Categorieën
Het Pad lyriek

Vlak 18

Het licht duikt in de tunnel.

De mot zit in de schepping, haar vleugels
raken teer de wanden en de wanden vallen om.

Izeganz staat waar hij altijd staat
en laat zich door een wilg het zachte
gelaat aftasten. Wind voert feilloos
de takken, bladeren raken ter streling
de wangen, de neus
en de brandende ogen.
De droom is in beweging, dood
is alles wat wij wakker zien.

“Makkers, scherpt uw hoornen veren! Vat moed!”
Tot de eenden spreekt Izeganz, zij bedrijven nog
de liefde van water voor het aardoppervlak.

Onbetastbaar, verloren,
in het vale licht van de tunnel
daagt als geen ander het lijf
van het Wicht met de Wieken
dat in de ogen der ontelbare reizigers
te trillen staat:

  • haar fijne figuurtje vervluchtigt niet
  • het gevleugelde gat van de wanhoop spettert het rood in het rond
  • het onweer stapelt de grijze gezichten
  • de grijze gezichten vullen volledig het Ene
  • het Ene vervelt
  • de tunnel vult zich geheel met het Vel
zijn.exit();

Het licht verlaat de tunnel.

invoer (2018) – voor ‘Het Pad van de Wenende Nacht’

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
Het Pad lyriek

wij zijn gestorven

// zang uit ‘Het Pad van de Wenende Nacht’, broncode voor het KLEBNIKOV CARNAVAL (2008-2024)

voor e.d.

wij zijn gestorven wij, het bloed
zeikt uit onze gammele lijven op de trein
en de trein raaskalt, oogrolt, stroopt
zijn wagons strak op als een bezetene
tot de laatste vier rijtuigen hun bestemmingen
Aalst en Liederkerke uitkraken.

wij zijn gestorven wij, en niemand
voelt mee met ons de uitval van de nacht,
hoezeer wij ook op geheel lijfeigen wijze
uit het zichtbare wegdeemsteren,
met op de huid, in de spieren, het ruggenmerg
de befaamde tintelingen, het gegeerde genot
van de angst bij de zich voltrekkende stadsbenadering.

zie de met kastanjekleurige beverstaarten opwippende pubermeisjes
die bij de treindeuren snotterig te sjaaltrekken staan, te riemfrutselen,
meesmuilend met ‘ik ben ik’ en ‘het leven is’ het leven wegtreiterende: nietige Tiense tienertjes zijn het, bij wie de naad ettert nog
van de streepjestijd, van hoe zij erbij zijn zij,
want enkel zo zijn zij zij die zo zijn.

en daar middenin mirakelt die ene ontluikende jij-bloem
daar bij het wij, bij het ons, bij het wij onder ons
dat weerom gestorven is en gemeen ook de barcode
van de stationsnaam verzweert in de schermen.

en barst niet uit de voegen het rigoureuze verlangen
dat zich tussen ons in mijn doodsgeile wartaal vertaalde,
zodat wij ons weer de voetjes niet netjes aan de benen weten te binden,
zodat onze neuzen weer even nog willen dóórruiken áán,
zodat weer onze handen nog een ogenblik dóórtasten willen ónder?

en zo zijn wij alsnog doende ons te richten ten gronde,
wijl de hardste dingen al in modderplas en
schuinse regen roemloos liggen te rotten.
en zo werden wij ieder apart de noodwendigheid ingedraaid,
elke fragiele gloeilamp uniek in haar bakelieten sokkel.

maar uw zwijgen, o muze, braakt nu haar zwijgpit
in de doodsmond vol asse en de eeuwige stilte
die de keel doorslikt vangt ook de blinde mot
van het suisloze suizen en “start”, zegt het programma,
en alle aanwezige sprekers verheffen slaafs de stem en beamen:

"macheela michailee michola micham
wij nemen de gebroken wereld minnend in de mond
macheela michailee michola micham
wij helen de naakte lijven liefkozend van hun wonden
macheela michailee michola micham
wij zetten de geknakte zielsresten onomwonden bloot en recht
en in de loopse orde der eeuwig wemelende verbanden
verknopen wij de zang aan het verglijden van de monden
waarin wij ter dood aan ons versproken staan en stonden
en zo versteven en verstijvende verdwijnen wij 
in de nietsonthullende barsten van dit moment."

invoer (2017) – voor ‘Het Pad van de Wenende Nacht’

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
Het Pad lyriek

twee kroningen

[fragment uit ‘Het Pad Van de Wenende Nacht’, broncode voor een stuk algoritmisch klanktheater, nog niet gecompileerd] 

de kiemen komen uit het rot gekropen.
de glazige korst barst open op de kerfnaden.
het waait in op de mensen en de mensen
verhalen zich laf op het verhaalde.

met kilte kregelig het kutkind Aristaios
schoffelt het overtollige licht naar beneden –
enkel de toplaag mijn jongen, steek niet te diep .
de zonzak zeurt, niks nieuws daaronder.

Izeganz strompelt en botst in april op de weergalm
die hem als wonde in zijn woorden gevangen houdt:

ik kroon jou, Reva, mijn rillende raafje,
ik kroon je tot toorts der tijden, tot orchidee
lik ik je binnen in het verzwegen gezegde.

vogelen, zegt ze, 
dichters zijn schoften.

wij zijn twee kroningen, zegt Izeganz,
en de koning komt eraan.

[ze zoenen, er flitst iets en ze dwarrelen neer als asse in het lege theater]

invoer (2017)

Categorieën
Het Pad lyriek

wereldhuid

[drieluik uit Vlak 11 van ‘Het Pad Van de Wenende Nacht’, broncode voor een stuk algoritmisch klanktheater, nog niet gecompileerd – deel 1: de welhaast dagelijks stervende zanger Izeganz tot zijn Reva die hem al even bijna dagelijks verraadt]

balanceer je
taalstaal op het
koude tongpuntje
van bv. de schone van Li.

plof het mes schroevend
in mijn onbuigzaamheid:
dit stramme vers zal niet spartelen

prop je valse liefde in het putje,
en je geveinsde meewaren
en boor het schokken er in
van je hulpeloos klaarkomende lijfje

draai het er uit,  schuif het er af
span het op in de takken van je haat:
ik ben jouw dode wereldhuid

invoer (2017)

NKdeE 2020 – ‘climaxing thy body its splendour abysmal’ – pastel op A4, krijtresten op de scanner, levels opgetrokken in Photoshop

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
Grafiek Het Pad lyriek

helena

“That’s all right,  I still have my guitar”


Jimi Hendrix @ the Ilse of Wight

[zanger Izeganz na het voleinden van het lied ‘Purple Haze’ .
een zwarte engel staat naast hem als wou die hem een interview afnemen. ettelijke meiden liggen halfnaakt voor hen op de planken vloer van het immense podium in zwijm.
slechts door heel gaarne te willen kijken zie je in de verte de talloze uitzinnige toeschouwers.
je vraagt je af waarom…]

“Het zal u leren”, begint Izeganz,

“U is ten hemel, geen maren, gifgroen
de strijk is gedaan, de mand manwas
opgeplooid in verdomhoek het duister,

de sommen angst en pijn zijn verdeeld, u hebt
de zijde met het zilver, de afvallige
kerselaarsbloesem kust u teder de voeten.

uw voeten, Helena, waren ook mij de
napalmbestrooide moederschepen,
uw haren de duinkerkse kruisjesvelden,

en hoe

standbeeldstijf gij heden in uw waanzin rust,

zo

hebben roomse keizers het keelsnijden
nog van u te leren en geen grootse griek

doet u de planning na die u de dag inpropt,
noch een provençaal het frunniken aan lied
en dauw opdat het in uw vingers ontrafelen zou

tot water, voedzame noten en de kruipende
schaduw van dit tot kerm en stervens toe
verbeten leven. Wormen, wijk en maak diepte!

vreet mij op geheel opdat ik weer opnieuw begin.

[Izeganz sterft.
de zwarte engel keert zich af en weent]

inputtekst (2010)

dv 2019 – “de vaardigheid verbaast de hand en wrijft” -ink pastel – A4
Categorieën
gedicht van de dag Grafiek Het Pad velfabet

addenda voor ‘Het Pad van de Wenende Nacht’ (1)

[SCENE: de eerste dood van Izeganz
personages:
– Izeganz, illuster zanger die minstens 1 keer per dag sterft
– Reva, een schone furie, zijn onbereikbare geliefde
– Mijnheer T., een anonieme verteller]

[een plank op de grond, een tang, een hamer & een roestige nagel. de verteller wil er niets mee te maken hebben en sluipt weg op kousenvoeten]

REVA: 

[roept woedend de verteller na] ” Moet ik het weer allemaal zelf doen ja?

(richt zich tot het publiek)
mensen,  voor mij staat Izeganz 
met een bloedend gat in zijn hand, bevend.
wanneer hij begint te spreken verstillen zelfs de kraaien buiten. 
in de kamer verdwijnt elke beweging, 
                                    we zijn Er 
                                                      en de stilstaande as 
van de tijd biedt enkel plaats voor de klank van zijn stem."

IZEGANZ:

“ik sta zot van u Maaike, gij zijt 
een groot zwart gat in het oneindige veld
van mijn gedachten, gij sleurt mij
de letters als vislijnen uit de mond,
de weerhaken verscheuren mijn slokdarm, 
ik braak lieftallig bloedende troetelnaampjes
uit de drek mijn dromen,
ik wil ze niet zeggen, niet zo besmeurd, 
maar ze rommelen
                       en bruisen geil
                       en botsen met weerzin in mij
want mijn maag niet mijn keel niet mijn tong niet
niets van mij is hun tintelende klinken waard
en ze moeten eruit en zij zingen want gij zijt zo schoon Maaike
uw lijf is het licht van een lamp en
ik vlieg naar u als een zwerm motten
want in uw schoot worden de sterren geboren
in uw ogen versmelten het wit van de maan met het rood van de zon
en in dat kolken slijmt ook zelfs de harde korrel
van mijn ziel tot een groenige parel aan en zie mij hier:

verworden tot een veelarmige krab met het vlees als een  giftige worm in de kilte van mijn schalen en  ik scharrel maar wat rond op de bodem van stinkende putten ik schuifel ik tjaffel ik val om van verdriet en colère

en  het deksel van de put wordt gelicht 
en ik besef het
en de zee van uw liefde overspoelt mij
en vol dankbaarheid roep ik uw naam Maaike
Maaike Maaika Michaela Maria
en in uw licht word ik licht
en...”

[Izeganz flikkert op in een solferflits, een zwarte rookpluim rest]

REVA: 
(plechtig tot de rookpluim)
"uw getal kere weer naar de rust van de onbenoemde getallen.

[tot het publiek]
dat was dat.  de vele papieren van zijn geschriften besmeur ik met honing ’s ochtends met honing en ’s avonds eet ik ze op, zonder haast maar gestaag want elke maand is er een nieuwe.

de rij stervende Izeganzen is eindeloos maar ik hou het vol door enkel aan de volgende te denken, te genieten al van het opspringende hart bij de herkenning, de vreugde die als een bliksem zal oplichten  in de eindeloze nacht van hun wanhopige ogen…
[kijkt om alsof ze iemand iets hoort zeggen]

(kwaad) ja, iemand moet er voor de kinderen zorgen, toch?"


dv 2018 – “inept for writing – l” – ink/bister – A4
Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek Het Pad lyriek woordenpers

Izeganz tot zijn harpijen

[SCENE: Zanger Izeganz, die op het einde van elk VLAK op Het Pad van de Wenende Nacht een pijnlijke dood moet sterven om ongenadig in het volgende weer te verrijzen, richt zich op het einde van VLAK 16 tot de Harpijen, een bende nijdige oude eksterwijven die zich aan de rand van het bos schuilhouden en wachten tot de Nacht valt om de zanger te bestormen en zich te goed te doen aan de rottende resten van zijn vlees en vooral ook aan het Slijm van zijn Ongewenste Lyriek (SOL) die hem bij het sterven rijkelijk uit de poriën gutst.

Met die SOL wrijven zij immers medaillons met oude foto’s van henzelf in waardoor zij hun vergane schoonheid kunnen herwinnen en ietwat tijdsbestendig  bewaren.)

IZEGANZ:

Ik sterf en duizend wijven springen op mijn lijk.
Eentje rukt het lauwe hart en kauwt op aders.
Eentje snijdt de vingers af en speelt klein duimpje.
Eentje scheurt het lid en zegt oops floep.

De wereld is vol daagse liefde voor de dwaze kloten
die blijven streven in hun strakke dienstverband.
Dit levend lijk wordt ’s nachts met lood begoten
alliage die mijn rotten voor uw beeltenis wil kooien.

Zeker is de ondood is mij een welgekomen stasis
want uw goesting heeft genoeg in mij gewoeld.
Uw modewoorden zouden mij alsnog doen braken
maar ik heb in dagen al geen honger meer gehad.

Zing maar, mormels, brul het luid de venters aan
hoe gij genekte dichters alsnog poëzij laat kelen.
Hoe groot gij zijt en in getale groter nog, hoe snel
hoe glad, hoe dodelijk gij uw slijm wel halen kunt.

Straks wacht u  in uw  pracht het ijselijk gelijk
waarin mijn adem niet uw stilstand nog zal zoenen.
Straks bind ik  al mijn wormenwoorden aan de zon
en brand ik alles op tot licht waarin ook gij verdwijnt.

IZEGANZ sterft.
Vogelgekrijs en pikgeluiden in het volslagen duister.

DE WENENDE NACHT:

Met miljoenen zijn ze: zonder zon ziet mij geeneen!

[weent]

 


 

 

 

lekstoktongen
dv 2008 – “lekstoktongen / gwarth” – 2x A5

Categorieën
gedicht van de dag Grafiek Het Pad lyriek woordenpers

VLAK 14

eilandvlak
dv2017 – “lelies” – pastel/inkt/waterverf – 21×18 cm

[Zanger Izeganz & twee Ingezetenen van het Salon]

Izeganz klopt zich het kunstroet van de loden jas.

De handen zijn hem opgezwollen met de zweren van beteugeling.
Hij stinkt: de zon zelf zou zich blauw in het roestige donker willen splijten
om hem uit de weg te kunnen gaan, en uit zijn sliertige haren gutst een
zure spray van schilferig bestipte dauw die dwars door elke hel kon branden.

  • Zijn aanblik baart het onbedachte in het weke van uw brein
  • Zijn bewegingen plonzen door het web van de gekende werkwoorden
  • Zijn stem valt woorden af, zij zet geen zinnen in of aan

Maar het vuur dat in zijn zingen huist, schroeit, bezweert alsnog de bezwaren:
het bloeden van de kreten stelpt, de vogeltaal verstaald, de straten zullen sidderen.
Zich preparerend met een zucht voor sterfscene nr 14, versie 3.1, take 2
richt hij zich tot wat er nog rest van de Ingezetenen
en zich richtende spreekt hij en

  • bij het gebonk en het geraas van de splijtende toon- en trekbanken
  • bij het kreunen der krukassen onder het instuikende verhaal
  • bij het gieren der sirenes en het afschrikwekkende gebrul der hongerige horden
  • bij de stervensweeën woelend in de opstoffende droogvlakte
  • in de natuurwinkel te midden het bonte kluwen van het botergeile kapitaal

orakelt hij als volgt:

“en de duisternis zal duisternis uitademen
en het licht zal uit de gezichten vallen
in de duisternis van het reeds
volledig uitgevallen licht

en de tijd stokt en stroopt zich de minuten op
tot een verduurde ring van uren

en de tranen stelpen in de oogleden en
met dikke brokken zilt glazuur
bedekken de tranen de tranen,
bedekken de tranen de ogen,
dekken de tranen
de gezichten
toe.

en in het zwart schiet een schicht
zwart dieper het zwart in.

en jouw lippen met mijn lippen roer ik je de lippen om.
en jouw handen in mijn handen neem ik je de handen aan.
en jouw tong vertel ik met mijn tong dat onze tongen tongen raken:
hoe wij al lichaam waren lang vóór de aardse tijd begon;
hoe elke duisternis met licht begon;
hoe het licht de duisternis bezong;
hoe het licht zich tot de duisternis verschoonde
en het leven als ware het niets
met de schaduw van het al
beloonde.

en de krijsende kreeften van je angsten
hak en sleep en sleur ik uit jouw lijf:

ik hak en ik hak en
ik hak een tijd uit voor het hakken
en ik hak een tijd uit in het uitgehakte hakken

het is een diepe schelp versteven in het donkerrood,
met naast de zotte polsslag van jouw krolse heden
een droeve nis voor al het nakende gemis”

 

1ste Ingezetene:

Sjonge, sjonge is er nog chips? het
heeft wel wat om het lijf allemaal…

2de Ingezetene:

Het ís een lijf, en het blinkt ook wel af en toe,
maar het zou wel ’s in de douche mogen,
en bovendien wat meer eten want je kan
welhaast de lucht doorzagen
met die kartels van ribben!

 

Uit : Het Pad van de Wenende Nacht, een Illegale Patch voor het Zangezi programma van Velimir Chlebnikov (1922)

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek Het Pad lyriek woordenpers

kroning

Daphne-2008
dv 2008 – “Daphne” – potloodtekening – A5

KRONING

de kiemen komen uit het droge
land gekropen, de glazige korst barst
op de kerfnaden open, danig
waait het in op de mensen en de mensen
verhalen loefwaarts het verhaalde.

op hun donkere kilte kregelig het kutkind Aristaios
schoffelt het overtollige licht naar beneden –
enkel de toplaag mijn jongen, steek niet te diep .
De zonzak zeurt, niks nieuws daaronder.

Izeganz strompelt en botst
schouderschokkend in april
op de weergalm die hem als
in wonden in zijn woorden houdt:

ik red jou Reva mijn rillende raafje ik kroon jou
tot toorts der tijden, tot orchidee lik ik je
van binnenin uit het verzwegen gezegde.

ik hak jou glanstreden in zilveren stilte, mijn
vingers versnellen tot koortsige letters
op jouw slikkende diepte, het klatert
waar je denkt dat je bent en
je bent er nog

even en

altijd patrijzen, zegt ze, dichters
zijn schoften.


uit Het Pad van de Wenende Nacht -  Tienen 2019
Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek Het Pad lyriek woordenpers

vroeg, vergde

vogelvangst
dv 2008 – “vogelkot” – litho crayon op papier (boekje) –  dubbel A6

> Het Pad van de Wenende Nacht, een theatrale supersaga naar het  Zangezi-recept van V. Chlebnikov

VLAK 11 – sterfscene 451/3 – izeganz bekent zich marsyaans aan de muze

[…]

al het grove hebben we al:

wat hen uitstraalt bedekt mij
wat hen opjaagt & jent

het stroopt mij in en bedruipt mij
de walg staat in mijn holtes te stollen,
te lezen waarin ik snelde & vocht

waar ik gestremd al u nog zocht
waar zij de leegte rond de ontstemde letters van uw naam
bepotelen willen, er het licht uitpulken

mijn zoete restanten met hun rasptongen
tot glas slijpen, opglazen
tot het goudschijnt,
klaterplast,
sist

tot ze ook
in de gezichten die de hunne zijn
op aantoonbare wijze
hun namen bij de mijne met bloednagels
van nijd hebben staan krabben

al het roze al
al het bloeden

hebben we we hebben het

hier

hebben

en dan, daar

 

zijg neer in mijn borst
tel jezelf op tot een zwerm
vette kraaien, strijk neer en
haak je honderden bekken
in mijn bloedende klomp

 

waai mij in
weef mij spin mij in
met uw adem witheet
in het garen & van het
garen de windsels
wikkel mijn fophuid in balen

genummerd,
bestemmingsgeschikt,
conform de speerpunttechno-logica der cohorten,

in enkel voor ons dit eeuwige wijken
onhoudbaar het hunne

ach, uiteindelijk

[..]

schep mij uit, ontader mij en
stop uw hand in het stof
je kop in de stopverf

hou je pinkje ter stuiting
voor de raamspleten van het buiten
waarin de wind zijn waanzin giert
tussen de klembillen van binnen

steek je gebaren in een handschoen van taal
hou ver van je woordgeurige neus

die nare klankscherven dat snikken bv.
jouw helsblauwe withemelse zucht

in ons tentje heerste steevast luchtgebrek
wilde paarden draven waar wij hijgen
kom we vermaken het leed tot een klucht
zo verzon ik je het maanglazige zwijgen

 

[.]

hier

nu

balanceer het
taalstaal op het
koude tongpuntje
van bv. de schone van Li –

plof het mes schroevend
in mijn onbuigzaamheid

mijn stramme vers zal niet spartelen

prop je liefde valse liefde erbij
je meewaren en het schokken vooral
van je hulpeloos klaarkomende lijfje

draai het maar uit,  span mij op
in de takken van je haat:

ik ben jouw dode
wereldhuid

Categorieën
Het Pad lyriek

portaal 2.0

 

(Ziehier een pas ontdekte scène van Reva en Izeganz, de begenadigde en ietwat geschifte zanger die in Het Pad van de Wenende Nacht herhaaldelijk sterft & telkens weer herboren wordt. Dit  in een halsstarrige poging om de liefde van Reva te bereiken, een liefde die hij ziet & voelt & ondergaat, maar die hij niet kan beschrijven, zelfs niet in de reine taal van de Vogels. Alleen zo zal hij het Gehuil van de Nacht kunnen stoppen & kan het publiek, onder zijn verlicht despotisme, een ogenblik soelaas vinden in de Glorie van de Vrije Lyriek)

“Je vais te dire un grand secret J ái peur de toi”

Aragon, ELSA, poème, Gallimard Paris 1959, p.10

fireish

[het is avond onder een blote sterrenhemel. Reva en Izeganz liggen bij een knisperend kampvuur, drinken groene thee met rode bessenextracten, roken hash  & mijmeren, onder omstandige strelingen, zachtjes over hun Liefde. Links vooraan op de bühne, onzichtbaar voor Izeganz, staat het Bord der Telling, met een zevental kruisjes er op. Het gaat fout als Reva per ongeluk haar thee uitkiepert in het vuur…]

REVA: Water was het, helder water, klaterwater
Van een klare bron maar in de tongen van het vuur
Werd het vulgair lawaai. Reinheid is van korte duur.

IZEGANZ: De tijd, mijn lief, is producent van dwaas theater,
Leeg vertier, wirwar van seconden, elk zwevend uur
Vergaapt zich aan het naakte glijden van haar duur, niets
Van dat verduren reikt verder dan de grens van later,
Want verderop blijft niets van hier als hier bestaan.

Maar wij, wij komen trager, dieper in dit leven aan:
Als ik jou kus,  dan kus ik water, helder water,
Van een klare bron & door het schroeien van dit vuur
Ontsnappen wij, een witte wolk, aan dag & uur.

REVA: Mijn lief, ik zie nu plots… zeg niets…laat die twee woorden
Vallen in het stof van de stilte, zie hun omtrek daar
In een verbeeld heelal van letterloze oorden.

IZEGANZ: Ik faal, helaas, ik zie het duidelijk & klaar:
De dood is mij een meer vertrouwd & makkelijk gebaar
Dan in de liefde vrij te staan, los van de plaag van mijn taal.

mroeu woe meieu woo mraeu wioe,
kiheulij kihoela arezi mroeu:

prto mi no, i zimba do

MROEU WOE MEIEU WOE MRAEU WIOE,
KIHEULIJ KIHOELA AREZI MROEU:

PRTO MI NO, I ZIMBA DO

MROEU WOE …
(6x, van heel stil naar loeihard en dan fluisterend)

REVA (extatisch, zij heeft al lang geen oog of oor meer voor de zanger
die doorgaat , schuimbekkend, in de dode vogeltaal) :

Mijn lief, geloof die woorden, zie hoe leeg & diafaan
Zij worden bij het ruisen van de zeilen van de Tijd:
Zij zijn: een steen die ligt, een hart dat klopt, voortaan
Perfect gebeuren, volmaakt verloop & ideale vorm
In de stilstand van het nu tot in de eeuwigheid.
(masturberend)
Ah, woorden zonder zin zijn voor het Al portaal,
Neem dit lichaam, eet mij, drink mij & vertaal!

IZEGANZ:
Portaal? gij dwaze vrouw: dat Al mondt uit in in ’t zwarte Niets
Mijn sidderaal brak duizendmaal de lippen open,  vernielde
Van het zijn in jou de materiële wand & hoe ik ook knielde,
Smeekte, huilde, brulde & mijzelf geheel vergat:
nooit was ik daar, nooit was er licht, nooit zag ik iets.

Goden, steek mij toch de ogen opdat ik zou zien! Het woord
Is moord & lijk & wet & letters zijn voor elke klank de dood
Muziek, lyriek doet ons verlangen naar een beter oord
Maar zingend sterven wij van spijt & nijd & lust & nood.

[Izeganz grijpt een gloeiende pook uit het vuur, steekt die door zijn rechteroog, uit een ijselijke kreet & sterft. Reva komt klaar op het moment van zijn kreet.
Enige ogenblikken stilte. Reva staat op, stapt kalm naar voren  & zet een kruisje bij op het bord]

Categorieën
Anke Veld Het Pad Kathedraalse Leer KLEBNIKOV CARNAVAL lyriek RADIO KLEBNIKOV

u, een apocrief vlak van het Pad van de Wenende Nacht

Izeganz tot het Onderbergse

u, de oordelenden
jaloers, wrokkig, inhalig

u, die mij de Stem ontzegt
van alle grote lyrici in mij
opdat ik uw gebral
versterken zou, uw krijsende
smeekbede om uw dood, uw ontkenning
van het leven

dat uzelf halsstarrig aan uw kinderen ontzegt
omdat u verkrampt staat
in de illusoire strekking van uw ik
een lid van het niets, een gat op oneindig
zoals u het strenger, sterker door uw ouders is ontzegd
& uw ouders straffer nog door de hunne
& zo tot in de verste verte
van uw kapitaal verleden
de dode einder der dingen waar uw ogen
brandend begerig blijven op gericht
met uw ruggen, stijf van het fatsoen
onwrikbaar gericht naar het heden

u, de oordelenden
die elke andere van de uwen
de ban in wil van uw verlangen
& slechts uzelf in hen herkent
als hen iets ernstigs overkomt,
op welke tijdstippen u zich dan
verlustigen kan
in het stromen der tranen
naar uw tranendal, niet om hen
maar om uzelf in hen,
het overlevende, het overleven
van uw dood op hun leven.

u, de oordelenden
jaloers, wrokkig, inhalig

u, die mij de Stem ontzegt
van alle grote lyrici in mij
opdat ik uw gebral
versterken zou, uw krijsende
smeekbede om uw dood, uw ontkenning
van het leven

u, de veroordeelden.

Categorieën
Anke Veld Grafiek Het Pad KLEBNIKOV CARNAVAL Proza

maaike (1)

scuttletillyeburst

De eerste dood van Izeganz

Een plank op de grond, een tang, een hamer & een roestige nagel.

Izeganz staat voor mij met een bloedend gat in zijn hand, bevend,  maar wanneer hij begint te spreken verstillen zelfs  buiten de kraaien. Elke beweging verdwijnt, de stilstaande as van de tijd biedt enkel plaats voor de klank van zijn stem.

“ik sta zot van u Maaike, gij zijt een groot zwart gat in het oneindige veld van mijn gedachten, gij sleurt mij de letters als vislijnen uit de mond, de weerhaken scheuren mijn slokdarm, ik braak u de woorden uit de drek mijn dromen, ik wil ze niet zeggen maar ze broebelen & bruisen & botsen & ze moeten eruit want gij zijt zo schoon & uw lijf is het licht van een lampe & wij vliegen naar u als motten want in uw schoot worden de sterren geboren & versmelten het wit van de maan met het rood van de zon & in dat kolken slijmt ook de korrel van mijn ziel tot een groenige parel aan & aan & ik ben verworden tot een veelarmige krab met ne giftige worm in mijn schalen & ik scharrel maar wat rond op de bodem, ik schuifel & ik taffel & ik val om van verdriet & kolère & ik zie hoe het omhulsel verpulvert & uw zee overspoelt mij & ik krepeer”

Zijn lichaam verbrand ik,  de reine papieren van zijn geschriften besmeur ik met honing & ik eet ze op.  Een eerste getal keert weer naar de getallen.

&

Categorieën
Het Pad KLEBNIKOV CARNAVAL Lopende zaken lyriek

update

voor k.v., op haar verjaardag

Later als je dit tergende vergeten bent vergeten, later
als dit schraperige zwijgen uit het zwijgen is geschrapt,
& als je dit verkorven heden als een kever uit je haren
in de leegte onder af & dood zal willen slaan,‐

Later, als je in de openslaande gaten de gaten
in de gaten krijgt waarin ik mij tot stof ontviel
& hoe ik in je hand je hand als hand kwam leggen
die het ware kloppen voelde telkens van mijn ziel,‐

Later, als het kale knikken van je ik je elke veer
ontzegd heeft & in de rafels van het rafelende gat &
je lijf je rafelige denken uit die warboel redden wil:
het gapen in van de afgrijselijke gang naar de dood,‐

Dan schiet ik plots weer alle hoeken van de wereldzeeën door,
dan stijgt vierkantig hoog de volle maan in zonverwezen glans,
dan zing ik ver & diep & hoor je ‘t zachte lied van later dan,
als je mijn vergeten bent vergeten & elke ongedane woordendans
daarin, daarrond, daar godvergeten om & onomkeerbaar van.

Van later was ik toen de maker, ontbonden nu, uw zanger  &  je man.

dv, kessel-lo,  2008 / 09-08-2009

Categorieën
Het Pad KLEBNIKOV CARNAVAL lyriek

addiction to vlak 19

o ogenherder, gij, o schittering. verbijstering. je sirenen
nemen zang van deze al te platte aarde op. iets afspelen
is overbodig: onzin, want de opname verschrompelt

meteen. het einde wacht op eendere einders: jij. een set
bloederige keukenmessen. je hoort je zon & denkt dan
zonde, versmacht het ruisen vliegensvlug in vuilniszakken.

beschadigd ben ik & plastic wappert het plastic, hond zegt
de hond. mijn kinderen fluisteren niet eens mijn kinderen, ze
haten de adem die jouw lippen dwongen vrucht te worden.

schade.

het bruin kruipt dieper  in de strepen bruin, je snuift
gedonder onderaan het ondergaan van zon. solfer,
& de jaarringen jammeren  dat men dat ene jaar te karig

heeft omringd. ik vervloek de leesbaarheid van rupsenplagen,
want op de vlinders kon geen boom nog wachten. de keuze.
verdelging heeft wat mooiers dan extinctie. & slaafs in dit nu
ga je de banden af, verheffing van je wielen in moeras.

onmacht schittert in mijn onmacht.

mijn kracht verdraait er in,  losse riemen rond een wals. dat
pletten heeft wel iets. schaamte overkomt ons niet, je leeft & beeft
erin. al mijn liefde wordt in goddelijke  wet ontsloten. het rot
zinkt in mijn woord, de asse in de kelen,  het dorre van het droeve

priemt erdoor.  ik heb nog bot, & enigszins beweging, maar heel dit lijf
hangt bij je doodse klanken waaiende  op stok. je kerft mij dieper
door & af & uit dan ik mij dromen kon. de steunmuur scheurt, er
zitten barsten in de beren & de stad vervaagt in stille winden. stank

schuift over daken, sneeuwen wil het wel maar niet in hemelvrij
geslaak. de zuchten rotten immers  in je krocht, je zet er dompers op
maar  zelfs de lucht wordt elke vorm van vuur te zwaar. doof. blind

is de nacht voor het zwart in de nacht terwijl gewoon je licht ontbreekt.

ach, ogenherder, izeganz, neem toch die blikken weg. het hondse
in haar ziel verkast mij wel. zet het nieuws maar op, daarin
verdwijn ik wel, vervloei je  letters tot een zwemerige etter,
je zelf, het openbarsten van een eeuwenoud gezwel. ik vertel.

rev.  25/06/2009

Categorieën
Het Pad KLEBNIKOV CARNAVAL lyriek

MOND

mond

dv,  10/06/09 @ 1u10,   ‘mond’ – eerste staat
pastelpotlood, potlood & balpen
uit het klebnikreukelboekje

MOND

Myrthetelgen …, Der welcker bloeysel smett’ met reuck aen allen enden. Den asem van de lucht,
HOOFT, Ged. 1, 115

u bent het volk in de hel van K.
u bent de ziel van de opgeschorde L.
uw klinkers deren niet, er is geen mij.

jij droomt je vallende een schreeuw. A.
spreeuwen storten zich op kersenbomen. N.
de kirsch zeikt uit je mond. jij smet. K.
jij klampt je aan verschroeide takken. E.

uit  het bloesemen zinkt je dag met mij vergaan. N.

dv, kessel-lo 10/06/09 22:28
rev. 12/06/09 17:39

Categorieën
Het Pad KLEBNIKOV CARNAVAL Vertalingen - Bewerkingen

Aan U Allen

wraak. het woord bestaat.
mijn tranen zijn klaar.
de sneeuwstorm warrelt,
geesten zonder klank
ik ben met gaten vol doorboord
de  speren van de geestelijke honger
doorstoken door hongerige speermonden.

Uw honger heeft honger hij dorst
naar de stoofpot van een smakelijke pest
hij bietst om eten, in het diep van een schooierzak

En dan stort ik in, zoals Kuchum
op de speren van Yermak.

Om de honger van speren te stillen
dien ik mijn geschriften te vermoorden.

Ach g*d, daar kan ik dan de  paarlen vinden van hen die ik beminde
in het krijsen van het viswijf op de straat!

Waarom toch liet ik mij die bundeling ontgaan?
Waarom was ik zo opzettelijk stupied?
Niet enkel wangedrag  van bibberende boerenjongens
die mijn boeken op de stapel brandden-
overal bijltjes en aksen
en de tere lijfjes van mijn gedichten.

Alles wat deze drie jaar ons gegeven heeft,
gedichten, hoop en al een honderdtal
een cirkel gezichten u allen vertrouwd-
waarheen je ook kijkt druipen lichamen van tsarinnen,
overal Uglich, die godverlaten lelijkheid!

Velimir Klebnikov- 1922

(vrij vertaald naar de vertaling van Paul Schmidt)

Categorieën
Het Pad Lopende zaken lyriek

n.a.v. de vele rottende pegasuskadavers op het Pad

Izeganz tot zijn harpijen

Ik sterf & duizend wijven springen op mijn lijk.
Eentje rukt het lauwe hart & kauwt op aders.
Eentje snijdt de vingers af & speelt klein duimpje.
Eentje scheurt het lid & zegt oops floep.

De wereld is vol daagse liefde voor de dwaze kloten
die blijven streven naar  uw strakke dienstverband.
Dit levend lijk wordt ’s nachts met koper in & om begoten
gloeidraad die mijn rotten tot uw beeltenis verbrandt.

Deze ondood is mij nu een welgekomen stasis
na het woelen van uw goesting door mijn hart.
Uw modewoorden zouden mij alsnog doen braken
maar ik heb in dagen al geen honger meer gehad.

Zingt maar mormels, brult het aan de straten aan
van hoe goed gij de genekte dichters kelen kunt.
Hoe groot gij zijt & in getale groter nog, hoe snel
& glad &  dodelijk gij uw gelijk wel halen kunt.

Straks wacht u  in uw  pracht het stille, kille staan
waarin mijn adem niet uw adem nog zal zoenen. Straks
bind ik met mijn  wormen al de woorden aan de zon
& brand ik op tot licht waarin ook uw verdoemenis begon.

Categorieën
Het Pad Kathedraalse Leer

Stemcel, Zang en Draagvlak van de Vrije Lyriek

Een vrije lyricus gaat – misschien, soms & als het Ware – te werk als een muzikant van oosterse inslag.

Voor de oosterse muzikant is de kosmos één geweldige dreun waarbinnen de auctoriële monade een zo intens mogelijke stilte creëert. Die stilte is  nooit absoluut, verre van, het is steeds een oscillatie rond een immer afwezig nulpunt, de periodieke afloop van een non-lineair proces.

Hoe eenvoudiger de oscillatie, hoe sterker de Stemcel. De Stemcel van de Vrije Lyriek is als het Ware het virion, het enkelvoudig viruspartikel ervan.

Stemcel van de Vrije Lyriek in ongemarkeerde staat bij ons thuis op de kast
Stemcel van de Vrije Lyriek in
ongemarkeerde staat bij ons thuis op de kast

In de Stemcel oscilleert het (lineaire) DNA van de Stem: een louter kwantitatief gegeven, de periodieke aftelling naar het Niets van het Er.

Het benaderen van de (innerlijke) Stem vergt vele jaren oefening.

Vanuit die oscillatie wordt tijdens de virale burst een zich opwaarts slingerende melodie opgebouwd, een levende ritmiek op basis van  de ritournelle rond het Niets.

We spreken op dat ogenblik (de virale uitstorting) van de Stemaanhef.
De Stemaanhef is niet zoals in de westerse muziek een doorbreking van de stilte door een singulier gegeven, maar een explosie ervan die in feite een (gemuteerde) recursie is van de kosmische dreun zelf.

De Stemaanhef gaat in toenemende complexiteit over in de Zang.

De Zang creëert op haar beurt via een afvalverwerkingsproces het Draagvlak van de Vrije Lyriek. Elk Draagvlak is dus een procedurale staat, zij kan zich soms uitkristalliseren in een poëtische/lyrische structuur maar elke structuur is secundair aan het temporele gebeuren. Uiteraard is de aangenomen tegenstelling plaats-tijd op haar beurt slechts een humaan-noodzakelijke fictie, vereist om dit betoog in stand te houden gedurende haar looptijd. Elk betoog zal steeds een zekere rek behouden, een zekere onsamenhangendheid. Gemakshalve duiden we deze onsamenhangendheid met de term Tijdsrek.

Op dit ogenblik is enkel het  Draagvlak programmatorisch wegschrijfbaar en benaderbaar. Ik verwijs naar de Vlakken in Het Pad van de Wenende Nacht. U merkt het ook daar: de vereiste poëtische programma’s bevinden zich ook nog maar in een pre-alfa staat, het zijn slechts schetsen, al dan niet werkbare  mock-ups van de beoogde programmatuur, die vaak in (schijnbaar) geen enkel opzicht verschillen van klassieke poëtische code.

Categorieën
Het Pad KLEBNIKOV CARNAVAL Links - publicaties Lopende zaken

ZAUMACHINE door Marko Niemi

Stilaan beginnen we toch aan het archief van het KLEBNIKOV CARNAVAL 2008. Bij Grapes of Art kan je al een beknopt verslag lezen.

Eén van de inzendingen die door de omstandigheden van de tentoonstelling op het KLEBNIKOV CARNAVAL nauwelijks aan bod kwamen, was de ongelooflijk mooie ZAUMACHINE van tovenaar Marko Niemi.

Dit werk, een animatie geheel gegenereerd door javascript, neemt brokken tekst uit mijn ‘Pad van de Wenende Nacht’ en transformeert die op heerlijk-vervreemdende wijze tot non-nederlands in diverse geanimeerde typografische opmaak. Telkens nieuw, je kan er uren naar blijven kijken.

Een simpel maar loepzuiver werk, ik vind het absoluut geweldig.
Bedankt Marko!