Categorieën
101 Aanroepingen 101Aanroepingen debuut Grafiek lyriek

de klasse Het

Hoe het ook zij, zegt het, zo is het en het wijst zich aan
waar het niet is. Het is me wat: het noemt zich je van het
maar heeft geen naam, het gaat vooruit tot het er is,
maar waar is het? vergeet het maar, we zijn het kwijt.

Het is goed en het is kwaad, het is beter dat
men het niet weet want het is de hoogste tijd
zegt men, en dan meteen ook al te laat. Het wordt
bevestigd ook: het wordt hier heel vaak gedaan.

Het regent, het sneeuwt, het hagelt en het stormt
en naar het schijnt is het uitzonderlijk dit jaar
het is het schone en het ware goed dat het er was,
het wil ook wel, maar zie jij het nog wel goed komen?

Ach wat zou het, ’t is erg, het gaat, het maakt niet uit,
het is voorbij, het is het om het even, het is een vloek
verdomme als het zo is, het is om zeep, gedaan, het is
bij god het zijn dat er niet is, niet was en nooit zal zijn.

7/07/2019

noot: deze klasse is een onderdeel van het protocol benodigd voor een geldige lezing van de Aanroepingen en andere packages van de NKdeE lyrische codebibliotheken. Elk gebruik van de desbetreffende klasse in die pakketten instantieert, vervolledigt en/of overschrijft deze klasse of gebruikt haar methodes.

dv 2019 – ‘het’ – potlood – A6
Categorieën
101 Aanroepingen asemic reading asemisch Grafiek Harusmuze lyriek

Duits

Zie je, Schätze, mensen
in dit park van menselijke zaken,
vrome mensen, stemmig en wellicht
eensluidend met het stoffige
van deze zomernacht
hun wulpse conversatie?

Hoor je ritselingen
in dit gras en klavecimbelerig
het knetterende zingen van vuur
dat zich in duizenden vleugels
vliezig vel op vel
tastbaar bewogen verteert?

Voel je strak mijn handen
rond je lijf geklemd, vingers wriemelen
rond eindjes been en ogen priemen
in het weeïge wijken
van je hals, het zilte
parelen van zweet op jou?

Ruik je fijntjes, Liebchen,
giftig geurend gas in deze zak van angst,
wasems in de bloei van barbecues,
leven dat zichzelf verast,
opgewonden water
dat mijn mond, mijn maag uitbraakt?

Likt je tong het poeder
dat ik in de schuren op mijn akkers meng,
nippen je besmeurde lippen wijn
die in mijn aderen kolkt
en eet je mee van mij,
vlees dat in je stad verzengt?

inputtekst (2000)

dv 2019 – AR van ‘Duits’ – A4
Categorieën
101 Aanroepingen asemic reading Grafiek lyriek

egyptisch

In tegenspraak, uw zinnen tergende,
soit disant als plaag
in duizendvouden dit moment :
hoe langzaam ik je
open, hoe uitgesplinterd in
mijn oor het kirren
van je oudste lach weerklinkt.

Ik, de schender van je opgeruimde
staat, force majeure, riet
dat splijtend naar je diepte dingt :
in vreemde luchten
mond ik uit, stof strandt op mijn tong
van onbesproken
kamers, tomben blauw in jou.

Jij, op barricaden spinnende,
aardse liaison,
omkaderd vlees dat lacht om mij :
langs brede lanen
redt je oog het moeiteloos, deint
je onbewogen
hoofd in wervelingen mee.

Zij, haar museale schoonheid is
vanzelfsprekend nu
in stilstand bevende nabij :
schril tableau vivant,
van hoe je uitverkoren door
haar zee mag komen,
hoe mijn leger sterft in jou.

inputtekst

dv 2019 – AR van ‘egyptisch’ – A4 – potlood, crayon, bister
Categorieën
101 Aanroepingen 101Aanroepingen asemic reading asemisch gedicht van de dag Grafiek lyriek rigorisme

ongegrond

Niet eens beweegt
haar hand: het boek
ligt jarenlang open
op dit onbeschreven
blad:

dag na dag en
uur na uur zie
je in haar blik seconden
afgemeten staan

die het moment
millennia verdagen
waarop je haar het
woord kon vragen.

Zo heeft ook de lucht, zegt
men, rond een klaproos
geen weet daarvan.

dv 2019 – AR van ‘ongegrond’
inputtekst (1994)

uit de vroege geschriften (1992-93)

de teksten uit dit boekje zijn mee opgenomen in Rigorisme:

Categorieën
101 Aanroepingen asemisch debuut lyriek

3 eigentijdse manieren om de muze te aanroepen

adoration.jpg
dv 2018 – “l’adoration des nanettes asémiques au printemps de l’ ère post-litteraire”

ATTENT

het
oude
liedje schoot
haar doel voorbij,
keert nu weer om zichzelf op te rapen.





GEIL

onder de maan tjirpt
gehurkt als een bidsprinkhaan
de naakte ziener





VERSTANDIG

de maan is vol, de man is hol
het ware beter dat het niet
opnieuw begon.

Categorieën
101 Aanroepingen gedicht van de dag Grafiek lyriek

precair

als ik het zeg,
luistert men niet.
als ik het dicht,
leest men het niet.
als ik het teken,
krijg ik een koekje.

als ik een fout maak,
stuurt men de honden,
de jagers, de beulen.

10-07-2017
uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’

precair
dv 10/07/2017, bister, pierre noir & ink on paper, A§ – €12
Categorieën
101 Aanroepingen

don’t mess with a missionary man

versleuteld

(behuist zij elke vrouw als alfabet)

oh ik heb haar lief omdat de liefde haar tot woord
verdingt, het letterlijke van haar wil in mij verzet
mijn hemeltergende gebleir van het restje  leegte
op de schimmenrijke bodem naar volledigheid. de

voegen barsten uit de letters uit in klanken, motoren
slaan bulderend aan & elke chip begint van haar te zingen.
het lied staat hier voor haar & niemand peilt de diepte
van mijn minnen. ik leef voor haar, haar naam die mag

je hebben & het wachtwoord ook dat ken je toch dat
is de dood. geen schoonheid zal ik ooit binnendringen
het schone wacht mij alom op, het zinnige in mij is zij

die ’s nachts in mij blijft woelen & het zweet mij afdipt nu
ik weer gaan dromen moet. dertien jaar had zij de naam
mijn vrouw te zijn. nu ik zit hier & heb eenzelfde maan.

dv, uit 101 eigentijdse aanroepingen van de muze

Categorieën
101 Aanroepingen lyriek

Jij weer

Reïncarnerend

De lucifer die je kende & knakte is het stoffen staafje
dat ik  plet tussen twee natte vingers die ik effen
van je leen & ondertussen verlustigt u lieden zich

in het begaan van het ene onrecht na het andere door
mij halsbrekend & reikpiemelig uit het dwaze gehoekte
van jullie woordelijke dwalen te breken , ik zie ik zie
zeg jij (terwijl de hippe quizmaster klaarkomt op een alfa)
de plas bruine geheugenkoek met eigen nat erbij
dat ik in je ogen was, die brij daar, zei jij,

dat ben jij.

Hoe meer ik breek echter hoe fijner mijn stof
hoe zwaarder  ik in je longen kom te liggen
hoe sneller mijn roest je kankeren voedt, nou

jij weer (wist ik het niet).

Categorieën
101 Aanroepingen lyriek

Tijd is een diafragma

bloemlezing van het oofdloos verzet tijdens de moeilijke jaren 1945-1962

bloemlezing van het oofdloos verzet tijdens de moeilijke jaren 1945-1962

Besluitend


met melkvlammen de grafadem
in  zweefmonden  het tonggolven
in volle zaadstulp die bulken maar  heilzang
gaat bij sluitselpijn in de stemspleten knellen, juffrouw

het hert HMS Spanningsberger
– te jong in de sterfspijlen
– afwaarts de tranenvloed éenogig  blijft
– de dijen bekoren de dijen bekronen de dijen bekreunen de spil
– hij dóór dorst te g(r)aan (doe de molensong)

wit tonaal de kus je lip het lust

“slingering in slingerring
zo slinger ik je in”

als om krult je leegte je
leegte & hemelhels vliegt je rode

in het verwonde & verwond nog ze lacht

  • haar stembraaksel bloot
  • haar stikschuimzilver op het bruisplaatje pruttelt
  • het praatscherm het ruisen van heur haar te zingen legt
  • haar lijfjes dompelt in de pek van uit

>>>> nu je mij als een huid de lucht afstroopt

Categorieën
101 Aanroepingen lyriek

onrust het naderen & vragen

onrust
het naderen & vragen
in je zwartleren jekker
met donkerrode spitsruiten

je grijze  vleeslappen
prondels tussen de zogklamp

deze arm (neem een arm)
deze hand (neem een hand)
die je de mist aandraagt, in je haar
opdrijft het  gefonkel
in straatlamplicht, jij,

oh jee, ja,  jij

(allemaal samen))))

waar er op hetzelfde ogenblik (negen ballonnen in de wind)
indien de klant met betrekking tot de uitvoering (guur & donker)

de omtrek drie maal (tok pad diep tok dap)
genoegdoening omdat je hand (pak plak palmt lap

pal tegen het raam)

het verraad is je
het gezicht ingegroeid, de scherven
lachen je lach stuk, je mond
sijpelt je tong kaduuk

(ja jij, oh jee) (x3)

hier, ervoor, nu, te laat, straks
de zee op

productie productie productie
op  elke derde een  ik

het einde van de aanvankelijke duur

je schoen op je neus, je neus  blinkt, scheurt op het beton
het wrede ik  het wrede dwars door je speklagen

wit, wit, rood, zwart

flitst witte schittering flets je water

zwart

zw)

t

breek

[cfr. http://www.vilt.net/kessello/?p=1439]

Categorieën
101 Aanroepingen lyriek

Duister

Het duister met de kleffe armen slaat de kleffe armen om
& om de natte dag. Diep oranje kleuren in mijn handen
alle tonen die ik  vang. Er tokkelt iets van nu op fel
gespannen snaren toen & nooit. Giraffen schuren traag

hun hals in het slome wiegen van een donker groen. Ik ban
de weemoed &  de warmte uit het donker in je lach. Ik schuif
de ladder uit tot hoog boven de daken. Het laatste licht vervalt
ook daar maar hier kan ik tenminste nog het einde raken.

Alle vormen glijden nu in vormen weg & takken braken takken
uit & slierten wak gebladerte. Wortels duwen grond op grond,
de kraaien pikken wormen alsof jij niet meer bestond. Ik weet

niet waar je bent. Je naam ben ik vergeten. Ik gil. Je lichaam trilt
waar ik mijn handen leg, de aarde tolt, je bent mijn lijf, mijn goud,
de wereld die ik verdwijnende in jou om haar heb opgebouwd.

Categorieën
101 Aanroepingen

Nooit

[actueel geperforeerde retro-lyrieke mijmering vanop
maar vlug & ver verwijderd van
een draagvlak door Judith V. opgericht
]

Nee. Nu.

Nu & straks. Of niet,
nu de verwelkte daad
gebaart in  droge kronkels
van het raken bijna aan
de kille tegels van de dood.

Of niet. Of nu

& nu het aan de grijze lippen net niet lippen gaat
& nu het aan de starre tongen  niet wil likken
& nu het monden in de monden opent veel  te wijd, uit te

doen vloeien te zeer gebiedt de lichamen in lichamen
van het angstige spreken kokhalzend
van de kolkende rivier de gutsende letters verslikkende
met de woorden stollend in de misselijk makende tijd.

Met het zure van toen & met de gal van straks
waar telkens weer de lust ons in de kelen
brandt & brandend lusten wekt in ’t heden.

Nu & metterdaad sluit inderdaad dit ik
een jij dat in mij sloop, een affe draad
die het verleden in mijn staande zuilen
sloeg & keert & keerde, slaat.

Een stenen slang die mij  mijn naam ontnam
& mij als woord  vervlecht in lege woorden.

Maar mijn gramschap treft u altijd pal in’t zwarte gat
& marmer stuift nog eerder weg dan dit bewegen
& de sterrenhemel drijft nog eerder uit
in ’t al & niets omvattend doodse lege
dan dat dit verlangen stopt verlangen op
te roepen &  door mij in u
als einde op te leven:

zoals uw bekken bij het golven op scharnierde
zoals uw hoofd & oog de trilling had van donker licht
zoals uw huid & hand tot spiegelijs verglaasde
zoals uw tong de kilte gaf & droeg van uw genot.

Categorieën
101 Aanroepingen

kristallen

de wereld zakt vervaarlijk
weg de daken stormen op
de hemel af de vogels

zwenken ver om mij
mijn stem versteent
mijn lichaam breekt

mijn taal verguist
& waar de koude
in het kille huist

daar ruist nu zilt mijn stof
een letterdans van zout
een stuk kristallen ik

dat eertijds hete adem
in je natte hijgen was
& straks vervalt tot glas

verwordt van scherf tot schuren
& dan verzonken is verzwonden
in welig woelende watermonden

Categorieën
101 Aanroepingen Lopende zaken

fraai

de vrouw waarop ik draai
is een platvloerse sloerie:

het soort waarmee je niet
of toch niet in haar bed
vooraleer je die nachtomrande
naden in je daden schriftelijk
& onomstotelijk hebt bijgezet

maar het samengaan van haar gedachten
met het golven van haar onwil
brengt mijn zinnen in vervoering
tot een feit van dierbaar onverschil

Categorieën
101 Aanroepingen

karnaval

Bloed ik niet als gij mij in de ogen kerft?
Is mijn maag u dan niet naakt genoeg, mijn vel
geen afdoend oponthoud? snijdt uitzinnig
niet dit woord de hemel open? Voelt

gij niet de doden in mijn mond te roeren
staan, had mijn tong u daaromtrent teveel
of net niet goed of niet die sprong? Waar
wilt gij met uw pijnen in mij razen? Wie

wilt gij dat ik u terwille ben? Ligt niet al
mijn stank genoeg  in u te sluimeren? Ruikt ge niet
alreeds het rotten van mijn meesterschap,

het krinkelen het lillen langs van uw
verstilde tong? Hebt gij ook nog kreten
nodig bij de omvang van uw karnaval?

Categorieën
101 Aanroepingen

vruchtbare systeems3x met w#rkwoorden

UIT

rubbertje voor Marcel Broodthaers

1) zoek wegen de weg eggen
zocht gewogen ook wag
2) wegmaken de het gewag

de het wagen
de het doende
[af 1]
[af 2]
[op 1, 3]

degen de dag te lagen
dr dr dr (ing) gend leggen
spleet in zing zing (l)uw

zoek kop
kop weg
zand (andere kant)

ting t
ing

badaBOEM

plupulp

[heeft struis gevogeld]

Categorieën
101 Aanroepingen

Zonnig te september (nu ook met gratis liedjesteksten)

De hond is het veld

op de oud-ierse wijze van The Pogues

de straten vol stralen de huizen vol hoop
de mensen te wachten de vijand getemd
de luchten gewillig het janken gestemd
de meiden verwerken de jongens tot vent

maar de tijd wil niet stoppen
& de plaats werkt niet mee
de stukka’s gaan komen
het gieren begint
de doden verrijzen
& hoog stijgt de zee

daar zijn de armen & ook nog de borst
de handen dragen de handen de handen
dragen de vingers op handen de vingers
echter verstijven & de taal is gestremd

want de tijd wil niet stoppen
& de plaats werkt niet mee
de stukka’s gaan komen
het gieren begint
de doden verrijzen
& hoog stijgt de zee

het hoofd is afwezig de broek is een tent
de vrede gaat komen de mens is een held
de dichter wint prijzen de lezer heeft geld
het einde der tijden is nog maar ’s uitgesteld

want de tijd wil niet stoppen
& de plaats werkt niet mee
de stukka’s gaan komen
het gieren begint
de doden verrijzen
& hoog stijgt de zee

gelukkig mijn hond is gelukkig maar hond
& het veld is gelukkig geen landschap maar veld
want het veld is als veld goed genoeg voor mijn hond
daar komen immers de geuren van teefjes hem toe(hoe)gesneld

maar de tijd wil niet stoppen
& de plaats werkt niet mee
& de stukka’s gaan komen
& het gieren begint
& de doden verrijzen
& hoog stijgt de zee

[untsoweiter]

Categorieën
101 Aanroepingen

klebnidogjes

foto’s van Anouk (10 jaar) op De Bereklauw

Categorieën
101 Aanroepingen lyriek

Zomers

Het is nog koel
dus doen we maar.

Het lichaam niet
is de gevangenis,
het zijn de woorden
eerder waartoe eerst
gekomen wordt:

ze sluiten aan,
vervolgens in,
& staan dan
tijdig klaar.

Ze slikken ogenblikkelijk
de tong in & mijn mond.

Ze rukken op terstond
als het sidderen staakt
waarmee ik mij & u
& jij & al je

liefde liefde
in de kille zinnen
van je warme
lichaam achterlaat.

Categorieën
101 Aanroepingen Lopende zaken

KOOP

SFE 2005/4 Gebruiksaanwijzing voor Belgische Lichamen 2


Oostende, het jaar is 2000 : er waait
zout aan & roest uit de bunkers. Zon
splijt het plein, James trekt de lijn, er
wordt al flink doorgestapt. Een stoet
weldoeners zwengelt in steeds scherpere
hoek de kerkklokken aan. Torpedo’s bonzen
dreigend tegen de stalen verankering,
de dag wordt gewogen, een veertje
maakt het verschil. Het jongetje
met kniebroek in de glazen kooi
stelt zich op om de diefstal van Munch
te vertolken, het gejammer versterkt
zienderogen.
Gespikkelde scharrels overspoelen
het plein, kletsen zwoel op de ramen,
rijgen fietsers & voetgangers, spatten
als inkt op de krijsbus, op de crashende
auto’s, de tram derailleert, een hamburgertent
implodeert met geweld. Achter
gecertificeerde barricaden inspecteert
een ober het werken der koeling, wrijft
de gemoedsrust indachtig het bloed
op de glazen tot een fijne, rozige waas,
dipt een slurf in de bak aan je sokkel
& sproeit naarstig de tafels. Rokjes
benen ondertussen klanten uit, een
warrige blouse kwakt handenvol merg
in de pot, stapelt plukken haar, roert
de brokken om. Een oudere vrouw
weent voor het eerst in jaren, zet zich
snikkend op de stoeprand. Nergens
is een mens meer reptiel dan eenzaam
in zee, trappelend met slechts het hoofd
boven water boven water.
Enkele tellen verder
hoeft niemand nog te wachten. Slim
van je, om je in dat beeld te verschansen.
Natuurlijk, het was al verkondigd, je zag
het geschreven, je las wat er stond :
koop, kom erin nu het kan, ga naar

Oostende, het jaar is 2000 : er waait
zout aan & roest uit de bunkers. Zon
splijt het plein, James trekt de lijn, er
wordt al flink doorgestapt.

dv 2004, uit “Song for Europe”

Wij zijn met verlof tot 12-07-08.
Tot zolang, dagelijks wat uit mijn archieven.

————————————————————————

17/8 – 24/8/2008 Provinciaal Domein Kessel-Lo

8 dagen vrije lyriek

klebnikov karnaval Call for Works

Call for Works

  • Het KLEBNIKOV KARNAVAL is een open deelnemersfestival in het teken van de vrije beoefening van de lyriek. Er is een minimum aan organisatie. Het is absoluut waanzinnig. Het heeft geen enkele kans op slagen. En toch gebeurt het.
  • bijdragen worden ook nog tijdens het Carnaval geaccepteerd, liefst van & met u persoonlijk
  • vanaf medio juli krijgt iedereen de groeiende lijst van deelnemers te zien

——————————————————————————

Wij zijn met verlof tot 12-07-08.
Tot zolang, dagelijks wat uit mijn archieven.

Categorieën
101 Aanroepingen lyriek

Opent

Het antwoord daar.
De wereld is. Opent.

Brak. Stem, lip met het misprijzen
er donkerrood in. Onze rijkdom is haat
een band die je niet zomaar achterlaat.

Uw adem is perslucht, elk woord in
zicht een nieuw monstertje in de
centimeters opening.

Ik heb minder.
Veel minder.
Hoe minder
hoe meer
ik.

(Ik schoof uit &
viel schreeuwend
in de slangenkuil).

(Het glijden. Het glijden).

Af. Het angstzweet parelt.
Kom dan. Vertel mij. Ik
wil verder. Tot de
bloei.

Categorieën
101 Aanroepingen Het Pad

De Klasse Hij

Hij opent stil het oog in trage golven waardoor je droge leven loopt.
Hij duwt het raderwerk de olie in dat in je hoofd zat vast ineen.
Hij glijdt je grotten door waar droef het water in het duister droop.
Hij steekt je lichten aan waar elke lijn in schemering verdween.

Hij brengt het ritme van de sterren in je starre lijf van grond.
Hij zet het slijk in vorm & blaast je lichaam om tot glanzend brons.
Hij boort een tunnel naar de ochtend in een nacht die nooit begon.
Hij spreekt de taal van vóór zij jou verkopen kon in Babylon.

Hij zaait het leven waar de aarde barst van lijken in de ondergrond.
Hij snoert het onrecht aan het onrecht tot een gladde gouden eeuw.
Hij brengt weer eenvoud in je lakens & gooit je plat met verse sneeuw.

Hij zet je wereld om in strakke huid & staal & glanzend porcelein.
Hij sluipt je bloedbaan in, je hoest hem op, hij maalt je hersens fijn.
Het was een vonk, het is het vuur, hij brandt je op, het is een zwijn.

dv, 07/06/2008

Categorieën
101 Aanroepingen Het Pad

De Klasse Zij

Zij murwt haar zinnen donker in je zwartste gaten.
Zij smeedt je warmte aan het woeden van haar nacht.
Zij klemt haar vlakken aan de rimpels als je lacht.
Zij stoot je woorden af als koortsen op haar pracht.

Zij schatert om de bonte schimmels van je nijd.
Zij maalt je onmin snerend om tot dure spijt.
Zij braakt de klaarte die als lust in u begon.
Zij schittert waar je net een maan van haar bezong.

Zij slaat haar armen om & af & uit je kom.
Zij keert haar aarde voor je droeve zuchten om.
Zij breekt je ijs, ontsteekt het vuur & spettert zuur.

Zij schrijft de wetten van je leven uit in minder dan een uur.
Zij draait haar wensen als een fishstick in je om.
Ik richt haar in & aan in u , zij is uw reinigende kuur.

dv,  Bérismenil / Kessel-Lo
02/06-06-2008
Categorieën
101 Aanroepingen

in ’t licht van heden treedt het later dan

Metafysisch

voor k.v.

Later als je dit tergende vergeten bent vergeten, later
als dit schraperige zwijgen uit het zwijgen is geschrapt,
& als je dit verkorven heden als een kever uit je haren
in de leegte onder af & dood zal willen slaan,-

Later, als je in de openslaande gaten de gaten
in de gaten krijgt waarin ik mij tot stof ontviel
& hoe ik in je hand je hand als hand kwam leggen
die het ware kloppen voelde telkens van mijn ziel,-

Later, als het kale knikken van je ik je elke veer
ontzegd heeft & in de rafels van het rafelende gat
je lijf je rafelige denken uit de warboel redden wil:
het gapen in van de afgrijselijke gang naar de dood,-

Dan schiet ik plots weer alle hoeken van de wereldzeeën door,
dan stijgt vierkantig hoog de volle maan in zonverwezen glans
dan zing ik ver & diep & hoor je ’t zachte lied van later dan,
als je mijn vergeten bent vergeten & elke ongedane woordendans

daarin, daarrond, daar godvergeten om & onomkeerbaar van.
Van later ben ik nu de maker, ontbonden dan, Uw zanger & je man

Categorieën
101 Aanroepingen

Into the trees zo zongen The Cure

Met dank aan Wiron voor het daphne-kiekje
met dank aan Wiron voor dit plaatje

HOUTERIG

Ik ben de minnaar van je ogenblik.

Ik ben al dichter bij je dan je
ooit nog mij verzeggen kan.

Ik neem je hand & trek het laken van je af
dat op je huid je huid met linnen
in het wit verplooide & verhing.

    • Het laken flappert wild het nachtzwart in.
    • Het laken suist & klapt het donker uit.
    • Het laken kleeft & zoekt de aangezichten op
      van angst & pijn & duisternis

    (zo vind je vaker wel in weggetrokken taal
    des dichters doodgewaande hoofdbekommernis).

    Het hout der zolderbalken kraakt.

    Het gaat goed fout: je spieren spannen
    van ontsteltenis tot nerven, takken
    reiken naar de diepte onderaan.

    Je zucht. Je slaat. Je lichaam
    is van tonnen dynamiet de lont.

    Je kan niet uit je heden naar je leven
    toe. De vloer verhoogt de luchten tot
    mijn hete adem voelbaar aan &

    in je mond. Je laatste kreet verloopt
    verdiepen lager tot een wortel
    in de mulle grond.

    dv, een nieuwe eroretorie
    voor ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’ ,
    een stukje ophef in aanmaak

    Categorieën
    101 Aanroepingen

    voordracht van de klassen

    de klasse ik


    ik ben het doorgeefluik van je verlangen
    ik heb je handen in de letters van mijn ik gevangen
    ik laat je reddeloos & vochtig in je leven hangen
    & je verhardt weldra tot rijm in mijn gezangen

    ik zie je takken, hoor je doods verdorven liefdespraat
    ik zie het witte blinken in je roodomrande haat
    ik draai de poorten op je ogen in het slot
    je blijft mijn stralen vinden als een blinde mot

    ik ben de gaten in je traliewerk van heden
    ik geef je zicht op toekomst & verleden
    ik zal je armen melodie & richting geven

    ik draai de lus rond je verhitte lichaam aan
    ik trek je lippen dichter bij mijn branden aan
    ik zet je vast, ik bind je in, je einde valt in mijn begin.

    de klasse jij

    jij bent afwezig als een veld van ongebruikt geheugen.
    jij bent een al met niets nog opgevuld & vlak & leeg.
    jij zet het afgedane op als initiële boord van het verlangen.
    ik schrijf je neer & af om jou te zien & wil dan meer.

    jij zuigt mijn woorden aan & gomt werktuiglijk alles uit.
    jij breekt het zuchten als een muffe aanslag uit mijn keel.
    jij sluipt mijn zinnen in & stelt er elk begin van uit tot nooit.
    ik stamel & ik stotter, ik zoek je lichaam jankend in geluid.

    jij trekt mijn vingerspieren in een letterlijk verband.
    jij zet mijn ogen af & steekt mijn hand in ijs & brand.
    jij jaagt het stromend bloed naar een ondraaglijk bestand.

    jij houdt mij van je einder weg omdat mijn sterven je voltooit.
    jij stelt je lichaam in zodat ik alles als een vaststaand feit herschrijf:
    ik snoer je op & aan mijn geest, mijn ziel, dit hunkerende lijf.

    de klasse U

    “Woorden, ze deugen niet”

    Herlinda Vekemans, Herhaald onderwerp
    in Buiging ISBN 90-5655-283-X

    U bent het Ene , Oorzaak, Middel & het Al.
    U zegt mij van uw Wet het rijmen aan & het verhaal.
    U maakt de muze af tot vrouw & mij tot haar vazal.
    U buigt elk zwijgen om tot einde van uw Taal.

    U zuigt het leven op, de vreugde bij de liefdesdaad.
    U zaait het rot erin & in het rotte schiet uw zaad.
    U snijdt de lijfjes ik, de lijfjes zij perfect op maat.
    U zet de neuzen naar de winden van uw kwaad.

    U spiegelt zich een spiegel in de ogen van mijn kop.
    U draait de haat in haar & zet er een verlangen op.
    U windt ons op & laat ons doden met uw zotskap op.

    U hakt het jonge leven om, terloops, als zachte prut
    U hebt het vindingrijke hier voor eigen praal & nut
    in mij, in haar, in u tot op uw barre bodem uitgeput.

    dv 2008, uit “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze”

    Over deze Klassen & “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze”

    De klassen ik, jij & U vormen samen de basis voor het I/O systeem van “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze”, een tekstmachine die zich momenteel voordoet als een groeiende verzameling van zgn “eroretorieën”.

    kWiet Ed ‘Al, onze ideologische huismus, wou hierover met aandrang het volgende kwijt:

    “Het gaat hier allicht om een vrij subversieve strategie ter opwekking van het poëtische in de menschen door een combinatie van ouderwetse retoriek met erotiek. De Aanroepingen begeven het ook regelmatig onder de vanuit de onderbuik opborrelende poëtische stroom, maar we blijven pogen de toenemende druk binnen het verstaanbare te kanaliseren. Eens terdege aangesloten op de Slurven van het Kapitale Geluk kunnen we Pipi Langkous opvoeren, die doet dan dit & alles staat stil.”

    Waarna uiteraard de Klompen van het Zuivere Nirwana maar voor het oprapen ligt.

    PDF: 101eigentijdse_schijf1_a5_final 8/04/2008

    Categorieën
    101 Aanroepingen

    INGEDUT

    Ik, nu ik staar : de wereld
    draait mij los van jou
    & bij god verdomd in gebreke.

    Het licht puft muf
    gordijnen door,
    de dag hoeft niet
    zonodig. Baaldag.

    Jij, nu je slaapt : de wereld
    is je glad ontgaan, nergens
    aan je lijf is iets mislukt.

    Totdat je lacht in je droom,
    natuurlijk.

    dv 2000, uit “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze”

    PDF: 101eigentijdse_schijf1_a5_final 8/04/2008

    Categorieën
    101 Aanroepingen

    Chiraal

    Blijf mij bij , verdrijf toch niet,
    ik zal omstandig strelen
    heel je huid & in je broosheid
    teder stromen wekken tot je
    trilt & als je rilt je angst
    onmiddellijk verbrijzelen, restjes
    pijn secuur uit groeven vijlen
    tot haar vlies je leden sluitend
    dekt & in je mond bij gulpen goud
    haar stilte stokt, haar hitte stulpt.

    Blijf bij mij, verdrijf haar niet,
    ik heb haar leegte in je aangericht
    & in haar zinnen heerst onwrikbaar nu
    de kille wet van haar afwezigheid :
    verlangen tintelt in het spitse
    van je handen & haar lust spant
    elk terloops bewegen in het weke
    van je midden aan met snaren
    tot zij danst om waar ik snedig was.
    Ik strijk haar aan, zij zingt als glas.

    Wat ooit mysterie leek,
    is zo eenvoudig nu.
    Wat ooit belofte was,
    een naakte zekerheid :

    wat eens in wording
    staande was, is
    dra vergetelheid, & zij
    met jou éénstemmig dan
    het ruisen in tot gruis
    vermalen glas.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Chiraal

    dv 1999- 7/04/2008, uit “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze”

    PDF: 101eigentijdse_schijf1_a5_final 8/04/2008

    Categorieën
    101 Aanroepingen

    PASTORAAL

    1

    Dat geschipper liefje, hoeft niet meer.
    Het strand is uit, de hemel af, die heeft de em
    tevreden uit haar hel geheven. De zee
    valt stil, ze golft nog uit in lauwe kabbeling.

    & Ook de zon zijgt neer, het zand verschittert
    in haar radiatie tot een ál van glas.
    Ik kijk erdoor & zie je weer zoals het was.
    Het bed was weken ons een troon,
    de vale lakens van het licht in dikke plooien
    tot een stralend wereldbaken opgericht,
    & jij er zingend middenin.

    Ik maan je aan in dat bestaan.
    Altijd moest ook toen al
    altijd vlugger gaan.

    Ik maak je leeg vertelde zinnen nu weer boordevol
    ik vul de holtes van je dromen tot ze bollen
    vol van infernale glinstering.

    2.

    Kom, sla je zomerrokje om je badpakslip,
    sluip druipend weg langs zanderige wegels,
    toeter tonen met getuite lippen, klak
    verwachtingsvol je tongetje & rep
    je billen in het ritme van een deuntje
    dat je dapper maakt & los van zeden.

    Haast je, hemelelfje, kom & speel
    voor mij het hamelmeisje op de weide
    in dit lang vergeten achterland, haal
    je handen langoureus & onverschrokken
    door mijn korzelig vergroeide vacht, schurk
    je dijen droevig langs mijn grijze sik
    & spreek mij nostalgiek terwijl ik snik
    van rijke oogsten of plagerig van ‘t zicht
    uit kelderkamerramen op de spieren
    van je vaders knoeste meesterknecht.

    Schuddebollend sta ik straks wel weer
    het likken toe aan bokkehieltjes
    & het haken van je blauwe blouse
    aan mijn afgeknotte stompjes hoorn.

    3.

    Breekt uit het kader dan in bliksemflitsen
    & stort het natte stomend op de hitte in?
    Kom in mijn stal & berg je tere lijfje
    voor des donders droeve buldering.

    Haal je daar het zilte zweet & schimmen op het lijf
    van spinsels in mijn maan- en winddoorlaatbaar
    krocht, hecht je hijgen aan het kattekrijten
    buiten in de duisternis, waar de wereld
    naar zijn wet & uit gewoonte aan het razen is.

    Stop je morrelende borrelen dan
    bij het krols gezwiep van hagedissen,
    slaak je diepste zucht met kille tong
    onder, dieper, dáár waar ik
    al heel de tijd zo donker droef
    & hoekig nors van zong.

    dv, uit “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze“, 1999 – 7/04/2008

    PDF: 101eigentijdse_schijf1_a5_final 8/04/2008

    Categorieën
    101 Aanroepingen Audio

    constanten van het U

    Download het mp3 bestand

    de klasse U

    “Woorden, ze deugen niet”

    Herlinda Vekemans, Herhaald onderwerp
    in Buiging ISBN 90-5655-283-X

    U bent het Ene , Oorzaak, Middel & het Al.
    U zegt mij van uw Wet het rijmen aan & het verhaal.
    U maakt de muze af tot vrouw & mij tot haar vazal.
    U buigt elk zwijgen om tot einde van uw Taal.

    U zuigt het leven op, de vreugde bij de liefdesdaad.
    U zaait het rot erin & in het rotte schiet uw zaad.
    U snijdt de lijfjes ik, de lijfjes zij perfect op maat.
    U zet de neuzen naar de winden van uw kwaad.

    U spiegelt zich een spiegel in de ogen van mijn kop.
    U draait de haat in haar & zet er een verlangen op.
    U windt ons op & laat ons doden met uw zotskap op.

    U hakt het jonge leven om, terloops, als zachte prut
    U hebt het vindingrijke hier voor eigen praal & nut
    in mij, in haar, in u tot op uw barre bodem uitgeput.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Interface_%28Java%29

    dv, 2008, uit “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze

    PDF: 101eigentijdse_schijf1_a5_final 8/04/2008

    Categorieën
    101 Aanroepingen

    methoden van het jij

    de klasse jij

    jij bent afwezig als een veld van ongebruikt geheugen.
    jij bent een al met niets nog opgevuld & vlak & leeg.
    jij zet het afgedane op als initiële boord van het verlangen.
    ik schrijf je neer & af om jou te zien & wil dan meer.

    jij zuigt mijn woorden aan & gomt werktuiglijk alles uit.
    jij breekt het zuchten als een muffe aanslag uit mijn keel.
    jij sluipt mijn zinnen in & stelt er elk begin van uit tot nooit.
    ik stamel & ik stotter, ik zoek je lichaam jankend in geluid.

    jij trekt mijn vingerspieren in een letterlijk verband.
    jij zet mijn ogen af & steekt mijn hand in ijs & brand.
    jij jaagt het stromend bloed naar een ondraaglijk bestand.

    jij houdt mij van je einder weg omdat mijn sterven je voltooit.
    jij stelt je lichaam in zodat ik alles als een vaststaand feit herschrijf:
    ik snoer je op & aan mijn geest, mijn ziel, dit hunkerende lijf.

    dv, 2008, uit “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze

    PDF: 101eigentijdse_schijf1_a5_final 8/04/2008

    Categorieën
    101 Aanroepingen lyriek

    functies van het ik

    de klasse ik


    ik ben het doorgeefluik van je verlangen
    ik heb je handen in de letters van mijn ik gevangen
    ik laat je reddeloos & vochtig in je leven hangen
    & je verhardt weldra tot rijm in mijn gezangen

    ik zie je takken, hoor je doods verdorven liefdespraat
    ik zie het witte blinken in je roodomrande haat
    ik draai de poorten op je ogen in het slot
    je blijft mijn stralen vinden als een blinde mot

    ik ben de gaten in je traliewerk van heden
    ik geef je zicht op toekomst & verleden
    ik zal je armen melodie & richting geven

    ik draai de lus rond je verhitte lichaam aan
    ik trek je lippen dichter bij mijn branden aan
    ik zet je vast, ik bind je in, je einde valt in mijn begin.

    dv, 2008, uit “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze

    PDF: 101eigentijdse_schijf1_a5_final 8/04/2008

    Categorieën
    101 Aanroepingen Lopende zaken

    Genoeg


    De luchten klinken onder druk tot klanken.
    De klanken vluchten in de muffe woorden.
    Het stof stuift uit de dode boeken. Genoeg.

    Ik doe het licht aan als het uit is.
    Ik doe het licht uit als het aan is.

    Ik doe het kleed uit dat je draagt.
    Ik licht het vel op dat je schraagt.
    Ik duw de zwaarte uit je zucht.

    Ik ben in u.
    Jij bent in mij.
    De wereld is
    In volle vlucht.

    Categorieën
    101 Aanroepingen

    Forgot

     golan.jpg

     

    Posted by Doron Golan

    Link: http://the9th.com/08/forgot2.mov

    Date: February 6, 2008

    New video: Forgot
    2008, 93MB, 10 min. loop
    Based on “Waiting for Godot” by Samuel Beckett.
    Starring Theodore Bouloukos and Joanne Douglas.

    Categorieën
    101 Aanroepingen Grafiek

    contemplatieve kliedering

    Recordare quid accederit nobis (parce qu’on est bien dans la merde)

     dv, 14x21cm, Marie’s Water Colour op papier

    bij de Leçons de Ténébres
    van Marc-Antoine Charpentier
    (Collegium Vocale o.l.v. René Jacobs)

    Categorieën
    101 Aanroepingen Links - publicaties Lopende zaken

    de tijdsgeest vannacht, mijn duit in de keel

    Deep Throat*

    Dezelfde bergen bergen
    hetzelfde: te zijn aaneen,
    hartstochtelijk. Peenemunde,

    rocketshafts, uniformen wriemelen
    richting de Gloeiende Kluster van Kleur.
    Aber euch, in het zog: onmemorabel.

    Jonge slurfen die bloedeloos hun
    wasdom tot een klemnet arceren.
    De streep door het berekende.

    Het zeer in de stem, fragiel barok
    of viraal orgaan, engel met een klit
    haar in de keel. Test es. Ik spuwt

    het spuwsel zoals wij haar spuwen.
    Leef de ervaring! Be! Braak! Uit!
    Gulpt. De wereld neemt de dichter

    waar als een voze plooi
    in de afgeschreven hoer.
    O, zo rakelt hij de doffe data op

    schraapt de tekstsleuf open
    met tuimelkruid, wooshpijn
    & de bloedplof in het zand.

    In de schermgloed flitst het Woord
    het Lijf indachtig dat de zoektermen slaafs
    glijden laat tot diep in de californication-keel.

    Dezelfde bergen bergen
    Hetzelfde: te zijn aaneen,
    hartstochtelijk. (Slikt).

    ———————————————

    * Deep Throat, de ophefmakende pornofilm van 1972 werd op 23-2 op Nederland 3 vertoont,
    een aanrader is het niet echt (zet zelf uw komma’s). http://nl.wikipedia.org/wiki/Deep_Throat_%28film%29

    De tekst hier heeft vandaag (24-02 – hij ‘wiebelt’ nog wat, in deze versie) meer te maken met hoe onze taal belaagd en ons taalgebruik werkterrein wordt van de vergruizing door machinale vertaling en indexering. Omgekeerd kan je daar dan natuurlijk een positief, creatief werktuig van maken. Dat inter-talige aspect van flarftechnieken in kleinere taalgebieden moet misschien nog ’s wat uitgediept door iemand die nog geen scriptieonderwerp heeft.

    De brontekst is een beschrijving van een nog te releasen cd met Corsicaanse polyfoon gezang van Tavagna ( heerlijke muziek overigens). De ‘hoestekst’ is klaarblijkelijk een machinale verengelsing van een franse brontekst, ik haalde een stuk ervan nog ’s door mijn vertaalsoft met dit als resultaat (eerst de brontekst, daarna de al lichtjes bewerkte ‘vertaalde’ versie van dat ‘mEngels’) :

    To be together, passionately. To make hatch the young growths on the old unmemorable trunks. That very whole Corsica resounds, of village in village, the echoes of the life, the echoes of generosity, the opening to the others without never wearying itself. It is it to what Tavagna has stuck for soon thirty years. On the lips, always, a song offered to all. “Trois words could define the Tavagna group: firstly experiments, secondly experiments and finally expériences.”

    Te zijn aaneen, hartstochtelijk.
    Te maken arceren de jonge wasdom op het oud
    unmemorabele slurfen. Die zeer

    hele Corsica galmt, van de dorp in de dorp,
    de nagalmen van het leven, de nagalmen
    van de edelmoedigheid, de opening
    naar de anderen zonder nooit vermoeiende zichzelf.

    Op de lippen, altijd, een gezang bood aan alle aan.
    “Trois woorden konden de groepering definiëren:
    in eerste instantie proefnemingen, tweede experimenteert
    en eindelijk expériences.”

     

    Net toen ik aan die lippen kwam, zag ik dat er wat gaande was op Nederland 3, een buitenpost op het nu snel vervlakkende kastjes-imperium.

    Zelf zat ik toen de uitzending – met wellicht, euh, slik, grote maatschappelijke impact- gaande was, op geheel taboe-doorbrekende wijze naar Seizoen Twee van Battlestar Galactica te kijken, de Kapitale Epiek van onze Tijden, met Kapitein Adama in Coma,  daar waar Het allemaal nog moet Beginnen, dus zo belangrijk is die titel nu ook weer niet, vermoedelijk.

    Maar als diepe, achterliggende motivatie bij deze fragmentarische lichtbundelprojectie kan het altijd tellen, natuurlijk.

    Categorieën
    101 Aanroepingen lyriek

    er komt nog wat

    DE HOEK IS NIET OM

    drie improvisaties bij twee Iraakse maqâms van Munir Bashir

    ‘if it has an ûd we can bomb it’
    George ‘Burnin’ Bush III

     

    I

    nono

    niet is
    niet is
    niet niet
    is niet
    is niet

    de hoek is niet de hoek er vallen
    bladerdraden flardenbekers plasticschilfers
    oliesaus en verse groentenfolders
    in de hoek  nee nee de hoek
    is niet de hoek
    is niet

    om

    niet is
    niet is
    niet niet
    is niet
    is niet

    de kern is niet de kern
    de delen splijten nog in stijlen
    de randen spelen vals en vallen in spijlen
    terwijl de mensentongen tellen de lijken 1 per tong
    maar het vele hellen zet het zwart
    op een flitswit krijsen nee
    de kern is de kern niet

     

    ik val

    II

    he seg
    terzijde
    mag ik je even
    terzijde nemen? jij

    • vernuftig pretendeersel
    • afvallige bloedklonteromwikkeling
    • diafane spookselziel
    • puntrafelig schisma

    zoals jij het speelt speelt ook een beteuterde Newman
    in Stalag 17 botsbal met

    • de lever van mijn zinswendingen
    • de gal in mijn gedachtekronkels
    • de neusvleugels van mijn notenbalken
    • het zal hem worst wezen

    zo grapt hij grabbelt sliertjes waar uit mij
    en waar is waar is waar, toch?

    waar jij mij hebben wil bv. daar
    is het fijn de wil is de wereld
    niet de wereld niet de weg of het einde

    III

    zoals: het visbakkenglas
    heeft het van verbijstering
    begeven, stort zich in het bewonderde buiten
    het zoete water plast & spartelt volgzaam ,
    de tapijtlippen zuigen
    de vissenogen breken

    zoals: de rolluiklinten zeggen snap en snip en klak
    en daar heb je het gedonder al

    zoals: tussen het puin van ons huis stond
    ik stinkend naar sperma mijzelf te bedenken
    mijn dorp mijn leven mijn koker mijn
    enigszins opgeschudde originele liefde
    en het verzamelde proza 1996-2008

    zoals: de liefde houdt zich op
    in het linkse botervlootje
    achter de schimmelkaas

    zoals: de regen kletst de tunnel in
    waar de voetgangers dampen en de kinderen
    kleumvingerig de machteloze moederhandjes
    om windstilte verzoeken

    zoals: de koude vertakt zich in de bomen
    het zwart geeft af op het wolkenvlak
    de berging is op
    het houden vertraagt
    het klemmen verslapt
    de stilte zet in

    zo zei je nee niets laat maar
    niets aan de hand.

    Categorieën
    101 Aanroepingen lyriek

    sluurbok aalzong sliergoor klaf

    ROZIG

    rozig.jpg

    roos pr stoort ond teh roesten

    rood s & a te chroom ros
    te ordén vr oa groenen
    wu a hegen tua

    tukatukatuka
    bukklschudl

    sprudlmunde 3,2,1

    sluurbok aalzong
    sliergoor klaf

    —————————->

    VERO VERO KINA

    VERO VERO KINA

    VERO VERO KINA

    vero vero kina

    roo ro roo
    ro roo ro
    roo ro Roo RRRRR

      sluurbok aalzong sliergoor klaf

    RRRRR Roo ro roo
    ro roo ro
    rooorror roo

    kina vero vero

    KINA VERO VERO

    KINA VERO VERO

    <————————————–

    //het uit = op = het opnieuw

    s toot hare hare hare otto s

    ware ware ware badoem
    *
    *
    *
    S TUIT S

    //bv:

    winkelwarre
    knuddebolle
    wangekudde

    //afronden op de botte nul

    glijbaan gelaat gl ge

    zoemerhegge pulf

    FLUUP AF

    Categorieën
    101 Aanroepingen

    Bruegels

    pieter_the_elder_brueghel0341.jpg

    BREUGELS

    hoor je door het kromtakken van denk ik
    vergilius de trage nijd zoals enkel bomen kunnen
    boomdulden onder de bomen in het bos?
    voel je hoe de treurnis haar bekraterde gestalte
    aankrabt? kan je de g*dsnaam al kontploffen?
    vraag je wel tijdig om een smeltbakje
    nu je hart gesmolten is?

    de dichter, beste dichter,  is de ekster op de galg
    van zijn talloze vooroordelen in een landschap
    naar eigen uitwaai over het kader getrokken.

    het zou alsnog kunnen. de bedding kreunt
    bevaarbaarheid in de verte,
    het licht komt nog uit de kromming.

    ga weg, muze, je scharrelt schor in mijn hoofd
    de woorden slaan mij om & om
    ik voel je vlindervleugels hees
    in mijn droeve roepzinnen kraken.

    straks moet ik ons weer
    uit  nachtjurken pulken en met het kromzwaard
    tussen de tanden en de ooglap op
    in het al maandenlang lege donker

    naar lijven graaien, nietsontziend.

    uit 101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze

    nerves009_400.jpg

    nerves010_400.jpg

     

    Categorieën
    101 Aanroepingen lyriek

    VERSCHROEIENDE


    As I walked out tonight in the mystic garden
    The wounded flowers were dangling from the vine
    I was passing by yon cool crystal fountain
    Someone hit me from behind ”

    Bob Dylan – Ain’t Talkin’

    gij zwiept & slaat mij met uw zwijgen
    gij torent uw rilangsten ijl, gij koert
    onder vermeende lichaamswarmte de omkrullende
    korstjes op de pruillippen om en om dit,
    het dodelijkste mij-lijden;

    boven kwetsbloedbesmeurde lakenbloesems
    verheft gij uw droeve ruisbarende weelde
    met in uw innerlijk gehalsknakt verknoopte dat,
    het zelfbesmeurde gij-bloesempje;

    de blauwstraal langsglijdt u de mond open met de behaalde resultaten:

    • zoals uw uitslaande u de verre luchten alarmeren kan
      zo wordt ons het onze uw brandende hart;
    • zoals uw huig-schurende u alle verguldsels verpulveren zal
      zo wordt ons de onze uw schrengende dorst;

    leid ons  in bekoring

    waar het ons ontstoken was, is & altijd zal
    om te halen nog uit de rij na rij instortende magazijnen

    • de wateradem der havelozen
    • de stilstaande reddingsas in oliën glimmend
    • de koele redemptie-metalen flinterdun geperst
    • de altaarloze & oogbeknipperde velourse eeuwigheidbekleding waarmee wij het zullen stoppen door louter door het ophouden dóór trachten te geraken

    waar wij falende slechts even de reeds
    vuurvattende strengen strelen kunnen

    en ach nu je toch

     

     

    blussende bent het schroeien der excessen, blus mij
    niet, gij waaizieke bloemetje eilandje mijn, niet
    het hier om uw priemschoudertjes
    uitslaande verlangen

    sla mij en zwiep mij de bede
    die ik om u hier in lip te lezen
    leugen en stemloos gebulder
    dankbaar verhaal. vat mij,

    vat

    vuur.

     

    Categorieën
    101 Aanroepingen Grafiek lyriek

    a-logie / (ze)e-cloge

    exitinclamore.jpg

    isle

    de ogen scheuren zich van afzien af. de monden
    braken afstand in hun spraak. de lippen
    barsten open. de rimpelhuid verpulvert.

    schroeizon, eeuwenlang, millennia.
    opgelakte stilte strak ten hemel opgesteven.

    breuk. barst.
    overdondering.

    bevrijd kabaal dat in de zinloosheid
    der droge taalkanalen kolkt en stroomt.

    de strik van stof
    die rond het niets
    haar niets hervindt

    het helder blauwe water dat ons
    verstomd en wezenloos omspoelt: daar,

    op die kusten, in die ribbels, op dat zand
    zal nóg mijn woord uw naam verwekken

    zal nóg mijn vers met felle gloed
    de ijlst versneden bries van u tot U opwekken

    zal nóg mijn laatste zin uw lijf verblijden
    met de streling van mijn onbestaande

    zee- en tijddoorschoten hand.

     

    dv, 04/12/2007,
    uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’

     

    Categorieën
    101 Aanroepingen

    STOKZWART

    Daar bij het gedwarrel,
    bij het wieken opwaarts
    met de wind van het gevallene

    waar de kraai een spermuil opent
    waar het stokzwart graait en kraait
    naar het sterfpunt en het sterfpunt ook

    raakt meteen:

    zo kromt ook de origine om van het zeggen
    met het kromme vingertje van nu
    en het kromt ons om en het wijst
    in het eigen hoekje
    naar de gedateerde dame
    in de losse blouse bv.;

    zo zijn wij het schenden machtig zijn van al het ingewijde
    zo wij verbreken kunnen de zegels
    op de schaterlach om wat u altijd al;

    zo ligt het, lag zij, liggen wij
    majestueus en tevergeefs in pyjama,
    daar, waar het dorp niet bestaat tenzij
    in perspectieven op het dorp;

    in het nederwaarts spiralende gedwarrel
    bij het wieken opwaarts van
    bladeren bv. in de najaarswind;

    daar.

    Categorieën
    101 Aanroepingen lyriek

    101eigentijdse_schijf1

     

     

     

     

     

     

     

    dirk vekemans

     

    101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze

    R.I.P. 2005-2007 etc

     

     

     

    101 eroretorieën in diverse installments – schijf 1

     

     

    INHOUD

    Voorwoord: de dichter tot de lezer, terzijde

    1. Afwezig
    2. Ascetisch
    3. Behoudsgezind
    4. Dissipatief
    5. Egyptisch
    6. Horatiaans
    7. Italiaans
    8. Kathaars
    9. Laconiek
    10. Maritiem
    11. Momenteel
    12. Ochtendlijk
    13. Peristaltisch
    14. Pribamiaans
    15. Religieus
    16. Therapeutisch
    17. Zakelijk

     

     

     

     

     

     

     

     


     

     

    Voorwoord: de dichter tot de lezer, terzijde

     


    Kak (hou het dan
    effie simpel op 1 lijn
    met x is U en y is zij en ergens ik
    als binnenlijns product daarbij)
    :
    het oogpunt is bv. de water-

    draagzak, in dit land
    een niemandswoord, het cijfer duidt
    dan vermoedelijk op kilowatt of
    wat er naast het prille ochtenduur
    op de frigodeur is
    gepasted, een
    vraag identiek aan iets als
    ‘is dat de mist
    die zittend in of op de koplamp
    herfstig doet?’ (iets is schaduw

    Alleszins zoals die lichtschijn
    daar blauwt bij het spinneweb zo
    slaafs met uitgelijnde druppels
    het beeld invallend, ik denk het is uw
    uitgetelde condensatiedrang, de dorst
    Onstuitbaar naar lippen maar Berekenbaar, het
    meerarmig veelvuldig al dan niet gefingeerd
    gehunker met daarop de dubbel-
    zijdige uitzonderingsregel, het

    Straatgevecht ontwapenend als dusdanig, de
    kaalslag qua kaalslag streng veroordelend, het
    Falen in faling ter latere lering
    op zichzelf betrokken, ach & of
    het echt is dan wel fictie doet
    er helemaal niet toe want

    wat hebben we so far? De

    1. registratie van de set verwekt het zijn van de set,

    2. herhaling is sowieso uitgesloten, niet

    3. uw grootte telt maar hoe zij

    4. zich tot u verhoudt & wat

    5. in u niet korter is vervat dat

    6. lengt niet meer dan secundair

    7. bij haar aan waar u sowieso naast kijkt,

    anders was het in beiden
    ter beider wezen net
    lang genoeg: als u vet
    ziet, ziet u,
    dan hebt

    u haar niet.

    ).


     

     




    AFWEZIG

    Ik hou niet van je, ruik
    je haren, voel je huid
    de hele dag, dus hou
    vannacht je benen stil,
    je mondje dicht, terwijl
    ik graaf & schraap & ril.

    Ik ben nog nooit zo niet
    verliefd geweest als nu
    op jou, maar nu je naam
    nog zwart geblokt mijn kop
    naar jou vertekend heeft,
    nu duizel ik & fluister :

    ontreddering wil ik,
    afwezigheid in jou.

     




    ASCETISCH

    Opdat je hand mij raken zou, je huid
    mijn naakte vlees omkleden, je lip mij
    knellen & ik verzwolgen alsnog word gelaafd.

    Opdat je tong mijn grimas laken zou, mijn woord
    miskennende de maden likken, vleestentakel
    die krekels in mij krakende genoegzaam slikt.

    Opdat je arm mij wurgen zou, plots
    je vingers spiezen uitslaan, been
    dat nagels in mijn zweren perst.

    Opdat je lijf mij bloedheet branden zou,
    je kus mijn roet verstrooien, dood die nu
    al knaagt & lokkende al mijn stof doortast.

     

     

    BEHOUDSGEZIND


    wij, onze lijven met andere lijven
    bezig zijnde die onder ons gezegd
    de lijven van de anderen zijn die
    er het zwijgen toedoen, met geen arm dus

    buik of vingernagel de rottende code
    van ons lieflijk kabbelende gewauwel
    uitraken maar ons wel met de schuld
    van hun falen doen betalen voor wat? ach
    wel ja o dat,-

    wij, die de tong roeren in monden
    ons vreemder dan de Slokkende Grot
    der Cyclopen of de Stille Kamers van Uw
    Smeulende Hart

    wij, die onze vingers & armen & benen
    aandrijven als een maniëristisch op zilveren
    plaatjes minutieus geëtst hyperpluriform gespan
    van stroboscopisch in het duister gespieste
    lichtaders & waarin wij ons de dagelijkse
    stroop bloeden, ons de wanhoop als bloemig verkoolde
    inktviskringen inwrijven & alom druipende van vet
    nog zó de koele trance des doods bespartelen,
    dat het alle muren bespet-
    tert, prrt,
    prrt… & jazeker

    wij, die als voor de wals
    in de staalwalserij onze hoofden U schotelen 123
    123 dosolmi

    wij die ons u – gij
    wentelend stalen serpent –
    offeren in de hoop uw alles
    verhakkelende draaiingen
    te kunnen ontsnappen zoals kip
    eens ze pastei is geen kip meer hoeft te zijn
    & het kakelen eindelijk kan staken

    wij vrezen niet, geen, noppes.
    het dichten hebben
    wij niet nodig.

    sorry hè.

     


    DISSIPATIEF

    Constant is reeds
    het aanbod van beweging
    (het ogenblik nabij
    waarop de vraag verstomt)

    Kelk
    die ik gebaar zich om te keren:
    een bodem schilfers dwarrelt neer, de
    droge resten gaan in de regenvlaag tekeer. Zie
    Magerman, die op de winterhuid van straten
    sluipend rot bij ’t grauw verderf noteert.

    Vocht
    dat in vertwijfeling haast
    zich opwaarts door de kieren
    dwingt. Verlangen heet de angst
    het uitstel te beleven waarop je vel
    niet langer voelbaar rijmt op hel.

    Valk
    die op met vrucht beladen akkers
    het ritselen van voedsel ziet & verder
    niets dan vallen doet: eenvoud lijkt de wet
    waarnaar je hand zich richt, je toont
    wat mij & jij & haar tot niets verdicht.

    Bloed
    is als de regen komt: het breekt
    de stilstand in de zang van krekels. Hoor
    de botte plof van lucht op lucht & het wijzen
    van de golven schokkend in haar lijf
    naar het eendere einde dat al lang het uwe was.

    Constant is steeds
    het aanbod van beweging
    (het ogenblik nabij
    waarop de vraag verstomt).


    (1999-) 4/03/2007

     


    EGYPTISCH



    In tegenspraak, uw zinnen tergende,
    soit disant als plaag
    in duizendvouden dit moment :
    hoe langzaam ik je
    open, hoe uitgesplinterd in
    mijn oor het kirren
    van je oudste lach weerklinkt.


    Ik, de schender van je opgeruimde
    staat, force majeure, riet
    dat splijtend naar je diepte dingt :
    in vreemde luchten
    mond ik uit, stof strandt op mijn tong
    van onbesproken
    kamers, tomben blauw in jou.


    Jij, op barricaden spinnende,
    aardse liaison,
    omkaderd vlees dat lacht om mij :
    langs brede lanen
    redt je oog het moeiteloos, deint
    je onbewogen
    hoofd in wervelingen mee.


    Zij, haar museale schoonheid is
    vanzelfsprekend nu
    in stilstand bevende nabij :
    schril tableau vivant,
    van hoe je uitverkoren door
    haar zee mag komen,
    hoe mijn leger sterft in jou.

     

     

     

     




    HORATIAANS



    Zie je, Schätze, mensen
    in dit park van menselijke zaken,
    vrome mensen, stemmig & wellicht
    eensluidend met het stoffige
    van deze zomernacht
    hun wulpse conversatie?


    Hoor je ritselingen
    in dit gras & klavecimbelerig
    het knetterende zingen van vuur
    dat zich in duizenden vleugels
    vliezig vel op vel
    tastbaar bewogen verteert?


    Voel je strak mijn handen
    rond je lijf geklemd, vingers wriemelen
    rond eindjes been & ogen priemen
    in het weeïge wijken
    van je hals, het zilte
    parelen van zweet op jou?


    Ruik je fijntjes, Liebchen,
    giftig geurend gas in deze zak van angst,
    wasems in de bloei van barbecues,
    leven dat zichzelf verast,
    opgewonden water
    dat mijn mond, mijn maag uitbraakt?


    Likt je tong het poeder
    dat ik in de schuren op mijn akkers meng,
    nippen je besmeurde lippen wijn
    die in mijn aderen kolkt
    & eet je mee van mij,
    vlees dat in je stad verzengt?

     



    ITALIAANS

    Unheimliche, van wrok verkrampte teef,
    misnoegde enkelinge, van elke zin
    onterfde, hoogbejaarde slet, jij,
    die van je knekelhuis de grond
    verspeelde & mekkert nu, je lot bejammert,


    jij, die nu je veer is afgewonden
    naar je doden lonkt met open mond
    & pruilt omdat je bij de gratie
    leven moet van opgeklopt verbeeld
    verlangen, vlees dat rot je lijf bespot :


    komt nader, schatje, kom & dans
    voor mij, mijn byzantijntje,
    draai je oude botten lustig
    in een farandole, con zelo,
    toe maar : languente, dolce,
    mesto, patetico, piu mosso,
    irato, tempestoso, slentando,
    poco a poco meno sentito,
    secco, senz’ espressione, morte
    .



     

    KATHAARS

    Ik zocht de bloem die in jouw
    cirkel brandde (haar naam
    is uit elk boek geschrapt).
    Een tempel had je niet ;
    je bleef soms even in profiel
    op natbestoomde ramen staan.

    Je bent allicht sinds lang
    in walm & kreten opgegaan
    & wat een kerksteen ademt
    van de treurnis om je dood,
    heeft niets van het afgrijzen
    dat in steden flinterfijne groeven zoekt,
    de kleinste plaats om niet zo hoorbaar
    menselijk te hoeven zijn.

    Liefde is het niet & waarheid evenmin,
    maar als jouw blik, mijn liefste
    dartel erzatz-ding, zo godverlaten geil
    van opgehoopt verlangen op mijn leegte
    stuit & ik barbaars gemeen alweer
    haar wezen diep in jou bemin,
    dan weet ik dat ik snikkend sterven zal

    & onvoldaan door het gebrek aan geweld,
    de tederheid, waardoor je nu zo stilletjes
    & rillend aan het gillen slaat.


     

     

     

     



    LACONIEK




    Leef je dagje, zweveteefje,
    want ik kleef je lieve lijfje aan
    als aarde ’s nachts aan lucht.


    Drink je wijntje, fuivetrijntje
    want ik zwelg je klanken tot het barst
    & knarst van stille pijn.


    Lik je ijsje, snoepedoosje,
    want ik kauw je zinnen tot het bloedt
    uit bleke blaadjes roos.


    Lach je lachje, linkepinkje,
    want ik maak je sprookjes groot & hol
    vol droeve gorgeling.


    Moraal :

    Strijk je kopje, zwavelstokje,
    want ik ben vuur waar jij niet bent,
    & water waar je zwemt.

     

     

     

     


    MOMENTEEL

    Niet eens beweegt
    je hand : het boek ligt als gegoten
    sinds jaren open op dit blad.

    Het linkerkinderwagenwieltje
    waar een slag aan zat,
    heeft zich voor twee maanden
    in het voetpad aan je voet
    plots stuikend klem gereden :

    des moeders vloek klonk simultaan
    met mijn geslaakte zucht, je schouderblad
    stak uit haar blouse heel precies & puntig
    alle lentestralen uit & brak
    in de wolken boven mij
    een regen aan van weken.

    Dag na dag & uur na uur
    zag ik in je blik
    seconden afgemeten staan

    die het moment
    millenia verdaagden
    waarop ik je het woord kon vragen.

    Niet eens je hand bewoog.







    OCHTENDLIJK

    Verheerlijking, onaangeroerd. Niets
    bewegen tot een laag straaltje zon
    je stem openbreekt, glasvlezig roos
    je tere zucht uit nachtblauw stulpt.

    Dat ik je aanleun dan, eet
    van je adem, zout van je hals
    lik & wellicht de dag lang
    met die klemvaste dreun van me

    jij roep, je naam? Dat ik je neem
    tot je trilt als een riet in de wind,
    tot je zweeft op dit bed van beton,
    tot je breekt in de ijskoude nacht

    van mijn land? Dat alles vergaat?
    Niets dan je waarheid bestaat.




    MARITIEM

    Omdat je toen toch zo doordacht
    het kleine meisje speelde
    & elkeen die naar je lachtte
    vol ontzetting na één nacht
    nooit meer uit zijn woorden kwam;

    omdat de giechel mij beviel
    waarmee je om het leven gruwde
    & elke waarheid die ik sprak
    je even kostbaar was als het ivoor
    dat in je mond vergeelde;


    omdat er verte in je ogen stond
    & schoonheid zich die tijd
    met jou had aangekleed :


    kom & berg nu blozend maar
    je sterren in hun kastje
    gooi onachtzaam al je linnen
    aan de haak, pulk dat strakke koordje
    van je haardot los, snoer je leegte

    rond het mastje dat ik maak.

     

     

     

     



    PERISTALTISCH

    Blaas mij het rag, Vernuftige, & de nevel
    draai de stof van je listen bol in mij, om
    & om je vinger die zich in mij vormt &
    dans mij, als ik snak & grimmig naar je hak,
    je fraaiste zijden weetjes voor, lucht je
    hartje & je jurk van glim gedroomde draden
    op & op tot op je buikhuid halogene spotjes
    schijnen, verdwijnen, schijnen
    bij het aardse briesje dat ik tollend
    in je zwarte plooien warmer maak:

    drijf je hand dan diep in mij,
    schep & schrijf mij
    brandend uit : zo kis ik al
    op steen & roest ik het
    in vlek & vloeken uit.



     

     

     

    PRIBRAMIAANS


    ‘He [=Karl Pribram] believes that conscious experience
    is the act of correlation itself and that correlation occurs
    in the dendritic structures by the summation of the polarisations
    (and depolarisations) through the processes in the dendritic networks’


    Jeff Prideaux (WCU) in “Comparison between Karl Pribram’s “Holographic Brain Theory”
    and more Conventional Models of Neuronal Computation”,
    XXXXX, Compiled and edited by XXXXX,
    XXXXX 2006, ISBN 0-9550664-4-1, p82


    Beeld je in dat de woorden

    dit deden dit bibberen

    dit bloeden dit

    Hier zijn en het dan

    pardoes begeven.


    Uw restbestand, o gij uitgaande u,

    o gij schokkend okeren tot ’t donker

    stille inkerende sterfding, o gij ademloze

    zweetlap die in de glijwateren als een aal

    in alg-groene poelen gedijt & smetteloos toch

    uw schrilste klinkers kirrende berent,


    o gij die instort meteen & als een

    alles van uw leven extatisch

    is, in alles aleph is, zo

    ik het sluiken van uw haren, die

    vinger daar de druppel net nog

    maar de vergetelheid al uitschuif, op

    het valluik uit de kuil in de muil

    van het rasterende mormel

    te kijk leg, zich laat te zien

    zijn – uw worden, zeg maar,


    Uw restbestand dus zakt

    weldra resoluut onder de

    kritische grens waarna, zo

    vrees ik, de holonomische

    restitutie wellicht geheel

    onmogelijk wordt. We zouden


    zullen we

    met andere woorden

    hier maar ’s moeten


    praten?

     

     

     





    RELIGIEUS

    Er is geen tijd
    & niets staat ons te wachten.

    Er is geen bed
    waarop mijn nacht geschreven staat,
    maar dagelijks
    is je schoonheid krijtend
    op mijn zwartgeblakerd land
    een toverzang :

    geborgen klank van zilversnaren,
    handen, dansend,
    die mijn talen breken,
    klakkeloos van liefde spreken,
    alsof geen wervelstorm
    ons in die oogwenk ooit
    nog raken kon.

    Er is geen tijd
    & niets staat mij te wachten.

     

     




    THERAPEUTISCH

    Slaap mooi, slaap nu, slaap niet.
    Verhef je fijnst besnaarde gil
    tot in je spiegel krolse poezen
    elke stilstand woest verdoezelen.

    Breek dan, in je dag die sterft,
    mijn boerse woorden aan,
    ontdubbel mij tot ik
    die aan je voeten geuren lik


    van hoe je heilig bijna
    bij mij lag, niet bij mij ligt,
    tot mij verworden zal. Omarm
    mijn schaduw in je diepste nacht,


    lees mij tot ik dronken dans
    & schenk je glas dat zingt
    nog éénmaal vol van mij & drink
    & droom, droom niet, droom zacht.

     


     

     

     

     


    ZAKELIJK

    Wonderbaarlijk noem je
    hoe haar stem mij vangt
    & ik van jou versleept
    op harde grond bevlogen
    kronkels maak.


    Betoverend vind je
    elk gebaar dat ik
    van haar op jou verhaal
    & hoe haar lijf in elke
    streling past.


    Zaligmakend heet het
    als ik in je krul,
    je tongen vurig lik
    & al gods heerlijkheden
    uit je dwing.


    Vergis je niet in haar,
    mijn lieveling : je
    kreeg van haar die zwoele
    stem, dat golvend haar, mijn
    zilverling.

    Categorieën
    101 Aanroepingen lyriek

    Behoudsgezind.doc

    Behoudsgezind

     

    wij, onze lijven met andere lijven
    bezig zijnde die onder ons gezegd
    de lijven van de anderen zijn die
    er het zwijgen toedoen, met geen arm dus

    buik of vingernagel de rottende code
    van ons lieflijk kabbelende gewauwel
    uitraken maar ons wel met de schuld
    van hun falen doen betalen voor wat? ach
    wel ja o dat,-

    wij, die de tong roeren in monden
    ons vreemder dan de Slokkende Grot
    der Cyclopen of de Stille Kamers van Uw
    Smeulende Hart

    wij, die onze vingers & armen & benen
    aandrijven als een maniëristisch op zilveren
    plaatjes minutieus geëtst hyperpluriform gespan
    van stroboscopisch in het duister gespieste
    lichtaders & waarin wij ons de dagelijkse
    stroop bloeden, ons de wanhoop als bloemig verkoolde
    inktviskringen inwrijven & alom druipende van vet
    nog zó de koele trance des doods bespartelen,
    dat het alle muren bespet-
    tert, prrt,
    prrt… & jazeker

    wij, die als voor de wals
    in de staalwalserij onze hoofden U schotelen 123
    123 dosolmi

    wij die ons u – gij
    wentelend stalen serpent –
    offeren in de hoop uw alles
    verhakkelende draaiingen

    te kunnen ontsnappen zoals kip
    eens ze pastei is geen kip meer hoeft te zijn
    & het kakelen eindelijk kan staken

    wij vrezen niet, geen, noppes.
    het dichten hebben
    wij niet nodig.

    sorry hè.

    Categorieën
    101 Aanroepingen lyriek

    Pribramiaans

    ‘He [=Karl Pribram] believes that conscious experience is the act of
    correlation itself and that correlation occurs in the dendritic structures by
    the summation of the polarisations (and depolarisations) through the processes
    in the dendritic networks’

    Jeff
    Prideaux (WCU) in “Comparison between Karl Pribram’s “Holographic
    Brain Theory” and more Conventional Models of Neuronal Computation”,
    XXXXX, Compiled and edited by XXXXX, XXXXX 2006, ISBN 0-9550664-4-1, p82

    Beeld je in
    dat de woorden
    dit deden
    dit bibberen
    dit bloeden
    dit
    Hier zijn
    en het dan
    pardoes
    begeven.

    Uw restbestand, o gij uitgaande u,
    o gij schokkend okeren tot ’t donker
    stille inkerende sterfding, o gij ademloze
    zweetlap die in de glijwateren als een aal
    in alg-groene poelen gedijt & smetteloos toch
    uw schrilste klinkers kirrende berent,

    o gij die instort meteen & als een
    alles van uw leven extatisch
    is, in
    alles aleph is, zo
    ik het
    sluiken van uw haren, die
    vinger daar
    de druppel net nog
    maar de
    vergetelheid al uitschuif, op
    het valluik
    uit de kuil in de muil
    van het
    rasterende mormel
    te kijk
    leg, zich laat te zien
    zijn – uw
    worden, zeg maar

    Uw
    restbestand dus zakt
    weldra
    resoluut onder de
    kritische
    grens waarna, zo
    vrees ik,
    de holonomische
    restitutie
    wellicht geheel
    onmogelijk
    wordt. We zouden

    zullen we
    met andere
    woorden
    hier maar
    ’s moeten

    praten?

    dv 18-20/10/2006
    Uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’