Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen zwartzachte sterren

de tekens der sterren

The Signs in the Stars – David Tibet – 1998
vert. NKdeE 2020

Ik had wat bloemen geplukt
Om op je gezicht te leggen
Ook al had je het rijk
Van het leven niet verlaten
Ik zag dat de regenwolken
Voort werden gedreven
Door genummerde paarden
Onherkenbaar en vrij
En ik wou je mijn vrouw noemen
Maar de tekenen bleven mij lokken

En de vier mannenhoofden
En al wat zij droegen
En de vier vrouwenschoten
En al wat zij beloofden
En ik wou wel schrijven voor jou
Verzen gezangen en bijbels
Je gezicht met parels als sproeten
En je handen aan Christus geboeid
Maar ik bleef naar de tekenen kijken.

Ik had het nieuws gezien
Dat het beest van Troje
Niet meer nabij
Niet komende was
Niet aan de deur stond
Eindelijk hier was
’t Grote in het kleine

En de tekenen in de sterren bleven mij lokken.

David Tibet

oude glasplaatfoto – uit het archief van E.D.

over ZWARTZACHTE STERREN

zwartzachte sterren is een Current 93 – adaptatieprogramma voor Laaglanders en Erger door E.D., T.B. en de voltallige NKdeE

“zoek ons niet op, u hoort wel van ons

WORD document met de vertalingen: zwartzachte sterren.docx

inhoud


Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen

het is maar de tijd

It is Time, Only Time – David Tibet – 1998
vert. NKdeE 2020

Toen je me zei
Ik hoor de wind huilen
En toen zei je
Ik voel de zee sterven
En toen toonde je me
De vlucht van de meeuwen
En je fluisterde zacht
’t Feest is uit
Toen
Toen wist ik dat het tijd was

Je zag er zo moe uit toen
Van schoonheid beroofd
Ik wist dat sinds lang al
Jouw hart niet meer sloeg
Maar al die schoonheid
Maar al die schaduw
Als om te zeggen ja
Het leven is zinloos
En toen
Toen wist ik dat het tijd was

In een klein park
Net buiten Soho
Gebaarde je heftig
Zonder bedoeling
En alle fonteinen
Riepen geef je over
En alle bomen bogen
Voor mijn verraad
En toen
Toen wist ik dat het tijd was

Geen woorden zijn zinvol
Geen woorden zijn beter
Dan toen ik je vasthield
Verslagen lappenpop
Zo leeg zonder licht
Zo vol van haat
Met je verbrokkelde ziel
Versjacherd voor bloemen
Had ik je
Moeten zeggen toen
Het is maar de tijd

En toen keken we omhoog
Urbi et orbi
Ik zag de sterren versmelten
Boven St. Patrick’s
Je zei ik heb het gehad
Ik ben mist en een mistlamp
En je viel zo zoetjes
In jouw charme
Was het maar
Was het alleen maar de tijd

En nu is’t al acht jaar
Dat ik je nog zag
En alle sterrengloed
Is nu als niets
De brieven verbrand
De kussen voltooid
En al het gepaar
Lang vergeten
En jij lang dood
Vervloekt of vergeven

Het was geen droom

David Tibet





oude glasplaatfoto uit de Archieven van E.D.

over ZWARTZACHTE STERREN

zwartzachte sterren is een Current 93 – adaptatieprogramma voor Laaglanders en Erger door E.D., T.B. en de voltallige NKdeE

“zoek ons niet op, u hoort wel van ons

WORD document met de vertalingen: zwartzachte sterren.docx

inhoud
Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen zwartzachte sterren

zwartzachte sterren

Soft Black Stars – David Tibet – 1998
vert. NKdeE 2020

De kleine kinderen liggen knus onder zwartzachte sterren
Kijk in hun ogen en je ziet zwartzachte sterren
Hen verlossen van het boek en de letters en het woord
Laat hen stilte lezen in een bad van zwartzachte sterren
Laat hen regendruppels volgen langs zwartzachte sterren
Laat hen ’t gefluister volgen die de nachtschrik verjaagt
Laat hen de vederbreedte kussen van zwartzachte sterren
Laat hen rijden op paarden gelikt door sneeuw en wind
Pootje baden in de schemer waar we allemaal heen gaan
De wenkbrauwen gestreeld, vrij van de angst
Hun gezichten glimmende goudrivieren met zwartzachte sterren
Engelenvleugels zullen hun zorgen verzachten
En alle vogels zullen zingen bij dageraad
Gezegend, nat van vreugde
Jij en ik zien elkaar op een dag
Onder een hemel verlicht met zwartzachte sterren

David Tibet

over ZWARTZACHTE STERREN

zwartzachte sterren is een Current 93 – adaptatieprogramma voor Laaglanders en Erger door E.D., T.B. en de voltallige NKdeE

“zoek ons niet op, u hoort wel van ons

WORD document met de vertalingen: zwartzachte sterren.docx

inhoud
Categorieën
lyriek Vertalingen - Bewerkingen

Spotvogelhaar

Mockingbird – David Tibet – 1998
vert. NKdeE 2020

Ik zag de achterkant der sterren
Trillen en vallen
Terwijl zeepaardjes speelden
Op je rijzende borst
Ik zag honderd engelen
Naar de grond snellen
Ze gaven jou kransen
ze gaven jou kronen
Overal bloemen
Glorieus bij de Heer
Het tipje van de maan
En zon die er schijnt
En wroetende wortels
Woelend door aarde
En vogels met zoevende vleugels
Ik hoorde ze jouw naam fluisteren
En ik zie jou weer daar

De tortels verstopten zich
Je ogen raasden van licht
En ik zie weer jouw lach
Zo breed en zo rood
En sneeuwvlokken vielen
Op jouw haar met hun zegels
En ik voel weer hoe zalig
We naar de muur staarden
En ik zie jou weer daar
Ik zie jou weer daar
Met jouw spotvogelhaar

Jaren geleden
Waren we huilend gaan zitten
Met de zee in onze oren
En zeven katten op schoot
En boeken die stof gaarden
Ongelezen, onwaar
En jij bladerde door de brieven
Die ik niet gelezen kreeg

David Tibet

over ZWARTZACHTE STERREN

zwartzachte sterren is een Current 93 – adaptatieprogramma voor Laaglanders en Erger door E.D., T.B. en de voltallige NKdeE

“zoek ons niet op, u hoort wel van ons

WORD document met de vertalingen: zwartzachte sterren.docx

inhoud
Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen

de zenuwschaal (1)

Ik heb u echt de sfeer rond mij voelen breken, leegte voelen scheppen om mij vooruit te laten komen, om plaats te maken voor een onmogelijke ruimte voor wat in mij slechts in potentie aanwezig was, voor een geheel virtuele kiemkracht, die aangezogen door de aangeboden plaats zou moeten ontstaan.

Ik heb mij vaak in deze staat van absurde onmogelijkheid gebracht om te proberen in mij een denken te laten ontstaan. Wij zijn in deze tijd met enkelen die de dingen willen aanpakken, in ons wat ruimtes willen maken voor het leven, ruimtes die er niet waren en geen plaats leken te vinden in de ruimte.

Ik ben altijd getroffen geweest door de halsstarrigheid van de geest om te willen denken in dimensies en ruimtes, en zich te fixeren op de willekeurige toestanden van de dingen om te denken, om te denken in segmenten, in kristallijnen, en dat elke wijze van zijn gebaseerd blijft op een begin, dat het denken niet in een onmiddellijke en ononderbroken communicatie met de dingen is, maar dat deze fixatie en deze bevriezing, dit soort van het inbrengen van monumenten van de ziel, zich als het ware voordoet VÓÓR HET DENKEN. Dit is uiteraard de goede voorwaarde voor de creatie.

Maar ik ben nog meer getroffen door de onvermoeibare, meteoor-gelijke illusie, die ons deze tevoren bepaalde, vastomlijnde, bedachte architecturen, deze uitgekristalliseerde zielsegmenten influistert, alsof het één grote bouwplaat betreft in osmose met de rest van de werkelijkheid. En surrealiteit is een nauwer aanhalen van de osmose, een soort omgekeerde communicatie. Ik zie het niet als een vermindering van de controle, maar net als een grotere controle die, in plaats van te handelen, op zijn hoede is, een controle die ontmoetingen met de gewone werkelijkheid verhindert en meer subtiele en ijle ontmoetingen mogelijk maakt, ontmoetingen die tot op het bot worden uitgedund, die vlam vatten en nooit breken.

Ik stel mij een beproefde ziel voor die van deze ontmoetingen zwavelig en fosforachtig is, als enig aanvaardbare staat van de werkelijkheid.

Maar ik weet niet wat voor onuitsprekelijke, onkenbare luciditeit mij de toon en de roep ervan geeft en ze mij doet voelen aan mijzelf. Ik voel ze tot op een zekere onoplosbare totaliteit, ik bedoel dat er aan het gevoel ervan geen enkel twijfel knaagt. En ik, met betrekking tot deze ontroerende ontmoetingen, ik ben in een staat van onbewogenheid, je zou je een opgehouden niets kunnen voorstellen, een ergens begraven hoeveelheid geest die virtualiteit geworden is.

Antonin Artaud – Le Pèse-Nerfs (1925) [ARTAUD 1956, p.85-86] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/

J’ai senti vraiment que vous rompiez autour de moi l’atmosphère, que vous faisiez le vide pour me permettre d’avancer, pour donner la place d’un espace impossible à ce qui en moi n’était encore qu’en puissance, à toute une germination virtuelle, et qui devait naître, aspirée par la place qui s’offrait.

Je me suis mis souvent dans cet état d’absurde impossible, pour essayer de faire naître en moi de la pensée. Nous sommes quelques-uns à cette époque à avoir voulu attenter aux choses, créer en nous des espaces à la vie, des espaces qui n’étaient pas et ne semblaient pas devoir trouver place dans l’espace.

J’ai toujours été frappé de cette obstination de l’esprit à vouloir penser en dimensions et en espaces, et à se fixer sur des états arbitraires des choses pour penser, à penser en segments, en cristalloïdes, et que chaque mode de l’être reste figé sur un commencement, que la pensée ne soit pas en communication instante et ininterrompue avec les choses, mais que cette fixation et ce gel, cette espèce de mise en monuments de l’âme, se produise pour ainsi dire AVANT LA PENSÉE. C’est évidemment la bonne condition pour créer.

Mais je suis encore plus frappé de cette inlassable, de cette météorique illusion, qui nous souffle ces architectures déterminées, circonscrites, pensées, ces segments d’âme cristallisés, comme s’ils étaient une grande page plastique et en osmose avec tout le reste de la réalité. Et la surréalité est comme un rétrécissement de l’osmose, une espèce de communication retournée. Loin que j’y voie un amoindrissement du contrôle, j’y vois au contraire un contrôle plus grand, mais un contrôle qui, au lieu d’agir se méfie, un contrôle qui empêche les rencontres de la réalité ordinaire et permet des rencontres plus subtiles et raréfiées, des rencontres amincies jusqu’à la corde, qui prend feu et ne rompt jamais.

J’imagine une âme travaillée et comme soufrée et phosphoreuse de ces rencontres, comme le seul état acceptable de la réalité.

Mais c’est je ne sais pas quelle lucidité innommable, inconnue, qui m’en donne le ton et le cri et me les fait sentir à moi-même. Je les sens à une certaine totalité insoluble, je veux dire sur le sentiment de laquelle aucun doute ne mord. Et moi, par rapport à ces remuantes rencontres, je suis dans un état de moindre secousse, je voudrais qu’on imagine un néant arrêté, une masse d’esprit enfouie quelque part, devenue virtualité.

NKdeE 2020 – ‘de ingewanden van het Ik, wegrottend onder verwijderde taallagen, die in het virtuele Niets zich lijken te gedragen als algen, en een soort staarinfectie van het zien betekenen’ – pastel -A4
Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen zwartzachte sterren

Een gothic liefdeslied

A Gothic Love Song David Tibet – 1998
vert. NKdeE 2020

En je vingerknipte voor griezelschemer
Die eigenlijk alleen maar in je hoofd bestond
Met je zwartgelakte nagels
Of waren ze bloedrood
Ik ben het kwijt

En met je nep-lederen banden
Kwetterde je van de hel
Manifeste decadentie wou je uitwasemen
Ogen die zo hard wilden flikkeren

Sterrendovend zwart
Dus deed je jouw boeken open
En deed je jouw benen open
En je hart deed je open
En je liet er het slechte binnen
Dat zogezegd
Jouw vriendje was
Met zwevende on-engelen
Als vliegen rond het rot
Dat je ziel had bedekt
Hun rijk overgroeide
Jouw land dat jij zelf
Verlaten had

De klokken van St. Mary luiden voor ons
Dat het leven eindig is
Dat gebaren kunnen doden
En meer nog ons vernietigen
En dat er maar één oordeel is

Jouw brieven kwamen elke dag
In ’t Frans of in ’t Duits
Maar ze waren niets voor mij
Ik vatte de trage koorden
En droog ijs, mist in je geest
Ik besef maar al te goed nu
Dat je verwaarloosbaar was
En ik zou kunnen bidden voor je
Maar ik denk van niet
Want ik heb mijn buik vol van je
Met je leugens
En je make-up
Je was niets
Dat dacht dat het iets was

En toch schrijf ik nog dit gothic liefdeslied
Ten teken aan mijzelf
En aan ’t geheugen van mijn verleden
Schrijf ik nog dit gothic liefdeslied
Een teken voor mij
Voor mijn nagedachtenis
En om je gezicht buiten te houden

David Tibet

oude glasplaatfoto uit de Archieven van E.D.

over ZWARTZACHTE STERREN

zwartzachte sterren is een Current 93 – adaptatieprogramma voor Laaglanders en Erger door E.D., T.B. en de voltallige NKdeE

“zoek ons niet op, u hoort wel van ons

WORD document met de vertalingen: zwartzachte sterren.docx

inhoud
Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen

Ranonkel en Lazarus

Verlaten straten
Het lied van de schemer
Rustende wolken
De kerkklokken luiden
Een vogelschrik huivert
Wat vogels die rillen
Ik zag je en zag dat het tijd was

Vergane bloemen
Vergane foto’s
Van vergane levens
Jouw lichaam wacht
Onvoldaan wacht
En zonder spijt
Het lege hart
Het hoofd in de handen
Ik hoorde het zeggen
Vandaag is het tijd

Zwaar zakt de zon
Op moeder de berg
Loeiende koeien
Dromende koeien
De regen rijgt eindeloos
Zijn spookmelodieën
Jouw hoop die verdween
Men toonde het ons
Dat ’t maar tijd was, alleen

De geur van de regen
Leunende schemer
Tegen jouw lippen
Malende molens
Het broedende bos
Jij nam mijn hand
En wees vol van pijn
Naar vissen die stierven
Je ziet het teken dit was de tijd

Op jou heb ik jaren gewacht
Zo leek het mij toch
En ‘k liep door jouw wereld
Ik bad voor één kus
Om mijn neerval te staken
Om in jouw palm te schuilen
Jij gaf me alles
Het slot en de sleutel
Wolken van olie zien
Dat het tijd is alleen

Als ik één wens kon hebben
Zoals in de sprookjes
Zou ik mijn leven ongedaan maken
En opstaan als Lazarus
Om in ’t zonlicht te staan
En ’t zwart te verdrijven
Dat mijn gezicht verborg
En het jou weer zeggen
O dat
Da’s alleen maar de tijd

Dus wilg treur niet voor mij
En eik buig niet voor mij
Al stierven er voor ons
En in onze plaats
Al bloedt geheim in ’t hart
Rauwe wonde, bron van alles
Ik hoorde ’t nieuws vandaag
Gefluisterd in het donker
Eindelijk
Eindelijk weten we dat het tijd is.

Einde verhaal

David Tibet 1998Soft Black Stars

vert./bew. NkdeE 2020

oude glasplaatfoto uit de archieven van E.D.

over ZWARTZACHTE STERREN

zwartzachte sterren is een Current 93 – adaptatieprogramma voor Laaglanders en Erger door E.D., T.B. en de voltallige NKdeE

“zoek ons niet op, u hoort wel van ons

WORD document met de vertalingen: zwartzachte sterren.docx

inhoud







Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen

Het zeepaardje stevent af op de vergetelheid…

Toen God de werelden schiep waren ze daarvoor, zonder vorm
Een leegte behalve in zijn grote oog dat alles al had gezien dat was, is en zal
Het eerste wat hij schiep was geloof ik hoewel de bijbel ons dat niet vertelt
Huilende kinderen
Zoals dit nog weerspiegeld wordt wanneer kinderen geboren worden
Hoewel alle dieren ongetwijfeld huilen bij geboorte op hun eigen manier
Maar zij moeten iemand menselijk hebben die dat opmerkt opdat het geweten is
Het volgende wat hij schiep waren twee dingen tegelijk om de kinderen bang te maken
Een oud hobbelpaard dat van zichzelf bewoog en een verkleurde pop die af en toe leek te bewegen
Het derde wat hij deed was Lucifer uit de hemel gooien zodat die er op aarde kon op waken dat alles vernietigd werd wat de mensen probeerden te doen en dat het beetje geluk wat mensen konden bij elkaar scharrelen vernietigd werd en hij werd Satan en hij waakt hier nog steeds over ons

Ook dat zijn drie dingen
Lucifer die Satan wordt
het doen vernietigen
en genieten

Het vierde wat hij deed was lachen
Eenmaal, Tweemaal, Drie en Voort

Het vijfde was het scheppen
van één ster, één dier, één vis, één vogel, één mens
Die vijf vermenigvuldigden zich onder elkaar om heelde bewogen, bevlogen, tollende wereld te maken en alles erin

De sterren stuurde hij de ruimte in om daar te liggen
Van het dier maakte hij onze grondaard, onze natuurlijke staat en onze onschuld, en het memento mori voor ons op aarde
de vis ging zwemmen en drinkt de wateren van de zeewereld
de vogel vliegt, sterft, en valt
de mens liegt, sterft, vernietigd, creëert, en zoekt de sterren op die Hij de ruimte injoeg

De sterren proberen proberen proberen weg te geraken van de aarde
Maar god houdt hen gevangen in een grote lus die hen belet te dicht te vallen of te ver weg te vliegen

De Duivel maakt zwarte gaten
en zuigt die uit het zichtbare universum om versieringen te maken:
bellen en bollen vol licht en duisternis in de plafondhemel van de hel
Ondersteboven als je het rechtopstaand kan bekijken

En dan besluit God dat het tijd is om de laatste trompet te blazen en alle kippen naar de ren te roepen om te rusten in elke zin en betekenis
God blaast de laatste trompet en legt de lus af van de hemel
De lus is gemaakt van  wier en hout en weef en in zijn web gewoven

En de rust begint
De sterren worden uit hun hemels verband geheven
En proberen weg te schieten van de stinkende wereld
En tegelijk wil Satan ze allemaal ineens graaien om in zijn infernale rijk te bubbelen
dat buiten zijn weten ook verdoemd is nu

Satan grijpt de ene helft der sterren
en die worden door een steeds zwartere scheur in de hemel weggesleurd
De andere helft rent naar de Pleiaden en Aldebaran

O avondsterren
Hoe gezwind schiet en scheurt gij henen
Zelfs Satan’s grote macht en gramschap en zijn grote nijd kan hen niet houden
Zo naarstig staan zij te dansen in verscheidenheid

Maar God weet en ziet het allemaal
en is op alles voorbereid
Hij schept een groot net gemaakt van spuug
en gooit het verder dan de verste ster
De sterren plakken aan het spuug als vogels aan de stok met lijm
Verdoemd. God leest het de les met een zweep
Het spuug beeft bij de zweep die op de sterren siddert
de stem smeert en smeurt de sterren vol met meer van ’t spuug dat hen gevangen nam
Voor eeuwig en eeuwig en eeuwig.

Het enige doel en het enige kruis van de sterren is hun schepper gehoorzaam te zijn
Diepe striemen krijgen de sterren omdat ze weg wouden vluchten
De striemen zijn bloedstromen voor het vloeibare bewijs van God’s gramschap die over hen stroomt
De hobbelsterren worden teruggebracht aan een snoer van spuug dat doorheen het web van de werelden snijdt
Ook zij worden geranseld en afgetuigd
De sterren worden door God terug in hun baan gezet om zijn genade als regen te zien nederdalen op de aarde
En op allen die het ongeluk hadden daaruit en daarop geboren te zijn

De sterren willen niet weg
Zij marcheren droevig naar huis.

David Tibet (2014)

originele tekstvert. NKdeE 2020

over ZWARTZACHTE STERREN

zwartzachte sterren is een Current 93 – adaptatieprogramma voor Laaglanders en Erger door E.D., T.B. en de voltallige NKdeE

“zoek ons niet op, u hoort wel van ons

WORD document met de vertalingen: zwartzachte sterren.docx

inhoud
Categorieën
journal intime Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #167

BLOEDSTRAAL

JONGEMAN
Ik hou van jou en alles is mooi.

MEISJE, met verhevigde tremolo in haar stem.
Je houdt van mij en alles is mooi.

JONGEMAN, een toon lager.
Ik hou van jou en alles is mooi.

MEISJE, nog een toon lager dan hem.
Je houdt van mij en alles is mooi.

JONGEMAN, wendt zich plots van haar af
Ik hou van jou.

Een stilte
Ga voor me staan.

MEISJE, met een zelfde beweging gaat ze voor hem staan
Voilà.

JONGEMAN, geëxalteerd, schelklinkend
Ik hou van jou, ik ben groot, ik ben helder, ik ben vol, ik ben dicht.

MEISJE, op dezelfde schelklinkende toon.
Wij houden van elkaar

JONGEMAN
Wij zijn intens. Ha wat zit de wereld goed in elkaar.

Een stilte. We horen iets als een enorm wiel dat draait en wind maakt. Een orkaan drijft hen uit elkaar.
Op dat moment zien we twee sterren met elkaar in botsing komen, en een hele reeks benen van levend vlees valt met voeten handen, pruiken, maskers, zuilengangen, gaanderijen, tempels, distilleerkolven, alles valt maar steeds langzamer, als viel het in een vacuum en dan dalen een voor een drie schorpioenen neer en tenslotte een kikker en een scarabee die naar beneden komt met een traagheid om wanhopig, om misselijk van te worden.

JONGEMAN, roept zo hard hij kan
De hemel is gek geworden.
Hij kijkt naar de hemel.
Lopen, weg van hier.
Hij duwt het meisje voor zich uit.
Een Ridder uit de Middeleeuwen komt op, in een vervaarlijk harnas, gevolgd door een voedster die haar borsten met beide handen vasthoudt en hijgt vanwege haar te zware borsten.

RIDDER
Blijf van je borsten af. Geef mij mijn papieren.
VOEDSTER, slaakt een kreet.
Ai! Ai! Ai!
RIDDER
Kak seg wat krijg jij?
VOEDSTER
Kijk daar, onze dochter, met hem.
RIDDER
Zwijg, er is geen dochter!
VOEDSTER
Ik zeg je dat ze neuken.
RIDDER
Laat ze neuken, wat kan mij dat schelen.
VOEDSTER
Incest.
RIDDER
Matrone
VOEDSTER, steekt haar handen diep in haar zakken die even groot zijn als haar borsten
Pooier.
Ze gooit hem snel zijn papieren.

RIDDER

Pfuh, laat mij eten.

De voedster maakt zich uit de voeten.
Hij krabbelt overeind en haalt vantussen elk der papieren een grote homp gruyere.
Plots begint hij te hoesten en naar adem te snakken.

RIDDER, de mond vol.
Eumf. Eumf. Laat me je borsten zien. Laat je borsten zien. Waar zit ze nu?
Hij gaat lopend af.
De jongeman komt terug op.

JONGEMAN
Ik zie, ik weet, ik heb begrepen. Hier heb je de publieke ruimte, de priester, de schoenmaker, de vier seizoenen, de drempel van de kerk, de lantaarn van het bordeel, de weegschaal van gerechtigheid. Ik hou het niet meer!

Een priester, een schoenlapper, een koster, een hoerenmadam een rechter, een handelaar in vier-seizoenen komen op als schaduwen.

JONGEMAN
Ik ben haar kwijt, geef haar terug.
IEDEREEN, op een verschillende toon.
Wie, wie, wie, wie.
JONGEMAN
Mijn vrouw.
KOSTER, heel kosterlijk 1‘bedonnant’: dikbuikig – woordspeling nvdv
Uw vrouw, pfu, onnozelaar!
JONGEMAN
Onnozelaar! ’t is misschien uw vrouw wel!
KOSTER, slaat zich op het voorhoofd.
Het zou zomaar kunnen.
Hij gaat lopende af.
De priester komt op zijn beurt uit de groep en legt zijn arm om de hals van de jongeman.
PRIESTER, alsof hij biecht hoort.
Naar welk deel van haar lichaam verwijst u het vaakst?
JONGEMAN
Naar God.
De Priester, verbouwereerd door het antwoord vervalt onmiddellijk in een Zwitsers accent.
PRIESTER, met een Zwitsers accent.
Maar dat kan je niet meer maken. Wij horen niets meer met dat oor. Dat moet je maar aan de vulkanen vragen, aan de aardbevingen. Wij moeten het hebben van de kleine smeerlapperijen in de biecht. En daarmee uit, dat is het leven.
JONGEMAN, heel erg aangedaan.
Ach zo, dat is het leven!
Ah bon, iedereen trap het maar af.
PRIESTER, nog steeds met een Zwitsers accent.
Maar zeker.
Op dat moment valt de nacht plots op de scène. De aarde beeft. De donder raast, met weerlichten die zigzaggen in alle richtingen, en in de zigzaggende weerlichten ziet men de personages het op een lopen zetten, ze lopen tegen elkaar op, vallen, krabbelen recht en lopen als gekken.
Op een gegeven moment grijpt een enorme hand de hoerenmadam bij de haren. Die vat vuur en zwelt zienderogen op.

GIGANTISCHE STEM
Teef, kijk naar je lichaam!
Het lijf van de hoerenmadam komt naakt en afschuwelijk uit het korset en de jurk tevoorschijn als waren die van glas.
HOERENMADAM
Laat mij los, God.
Ze bijt God in de pols. Een immense bloedstraal schiet dwars over de scène en in een weerlicht groter dan die van de anderen ziet men de priester een kruis slaan.
Wanneer het licht terug aangaat, zijn alle personages dood en liggen hun lijken over de vloer verspreid. Alleen de jongeman en de hoerenmadam verslinden elkaar met de ogen.
De hoerenmadam valt in de armen van de jongeman.
HOERENMADAM, zuchtend, als op het uiterste punt van een amoureus spasme.
Vertel mij hoe het met jou gebeurd is.

De jongeman bergt zijn hoofd in zijn handen.
De voedster komt terug op met het meisje onder haar arm als een pakket. Ze laat haar op de grond vallen waar ze neerstort en zo plat wordt als een boterkoek.
De voedster heeft geen borsten meer. Haar borst is helemaal plat.
Dan duikt de Ridder op die zich op de voedster werpt en haar heftig dooreenschudt.

RIDDER, met een vreselijke stem.
Waar heb jet het verstopt? Geef mij mijn gruyere!
VROEDVROUW, dartel.
Hierzie.
Ze heft haar rokken op.
De jongeman wil weglopen maar hij staat perplex als een versteende marionette.

JONGEMAN, als opgehangen in de lucht en met een buiksprekersstem.
Doe mama geen pijn.
RIDDER
Vervloekte.
Hij wendt in afschuw zijn gezicht af.
Een massa schorpioenen komen vanonder de rokken van de vroedvrouw en die beginnen te paren in haar vagina die opzwelt en glazig wordt en schittert als een zon.
De jongeman en de vroedvrouw gaan ervandoor als gelobotomiseerden

MEISJE, komt verblind overeind
De maagd! ha, dat was het wat hij zocht.

DOEK

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.74-81] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

LE JET DE SANG

LE JEUNE HOMME

Je t’aime et tout est beau.

LA JEUNE FILLE,
avec un tremolo intensifié dans la voix.

Tu m’aimes et tout est beau.

LE JEUNE HOMME, sur un ton plus bas.

Je t’aime et tout est beau.

LA JEUNE FILLE,
sur un ton encore plus bas que lui.

Tu m’aimes et tout est beau.

LE JEUNE HOMME, la quittant brusquement.

Je t’aime.

Un silence.

Mets-toi en face de moi.

LA JEUNE FILLE, même jeu,
elle se met en face de lui.

Voilà.

LE JEUNE HOMME,
sur un ton exalté, suraigu.

Je t’aime, je suis grand, je suis clair, je suis plein, je suis dense.

LA JEUNE FILLE,
sur le même ton suraigu.

Nous nous aimons.

LE JEUNE HOMME

Nous sommes intenses. Ah que le monde est bien établi.

Un silence. On entend comme le bruit d’une immense roue qui tourne et dégage du vent. Un ouragan les sépare en deux.

À ce moment, on voit deux astres qui s’entrechoquent et une série de jambes de chair vivante qui tombent avec des pieds, des mains, des chevelures, des masques, des colonnades, des portiques, des temples, des alambics, qui tombent, mais de plus en plus lentement, comme s’ils tombaient dans du vide, puis trois scorpions l’un après l’antre, et enfin une grenouille, et un scarabée qui se dépose avec une lenteur désespérante, une lenteur à vomir.

LE JEUNE HOMME,
criant de toutes ses forces.

Le ciel est devenu fou.

Il regarde le ciel.

Sortons en courant.

Il pousse la jeune fille devant lui.

Et entre un Chevalier du Moyen Âge avec une armure énorme, et suivi d’une nourrice qui tient sa poitrine à deux mains, et souffle à cause de ses seins trop enflés.

LE CHEVALIER

Laisse là tes mamelles. Donne-moi mes papiers.

LA NOURRICE, poussant un cri suraigu.

Ah ! Ah ! Ah !

LE CHEVALIER

Merde, qu’est-ce qui te prend ?

LA NOURRICE

Notre fille, là, avec lui.

LE CHEVALIER

Il n’y a pas de fille, chut !

LA NOURRICE

Je te dis qu’ils se baisent.

LE CHEVALIER

Qu’est-ce que tu veux que ça me foute qu’ils se baisent.

LA NOURRICE

Inceste.

LE CHEVALIER

Matrone.

LA NOURRICE,
plongeant les mains au fond de ses poches
qu’elle a aussi grosses que ses seins.

Souteneur.

Elle lui jette rapidement ses papiers.

LE CHEVALIER

Phiote, laisse-moi manger.

La nourrice s’enfuit.

Alors il se relève, et de l’intérieur de chaque papier il tire une énorme tranche de gruyère.

Tout à coup il tousse et s’étrangle.

LE CHEVALIER, la bouche pleine.

Ehp. Ehp. Montre-moi tes seins. Montre-moi tes seins. Où est-elle passée ?

Il sort en courant.

Le jeune homme revient.

LE JEUNE HOMME

J’ai vu, j’ai su, j’ai compris. Ici la place publique, le prêtre, le savetier, les quatre saisons, le seuil de l’église, la lanterne du bordel, les balances de la justice. Je n’en puis plus !

Un prêtre, un cordonnier, un bedeau, une maquerelle, un juge, une marchande des quatre-saisons, arrivent sur la scène comme des ombres.

LE JEUNE HOMME

Je l’ai perdue, rendez-la-moi.

TOUS, sur un ton différent.

Qui, qui, qui, qui.

LE JEUNE HOMME

Ma femme.

LE BEDEAU, très bedonnant.

Votre femme, psuif, farceur !

LE JEUNE HOMME

Farceur ! c’est peut-être la tienne !

LE BEDEAU, se frappant le front.

C’est peut-être vrai.

Il sort en courant.

Le prêtre se détache du groupe à son tour et passe son bras autour du cou du jeune homme.

LE PRÊTRE, comme au confessionnal.

À quelle partie de son corps faisiez-vous le plus souvent allusion ?

LE JEUNE HOMME

À Dieu.

Le prêtre décontenancé par la réponse prend immédiatement l’accent suisse.

LE PRÊTRE, avec l’accent suisse.

Mais ça ne se fait plus. Nous ne l’entendons pas de cette oreille. Il faut demander ça aux volcans, aux tremblements de terre. Nous autres on se repaît des petites saletés des hommes dans le confessionnal. Et voilà, c’est tout, c’est la vie.

LE JEUNE HOMME, très frappé.

Ah voilà, c’est la vie !

Eh bien tout fout le camp.

LE PRÊTRE, toujours avec l’accent suisse.

Mais oui.

À cet instant la nuit se fait tout d’un coup sur la scène. La terre tremble. Le tonnerre fait rage, avec des éclairs qui zigzaguent en tous sens, et dans les zigzags des éclairs on voit tous les personnages qui se mettent à courir, et s’embarrassent les uns dans les autres, tombent à terre, se relèvent encore et courent comme des fous.

À un moment donné une main énorme saisit la chevelure de la maquerelle qui s’enflamme et grossit à vue d’œil.

UNE VOIX GIGANTESQUE

Chienne, regarde ton corps !

Le corps de la maquerelle apparaît absolument nu et hideux sous le corsage et la jupe qui deviennent comme du verre.

LA MAQUERELLE

Laisse-moi, Dieu.

Elle mord Dieu au poignet. Un immense jet de sang lacère la scène, et on voit au milieu d’un éclair plus grand que les autres le prêtre qui fait le signe de la croix.

Quand la lumière se refait, tous les personnages sont morts et leurs cadavres gisent de toutes parts sur le sol. Il n’y a que le jeune homme et la maquerelle qui se mangent des yeux.

La maquerelle tombe dans les bras du jeune homme.

LA MAQUERELLE, dans un soupir et comme
à l’extrême
pointe d’un spasme amoureux.

Racontez-moi comment ça vous est arrivé.

Le jeune homme se cache la tête dans les mains.

La nourrice revient portant la jeune fille sous son bras comme un paquet. La jeune fille est morte. Elle la laisse tomber à terre où elle s’écrase et devient plate comme une galette.

La nourrice n’a plus de seins. Sa poitrine est complètement plate.

À ce moment débouche le Chevalier qui se jette sur la nourrice, et la secoue véhémentement.

LE CHEVALIER, d’une voix terrible.

Où les as-tu mis ? Donne-moi mon gruyère.

LA NOURRICE, gaillardement.

Voilà.

Elle lève ses robes.

Le jeune homme veut courir mais il se fige comme une marionnette pétrifiée.

LE JEUNE HOMME, comme suspendu en l’air
et d’une
voix de ventriloque.

Ne fais pas de mal à maman.

LE CHEVALIER

Maudite.

Il se voile la face d’horreur.

Alors une multitude de scorpions sortent de dessous les robes de la nourrice et se mettent à pulluler dans son sexe qui enfle et se fend, devient vitreux, et miroite comme un soleil.

Le jeune homme et la maquerelle s’enfuient comme des trépanés.

LA JEUNE FILLE, se relevant éblouie.

La vierge ! ah c’était ça qu’il cherchait.

Rideau.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma



Noten[+]

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #165

165 – l’étiage toxicomanique de la nation – FEU

BRIEF
aan de heer Wetgever
van de Wet op de Verdovende Middelen

Mijnheer de Wetgever,

Mijnheer de Wetgever van de wet van 1916, in juli 1917 bij decreet aanvaard als de Wet op de Verdovende Middelen, je bent een debiel.
Jouw wet enerveert enkel de wereldwijde farmacie zonder enige invloed op het niveau van drugsverslaving in dit land en wel hierom:

  1. het aantal drugsverslaafden dat zich bij de apotheek bevoorraadt is gering
  2. de echte drugsverslaafde bevoorraadt zich niet bij de apotheker
  3. de drugsverslaafden die zich bij de apotheker bevoorraden zijn allemaal ziek
  4. het aantal drugsverslaafden dat ziek is is gering t.o.v. de genotzuchtige druggebruikers
  5. de farmaceutische beperkingen van de drugs treffen nooit de druggebruikers uit genotzucht en de georganiseerde druggebruikers
  6. er zullen altijd fraudeurs zijn
  7. er zullen altijd drugsverslaafden zijn door ondeugdzaamheid, door passie
  8. zieke drugsverslaafden hebben een onaantastbaar recht in deze maatschappij en dat is om met rust gelaten te worden.

Het is voor alles een gewetenskwestie.
De Wet op de Verdovende Middelen geeft aan de inspecteur-usurpator van de volksgezondheid het recht om te beslissen over de pijn van anderen; het is een merkwaardige pretentie van de moderne medische wetenschap om de eigen plichten te willen voorschrijven aan ieders geweten. Al dat geblaat van het officiële handvest staat machteloos tegen dit ene gewetensfeit: te weten dat, meer nog dan over mijn dood ik de baas ben over mijn eigen pijn. Ieder mens is rechter – en enige rechter – over de hoeveelheid fysieke pijn, of ook geestelijke leegte die hij in alle oprechtheid kan dragen.

Helderheid van geest of niet, er bestaat een helderheid van geest die mij geen enkele ziekte kan ontnemen en dat is het aanvoelen dat mijn fysieke leven mij geeft1hier voegt Artaud een lange voetnoot in die in het volgende deel zal worden vertaald. En als ik die helderheid dan heb verloren, dan heeft de medische wetenschap maar één ding te doen en dat is mij die substanties te verschaffen die mij in staat stellen die helderheid terug te hebben.

Heren dictators van de farmaceutische school van Frankrijk, jullie zijn pedante geknipten: er is een ding dat jullie beter zou moeten inschatten, en dat is dat opium die ene, niet voor te schrijven en imperiale substantie is die het eigen zielenleven weer toegankelijk maakt aan hen die het ongeluk hadden dat kwijt te raken.

Er bestaat een kwaal waartegen opium onfeilbaar is en die kwaal heet Angst. Angst in zijn mentale, medicinale, psychologische, logische of farmaceutische betekenis, wat je maar wil.

De Angst die gekken maakt.
De Angst die zelfmoordenaars maakt.
De Angst die vervloekten maakt.
De Angst die de medische wetenschap niet kent.
De Angst die uw dokter niet begrijpt.
De Angst die het leven krengt.
De Angst die de navelstreng van het leven afknijpt.

Door uw onbillijke wet geeft u mensen in wie ik geen greintje vertrouwen heb – medische debielen, snertapothekers, rechters in wanpraktijken, doktoren, vroedvrouwen, dokters, dokters-inspecteur, het recht in handen om te beslissen over mijn angst, een angst die in mij zo fijn is als de naalden van alle kompasnaalden van de hel.

Bij bevingen van lichaam of ziel bestaat er geen mensenseismograaf die het iemand mogelijk maakt om naar mij te kijken en tot een meer nauwkeurige evaluatie van mijn pijn te komen dan mijn eigen bliksemende geest dat doet!

Heel de riskante wetenschap van de mens is niet superieur aan de onmiddellijke kennis die ik van mijn wezen kan hebben. Ik ben de enige rechter over wat er in mij zit.

Ga terug naar jullie zolders, medische luizen, en jij ook, meneer de wetgever Schaapmans, jij raaskalt niet uit liefde voor de mens maar volgt een traditie van imbeciliteit. Jouw onwetendheid over wat het is om een mens te zijn wordt alleen geëvenaard door je dwaasheid om hem te willen beperken. Moge jouw wet neerkomen op je vader, je moeder, je vrouw, je kinderen en al je nageslacht. En slik nu maar in die wet van je.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.66-70] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Monsieur le législateur,

Monsieur le législateur de la loi de 1916, agrémentée du décret de juillet 1917 sur les stupéfiants, tu es un con.

Ta loi ne sert qu’à embêter la pharmacie mondiale sans profit pour l’étiage toxicomanique de la nation

parce que

1o Le nombre des toxicomanes qui s’approvisionnent chez le pharmacien est infime ;

2o Les vrais toxicomanes ne s’approvisionnent pas chez le pharmacien ;

3o Les toxicomanes qui s’approvisionnent chez le pharmacien sont tous des malades ;

4o Le nombre des toxicomanes malades est infime par rapport à celui des toxicomanes voluptueux ;

5o Les restrictions pharmaceutiques de la drogue ne gêneront jamais les toxicomanes voluptueux et organisés ;

6o Il y aura toujours des fraudeurs ;

7o Il y aura toujours des toxicomanes par vice de forme, par passion ;

8o Les toxicomanes malades ont sur la société un droit imprescriptible, qui est celui qu’on leur foute la paix. C’est avant tout une question de conscience.

La loi sur les stupéfiants met entre les mains de l’inspecteur-usurpateur de la santé publique le droit de disposer de la douleur des hommes ; c’est une prétention singulière de la médecine moderne que de vouloir dicter ses devoirs à la conscience de chacun. Tous les bêlements de la charte officielle sont sans pouvoir d’action contre ce fait de conscience : à savoir, que, plus encore que de la mort, je suis le maître de ma douleur. Tout homme est juge, et juge exclusif, de la quantité de douleur physique, ou encore de vacuité mentale qu’il peut honnêtement supporter. Lucidité ou non lucidité, il y a une lucidité que nulle maladie ne m’enlèvera jamais, c’est celle qui me dicte le sentiment de ma vie physique. Et si j’ai perdu ma lucidité, la médecine n’a qu’une chose à faire, c’est de me donner les substances qui me permettent de recouvrer l’usage de cette lucidité. Messieurs les dictateurs de l’école pharmaceutique de France, vous êtes des cuistres rognés : il y a une chose que vous devriez mieux mesurer ; c’est que l’opium est cette imprescriptible et impérieuse substance qui permet de rentrer dans la vie de leur âme à ceux qui ont eu le malheur de l’avoir perdue.

Il y a un mal contre lequel l’opium est souverain et ce mal s’appelle l’Angoisse, dans sa forme mentale, médicale, physiologique, logique ou pharmaceutique, comme vous voudrez.

L’Angoisse qui fait les fous.
L’Angoisse qui fait les suicidés.
L’Angoisse qui fait les damnés.
L’Angoisse que la médecine ne connaît pas.
L’Angoisse que votre docteur n’entend pas.
L’Angoisse qui lèse la vie.
L’Angoisse qui pince la corde ombilicale de la vie.

Par votre loi inique vous mettez entre les mains de gens en qui je n’ai aucune espèce de confiance, cons en médecine, pharmaciens en fumier, juges en mal-façon, docteurs, sages-femmes, inspecteurs-doctoraux, le droit de disposer de mon angoisse, d’une angoisse en moi aussi fine que les aiguilles de toutes les boussoles de l’enfer.

Tremblements du corps ou de l’âme, il n’existe pas de sismographe humain qui permette à qui me regarde d’arriver à une évaluation de ma douleur plus précise, que celle, foudroyante, de mon esprit !

Toute la science hasardeuse des hommes n’est pas supérieure à la connaissance immédiate que je puis avoir de mon être. Je suis seul juge de ce qui est en moi.

Rentrez dans vos greniers, médicales punaises, et toi aussi, Monsieur le Législateur Moutonnier, ce n’est pas par amour des hommes que tu délires, c’est par tradition d’imbécillité. Ton ignorance de ce que c’est qu’un homme n’a d’égale que ta sottise à le limiter. Je te souhaite que ta loi retombe sur ton père, ta mère, ta femme, tes enfants, et toute ta postérité. Et maintenant avale ta loi.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten[+]

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #164

164 – j’y tombe du ciel – BUIK

‘Homme’ van André Masson

(lees eerst het eerste deel van deze tekst)

En nu schikt hij zich in cellen waar een zaadje van onwerkelijkheid groeit. De cellen zitten elk op hun plaats in een waaiervormig patroon,

rond de buik, voor de zon , boven de vogel, enrondom die circulatie van solferwater.

Maar de architectuur is onverschillig aan de cellen, zij ondersteunt en zegt niets.

Elke cel heeft een ei, welke kiem glanst daarin? In elke cel wordt plots een ei geboren. Er is in elk van hen een onmenselijk krioelen dat evenwel helder is met de gelaagdheid van een bevroren universum.

Elke cel heeft wel degelijk zijn ei en biedt het ons aan; maar het maakt weinig uit of het ei wordt verkozen of afgekeurd.

Niet alle cellen dragen een ei. In sommige wordt een spiraal geboren. En in de lucht hangt een grotere spiraal, maar alsof die al solfer is, of nog fosfor en gewikkeld in onwerkelijkheid. En die spiraal heeft het belang van de meest krachtige gedachte.

De buik doet denken aan chirugie en het Lijkenhuis, aan een werf, een publieke plaats, de operatietafel. Het lichaam van de buik lijkt van graniet, of van marmer, of van plaaster, maar dan een verharde plaaster. Er is een vakje voor een berg. Het schuim van de lucht geeft de berg een koele, doorschijnende krans. De lucht rond de berg is sonoor, vroom, legendarisch, verboden. De toegang tot de berg is verboden. De berg heeft zijn plaats in de ziel. Hij is de horizon van iets dat voortdurend wijkt. Hij geeft de indruk van de eeuwige horizon.

En ik beschreef dit schilderij in tranen, want dit schilderij raakt mijn hart. Ik voel mijn denken zich daar ontvouwen als in een ideale, absolute ruimte, maar een ruimte die een vorm heeft die in de werkelijkheid gevoegd zou kunnen worden. Ik val er uit de hemel.

En elke vezel in mij spert zich open en vindt zijn plaats in een welbepaald vakje. Ik ga erin op als in mijn bron, ik vind er de plaats en de aard van mijn geest. Wie dit schilderij heeft geschilderd, is de grootste schilder van de wereld. Aan André Masson wat hem toekomt.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.62-64] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Et voici qu’il se dispose en cellules où pousse une graine d’irréalité. Les cellules se casent chacune à sa place, en éventail,

autour du ventre, en avant du soleil, au delà de l’oiseau, et autour de cette circulation d’eau soufrée.

Mais l’architecture est indifférente aux cellules, elle sustente et ne parle pas.

Chaque cellule porte un œuf où reluit quel germe ? Dans chaque cellule un œuf est né tout à coup. Il y a dans chacune un fourmillement inhumain mais limpide, les stratifications d’un univers arrêté.

Chaque cellule porte bien son œuf et nous le propose ; mais il importe peu à l’œuf d’être choisi ou repoussé.

Toutes les cellules ne portent pas d’œuf. Dans quelques-unes naît une spire. Et dans l’air une spire plus grosse pend, mais comme soufrée déjà ou encore de phosphore et enveloppée d’irréalité. Et cette spire a toute l’importance de la plus puissante pensée.

Le ventre évoque la chirurgie et la Morgue, le chantier, la place publique et la table d’opération. Le corps du ventre semble fait de granit, ou de marbre, ou de plâtre, mais d’un plâtre durcifié. Il y a une case pour une montagne. L’écume du ciel fait à la montagne un cerne translucide et frais. L’air autour de la montagne est sonore, pieux, légendaire, interdit. L’accès de la montagne est interdit. La montagne a bien sa place dans l’âme. Elle est l’horizon d’un quelque chose qui recule sans cesse. Elle donne la sensation de l’horizon éternel.

Et moi j’ai décrit cette peinture avec des larmes, car cette peinture me touche au cœur. J’y sens ma pensée se déployer comme dans un espace idéal, absolu, mais un espace qui aurait une forme introductible dans la réalité. J’y tombe du ciel.

Et chacune de mes fibres s’entr’ouvre et trouve sa place dans des cases déterminées. J’y remonte comme à ma source, j’y sens la place et la disposition de mon esprit. Celui qui a peint ce tableau est le plus grand peintre du monde. À André Masson, ce qui lui revient.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
Délie Vertalingen - Bewerkingen

Délie CCLV

Uit klaarte van golven bij Cytharee –
Bemind maar niet tot minnen gekomen
In wellust nog niet met anderen mee,
In denken en daad zuiver volkomen –
Als bij Lente mooi de zwaluwen komen,
Bij de zee door geen wind geïrriteerd,
Ziet Venus in haar schelp één die zij eert
Uit velen kiest zij de Margriet en zegt:
“Deez’ is van prijs en luister ’t meeste weerd
Die komt ooit ter sier op het Lys terecht”.

Maurice Scève, Délie 1544

originele tekst:

De la clere unde yssant hors Cytharée,
Parmy Amours d’aymer non resoulue,
En volupté non encor esgarée,
Mais de pensée, & de faict impolue,
Lors que Prognes le beau Printemps salue,
Et la Mer calme aux ventz plus ne s’irrite,
Entre plusieurs veit une marguerite
Dans sa Coquille, & la prenant j’eslys
Ceste, dit elle, en prys, lustre, & merite,
Pour decorer (un temps viendra) le Lys.

commentaar / noten

het verhaal van dit dizain: Venus, geboren in de maand april, uit het schuim van de golven waarin Kronos het voortplantingsorgaan van zijn vader had gegooid, dame van het eiland Cytharee en later Cyprus, ziet tussen alle lentebloemen de margriet (de lelie van de velden) en kiest die reine bloem om later Frankrijk’s Lelie te sieren 1cfr. mijn LAIS heette aanvankelijk LYLIA, maar die kennis is, euh,  enkel voor ingewijden.
Scève werd geëerd als de dichter die het best – nog beter dan Marot – de lof kon zingen van Margaretha van Navarra.

De metaforische glijvlucht hier doet sterk denken aan een soortgelijke beweging in D4.

noten bij de Franstalige regels:
r.1 Yssir: sortir
Cytharée: Kythira, Grieks eiland, in de mythologie geduid als het eiland van Afrodite (Venus)
r.2-4: Scève schildert hier een Venus die, hoewel ze omgeven is door ‘Amours’ nog niet bezweken is voor de ‘voluptas’, een reine Venus
r.3 esgarer: perdre, détourner du bon chemin
r.5 progne: hirondelle, de zwaluw die de lente aankondigd (Metamorf. IV 412-674)
r.10 Lys: Fleur de lis: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fleur_de_lis

over de Délie-vertaling

bekijk de voorlopige Délie-index

de NKdeE hoopt ooit een volledige vertaling van de Délie van Maurice Scève (1544) beschikbaar te maken in het Publieke Domein.
de vertaling wil een geannoteerde en leesbare versie bieden die zich zo trouw mogelijk houdt aan de oorspronkelijke dizainvorm, inclusief het geteld aantal lettergrepen per regel

‘Gertrud’ – NKdeE 2020 – A5 – BROLprijs: €10
geen Venus maar een geïdealiseerd portret van de Duitse dichteres Getrud Kolmar, gebruikt ter illustratie van een gedicht van haar voorgelezen door Eric De Smet op de website van RADIO KLEBNIKOV, nog zo’n uitloper van de Neue Kathedrale des erotischen Elends die u kan ondersteunen door in september BROL te kopen!

SEPTEMBER was BROLMAAND!

gedurende heel de maand september kon je de originele tekeningen en aquarellekens die gebruikt werden/worden als illustratie bij het literaire werk van de NKdeE kopen aan BROLPRIJS!

Dit ter ondersteuning van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends!
BROLprijs wordt per formaat berekend, met A6 als basis

A3 = 8 x A6 = €40
A4 = 4 x A6 = €20
A5 = 2 x A6 = €10
A6 = €5

eilaas, september is henen!
Uitzonderlijk is er dit jaar de ROTexpo waarop deze en andert BROL nog te verkrijgen is tegen dit tarief. Tot en met zaterdag 17 oktober!
Haast u naar FLUGZEUG, Diestsestraat 208 te Leuven en KOOP alsnog MEER BROL!!!!

*

Noten[+]

Categorieën
Délie Vertalingen - Bewerkingen

Délie CCLIV

Als ’t pure wit van Geloof de kleur is
En ’t vrolijk groen die van de blijde Hoop
Dan heeft wel ’t vurig rood de betekenis
van Caritas gezien het kleurverloop.
Elk van deze drie diverse dingen is
Elk op zich een zeer speciale deugd,
Een goddelijke, koninklijke deugd
en waar anders, volgens hun merite
vindt men ze samen t’rug tot ieders vreugd 1afwijkingen van de Franse tekst ter wille van het rijm worden schuins afgedrukt
dan in d’ene, gans unieke Marguerite?

Maurice Scève

-> Délie 1544
vert. NKdeE 2020

Si le blanc pur est Foy immaculée,
 Et le vert gay est joyeuse Esperance,
 Le rouge ardent par couleur simulée
 De Charité est la signifiance:
 Et si ces troys de diverse substance
 (Chascune en soy) ont vertu speciale,
 Vertu estant divinement Royalle,
 Ou pourra l'on, selon leur hault merite,
 Les allier en leur puissance esgalle,
 Sinon en une, & seule Marguerite?

commentaar/noten

In dit dizain worden de hoofdthema’s van de Délie wat opzij gezet voor een eerbetoon aan Marguerite de Navarre, zus van koning François I.
Het blazoen van Frankrijk, de ‘Lys de France’ omhelst symbolisch de drieëenheid Foy, Esperance en Charité (Geloof, Hoop en barmhartigheid)

over de Délie-vertaling

bekijk de voorlopige Délie-index

de NKdeE hoopt ooit een volledige vertaling van de Délie van Maurice Scève (1544) beschikbaar te maken in het Publieke Domein.
de vertaling wil een geannoteerde en leesbare versie bieden die zich zo trouw mogelijk houdt aan de oorspronkelijke dizainvorm, inclusief het geteld aantal lettergrepen per regel

niet Marguerite, maar een schone toegeschreven aan Paolo Ucello, maar de werken die ook Artaud kende als zijnde van Ucello waren van in de buurt, maar helaas niet van Paolo die eigenlijk enkel in het perspectief excelleerde.
A5 – Tekening te koop aan BROLprijs in september 2020!

SEPTEMBER was BROLMAAND!

gedurende heel de maand september kon je de originele tekeningen en aquarellekens die gebruikt werden/worden als illustratie bij het literaire werk van de NKdeE kopen aan BROLPRIJS!

Dit ter ondersteuning van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends!
BROLprijs wordt per formaat berekend, met A6 als basis

A3 = 8 x A6 = €40
A4 = 4 x A6 = €20
A5 = 2 x A6 = €10
A6 = €5

eilaas, september is henen!
Uitzonderlijk is er dit jaar de ROTexpo waarop deze en andert BROL nog te verkrijgen is tegen dit tarief. Tot en met zaterdag 17 oktober!
Haast u naar FLUGZEUG, Diestsestraat 208 te Leuven en KOOP alsnog MEER BROL!!!!

*

Noten[+]

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #163

163- sang mélé de safran et de soufre – VENTRE

‘Homme’ van André Masson

Een slanke buik. Een strakke poederbuik, als op een prentje. Aan de voet van de buik een gespleten granaatappel.

Uit de granaatappel circuleert een vlokkenstroom omhoog als vuurtongen, een koud vuur. De circulatie neemt de buik op en zet hem terug. Maar de buik draait niet.

Het zijn aders met wijnbloed, bloed vermengd met saffraan en zwavel, maar zwavel verzacht met water.
Boven de buik zijn er borsten zichtbaar. En hoger, in de diepte, maar op een ander vlak van de geest brandt er een zon, maar zodanig dat je zou denken dat er een borst brandt. En aan de voet van de granaat een vogel.
De zon lijkt te kijken. Maar de blik kijkt naar de zon. De blik is een kegel die zich bij de zon omdraait. En heel de lucht is als bevroren muziek, maar een weidse diepe muziek, goed gemaçonneerd en geheim en vol ijzige vertakkingen.

En dit alles ommetseld met zuilen als in een soort architectenschets die de buik met de werkelijkheid verbindt.

Het doek is een gelaagde holte. Het schilderij zit goed ingesloten in het doek. Het is als een gesloten cirkel, een soort afgrond die in het midden roteert en splitst. Het is als een geest die zichzelf ziet en graaft, het wordt voortdurend geremixt en bewerkt door de krampachtige handen van de geest. De geest zaait zijn fosfor.

De geest is zelfverzekerd. Hij zet zijn voet stevig in de wereld. De granaatappel, de buik, de borsten zijn als bewijzen getuigend van de werkelijkheid. Er is een dode vogel, er is gebladerte van zuilen. De lucht zit vol met potloodstrepen, potloodstrepen als messteken, als striemen van magische nagels. De lucht is voldoende omgedraaid.

lees verder

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.62-64]
vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Un ventre fin. Un ventre de poudre ténue et comme en image. Au pied du ventre, une grenade éclatée.

La grenade déploie une circulation floconneuse qui monte comme des langues de feu, un feu froid.

La circulation prend le ventre et le retourne. Mais le ventre ne tourne pas.

Ce sont des veines de sang vineux, de sang mêlé de safran et de soufre, mais d’un soufre édulcoré d’eau.

Au-dessus du ventre sont visibles des seins. Et plus haut, et en profondeur, mais sur un autre plan de l’esprit, un soleil brûle, mais de telle sorte que l’on pense que ce soit le sein qui brûle. Et au pied de la grenade, un oiseau.

Le soleil a comme un regard. Mais un regard qui regarderait le soleil. Le regard est un cône qui se renverse sur le soleil. Et tout l’air est comme une musique figée, mais une vaste, profonde musique, bien maçonnée et secrète, et pleine de ramifications congelées.

Et tout cela, maçonné de colonnes, et d’une espèce de lavis d’architecte qui rejoint le ventre avec la réalité.

La toile est creuse et stratifiée. La peinture est bien enfermée dans la toile. Elle est comme un cercle fermé, une sorte d’abîme qui tourne, et se dédouble par le milieu. Elle est comme un esprit qui se voit et se creuse, elle est remalaxée et travaillée sans cesse par les mains crispées de l’esprit. Or, l’esprit sème son phosphore. L’esprit est sûr. Il a bien un pied dans le monde. La grenade, le ventre, les seins, sont comme des preuves attestatoires de la réalité. Il y a un oiseau mort, il y a des frondaisons de colonnes. L’air est plein de coups de crayon, des coups de crayon comme des coups de couteau, comme des stries d’ongle magique. L’air est suffisamment retourné.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #162

162 – la suppression radicale d’un membre – ÊTRE

Beschrijving van een lichamelijke toestand

een scherp, brandend gevoel in de ledematen,

verkrampte spieren en als opgespannen het gevoel om van glas te zijn en breekbaar, een schrik, een terugdeinzen van beweging, van lawaai. Een onbemerkte hulpeloosheid in de stap, de gebaren, de bewegingen. Een voortdurend gespannen wil voor de eenvoudigste gebaren,

het verzaken aan het eenvoudige gebaar,

een soort centrale, overweldigende moeheid, een hunkerende moeheid. Alle bewegingen dienen herbedacht te worden, een soort doodsmoeheid, geestesmoeheid voor de eenvoudigste musculaire krachtinspanning, het gebaar iets te nemen, van zich gedachteloos ergens aan vast te grijpen,

door de inzet van de wil ondersteund te worden.

Een vermoeidheid van bij het begin van de wereld, de sensatie om het eigen lichaam te moeten dragen, een gevoel van een ongelooflijke kwetsbaarheid, dat uitgroeit tot een slopende pijn,

een toestand van pijnlijke verdoving, een soort verdoving gelokaliseerd op de huid, die geen enkele beweging verhindert maar het inwendige gevoel van een ledemaat verandert, en zo de simpele verticale stand de prijs van een zegevierende inspanning geeft.

Waarschijnlijk beperkt tot de huid, maar aanvoelend als de radicale verwijdering van een ledemaat, het geeft aan de hersenen enkel nog beelden van draadachtige, pluizige ledematen door, beelden van verre ledematen en die niet op hun plaats zitten. Een soort inwendige breukin de samenhang van de zenuwen.

Bewogen zwijmeling, een soort dwarse verblinding die gepaard gaat met elke inspanning, een stolling van warmte die knelt rond heel het schedeloppervlak of die in stukken wordt gesneden, plakken warmte die zich verplaatsen.

Een verhevigde pijn in de schedel, een snijdende druk op de zenuwen, de nek gebogen om te lijden,slapen die verglazen of marmeren, een hoofd dat door paarden wordt vertrapt.

We moeten het nu hebben over de ontlijving van de werkelijkheid, van dat soort breuk, die, zo lijkt het, zich gaat verspreiden tussen de dingen en het gevoel dat ze produceren in onze geest, de plaats die ze dienen in te nemen.

deze ogenblikkelijke ordening der dingen in de cellen van de geest; niet zozeer in hun logische orde maar in hun gevoelsmatige, affectieve orde

(die niet meer tot stand komt):

de dingen hebben geen geur meer, geen geslacht. Maar ook hun logische orde wordt soms doorbroken, juist door hun gebrek aan emotionele geur. Woorden die rotten bij de onbewuste roep van de hersenen, alle woorden voor eender welke mentale operatie, en vooral die woorden die raken aan de meest gewone, meest werkzame delen van de geest.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.60-61]
vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

DESCRIPTION
D’UN ÉTAT PHYSIQUE

une sensation de brûlure acide dans les membres,

des muscles tordus et comme à vif, le sentiment d’être en verre et brisable, une peur, une rétraction devant le mouvement, et le bruit. Un désarroi inconscient de la marche, des gestes, des mouvements. Une volonté perpétuellement tendue pour les gestes les plus simples,

le renoncement au geste simple,

une fatigue renversante et centrale, une espèce de fatigue aspirante. Les mouvements à recomposer, une espèce de fatigue de mort, de la fatigue d’esprit pour une application de la tension musculaire la plus simple, le geste de prendre, de s’accrocher inconsciemment à quelque chose,

à soutenir par une volonté appliquée.

Une fatigue de commencement du monde, la sensation de son corps à porter, un sentiment de fragilité incroyable, et qui devient une brisante douleur,

un état d’engourdissement douloureux, une espèce d’engourdissement localisé à la peau, qui n’interdit aucun mouvement mais change le sentiment interne d’un membre, et donne à la simple station verticale le prix d’un effort victorieux.

Localisé probablement à la peau, mais senti comme la suppression radicale d’un membre, et ne présentant plus au cerveau que des images de membres filiformes et cotonneux, des images de membres lointains et pas à leur place. Une espèce de rupture intérieure de la correspondance de tous les nerfs.

Un vertige mouvant, une espèce d’éblouissement oblique qui accompagne tout effort, une coagulation de chaleur qui enserre toute l’étendue du crâne ou s’y découpe par morceaux, des plaques de chaleur qui se déplacent.

Une exacerbation douloureuse du crâne, une coupante pression des nerfs, la nuque acharnée à souffrir, des tempes qui se vitrifient ou se marbrent, une tête piétinée de chevaux.

Il faudrait parler maintenant de la décorporisation de la réalité, de cette espèce de rupture appliquée, on dirait, à se multiplier elle-même entre les choses et le sentiment qu’elles produisent sur notre esprit, la place qu’elles doivent prendre.

Ce classement instantané des choses dans les cellules de l’esprit, non pas tellement dans leur ordre logique, mais dans leur ordre sentimental, affectif

(qui ne se fait plus) :

les choses n’ont plus d’odeur, plus de sexe. Mais leur ordre logique aussi quelquefois est rompu à cause justement de leur manque de relent affectif. Les mots pourrissent à l’appel inconscient du cerveau, tous les mots pour n’importe quelle opération mentale, et surtout celles qui touchent aux ressorts les plus habituels, les plus actifs de l’esprit.

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #160

Geachte Heer,

Denkt u niet dat het ogenblik gekomen is om te pogen de Cinema te verbinden met de intieme realiteit van de hersenen. Ik deel met u enkele fragmenten uit een scenario dat ik u graag wil aanbevelen. U zal zien dat het geestelijk niveau, de innerlijke conceptie ervan het een plaats geven in de geschreven taal. En om de overgang minder bruut te maken, laat ik er twee essays aan voorafgaan die meer en meer – ik bedoel, naarmate ze zich ontwikkelen – afbuigen, zich in steeds minder vrijblijvende beelden opdelen.

Dit scenario is geïnspireerd, zij het van ver, op een boek dat zeker vergiftigd is, versleten, maar ik ben het toch dankbaar dat het mij de beelden heeft laten vinden. En omdat ik geen verhaal vertel, maar gewoon beelden laat passeren, kan men het me niet kwalijk nemen dat ik er slechts enkele stukjes van aanbied. verder heb ik twee of drie pagina’s ter uwer beschikking waarin ik probeer de surrealiteit aan te pakken, die zijn ziel te te kennen te laten geven, zijn wonderlijke gal te doen opgeven, en die zouden het geheel kunnen voorafgaan, en die kan ik u, zo u dat wenst, binnenkort ook toesturen.

Met de meeste enz.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.59]
vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Cher Monsieur,

Ne croyez-vous pas que ce serait maintenant le moment d’essayer de rejoindre le Cinéma avec la réalité intime du cerveau. Je vous communique quelques extraits d’un scénario auxquels j’aimerais beaucoup que vous fassiez accueil. Vous verrez que son plan mental, sa conception intérieure lui donne place dans le langage écrit. Et pour que la transition soit moins brutale, je le fais précéder de deux essais qui inclinent de plus en plus, – je veux dire qui, à mesure qu’ils se développent, – se répartissent en des images de moins en moins désintéressées.

Ce scénario est inspiré, quoique de loin, d’un livre certainement empoisonné, usé, mais je lui sais tout de même gré de m’avoir fait trouver des images. Et comme je ne raconte pas une histoire mais égrène simplement des images, on ne pourra pas m’en vouloir de n’en proposer que des morceaux. Je tiens d’ailleurs à votre disposition deux ou trois pages où j’essaie d’attenter à la surréalité, de lui faire rendre son âme, expirer son fiel merveilleux, dont on pourrait faire précéder le tout, et que je vous enverrai, si vous le voulez bien, prochainement.

Agréez, etc.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #159

159 – Car nous sommes uniquement dans l’ Esprit – FOU

VOGELEN-PAUL
of
DE PLAATS VAN DE LIEFDE (slot)

lees eerst het eerste stuk van deze tekst

Op het moment dat het doek opgaat; ligt Selvaggia op sterven.
Paolo Uccello komt op en vraagt haar hoe het gaat. De vraag krijgt Brunelleschi zo buiten zichzelf dat hij de louter mentale atmosfeer van het drama doorbreekt met een gebalde, materiële vuist.

BRUNELLESCHI. – Varken, zot.
PAOLO UCCELLO, niets driemaal. – Imbeciel.

Maar laat ons eerst de personages beschrijven. Lataen we ze een fysieke gestalte geven, een stem, een opschik.

Vogelen-Paul heeft een onmerkbare stem, een insectenpas, een gewaad dat te groot voor hem is.

Brunelleschi, die heeft een echte sonore theaterstem die goed in het vlees zit. Hij lijkt op Dante.

Donatello is tussen de twee: St. Franciscus van Assisi vóór de Stigmata.

De scène speelt zich af op drie plateaus.

Onnodig te zeggen dat Brunelleschi verliefd is op de vrouw van Vogelen-Paul. Hij verwijt hem onder andere haar te laten sterven van honger. Kan men sterven van de honger in de Geest?

Want we zijn zuiver en alleen in de Geest.

Het drama speelt op verschillende niveaus en heeft verschillende aspecten, het gaat er net zo goed om de stupiede vraag of Paolo Uccello genoeg medemenselijkheid zal vinden om Selvaggia te eten te geven, als om te zien wie van de drie, vier personages het langst op zijn plateau zal blijven.

Want Paolo Ucello stelt de Geest voor, niet noodzakelijkerwijs zuiver, maar onthecht.

Donatello is de verheven geest. Hij kijkt al niet meer naar de aarde, al raken zijn voeten nog de grond.

Brunelleschi daarentegen is door en door aards, en het is aards en seksueel dat hij Selvaggia begeert. Hij denkt alleen aan neuken.

Paolo Uccello kent de seksualiteit wel, maar hij ziet ze achter glas en van kwikzilver, en koud als ether.

En Donatello, die is voorbij de rouw ervan.

Paolo Uccello heeft niets onder zijn gewaad. Hij heeft enkel een klep op de plaats van het hart.

Aan de voeten van Selvaggia groeit er een kruid dat er niet thuishoort.

Plots voelt Brunelleschi zijn pik verstijven, hij wordt enorm. Hij kan het niet houden en er vliegt een grote witte vogel uit als sperma dat spiraalsgewijs de lucht inschiet.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.55-58]
vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Au moment où le rideau se lève, Selvaggia est en train de mourir.

Paolo Uccello entre et lui demande comment elle va. La question a le don d’exaspérer Brunelleschi qui lacère l’atmosphère uniquement mentale du drame d’un poing matériel et tendu.

BRUNELLESCHI. – Cochon, fou.

PAOLO UCCELLO, éternuant trois fois. – Imbécile.

Mais d’abord décrivons les personnages. Donnons-leur une forme physique, une voix, un accoutrement.

Paul les Oiseaux a une voix imperceptible, une démarche d’insecte, une robe trop grande pour lui.

Brunelleschi, lui, a une vraie voix de théâtre sonore et bien en chair. Il ressemble au Dante.

Donatello est entre les deux : saint François d’Assise avant les Stigmates.

La scène se passe sur trois plans.

Inutile de vous dire que Brunelleschi est amoureux de la femme de Paul les Oiseaux. Il lui reproche entre autres choses de la laisser mourir de faim. Est-ce qu’on meurt de faim dans l’Esprit ?

Car nous sommes uniquement dans l’Esprit.

Le drame est sur plusieurs plans et à plusieurs faces, il consiste aussi bien dans la stupide question de savoir si Paolo Uccello finira par acquérir assez de pitié humaine pour donner à Selvaggia à manger, que de savoir lequel des trois ou quatre personnages se tiendra le plus longtemps à son plan.

Car Paolo Uccello représente l’Esprit, non pas précisément pur, mais détaché.

Donatello est l’Esprit surélevé. Il ne regarde déjà plus la terre, mais il y tient encore par les pieds.

Brunelleschi, lui, est tout à fait enraciné à la terre, et c’est terrestrement et sexuellement qu’il désire Selvaggia. Il ne pense qu’à coïter.

Paolo Uccello n’ignore pas cependant la sexualité, mais il la voit vitrée et mercurielle, et froide comme de l’éther.

Et quant à Donatello, il a fini de la regretter.

Paolo Uccello n’a rien dans sa robe. Il n’a qu’un pont à la place du cœur.

Il y a aux pieds de Selvaggia une herbe qui ne devrait pas être là.

Tout d’un coup Brunelleschi sent sa queue se gonfler, devenir énorme. Il ne peut la retenir et il s’en envole un grand oiseau blanc, comme du sperme qui se visse en tournant dans l’air.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #157

157 – une démarche d’insecte – TEMPS

VOGELEN-PAUL
of
DE PLAATS VAN DE LIEFDE (1)

Paolo Uccello1Artaud heeft het thema van Paolo Ucello overgenomen van ‘Paolo Ucello’ uit de ‘Ingebeelde levens‘ van Marcel Schwob, een boek dat in 1921 werd heruitgebracht door Gallimard (eerste ed. Fasquelle, 1896 ) worstelt met zichzelf te midden een immens mentaal weefsel waarin hij alle wegen naar zijn ziel en naar de vorm en de aanhechting van zijn werkelijkheid is kwijtgeraakt.
Raak van je tong af Paolo Ucello, raak van je tong af, mijn tong, mijn tong, kak, wie spreekt er daar, waar ben jij? Wég, wég, Geest, Geest, vuur, vuurtongen, vuur, vuur, eet je tong op, ouwe hond, eet zijn tong, eet, enz.
Ik ruk mijn taal uit.

JA.

Ondertussen verscheuren Brunelleschi en Donatello elkaar als verdoemden. Weliswaar is Paolo Ucello het zware en gewogen punt van het geschil maar die staat op een ander plateau dan zij.

En er is ook Antonin Artaud. Een Antonin Artaud in barensnood evenwel, aan de andere kant van alle mentale glazen en hij doet er alles aan om zich elders te wanen (bij André Masson bijvoorbeeld die helemaal het uiterlijk van Paolo Ucello heeft,een gelaagd uiterlijke als van een insect of een idioot en als een vlieg gevat in de verf, in zijn verf die van de weeromstuit gelaagd wordt).

En overigens is het in hem (Antonin Artaud) dat Uccello zichzelf denkt, maar als hij zichzelf denkt is hij niet echt meer in hem, etc., etc. Het vuur waarin zijn ijs weekt heeft zich in een mooi weefsel vertaald.

En Paolo Uccello zet de prikkelende operatie verder van deze wanhopige tonguitrukking.

Het gaat hier om een probleem dat in de geest van Antonin Artaud is ontstaan, maar Antonin Artaud heeft geen probleem nodig, hij zit al genoeg opgezadeld met zijn eigen gedachten, met onder andere dat hij zichzelf is tegengekomen, er achter kwam wat een slechte acteur hij is, bijvoorbeeld gisteren, in de bioscoop, in Surcouf, zonder dat die larve van een Kleine Paul hem zijn tong komt opeten.

Het theater is door hem gebouwd en bedacht. Hij heeft zo’n beetje overal arcades en plateau’s uitgezet waarin al zijn personages als honden tekeergaan.

Er is een plateau voor Paolo Uccello, en een plateau voor Brunelleschi en Donatello, en een plateau voor Selvaggia, de vrouw van Paolo.

Twee, drie, tien problemen zijn plotseling verstrengeld met de zigzagbewegingen van hun spirituele tongen, met alle ruimtelijke verplaatsingen op hun plateaus.

Lees verder…

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.55-58]
vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

PAUL LES OISEAUX
OU
LA PLACE DE L’AMOUR

Paolo Uccello est en train de se débattre au milieu d’un vaste tissu mental où il a perdu toutes les routes de son âme et jusqu’à la forme et à la suspension de sa réalité.

Quitte ta langue Paolo Uccello, quitte ta langue, ma langue, ma langue, merde, qui est-ce qui parle, où es-tu ? Outre, outre, Esprit, Esprit, feu, langues de feu, feu, feu, mange ta langue, vieux chien, mange sa langue, mange, etc. J’arrache ma langue.

OUI.

Pendant ce temps Brunelleschi et Donatello se déchirent comme des damnés. Le point pesant et soupesé du litige est toutefois Paolo Uccello, mais qui est sur un autre plan qu’eux.

Il y a aussi Antonin Artaud. Mais un Antonin Artaud en gésine, et de l’autre côté de tous les verres mentaux, et qui fait tous ses efforts pour se penser autre part que là (chez André Masson par exemple qui a tout le physique de Paolo Uccello, un physique stratifié d’insecte ou d’idiot, et pris comme une mouche dans la peinture, dans sa peinture qui en est par contre-coup stratifiée).

Et d’ailleurs c’est en lui (Antonin Artaud) que Uccello se pense, mais quand il se pense il n’est véritablement plus en lui, etc., etc. Le feu où ses glaces macèrent s’est traduit en un beau tissu.

Et Paolo Uccello continue la titillante opération de cet arrachement désespéré.

Il s’agit d’un problème qui s’est posé à l’esprit d’Antonin Artaud, mais Antonin Artaud n’a pas besoin de problème, il est déjà assez emmerdé par sa propre pensée, et entre autres faits de s’être rencontré en lui-même, et découvert mauvais acteur, par exemple, hier, au cinéma, dans Surcouf, sans encore que cette larve de Petit Paul vienne manger sa langue en lui.

Le théâtre est bâti et pensé par lui. Il a fourré un peu partout des arcades et des plans sur lesquels tous ses personnages se démènent comme des chiens.

Il y a un plan pour Paolo Uccello, et un plan pour Brunelleschi et Donatello, et un petit plan pour Selvaggia, la femme de Paolo.

Deux, trois, dix problèmes se sont entrecroisés tout d’un coup avec les zigzags de leurs langues spirituelles et tous les déplacements planétaires de leurs plans.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten[+]

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #155

155- – une cristallisation immediate et directe – LANGUE

ARTAUD – Navel van het Voorgeborgte (3 – 4)

God-de-reu sta mij bij en zijn tong
die als een pijl de korst doorboort
van de koepel met de dubbele boord,
van de aarde die jeukt naar zijn woord.

En daar is de driehoek van water
die stapt in de pas van punaises
die zich op hete kolen wil bewijzen
als messteek en niet als punaise.

God-de-teef die is diep in de boezem
van gruwel en grond willen kruipen,
de boezem van aarde en water en ijs
die haar voze tong rottend doet druipen.

En daar is de meid-met-de-hamer,
die de kelders van aarde komt slopen
en de schedel van de hond van de ster
voelt hoger het afgrijzen oplopen.


Dokter,

Er is een punt waarop ik toch zou willen insisteren: het belang namelijk van datgene waarop uw injecties inwerken, de essentiële verslapping van mijn wezen, de verlaging van mijn mentale standaard, die niet, zoals men zou kunnen denken, een vermindering van mijn moraliteit (mijn morele ziel) of zelfs van mijn intelligentie inhoudt, maar wel, zo men wil, van mijn bruikbare intellectualiteit, mijn denkvermogen, wat meer te maken heeft met het gevoel dat ik van mezelf heb, dan met dat wat ik aan anderen laat zien.

De ongehorige, veelvormige kristallisatie van het denken, die op een gegeven moment zijn vorm kiest. Er is een onmiddellijke en directe kristallisatie van het ik te midden van alle mogelijke vormen, alle mogelijke denkwijzen.

Dus nu, mijnheer de Dokter, nu u zich goed bewust bent van wat er in mij kan worden bereikt (en genezen door drugs), van dat omstreden punt in mijn leven, hoop ik dat u mij de hoeveelheid verfijnde vloeistoffen, kostbare middelen, mentale morfine kunt geven, die in staat zijn om mijn vernedering te verhogen, om het dalen in balans te brengen, om wat gescheiden werd te herenigen, om wat vernietigd werd weer op te bouwen.

Mijn denken groet u.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.53-54]
vert. NKdeE 20201) CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Avec moi dieu-le-chien, et sa langue
qui comme un trait perce la croûte
de la double calotte en voûte
de la terre qui le démange.

Et voici le triangle d’eau
qui marche d’un pas de punaise,
mais qui sous la punaise en braise
se retourne en coup de couteau.

Sous les seins de la terre hideuse
dieu-la-chienne s’est retirée,
des seins de terre et d’eau gelée
qui pourrissent sa langue creuse.

Et voici la vierge-au-marteau,
pour broyer les caves de terre
dont le crâne du chien stellaire
sent monter l’horrible niveau.


Docteur,

Il y a un point sur lequel j’aurais voulu insister : c’est celui de l’importance de la chose sur laquelle agissent vos piqûres ; cette espèce de relâchement essentiel de mon être, cet abaissement de mon étiage mental, qui ne signifie pas comme on pourrait le croire une diminution quelconque de ma moralité (de mon âme morale) ou même de mon intelligence, mais si l’on veut, de mon intellectualité utilisable, de mes possibilités pensantes, et qui a plus à voir avec le sentiment que j’ai moi-même de mon moi, qu’avec ce que j’en montre aux autres.

Cette cristallisation sourde et multiforme de la pensée, qui choisit à un moment donné sa forme. Il y a une cristallisation immédiate et directe du moi au milieu de toutes les formes possibles, de tous les modes de la pensée.

Et maintenant, Monsieur le Docteur, que vous voilà bien au fait de ce qui en moi peut être atteint (et guéri par les drogues), du point litigieux de ma vie, j’espère que vous saurez me donner la quantité de liquides subtils, d’agents spécieux, de morphine mentale, capables d’exhausser mon abaissement, d’équilibrer ce qui tombe, de réunir ce qui est séparé, de recomposer ce qui est détruit.

Ma pensée vous salue.

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #154

154 – Qu’on lui pile le crâne – AFGROND

ARTAUD – Navel van het Voorgeborgte (2)

Een groot, nadenkend en overbevolkt elan vervoerde mijn ik als een volle afgrond. Er waaide een vlezige wind die resoneerde, en de solfer zat er dik in, ja. Minutieuze wortelhaartjes bevolkten de wind als een netwerk van aderen, en hun vervlechting bliksemde. De ruimte was meetbaar en helder, maar zonder doordringbare vorm. En het centrum was een mozaïek van flitsen, een harde soort kosmische hamer, een van mismaakte zwaarte, een die steeds weer viel als een hoofd in de ruimte, maar met een geluid dat als gedistilleerd klonk. En de watten wikkel van dat geluid had de botte aandrang en het doordringende van een levende blik. Ja, de ruimte gaf zijn volle mentale watten op, waarin geen enkele gedachte nog duidelijk was of de ontlading van voorwerpen ervan kon weergeven. Maar beetje bij beetje keerde de massa zich om als een krachtige walging van slijk, een soort onmetelijke instroom van donderend vegetaal bloed. En de wortelhaartjes die trilden aan de rand van mijn mentale oog, maakten zich met een duizelingwekkende snelheid los van de opgespannen massa van de wind. En heel de ruimte beefde als een geslacht waarmee de vurige hemelbol verwoestend tekeer ging. En iets als de snavel van een echte duif doorboorde die confuse massa der toestanden, en op dat moment trok al het diepe denken in lagen, loste het op, werd transparant en eenvoudig.

En nu hadden we een hand nodig die van het grijpen zelf het orgaan zou worden. En nog een keer of twee, drie draaide de hele vegetale massa zich om, en elke keer nam mijn oog een preciezere positie in. De duisternis zelf werd overvloedig en zonder voorwerp. Geheel het vriezen klaarde uit.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.51-52]
vert. NKdeE 20201) CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Une grande ferveur pensante et surpeuplée portait mon moi comme un abîme plein. Un vent charnel et résonnant soufflait, et le soufre même en était dense. Et des radicelles infimes peuplaient ce vent comme un réseau de veines, et leur entrecroisement fulgurait. L’espace était mesurable et crissant, mais sans forme pénétrable. Et le centre était une mosaïque d’éclats, une espèce de dur marteau cosmique, d’une lourdeur défigurée, et qui retombait sans cesse comme un front dans l’espace, mais avec un bruit comme distillé. Et l’enveloppement cotonneux du bruit avait l’instance obtuse et la pénétration d’un regard vivant. Oui, l’espace rendait son plein coton mental où nulle pensée encore n’était nette et ne restituait sa décharge d’objets. Mais, peu à peu, la masse tourna comme une nausée limoneuse et puissante, une espèce d’immense influx de sang végétal et tonnant. Et les radicelles qui tremblaient à la lisière de mon œil mental, se détachèrent avec une vitesse de vertige de la masse crispée du vent. Et tout l’espace trembla comme un sexe que le globe du ciel ardent saccageait. Et quelque chose du bec d’une colombe réelle troua la masse confuse des états, toute la pensée profonde à ce moment se stratifiait, se résolvait, devenait transparente et réduite.

Et il nous fallait maintenant une main qui devînt l’organe même du saisir. Et deux ou trois fois encore la masse entière et végétale tourna, et chaque fois, mon œil se replaçait sur une position plus précise. L’obscurité elle-même devenait profuse et sans objet. Le gel entier gagnait la clarté.