Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

ekster


debris van stralen in de mal van laster,
zee-uiting van verstikt wit
in de blauwe spiegel van het zwart, gij,

ekster,

grote rimpelgrot van de aardmond, kwab
kwab rond de aars van de vorkende god,

bij zee de slokop klotst op de kade, die
met de sherrytong van Pessoa, die
met de klaplong van Velimir en die
met de wuivende plastic palmen
van de boekjespraters, de murmelende bloedhonden.

en bij de tesserae op Venus:  het lééft, het
is het jeukende eelt op de ogen O  tot en met A
het haalt het doek open tot het wit
bloedt, de zaal ingutst, het kijken wegspoelt,

dus grijp vlug de winkelhaak, zet de hond op,
haal de kat uit de garage, we moeten sofort
naar de bondgenotenlaan. 

het vet dreef boven, we dienden maar op te scheppen…

het is de dinoflagellates
het zweeft de muil in
van jullie oliewolf,  

wiefiel lowie, wiefiel
für diene deine diene

wiegeziel?

inputtekst (2010)

dv 2010 – “esker du’ – Acryl op papier – A2 (vernietigd in 2013)

esker: https://nl.wikipedia.org/wiki/Esker

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek LAÏS LAIS, 449 dizains lyriek

LAIS

dv 2008 – “LAIS”

Zie wat ik zag toen ik weigerde te zien.
Hoor wat ik verzweeg toen ik weigerde te spreken.

Niets van jou is ooit daadwerkelijk beschreven.
Niets is van jouw lichaam ooit naar waarheid verteld.

Jij weet niet wie jij bent.
Jouw lippen sluiten niet jouw mond.
Jouw ogen zien niet wat jij ziet,
jouw hand heft niet jouw hand.

Jij splijt de wereld. Jij
bent een diepe aarden mond.

De goddelijke tongen vlammen
aan zichzelf verwrongen:
gebonden lijden zij
aan het uit hun hemelen
verdrongene.

Jij wint. Jij won altijd.
Tijd? Met vloek en krijsen zullen
eeuwig de goden
zichzelf moeten dwingen
om jouw naam
bij elke mens in het hart,
in het hoofd te branden.

Uit vuur
vuur. Uit mij
jij:

LAIS

inputtekst (2017)

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

almaz-i kizil

kizil-e
red fucking diamond, dv , uit het klebnikreukelboekje, A5, pastel

 

rusalka, te qi mi ta jutta
rusalka, te qi mi coro me burne
rusalka, te qi mi  me a kreasti

o vida perigrindo
peregrinoda per me
o vida resemblante
o vida perigrinando

qe morte so
qe tal qe io morte so

rusalka, te qi mi ta jutta
rusalka, te qi mi coro me burne
rusalka, te qi mi  me a kreasti

 

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

woerzels

wegzeilen
dv, 29/05/2009 (bewerkt in gif-comprimatie)

Whorlen of the worldwide will,
the otheren of graygrow time,
stillfallen blanketing the field-
the selven that are names of mine.

Velimir Chlebnikov, 1919 (vert. Paul Schmidt)

woerzels van de wereldwijde wil
de andereen van grijsgroeitijd
gevallen nog bebloesemen het veld
de zelven die mijn namen zijn

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

mond

mond
dv,  10/06/09 @ 1u10,   ‘mond’ – eerste staat
pastelpotlood, potlood & balpen
uit het klebnikreukelboekje

Myrthetelgen …, Der welcker bloeysel smett’ met reuck aen allen enden. Den asem van de lucht,
HOOFT, Ged. 1, 115

K: u is voetvolk in de hel van            K.
L: u is, zo krijst de ziel van            L.

ik, niet.

A: jij droomt jezelf al vallende een schreeuw van       A.
N: zwermen spreeuwen strijken neer op kersenbomen          N.
K: kirsch zeikt uit haar mond. het is de vloer, de grens is een smet,            K.
E: zij klampen zich vast aan de verschroeide takken van  E.

N: ik word uit het zicht gekeerd, halfrotte
bloesem van het gevreesde              N.

 inputtekst 10/06/09 (zie aldaar)

Categorieën
archiefdoos debuut lyriek

spijt

spijt? welja

ik denk ik heb haar zee gedronken
en van haar vreugde alle tranen opgelikt
ik heb haar appelrond en aardbeivol bewoond
en het klokhuis galmend van cymbalen
en de vliezen van genot doen trillen eerst
de trommel dan en dan de dans doen daveren

en toen ik van gemis te kruipen lag
en gij de spijlen nijd door mij kwam boren
vond ik  nergens poos van pijn maar wel intens
pervers plezier in de visioenen
van uw volslagen ijle ergernis. spijtig wel

dat daarvan nu
geen rest meer is.

 

wreet

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek L!NT lyriek woordenpers

gezond

de goedige dag is hier
de dag die modo grosso
de ronde doet.

de goedige dag bemoedert ook
onder dompende olmen
ter dood de stompe zuigeling
die wij dagelijks baren

(ik zie in alle scherven glas het licht
maar glas bederft het licht met sterven).

zo ook vraag ik mij soms af – onder invloed van
de romeinen vast of ingezonken misschien
de kelten met hun maretak –

de zon schijnt in de wolken,
en de wolken drijven aan en weg,

maar dit hier, dit nu van u, die naakte
tijd: gezond kan dat toch niet zijn?

wolkenslierten
dv 2018 – “gignogram ‘afstoten’ 2008” – bister & pen – A5

 

 

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek Het Pad lyriek woordenpers

Izeganz tot zijn harpijen

[SCENE: Zanger Izeganz, die op het einde van elk VLAK op Het Pad van de Wenende Nacht een pijnlijke dood moet sterven om ongenadig in het volgende weer te verrijzen, richt zich op het einde van VLAK 16 tot de Harpijen, een bende nijdige oude eksterwijven die zich aan de rand van het bos schuilhouden en wachten tot de Nacht valt om de zanger te bestormen en zich te goed te doen aan de rottende resten van zijn vlees en vooral ook aan het Slijm van zijn Ongewenste Lyriek (SOL) die hem bij het sterven rijkelijk uit de poriën gutst.

Met die SOL wrijven zij immers medaillons met oude foto’s van henzelf in waardoor zij hun vergane schoonheid kunnen herwinnen en ietwat tijdsbestendig  bewaren.)

IZEGANZ:

Ik sterf en duizend wijven springen op mijn lijk.
Eentje rukt het lauwe hart en kauwt op aders.
Eentje snijdt de vingers af en speelt klein duimpje.
Eentje scheurt het lid en zegt oops floep.

De wereld is vol daagse liefde voor de dwaze kloten
die blijven streven in hun strakke dienstverband.
Dit levend lijk wordt ’s nachts met lood begoten
alliage die mijn rotten voor uw beeltenis wil kooien.

Zeker is de ondood is mij een welgekomen stasis
want uw goesting heeft genoeg in mij gewoeld.
Uw modewoorden zouden mij alsnog doen braken
maar ik heb in dagen al geen honger meer gehad.

Zing maar, mormels, brul het luid de venters aan
hoe gij genekte dichters alsnog poëzij laat kelen.
Hoe groot gij zijt en in getale groter nog, hoe snel
hoe glad, hoe dodelijk gij uw slijm wel halen kunt.

Straks wacht u  in uw  pracht het ijselijk gelijk
waarin mijn adem niet uw stilstand nog zal zoenen.
Straks bind ik  al mijn wormenwoorden aan de zon
en brand ik alles op tot licht waarin ook gij verdwijnt.

IZEGANZ sterft.
Vogelgekrijs en pikgeluiden in het volslagen duister.

DE WENENDE NACHT:

Met miljoenen zijn ze: zonder zon ziet mij geeneen!

[weent]

 


 

 

 

lekstoktongen
dv 2008 – “lekstoktongen / gwarth” – 2x A5

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

van nu en dan

de zon verblindt ons nu des ochtends
de avonden verduisteren de avond
de nacht dikt nachten aan en toe

de hoofden slaken spraak en stilte
het zwijgen wekt de golven woede
het spreken lokt de angsten uit.

zij lacht niet om, zij houdt niet van,
zij leest niet, vraagt niet, ziet of hoort niet
dat zij door niets volledig is omklemd,
dat zij tot niets geheel is opgeteld.

open wrik ik haar de klamme handen,
teder vouw ik haar de wereld open:
dan ziet zij wel en kermt zij om gena,
dan weet zij dat ik diep in haar besta.

 

schaduwen
dv 2008-2018 – “schaduwen” -A5

 

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

kruinen

vervaarlijk de kruinen wiegen in de wind
en wilde liefde woest verwaait de regen
die de bange bladeren brekende vertelt
dat het nog wel heftiger zal stormen

dat zij hem in de modder plat zal duwen
dat extatisch zij op haar dak zal dansen
dat ook het zijne was maar nu niet meer

hoe groot zij is en g*d gelijk in haar gemaakte tijd
hoe klein de worm was die haar even binnendrong
hoe diep hij haar deed sidderen daar, hoe hol zij is

hoe vol van hem, een vorm van haat die op zichzelf
te woeden staat, te trillen en alleen als storm,
als kruinen wiegend in de wind te lezen is.

 

tuitieve_prognose
dv 11-09-2007 –  “tuïtieve prognose der onafwendbaarheden” – potlood – crayon op papier – A5

Categorieën
archiefdoos Grafiek lyriek Vertalingen - Bewerkingen

handwerk

handjes doe ter stond uw plicht
sleur de ballon van de gedachten
binnen in de schuur en duw en wacht:
zegt het ‘snik’ dan is het deurtje dicht.

vrij naar ‘The Balloon of the Mind’ van W.B. Yeats (170)

The Balloon of the Mind 

Hands, do what you’re bid;
 Bring the balloon of the mind
 That bellies and drags in the wind
 Into its narrow shed.

 

Dagsluiting

Lachwekkend natuurlijk, dit soort ongewild,  niet-herkend seksuele innuendo en ik lach graag mee hoor, maar au fond lachen we met onze eigen wanen en ons onvermogen om het verschil in ‘klare zone’ in de tijd te kunnen onderscheiden.

Zeker, wij hebben Freud op de schoolbanken onder ogen gekregen en worden dagelijks bestookt met seksuele grapjes die zich schijnbaar van alle taboes hebben ontdaan. Schijnbaar, want de nieuwe preutsheid en de repressieve moraal, het wijzende vingertje steekt overal de kop op, of moet ik al zeggen het hoofd (m/v/o)?

Het weglachen van een fantastisch lyrisch oeuvre omwille van wat wij nu als een hilarische tekortkoming zien, is een aanwezig en reëel gevaar. Net zoals we eeuwenlang de Middeleeuwen als ‘donker’ en ‘onwetend’ hebben afgedaan.
Er mag gelachen worden uiteraard, maar laat ons het houden bij een grapje effen om de spanning te ontladen, want wat het onderzoek onthult is steevast, keer op keer de  zeer ernstige en tot wanhoop drijvende consistentie van de menselijke dwaasheid en ons eigen jammerlijke falen. Oei, ernst, sorry, dat is nog 10 jaar taboe. En lering, eikes hoe vies!

In het werk van Karel van de Woestijne, een tijdgenoot van Yeats, vonden we onlangs een ‘schandalig’ vergoelijkend pederastengedicht (zie de reeks ‘Woestenij’ op de PLeE) waarin hij zijn vrouw dan nog eens een rol toebedeelt waarmee je nu zelfs een non in de gordijnen zou jagen. Hier ligt de duistere vlek midden in de hedendaagse ethische evidentie: dat wat wij gedachteloos veroordelen als ‘wat absólúut niet kan’.

Moeten we daarom dat werk links laten liggen? Of misschien toch eerder omdat die ethische miskleun er niet toevallig is en van de Woestijne toch echt wel dat grootse en dat tijdeloze mist dat Yeats wel heeft, lid ter hand of niet…? Bij het lezen gaat het er tenslotte om of je er wat aan hebt, niet of wat er beweert lijkt te worden nu ‘kan’ of niet ‘kan’. Of wat er ‘leuk’ gevonden gaat worden of niet.

Voor mij was die passage bij Kareltje genoeg om diens Verzameld Werk bij de berg ‘later misschien nog ‘s’ te doen belanden, voor het Neo-Kathedraals onderzoek naar de functie of Klasse ‘Auteur’ was het voortaan van weinig nut. Te veel ruis.

Die ethische evidentie zijn natuurlijk nog veel meer onderhevig aan verschuivingen dan psychologische reducties die wij dan weer als alles verklarend zien. Zo verbergt deze voor onze oren hilarisch vals klinkende noot een heel diepgaand confict tussen Yeats en de Modernisten bij monde van Joyce en Pound dat onder meer ook draait rond de onttovering van het magische door de ‘lagere’ werking van de lusten. Lees er ‘Ego Dominus Tuus’ maar op na, waar er een spanning wordt opgebouwd en opgehouden tussen twee polen die ook in onze tijd op diep-filosofische wijze weer plots brandend actueel zijn geworden (zie later).

Onze zekerheden en onze lachlust verdwijnen sneller dan dat we uitgelachen zijn.
Is het herhaaldelijk terugkerend beeld van de spuitende fontein bij Yeats (‘The abounding glittering jet‘ in The Tower o.m.)  ‘alleen maar’ een Freudiaans te duiden orgastische wensdroom? Wat als een seksuele ontlading plots op wetenschappelijk aantoonbare wijze onze breinen inderdaad in staat stelt om ‘kennis’ te verwerven die we op geen enkele andere manier bereiken kunnen omdat ze gesloten blijft voor elke logocentrische reductie? Wie gaat er dan om wat lachten en om wie?

Of hoe wisselvallig het ethische oordeel over de schriftuur wel niet is: is Lucebert plots onleesbaar geworden na de ‘onthullingen’ van zijn biograaf? Kunnen we na #metoo nog gedichten van Gerrit Achterberg de hemel inprijzen, lyriek van een veroordeeld moordenaar, verkrachter en verslaafde aan grensoverschrijdend gedrag? En de films van Woody Allen, die kan je toch niet meer gaan bekijken, laat staan aanprijzen?

Daarom lach ik graag mee om de willie’s van Bill en de in nauwe schuren weg te proppen ballon der geest die oprijst in de sleur- en rukwinden: ik hoor de mensen later lachen met onze dwaasheden nu en betreur met weinigen onder hen dan en met Yeats toen de onvermijdelijke tragiek van onze soort…

Kom Bill, steek uw ballonneke nu maar proper weg. Ik heb het even vrijgelaten en ja hoor: gelachen dat we hebben!

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

weet ge wat

weet ge wat schoon is vroeg ze nee
zei ik en ik wees naar haar bollen
uw bollen zijn wortels zei ik ja zei ze
maar weet ge wat schoon is vroeg
ze weer en nee zei ik dat weet ik niet

onnozele piet wat schoon is heb ik hier
tussen mijn billen maar gij met uw wortels
en uw bollen weet ge wat

gij krijgt dat niet.

 

bollenheks
dv 2010 – “bollenheks”

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

dood hout

 

“This sadnesse makes no approaches, but to kill.
It is a Darknesse hath blockt up my sense,
And drives it to eat on my offence,
Or there to starve it…”

Ben Jonson – Underwoods 40. An Elegie

vandaag is het
hout dood hout
dood hout

ik schuur je af schuur je
af ik snuif de houtgeur op met
rook en spuug en boenwas
drie dikke lagen was met

een oude onderbroek ja
blauw met lichte vlekken ja
de hemel houdt van jou

zonder mijn haat
kom je nergens

dood hout
het is vandaag
hout dood hout

 

dood_hout
dv 2008-2018 – “dood hout”

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

verhul dalfred

of de erg korte liefdesaffaire van Alfred met Hilda, de valse, vrouwelijke, zwarte messias-module

sluis8

 

dullafred abdulf red ral

hiddal hinnom af hildadal

hunna hunna
huver hanta vuurt
heur halfter rad

rad rad rad
mol bul mol
mal bal bil

tuuuuuuuuuuuuuuuuuut

twaar ut

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

5 methoden om de mens te vinden (5)

vijfde methode

blaas

 

Categorieën
archiefdoos Grafiek lyriek Vertalingen - Bewerkingen

aarzeling VI

’t rivierenland voor hem beneê
met in zijn ruiken geur van hooi
vers gedorst, de grote vorst van Choi
riep en schudde af de bergensneeuw:
“laat alle dingen maar vergaan”.

melkwit de ezel trekt de molensteen
waar Babylon of Nineve verscheen
een veroveraar nam teugels vast geheid
en riep tot mannen moe van strijd:
“laat alle dingen maar vergaan”.

van ’t bloedzompig hart zijn uitgegaan
de mensentakken dag en nacht
waarop gestoken hangt de schelle maan
wat betekent al die liederpracht?
“laat alle dingen maar vergaan”.

naar Vacillation VI van W.B. Yeats:

A rivery field spread out below,
An odour of the new-mown hay
In his nostrils, the great lord of Chou
Cried, casting off the mountain snow,
'Let all things pass away.'

Wheels by milk-white asses drawn
Where Babylon or Nineveh
Rose; some conquer drew rein
And cried to battle-weary men,
'Let all things pass away.'

From man's blood-sodden heart are sprung
Those branches of the night and day
Where the gaudy moon is hung.
What's the meaning of all song?
'Let all things pass away.'

roseroseroserose
dv2008-2018 – “EROS” -ink& water color A5


 

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

neologisme op city trip

mecanolobarcelona

barcelonees mecanolodiamauro

M ieren
E lke
C anaille
A ndrogeen
N atuurlijk
O nomwonden
L ikkebaren
O verdracht
D onkeren
I nnemend
A verechts
M onding
A kefietje
U urwerk
R ompslomp
O pgave

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

binnenin

Binnenin

bestaat de zanger:
bij de stalen kevers, bij het gruis
bij de vetten.

Monden spuwen bloed
in de bezongen monden.
In de bloedmonden duiken
de zingende monden, de lallende monden
de malende monden, de huilende monden
de happende monden en de sprekende monden.

Aan de walmen tandbederf en mondrot
ontsteekt de stem van de zanger
de vlam van de lyriek. Ook de tong

ontvlamt: zij lilt en trilt gloeiend
tussen de letters van het
ik, zij is versierd met witte spikkels
bevend in het slijm van de belijdenis:

o mond o kaak o tong o wilde zanger
geloofd zij uw klaarte.

Gij stroopt ons het vel
gij splijt ons de lippen
gij sproeit ons volmondig het gas in
dat druipende stolt tot uw kille zaad:

verlos ons heden van het onze
zoals wij u verlossen
van het uwe;

rakel de witte draden op
van onze ontwortelde lusten;

breng ons in bekoring
zoals wij de bekoring in ons brengen;

verspreek onze lijven
aan het donker van uw
nachten, haak het juichen
tussen wee en klachten
aan de ketting naar het hoge licht,
de kletterende ratel

naar de koepel van de dood,
de bel van buiten waarbinnen wij
bestaan aanmaken, het binnen
waarbuiten wij bestaan,

binnenin.

 

zijngordijn
dv 2008 – “het zijn als gordijn” – potlood – A5

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

Fictie, ontkennend

“Als de beweging van deze hernieuwde toeëigening inderdaad onbedwingbaar lijkt, dan is haar uiteindelijke mislukking er niet minder noodzakelijk om.”

Jaques Derrida, Hoe niet te spreken.
Vert. Rico Sneller, Kampen, 1997.

 

I

Zelfdruk van een werelddeel: ik had
een vinger in de inkt, legde
hem eruit, rolde met een vinger
die andere vinger, druipende,
over het papier, over

de bleke vrede van het uitgeschepte vel.
Verzwegen had ik weerom het geheim:
een dichte vlek ontnam elk zicht daarop. Plaats,
waar soms het zwart belijnde eenvoud werd,
waar steeds een deel naar niets afrolde.

Wie maakt welk onderscheid? Waarin
schuilt het meesterschap? Een kenner weet:
de zelfdrukkunst kent vele vragen.

 

vingerafdruk
dv 2005 – vingerafdruk

II

Men had haar veel te vaak als niets omschreven,
er was papier dat daar niet meer van hebben wou.
Dit zelfgeschepte slurpte inkt om haar te maken,
vond vermaak in dat beeld, wist zich draagster
van een kerngegeven, moeder van betekenis.

Zij voelde zich per afdruk deel geworden,
sprak tot mij, terwijl de tijd de afdruk mat:
hoe ik haar eerst onwennig, daarna zeker
voor een derde doel misbruiken zou, steeds
meer papier ter loutering éénzelfde bak in wou.

Vlotheid van beweging kreeg ik mettertijd, verfijning,
stijl & samenhang, zodat een ziel zich in de inkt
verschool & op het blad haar tupothenta gaf.

 

vingerafdruk2.jpg
dv 2005 – vingerafdruk 2

 

III

Ik rolde en rolde. Op een dag schoof de nagel
eraf. Vel werd vlees. Vlees week in draden voor been.
De afdruk werd stroever, er kraakte al wat, ze
fluisterde scherven, krijste een einde en brak
tot elke vorm onaanraakbaar donker verzonk.

Ik stapelde bladen, haar stem werd een echo.
Ik nummerde dagen, er was geen verband.
Ik telde vlekken, lijnen en gaten, scheurde
en lijmde, brak het zichtbaar verhaalde tot letters
en woorden, zonderde cijfers zwijgende af.

Pulp rest mij nu. Ik hef weer de bijl tussen duim
en een stomp: het raster vooruitgang, gericht
op een pink. Verhef je mijn deeltje, wijs

naar je wereld: jouw zelfdruk begint.

Categorieën
archiefdoos gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

het oneinde

het oneinde komt
de lippen bibberen het speeksel
belt de warmte stort vuile
heetwaterklank op vingerdikke
oliejekkers

er wordt stroomafwaarts afgetakt
meedogenloos het groen
gulpt uit de twijgenzee
galathea lonkt en slokt
volmondig

dragon oppert iemand om de avond te merken
samen zijn we samen samen zijn we sterk

onze armen verarmen, onze rijken reiken ver
vergeet ons niet zoals wij u vergaten wij hadden ook uw tronie
wij hadden uw gave en uw kennis en uw ranzige geloof en

wij brachten u water, water brachten wij u
wij kwamen samen, samen kwamen wij om

blauw (blauw)
ik (wij)
jij (wij)
dit (it)
(om)
u

invoer (2008)


oneinde
dv 2008 – “studente” -ink & water colour – A5