Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

ekster


debris van stralen in de mal van laster,
zee-uiting van verstikt wit
in de blauwe spiegel van het zwart, gij,

ekster,

grote rimpelgrot van de aardmond, kwab
kwab rond de aars van de vorkende god,

bij zee de slokop klotst op de kade, die
met de sherrytong van Pessoa, die
met de klaplong van Velimir en die
met de wuivende plastic palmen
van de boekjespraters, de murmelende bloedhonden.

en bij de tesserae op Venus:  het lééft, het
is het jeukende eelt op de ogen O  tot en met A
het haalt het doek open tot het wit
bloedt, de zaal ingutst, het kijken wegspoelt,

dus grijp vlug de winkelhaak, zet de hond op,
haal de kat uit de garage, we moeten sofort
naar de bondgenotenlaan. 

het vet dreef boven, we dienden maar op te scheppen…

het is de dinoflagellates
het zweeft de muil in
van jullie oliewolf,  

wiefiel lowie, wiefiel
für diene deine diene

wiegeziel?

inputtekst (2010)

dv 2010 – “esker du’ – Acryl op papier – A2 (vernietigd in 2013)

esker: https://nl.wikipedia.org/wiki/Esker

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek LAÏS LAIS, 449 dizains lyriek

LAIS

dv 2008 – “LAIS”

Zie wat ik zag toen ik weigerde te zien.
Hoor wat ik verzweeg toen ik weigerde te spreken.

Niets van jou is ooit daadwerkelijk beschreven.
Niets is van jouw lichaam ooit naar waarheid verteld.

Jij weet niet wie jij bent.
Jouw lippen sluiten niet jouw mond.
Jouw ogen zien niet wat jij ziet,
jouw hand heft niet jouw hand.

Jij splijt de wereld. Jij
bent een diepe aarden mond.

De goddelijke tongen vlammen
aan zichzelf verwrongen:
gebonden lijden zij
aan het uit hun hemelen
verdrongene.

Jij wint. Jij won altijd.
Tijd? Met vloek en krijsen zullen
eeuwig de goden
zichzelf moeten dwingen
om jouw naam
bij elke mens in het hart,
in het hoofd te branden.

Uit vuur
vuur. Uit mij
jij:

LAIS

inputtekst (2017)

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

almaz-i kizil

kizil-e
red fucking diamond, dv , uit het klebnikreukelboekje, A5, pastel

 

rusalka, te qi mi ta jutta
rusalka, te qi mi coro me burne
rusalka, te qi mi  me a kreasti

o vida perigrindo
peregrinoda per me
o vida resemblante
o vida perigrinando

qe morte so
qe tal qe io morte so

rusalka, te qi mi ta jutta
rusalka, te qi mi coro me burne
rusalka, te qi mi  me a kreasti

 

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

woerzels

wegzeilen
dv, 29/05/2009 (bewerkt in gif-comprimatie)

Whorlen of the worldwide will,
the otheren of graygrow time,
stillfallen blanketing the field-
the selven that are names of mine.

Velimir Chlebnikov, 1919 (vert. Paul Schmidt)

woerzels van de wereldwijde wil
de andereen van grijsgroeitijd
gevallen nog bebloesemen het veld
de zelven die mijn namen zijn

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

mond

mond
dv,  10/06/09 @ 1u10,   ‘mond’ – eerste staat
pastelpotlood, potlood & balpen
uit het klebnikreukelboekje

Myrthetelgen …, Der welcker bloeysel smett’ met reuck aen allen enden. Den asem van de lucht,
HOOFT, Ged. 1, 115

K: u is voetvolk in de hel van            K.
L: u is, zo krijst de ziel van            L.

ik, niet.

A: jij droomt jezelf al vallende een schreeuw van       A.
N: zwermen spreeuwen strijken neer op kersenbomen          N.
K: kirsch zeikt uit haar mond. het is de vloer, de grens is een smet,            K.
E: zij klampen zich vast aan de verschroeide takken van  E.

N: ik word uit het zicht gekeerd, halfrotte
bloesem van het gevreesde              N.

 inputtekst 10/06/09 (zie aldaar)

Categorieën
archiefdoos debuut lyriek

spijt

spijt? welja

ik denk ik heb haar zee gedronken
en van haar vreugde alle tranen opgelikt
ik heb haar appelrond en aardbeivol bewoond
en het klokhuis galmend van cymbalen
en de vliezen van genot doen trillen eerst
de trommel dan en dan de dans doen daveren

en toen ik van gemis te kruipen lag
en gij de spijlen nijd door mij kwam boren
vond ik  nergens poos van pijn maar wel intens
pervers plezier in de visioenen
van uw volslagen ijle ergernis. spijtig wel

dat daarvan nu
geen rest meer is.

 

wreet

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek L!NT lyriek woordenpers

gezond

de goedige dag is hier
de dag die modo grosso
de ronde doet.

de goedige dag bemoedert ook
onder dompende olmen
ter dood de stompe zuigeling
die wij dagelijks baren

(ik zie in alle scherven glas het licht
maar glas bederft het licht met sterven).

zo ook vraag ik mij soms af – onder invloed van
de romeinen vast of ingezonken misschien
de kelten met hun maretak –

de zon schijnt in de wolken,
en de wolken drijven aan en weg,

maar dit hier, dit nu van u, die naakte
tijd: gezond kan dat toch niet zijn?

wolkenslierten
dv 2018 – “gignogram ‘afstoten’ 2008” – bister & pen – A5

 

 

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek Het Pad lyriek woordenpers

Izeganz tot zijn harpijen

[SCENE: Zanger Izeganz, die op het einde van elk VLAK op Het Pad van de Wenende Nacht een pijnlijke dood moet sterven om ongenadig in het volgende weer te verrijzen, richt zich op het einde van VLAK 16 tot de Harpijen, een bende nijdige oude eksterwijven die zich aan de rand van het bos schuilhouden en wachten tot de Nacht valt om de zanger te bestormen en zich te goed te doen aan de rottende resten van zijn vlees en vooral ook aan het Slijm van zijn Ongewenste Lyriek (SOL) die hem bij het sterven rijkelijk uit de poriën gutst.

Met die SOL wrijven zij immers medaillons met oude foto’s van henzelf in waardoor zij hun vergane schoonheid kunnen herwinnen en ietwat tijdsbestendig  bewaren.)

IZEGANZ:

Ik sterf en duizend wijven springen op mijn lijk.
Eentje rukt het lauwe hart en kauwt op aders.
Eentje snijdt de vingers af en speelt klein duimpje.
Eentje scheurt het lid en zegt oops floep.

De wereld is vol daagse liefde voor de dwaze kloten
die blijven streven in hun strakke dienstverband.
Dit levend lijk wordt ’s nachts met lood begoten
alliage die mijn rotten voor uw beeltenis wil kooien.

Zeker is de ondood is mij een welgekomen stasis
want uw goesting heeft genoeg in mij gewoeld.
Uw modewoorden zouden mij alsnog doen braken
maar ik heb in dagen al geen honger meer gehad.

Zing maar, mormels, brul het luid de venters aan
hoe gij genekte dichters alsnog poëzij laat kelen.
Hoe groot gij zijt en in getale groter nog, hoe snel
hoe glad, hoe dodelijk gij uw slijm wel halen kunt.

Straks wacht u  in uw  pracht het ijselijk gelijk
waarin mijn adem niet uw stilstand nog zal zoenen.
Straks bind ik  al mijn wormenwoorden aan de zon
en brand ik alles op tot licht waarin ook gij verdwijnt.

IZEGANZ sterft.
Vogelgekrijs en pikgeluiden in het volslagen duister.

DE WENENDE NACHT:

Met miljoenen zijn ze: zonder zon ziet mij geeneen!

[weent]

 


 

 

 

lekstoktongen
dv 2008 – “lekstoktongen / gwarth” – 2x A5

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

van nu en dan

de zon verblindt ons nu des ochtends
de avonden verduisteren de avond
de nacht dikt nachten aan en toe

de hoofden slaken spraak en stilte
het zwijgen wekt de golven woede
het spreken lokt de angsten uit.

zij lacht niet om, zij houdt niet van,
zij leest niet, vraagt niet, ziet of hoort niet
dat zij door niets volledig is omklemd,
dat zij tot niets geheel is opgeteld.

open wrik ik haar de klamme handen,
teder vouw ik haar de wereld open:
dan ziet zij wel en kermt zij om gena,
dan weet zij dat ik diep in haar besta.

 

schaduwen
dv 2008-2018 – “schaduwen” -A5

 

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

kruinen

vervaarlijk de kruinen wiegen in de wind
en wilde liefde woest verwaait de regen
die de bange bladeren brekende vertelt
dat het nog wel heftiger zal stormen

dat zij hem in de modder plat zal duwen
dat extatisch zij op haar dak zal dansen
dat ook het zijne was maar nu niet meer

hoe groot zij is en g*d gelijk in haar gemaakte tijd
hoe klein de worm was die haar even binnendrong
hoe diep hij haar deed sidderen daar, hoe hol zij is

hoe vol van hem, een vorm van haat die op zichzelf
te woeden staat, te trillen en alleen als storm,
als kruinen wiegend in de wind te lezen is.

 

tuitieve_prognose
dv 11-09-2007 –  “tuïtieve prognose der onafwendbaarheden” – potlood – crayon op papier – A5

Categorieën
archiefdoos Grafiek lyriek Vertalingen - Bewerkingen

handwerk

handjes doe ter stond uw plicht
sleur de ballon van de gedachten
binnen in de schuur en duw en wacht:
zegt het ‘snik’ dan is het deurtje dicht.

vrij naar ‘The Balloon of the Mind’ van W.B. Yeats (170)

The Balloon of the Mind 

Hands, do what you’re bid;
 Bring the balloon of the mind
 That bellies and drags in the wind
 Into its narrow shed.

 

Dagsluiting

Lachwekkend natuurlijk, dit soort ongewild,  niet-herkend seksuele innuendo en ik lach graag mee hoor, maar au fond lachen we met onze eigen wanen en ons onvermogen om het verschil in ‘klare zone’ in de tijd te kunnen onderscheiden.

Zeker, wij hebben Freud op de schoolbanken onder ogen gekregen en worden dagelijks bestookt met seksuele grapjes die zich schijnbaar van alle taboes hebben ontdaan. Schijnbaar, want de nieuwe preutsheid en de repressieve moraal, het wijzende vingertje steekt overal de kop op, of moet ik al zeggen het hoofd (m/v/o)?

Het weglachen van een fantastisch lyrisch oeuvre omwille van wat wij nu als een hilarische tekortkoming zien, is een aanwezig en reëel gevaar. Net zoals we eeuwenlang de Middeleeuwen als ‘donker’ en ‘onwetend’ hebben afgedaan.
Er mag gelachen worden uiteraard, maar laat ons het houden bij een grapje effen om de spanning te ontladen, want wat het onderzoek onthult is steevast, keer op keer de  zeer ernstige en tot wanhoop drijvende consistentie van de menselijke dwaasheid en ons eigen jammerlijke falen. Oei, ernst, sorry, dat is nog 10 jaar taboe. En lering, eikes hoe vies!

In het werk van Karel van de Woestijne, een tijdgenoot van Yeats, vonden we onlangs een ‘schandalig’ vergoelijkend pederastengedicht (zie de reeks ‘Woestenij’ op de PLeE) waarin hij zijn vrouw dan nog eens een rol toebedeelt waarmee je nu zelfs een non in de gordijnen zou jagen. Hier ligt de duistere vlek midden in de hedendaagse ethische evidentie: dat wat wij gedachteloos veroordelen als ‘wat absólúut niet kan’.

Moeten we daarom dat werk links laten liggen? Of misschien toch eerder omdat die ethische miskleun er niet toevallig is en van de Woestijne toch echt wel dat grootse en dat tijdeloze mist dat Yeats wel heeft, lid ter hand of niet…? Bij het lezen gaat het er tenslotte om of je er wat aan hebt, niet of wat er beweert lijkt te worden nu ‘kan’ of niet ‘kan’. Of wat er ‘leuk’ gevonden gaat worden of niet.

Voor mij was die passage bij Kareltje genoeg om diens Verzameld Werk bij de berg ‘later misschien nog ‘s’ te doen belanden, voor het Neo-Kathedraals onderzoek naar de functie of Klasse ‘Auteur’ was het voortaan van weinig nut. Te veel ruis.

Die ethische evidentie zijn natuurlijk nog veel meer onderhevig aan verschuivingen dan psychologische reducties die wij dan weer als alles verklarend zien. Zo verbergt deze voor onze oren hilarisch vals klinkende noot een heel diepgaand confict tussen Yeats en de Modernisten bij monde van Joyce en Pound dat onder meer ook draait rond de onttovering van het magische door de ‘lagere’ werking van de lusten. Lees er ‘Ego Dominus Tuus’ maar op na, waar er een spanning wordt opgebouwd en opgehouden tussen twee polen die ook in onze tijd op diep-filosofische wijze weer plots brandend actueel zijn geworden (zie later).

Onze zekerheden en onze lachlust verdwijnen sneller dan dat we uitgelachen zijn.
Is het herhaaldelijk terugkerend beeld van de spuitende fontein bij Yeats (‘The abounding glittering jet‘ in The Tower o.m.)  ‘alleen maar’ een Freudiaans te duiden orgastische wensdroom? Wat als een seksuele ontlading plots op wetenschappelijk aantoonbare wijze onze breinen inderdaad in staat stelt om ‘kennis’ te verwerven die we op geen enkele andere manier bereiken kunnen omdat ze gesloten blijft voor elke logocentrische reductie? Wie gaat er dan om wat lachten en om wie?

Of hoe wisselvallig het ethische oordeel over de schriftuur wel niet is: is Lucebert plots onleesbaar geworden na de ‘onthullingen’ van zijn biograaf? Kunnen we na #metoo nog gedichten van Gerrit Achterberg de hemel inprijzen, lyriek van een veroordeeld moordenaar, verkrachter en verslaafde aan grensoverschrijdend gedrag? En de films van Woody Allen, die kan je toch niet meer gaan bekijken, laat staan aanprijzen?

Daarom lach ik graag mee om de willie’s van Bill en de in nauwe schuren weg te proppen ballon der geest die oprijst in de sleur- en rukwinden: ik hoor de mensen later lachen met onze dwaasheden nu en betreur met weinigen onder hen dan en met Yeats toen de onvermijdelijke tragiek van onze soort…

Kom Bill, steek uw ballonneke nu maar proper weg. Ik heb het even vrijgelaten en ja hoor: gelachen dat we hebben!

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

weet ge wat

weet ge wat schoon is vroeg ze nee
zei ik en ik wees naar haar bollen
uw bollen zijn wortels zei ik ja zei ze
maar weet ge wat schoon is vroeg
ze weer en nee zei ik dat weet ik niet

onnozele piet wat schoon is heb ik hier
tussen mijn billen maar gij met uw wortels
en uw bollen weet ge wat

gij krijgt dat niet.

 

bollenheks
dv 2010 – “bollenheks”

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

dood hout

 

“This sadnesse makes no approaches, but to kill.
It is a Darknesse hath blockt up my sense,
And drives it to eat on my offence,
Or there to starve it…”

Ben Jonson – Underwoods 40. An Elegie

vandaag is het
hout dood hout
dood hout

ik schuur je af schuur je
af ik snuif de houtgeur op met
rook en spuug en boenwas
drie dikke lagen was met

een oude onderbroek ja
blauw met lichte vlekken ja
de hemel houdt van jou

zonder mijn haat
kom je nergens

dood hout
het is vandaag
hout dood hout

 

dood_hout
dv 2008-2018 – “dood hout”

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

verhul dalfred

of de erg korte liefdesaffaire van Alfred met Hilda, de valse, vrouwelijke, zwarte messias-module

sluis8

 

dullafred abdulf red ral

hiddal hinnom af hildadal

hunna hunna
huver hanta vuurt
heur halfter rad

rad rad rad
mol bul mol
mal bal bil

tuuuuuuuuuuuuuuuuuut

twaar ut

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

5 methoden om de mens te vinden (5)

vijfde methode

blaas

 

Categorieën
archiefdoos Grafiek lyriek Vertalingen - Bewerkingen

aarzeling VI

’t rivierenland voor hem beneê
met in zijn ruiken geur van hooi
vers gedorst, de grote vorst van Choi
riep en schudde af de bergensneeuw:
“laat alle dingen maar vergaan”.

melkwit de ezel trekt de molensteen
waar Babylon of Nineve verscheen
een veroveraar nam teugels vast geheid
en riep tot mannen moe van strijd:
“laat alle dingen maar vergaan”.

van ’t bloedzompig hart zijn uitgegaan
de mensentakken dag en nacht
waarop gestoken hangt de schelle maan
wat betekent al die liederpracht?
“laat alle dingen maar vergaan”.

naar Vacillation VI van W.B. Yeats:

A rivery field spread out below,
An odour of the new-mown hay
In his nostrils, the great lord of Chou
Cried, casting off the mountain snow,
'Let all things pass away.'

Wheels by milk-white asses drawn
Where Babylon or Nineveh
Rose; some conquer drew rein
And cried to battle-weary men,
'Let all things pass away.'

From man's blood-sodden heart are sprung
Those branches of the night and day
Where the gaudy moon is hung.
What's the meaning of all song?
'Let all things pass away.'

roseroseroserose
dv2008-2018 – “EROS” -ink& water color A5


 

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

neologisme op city trip

mecanolobarcelona

barcelonees mecanolodiamauro

M ieren
E lke
C anaille
A ndrogeen
N atuurlijk
O nomwonden
L ikkebaren
O verdracht
D onkeren
I nnemend
A verechts
M onding
A kefietje
U urwerk
R ompslomp
O pgave

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

binnenin

Binnenin

bestaat de zanger:
bij de stalen kevers, bij het gruis
bij de vetten.

Monden spuwen bloed
in de bezongen monden.
In de bloedmonden duiken
de zingende monden, de lallende monden
de malende monden, de huilende monden
de happende monden en de sprekende monden.

Aan de walmen tandbederf en mondrot
ontsteekt de stem van de zanger
de vlam van de lyriek. Ook de tong

ontvlamt: zij lilt en trilt gloeiend
tussen de letters van het
ik, zij is versierd met witte spikkels
bevend in het slijm van de belijdenis:

o mond o kaak o tong o wilde zanger
geloofd zij uw klaarte.

Gij stroopt ons het vel
gij splijt ons de lippen
gij sproeit ons volmondig het gas in
dat druipende stolt tot uw kille zaad:

verlos ons heden van het onze
zoals wij u verlossen
van het uwe;

rakel de witte draden op
van onze ontwortelde lusten;

breng ons in bekoring
zoals wij de bekoring in ons brengen;

verspreek onze lijven
aan het donker van uw
nachten, haak het juichen
tussen wee en klachten
aan de ketting naar het hoge licht,
de kletterende ratel

naar de koepel van de dood,
de bel van buiten waarbinnen wij
bestaan aanmaken, het binnen
waarbuiten wij bestaan,

binnenin.

 

zijngordijn
dv 2008 – “het zijn als gordijn” – potlood – A5

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

Fictie, ontkennend

“Als de beweging van deze hernieuwde toeëigening inderdaad onbedwingbaar lijkt, dan is haar uiteindelijke mislukking er niet minder noodzakelijk om.”

Jaques Derrida, Hoe niet te spreken.
Vert. Rico Sneller, Kampen, 1997.

 

I

Zelfdruk van een werelddeel: ik had
een vinger in de inkt, legde
hem eruit, rolde met een vinger
die andere vinger, druipende,
over het papier, over

de bleke vrede van het uitgeschepte vel.
Verzwegen had ik weerom het geheim:
een dichte vlek ontnam elk zicht daarop. Plaats,
waar soms het zwart belijnde eenvoud werd,
waar steeds een deel naar niets afrolde.

Wie maakt welk onderscheid? Waarin
schuilt het meesterschap? Een kenner weet:
de zelfdrukkunst kent vele vragen.

 

vingerafdruk
dv 2005 – vingerafdruk

II

Men had haar veel te vaak als niets omschreven,
er was papier dat daar niet meer van hebben wou.
Dit zelfgeschepte slurpte inkt om haar te maken,
vond vermaak in dat beeld, wist zich draagster
van een kerngegeven, moeder van betekenis.

Zij voelde zich per afdruk deel geworden,
sprak tot mij, terwijl de tijd de afdruk mat:
hoe ik haar eerst onwennig, daarna zeker
voor een derde doel misbruiken zou, steeds
meer papier ter loutering éénzelfde bak in wou.

Vlotheid van beweging kreeg ik mettertijd, verfijning,
stijl & samenhang, zodat een ziel zich in de inkt
verschool & op het blad haar tupothenta gaf.

 

vingerafdruk2.jpg
dv 2005 – vingerafdruk 2

 

III

Ik rolde en rolde. Op een dag schoof de nagel
eraf. Vel werd vlees. Vlees week in draden voor been.
De afdruk werd stroever, er kraakte al wat, ze
fluisterde scherven, krijste een einde en brak
tot elke vorm onaanraakbaar donker verzonk.

Ik stapelde bladen, haar stem werd een echo.
Ik nummerde dagen, er was geen verband.
Ik telde vlekken, lijnen en gaten, scheurde
en lijmde, brak het zichtbaar verhaalde tot letters
en woorden, zonderde cijfers zwijgende af.

Pulp rest mij nu. Ik hef weer de bijl tussen duim
en een stomp: het raster vooruitgang, gericht
op een pink. Verhef je mijn deeltje, wijs

naar je wereld: jouw zelfdruk begint.

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

het oneinde

het oneinde komt
de lippen bibberen het speeksel
belt de warmte stort vuile
heetwaterklank op vingerdikke
oliejekkers

er wordt stroomafwaarts afgetakt
meedogenloos het groen
gulpt uit de twijgenzee
galathea lonkt en slokt
volmondig

dragon oppert iemand om de avond te merken
samen zijn we samen samen zijn we sterk

onze armen verarmen, onze rijken reiken ver
vergeet ons niet zoals wij u vergaten wij hadden ook uw tronie
wij hadden uw gave en uw kennis en uw ranzige geloof en

wij brachten u water, water brachten wij u
wij kwamen samen, samen kwamen wij om

blauw (blauw)
ik (wij)
jij (wij)
dit (it)
(om)
u

 


oneinde
dv 2008 – “studente” -ink & water colour – A5

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek KLEBNIKOV CARNAVAL lyriek woordenpers

moeder ben ik en kind

moeder ben ik en kind met het steenvocht
hartsvliedend weg van bonken en beuken
waar de grote verguizer ik rechtopstaande
ik bloedende  gaten betast van de verlossing

o moeder o sterren van uw ogen
o schittering wit waar wij u vinden zouden
en waar wij ons u geven konden ware het niet
dat wat wij geven wilden wat wij  vonden
de droomdorre slaap was van stervenden
slechts of de wake willoos in het ziedende leven

o moeder weg uit mijn lichaam sissende suist
de stoom van de angst, mijn ogen verbeelden mij
schimmen, het struinen van geesten
in het schuim van de zee terwijl stervende
toch voel ik mij kwiek te trillen staan en lillende
schudt ik mij de veren de wijzers de schubben
en de woorden nog af waarin ik schuilde voor u

in murmelen borrelt in getunnelde stilte
de zang met de strofen der strijdzuchtigen
ontbranden hun ogen aan gloeiende sintels
de haatkooltjes van ogen

op het gebetuneerd gebladerte rusten nog
de naamloze resten van het misgunde:
als kralen rijg ik de okeren tekens
van schande aan het snoer van mijn zang
haar kronkelen vereeuwigd ter plaatse

in de wind boven de stortrots
krijt de kalk zich stemloos uit de lijnen der beloften
en in de ogen der blinden strooien engelen de pijn van de stof

o moeder splijt ons helder de weerbarstige lippen, fluister
ons zuiver de uitkermende verte, laat ons
uw onmetelijkheid in stilte geworden
opdat ons afvallen zouden als bevroren vruchten
de zwarte pukkels van de haat, geef ons heden
de kracht in uw heengaan te verdwalen
zoals u verdwaalt in de troosteloze
labyrinten van onze kurkdroge zielen

 

dv 2008, vrij naar een tekst van Judith V., gecorrigeerd 2018

 


yog-sothoth

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

gij

Kom. Kom hier gij. Zit.
Hier ben ik, een hemd.

Trek mij aan. Uit. Voel
je het? Nee? [slaat]

En nu? Hè? [slaat]
Nog niet? Hè? Hè?

Het is heet, pokkeheet is het
en ge ziet een zwembad, het dampt
in de hitte en het lonkt met de koelte
van koel water maar op het water drijven

cactussen duizenden cactussen
met van die heel fijne wollige stekels
en ook met van die stevige dolken.

Gaat ge er inspringen, gij? Hè?

In de wolk de kleine wolk boven het stadje
staat het gezicht van een boeddha te glimlachen.
De riolen kolken. Regelmatig valt er een vette
zwarte kraai omver in het rottende gras
. Kom,

gij ()

 

yeah2
dv 2008 – “yeah” – potlood-A5

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

feestzorgen

Het kleed scheurt. De melk is koud.
Er staat een olifant in de veranda.
Er is op tijd niets hier en niemand daar.

Jij zet jouw hoofd nog eens met mij en al
erin als koopje in de krant. Jouw muizenissen
maken wegen Romeloos en misselijk van kant.

leest
dv 2008 – “leest

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

kelder

In de kelder zijn er de gevaren:
hier ligt een roestende nagel,
daar de dode hertog in zijn graf.

Wij duiden alles aan, maar niemand
wil nog de kaarten lezen. Natte wensen
druipen donker van de muren af.

 

 

gwarth
dv 2008 – “gwarth” – pastel en litho crayon op papier – A5

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

de glaslink

 

Booischot 1969. De zon hangt in de haag, zijn
speeksel druipt en glinstert. Het witte linnen kraakt
strak rond mijn stekkenbenen. Ik maak ik.

Vóór de mensen was er enkel
lucht, blauwe lucht met meikevers overal.

Een fossiel is het woord solfer, zo zonder lucifers,
de geur is weg uit de ruitjes van Union Match, maar
de pootjes schieten tastend telkens weer
het doosje uit.

Snel! Doe toe!

Wat
was zit
binnen, anders
was het niet. 
Het blijven is
het blijven in de leegte
van luisterrijke ritselingen.

Ik vergreep mij aan het glinsteren, de glasscherf zette
onverbiddelijk haar lijn op mijn arm, hoog een rode
krab veelstralig spatte op de groene bladeren en het wit

en het blauw verzeilden met woord en al de luchten in.
Wilde wervelingen werden mij met kleuren aangedaan
tot de pijn het einde van de schreeuw aantikte. Stik:
iemand heeft verdomd weer op dat litteken geklikt.

Haar lichaam staat, zo zeg ik haar heden ten dans, als een stil gemis
in de afzichtelijke woekeringen van verwording
en in de kale tak persoonlijke verdoemenis.

 

binnenboom
dv 2008 – “Q, of de binnenboom”

Categorieën
archiefdoos Grafiek lyriek

natte maan

Natte maan

 

In plassen zwart, verregend op het asfalt
zie ik het karige fonkelen. Het droeve glimmen
van het stille dat bewegen wil. Zwijgen zuigt
het zwijgen uit het zwijgen, vingers leggen

vingers op de snee en wrijven het bloed
uit in het wit van de wonde. Kaal huivert
een boom zich de bladeren af, duister
kust een mond het zwart in je oog. De leegte

mirakelt: tranen bergen tranen glanzend en
traag in de gaten. Zie. Het in. De diepe glans.
Het ganse deel. Waar je rafelkleed in oker
afklopt mijn verlangen. Waar het om je rokt.

 

 

1/4 gedichten bij een schilderij van i.derden

iderden
het schilderij van i. derden

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag lyriek woordenpers

Het schrale

schraal
dv2008 – “ile – ijl”

De lente steekt ons de vervlogen hoop
weer achter de ogen en het groene vuur
kromt in onze botten.

Het breekt onze houding
met walging en smarten.
Wij reiken u gloeiend van liefde
zoals het geschreven staat
de houten nap aan met onze huismelk. Wij trillen.
Onze ledematen spellen bewogen de naam
die wij dienen te uiten.

In de kom klotst de melk, wit en bevallig. Drink
toch mede hiervan. Zie het leed stremmen
dat wij belijden, de verleden pijnen al
die ook de onze zijn, zoals het ook de uwe zijn,
nu en in geheel het uitgeduurde,
het grondig omwoelde.

Proef ook onze aardbeien, hun vlees
is lijvig en wild. Dood, jij zal ons
verstijven. Dood, wij huiveren
met de wind in het haar. Dood, uw
schoonheid snijdt ons aan, met bloeden
stoppen kunnen wij niet.

Nu lichten wij op, dus aanhoort nu
in het roet van dit al,
doorheen het opwalmen alom van onze wanen,
bij het instuiken van wat er nog restte aan waardigheden,
bij de kramp van het venijn in de buik van de aarde:

het vlammen, kortstondig,
van deze schrale zang
in de taal van de sterren geschreven.

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

anus mundi

anusMundi
dv 2007 – “anus mundi” – litho crayon & potlood op papier -A4

Ik droom van stof een droom
en alle ogen tranen toe meteen.

Barsten breken in de oorgang.
Bloed streept uit de mond.
Hele delen hoofd verwelken,
armen vallen week hun schouders af.

Vleugels scheuren hemels open
en de maan zet het op een zweven.
Het rennen raast doorheen de angsten
en het dansen en het zingen rafelt uit.

Wormen bijten brede gaten
in het dichte wurmen  rond
het wereldgat. Zwart de dingen
daveren en dreigende schuren

de molens elk hun eigen wanden
aan.  Een plompe stang slaat los
en vliegt, verloren in haar dolen,
het werkwoord falen door de hals.

Stof staat heet op stof te stuiven
en zand zet hoog haar rug op zand.
Binnenin de uitgedroogde schil
druipt enkel nog het druipen zelf.

Alle ogen tranen toe meteen:
van stof sta ik te dromen.

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

stof

degaten

stof

een algoritme van het gemis

stof kruipt in de gaten
de gaten parelen
stof schiet uit de gaten

ik adem in jouw adem
jouw adem daalt in mij
jij bent in mijn adem
jouw adem is in mij

zo hebben wij de gaten
de parelende gaten
de gaten hebben wij

het licht valt uit mijn ogen
ik breek het duister in de lucht
maar niets zie ik van jou
niets van jou licht op in mij

toch hadden wij de gaten
de parelende gaten
die gaten hadden wij

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag gignogram Grafiek Kathedraalse Leer lyriek woordenpers

genoeg

 

blue_rose
dv 2008 – “Blue Rose” – pastel & litho crayon on paper – A4

 

GENOEG

De luchten klinken onder druk tot klanken.
De klanken vluchten in de muffe woorden.
Het stof stuift uit de dode boeken. Genoeg.

Ik doe het licht aan als het uit is.
Ik doe het licht uit als het aan is.

Ik doe het kleed uit dat je draagt.
Ik licht het vel op dat je schraagt.
Ik duw de zwaarte uit je zucht.

Ik ben in jou.
Jij bent in mij.
De wereld is
in volle vlucht.

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

plaatsen

yeah
dv 2008 – “yeah” -potloodtekening –  A5

op alle plaatsen waar we
plaatsen plaatsten
liggen al de plaatsen
die we plaatsten nu

onze plaatsen slapen
onze plaatsen wemelen
onze plaatsen regenen
onze plaatsen zwemmen

onze plaatsen houden de vingers
op het glas tussen de vingers

onze plaatsen strelen de stem
in de opvlammende hand
(het cordon bleu)

onze plaatsen hebben niet de tijd
onze plaatsen hebben niet het zijn
onze plaatsen houden onze armen
onze benen samen op de plaatsen

waar wij liefde, dood
en alle plaatsen
samen zijn

 

 

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek Het Pad lyriek woordenpers

kroning

Daphne-2008
dv 2008 – “Daphne” – potloodtekening – A5

KRONING

de kiemen komen uit het droge
land gekropen, de glazige korst barst
op de kerfnaden open, danig
waait het in op de mensen en de mensen
verhalen loefwaarts het verhaalde.

op hun donkere kilte kregelig het kutkind Aristaios
schoffelt het overtollige licht naar beneden –
enkel de toplaag mijn jongen, steek niet te diep .
De zonzak zeurt, niks nieuws daaronder.

Izeganz strompelt en botst
schouderschokkend in april
op de weergalm die hem als
in wonden in zijn woorden houdt:

ik red jou Reva mijn rillende raafje ik kroon jou
tot toorts der tijden, tot orchidee lik ik je
van binnenin uit het verzwegen gezegde.

ik hak jou glanstreden in zilveren stilte, mijn
vingers versnellen tot koortsige letters
op jouw slikkende diepte, het klatert
waar je denkt dat je bent en
je bent er nog

even en

altijd patrijzen, zegt ze, dichters
zijn schoften.


uit Het Pad van de Wenende Nacht -  Tienen 2019
Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

diepkeels

spuwsel
dv 2008 – “analogie” – pastel op papier – A5

 

Dezelfde bergen bergen
de droom: aaneen te zijn,
hartstochtelijk. Peenemunde,

rocket shafts, uniformen wriemelen
rond de gloeiende kluster van kleur.
Aber euch, in het zog:  niet memorabel.

Jonge slurfen die bloedeloos hun
wasdom in een klemnet arceren.
De streep door het berekende.

Het zeer in de stem, barokstrijkers
op verse sneeuw, engelen met een klit
haar in de keel. Test es. Het Ik spuwt

het spuwsel zoals wij haar spuwen.
Leef de ervaring! Bij! Braak! Uit!
Gulpt. De wereld neemt de dichter

waar als een vunzige plooi
in het afgeschreven plezierlijf.
O leuk, zo rakelt hij de data op,

voert de opengevingerde
tekstsleuf ‘tuimelkruid’,  ‘waaspijn’
en ‘bloedplof (in het zand)’.

Het woord is ook dit lijf dankbaar
dat het de zoektermen slaafs laat
glijden tot diep in de keel. Slik.

Dezelfde bergen bergen
de droom: aaneen te zijn,
hartstochtelijk. Enter.

 

> 2008

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

Oetoen plukt de bloem

othoon3_400
dv 2008 – “Othoon3”

Oetoen plukt de bloem

Het Oog ziet neer en meer.
Het Hart is blind en weet
zich door het ziende
onbemind.

Oetoen plukt de bloem.

Huilen kan ze niet maar voel
het droeve dreunen, zie
in het witte kronkelen
van honderden larven

de diepe vaste kronkel
waarop zij valt,
waarop zij viel,
waarop zij vallen zal, en hoor

het weeïge ritselen, het
slurpen en glijden
van het leed en de lust
in de bange wortel
van haar blanke,
benige lijf.

In het vlokke opdwarrelen
van grijze as woedt
en davert de tijd.

De bloem tooit Oetoen.

Nu is het vuur,
nu laait het nog
hoog op

in de nok
van haar ziel.

 

dv 2008

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek Het Pad lyriek woordenpers

vroeg, vergde

vogelvangst
dv 2008 – “vogelkot” – litho crayon op papier (boekje) –  dubbel A6

> Het Pad van de Wenende Nacht, een theatrale supersaga naar het  Zangezi-recept van V. Chlebnikov

VLAK 11 – sterfscene 451/3 – izeganz bekent zich marsyaans aan de muze

[…]

al het grove hebben we al:

wat hen uitstraalt bedekt mij
wat hen opjaagt & jent

het stroopt mij in en bedruipt mij
de walg staat in mijn holtes te stollen,
te lezen waarin ik snelde & vocht

waar ik gestremd al u nog zocht
waar zij de leegte rond de ontstemde letters van uw naam
bepotelen willen, er het licht uitpulken

mijn zoete restanten met hun rasptongen
tot glas slijpen, opglazen
tot het goudschijnt,
klaterplast,
sist

tot ze ook
in de gezichten die de hunne zijn
op aantoonbare wijze
hun namen bij de mijne met bloednagels
van nijd hebben staan krabben

al het roze al
al het bloeden

hebben we we hebben het

hier

hebben

en dan, daar

 

zijg neer in mijn borst
tel jezelf op tot een zwerm
vette kraaien, strijk neer en
haak je honderden bekken
in mijn bloedende klomp

 

waai mij in
weef mij spin mij in
met uw adem witheet
in het garen & van het
garen de windsels
wikkel mijn fophuid in balen

genummerd,
bestemmingsgeschikt,
conform de speerpunttechno-logica der cohorten,

in enkel voor ons dit eeuwige wijken
onhoudbaar het hunne

ach, uiteindelijk

[..]

schep mij uit, ontader mij en
stop uw hand in het stof
je kop in de stopverf

hou je pinkje ter stuiting
voor de raamspleten van het buiten
waarin de wind zijn waanzin giert
tussen de klembillen van binnen

steek je gebaren in een handschoen van taal
hou ver van je woordgeurige neus

die nare klankscherven dat snikken bv.
jouw helsblauwe withemelse zucht

in ons tentje heerste steevast luchtgebrek
wilde paarden draven waar wij hijgen
kom we vermaken het leed tot een klucht
zo verzon ik je het maanglazige zwijgen

 

[.]

hier

nu

balanceer het
taalstaal op het
koude tongpuntje
van bv. de schone van Li –

plof het mes schroevend
in mijn onbuigzaamheid

mijn stramme vers zal niet spartelen

prop je liefde valse liefde erbij
je meewaren en het schokken vooral
van je hulpeloos klaarkomende lijfje

draai het maar uit,  span mij op
in de takken van je haat:

ik ben jouw dode
wereldhuid

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek Vertalingen - Bewerkingen woordenpers

Azië 2017

mrl
dv 2017 – “mrl” – modified aquarel

 

Altijd slavenmeisje,
bronsborstig koninklijkje,
moederbevlekte draai
om de ezelsoren,
aarde beschreven met
oceanenpennenhalen.

De inkt komt uit de mensenpot.

Er klinkt een schot.
De tsaar is kapot – uitroepteken!
Triomftocht der komma’s, aan
de gepeupel-linie.

———————————————
Hun razernij aarzelt niet,
volkswoede is geen vergissing
(tussen de haakjes van eeuwen).

In plaats van een oorbel glinstert
je oorlel van de overheidszegels.

Meid met een zwaard, zó hard anti
anti-verwekking, zó oude oude
vroedvrouw van oproer.

 

(naar een fragment uit ‘Azië’ van Velimir Chlebnikov)

 

 

Categorieën
archiefdoos Grafiek Kathedraalse Leer lyriek

binnen handbereik

binnenHandbereik
dv 2007-2017 – NKdeE CR&D fiche ” binnen handbereik” – A4

de wereld heeft vier vingers (een duim is geen vinger, een duim is een duim).
de wereld heeft vier vingers en twee kanten.

als ge u een wereld kunt voorstellen met meer of minder vingers en met meer of minder kanten, dan moogt ge gaan aanschuiven bij google of in china of eender waar: de wereld zal aan uw voeten liggen want gij kunt het AGI-probleem oplossen.

waarom is een duim geen vinger? begin daar al mee, dat is nog een beetje te doen…

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

ontbreken verder nog in het lijstje der schendingen

 

 

deKus
dv 2008(?) – “de kus” -pastel op papier, A5

tube

Categorieën
Anke Veld archiefdoos Grafiek Kathedraalse Leer

upsized

weekPlus
dv 2017 – “NKdeE CR&D fiche ‘Perculatie'” -Pastel op papier 95×70 cm

De verzwakking van de post-mortem mens, veroordeeld tot onzichtbaarheid in het eeuwige Nu – de nivellering van de individualiteiten in de geradicaliseerde horizon: ‘er is niets te zien, niets te verwachten’ wordt ‘in het Er is het Niets te zien’. De reïficatie en de kwantificatie wordt radicaal doorgetrokken, in de GeldRuimte is elke kwaliteit een commoditeit, een betaalbaarheid, een Schuld.

Iedereen is Schuldig.

Het individu wordt van het Niets onttrokken, gesubstraheerd: U bent Niets en kan zich enkel door uw betaalkracht (uw schuld dus want alles wat u verdiend dient te worden geconsumeerd in het Nu) een geheugenplaats veroorloven, u wordt bewaard in de Bestanden. Alles wat u doet is er op gericht uw geheugenplaats te behouden, desgevallend uit te breiden. U realiseert daarmede uw eigen Niets, een aflaat van het eeuwige Nu dat Niets is.

Zelf bent u Ondergronds. Al van bij uw geboorte zit u in het Verzet, in de Ondergrondse. Uw groei wordt gevoed door uw zwakte, het wak in het Nu. Door het wak van uw zwakte sijpelt het leven door tot uw Zelf.

In het Zelf is elke perceptie een perculatie door het wak, een druppeling van het Echte door de uiterst verfijnde filters van het Nu.  De filters vormen in wezen een uiterst efficiënte beschermlaag. Het eerste wat we zien is niet mama of papa maar een camera. Van bij de vroegste ontwikkeling van geavanceerde cognitie wordt er een beeldenplug in uw brein geslagen. Daardoor wordt massaal de stroom van Onmenselijkheden gepompt: video, audio, de verschrikkingen te lezen op de gelaten van uw Ouderen.  Zo werd u geformatteerd voor ontvangst van de Bestanden.

De perculatie is noodzakelijk voor het in stand houden van het individu in een exploiteerbare staat. De filtrageprocessen dienen nog geoptimaliseerd te worden door de processen van condensatie, vervreemding, representatie en revisie: de cultuurindustrie, de sociale netwerken, de media en de markteconomie.

De vraag hoe lang de Homo Post-Mortem nog in stand gehouden dient te worden hangt momenteel nog van te veel factoren af om rationeel benaderd te worden, maar de Overbodigheid in het Mogelijke is al enkele decennia een feit.

In het kader van de Afvalpreventie is het raadzaam om nu reeds met de Opruiming van de mannelijke exemplaren te beginnen. Dit kan, gezien de recente successen met de uitrol van het Euthanasieprogramma,  geruisloos via de geijkte sensibiliseringscampagnes bouwend op het nog steeds immens populaire humanisme. Een mannelijk bestaan is obsoleet, niet meer menswaardig.

Elk individu heeft aanspraak op haar vrouwelijkheid via het geboorterecht. Het Eindspel van de mensheid, het Laatste Woord,  hoort toe aan de Femina Post-Mortem. Het Laatste Woord is uiteraard het Verdict van de Mens, de Uitspraak van de Naam van God.

 

week2008
dv 2008 – ‘intuitieve init van de klasse “PERCULATIE”‘ – potlood op papier, A5

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek Walg & Rot woordenpers

de barst diep in de barst in het ik losbarst en prijsgeeft haar woekerende rot

smalvaaske2

barst

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

waar zelfs mijn hond mij een autobioput wil graven wijl voorbeeldig de dood

 

moederdochter
dv 2008 – “onderscheid”

icz_hond

 

Categorieën
archiefdoos Grafiek

verzet 2008 #3

verzet3
dv 2008 – verzet #3

Categorieën
archiefdoos Grafiek

verzet 2008 #2

verzet2
dv 2008 – ‘verzet #2’

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

maar gelukkig stond er op het einde van de lachband nog een geile zucht

verzet1.jpg
dv 2008 – ‘verzet #1’

 

nog zo’n catastrofe bij het lijkencijfer uit de etterbak kon vissen. onze hoeren
zijn goedkoper dan onze hotels. de productie wordt kunstmatig op peil gehouden.
omdat anders omdat anders omdat anders omdat anders omdat anders het
dichten ach. het was sowieso al niks meer sinds. hoor mij als ik jouw naam zeg,

verdomme, zie mij voor ik je de ogen sluit. Ik zie ik zie ik zie A) zo de weiden verdorren
B) de vijvers wegdampen F) het bloed koken C) het plasma sissen D) de aders verstenen.
het verdwijnen zál ons lukken. overigens. het oog op de toekomst. voel het als ik jou
in gang por. de verkiezingsthema’s zijn dit jaar verschroeiend. de vele geaardheden

van de goede bedoeling in hun eigenheid respecteren, er het rot uitharken,
het sentiment tot op het breekpunt opspannen en het dan vocaliseren, visualiseren,
de mogelijkheden van de technologie ten volle benutten, bijsturen, de controle

opvoeren, de agents trainen in het smetteloos uitspreken van de keywords: google,
babes, cellofaan, verpakt, bijlage, krant, heet, naald, nat, plekje, gratis, koop, nu.
wat een kutboek dacht je, maar al bij al mag je nog blij zijn dat je

[…]

Categorieën
archiefdoos Grafiek

nieuwjaarsgezichten

tekening_2008
dv 01/2008 – ‘tekening’

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

Level 4

GAL1
dv 2008 – G.A.L. 1

 

Jij, het meisje blind en dartel diep in mij,
jij, die delireert, frivool, en rebelleert
van schim tot schim, de stad voorbij
tot in de tuin waar racha vegeteert,

jij, die in het trage stromen van lome gedachten
bleke rozen ziet en anjers van vergane dromen.
Jij, die op jouw lipje bijt om levens jou beloofd
waarvan er nooit een kind in huis kon komen.

Jij, die beeft in de gevangenis die jou zo heilig is.
Jij, die al het blauw verduren ziet naar zwart.
Jij, die schoonheid zoekt in belten vuil en rot.

Jij, die mij leerde mijn leed als een kracht te beminnen.
Jij, die oplost straks in tranen vol vergetelheid, jij,
geheim en einde waar het galabal beginnen kan.

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

Level 3

GAL2
dv 2008 – g.a.l. 2

 

er is het niets waar uw hoop zich op richt.
er is de plaats waar uw leegte vervelt.
er is de tijd waar uw woord in het licht
en uw vlees zich vermengt met de geur van uw geld.

u bidt tot het er, u smeekt het om seks en erkenning.
u bouwt uw kinderen om tot de erven van er:
er
het vervolg, er de terugkeer, er is nooit ver,
er is uw toekomst, de dood als doel en gewenning.

u zal er wel komen, u bent er, ziedaar uw er-volte
u kruipt er in, er is de tunnel, het licht in uw hel
uw zinnen verbijsteren, uw lijf vindt er sublieme holte.

er is de barst, de scheur in de tijd, u valt in het gat,
u perst het er uit, het niets volgt op niets nu heel snel
en dan is er daar, u bent er geweest, u hebt het gehad:

er is het niets waar uw hoop zich op richt.
er is de plaats waar uw leegte vervelt.
er is de tijd waar uw woord in het licht
en uw vlees zich vermengt met de geur van uw geld.

 […]

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

level 1

racha
dv 2007 – “racha”

Ik, de vrezende, die met grafiet beschrijft het git:
een kraakstem plooit mij heet de letters uit en wit.
En ik schik mij in uw stad, die naar lijken verkleurt
en weg spurten de krabben van het geurige rot.

daar is het jongetje wij dat met aarde de helmen vult
zijn knieën knikken beverig bij de helmgaatjes neer:
een gaatje stulpt naar boven, eentje gaat naar onder meer
wij tellen elke kogelbaan die door de helmen tulpt.

diep in het donker te zweven hangt racha stroef
het bloed jaagt er zwart en stijf door haar strot
en haar angst is de angst van de moeder van g*d,

angst voor de vrucht van haar lust  die zij begroef.
Ons bestaan, naar zijn beeld,  maakt haar woest en bot
en zij wil nu ook mij in uw ogen dood en kapot:

ik, de vrezende, die met grafiet beschrijft het git:
een kraakstem plooit mij heet de letters uit en wit
en ik schik mij in uw stad, die naar lijken verkleurt
en weg spurten de krabben van het rotten dat geurt.

[…]

Categorieën
archiefdoos Grafiek LAIS, 449 dizains lyriek

essay graphique sur la lumière chez Scève

lumiereScevienne
dv 2010-2017 “les relais de la Lumière Scèvienne comme vues par des ouvrières contemporaines”

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek

De Feesten – Route

feesten
dv 2008 – “many lights”- pencil drawing – A5

A)  met de auto

De barstribben schuiven, het trilbeen
slaat het breekhart in, de uitzang Uit
ploft het brein uit in roze wolkjes roze.

Het exiteren verwerkwoordt. Dan,
middels een immateriële transformatie
van de aleatorisch omzweven singulariteit

die het is,

treedt het het buiten zichzelf, vervoegt
zich bij haar onzichtbare vermomming, zoals
ook het deksel der jampotten de aardbeien
tweetalig bedanken  om hen te mogen

afsluiten: merci les fruits – bedankt vruchten!
M=A=T=E=R=N=E. Open, steek & smeer
de spiegel op de sneden langzaam uit.

 

materne
dv 2007 – digital photo


 

P) met het openbaar vervoer

 

Bij het eerstvolgende uitroepteken links

waar de vleesverzakkingen druipen,
armoedig, bij de als het Ware om puimsteen
smekende woordeneelt: het rot is

het gebrek en het blijft in gebreke
de schreeuw uitschreeuwen, het

klikt zich af op de link naar af, breekt het af af,
valt de letters af, tikt zich af en op de staart
bij het klikken, daar bij het stompe ikken ook
van de scheurlip, de breekneus die bloedt

langs het verglijdende oogdik, met de handen
de haren in, de pijltjes niet, nee en nooit volgend

en dan rechtdoor
tot in Subsequent Laughter.

 

2007 – 2017, uit “WOORDENPERS – Lyrische teksten van vilt.wordpress.com 2007-2016” – P.O.D.-boekje in voorbereiding

De serie ‘Gedicht van de dag’ geeft sinds 2/06/2017 dagelijks, in de laatst bewerkte versie, een andere dv-tekst met dagelijks een ander dv-prentje.

(gelieve taal- of spelfouten of andere stoorsels te melden als reactie hier, dank!)

Leve de Praktijk van de Vrije Lyriek

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek

fluimte

Zo spraak geen inktontbreken stapelt,
zo oorlog sneeuwt geen stilte toe.
Strooikwistig groen wrijft Er het gras
gebenedijd haar code in.

Foptonen benadrukken het gammele
van dijken en Hollands plat de ramen nijgen
openlijk naar het betamelijke. Zorg wekt
slechts het besef van ontoereikendheid.

Mij patettert onderbuiks echter
de groezelmuze in heur hete
tevenkleed: godinnenzever gelig

opjuint in de steeg, en zijgt
en opgezogen bruist. Fluimte
op het tekstafval, de najaarswee.

2007 – 2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding

De serie ‘Gedicht van de dag’ geeft sinds 2/06/2017 dagelijks, in de laatst bewerkte versie, een andere dv-tekst met dagelijks een ander dv-prentje.

(gelieve taal- of spelfouten of andere stoorsels te melden als reactie hier, dank!)

Leve de Praktijk van de Vrije Lyriek

 

sanslamusique
dv 2008 (?) – “Sans la musique”

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek

wij kunnen niet kunnen wij

wij kunnen niet kunnen wij

wij kunnen niet kunnen wij
wij kunnen niet ademen de lucht
zit onder het water het water

zit in de soep het water
stroomt op de stoep het water
zit op de koekjes de koekjes

zijn wak van het water wij zuigen
wij zuigen ons vol wij zuigen wij
worden gezogen wij dat is alles

 

2006-2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding

De serie ‘Gedicht van de dag’ geeft sinds 2/06/2017 dagelijks, in de laatst bewerkte versie, een andere dv-tekst met dagelijks een ander dv-prentje.

(gelieve taal- of spelfouten of andere stoorsels te melden als reactie hier, dank!)

Leve de Praktijk van de Vrije Lyriek

suenas
dv 2008 – ‘nuevas suenas’

noot:

‘suenas’ is de 2de pers enk. van het Spaanse werkwoord ‘sonar’ dat ‘geluid maken’ betekent. Het is uiteraard ook een ‘mispeling’ van ‘sueno’ het Spaanse woord voor droom. Dromen zijn vrouwelijk, nah. Bijeengekliederd in Barcelona.

Categorieën
archiefdoos Grafiek lyriek woordenpers

plaatsen

lostHighwaytoOlga

op alle plaatsen waar we
plaatsen plaatsten
liggen al de plaatsen
die we plaatsten nu

onze plaatsen slapen
onze plaatsen wemelen
onze plaatsen regenen
onze plaatsen zwemmen

onze plaatsen houden de vingers
op het glas tussen de vingers

onze plaatsen strelen de stem
in de opvlammende hand
(het cordon bleu)

onze plaatsen hebben niet de tijd
onze plaatsen hebben niet het zijn
onze plaatsen houden onze armen
onze benen samen

op de plaatsen

waar wij liefde, dood
& alle plaatsen
samen zijn

Categorieën
archiefdoos Grafiek lyriek

hymne

hymne
dv  – blake/bleek 001

hymne ave maria stella

wees geribde
zeester wijdbeens bankend
op een afgeplakte hemelstraat,
gij vuile opgedoefte
stortravijn

gij rochelt vla
vanachter uw glabella
gij zeikt uw zuur met stralen
gaten bijtend in de leegte
van ons zijn

qui pro nobis
nata hoeveel taka taka
kost wel niet uw schoon
beschubde pellevel, gij
angeliek verbrodde maagd?

gij spartelwijf, gij
plakteef , zieke zilverzeug
met stugge sprieten,
het godenvlees  gepekeld
in uw kwabberbuik:

merci dat gij voor mij
tot hier gekomen zijt.

 

Categorieën
archiefdoos Grafiek kort lyriek

zegepraal

zegepraal
dv – “zegepraal”

Het triomfantelijk gebrul in de gang is het gebrul van de genodigden. Wij zitten te wachten: het scheppingsfeest is begonnen. De werken houden stand, wij zullen eeuwen trotseren.

Voor we er erg in hebben breekt het wachten in een duren uit dat zich aan het eeuwige afgemeten weet. Het levensvocht gaat als met oceanen verloren.

Zij dosten zich uit met slingerende kwabben vol bloed. Hun monden leken op puntige gaten. De prognose van de heftigheid van het stuiptrekken van de genodigden bepaalde of ze werden uitverkoren. De spuitende halsslagader gebruikten zij als een verfijnd penseel voor hun vierdimensionale werken. Uit hun schoeisels, zo getuigen de geschriften, groeiden de slijmslangen van het kwaad.

Het zingen ligt ons in de haren geplooid. Het goud is ons onder de vingernagels gespoten. Ons denken klatert als een gletsjerbeek. Het besef is dwingend. Wie niet wordt uitverkoren, wordt kunstenaar.

Wij mergelen ons uit, een leven lang spannen wij ons de spieren tot strakke snaren. Wij versagen niet tot wij ons bij de genodigden geschaard weten.

Stof zijn wij, rond de beenderen ik. Het triomfantelijk gebrul in de gang die ik verlaat, is het gebrul van de genodigden, mijn zegepraal.

Categorieën
Anke Veld archiefdoos Grafiek lyriek

HOSSU

libidinaalschema
dv  – de vinculis

払子¹

(een monnikenverhaal)

Leeghoofden zijn het. Op rood velours liggen de schedels in de bestofte vitrines van het aantoonbare. Suki’s slanke hand neemt hen op, een voor een, stoft ze af en legt ze terug. Een late zon tikt hen de bleke neusgaten aan en ongetwijfeld stroomt hen dan meermaals nog de energie van oude jiujitsubewegingen door. De oude stokdrang. Van Suki’s penseel, uit de hertenstaarthaartjes, vervliegt een zoete geur als van duizenden vliegenlijken.

Eerbetoon? Een tiental eeuwen eerder werd de wereld een wereld die de wereld wou zijn van rode stofdeeltjes. Welk bewustzijn zou dan nu nog de aap eren, die de aap na-aapt die zich in het pluche heeft gestort? Neem de virtualiteiten Tik, Tak, Tok en Tuk.  Aai Tik is de Saaiborg. We zetten er Tok kruidenthee mee, Tak gewone thee en Tuk we eten aap in Saaiborgsaus.

Suki maait ook het gras van het perkje voor het Tribunaal. Grasgeur. Het serene zoemen van de motor. Haar okeren schouders duwen bevallig de grasmaaier. Moeiteloos. Maar onder de schouders liggen heus geen andere schouders verscholen op het grasmaaien te wachten. Leeghoofden.

Zo dan uw stad in, Lezer. Laat uw denken gezuiverd zijn door bruisende lust. Met zijden sjaals, met klaprozen zoen ik u.

 

¹'Hossu': zie http://www.aisf.or.jp/~jaanus/deta/h/hossu.htm