, et un scarabée qui se dépose avec une lenteur désespérante, une lenteur à vomir.

LE JEUNE HOMME,
criant de toutes ses forces.

Le ciel est devenu fou.

Il regarde le ciel.

Sortons en courant.

Il pousse la jeune fille devant lui.

Et entre un Chevalier du Moyen Âge avec une armure énorme, et suivi d’une nourrice qui tient sa poitrine à deux mains, et souffle à cause de ses seins trop enflés.

LE CHEVALIER

Laisse là tes mamelles. Donne-moi mes papiers.

LA NOURRICE, poussant un cri suraigu.

Ah ! Ah ! Ah !

LE CHEVALIER

Merde, qu’est-ce qui te prend ?

LA NOURRICE

Notre fille, là, avec lui.

LE CHEVALIER

Il n’y a pas de fille, chut !

LA NOURRICE

Je te dis qu’ils se baisent.

LE CHEVALIER

Qu’est-ce que tu veux que ça me foute qu’ils se baisent.

LA NOURRICE

Inceste.

LE CHEVALIER

Matrone.

LA NOURRICE,
plongeant les mains au fond de ses poches
qu’elle a aussi grosses que ses seins.

Souteneur.

Elle lui jette rapidement ses papiers.

LE CHEVALIER

Phiote, laisse-moi manger.

La nourrice s’enfuit.

Alors il se relève, et de l’intérieur de chaque papier il tire une énorme tranche de gruyère.

Tout à coup il tousse et s’étrangle.

LE CHEVALIER, la bouche pleine.

Ehp. Ehp. Montre-moi tes seins. Montre-moi tes seins. Où est-elle passée ?

Il sort en courant.

Le jeune homme revient.

LE JEUNE HOMME

J’ai vu, j’ai su, j’ai compris. Ici la place publique, le prêtre, le savetier, les quatre saisons, le seuil de l’église, la lanterne du bordel, les balances de la justice. Je n’en puis plus !

Un prêtre, un cordonnier, un bedeau, une maquerelle, un juge, une marchande des quatre-saisons, arrivent sur la scène comme des ombres.

LE JEUNE HOMME

Je l’ai perdue, rendez-la-moi.

TOUS, sur un ton différent.

Qui, qui, qui, qui.

LE JEUNE HOMME

Ma femme.

LE BEDEAU, très bedonnant.

Votre femme, psuif, farceur !

LE JEUNE HOMME

Farceur ! c’est peut-être la tienne !

LE BEDEAU, se frappant le front.

C’est peut-être vrai.

Il sort en courant.

Le prêtre se détache du groupe à son tour et passe son bras autour du cou du jeune homme.

LE PRÊTRE, comme au confessionnal.

À quelle partie de son corps faisiez-vous le plus souvent allusion ?

LE JEUNE HOMME

À Dieu.

Le prêtre décontenancé par la réponse prend immédiatement l’accent suisse.

LE PRÊTRE, avec l’accent suisse.

Mais ça ne se fait plus. Nous ne l’entendons pas de cette oreille. Il faut demander ça aux volcans, aux tremblements de terre. Nous autres on se repaît des petites saletés des hommes dans le confessionnal. Et voilà, c’est tout, c’est la vie.

LE JEUNE HOMME, très frappé.

Ah voilà, c’est la vie !

Eh bien tout fout le camp.

LE PRÊTRE, toujours avec l’accent suisse.

Mais oui.

À cet instant la nuit se fait tout d’un coup sur la scène. La terre tremble. Le tonnerre fait rage, avec des éclairs qui zigzaguent en tous sens, et dans les zigzags des éclairs on voit tous les personnages qui se mettent à courir, et s’embarrassent les uns dans les autres, tombent à terre, se relèvent encore et courent comme des fous.

À un moment donné une main énorme saisit la chevelure de la maquerelle qui s’enflamme et grossit à vue d’œil.

UNE VOIX GIGANTESQUE

Chienne, regarde ton corps !

Le corps de la maquerelle apparaît absolument nu et hideux sous le corsage et la jupe qui deviennent comme du verre.

LA MAQUERELLE

Laisse-moi, Dieu.

Elle mord Dieu au poignet. Un immense jet de sang lacère la scène, et on voit au milieu d’un éclair plus grand que les autres le prêtre qui fait le signe de la croix.

Quand la lumière se refait, tous les personnages sont morts et leurs cadavres gisent de toutes parts sur le sol. Il n’y a que le jeune homme et la maquerelle qui se mangent des yeux.

La maquerelle tombe dans les bras du jeune homme.

LA MAQUERELLE, dans un soupir et comme
à l’extrême
pointe d’un spasme amoureux.

Racontez-moi comment ça vous est arrivé.

Le jeune homme se cache la tête dans les mains.

La nourrice revient portant la jeune fille sous son bras comme un paquet. La jeune fille est morte. Elle la laisse tomber à terre où elle s’écrase et devient plate comme une galette.

La nourrice n’a plus de seins. Sa poitrine est complètement plate.

À ce moment débouche le Chevalier qui se jette sur la nourrice, et la secoue véhémentement.

LE CHEVALIER, d’une voix terrible.

Où les as-tu mis ? Donne-moi mon gruyère.

LA NOURRICE, gaillardement.

Voilà.

Elle lève ses robes.

Le jeune homme veut courir mais il se fige comme une marionnette pétrifiée.

LE JEUNE HOMME, comme suspendu en l’air
et d’une
voix de ventriloque.

Ne fais pas de mal à maman.

LE CHEVALIER

Maudite.

Il se voile la face d’horreur.

Alors une multitude de scorpions sortent de dessous les robes de la nourrice et se mettent à pulluler dans son sexe qui enfle et se fend, devient vitreux, et miroite comme un soleil.

Le jeune homme et la maquerelle s’enfuient comme des trépanés.

LA JEUNE FILLE, se relevant éblouie.

La vierge ! ah c’était ça qu’il cherchait.

Rideau.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma



Noten[+]

Categorieën
Anke Veld Grafiek lyriek strip

anke veld – 12

Next moment I found myself staring in disarray at me, another me, a future version of me, whatever, someone who looked exactly like me and felt like me ‘cause yes I could feel her at the same time and therefore I immediately knew this she-me was pointing out something to me, something that somehow I already knew, and I knew that I knew it but I didn’t want to know it, but here I/ she was standing before a huge construction that looked like a hydraulic power plant and I knew that I was going to die in 5 years time and I also knew that that didn’t matter at all, so I shouldn’t worry about it at all. Still…

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza

journal intime #166

166 – se repondre à soi – VUUR

voetnoot bij ‘Brief aan de heer Wetgever’

lees de tekst bij dewelke dit een voetnoot is

Ik weet maar al te goed dat er ernstige stoornissen van de persoonlijkheid bestaan, die er zelfs toe kunnen leiden dat het bewustzijn zijn individualiteit verliest: het bewustzijn blijft intact maar herkent zich ziet meer als aan zichzelf toebehorend (en herkent zich in geen enkele mate).
Er bestaan minder erge stoornissen, of beter gezegd minder wezenlijke, maar stoornissen die veel pijnlijker en belangrijker zijn voor de persoon, en op een bepaalde wijze schadelijker voor de vitaliteit, en dat is wanneer het bewustzijn zich een hele reeks van dislocatie- en ontbindingsverschijnselen van zijn krachten gaat toe-eigenen als aan zichzelf toebehorende, te midden waarvan dan zijn materialiteit zich vernietigt.
Naar deze stoornissen verwijs ik hier.

Maar het is juist de kwestie om te weten of het leven niet beter wordt bereikt door een ontlijving van het denken met het behoud van een deel van het bewustzijn, dan door de projectie van dit bewustzijn in een ondefinieerbaar elders met een strikt behoud van het denken. Het gaat er daarbij niet om dat zulk een denken vals spel speelt, dat het waanzinnig wordt, het gaat erom dat het gebeurt, dat er vuur wordt gestookt, zelfs al is het waanzin. Het is een kwestie van het bestaan ervan. En ik beweer, onder andere, dat ik geen denken heb.

Maar mijn vrienden lachen daarom.
En toch!

Want wat ik noem ‘een denken hebben’ is voor mij niet het juist zien of zelfs niet het juist denken, maar zijn denken in stand houden, in staat zijn het aan zichzelf manifest te maken en dat het kan een antwoord bieden aan alle omstandigheden van het gevoel en het leven. Maar vooral een antwoord geven aan zichzelf.

Want hier vindt dat ondefinieerbare en verontrustende fenomeen plaats dat ik maar niemand kan doen begrijpen, en vooral niet mijn vrienden (of beter nog, mijn vijanden, degenen die mij nemen voor de schaduw waarvan ik maar al te goed besef dat ik slechts dat ben; – en ze beseffen niet hoe goed ze dat hebben, zij, schaduwen van schaduwen, een keer van hen en een keer van mij).

Mijn vrienden heb ik nooit gezien als mijzelf, met de tong uit de mond en met een afschuwelijk haperende geest.

Ja, mijn denken kent zichzelf en wanhoopt ooit nog zichzelf te bereiken. Het kent zichzelf, ik bedoel het heeft een vermoeden van zichzelf; en in ieder geval voelt het zichzelf niet meer. – Ik heb het over het fysiek leven, over het substantiële leven van het denken (en hier kom ik terug bij mijn onderwerp), ik heb het over dit minimum aan denkend leven in zijn ruwe staat, – nog niet tot verwoording gekomen, maar daartoe in staat als het nodig is, – zonder welk minimum de ziel niet meer kan leven, en het leven is alsof het niet meer is. – Degenen die klagen over de tekortkomingen van het menselijk denken en over hun eigen machteloosheid om tevreden te zijn met wat zij hun denken noemen, verwarren en zetten op hetzelfde foutieve vlak perfect gedifferentieerde staten van denken en vorm, waarvan het laagste nu alleen maar spreken is, terwijl het hoogste nog steeds geest is.

Indien ikzelf in het bezit zou zijn van dat wat ik weet dat mijn denken is, dan had ik misschien Navel van het Voorgeborchte geschreven maar dan had ik het op een geheel andere manier geschreven. Men zegt dat ik denk omdat ik niet helemaal ben gestopt met denken en omdat mijn geest, ondanks alles, zich op een bepaald niveau handhaaft en van tijd tot tijd bewijzen levert van zijn bestaan, bewijzen waarvan men niet wil erkennen dat ze zwak zijn en oninteressant. Maar denken is voor mij iets anders dan niet helemaal dood zijn, het is te allen tijde met zichzelf verenigd zijn, het is om nooit te stoppen met het voelen in je innerlijk, in de niet verwoorde massa van je leven, in de inhoud van je realiteit, denken is niet in jezelf een kapitaal gat te voelen, een vitale afwezigheid,het is altijd voelen dat je gedachte gelijk is aan je gedachte, ongeacht de onvolkomenheden van de vorm die men in staat is om het te geven. Maar mijn gedachte bij mijzelf, zondigt door zwakte, maar is zondigt ook door kwantiteit. Ik denk voortdurend aan een lager tarief.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.66-70] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Je sais assez qu’il existe des troubles graves de la personnalité, et qui peuvent même aller pour la conscience jusqu’à la perte de son individualité : la conscience demeure intacte mais ne se reconnaît plus comme s’appartenant (et ne se reconnaît plus à aucun degré).

Il y a des troubles moins graves, ou pour mieux dire moins essentiels, mais beaucoup plus douloureux et plus importants pour la personne, et en quelque sorte plus ruineux pour la vitalité, c’est quand la conscience s’approprie, reconnaît vraiment comme lui appartenant toute une série de phénomènes de dislocation et de dissolution de ses forces au milieu desquels sa matérialité se détruit.

Et c’est à ceux-là même que je fais allusion.

Mais il s’agit justement de savoir si la vie n’est pas plus atteinte par une décorporisation de la pensée avec conservation d’une parcelle de conscience, que par la projection de cette conscience dans un indéfinissable ailleurs avec une stricte conservation de la pensée. Il ne s’agit pas cependant que cette pensée joue à faux, qu’elle déraisonne, il s’agit qu’elle se produise, qu’elle jette des feux, même fous. Il s’agit qu’elle existe. Et je prétends, moi, entre autres, que je n’ai pas de pensée.

Mais ceci fait rire mes amis.

Et cependant !

Car je n’appelle pas avoir de la pensée, moi, voir juste et je dirai même penser juste, avoir de la pensée, pour moi, c’est maintenir sa pensée, être en état de se la manifester à soi-même et qu’elle puisse répondre à toutes les circonstances du sentiment et de la vie. Mais principalement se répondre à soi.

Car ici se place cet indéfinissable et trouble phénomène que je désespère de faire entendre à personne et plus particulièrement à mes amis (ou mieux encore, à mes ennemis, ceux qui me prennent pour l’ombre que je me sens si bien être ; – et ils ne pensent pas si bien dire, eux, ombres deux fois, à cause d’eux et à cause de moi).

Mes amis, je ne les ai jamais vus comme moi, la langue pendante, et l’esprit horriblement en arrêt. Oui, ma pensée se connaît et elle désespère maintenant de s’atteindre. Elle se connaît, je veux dire qu’elle se soupçonne ; et en tout cas elle ne se sent plus. – Je parle de la vie physique, de la vie substantielle de la pensée (et c’est ici d’ailleurs que je rejoins mon sujet), je parle de ce minimum de vie pensante et à l’état brut, – non arrivée jusqu’à la parole, mais capable au besoin d’y arriver, – et sans lequel l’âme ne peut plus vivre, et la vie est comme si elle n’était plus. – Ceux qui se plaignent des insuffisances de la pensée humaine et de leur propre impuissance à se satisfaire de ce qu’ils appellent leur pensée, confondent et mettent sur le même plan erroné des états parfaitement différenciés de la pensée et de la forme, dont le plus bas n’est plus que parole tandis que le plus haut est encore esprit. Si j’avais moi ce que je sais qui est ma pensée, j’eusse peut-être écrit l’Ombilic des Limbes, mais je l’eusse écrit d’une tout autre façon. On me dit que je pense parce que je n’ai pas cessé tout à fait de penser et parce que, malgré tout, mon esprit se maintient à un certain niveau et donne de temps en temps des preuves de son existence, dont on ne veut pas reconnaître qu’elles sont faibles et qu’elles manquent d’intérêt. Mais penser c’est pour moi autre chose que n’être pas tout à fait mort, c’est se rejoindre à tous les instants, c’est ne cesser à aucun moment de se sentir dans son être interne, dans la masse informulée de sa vie, dans la substance de sa réalité, c’est ne pas sentir en soi de trou capital, d’absence vitale, c’est sentir toujours sa pensée égale à sa pensée, quelles que soient par ailleurs les insuffisances de la forme qu’on est capable de lui donner Mais ma pensée à moi, en même temps qu’elle pèche par faiblesse, pèche aussi par quantité. Je pense toujours à un taux inférieur.

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag lyriek

maya

mei is de maya die doet mij geloven
dat het absoluut vele, het schone
in mijn enkele iets zit verscholen

hoe zoetelijk zingt het, hoe nachtelijk wil het
hoe hoog en hoe lustig zoekt ook de leeuwerik
hoe wild en onzinnig graven mijn honden
hoe dicht in zichzelf heeft het ik zich omwonden

mei is de maya die doet mij geloven
dat het absoluut vele, het schone
in mijn enkele iets zit verscholen

met ruimte de lucht wil mij omvatten
met groeien het gras mij doorklieven
de mensen zijn lippen met blijtende bleinen
de goden zijn spasmen, ventielen en dieven.

mei is de maya dus drink van het hart
het gutsende geven, het woord
is uw weg, de hel van dit leven.

invoer (2017) – Anke Veld – Lode’s lied

alles van waarde is hoe het gebeurt, dus alles van waarde wordt onherroepelijk Brol, zoals ook deze vogel perfect gezeten nochtans in de jonge boom maria.
nu, eilaas niet meer dan een A4 stukje Brol. Brol kan je kopen, wel, dat is de troost ervan. in september toch, want

SEPTEMBER was BROLMAAND!

gedurende heel de maand september kon je de originele tekeningen en aquarellekens die gebruikt werden/worden als illustratie bij het literaire werk van de NKdeE kopen aan BROLPRIJS!

Dit ter ondersteuning van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends!
BROLprijs wordt per formaat berekend, met A6 als basis

A3 = 8 x A6 = €40
A4 = 4 x A6 = €20
A5 = 2 x A6 = €10
A6 = €5

eilaas, september is henen!
Uitzonderlijk is er dit jaar de ROTexpo waarop deze en andert BROL nog te verkrijgen is tegen dit tarief. Tot en met zaterdag 17 oktober!
Haast u naar FLUGZEUG, Diestsestraat 208 te Leuven en KOOP alsnog MEER BROL!!!!

*

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag lyriek

zeer

een Pisaans Lorelied

mijn lief is leed, mijn heil verdriet
van pijn ken ik het einde niet
ik bid u muze maak mijn lied
eer ik van zeer zal sterven.

de zon is zwart, mijn dag is nacht
er is geen bed dat op mij wacht
alleen de koude leegte lacht
om mij: mijn geest wil zwerven.

geen vrouwe lief, geen eerlijk man
geen mens die mij nog helpen kan.
enkel jij LAIS, hebt kennis van
wat ik van haar kan erven.

mijn lief is leed, mijn heil verdriet
sinds Anna Anke achterliet
ik bid u muze zing mijn lied
eer ik van zeer mag sterven.

invoer (2017)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Noten[+]

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag gelegenheidsgedichten lyriek Proza

niemand

de tijd verglijdt,
bewijst op zicht:
wij blijven niet
en zijn niet vrij.

per dag de pijn
der straf neemt af.
wij slapen in
met ochtendzin.

’t verblijf is nacht
in ’t zwart gedacht:
droev’ge stilte
is klankenpracht.

de spijt gaat weg
zij ligt erbij
zo lijf aan lijf
gaat het voorbij.

‘Anna’, zegt Anke
‘Anke’, zegt Anna
‘niemand zijn wij
en wij gaan voorbij’.

invoer (2017)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

een stukske BROL uit 2015, denk ik, maar ik kan mij vergissen. veel zwarte inkt alleszins. BROLprijs = €20 want ’t is A4 è en

SEPTEMBER was BROLMAAND!

gedurende heel de maand september kon je de originele tekeningen en aquarellekens die gebruikt werden/worden als illustratie bij het literaire werk van de NKdeE kopen aan BROLPRIJS!

Dit ter ondersteuning van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends!
BROLprijs wordt per formaat berekend, met A6 als basis

A3 = 8 x A6 = €40
A4 = 4 x A6 = €20
A5 = 2 x A6 = €10
A6 = €5

eilaas, september is henen!
Uitzonderlijk is er dit jaar de ROTexpo waarop deze en andert BROL nog te verkrijgen is tegen dit tarief. Tot en met zaterdag 17 oktober!
Haast u naar FLUGZEUG, Diestsestraat 208 te Leuven en KOOP alsnog MEER BROL!!!!

*

Noten[+]

Categorieën
Anke Veld

anke veld – 11

Outside. The moment she said it we were outside, on a hilltop, looking down on The Place, its two huge domes now reduced to a Playmobil dominion, flanked by an enormous new building, very straight and very standard solar panel 100% self-sustainable durability proof slick piece of engeneering.

“But you like the bird, don’t you?” sensing, no reading my present day suspicion of everything that looks too neat to be true. “It’s a sooty tern”, Anke continued, “it doesn’t belong her, I wrote it for you”.
“Wrote it?? It’s not real?

In a number of ways I knew what was coming, what Anke would answer next. I had been living up to this moment for some time, I guess.

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #165

165 – l’étiage toxicomanique de la nation – FEU

BRIEF
aan de heer Wetgever
van de Wet op de Verdovende Middelen

Mijnheer de Wetgever,

Mijnheer de Wetgever van de wet van 1916, in juli 1917 bij decreet aanvaard als de Wet op de Verdovende Middelen, je bent een debiel.
Jouw wet enerveert enkel de wereldwijde farmacie zonder enige invloed op het niveau van drugsverslaving in dit land en wel hierom:

  1. het aantal drugsverslaafden dat zich bij de apotheek bevoorraadt is gering
  2. de echte drugsverslaafde bevoorraadt zich niet bij de apotheker
  3. de drugsverslaafden die zich bij de apotheker bevoorraden zijn allemaal ziek
  4. het aantal drugsverslaafden dat ziek is is gering t.o.v. de genotzuchtige druggebruikers
  5. de farmaceutische beperkingen van de drugs treffen nooit de druggebruikers uit genotzucht en de georganiseerde druggebruikers
  6. er zullen altijd fraudeurs zijn
  7. er zullen altijd drugsverslaafden zijn door ondeugdzaamheid, door passie
  8. zieke drugsverslaafden hebben een onaantastbaar recht in deze maatschappij en dat is om met rust gelaten te worden.

Het is voor alles een gewetenskwestie.
De Wet op de Verdovende Middelen geeft aan de inspecteur-usurpator van de volksgezondheid het recht om te beslissen over de pijn van anderen; het is een merkwaardige pretentie van de moderne medische wetenschap om de eigen plichten te willen voorschrijven aan ieders geweten. Al dat geblaat van het officiële handvest staat machteloos tegen dit ene gewetensfeit: te weten dat, meer nog dan over mijn dood ik de baas ben over mijn eigen pijn. Ieder mens is rechter – en enige rechter – over de hoeveelheid fysieke pijn, of ook geestelijke leegte die hij in alle oprechtheid kan dragen.

Helderheid van geest of niet, er bestaat een helderheid van geest die mij geen enkele ziekte kan ontnemen en dat is het aanvoelen dat mijn fysieke leven mij geeft1hier voegt Artaud een lange voetnoot in die in het volgende deel zal worden vertaald. En als ik die helderheid dan heb verloren, dan heeft de medische wetenschap maar één ding te doen en dat is mij die substanties te verschaffen die mij in staat stellen die helderheid terug te hebben.

Heren dictators van de farmaceutische school van Frankrijk, jullie zijn pedante geknipten: er is een ding dat jullie beter zou moeten inschatten, en dat is dat opium die ene, niet voor te schrijven en imperiale substantie is die het eigen zielenleven weer toegankelijk maakt aan hen die het ongeluk hadden dat kwijt te raken.

Er bestaat een kwaal waartegen opium onfeilbaar is en die kwaal heet Angst. Angst in zijn mentale, medicinale, psychologische, logische of farmaceutische betekenis, wat je maar wil.

De Angst die gekken maakt.
De Angst die zelfmoordenaars maakt.
De Angst die vervloekten maakt.
De Angst die de medische wetenschap niet kent.
De Angst die uw dokter niet begrijpt.
De Angst die het leven krengt.
De Angst die de navelstreng van het leven afknijpt.

Door uw onbillijke wet geeft u mensen in wie ik geen greintje vertrouwen heb – medische debielen, snertapothekers, rechters in wanpraktijken, doktoren, vroedvrouwen, dokters, dokters-inspecteur, het recht in handen om te beslissen over mijn angst, een angst die in mij zo fijn is als de naalden van alle kompasnaalden van de hel.

Bij bevingen van lichaam of ziel bestaat er geen mensenseismograaf die het iemand mogelijk maakt om naar mij te kijken en tot een meer nauwkeurige evaluatie van mijn pijn te komen dan mijn eigen bliksemende geest dat doet!

Heel de riskante wetenschap van de mens is niet superieur aan de onmiddellijke kennis die ik van mijn wezen kan hebben. Ik ben de enige rechter over wat er in mij zit.

Ga terug naar jullie zolders, medische luizen, en jij ook, meneer de wetgever Schaapmans, jij raaskalt niet uit liefde voor de mens maar volgt een traditie van imbeciliteit. Jouw onwetendheid over wat het is om een mens te zijn wordt alleen geëvenaard door je dwaasheid om hem te willen beperken. Moge jouw wet neerkomen op je vader, je moeder, je vrouw, je kinderen en al je nageslacht. En slik nu maar in die wet van je.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.66-70] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Monsieur le législateur,

Monsieur le législateur de la loi de 1916, agrémentée du décret de juillet 1917 sur les stupéfiants, tu es un con.

Ta loi ne sert qu’à embêter la pharmacie mondiale sans profit pour l’étiage toxicomanique de la nation

parce que

1o Le nombre des toxicomanes qui s’approvisionnent chez le pharmacien est infime ;

2o Les vrais toxicomanes ne s’approvisionnent pas chez le pharmacien ;

3o Les toxicomanes qui s’approvisionnent chez le pharmacien sont tous des malades ;

4o Le nombre des toxicomanes malades est infime par rapport à celui des toxicomanes voluptueux ;

5o Les restrictions pharmaceutiques de la drogue ne gêneront jamais les toxicomanes voluptueux et organisés ;

6o Il y aura toujours des fraudeurs ;

7o Il y aura toujours des toxicomanes par vice de forme, par passion ;

8o Les toxicomanes malades ont sur la société un droit imprescriptible, qui est celui qu’on leur foute la paix. C’est avant tout une question de conscience.

La loi sur les stupéfiants met entre les mains de l’inspecteur-usurpateur de la santé publique le droit de disposer de la douleur des hommes ; c’est une prétention singulière de la médecine moderne que de vouloir dicter ses devoirs à la conscience de chacun. Tous les bêlements de la charte officielle sont sans pouvoir d’action contre ce fait de conscience : à savoir, que, plus encore que de la mort, je suis le maître de ma douleur. Tout homme est juge, et juge exclusif, de la quantité de douleur physique, ou encore de vacuité mentale qu’il peut honnêtement supporter. Lucidité ou non lucidité, il y a une lucidité que nulle maladie ne m’enlèvera jamais, c’est celle qui me dicte le sentiment de ma vie physique. Et si j’ai perdu ma lucidité, la médecine n’a qu’une chose à faire, c’est de me donner les substances qui me permettent de recouvrer l’usage de cette lucidité. Messieurs les dictateurs de l’école pharmaceutique de France, vous êtes des cuistres rognés : il y a une chose que vous devriez mieux mesurer ; c’est que l’opium est cette imprescriptible et impérieuse substance qui permet de rentrer dans la vie de leur âme à ceux qui ont eu le malheur de l’avoir perdue.

Il y a un mal contre lequel l’opium est souverain et ce mal s’appelle l’Angoisse, dans sa forme mentale, médicale, physiologique, logique ou pharmaceutique, comme vous voudrez.

L’Angoisse qui fait les fous.
L’Angoisse qui fait les suicidés.
L’Angoisse qui fait les damnés.
L’Angoisse que la médecine ne connaît pas.
L’Angoisse que votre docteur n’entend pas.
L’Angoisse qui lèse la vie.
L’Angoisse qui pince la corde ombilicale de la vie.

Par votre loi inique vous mettez entre les mains de gens en qui je n’ai aucune espèce de confiance, cons en médecine, pharmaciens en fumier, juges en mal-façon, docteurs, sages-femmes, inspecteurs-doctoraux, le droit de disposer de mon angoisse, d’une angoisse en moi aussi fine que les aiguilles de toutes les boussoles de l’enfer.

Tremblements du corps ou de l’âme, il n’existe pas de sismographe humain qui permette à qui me regarde d’arriver à une évaluation de ma douleur plus précise, que celle, foudroyante, de mon esprit !

Toute la science hasardeuse des hommes n’est pas supérieure à la connaissance immédiate que je puis avoir de mon être. Je suis seul juge de ce qui est en moi.

Rentrez dans vos greniers, médicales punaises, et toi aussi, Monsieur le Législateur Moutonnier, ce n’est pas par amour des hommes que tu délires, c’est par tradition d’imbécillité. Ton ignorance de ce que c’est qu’un homme n’a d’égale que ta sottise à le limiter. Je te souhaite que ta loi retombe sur ton père, ta mère, ta femme, tes enfants, et toute ta postérité. Et maintenant avale ta loi.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten[+]

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #164

164 – j’y tombe du ciel – BUIK

‘Homme’ van André Masson

(lees eerst het eerste deel van deze tekst)

En nu schikt hij zich in cellen waar een zaadje van onwerkelijkheid groeit. De cellen zitten elk op hun plaats in een waaiervormig patroon,

rond de buik, voor de zon , boven de vogel, enrondom die circulatie van solferwater.

Maar de architectuur is onverschillig aan de cellen, zij ondersteunt en zegt niets.

Elke cel heeft een ei, welke kiem glanst daarin? In elke cel wordt plots een ei geboren. Er is in elk van hen een onmenselijk krioelen dat evenwel helder is met de gelaagdheid van een bevroren universum.

Elke cel heeft wel degelijk zijn ei en biedt het ons aan; maar het maakt weinig uit of het ei wordt verkozen of afgekeurd.

Niet alle cellen dragen een ei. In sommige wordt een spiraal geboren. En in de lucht hangt een grotere spiraal, maar alsof die al solfer is, of nog fosfor en gewikkeld in onwerkelijkheid. En die spiraal heeft het belang van de meest krachtige gedachte.

De buik doet denken aan chirugie en het Lijkenhuis, aan een werf, een publieke plaats, de operatietafel. Het lichaam van de buik lijkt van graniet, of van marmer, of van plaaster, maar dan een verharde plaaster. Er is een vakje voor een berg. Het schuim van de lucht geeft de berg een koele, doorschijnende krans. De lucht rond de berg is sonoor, vroom, legendarisch, verboden. De toegang tot de berg is verboden. De berg heeft zijn plaats in de ziel. Hij is de horizon van iets dat voortdurend wijkt. Hij geeft de indruk van de eeuwige horizon.

En ik beschreef dit schilderij in tranen, want dit schilderij raakt mijn hart. Ik voel mijn denken zich daar ontvouwen als in een ideale, absolute ruimte, maar een ruimte die een vorm heeft die in de werkelijkheid gevoegd zou kunnen worden. Ik val er uit de hemel.

En elke vezel in mij spert zich open en vindt zijn plaats in een welbepaald vakje. Ik ga erin op als in mijn bron, ik vind er de plaats en de aard van mijn geest. Wie dit schilderij heeft geschilderd, is de grootste schilder van de wereld. Aan André Masson wat hem toekomt.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.62-64] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Et voici qu’il se dispose en cellules où pousse une graine d’irréalité. Les cellules se casent chacune à sa place, en éventail,

autour du ventre, en avant du soleil, au delà de l’oiseau, et autour de cette circulation d’eau soufrée.

Mais l’architecture est indifférente aux cellules, elle sustente et ne parle pas.

Chaque cellule porte un œuf où reluit quel germe ? Dans chaque cellule un œuf est né tout à coup. Il y a dans chacune un fourmillement inhumain mais limpide, les stratifications d’un univers arrêté.

Chaque cellule porte bien son œuf et nous le propose ; mais il importe peu à l’œuf d’être choisi ou repoussé.

Toutes les cellules ne portent pas d’œuf. Dans quelques-unes naît une spire. Et dans l’air une spire plus grosse pend, mais comme soufrée déjà ou encore de phosphore et enveloppée d’irréalité. Et cette spire a toute l’importance de la plus puissante pensée.

Le ventre évoque la chirurgie et la Morgue, le chantier, la place publique et la table d’opération. Le corps du ventre semble fait de granit, ou de marbre, ou de plâtre, mais d’un plâtre durcifié. Il y a une case pour une montagne. L’écume du ciel fait à la montagne un cerne translucide et frais. L’air autour de la montagne est sonore, pieux, légendaire, interdit. L’accès de la montagne est interdit. La montagne a bien sa place dans l’âme. Elle est l’horizon d’un quelque chose qui recule sans cesse. Elle donne la sensation de l’horizon éternel.

Et moi j’ai décrit cette peinture avec des larmes, car cette peinture me touche au cœur. J’y sens ma pensée se déployer comme dans un espace idéal, absolu, mais un espace qui aurait une forme introductible dans la réalité. J’y tombe du ciel.

Et chacune de mes fibres s’entr’ouvre et trouve sa place dans des cases déterminées. J’y remonte comme à ma source, j’y sens la place et la disposition de mon esprit. Celui qui a peint ce tableau est le plus grand peintre du monde. À André Masson, ce qui lui revient.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma