Categorieën
lyriek

klachten 1 – wesp

WESP

Hij vult haar fijnste plooien, streelt en wil en scheurt
haar jurk aan flarden. Zevenstemmig knarst
de vering een canon op de grom
van zijn graaien.

Hoe slaafs ze geurt naar zijn adem. Blaf dan,
roept hij. Licht.

Hij wil lijnen trekken
in het strakke rubber, ravijnen
die zich met bloed in geen tijd
zouden vullen. De verslagenheid
van een reus met de piano op wandel.

Zijn warende hand: het mondgat, de
kussensloop, de hardheid der dingen.

Diepe rochels dwergensnot. Leegte
op het scherm en in zijn hoofd
de letters come to me.

‘Bij de appels zat er een keer
een dode wesp onder de folie’.

invoertekst (2016)

over ‘klachten’

klachten_cover

In de jaren ’90 van vorige eeuw, een waarlijk schone tijd toen het smelten der kapen enkel nog maar bestond in de zottemansklap van ‘groene hysterici’, verbleef ik ruime tijd in Residentie Zilverden, een sociaal woonblok in het Leuvense.

Het was een zeer inspirerende omgeving. De vreemdste creaturen slopen er des avonds als grillige schaduwen langs de gangmuren. Boven mij woonde een zatte Hongaar die regelmatig uit zijn bed viel (“BOEM”, stilte, en dan wat taffelend geschuifel), naast mij een tandeloze dame die soms een dag lang met een bezemsteel op mijn muur aan’t bonken was, terwijl ik muisstil en doodbraaf zat te lezen.

Het supermarktje van de buurt, nu een propere Carrefour Express, was een groezelige ‘Nopri’ . Ik heb nog steeds spijt dat ik toen geen foto’s genomen heb van de klanten. Gelukkig schreef ik wel enkele gedichten over deze mensen, die om één of andere reden allemaal klachten hadden over de zaak…

Ik presenteer u graag deze reeks in de meer eigentiijdse bewerking (2016) die nu, bijna vier jaar later, van onnodige franjes ontdaan wordt