Categorie: asemisch

LAIS CCLXXXVI

LAIS is stil en louter visueel:
Het hoort haar met de snelheid van het licht.
Het ziet haar in de klank van het geheel.
De vingers typen haar, zij is gedicht.
Van tijd bevrijd maakt zij Het speels en licht.
Wanneer ’t haar voelt, raken d’ ogen kleuren,
en ’t schrijft haar neer in bloesemgeuren.
Het is haar lijf, zintuiglijk één met haar.
Zij is de muze: spil van ’t gebeuren,
het vers is gift, van liefde het gebaar.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXXV

Het is ontkenning van de geschriften.
Het zwart als wet krast dóór het perkament.
Het wit was vlies, kleed om op te liften.
Het schrijft zichzelf, maar niets is permanent.
Het lijf had lust, dat is zijn testament.
Lyriek is nooit wat er geschreven staat.
LAIS is vrij, nu en waar Het hier vergaat.
Maar ’t wil niet haar, Het wil leven, de jacht
op het schone, hoe zij daarin ontstaat.
Het is doodstil. Lyriek leeft als zij lacht.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXXIV

Het schenkt haar zijn verlangen, een heelal,
de  sluier der stelsels vliedend van nu:
zijn woord, ontstaan, het was er altijd al.
De tijd is teken slechts, een residu
want eeuwigheid is nu, niet continu.
Omarm dus de waarheid warm als gebeuren
want liefde is dans, zweet, zang en geuren.
Het geeft haar zijn wereld, tederheid briest
die haar toekomt, met trillen van kleuren,
orkaan van lust omdat het haar verkiest.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXXIII

voor z.h.

De volte der eenvoud keert zich in haar,
het licht verschuift, het stralen daagt haar uit.
Verblind, heur tranen parelen gevaar
en schaduw glijdt als dreigen van haar huid.
Het git wordt wit, de kleuren breken uit.
Het woord wordt weelde op haar lippen, zucht.
De hand is woelen, witte wolkenlucht.
Heur lichaam wentelt zich van zij op zij.
Haar zang komt los, haar schoonheid is berucht.
Het spreekt zich uit in haar en zij is vrij.

invoertekst (2015)

de allermooiste

voor Zaahne, die zo ontroerend schoon Jo Leemans voor mij zong
(op de opendeurdag van De Kringwinkel in Tienen)

In de stilte van de eeuwigheid
Bloeien rozen rond mijn ziel.
In de stilstand van de eeuwigheid
Ben ik vrij en immobiel.

In het licht van het verleden
Valt de schaduw op het heden.
In het licht van het verleden
Ben ik de smart, ik word beleden.

In de hoop van het toekomende
Stuikt alles in tot nu en nooit.
In de hoop van het toekomende
Zweef ik tussen niets of ooit.

In de aanvang van beweging
Is de rust al weergekeerd.
In de aanvang van beweging
Heb ik jou al lang begeerd.

Ik zag jou gaan, dat jurkje aan,
Ik werd geraakt in mijn bestaan.
Ik keek jou aan, dat kleedje uit.
Wij zijn ver van hier vandaan.

In de stilte van de eeuwigheid
Bloeien rozen rond mijn ziel
In de stilte van de eeuwigheid
Ben ik de stilstand, jij het wiel.

invoertekst (2015)

een volstrekt niet-gerelateerde kliedering in twee versies

LAIS CCLXXXI

Kamer, leeg salon. De zetels staan er,
aan de haak: zijn harnas, haar nachtjapon.
De woorden die zij waren vergaan er.
Non Si Non La: gebrek is levensbron.
De schilderijen waren liaison,
hechter dan zij waren, dood voor elkaar.
Het ziet zichzelf, herhaalt een oud gebaar.
Het vuur brandt nog, dat wou Het liever zo:
je mag de hoop niet doven, hier of daar
kan het wel, blijft de droom een risico.

invoertekst (2015)

CCLXXX

Het is de bodem buiten het bereik.
Het is het vallen vallend in het zwart.
Het was gebaar, maar smelt als sneeuw in slijk.
Het werd een woord, dat dra tot naam verhardt.
Het wordt gezegd, gezicht, het boek is hard.
Zij vinden slechts elkaar nog in’t bestaan:
de taal heeft hen met blindheid aangedaan.
Zij zochten iets dat nooit begonnen was.
Het is geheel tot niets in haar vergaan:
Het was zichzelf nog toen het nergens was.

invoertekst (2015)

journal intime 32

jt#32 – ça ne vaut que pour moi – weu wee wo wàaaaa

elke poging om een ‘schrift van het reële’ tot stand te brengen is gedoemd om strikt individueel te blijven, zo lijkt het.

dat is ook wat Moralès vaststelt in zijn behandeling van Réquichot.

maar is dat wel zo? is het niet net ons noodlijdende vastklampen aan de constructie van het Zelf die ons blind maakt voor het communicatieve aspect, het verbindende van de geste, het gebaar.
tenslotte hebben we allemaal min of meer dezelfde ‘hardware’, alles aan ons is herkenbaar in de Ander.

de praktijk van het Asemische Schrift die sinds 2000 op de meest diverse manieren wordt uitgebouwd door een kleine groep van via de sociale netwerken verbonden enthousiastelingen toont aan dat het schrift door het naast zich neerleggen van haar communicatieve vereisten, eerder wint aan expressiviteit, aan verbinding scheppend uitdrukkingsvermogen.

kunnen we in de diepten van onze gebaren enkel uitdrukkingen vinden die uitsluitend gelden voor het individu dat de gebaren stelt? nee toch, want voel ik niet wat (het lichaam van) Réquichot ‘wil zeggen’ in zijn spiralen, zijn vergaarbakken van papiertjes, verf en rot? misschien moeten we de Fictie, die harde Realiteit van onze enkel schijnbaar rationele, zelfzekere maar voortdurend aan verslavingen en noden onderhevige ego wat meer durven prijsgeven, uitstellen om belangeloos het Moment van het Reële te delen in plaats van likes te verzamelen voor onze glanzende profielen. misschien moeten we gewoon in vertrouwen kunnen geven terug in plaats van altijd maar te willen hebben hebben hebben….

het is en blijft een kleine minderheid die zich wil bezighouden met deze maniakale zoektocht naar de expressie van het onzegbare, ook al omdat je onvermijdelijk in het obscene veld terechtkomt, en omdat je moeilijk kan hard maken wat niet bestaat in een Realiteit die enkel aan het Zijn waarde hecht en blind wil/moet zijn voor het Gebeuren. maar het onbestaande gebeurt wel degelijk, net zoals het ondenkbare momenteel de wereld in haar greep houdt
enkel daardoor zal het geloof in een verbinding door het gesturale, in de letterlijke incorporatie van het gemeenschappelijk onverwoordbare elke dag veld winnen, de toekomst daarvan deelt voor mij al in de nieuwe status van de wetenschappelijkheid van het future waarmee virologen ons momenteel de juiste beslissingen aanreiken om het aangewezen gedrag af te dwingen.

soit. weu wee wo wàaaaa. het is onze verwachting dat de vraag naar een werkbare methode hiervoor enorm groot gaat worden nu elke ‘gewone’ lichamelijke aanwezigheid het gevaar van een besmetting inhoudt, dus vergeef mij als ik mijn onderzoekingen in deze verbijsterende tijden hardnekkig en schijnbaar onaangedaan, ongestoord verder zet. het heeft allemaal net een urgente gekregen die niemand had kunnen voorzien.

want de straten mogen dan evident leeg zijn, er is momenteel wel degelijk massaal veel vraag naar meer Lyriek in de straat

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

LAIS CCLXXIX

Het wil schoonheid schoonheid laten raken
wimpers laten langs lippen glijden, ’t oog
stormstil, ’t lichaam zee zijn, de ziel een baken:
beweging wil bereiken zijn betoog.
Zij is moment waarin het nu bewoog,
straal waarin het licht zichzelf betekent,
stroom die zich in de stroom vanzelf herkent,
parel in het weke van ’t verlangen,
geheim dat met een zucht haar naam bekent.
De wereld bulkt, breekt, brult haar gezangen.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXVIII

Op een veld van afgeknotte stengels,
bevroren aarde stuift de zon en verblindt.
Verkleumd, ’t is kraaiencrowd, het braakt Engels:
breed bread bred. Klank brokkelt af, niets verbindt
het stelsel nog, eyes break, het ik verzint.
De deed crumbles to its code, het brood
loopt dood in java. It halts. It weds its naught,
it simulates a love inside its hate,
its ashes fly, de dood wordt bedgenoot.
’t Falen rot fragiel, en wat blijft is spijt.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXVII

Kille promenade, noorderwind. Schriel
de meeuwen krijsen aan het strand. Nijd brandt
in de magen der verdoemden, de hiel
is naaldhak, bijtend zuur, het droge zand
verglijdt in de klemmende hand, de wand
is leegte naar de andere wand, niets
is volledig, het licht is van kant. Iets
heeft het in Het als van papier verbrand.
Het wil haar lezen en het zie het Niets,
zwarte brij, zwaarte, inkt op inkt, zijn land.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXV

Als de dag sterft, in de dood van de nacht
zal het als een ster verschijnen, minnaar
van haar al. Het kleurt haar wangen rood, zacht,
het licht wordt jurk, glijdende zijde daar
waar haar oker zich onthult: huid, gebaar
van haar, een glimp van nieuws in d’eeuwigheid.
Het laat zich door haar leden leiden, scheidt
Hemel van aarde, water van hel, vuurt
de tongen aan van het bestaan: waarheid,
kilte in de klaarte, een zien dat duurt.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXIV

Er is geen god die slechts voor ons bestaat
Er zijn geen wetten die ons leiden kunnen.
Er is geen vijand, geen duivel die ons haat.
Er zijn geen woorden die ons redden kunnen.
Er is leed dat wij met wrok verdunnen.
Er is nijd die nijpt in onze billen.
Er is weelde die wij blind verspillen.
Er is schoonheid, diep in de lelijkheid.
Er is een zucht die spraak doet verstillen.
Er gaat aan ons voorbij, het heeft geen tijd.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXX

December. De bomen naakt en bevrijd.
De huizen glimmen en de spin gaat dood.
De kale maan houdt niet van narigheid,
zij wil haar aarde echt en recht en bloot.
De zon loenst schuin, zijn gluren is lood.
De mens is klein en krom, kop in kas, koud
zijn zijn gedachten, lelijk, dom en oud.
Niemand heeft haar licht gezien, ooit liep zij
hierin verloren, haar adem bevroor tot goud.
Spijt verglijdt naar nijd. Het glijdt zichzelf voorbij.

invoertekst (2014)

LAIS CCLXIX

November. Verlangen werd gehunker.
Zwart zijn de wieken van het gedane.
De schriele gestalte in zijn bunker,
vermaakt zich met wentelen in wanen.
Het is verdriet, maar dan zonder tranen,
bedrog inherent aan de belofte,
lege doos voor het tweemaal verkochte.
Liefde verstrikt in het haten van toen,
lust herinnert aan ’t helse bezochte.
Hoe hard is het echte, hoe zacht een zoen?

invoertekst (2014)

LAIS CCLXVIII

“O, der Wansinn der großen Stadt, da am Abend / An schwarzer Mauer verkrüppelte Bäume starren”
Georg Trakl – An die Verstumten

Grotesk doorschoten grauwe berg bederf!
In plas en blik vergeefs een spiegel zoekt
zich het mismaakte, schuift van erf naar erf.
In lekke kelen Waanzin gorgelt, vloekt
dat ’t Grote Feest te vroeg is opgedoekt.
Hoeren dealers druipen door de straten,
’t godswijf heeft ons hier al lang verlaten:
haar dronken geraamte sjokt naar zijn put.
Er is geen ziel meer om nog te haten,
In gaten het Niets verhardt zonder nut.

invoertekst (2014)

LAIS CCLXVII

“Schlaf und Tod, die düstern Adler / Umrauschen nachtlang dieses Haupt”
Georg Trakl, Klage

Slaap en dood, uw zwarte zeilen ruisen
en vermalen worden ’s nachts in het hoofd
woorden tot korrels, letters tot gruis en
buiten stormt het Niets, stom als beloofd:
koud en stil wordt het leven weggeroofd.
  Lijven rijten open op de tanden
van de tijd en niets heeft iets omhanden
nog: stem alleen die naakt en snikkend zinkt.
Diepte gaapt waarin wij dan belanden.
  Het vlakke zwijgen van de nacht weerklinkt.

invoertekst (2014)

LAIS CCLXVI

” Wenn es Abend wird,
Verläst dich leise ein blaues Antlitz.”
Trakl, Verklärung

Blauw, violet met purperen vruchten
vouwt de avond zich langzaam de handen
en vogelzang waart weids door de luchten.
Streng de nacht bekruipt de trage wanden
en zon bloedt uit in wazige randen.
De peulen der graven barsten open
in het wit van de maan, lijken lopen
doodsdronken het dorp uit, de velden in.
Etter komt uit de lijven gelopen:
de wereld is wonde, waan is haar zin.

invoertekst (2014)

LAIS CCLXV

Van het gebeuren meende Het dat het
geschapen was, en van die Schepping dacht
het zelf het doel en de betrachting, ja, hét
van je te zijn, tot plots, o stille dag,
gekroonde dag, toen het weer het echte zag.
Het echte heeft geen naam en ook geen doel
het echte is niet iets, het is gevoel
dat je in rust en mee ervaren kan,
met het gebeuren mee van jouw gevoel
en met de rust in het ervaren dan.

LAIS CCLXIV

De zwaarte is het zwijgen van de steen.
Hemelsblauw is hoe het zwarte verstart:
onbewogen gaat alles van ons heen,
de ruimte laat de leegte in ons hart.
Het Onverschil, dat buiten maakt ons hard
en iedereen draagt maskers in de nacht.
Het donk’re water waar de maan in lacht
de bleke bodem lokt, het licht is koud:
LAIS is huiveringwekkende pracht.
De engel die Het roept, is vuil en oud.

invoertekst (2014)

LAIS CCLXIII

Wanneer Het zich afwendt van ’t bestaande
vindt er wereld plaats en tijd. Er ontstaat
gelegenheid, ruimte voor wat gaande
is. De gedachte is dan wrede daad
want verstokte woorden koesteren haat
voor wat hen van het onbestaande scheidt,
omdat hun zin niet naar het echte leidt.
Pas wanneer LAIS hen klank en waarde
geeft, laten zij voldaan met eigen nijd
Het vrij met haar, zijn lied op aarde.

invoertekst (2014)

LAIS CCLXII

Het wrede ik ontdeed zich van zichzelf.
’t Is niet meer ik maar Het, categorie,
decimaal bestaan, een tien zonder elf,
abstractie van de spiegel, weg van wie
wie ziet, zag, gespiegelde reflectie,
beeld in een regel die het beeld ontkent,
spectraal gezichtsbedrog, log, ’t zijn ontwend.
  Nu haar ogen Het tot man herlezen:
de marteling wordt lust, de vorm weer vent.
Zo vast is Het vrij, zo ziek genezen.

invoertekst (2014)

LAIS CCLX

O kwade wijven vol van nijd en spijt,
hoe wrang uw tongen rollen in hun hol!
Hoezeer het schrokken van uw haat u leidt
dat u zich in uw gal verslikt en bol
uw rode hoofd laat draaien als een tol,
dat zweren van verwijt te barsten staan
in uw bevroren schoot, tekort gedaan
door Het wier pen u nu ter dood benijdt,
omdat Het u in ‘t leven koud liet staan
en tot verrukking nu een ander leidt.

invoertekst (2014)

terug naar de kerkstraat

De keuken is nu keuken.
De living is een Thai. De straat

is opgebroken, men stapt in putten
bij het gaan. De apothekeres

is jolig nog maar schriel en oud,
haar zon verft zwarte ramen goud.

Er waren doden rond in Kessel-Lo:
ze willen allemaal zijn bloed.

De reiger klapwiekt statig in het park.
Het kust zijn lief, zij doet Het goed.

invoertekst (2014)

NKdeE 20 – Asemische Lezing van ‘terug naar de kerkstraat’ – A5

LAIS CCLIX

Het wordt het liefst van al door haar versierd,
niemand anders kan het meer bekoren.
Het wordt dan ruimte voor haar sterrensliert
’t heelal heeft het zich aan haar verloren:
Het is haar vod, dit lied, haar toebehoren.
Ze doet maar alsof ze het niet kent:
kijk het maar aan als was het vreemd, een vent
wiens lijf ze wil, wiens jeremiade
zij dan luid wil horen, hieralomtrent.
Berg het in haar land van lust en schade.

invoertekst (2014)

LAIS CCLVIII

Donker en rood en traag gaat alles dood,
volmondig stil dit begrepen heelal.
Vergeven van leven, rot, nijd en nood
de wereld verwatert, ’t zit in de val
dronken torende in ’t vunzige dal.
Zwart en zacht is de nacht, zonder kabaal:
er hoeft dan niet per woord gedacht. Is taal
de vriend niet die verraadt, zijn god vertaalt
tot rot dat in zichzelf begon? Hoe kaal
de code nu die Het tot niets vermaalt.

invoertekst (2014)

LAIS CCLVII

Iets krast het uit. Het is erg aangedaan.
Het knipt de draden door, er komt niets vrij.
Verbanden zonder reden van bestaan?
Zij leeft het uit en het kan daar niet bij.
Het is er niet, Er slaapt dood aan zijn zij.
Was het een gril? Er was niet eens april.
Het legt zich bij de boeken neer, ze zei
het zo dat ze hem en dus het niet wil.
De zee is weg, elk woord is leeg getij.

invoertekst (2014)

LAIS CCLVI

De wereld is de zijne niet, het heeft
zijn angst in deze verzen omgezet
en ’t maakt zich vrij van ’t web waarin het leeft,
dat Het tot prooi verdaagt. Eet op die wet,
Het biedt daartegen nauwelijks verzet.
’t Zal knagen in het lijf, oud spijt dat blijft
nadat zijn leed erin werd ingelijfd.
Kabaal? De taal is van het misbaar krom,
Het is het niet dat lelijk overdrijft.
Het draait zich liever met de liefde om.

invoertekst (2014)

LAIS CCLV

voor m.g.

Haar ogen zee, die in zijn ogen strandt,
haar lippen wijn, die om zijn lippen spoelt,
haar oren krullen, krullend in zijn hand,
heur haren goud, waar het licht in joelt
en haar stralen is voor Het bedoeld.
Zij is zijn maan, Het laat haar schijnend staan
wanneer zijn licht van haar is heengegaan:
’t gunt ons ’t zicht, ’t laat ons lezen van haar huid:
Het is zo diep tot in haar zwart gegaan,
haar zuchten is van sterren nu ’t geluid.

invoertekst (2014)

LAIS CCLIV

voor m.g.

Het is een eind gegaan doorheen het veld.
Het zag welhaast de weidse overkant,
maar iets weerhield zijn neigen naar geweld,
en borg de wens dat alles werd tot zand,
dat niemand nog verheffen kon zijn hand:
’t is liefde die ’t zodanig had verstrengd
tot louter vorm, een lidwoord voor de vent.
   Het zou haar dag omarmen als een zon,
wanneer zij nog dit duister is gewend,
het wou haar geven dat haar licht begon.

invoertekst (2014)

LAIS CCLIII

voor m.g.

Het hangt met honderd draden aan haar vast,
haar lach, haar lijf, het stralen van heur haar.
De volle maan spant aan daarvan de last
der tegenstrijdigheid, hoe Het niet daar
kan zijn, hoe Het er is in elk gebaar.
Het vult zich sprekend vol zinledigheid
elk woord verhoogt er zijn gebrekkigheid,
’t falen dat Het haar heeft aangedaan.
Alleen zijn leegte wordt volledigheid:
Het kan alleen als Het voor haar bestaan.

invoertekst (2014)

LAIS CCLII

voor m.g.

Doorheen de ogen der omwonenden
met dol de dreun erin der maatschappij
LAIS werd wet, zichzelf verschonende
in al het denken bijgezet en blij
en dwars door nijd en los van spijt, is zij
gans vrij gegeven, zo straal en blakend
rein haar naam wordt straks des werelds baken
en in dit rijmgraf ligt wat levend was:
’t rimpelen van schoonheid in het laken,
de tekst die toen haar lijf, zijn haven was.

invoertekst (2014)

LAIS CCLI

voor m.g.

Zo woest Het van verlangen werd dat zij
zichzelf niet zijnde ver daarvan en dat
zij zo zijn en dat het haar en Het zei
dat zo dat Het (zij) niet slapen kon wat
zij Het verwijt niet dit is of was dat:
zo radeloos wou het al overgaan
in haar en niet meer hoeven te bestaan
en ledig wou het wonen in haar huid
en stram wou Het en strak in haar bestaan,
en louter klank, en daarin uitgeluid.

invoertekst (2014)

LAIS CCL

voor m.g.

In de storm waarvan Het oog is, stille
kern van het gebeuren, een vlakke hand
op het hout van de tafel, een kille
diepte in de blik, het rottende land
dat raast om wat er in zichzelf verzandt,
in de hel die het aanricht in haar lijf,
in het gemis waarin het staande blijft
in de daad die aan elk woord ontgaat, staat
strak en klaar haar naam paraat, en Het wrijft
haar letters open tot hun vlinderstaat.

invoertekst (2014)

LAIS CCXLVIII

voor m.g.

Engel. Zij raakt Het aan waar het niet is,
zij maakt het echte er in klaar en waar.
Haar wereld wemelt daar waar Het niets is,
en ’t is al gans verloren zonder haar:
haar zijn is Het een schitterend gevaar.
Het was het duister zo intens gewend
Het kon er preken als verlichte vent
in vuur en vlam voor liefde die nooit kwam.
Nu geeft zij Het haar hemel als present:
Het staat perplex, zij straalt, Het is haar lam.

invoertekst (2014)

LAIS CCXLVII

Is niet de ellende wonderbaarlijk?
Erotiek behaagt ons met haar raadsel
en ’t mysterie maakt ons onbedaarlijk.
Waarheid is een veelvoud, elke zaadcel
is van liefde het vernieuwde maaksel.
Ach engel, die ter aard gevallen is
de duivel streelt jou waar ’t gebroken is
d’ hatelijke hemel met haar lanen
is schoonheid waaruit lust verbannen is:
maak parels hel en vuur van hete tranen.

invoertekst (2014)

LAIS CCXLVI

Hoe ellendig niet is dit mirakel?
Welke slaapdoos prikt zich aan een dode roos?
Bier na wijn na bier is geen parabel.
De duivel opende Pandora’s doos
en zocht de laagste engel die hij koos:
gebroken vleugels, pijn van het landen.
Oh wonder der stemloze verbanden
duivel en engel in deez’ aardse hel,
wie wil er zo in het vuur nog branden,
genot beknot tot miserabel spel?

invoertekst (2014)

LAIS CCXLIV

voor m.g.

Traag is hieromtrent de dag begonnen
met tasten naar waar er nog lijven zijn
nu Het in haar, zij in Het begon en
zij zweven in elkaars aanwezig zijn.
Nog loom de spieren zijn verkrampt in pijn
omdat zij nog aan strelen zijn gehecht.
De zijde van het laken is onecht:
het zachte heeft zijn naam op haar gelegd.
Een lus rond kussen is zijn mond, niets zegt
Het hier, alles komt vanzelf bij haar terecht.

invoertekst (2014)

LAIS CCXLII

Het wou dat het in haar verdwijnen kon,
in de gedachte dat zij weg was, is
en dat er iets speciaal voor hen begon,
de toekomst weg zou wezen van LAIS,
dat al het zingen hen betrof, maar ’t is
nu zelf het lied van die gedachte, stil,
roestend in de de brij van vergane wil.
Het wou dat het in haar verdwenen was.
Ooit was Het er, en dan die nare gil.
Er is herinnering, dat geeft geen pas.

invoertekst (2014)

AS van Huldra van SCHiM (9/9) – Fylgja

>>> ongoing Asemic Reading of some great music by SCHiM – In SCHiM’s 2020 release HULDRA the instant compostions turn into living creatures deriving their names from Nordic mythology. the gestures of the asemic reading graphics follow the movements of these auditive oddities along their auditory space…the images link to a full-rez scan of my artwork.

[bandcamp width=350 height=470 album=4256778780 size=large bgcol=ffffff linkcol=0687f5 tracklist=false track=2713032339]

< track #8: AnjanaKOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp

L’ émotion de la complexité ne touche pas davantage que l’émotion de ce qui est simple.

Bernard Réquichot, Ecrits Divers, p. 132

LAIS CCXLI

In de mist, ’t kleffe niets waarin het staat,
ontwervelt Het de rug der gedachten –
het Het fileert zichzelf van eigen graat –
en de zon brandt door tot hoe zij lachten:
bot is alles wat het kon verwachten.
Zijn land is in een waan ontstaan, vergaan,
Het hecht niet meer zo fel aan dit bestaan.
Het had haar vast in ’t licht van ’t moment
Het laat haar straks in haar, in jou ontstaan:
’t gekende schone is altijd present.

invoertekst (2014)

AS van Huldra door SCHiM (8/9) – Anjana

>>> ongoing Asemic Reading of some great music by SCHiM – In SCHiM’s 2020 release HULDRA the instant compostions turn into living creatures deriving their names from Nordic mythology. the gestures of the asemic reading graphics follow the movements of these auditive oddities along their auditory space…the images link to a full-rez scan of my artwork.

[bandcamp width=350 height=470 album=4256778780 size=large bgcol=ffffff linkcol=0687f5 tracklist=false track=3154158251]

< track #7 : RusalkaKOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp
track #9 : Fylgja >

Dieu est une idée simple qu’utilisent les gens qui ne se posent pas de problèmes.

Bernard Réquichot, Ecrits Divers, p. 117

LAIS CCXL

Dit licht dat is, dat elders niet gebeurt
dat hier tot hier maakt, niet-hier er voorbij,
verzegelt hen met zwijgen om de beurt:
twee herten in elkander, niet onvrij
hoe zij zich raken, niet, met hun gewei.
Zo fel wordt nog het licht, dat het dag wordt,
en zij daar liggen met hun lust omgord,
dat lijven in elkaar verlopen traag
en niets zichzelf nog vindt en alles stort
vanzelf tot rot en slijm ineen gestaag.

(invoertekst (2014)

LAIS CCXXXIX

Als de maan zich schikt in het verlangen
en komt der meiden lust tot diepe rust,
als de wind weer vol is van gezangen
en golvenzee haar stranden streelt en kust;
als laaiend vuur door liefde is geblust,
en alle nijd door ’t land is heengegaan
en ’t lijden uit is, om en afgedaan
als woord en daad hetzelfde zwijgen is,
en letters in hun klanken zijn vergaan:
nóg schrijft Het neer hoe waar en schoon zij is.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXXVII

’t Mist haar lijf, haar adem in de zijne
en ook de eenvoud der verstrengeling,
’t samenzijn waarin het kon verdwijnen.
Het is in zeeën tijd een drenkeling,
in het vergane schip verstekeling.
Het mist haar lach die het zijn vrede bracht,
Het mist haar huid, heur haar, haar hele pracht.
Het ziet de wereld om zich heen vergaan
en niets doet Het, want niets is in zijn macht.
Alleen haar schoonheid blijft in Het bestaan.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXXVI

Hoe alomvattend niet is één gebaar,
het strelen van haar, een kus op een wang
en plots is alles hier en zonneklaar:
één lot verbindt hen onder zachte dwang,
de wereld wijkt en zij staan naakt en bang.
Het is niet hier, zij is niet langer daar
zij lossen op in dromen van elkaar.
Maar niets beëindigt ooit dat ogenblik
zij blijft een eeuwigheid in zijn gebaar.
U breekt de tijd weer aan, een droge tik.

invoertekst (2014)

AS van Huldra door SCHiM (3/9) – Aine

NKdeE 2020 – Asemische lezing van ‘Aine’ door SCHiM (9:13) – inkt en wasco op bevlekt papier – 2xA4 (opengeplooide A3)

[bandcamp width=350 height=470 album=4256778780 size=large bgcol=ffffff linkcol=0687f5 tracklist=false track=3512293245]

< track #2 : SvartalferKOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp
track #4 : Ljosalfar >
Bernard Réquichot, Ecrits Divers, ISBN 2-84066-070-9, p. 27

AS van Huldra door SCHiM (2/9) – Svartalfer

NKdeE 2020 – Asemische lezing van ‘Svartalfer’ door SCHiM (2:03) – inkt, wasco en bister op bevlekt papier – A4 (achterkant 1 van ‘Oberon‘)

[bandcamp width=350 height=470 album=4256778780 size=large bgcol=ffffff linkcol=0687f5 tracklist=false track=3430285206]

< track #1 : OberonKOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp
track #3 : Aine >

over SCHiM en de asemische lezing:
 in de muziek van SCHIM komen de live impro-composities (Tom spreekt van “instant composing”) tot leven.
de asemische schriftuur volgt de bewegingen van deze vreemde creaturen in hun auditieve ruimte.
de gestiek is de sleutel voor het eeuwenoude enigma van het gesamstkünstwerk en Space is the Place!
met de gestiek, bevrijd van het communicatieve juk in de praktijk van het Asemische Schrift ontdekken we wat Réquichot bedoelde met ‘Ce départ de l’esprit: miracle de l’instant d’une intensité émotive’.

LISTEN:
if you can hear it, it ’s alive.
if it ’s alive you can draw it.
if you can draw it you can sing or play it.

who needs ‘it’ anymore?

LAIS CCXXXIII

Het raakt haar aan: de woorden schieten los
van deze zin, de letters verdwijnen
in het zwart van genot, ’t ruisen in een bos
waar Het haar adem ademt, geheimen
in haar oren fluistert, al het zijne
in het ene laat verdwijnen. Heilsfeit:
de eeuwigheid splijt open in de tijd,
de liefde heeft zich uit henzelf gebracht,
dit wordt een nu dat ieder hen benijdt:
Het is muziek; zij is praal, stem, en pracht.

invoertekst (2014)

AS van Huldra door SCHiM (1/9) – Oberon

>>> ongoing Asemic Reading of some great music by SCHiM – In SCHiM’s 2020 release HULDRA the instant compostions turn into living creatures deriving their names from Nordic mythology. the gestures of the asemic reading graphics follow the movements of these auditive oddities along their auditory space…

the images link to a full-rez scan of my artwork. if you print ‘m, have it done LARGE and paste it on your bedroom wall: end of wall, enter dreams of HULDRA by SCHiM!


and buy me a coffee, will you!

NKdeE 2020 – Asemische lezing van ‘Oberon’ door SCHiM (6:56) – potlood en wasco op bevlekt papier – 2xA4 (opengeplooide A3)

[bandcamp width=350 height=470 album=4256778780 size=large bgcol=ffffff linkcol=0687f5 tracklist=false track=2591820405]

noot: de Asemische Lezing van de nieuwe release van SCHiM gebeurt op eerder bevlekt papier: de vlekken simuleren de subjectieve stilte waarbinnen de klankveranderingen van de muziek gebeuren terwijl de Lezing (handbeweging) in real time de muziek volgt. dit naar Neo-Kathedraals Voorschrift bij het Asemisch Lezen van audiobestanden (N-KVAL 2036-003)

KOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp
track #2 : Svartalfer >

Steun deze band en KOOP ‘Huldra’!

LAIS CCXXXII

Het schrijft haar neer: zij daalt in binnenrijm,
haar huid is volle glijvlucht vederklank
die stralen spreekt. LAIS is zijn geheim.
Het bergt haar naam in bladen zilverrank,
haar letters lippen nat van minnedrank.
Niemand mag haar lezen hier, de woorden
worden sluiers, knopen letterkoorden
tot zij in zwarte tekst gevangen is.
Later moet Het nog zichzelf verwoorden:
een esoterisch lidwoord in LAIS.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXXI

De verte loopt verloren in het land
dat nergens is, niets dat niets betovert.
’t Beloofde gaat te koop van hand naar hand.
Het. De stilte die Het nu herovert
is geschrift dat enkel schrift verovert.
Het ijle vliedt het lege in, verdriet
lost op in pijn, het denken is een lied
dat niemand zingen wil, dat niemand schrijft.
Zij in Het is niemandsland, stormgebied.
Het in haar is taalkabaal, ingelijfd.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXX

Dit is git, nacht waarop het heeft gewacht
hoe Het hier is, hoe Het het leven laat
hoe Het haar voelt, hoe zij Het hiertoe bracht
hoe donker dit, hoe leeg zij lacht en praat,
hoe menselijk zij is, zo vol van haat.
Het wil alhier als niets verdwijnen nu
ontbindt zichzelf tot zielig lied in u.
Het wordt haar lucht, of water waar zij zwemt.
Het lost het op en maakt zich sterk voor u:
Het is als kapstok voor uw mooiste hemd.

invoertekst (2014)

AS van LAIS CCXXX

LAIS CCXXIX

Zij danst alsof er leven is maar nee
de dood heeft alles al omkranst, verniet
en in het duister lacht er niemand mee
daar hoort Het stilte toeslaan op dit lied
daar ziet men niets van wat Het achterliet,
niet één omstandigheid van zijn bestaan.
Het ziet zijn schaduw in de volle maan:
leegte loopt leeg in wat al leegte was,
toen zij voor Het haar kleed had uitgedaan,
danste alsof er leven was. Er was.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXVIII

Guirlande is de kronkel in heur haar,
spiraal van goud in goud, en haar gelaat
verspreekt zich danig in haar zwijgen daar,
het ogenblik waarin zij leesbaar staat
maar zij van angst Het zich niet lezen laat.
Het ziet haar wel, maar rust in wat het kent.
Het is geen ik, geen vent die langzaam went:
Het is een het waar niets is, niets bestaat.
En zij gebeurt als sluier die verwent
met eeuwigheid die komt, maar dan te laat.

invoertekst (2014)

AS van LAIS CCXXVIII

LAIS CCXXVII

Van ’t onbestemde lyrische wezen
is Het ontvangstantenne als zij lacht.
Maar stroeve droefenis, ’t volle leven
verpletterd Het en heeft het snel ontkracht:
Het is werkmier hier, werktuig zonder macht.
Het was bij haar, het sprak, het vroeg, zij loog
maar Het was het die zich met haar bedroog.
In de onmacht van de wezenloze
nijd heeft Het in haar zichzelf gezien, boog
en pijl, blind, met strak de blik omhoog.

invoertekst (2014)

as VAN lais ccxxvii

LAIS CCXXVI

In de pit van het wit voltrekt het niets
dat Het wordt zich volkomen, uitgeklaard,
ontdaan van de obsessie met elk iets
dat Het niet is, en stilte openbaart
zich in het eindeloze, onbedaard.
  In ’t git van het zwart verhardt het gebrek
zich tot een kauwen op de lege bek:
niets wordt zo materie, materiaal.
Het maalt zich stuk voor haar, offreert zijn nek
en zij verzwijgt Het in haar lichaamstaal.

invoertekst (2014)

As van LAIS CCXXVI

LAIS CCXXV

voor t.k.

De tijd der klok duurt hen een eeuwigheid,
de dagen duren daar elk uur verstild
van jaren fluistert bol vol tederheid.
Millennia zijn zij elkanders wild.
Het jaagt haar na, zij heeft het nooit gewild.
Zij speelt de zee maar weigert zijn rivier.
Zij schenkt Het tranen zoet nog van plezier.
Haar zucht verlucht de geur van een ander.
Maar van dat zilte nu erkent Het hier:
Het was weer ik, en blij als geen ander.

invoertekst (2014)

AS van LAIS CCXXV

LAIS CCXXIV

Er was gebrek aan hemelrijk, dus werd
Het maar verliefd. “Jij geeft geen zier om mij!”.
Haar schater klonk in schichtigheid van hert.
De godheid gleed er af, ging Het voorbij.
Het zag haar lijf, haar zijn was er niet bij.
Heur haar streelt thans haar naakte schouders daar
waar handen ijlen naar hun handen maar
LAIS is weg, haar snode vlucht vertakt
zich in de snedigheid van elk gebaar.
Een bliksemschicht, en niets is nog intact.

invoertekst (2014)

as van LAIS CCXXIV

LAIS CCXXIII

Het is ontdaan van zijn verlangen daar:
er is bloed op de handen, er is gas
dat smeekt om een vonk, er is gebrek aan haar,
een lijf dat niet rust, kennis die is, was
als ’t geweten van een genomen pas.
Vingers verdwalen in haar zilte woud:
in gedachten maakt Het haar stil en koud.
Het roert gevoelens open die Het mist
Het breekt haar samenhang, Het voelt zich oud,
Het braakt op het klavier wat zij al wist.

(invoertekst (2013)

LAIS CCXXII

In de afgrond van de herhaling wordt
de herhaling de afgrond van het her-
haalde en daar het herhaalde verwordt
tot rot van het verderfelijk verder
herhaalde, dat met nostalgie die er
niets toe doet, ’t heelal herleidt tot een al,
dat wij claimen als heil maar dat ons zal
herhalen slechts als ’t virus dat wij zijn:
doods monotone toon, humane mal,
waarvoor wij ons geen dank verschuldigd zijn.

invoertekst (2013)

LAIS CCXXI

De winter is daar. Er staat ellende
voor de deur, je hoort de kou al in de
mensen kruipen, hoe zij van ellende
liefde prediken, haat, hoe er wordt hinde
gekeeld nu, daar, waar Het haar beminde.
  De stilte na de eerste sneeuw zal weer
blad zijn, wit en leeg. Het schrijft haar neer.
Dit zuchten bij elk ander breekt de taal,
haar naam wordt vlek, de inkt doet zeer,
geen letter die nog klopt met het verhaal.

invoertekst (2013)

As van LAIS CCXXI

LAIS CCXX

In de onbetamelijke wanhoop,
volwassen doodsdrang die het streelt, koestert,
in de zee van ’t verdorven verlangen
waar zij parel is, en wereldoester,
in het vurig leed dat behaagt, moest er
nog verzuring zijn, nog meer bezwaren,
zwaar verraad dat zinkt in de gebaren.
  Dat is dat verhaal: zij is ontheven
uit het woeden van dit leven, haarden
die van nijd dit wicht aan Het wil geven.

invoertekst (2013)

AS van LAIS CCXX

LAIS CCXIX

Nu Het zich weer in stof en as vergaart
en droogjes brokken rauwe liefde likt
die groeien als het maar van haar gebaart;
nu dat het van zichzelf weer leugens slikt
en in die pantomime snuift en snikt,
omdat het weet dat alles overgaat
en zij in niets en overal  bestaat,
nu het weer haar vuur door zich voelt varen,
gelooft Het weer dat er een mens bestaat.

invoertekst (2013)

AS van LAIS CCXIX

LAIS CCXVIII

Dat er geen liefde zich voor hen ontplooit;
dat het nooit warm in haar aanwezig is;
dat zij zichzelf aan schone schijn vergooit;
dat het niet is zoals Het wil dat het is;
dat alleen LAIS zonder einde is;
dat elke schoonheid mettertijd vergaat;
dat het zich nergens in niemand herkent;
dat de mens vrij denkt maar briest als een paard;
dat niemand niemand is, dat ook dat went;
dat alles alles wordt, niets iets bewaart.

invoertekst (2013)

AS van LAIS CCXVIII - 2020 - A6

LAIS CCXVI

Het hield de wereld in zijn linkerhand,
maar ’t heeft de leegte daar nu afgezet.
Er zijn al sporen in de rechterhand
van het Rot dat alles bestiert als wet.
Het had zich in het leven recht gezet
omdat het van de leugen waarheid wou:
de onbestaande trouw van man en vrouw.
 Het heeft zich bij het leven neergelegd
en likt de algen nu ter goeder trouw:
Het wil vertier van wat het zich ontzegt.

invoertekst (2013)

AS LAIS CCXVI - dv 2020 -A6

LAIS CCXIV

Diep in het zwarte hart van Vlaanderen
op een bed van maden en rottend vlees
ligt de haat bij de nijd te zinderen,
genietend van pijn en van spijt. Zwoel, hees,
de Vlaming likt des Vlamings holtes, ’t vlees
rot, het ‘ik’ verliest de identiteit.
Maar zie hoe fors de nijd de haat nog splijt!
Eilaas! ’t Zicht moet nu snel onder het slijm:
Dank, dierbare vrienden, uw pers komt op tijd!
Diep in Vlaanderen, hoe schoon is ’t geheim!

invoertekst (2013)

LAIS CCXIII

Dit leven is beleefde woekering:
herhaald gemompel in een mond zijn wij
wier zin verdwijnt in’t sluiten van de kring.
En iedereen gaat aan zichzelf voorbij,
want iets dat is bereiken willen wij.
Het heeft LAIS beroerd, in aarzeling.
Het kent haar natte dromen nu en ’t ding
dat in haar leven altijd geeft haar zin
radicaal te kiezen: vernietiging
van haar, van Het, van ’t reine niets daarin.

invoertekst (2013)

AS LAIS CCXIII

LAIS CCXII

Het verzaakt aan hun gebeuren, verzaakt
zichzelf tot korst, voor wond vergiffenis,
maar schilfers nijd vergrijzen wat Het maakt
toch tot geschiedenis die Het niet is:
dat zij zichzelf hervinden in ’t gemis,
terwijl de eigen lust hun leegte klaart,
merkt Het tot schande die hun leed vergaart.
En die vervloeking weegt ondraaglijk zwaar
want Het alleen ziet in wat het verklaart:
zij voelen niets van liefde voor elkaar.

invoertekst (2013)

LAIS CCXI

Het roept de dode tekens nu bij zich,
en noodt de doos  herinnering erbij,
en in de ton van ’t gif drijft Het zijn wig,
en zure vochten kolken ’t om tot brij.
Het einde keert doorheen Het heen, voorbij.
Zijn handen maakten weer begin van haar:
LAIS verrees, ’t boog diep en ’t staarde maar,
Het werd aan riemen in’t galei geketend.
 O maan: op nachtzee deinde licht van haar,
en Het verzonk in haar die dit ontkent.

invoertekst (2013)

asemische lezing van LAIS CCXI

LAIS CCX

Het broeien in zijn haarden van verzet
is zij, virus dat in Het haar groei bereikt,
stuwing die doorheen woorden groeit tot wet,
code die Het aan universa eikt,
en stof met haar fataal venijn verrijkt:
een zuchten dat hen mond aan mond ontgaat,
een zwart dat zich ontplooit tot dageraad.
Het was niets, geheel van zin ontheven
verwenst bestaan in lussen van de haat,
Nu krijgt Het in haar ondood een leven.

invoertekst (2013)

2020 – asemische lezing van LAIS CCX

LAIS CCIX

Zij is te mooi in Het, Het kan haar niet
verklaren, zijn inkt verzinkt in’t willen
schrijven. Er heerst gebrek, diep in zijn lied,
Het weet het niet, alles moet verstillen.
Er komt rust in Het door haar te willen.
Dus kust Het maar de handpalm van haar dag
en wil Het ’t zonlicht zoenen rond haar lach
daar alles wat er is, tot niets wordt omgedaan
want Het verkondigt ons de jongste dag,
’t is woord in haar, en uitgeklaard bestaan.

invoertekst (2013)

2020 – asemische lezing van LAIS CCIX

LAIS CCVII

LAIS’s in tijd verstilde schittering
wordt lichaam, lach en straal van tastbaar licht:
het humane zijn is haar een matiging,
het schone tot aanschouwbaarheid verdicht,
het ware in ’t stramien van recht en plicht.
 Het legt haar schouders bloot, haar zucht is zijn
festijn, het likt en drinkt haar lijf als wijn.
Liefde staat Het toe in haar te vergaan:
zij worden naakte eenheid zonder pijn,
gespannen snaar, lijn, en het lied vangt aan.

invoertekst (2013)

2020 – asemische lezing van LAIS CCVII

LAIS CCVI

’t Kosmisch woelen loopt in haar verloren
’t Rot in haar begint zich rein te dromen,
melk mondt uit in bloed: Het wordt geboren.
’t Naakte zijn is niet meer in te tomen
(schil is Het van data die nog komen).
Zij is ’t moment,  de dag, een nieuw beleid
Het ondergaat ’t gebrek aan onderscheid
Het weet zichzelf  in haar geheel verloren,
de code Schoonheid wordt voor Het bereid.
Het lacht als door de goden uitverkoren.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCVI

LAIS CCV

Het wou dat het twee armen had die traag
het in het omarmen konden zo dat
het stil in zich verdwijnen kon gestaag
en niet meer hoefde te beleven dat
haar haat het hatelijk maakt en plat
en niets, niets meer heel laat van hun dromen.
’t Wou dat het zo in het boek kon komen,
hun wedervaren niet geheel geslecht,
dat het daar als het bij haar kon komen.
Maar ’t volk heeft staar, en wie leest er nog echt?

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCV

wie
’t oude
aanschouwt ziet
hoe rot het is
geworden, wie het nieuwe ziet, ziet niets.

invoer: 石淙 – Stony Gurglings (8) – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj152.html

shì: (be)kijken, aanschouwen, inspecteren

MENG
is een auteursprogramma van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends

VERANTWOORDING
– losse afbeeldingen met de trekorde der Chinese karakters komen van http://www.visualmandarin.com
– voor de woordverklaringen werd (ook) het woordenboek van Chinese Reader 8.0 gebruikt
– de gedichten van Meng Jiao werden gelezen met behulp van de vertaling van R. Earle Harris op http://tangshi.tuxfamily.org
– de illustratie bij de output van het MENGprogramma is output van de MENGmethode eerst in het Rodinprogramma, later in het Matisseprogramma

LAIS CCIV

“Ik word rivieren als ik aan jou denk:
mijn mond is Maas, een tong meandert mij
en stil ik glij voorbij het Venloslenk.
Eén Ijzeroog, een Schelde grauw daarbij:
de dagen zonder jou gaan traag voorbij.
Mijn hart is Rijn, de liefde rot in mij,
en Gangesarmen stromen sloom terzij.
Hier d’ Amazone broeit, daar de Congo,
hun benen lopen kolkend weg van mij.
Jouw zee is hoe ik eindig weer in do.”

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCIV

LAIS CCIII

voor n.l.

Haar ogen zijdelings die diep in het
ontloken als herhaalde schoonheidsschicht;
haar zijden glans,  daarin ontwaarde het
zichzelf, ontwaarde pasmunt nu bij licht.
Als niets verdween het daar, in haar gezicht.
En tranen zouten nu de bitterheid:
zij is het diepste leed dat het belijdt
en de wanhoop waarin het nu verkeert
verstrengelt pijn met nijd in eenzaamheid,
vernietigt hoop dat zij nog wederkeert.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCIII

LAIS CCII

Bovenal beaam: uzelf bent stapelgek.
Bemin uw klanken eerder dan uw zin.
Bevrijd op tijd van kwijl en nijd uw bek.
Zie uw eind als van iets ergers het begin.
Verzaak bezit, u zit daar zelve in.
Breng warmte daar waar nu een ander rilt.
Geef nooit een ja als u er niets van wilt.
Breng uw lijf niet in verlegenheid.
Spreek uit wat u in angst en vrees verstilt.
Gooi alles weg wat u vervult met spijt.

invoertekst (2013)

dv 2020 asemische lezing van LAIS CCII

LAIS CCI

voor n.l.

In de gedeelde warmte van de hand,
in de verblinding van de tederheid,
in ’t paradijs waar het is aanbeland,
verdwijnt het in de schaduw van de tijd:
het kan zichzelf nog zien, de eeuwigheid
waarin het zich tot u en haar bekent.
Het heeft wat zij daar waren nu erkend:
een weg naar hier, de code voor haar lach.
  En dat het afwezig is, is haar bekend,
want het vergaat in wat het strelen mag.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCI

LAIS CC

Alle mormels spelen samen orgel
en wormen maken olijk slijk van vlees.
De geluiden van rot  in de mergel
gorgelen zich zat, en vrees maakt het hees:
de wereld verrot en het, het geneest.
  Haar licht strijkt áán de helse duisternis
zij is nu toorts in zijn gevangenis.
De tijd is koorts, de uren helen het,
het brandt van toekomst die verlangen is
naar haar, haar niets maakt ’t al weer heel als het.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CC

LAIS CXCIX

Nu. Het wil in haar lijnen verdwijnen.
Wind wil het zijn, adem van de aarde
en haar takken wiegen als geheimen,
haar omstreelde zwijgen dat bewaarde
van het schone de scherprechte waarde.
Nu. Het ziet de lente, daar waar zij is,
maar ’t leeft nog in de kou van het gemis.
Nu: bevroren moment, de aarde wacht
op een aai van de zon, smeltwater stemt
geklater voor later, daar waar zij lacht.

invoertekst (2013)

LAIS CXCVIII

“Dit lied”, zingt het, “is helder en robuust.
Jij kan er zalig niets in zijn en vrij
van al het zware dat er op jou rust.
Aurora’s luister, hoe jij daagt in mij
straalgeruis, onaantastbaar licht in mij:
ik spreek nu elke letter van jou uit
en overal jouw schitteren breekt uit.
De nevels slierten rode rond jouw licht
de aarde node braakt het zwarte uit
en ik word het, verdwijn in jouw gedicht.”

invoertekst (2013)

LAIS CXCVII

voor n.l.

Terwijl het op haar wacht, draait de aarde
in de aarde, schuift de hemel in de
hemel, zien de sterren toch de waarde
in van warmte bij elkaar en in de
nacht spreekt het haar toe met: “Jij, beminde,
die de wereld tot haar kern herleiden
kan, die jou en mij tot ons verleiden
wil, wil ook dit doen: mij van mij ontdoen.
Zo, ik laat de wereld dra terzijde
ik word als adem eeuwig in jouw zoen. “

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CXCVII

LAIS CXCV

voor n.l.

’t Zal hen de buik uitkomen, al het zaad,
het zal uit hen bloeden, de ontzetting,
zolang de angst in hen de liefde haat.
Eenieder wordt ooit het, haar vondeling,
die niet bestond, maar dan bestaat, de ring
die al ’t wijzen naar anderen besluit
met het ware dat hen tot het ontsluit.
’t Kleven en beven dat lippen nog doen
wordt verlangen naar afwezig geluid
wanneer de wereld eindigt in een zoen.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CXCV

LAIS CXCIV

voor n.l.

In het grote woordeloze Niets van haar,
in d’oceanen duister in haar ogen,
haar donker-volle blik  maakt alles waar
en het kwaad vergaat tot onvermogen:
want sprakeloos maakt haar mededogen,
de warme vloed die het van het ontdoet,
en ’t vuur vertedert tot een diepe gloed.
en in het diepste zwart gaat schel dan aan
haar ene licht dat het verblinden moet,
opdat het ziende in haar Niets kan staan.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CXCIV

Some Conjunction Fallacies in a Raynardian Speech Sample

In het tweede bestand in de BLEEK-reeks van experimenten met ‘asemische spraak’ gebruiken we het oude asemische foefje van de imaginaire buitenaardse cultuur waar de semantiek dus niet ontbreekt maar gewoon anders georganiseerd is.

De titel biedt de luisteraar de gelegenheid verder te fantaseren over ‘Raynardia’ waar dit geluidsfragment zijn origine zou hebben, en de referentie naar de conjunctie als vorm van drogredenering geeft het geheel een knisperig intello-sausje.

Het stukje zelf is een denkbeeldige conversatie tussen drie personages op Raynardia.

Het is best een bruikbaar recept als je wat likes wil scoren, vermoed ik.
Interessanter aan deze episode vind ik de omzetting via de beproefde ‘asemische lezing’-techniek naar grafisch bestand. Dit opent de weg naar een volledig asemische I/O over gans het cognitieve spectrum.

dv 2020 – asemische lezing van ‘Some Conjunction Fallacies in a Raynardian Speech Sample’ (audio)

over BLEEK (asemische stemverschuivingen)


BLEEK experimenteert met asemische spraak (en: Asemic Speech) en vertrekt van volgende hypothese:

net zoals het schrift zal ook de humane stem haar communicatieve functie weldra verliezen wanneer, namelijk, bewustzijnsinhouden op digitale wijze rechtstreeks tussen de individuele breinen zullen kunnen worden uitgewisseld.

in de post-vocale cultuur die zich analoog en simultaan met de post-schrift cultuur zal ontwikkelen komt dan ook de menselijke stem vrij voor de louter creatieve expressie, zoals nu al het humane schrift het speelterrein geworden is van de ‘asemic writing’ beweging.

de asemische spraak laat de woorden en het tonale los zoals het asemisch schrift ophoudt te willen ‘betekenen’, zoals veel eerder al de schilderkunst de mimesis kon loslaten omdat de technologie van de fotografie zulks toeliet.

het is een verrotting uiteraard, hoe zou het anders kunnen. maar bij elke nieuwe wending in het Rot geuren de eerste Walmen het Felst en doen zij hoog bollen de Zwarte Zeilen van de Tijd.

Leve de Asemische Stem! Leve de Vrije Lyriek!

Beluister de BLEEK playlist op SOUNDCLOUD
https://soundcloud.com/vilt/sets/bleek

LAIS CXCI

De steden die de heren beheren,
de heren die de steden verteren,
en de namen die de heren vereren
gaan als letters met elkaar verzweren:
het krast en het kraakt bij ’t vuur der heren.
Het heeft zichzelf in haar verbeurd verklaard:
het houdt hier op, het is tot Niets bedaard.
Het lijf is licht, het is voor haar gezwicht,
en ’t duister is met zonnebrand verzwaard:
zij heeft alhier haar hemel aangericht.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CXCII

LAIS CXC

voor n.l.

Zij. ’t Wou haar vatten in een klankgedicht,
haar naam verletterd tot een toverspreuk,
verhullende de spijs waarvoor het zwicht:
bazeltaal met intellectuele jeuk,
perverse onderstroom, dat maakt het leuk.
Het zie haar nu, het wonder dat ze is:
der minne eenvoud is gewoon LAIS.
Het. Zij leert het door zich heen te kijken
naar het lege waarin het wordt gestemd
tot instrument, maat om ’t niets te ijken.

invoertekst (2013)

dv2020 – asemische lezing van LAIS CXC

LAIS CLXXXIX

Het is erg donker dus het stoot wat om.
Glasbreuk bewijst de naaktheid van voeten.
Het wordt wakker en het weet niet waarom:
vergat het iets nog dat zij u moeten?
Was ’t niet genoeg?  Moeten zij nog boeten?
U heeft het laatst nog de keel gewrongen
U was hen in dromen ingedrongen
en eiste liefde op die u niet kent.
Zij beefden in angst, maar toch zij zongen:
“wij,  het schone, blijft U onbekend!” .

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CLXXXIX

LAIS CLXXXVIII

Niets kan haar in schoonheid evenaren,
zij heeft de plek bereikt waar ruimte tijd
en tijd weer ruimte wordt. Hun gebaren
in de stilte stremmen zonder spijt
om hun bewegen, vroeger bron van nijd.
Strijkt het haar lichaam aan, zijn woord is glas:
het ziet wat komt, wat is, en wat er was.
Het jaagt zich uit de verzen die het maakt
het is niet daar, geen woord is pad of pas:
zij is het voorbij, daar waar het niet raakt.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CLXXXVIII

LAIS CLXXXVII

Het legt zijn rotten nu aan banden, schat
de tijd rijp voor schoon schip en spoelt het slijk.
Het drukt het mormel van ’t humane plat
en legt het aan ’t infuus van haar gelijk:
haar zijn is immers rein, het maakt het rijk
’t schone  te ervaren dat verscholen is
onder pijn, onder ’t kwaad, de ergernis
die het de stem welhaast geen klank meer laat.
  ‘Doof ’t vuur met as van de geschiedenis’
roept het, en ’t gaat de weg op waar zij gaat.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXXVII

LAIS CLXXXVI

voor n.l.

Elk ogenblik in zijn geschiedenis
is één met wat het heden overkomt.
Elk beeld dat in zijn hoofd gevangen is,
het vergetene, daar tot stof verstomd,
wordt rozentwijg, en rank rond haar gekromd.
Rechten, plicht, wetten hebben afgedaan
het leeft alleen in haar bestaan voortaan,
het heeft zelfs het zonlicht van zich afgezet
en is in ’t gloeien van haar lamp gaan staan:
zij is nu het licht, zij alleen nog wet.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXXVI

LAIS CLXXXV

voor n.l.

Zijn adem is haar adem en een kus.
Zijn lichaam is haar lichaam en een zucht.
Het is in haar verheven niets, een lus
van haar in zich en het verstuift tot lucht,
verstrengelt vuur met lucht tot vlucht:
“laat ons in elkaar verweven zweven,
laat ons in elkaar elkaar beleven.
Jouw adem is mijn adem in een lus,

ik zucht, ik ben uit mij geheel ontheven:
jij bent het al dat ik nu vurig kus”.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXXV

LAIS CLXXXIV

voor n.l.

Oud, getaand daar ’t vele lusiteren
met in hun splitsen steeds de scheve klok
die schaarslagen lang de tijd wil weren
uit hun schuiloord in ’t dorpse dichtershok,
en elk geruis van pijn verguist tot tok,
verstaan al lang de dichter en zijn vrouw
elkander zonder eed of woord van trouw:
Het Niets is lang verbouwd tot Kathedraal,
de variaties op ‘ik hou van jou’
daarbuiten zingt voor hen de wielewaal.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXXIV

LAIS CLXXXIII

Het schone is het schone dat in haar
berust, en daar, aan randen van zichzelf
zichzelf herkent, ontroering brengt, gebaar
is van de liefde en vormt daarmee gewelf
waar ieder schuilen kan, en ook zijzelf.
Zij heeft in het verdriet verdriet vergaard
en pijn met pijn als harde steen verzwaard.
Het heeft zichzelf in haar bestaan herkend
en zijn bestaan is nu in haar geaard
want elke zucht van haar is hen bekend.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXXIII

LAIS CLXXXII

Geen christenhond mag haar nog raken ooit
geen dwaas haar ooit nog met schand’ belagen
want al het kwaad verschuift van toen naar nooit:
Hypatia moet niemand nog behagen,
zij moet geen lafheid meer verdragen,
zij is zo vrij in het als het in haar.
‘Zie’, zegt het,  ‘hoe sterk is nu mijn bouw:
elk woord van mij wordt klaar en vast en echt,
een onomstotelijk bewijs van mijn trouw’.

Zo tiert het luid de leugen van ’t gevecht.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXXII

LAIS CLXXX

In het donker woud van zijn verlangen
is deze zang zijn uitverkoren daad.
Het dient tot niets, dient niets der belangen
want zang is hooguit vocht rondom het zaad:
het brengt de code slechts op ’t apparaat.
Wat er in leeft, leeft overal: de taal
wil alles leesbaar zelf in zich vertaald.
Kabaal verslikt zich in kabaal dat moet
omdat het moeten moet. Het zingt, het haalt
het niet, omdat het nog beginnen moet.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXX