Categorie: Kathedraalse Leer

journal intime #145

145 – la Ville aux murailles bardées – JENEVERBESSEN

Het aambeeld der krachten (2)

lees eerst het eerste stuk

Maar achter dit visioen van het absolute, achter dit systeem van planten, sterren, tot op het bot afgesneden terreinen, achter dit vurige vlokken van kiemen, deze onderzoeksgeometrie, dit wentelsysteem van pieken, achter dit ploegijzer dat in de geest is geplant en deze geest die zijn vezels afgeeft, haar sedimenten ontdekt, achter deze hand van de mens die uiteindelijk zijn harde duim afdrukt en zijn betasten tekent, achter deze mengeling van manipulatie en hersens, en deze putten in alle zintuigen van de ziel, deze grotten in de werkelijkheid,

staat de Stad met zijn getraliede muren, de immens hoge Stad, die net niet te veel van de hele hemel heeft om er een plafond van te maken waar planten in tegengestelde richting groeien en met de snelheid van de vergooide sterren.

Een stad van grotten en muren die boven de absolute afgrond haar volle bogen en kelders uitsteekt als bruggen.

In de holte van de bogen, in de boog van de bruggen wil je de holte van een bovenmatig grote schouder invoegen, een schouder waaruit het bloed wijkt. Om je lichaam te laten rusten, om je hoofd te plaatsen waar de dromen krioelen, op de boord van deze reusachtige kroonlijsten waarboven het firmament zich verheft.

Want een Bijbelse hemel is er met witte wolken overheen. Maar de zachte dreiging van die wolken. Maar de stormen. En die Sinaï waarvan ze de vlammen doorlaten. Maar de gedragen schaduw van de aarde, en het gedempte, kalkachtige licht. Maar die schaduw in de vorm van een geit eindelijk, en die bok! En de Sabbat der Constellaties.

Een schreeuw om het allemaal te vatten en een taal1) overal waar Artaud ‘langue’ schrijft dien je zowel ‘taal’ als ‘tong’ te lezen, denk ik, het is één betekenaar die altijd dubbel gebeurt, de splijtzwam van zijn Frans, zijn ‘moelle’ (mots d’elle, moedertaal in zijn mouwa -‘moi’), het vrouwelijke merg in zijn botten dat zwanger is van de haven, de zee en van de taaltijd die historisch voortschrijd doorheen de lichamen om mij aan op te hangen.

Al deze getijden beginnen bij mij.

Toon mij de insteek van de aarde, het scharnier van mijn geest, het vreselijke begin van mijn nagels. Een blok, een groot vals blok scheidt mij van mijn leugens. En dat blok is van eender welke kleur die men wil.

De wereld kwijlt daar als de zee op de rotsen, en ik met de getijden van de liefde.

Honden, zijn jullie klaar met het rollen van die kiezelstenen op mijn ziel? Ik. Ik. Draai de bladzijde om van het gruis. Ook ik hoop op het hemelse grind en het strand dat zonder randen is. Dit vuur moet met mij beginnen. Dat vuur en die tongen, en de grotten van mijn dracht. Moge de blokken ijs terugkomen en stranden onder mijn tanden. Ik heb een dikke schedel, maar mijn ziel is glad, mijn hart van gestrande materie. Ik heb geen meteoren, mij is afwezigheid van vlammende balgen. Ik zoek in mijn slokdarm naar namen, en als van de dingen de trillende wimper. De geur van het niets, een zweem van het absurde, de mest van geheel de dood… Het lichte en verdunde lichaamsvocht. Ik ook wacht gewoon op de wind. Of het nu liefde of ellende heet, het kan bij mij slechts aarden op een strand van botten.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.141 -144]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Mais derrière cette vision d’absolu, ce système de plantes, d’étoiles, de terrains tranchés jusqu’à l’os, derrière cette ardente floculation de germes, cette géométrie de recherches, ce système giratoire de sommets, derrière ce soc planté dans l’esprit et cet esprit qui dégage ses fibres, découvre ses sédiments, derrière cette main d’homme enfin qui imprime son pouce dur et dessine ses tâtonnements, derrière ce mélange de manipulations et de cervelle, et ces puits dans tous les sens de l’âme, et ces cavernes dans la réalité,

se dresse la Ville aux murailles bardées, la Ville immensément haute, et qui n’a pas trop de tout le ciel pour lui faire un plafond où des plantes poussent en sens inverse et avec une vitesse d’astres jetés.

Cette ville de cavernes et de murs qui projette sur l’abîme absolu des arches pleines et des caves comme des ponts.

Que l’on voudrait dans le creux de ces arches, dans l’arcature de ces ponts insérer le creux d’une épaule démesurément grande, d’une épaule où diverge le sang. Et placer son corps en repos et sa tête où fourmillent les rêves, sur le rebord de ces corniches géantes où s’étage le firmament.

Car un ciel de Bible est dessus où courent des nuages blancs. Mais les menaces douces de ces nuages. Mais les orages. Et ce Sinaï dont ils laissent percer les flammèches. Mais l’ombre portée de la terre, et l’éclairage assourdi et crayeux. Mais cette ombre en forme de chèvre enfin et ce bouc ! Et le Sabbat des Constellations.

Un cri pour ramasser tout cela et une langue pour m’y pendre.

Tous ces reflux commencent à moi.

Montrez-moi l’insertion de la terre, la charnière de mon esprit, le commencement affreux de mes ongles. Un bloc, un immense bloc faux me sépare de mon mensonge. Et ce bloc est de la couleur qu’on voudra.

Le monde y bave comme la mer rocheuse, et moi avec les reflux de l’amour.

Chiens, avez-vous fini de rouler vos galets sur mon âme. Moi. Moi. Tournez la page des gravats. Moi aussi j’espère le gravier céleste et la plage qui n’a plus de bords. Il faut que ce feu commence à moi. Ce feu et ces langues, et les cavernes de ma gestation. Que les blocs de glace reviennent s’échouer sous mes dents. J’ai le crâne épais, mais l’âme lisse, un cœur de matière échouée. J’ai absence de météores, absence de soufflets enflammés. Je cherche dans mon gosier des noms, et comme le cil vibratile des choses. L’odeur du néant, un relent d’absurde, le fumier de la mort entière… L’humour léger et raréfié. Moi aussi je n’attends que le vent. Qu’il s’appelle amour ou misère, il ne pourra guère m’échouer que sur une plage d’ossements.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. overal waar Artaud ‘langue’ schrijft dien je zowel ‘taal’ als ‘tong’ te lezen, denk ik, het is één betekenaar die altijd dubbel gebeurt, de splijtzwam van zijn Frans, zijn ‘moelle’ (mots d’elle, moedertaal in zijn mouwa -‘moi’), het vrouwelijke merg in zijn botten dat zwanger is van de haven, de zee en van de taaltijd die historisch voortschrijd doorheen de lichamen

journal intime #144

144 – le centre blancs des convulsions – STUDIEHOOFD

Het aambeeld der krachten (1)

De vloed, de walging, deze riemen, hier is het dat het Vuur begint. Het vuur der tongen. Het vuur in een weefsel tongdraaiingen, in de weerschijn van de aarde die zich opent als een buik in barensnood, met ingewanden van honing en suiker. Met al zijn obscene wonden gaapt deze zachte buik, maar het vuur giert er overheen met vurige draaitongen die op hun puntje zuchten als van dorst. Dit verwrongen vuur als wolken in helder water, met het licht ernaast dat een regel trekt en wimpers tekent. En de aarde aan alle kanten open gehaald toont dorre geheimen. Geheimen zoals oppervlakken. De aarde en haar zenuwen, en haar prehistorische eenzaamheid, de aarde in haar primitieve geologie, waar delen van de wereld worden blootgelegd in een schaduw zo zwart als steenkool. – De aarde is moeder onder het ijs van het vuur. Zie het vuur in de Drie Stralen, met de bekroning van zijn manen waarin de ogen wemelen. Myriaden van duizendpotige ogen. Het brandend verkrampte centrum van dit vuur is als het splijtpunt van de donder aan de kim van het firmament. Het witte midden van de stuiptrekkingen. De absolute schittering in de schermutseling van de kracht. Het ontstellende punt van de kracht die uitbreekt in geheel blauw tumult.

De Drie Stralen vormen een waaier waarvan de takken steil naar beneden vallen en convergeren naar hetzelfde centrum. Dit centrum is een melkachtige schijf bedekt met een eclipsenspiraal.

De schaduw van de eclips vormt een muur op het zigzaggen van het hemelse hoge metselwerk.

Maar boven de hemel is er het Dubbelpaard 1)‘Double-Cheval’ – geen mogelijke bron gevonden, ik dacht ff aan een verkleedkostuum zoals in het cirkus. De evocatie van het Paard baadt in het licht van de kracht, tegen de fond van een versleten muur en tot op de draad gekneld. De draad van zijn dubbele schof. En in hem is de eerste van de twee veel vreemder dan de andere. Hij is het die de schittering verzamelt waarvan de tweede alleen de zware schaduw is.

Lager nog dan de schaduw van de muur maken het hoofd en de borst van het paard een schaduw, alsof al het water in de wereld de opening van een put oplicht.

De open waaier domineert een piramide van toppen, een groots concert van pieken . Het idee van een woestijn zweeft over die toppen, en daarop vlot een in verval geraakte ster, gruwelijk, onbegrijpelijk opgehangen. Opgeschort zoals het goede in de mens, of het kwaad in de handel van mens tot mens, of de dood in het leven. Wentelkracht der sterren.

Wordt vervolgd…

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.141 -144]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

L’ENCLUME DES FORCES

Ce flux, cette nausée, ces lanières, c’est dans ceci que commence le Feu. Le feu de langues. Le feu tissé en torsades de langues, dans le miroitement de la terre qui s’ouvre comme un ventre en gésine, aux entrailles de miel et de sucre. De toute sa blessure obscène il bâille ce ventre mou, mais le feu bâille par-dessus en langues tordues et ardentes qui portent à leur pointe des soupiraux comme de la soif. Ce feu tordu comme des nuages dans l’eau limpide, avec à côté la lumière qui trace une règle et des cils. Et la terre de toutes parts entr’ouverte et montrant d’arides secrets. Des secrets comme des surfaces. La terre et ses nerfs, et ses préhistoriques solitudes, la terre aux géologies primitives, où se découvrent des pans du monde dans une ombre noire comme le charbon. – La terre est mère sous la glace du feu. Voyez le feu dans les Trois Rayons, avec le couronnement de sa crinière où grouillent des yeux. Myriades de myriapodes d’yeux. Le centre ardent et convulsé de ce feu est comme la pointe écartelée du tonnerre à la cime du firmament. Le centre blanc des convulsions. Un absolu d’éclat dans l’échauffourée de la force. La pointe épouvantable de la force qui se brise dans un tintamarre tout bleu.

Les Trois Rayons font un éventail dont les branches tombent à pic et convergent vers le même centre. Ce centre est un disque laiteux recouvert d’une spirale d’éclipses.

L’ombre de l’éclipse fait un mur sur les zigzags de la haute maçonnerie céleste.

Mais au-dessus du ciel est le Double-Cheval. L’évocation du Cheval trempe dans la lumière de la force, sur un fond de mur élimé et pressé jusqu’à la corde. La corde de son double poitrail. Et en lui le premier des deux est beaucoup plus étrange que l’autre. C’est lui qui ramasse l’éclat dont le deuxième n’est que l’ombre lourde.

Plus bas encore que l’ombre du mur, la tête et le poitrail du cheval font une ombre, comme si toute l’eau du monde élevait l’orifice d’un puits.

L’éventail ouvert domine une pyramide de cimes, un immense concert de sommets. Une idée de désert plane sur ces sommets au-dessus desquels un astre échevelé flotte, horriblement, inexplicablement suspendu. Suspendu comme le bien dans l’homme, ou le mal dans le commerce d’homme à homme, ou la mort dans la vie. Force giratoire des astres.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. ‘Double-Cheval’ – geen mogelijke bron gevonden, ik dacht ff aan een verkleedkostuum zoals in het cirkus

journal intime #143

143 – l’étage élevé d’un secret – HOOFDSTUDIE

het haar van Uccello (2)

lees eerst het eerste deeltje

Toen je twee vrienden van je en jezelf op een goed bereid doek schilderde, liet jij een schaduw op het doek vallen als van een vreemd katoen, waarin ik jouw spijt en jouw verdriet, Paolo Uccello, kan onderscheiden, slecht belicht. Rimpels, Paolo Uccello, dat zijn veters, maar de haren zijn tongen. In een van je schilderijen, Paolo Uccello, zag ik het licht van een tong in de fosforische schaduw van de tanden. Het is via de tong dat je aansluiting vindt bij de levende uitdrukking in levenloze doeken. En het is daar doorheen dat ik leef, Uccello helemaal opgezwollen in je baard, die je mij van tevoren begrijpelijk had gemaakt en gedefinieerd. Gezegend ben jij, jij die de rotsige, aardse voorliefde voor het diepzinnige had. Je leefde in dat idee als in een bezield gif. En in de kringen van dat idee draai je eeuwig om en ik achtervolg je op de tast met als leidraad het licht van die tong die me vanuit de diepte van een wonderbaarlijke mond roept. De aardse, rotsige voorliefde voor diepzinnigheid: mij ontbreekt het in elke hoedanigheid aan aarde. Voorzag je echt dat ik met open mond in deze lage wereld zou neerstrijken en met een eeuwig verbaasde geest. Voorzag jij al deze kreten in alle betekenissen van de wereld en van de taal, als een radeloos afgewikkelde draad. Het grote geduld van de rimpels is wat je heeft gered van een vroegtijdige dood. Want ik weet dat je geboren bent met een geest die even hol is als de mijne, maar je kon die op minder dan het spoor en de geboorte van een wimper fixeren. Op de breedte van een haar eraf balanceer je bij een afschrikwekkende afgrond en toch blijf je er voor altijd van verwijderd.

Maar ik zegen ook, Uccello, jongentje, vogeltje, afgescheurd lichtje, ik zegen jouw stilte die zo goed is geaard. Afgezien van die lijnen die je als berichtengebladerte van je hoofd afduwt, blijft er van jou enkel de stilte en het geheim van je gesloten kleed. Twee of drie tekens in de lucht, welke man beweert er meer te leven te hebben dan deze drie tekens, en aan wie zou men tijdens de lange uren dat ze duren meer durven vragen dan de stilte die eraan voorafgaat of die er op volgt. Ik voel hoe elke steen van de wereld en de fosfor van de uitgestrektheid die mijn passage teweegbrengt, een weg doorheen mij vindt. Dat vormt de woorden met een zwarte lettergreep in de weigrond van mijn hersenen. Jij, Uccello, leert om niet meer dan een lijn te zijn, en het hogere verdiep van een geheim.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.138 -140]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Quand tu peignais tes deux amis et toi-même dans une toile bien appliquée, tu laissas sur la toile comme l’ombre d’un étrange coton, en quoi je discerne tes regrets et ta peine, Paolo Uccello, mal illuminé. Les rides, Paolo Uccello, sont des lacets, mais les cheveux sont des langues. Dans un de tes tableaux, Paolo Uccello, j’ai vu la lumière d’une langue dans l’ombre phosphoreuse des dents. C’est par la langue que tu rejoins l’expression vivante dans les toiles inanimées. Et c’est par là que je vis, Uccello tout emmaillotté dans ta barbe, que tu m’avais à l’avance compris et défini. Bienheureux sois-tu, toi qui as eu la préoccupation rocheuse et terrienne de la profondeur. Tu vécus dans cette idée comme dans un poison animé. Et dans les cercles de cette idée tu tournes éternellement et je te pourchasse à tâtons avec comme fil la lumière de cette langue qui m’appelle du fond d’une bouche miraculée. La préoccupation terrienne et rocheuse de la profondeur, moi qui manque de terre à tous les degrés. Présumas-tu vraiment ma descente dans ce bas monde avec la bouche ouverte et l’esprit perpétuellement étonné. Présumas-tu ces cris dans tous les sens du monde et de la langue, comme d’un fil éperdument dévidé. La longue patience des rides est ce qui te sauva d’une mort prématurée. Car, je le sais, tu étais né avec l’esprit aussi creux que moi-même, mais cet esprit, tu pus le fixer sur moins de chose encore que la trace et la naissance d’un cil. Avec la distance d’un poil, tu te balances sur un abîme redoutable et dont tu es cependant à jamais séparé.

Mais je bénis aussi, Uccello, petit garçon, petit oiseau, petite lumière déchirée, je bénis ton silence si bien planté. À part ces lignes que tu pousses de la tête comme une frondaison de messages, il ne reste de toi que le silence et le secret de ta robe fermée. Deux ou trois signes dans l’air, quel est l’homme qui prétend vivre plus que ces trois signes, et auquel, le long des heures qui le couvrent, songerait-on à demander plus que le silence qui les précède ou qui les suit. Je sens toutes les pierres du monde et le phosphore de l’étendue que mon passage entraîne, faire leur chemin à travers moi. Ils forment les mots d’une syllabe noire dans les pacages de mon cerveau. Toi, Uccello, tu apprends à n’être qu’une ligne et l’étage élevé d’un secret.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #142

142 – le ramage d’une mer de cheveux – BOOMSTAM

het haar van Ucello (1)

voor Génica

Uccello, mijn vriend, mijn fantasme, je hebt deze mythe van het haar geleefd. De schaduw van die grote maanhand als je de fantasmen van je brein afdrukt, zal nooit de vegetatie aan je oor bereiken, die draait en naar links krioelt met al je hartswinden. Links de haren, Uccello, links de dromen, links de nagels, links het hart. Het is links dat alle schaduwen zich openen, vanuit de hoofdbeuken, zoals de lichaamsopeningen. Met je hoofd op deze tafel waar de hele mensheid kapseist, wat zie je anders dan de immense schaduw van een haar. Een haar als twee bossen, als drie vingernagels, als een weide van wimpers, als een gritsel in het gras van de hemel. De wereld gewurgd, en opgehangen, en eeuwig wankelend op de vlakte van deze platte tafel waar je je zware hoofd buigt. En bij jou, als je de gezichten ondervraagt, wat zie je anders dan een circulatie van twijgen, een rooster van adertjes, het kleine spoor van een rimpel, de tuil van een zee haren. Alles draait, alles trilt en wat is het oog nog ontdaan van zijn wimpers. Was, was de wimpers, Uccello, was de lijnen, was het trillende spoor van haren en rimpels op de gezichten die aan de doden hangen en die naar je kijken als eieren, en in je monsterlijke handpalm vol maanlicht als een licht van gal, hier is nog steeds het gestrenge spoor van je haren die tevoorschijn komen met hun fijne lijntjes zoals de dromen in je drenkelingenbrein. Van het ene haartje naar het andere, hoeveel geheimen en hoeveel oppervlakken. Maar twee haren het ene naast het andere, Uccello. De ideale lijn van hardnekkige fijne haren, twee keer herhaald. Er zijn rimpels die om de gezichten heen gaan en zich uitstrekken tot in de nek, maar onder het haar zijn er óók rimpels, Uccello. En je kan ook helemaal om dit ei heen gaan dat iets tussen steen en ster in is, en dat als enige de dubbele animatie der ogen heeft.

lees verder: deel 2

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.138 -140]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

UCCELLO LE POIL

pour Génica.

Uccello, mon ami, ma chimère, tu vécus avec ce mythe de poils. L’ombre de cette grande main lunaire où tu imprimes les chimères de ton cerveau, n’arrivera jamais jusqu’à la végétation de ton oreille, qui tourne et fourmille à gauche avec tous les vents de ton cœur. À gauche les poils, Uccello, à gauche les rêves, à gauche les ongles, à gauche le cœur. C’est à gauche que toutes les ombres s’ouvrent, des nefs, comme d’orifices humains. La tête couchée sur cette table où l’humanité tout entière chavire, que vois-tu autre chose que l’ombre immense d’un poil. D’un poil comme deux forêts, comme trois ongles, comme un herbage de cils, comme d’un râteau dans les herbes du ciel. Étranglé le monde, et suspendu, et éternellement vacillant sur les plaines de cette table plate où tu inclines ta tête lourde. Et auprès de toi quand tu interroges des faces, que vois-tu, qu’une circulation de rameaux, un treillage de veines, la trace minuscule d’une ride, le ramage d’une mer de cheveux. Tout est tournant, tout est vibratile, et que vaut l’œil dépouillé de ses cils. Lave, lave les cils, Uccello, lave les lignes, lave la trace tremblante des poils et des rides sur ces visages pendus de morts qui te regardent comme des œufs, et dans ta paume monstrueuse et pleine de lune comme d’un éclairage de fiel, voici encore la trace auguste de tes poils qui émergent avec leurs lignes fines comme les rêves dans ton cerveau de noyé. D’un poil à un autre, combien de secrets et combien de surfaces. Mais deux poils l’un à côté de l’autre, Uccello. La ligne idéale des poils intraduisiblement fine et deux fois répétée. Il y a des rides qui font le tour des faces et se prolongent jusque dans le cou, mais sous les cheveux aussi il y a des rides, Uccello. Aussi tu peux faire tout le tour de cet œuf qui pend entre les pierres et les astres, et qui seul possède l’animation double des yeux.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #141

141 – a thin insipid potation to drink – STAMBOOM

L. Andreijev – Het theater van de toekomst

In het theater van de toekomst zal er geen publiek zijn: dat is de eerste en fundamentele vereiste van het nieuwe theater; het is essentieel voor de samenleving om een einde te maken aan de situatie waarin sommigen dineren terwijl anderen toekijken – laat iedereen naar het feest komen! De afschaffing van het publiek zal , zo lijkt het mij, op twee manieren tot stand komen, manieren die zowel logisch als onvermijdelijk zijn.

Het publiek in de schouwburg zal verdwijnen omdat de schouwburg zelf geleidelijk aan vervaagt en opgaat in het leven zelf; het zal niet langer een bijzonder gebouw zijn met politieagenten bij de hoofdingang, maar een vrolijk element worden in het dagelijks leven van elk individu. Mensen zullen voor zichzelf optreden, zonder publiek en zonder acteurs. Al die euritmie, dat dansen, die schijnprocessen, die grappige futuristen in de Tverskayastraat met hun geschilderde gezichten en kleurige kleren – dit alles en nog veel meer dat de lezer ons met plezier in herinnering brengt, zegt ons één ding: het leven is geplunderd, het is afgestoten van het spel zoals van een kan melk de room is afgeroomd, zodat de mensen een slap, smakeloos drankje te drinken krijgen; het leven eist dat het spel terugkeert naar het voorouderlijke huis van het leven als een verloren zoon van zijn tegendraadse omzwervingen.

Hoe dit in de praktijk zal worden gebracht weet ik natuurlijk niet, en ik denk er niet eens al te veel over na – het leven ontwikkelt en groeit zo snel dat allerlei wonderen denkbaar worden.
En is het echt zo’n wonder dat we in zekere mate zelf scheppers en kunstenaars, schrijvers en muzikanten worden; niet alleen om te kijken en te luisteren, maar om met onze eigen handen iets te creëren voor onze eigen vreugde! Het probleem is immers niet dat er een gebrek is aan getalenteerde mensen, maar dat er te weinig grond is voor hen – vitaal zaad gaat rotten in vochtige magazijnen. Wie zou voor het vliegtuig hebben gezegd dat de wereld zoveel mannen had met buitengewone moed en vastberadenheid, met zo’n fysieke en spirituele volmaaktheid?

We klaagden over ontaarding, en dan dit! Denk eens na over dit wonder: gisteren was de mens als een boer op een koets, slaperig, gelei-achtig, volkomen passief, terwijl hij vandaag in een auto rijdt, die snelle furieuze machine met zijn nood aan bovenmenselijke concentratie en aan extreme scherpte van blik en verstand.

Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn zonder speeltalent en zullen er altijd mensen zijn met een bijzonder talent en liefde voor het spel – en de eerste zal toekijken, als ze dat willen, terwijl de tweede met een bepaalde vaardigheid zal optreden.
Maar het zal geen theater zijn, met zijn verplichte indeling in acteurs en publiek: het is immers geen theater als oude mannen toekijken, lachen en zuchten, zoals kinderen spelen!

De ontwikkeling van het sociale leven belooft een nieuw terrein voor dit niet-theatrale toneelstuk: er zullen processies zijn waaraan de massa’s zullen deelnemen; misschien zal het mysteriestuk op een ietwat gewijzigde basis opnieuw worden opgevoerd, maar met de onmisbare voorwaarde dat iedereen aan de voorstelling kan deelnemen. Vanuit dit oogpunt belooft de toekomst zoveel dat het een ijdele klus zou zijn om naar het oude en het versletene te kijken voor antwoorden.

Zo zijn we bijvoorbeeld nog steeds niet goed op de hoogte van het sociale drama: het was onmogelijk onder de omstandigheden van het oude leven, het oude theater. We hebben nog geen toneelstukken waarin het volk, de massa de hoofdrolspeler zou zijn, en niet een individuele persoonlijkheid tegen de achtergrond van een paar dozijn figuranten.
De intrede van de massa’s in de arena van de geschiedenis, waarvoor de huidige eeuw in herinnering zal worden gebracht, zal het theater uit zijn donkere steegje leiden naar de open vrijheid van straten en pleinen; en, wie weet, misschien worden er scenario’s geschreven, als dat de juiste naam is, voor producties waaraan de hele miljoenenstad zal deelnemen …

Wat kunnen we hiervan weten, wij die onderworpen zijn aan de samenscholingswet en niet eens in groepjes van vier kunnen samenkomen zonder dat iemand ons onmiddellijk verspreidt?

Leonid Andreijev,
uit “Brieven over het Theater – Tweede brief” – 1914

vertaald uit het Engels van de vertaling van Michael Green in [GREEN 2013]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #140

de klare Abélard (slot)

Abélard met afgesneden handen. Welke symfonie kan voortaan nog tippen aan die gruwelijke papieren kus. Héloise eet vuur. Open een deur. Ga een trap op. Bel aan. De zachte, geplette borsten rijzen op. Haar huid is veel lichter op de borsten. Het lichaam is wit, maar bezoedeld, want geen enkele vrouwenbuik is zuiver. De huid heeft schimmelkleuren. De buik ruikt goed, maar hoe armtierig toch. En zovele generaties dromen hiervan. Hij is er. De man Abélard heeft het. Illustere buik. Dat is het en dat is het niet. Eet stro, eet vuur. De kus opent de grotten waarin de zee komt sterven. Daar heb je het, dat spasme waarbij de hemel ineenstort, waar een spirituele coalitie op uitloopt, EN HET KOMT VAN MIJ. Ah! hoe ik mij niets meer nog voel dan ingewanden, met niets van geestelijke brug nog boven mij. Zonder al die magische betekenissen, al die geheimen erbij. Zij en ik. We zijn er helemaal. Ik houd haar vast. Ik kus haar. Een laatste kracht weerhoudt mij, bevriest mij. Ik voel tussen mijn dijen dat de kerk mij tegenhoudt, en klaagt, zal ze mij verlammen? Zal ik mij terugtrekken? Nee, nee, ik verbrijzel de laatste muur. St. Franciscus van Assisi, die mijn geslacht bewaarde, verdwijnt. Sint Brigitte opent mijn tanden. Sint Augustinus maakt mijn riem los. De heilige Catharina van Siena legt God te slapen. Het is voorbij, het is voorbij, ik ben geen maagd meer. De hemelmuur is omgedraaid. De universele waanzin heeft mij gewonnen. Ik sla mijn genot uit tot de hoogste top van de ether.

Maar nu hoort de heilige Héloise hem. Later, oneindig veel later, hoort ze hem en spreekt ze met hem. Een soort nacht vult haar tanden. Komt binnen en brult in de grotten van haar schedel. Ze opent het deksel van zijn graf met haar hand van mierenbot. Het klinkt als een geit in een droom. Ze beeft, maar hij beeft veel meer dan zij. Arme man! Arme Antonin Artaud! Hij is het inderdaad, de impotente die de sterren beklimt, die zijn zwakte probeert te confronteren met de kardinale coördinaten der elementen, die uit elk der subtiele of gestolde gezichten van de natuur poogt een gedachte samen te stellen die stand houdt, een beeld dat overeind blijft. Als hij al die elementen zou kunnen creëren, op zijn minst een metafysica van rampen zou kunnen voorzien, het begin zou de ineenstorting zijn!

Héloise betreurt in de plaats van haar buik geen muur te hebben zoals die waarop ze leunde toen Abélard haar obsceen met zijn pik prangde. Voor Artaud is ontbering het begin van de door hem gewenste dood. Maar wat een prachtig beeld biedt ons de gecastreerde!

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.134 -137]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Abélard s’est coupé les mains. À cet atroce baiser de papier, quelle symphonie est désormais égale. Héloïse mange du feu. Ouvre une porte. Monte un escalier. On sonne. Les seins écrasés et doux se soulèvent. Sa peau est beaucoup plus claire sur les seins. Le corps est blanc, mais terni, car aucun ventre de femme n’est pur. Les peaux ont la couleur du moisi. Le ventre sent bon, mais combien pauvre. Et tant de générations rêvent à celui-là. Il est là. Abélard en tant qu’homme le tient. Ventre illustre. C’est cela et ce n’est pas cela. Mange la paille, le feu. Le baiser ouvre ses cavernes où vient mourir la mer. Le voilà ce spasme où concourt le ciel, vers lequel une coalition spirituelle déferle, ET IL VIENT DE MOI. Ah ! comme je ne me sens plus que des viscères, sans au-dessus de moi le pont de l’esprit. Sans tant de sens magiques, tant de secrets surajoutés. Elle et moi. Nous sommes bien là. Je la tiens. Je l’embrasse. Une dernière pression me retient, me congèle. Je sens entre mes cuisses l’Église m’arrêter, se plaindre, me paralysera-t-elle ? Vais-je me retirer ? Non, non, j’écarte la dernière muraille. Saint François d’Assise, qui me gardait le sexe, s’écarte. Sainte Brigitte m’ouvre les dents. Saint Augustin me délie la ceinture. Sainte Catherine de Sienne endort Dieu. C’est fini, c’est bien fini, je ne suis plus vierge. La muraille céleste s’est retournée. L’universelle folie me gagne. J’escalade ma jouissance au sommet le plus haut de l’éther.

Mais voici que sainte Héloïse l’entend. Plus tard, infiniment plus tard, elle l’entend et lui parle. Une sorte de nuit lui remplit les dents. Entre en mugissant dans les cavernes de son crâne. Elle entr’ouvre le couvercle de son sépulcre avec sa main aux osselets de fourmi. On croirait entendre une bique dans un rêve. Elle tremble, mais lui tremble beaucoup plus qu’elle. Pauvre homme ! Pauvre Antonin Artaud ! C’est bien lui cet impuissant qui escalade les astres, qui s’essaie à confronter sa faiblesse avec les points cardinaux des éléments, qui, de chacune des faces subtile ou solidifiée de la nature, s’efforce de composer une pensée qui se tienne, une image qui tienne debout. S’il pouvait créer autant d’éléments, fournir au moins une métaphysique de désastres, le début serait l’écroulement !

Héloïse regrette de n’avoir pas eu à la place de son ventre une muraille comme celle sur laquelle elle s’appuyait quand Abélard la pressait d’un dard obscène. Pour Artaud la privation est le commencement de cette mort qu’il désire. Mais quelle belle image qu’un châtré !

journal intime #139

jt 139 – pauvre Antonin Artaud! – RACEAUTO

De klare Abélard (2)

Het is een vreemde mooie dag. Voortaan enkel nog mooie dagen. Vanaf vandaag is Abélard niet langer kuis. De strakke keten der boeken is verbroken. Hij renonceert de kuise coïtus en Gods permissie.

Hoe zoet is niet de coïtus! Zelfs de menselijke, zelfs terwijl je geniet van het lichaam van de vrouw, welk een serafijne sensualiteit binnen handbereik! De hemel binnen het bereik van de aarde, minder mooi dan de aarde. Een paradijs ingebed in haar nagels.

Maar dat de dij van een vrouw de roep der siderische lichten achter zich laat, zelfs wanneer die bovenin de toren zijn gemonteerd. Is Abélard niet de priester voor wie de liefde zo klaar is?

De coïtus is klaar, de zonde is duidelijk. Zo helder. Wat ’n kiemen, hoe zoet zijn niet deze bloemen voor het bleke geslacht, hoe vraatzuchtig zijn niet de genotskoppen, die aan het uiterste eind van genot de klaprozen spreiden. De klaprozen der klanken, de gevleugelde klaprozen van dag en muziek, als magnetische vogelpluk. Het plezier maakt indringende mystieke muziek op het scherp van een ranke droom. Oh! die droom waarin de liefde toestemt om haar ogen weer te openen! Ja, Héloise, jij bent het waar ik binnenloop met al mijn filosofie, in jou geef ik de ornamenten op, en in plaats daarvan geef ik je mannen wier geest trilt en glinstert in jou.-
Laat de Geest zichzelf bewonderen, want eindelijk bewondert de Vrouw Abélard. Laat dit schuim tegen de diepe en stralende wanden vloeien. De bomen. Attila’s vegetatie.

Hij heeft het. Hij bezit het. Ze verstikt hem. En elke bladzijde spant zijn boog en gaat verder. Dit boek, waarin je het blad der breinen omslaat.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.134 -137]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Il fait étrangement beau. Car il ne peut plus maintenant que faire beau. À partir d’aujourd’hui, Abélard n’est plus chaste. La chaîne étroite des livres s’est brisée. Il renonce au coït chaste et permis de Dieu.

Quelle douce chose que le coït ! Même humain, même en profitant du corps de la femme, quelle volupté séraphique et proche ! Le ciel à portée de la terre, moins beau que la terre. Un paradis encastré dans ses ongles.

Mais que l’appel des éclairages sidéraux, même monté au plus haut de la tour, ne vaut pas l’espace d’une cuisse de femme. N’est-ce pas Abélard le prêtre pour qui l’amour est si clair ? Que le coït est clair, que le péché est clair. Si clair. Quels germes, comme ces fleurs sont douces au sexe pâmé, comme les têtes du plaisir sont voraces, comme à l’extrême bout de la jouissance le plaisir répand ses pavots. Ses pavots de sons, ses pavots de jour et de musique, à tire-d’aile, comme un arrachement magnétique d’oiseaux. Le plaisir fait une tranchante et mystique musique sur le tranchant d’un rêve effilé. Oh ! ce rêve dans lequel l’amour consent à rouvrir ses yeux ! Oui, Héloïse, c’est en toi que je marche avec toute ma philosophie, en toi j’abandonne les ornements, et je te donne à la place les hommes dont l’esprit tremble et miroite en toi. – Que l’Esprit s’admire, puisque la Femme enfin admire Abélard. Laisse jaillir cette écume aux profondes et radieuses parois. Les arbres. La végétation d’Attila.

Il l’a. Il la possède. Elle l’étouffe. Et chaque page ouvre son archet et s’avance. Ce livre, où l’on retourne la page des cerveaux.

journal intime #138

De heldere Abélard (1)

Het fluisterende raamwerk vormt op het glas van zijn geest altijd dezelfde tekenen van liefde, dezelfde hartelijke uitwisselingen die hem misschien zouden kunnen redden van zijn man-zijn, mocht hij ermee instemmen om zichzelf te redden van de liefde.

Hij moet toegeven. Hij zal zich niet meer kunnen houden. Hij geeft toe. Dit melodieuze bruisen dwingt hem. Zijn geslacht klopt: een kwelwind fluistert, het geluid ervan is hoger dan de lucht. De rivier rolt vrouwenlijken om. Is het Ophelia, Beatrice, Laura? Neen, inkt, neen, wind, neen, rietvelden, oevers, schuim, vlokken. Er is geen sluis meer. Abélard heeft van zijn verlangen een sluis gemaakt. Ter samenvloeiing der gruwelijke en melodische stuwkracht. Heloise komt aangerold, meegesleept, naar hem toe, – EN ZE WIL HET GRAAG.

Ziedaar aan de hemel de hand van Erasmus die een mosterdzaadje van waanzin zaait. Ah, de merkwaardige opkomst. De beweging van de Beer fixeert de tijd aan de hemel, fixeert de hemel in de Tijd, aan deze omgekeerde kant van de wereld waar de hemel zijn gezicht aanbiedt. Immense nivellering.

Het is omdat de hemel een gezicht heeft dat Abélard een hart heeft waar al die sterren soeverein ontkiemen en hun staart roeren. Aan ’t eind van de metafysica staat deze liefde, met vlees geplaveid, met brandende stenen, in de hemel geboren na zovele wendingen van een mosterdzaadje waanzin.

Maar Abélard jaagt door de lucht als blauwe vliegen. Vreemde aftocht. Hoe verdwijnen? God! snel, een naaldgat. Het dunste naaldgat waardoor Abélard ons niet meer kan komen halen.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.134 -137]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

LE CLAIR ABÉLARD

L’armature murmurante du ciel trace sur la vitre de son esprit toujours les mêmes signes amoureux, les mêmes cordiales correspondances qui pourraient peut-être le sauver d’être homme s’il consentait à se sauver de l’amour.

Il faut qu’il cède. Il ne se tiendra plus. Il cède. Ce bouillonnement mélodique le presse. Son sexe bat : un vent tourmentant murmure, dont le bruit est plus haut que le ciel. Le fleuve roule des cadavres de femmes. Sont-ce Ophélie, Béatrice, Laure ? Non, encre, non, vent, non, roseaux, berges, rives, écume, flocons. Il n’y a plus d’écluse. De son désir Abélard s’est fait une écluse. Au confluent de l’atroce et mélodique poussée. C’est Héloïse roulée, emportée, à lui, – ET QUI LE VEUT BIEN.

Voici sur le ciel la main d’Érasme qui sème un sénevé de folie. Ah ! la curieuse levée. Le mouvement de l’Ourse fixe le temps dans le ciel, fixe le ciel dans le Temps, de ce côté inverti du monde où le ciel propose sa face. Immense renivellement.

C’est parce que le ciel a une face qu’Abélard a un cœur où tant d’astres souverainement germent, et poussent sa queue. Au bout de la métaphysique est cet amour tout pavé de chair, tout brûlant de pierres, né dans le ciel après tant et tant de tours d’un sénevé de folie.

journal intime #137

137- Saint Augustin me délie la ceinture – VISBAK

ik wou onlangs nog ’s proberen om voor een literair tijdschrift een introducerende tekst te schrijven over mijn praktijk, mijn manier van werken.

maar door dat te willen doen met zo’n ts als eindbestemming zou ik, zo bekroop mij toch het gevoel gaandeweg, alle beginsels van de beschreven praktijk zelf ontkennen. nu, dat is iets wat theoretisch wel kan, vind ik, zo veel belang heeft het überhaubt niet, maar in de praktijk lukt mij dat dus niet. het idee van een tekst die ik als af moet beschouwen terwijl ik nog leef, is mij gewoon te gruwelijk. ik werk dagelijks met levende tekst die ik heb weten geboren worden, zo’n tekst afmaken is mij zoiets als het slachten ter consumptie van een huisgenoot. ik heb dat recht niet. ik wil dat niet.

dus wat ik al had, laat ik dan maar hier verschijnen, in het eeuwige limbo waar mijn geschriften thuis horen. verspreid over enkele dagen wel, want ’t is toch weeral een serieuze boterham geworden.

over de praktijk van het geaugmenteerde schrijven

inhoud

veralgemeend schrijven

tot hier toe zei ik nog niets over de tekst en het talige als expressiemiddel en de interactie met andere uitdrukkingswijzen die op het gemeenschappelijke veld van de code samenkomen.
mijn concept van de geaugmenteerde schrijverij betreft wel degelijk ook een veralgemeend schrijven, het breidt uitdrukkelijk de schrijfpraktijk op het gemeenschappelijke veld van de code uit met alle mogelijke interacties met beeld, geluid, publiekservaring en eender welke vorm van creativiteit die codeerbaar is en waarmee je vanuit een algoritmisch schrijfverloop mee kan interageren.

dat is nu eenmaal ook het grote ‘voordeel’ dat we uit onze huidige situatie kunnen puren: nagenoeg elke creativiteit begint en eindigt in code, en gedurende het hele procesverloop is er altijd wel ergens sprake van actieve code die het proces begeleidt, al was het enkel maar de regisseuse die met haar acteurs overlegt via (video)chat.

heel onze levens zitten van wieg tot graf omwikkeld met een deels simultaan, maar deels ook temporeel divergerend codeverloop. onze profielen gaan ons al een klein stukje vooraf soms, maar lopen een flink eind door na onze dood. en het codeverloop dat onze biologische persoon, ons lijf als ankerpunt heeft, divergeert ook serieus wat, het is een actief ‘bestanddeel’ (sic) dat (hoofdzakelijk anoniem) deelneemt aan datastromen zonder dat wij daar erg in hebben.

we willen hier niet de nieuwe Virilio of Baudrillard gaan uithangen maar kauw toch maar effen hier op: de grenzen tussen wie wij lijfelijk ‘zijn’ en hoe wij simultaan tot data vergaan, als data geassimileerd en ook gecontroleerd worden zijn al lang buiten de greep van een klassieke causaliteitsopvatting, om van de psychologische modellen van identiteit, ik en onderbewuste maar te zwijgen.

het hoeft dan ook niet te verwonderen dat alle creatieve disciplines voluit dat contact met de code gaan exploiteren, al was het maar, om weerom de podiumkunsten tot voorbeeld te nemen, om de tekst van een opera in vertaling te tonen op een scherm boven de bühne. en uit de hedendaagse beeldende kunsten met haar voorliefde voor de installatiekunst, is de informatica al helemaal niet meer weg te denken.

nieuw zijn dergelijke omwentelingen onder invloed van de technische evolutie op de creativiteit helemaal niet, de graad van ingrijpendheid in de verandering die de informatietechniek teweeg brengt is dat wel, in die mate zelfs dat ze ons begrip te boven gaat: we weten niet eens wat er exact met ons aan het gebeuren is, en dat draagt danig bij aan het toenemende klimaat van onzekerheid en angst. het tumult is dusdanig groot dat we van crisis naar crisis hollen.

nu, van alle creatievelingen zijn merkwaardig genoeg onze  ambiërende literatoren de enigen die van al die technische mogelijkheden en het lonkende avontuur totaal niks wouden weten. de muziek heeft ook bij ons altijd het voortouw genomen qua technische innovatie maar ook beeldende kunstenaars hebben zich hier met even grote gretigheid op de nieuwe mogelijkheden gestort.
maar onze dichters bleven obstinaat in bundeltjes denken, onze prozaschrijvers in romans en de weinige theaterauteurs die nog wat voor de bühne pleegden kwamen op de proppen met heuse Griekse tragediebewerkingen. het lijkt wel of voor een Laaglandse literator enkel een koetjesreep snoepgoed is en dat snoepgoed enkel uit koetjesrepen kan bestaan.

als we even over onze schouder terugkijken, zien we dat onze literatuur geëvolueerd is uit een orale literatuur naar een voornamelijk geschreven en stilletjes alleen gelezen literatuur, maar ook daar ondergaat de tekst een hele gedaanteverwisseling.

en tekst die door code is onderbouwd is radicaal andere tekst dan handgeschreven tekst, dan op papier gedrukte tekst. ook al omdat de gecodeerde tekst gelezen wordt op schermen in een voortdurende interactie met gemanipuleerde beelden. de uitdraai op papier is maar een van de functie van gecodeerde tekst, van tekst binnen een lopend programma.

het concept ‘schrijven’ is immers net zo invulbaar als de muzikale creativiteit op de meest diverse manier het concept van ‘muziek’ in alle denkbare richtingen heeft uitgebreid, of zoals  de beeldende kunst  op onvoorstelbare wijze ge-explodeerd is in een enorme diversiteit aan ‘beeldvorming’, Gestaltung als je het liever op z’n Klee’s hoort.

ook wat het schrijven betreft is dat al meer dan 20 jaar zo:  alleen je eigen beperkingen als auteur, dat wat je jezelf wil opleggen,  houdt je daarin tegen om de meest waanzinnige interacties aan te gaan vanuit de schrijfpraktijk zelf.

maar wat zien we: nagenoeg elke schrijvende auteur nijpt de bilspleet krachtdadig toe in een totale verkramping van angst voor de kleinste verandering.
zelfs als je hen een platform aanbiedt, een ganse infrastructuur waar ze gratis met de nieuwe technieken zouden kunnen gaan experimenteren, houden ze nog liever angstvallig hun kak in tot ze weer veilig thuis achter het schrijfbureautje met hun papiertjes kunnen schuiven en tussen de geliefde boekjes naar verwante passages kunnen neuzelen bij de laatste geniale inval die hen ongetwijfeld een zitje naast Dante tussen de Pleijaden zou gaan bezorgen.

ze vertrouwen die hoogst individuele tekstkeuteltjes nog liever toe aan de genadeloze molens van Facebook dan er ook maar de minste poging tot opwekking van een levend tekstlichaam mee te doen op zulk een gratis, gedeeld en zoveel mogelijk ideologisch vrij gehouden platform.

interaktie met andere auteurs? bah, sèg, is dat een niewsoortige sexclub ofzo? tools ter uitbreiding van de schrijfmogelijkheden? beuh, gaat jouw machineding mij leren schrijven of wat? mij, MOI?

‘mooi niet!’ en ‘mijn tekst is mijn kapitaal!’, zo hoor je het knetteren in de kortgesloten geesten, de zombiebreinen der Bartheske auteurs!

eventjes, heel eventjes, in de jaren 2005-2010 was er bijna sprake van een omwenteling toen het leek of de blogcultuur effectief wat zou teweegbrengen, maar de opkomst van de smartphone en de sociale netwerken nekten binnen de kortste keren alle toch al vrij weelderige opbloei daarvan en het was al snel weer ieder voor zich in het eigen kot, met het telefoonnummer van de Laatste Uitgever veilig in de portefeuille.

een stilzwijgend afgekondigde algemene lockdown die nu al zo’n tien jaar stand houdt. nagenoeg alleen de gecertificeerde Zot Vekemans loopt nog rond daarbuiten alsof het niet levensgevaarlijk is om welke tekst dan ook beschikbaar te maken op dat gruwelijke internet! het stikt er van de gewone mensen! wie weet wat loop je op!



“zou ik toch maar niet doen, joh! zo win je nooit wat!”

?


BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #136

136 – Un paradis encastré dans ses ongles – BAKVIS

ik wou onlangs nog ’s proberen om voor een literair tijdschrift een introducerende tekst te schrijven over mijn praktijk, mijn manier van werken.

maar door dat te willen doen met zo’n ts als eindbestemming zou ik, zo bekroop mij toch het gevoel gaandeweg, alle beginsels van de beschreven praktijk zelf ontkennen. nu, dat is iets wat theoretisch wel kan, vind ik, zo veel belang heeft het überhaubt niet, maar in de praktijk lukt mij dat dus niet. het idee van een tekst die ik als af moet beschouwen terwijl ik nog leef, is mij gewoon te gruwelijk. ik werk dagelijks met levende tekst die ik heb weten geboren worden, zo’n tekst afmaken is mij zoiets als het slachten ter consumptie van een huisgenoot. ik heb dat recht niet. ik wil dat niet.

dus wat ik al had, laat ik dan maar hier verschijnen, in het eeuwige limbo waar mijn geschriften thuis horen. verspreid over enkele dagen wel, want ’t is toch weeral een serieuze boterham geworden.

over de praktijk van het geaugmenteerde schrijven

inhoud

beginsel en metaforische uitwerking

schrijven is zeer concreet altijd een handeling. elke handeling kan omschreven worden met een handelingsverloop. wanneer zulk een beschrijving de voortgang van de handeling gaat bepalen wordt de beschrijving een voorschrift, een bepalend algoritme.

nu: ‘schrijf een boek over fietsen op de heide’ kan je beschouwen als een algoritme omdat die zin om een handeling vraagt, maar het gaat de fietsliefhebber erg vrij laten in hoe hij die handeling stelt.

wanneer echter uitgever X aan auteur Y vraagt om een boek over fietsen op de heide te schrijven in samenwerking met fotograaf Z zodat er per hoofdstuk een fietstocht beschreven is van een der 10 vooraf in samenspraak met de toeristische dienst bepaalde trajecten en met aandacht voor die en die handelszaken op het traject, zal de uitgever wel realistisch genoeg zijn om die bijzonderheden vast te willen leggen in een bepalend contract.

zo’n contract lijkt al veel meer op een echt algoritme voor een schrijfhandeling, en de auteur zal er heel zijn handelswijze naar organiseren en elke partij zal het aldus gecreëerde kader als een hulpmiddel beschouwen om tot een bevredigend resultaat te komen.

goed, maar wat heeft dit nu met literatuur uitstaans? wel, enerzijds merken we dat meer en meer als literair bestempelde schrijfhandelingen gebeuren waarbij er contracten worden afgesloten om bepaalde producten te verwezenlijken. zelf vind ik dat nonsens omdat ik dat onwerkbaar acht, maar ik zie geen reden om die praktijk bij anderen af te keuren: als zij hun schrijven op dermate commercieel bepaalde wijze best oké vinden, is dat hun zaak. ik zie ook her en der schrijfopleidingen gevolgd worden waarbij de deelnemers getraind worden om op een bepaalde ‘succesvolle’ manier te leren schrijven. mij best ook, men doet maar, ik vind het maar niks.

maar waarom wil ik dan zelf mijn schrijven op een dwingende manier gaan organiseren? wel het is vanzelf gekomen, maar achteraf bekeken zijn er twee redenen waarom ik het fijn vind: het biedt mij een alternatief voor enkele functies die vroeger de levende literaire cultuur had en het verruimt op een vrij spectaculaire manier mijn mogelijkheden als schrijver.

maar het allerbelangrijkste is wel dat elke algoritmische sturing die ik mijzelf graag opleg, geheel gegroeid is uit het ‘natuurlijke’ verloop van het creatieve schrijven zelf, en op geen enkele wijze ingegeven is door een of andere vreemde of aliënerende ‘productomschrijving’. en die ‘natuurlijke’ literaire algoritmes blijken van goudwaarde omdat ze in alle opzichte enorm stimulerend werken…

maar hoe dan? wel je kan het hier dagelijks zien gebeuren, elk schrijfprogramma is voorzien ook van een ‘uitleg’ een minimum aan documentatie zodat iedereen kan uitmaken hoe het effectief in zijn werk gaat.

maar misschien is er naast het feit dat je het hier kan zien gebeuren ook nog wat explicatie nodig, een theoretische fundering. mij best. hieronder volgt de allegorie van het tekstlichaam, die ik dan maar lustig laat uitwaaieren in het soort theoretisch pleidooi voor eigen winkel dat we nog wel kennen uit de “poetica’s” der auteurs vroeger.

het heeft wel iets, dat geouwehoer van me, en ik kan er mijn gram in kwijt, maar het is ongeveer hetzelfde als proberen uitleggen wat een computerprogramma doet, of wat de ervaring van een computerspel is: als je echt wil weten wat het is, leer en gebruik dan het programma, speel en geniet van het spel…


geaugmenteerd schrijven is door de algoritmische organisatie ervan een recursief schrijven, lussenwerk: het is georganiseerd in programmaloops met conditionele deviaties en vertakkingen. klinkt complex, maar het is doodeenvoudig. het vereist wel enige radicaliteit, enige doortastendheid. eens je begint met dit soort praktijk is er ook geen weg terug meer, niet door enig verbod want  je zal die terugkeer beslist willen weigeren, want niets anders kan je dezelfde voldoening geven.

de praktijk van het geaugmenteerde schrijven begint bij het verwerpen van de finaliteit van de tekst: het doel van de praktijk is niet de productie van een voltooide tekst, maar de praktijk van het schrijven zelf. de tekst die men de lezers presenteert is altijd ‘slechts’ een uitdraai van het lopende programma. eens het programma niet meer loopt of wanneer de activiteit een tijdje is stilgevallen, rest er wel een vorm van eindtekst of een min of meer stabiele versie die men dan desgewenst kan ‘publiceren’ in boekvorm, maar in principe is de publicatie een voortdurend continu gebeuren: het programma interageert met andere programma’s en met lezers/auteurs op basis van de tekst. de tekst is dus eerder een ‘stream’ of een dynamische data-flow dan een autonoom ‘ding’.

een ‘dood’ schrijfproces kan, zelfs na het overlijden van de auteur die het aanvatte, steeds nog gereactiveerd worden, op voorwaarde dat het algoritmische verloop beschreven is of ten minste af te leiden is uit de overgeleverde tekstuitdraai.

je merkt hier al dat de functie van de auteur heel wat van zijn goddelijke onfeilbaarheid verloren heeft. over de wenselijkheid daarvan, weerom, valt m.i. weinig zinnigs te zeggen: we stellen het vast.

nu, het schrijven is altijd ook wel een zich uitschrijven geweest: de tekst neemt vorm aan, wordt zijn eigen doel , verscherpt als het beoogde in de act van het schrijven zelf. zo functioneert ook het schrijven als expressie van de schrijvende , de auteur. het product is pas de laatste decennia naar voren getreden als alles bepalende finaliteit in de praktijk: het geproduceerde boek is het enige wat ‘telt’, letterlijk, in de GeldRuimte 1)zie theoretisch addendum, later. vandaar dat de autopoiesis inherent aan het schrijven zelf bepaalde teksten wel voortdurend herkenbaar en leesbaar zal maken als uitdrukking van één en hetzelfde programma waarvan de primaire invoerpoort altijd een of andere vorm van ‘auteur’ zal blijven.

goed, maar wat moeten we hier ons bij voorstellen? 2)tja, je kijkt er naar maar goed laten we een eerste conceptuele toegang aanmaken via de metafoor van het tekstlichaam waarna we in een volgende paragraaf 3)die er wellicht niet komen zal, want toen ik dit schreef besefte ik pas hoe dwaas het hele opzet was een concreet voorbeeld van zo’n routine bekijken.

het geaugmenteerde schrijven zet een knip in het schrijven als productieproces en neemt later de uitvoer van het schrijven weer op als invoer van het daaropvolgende schrijven: de tekst blijft vervolgens vanuit de innerlijke schrijfdrang verder in de wereld komen, hoopt zich op in de virtuele omgeving, de gecodeerde tekstruimte van het internet. het tekstlichaam leeft en groeit zienderogen onder impuls van de onaflatende energie van de schrijfdwang van de auteur.

de auteur is de bevoorrechte getuige van dit leven en heeft derhalve de plicht om dat tekstuele lichaam te verzorgen, te cultiveren. de auteur is niet langer de goddelijke schepper maar de dienaar, de cultivator en de lezer van het eigen werk. het auteursrecht bestaat enkel in het recht van het individu, van élk individu om de schrijfactiviteit te mogen uitoefenen, om de beste zorgen voor het levende tekstlichaam te mogen organiseren, te mogen afdwingen als een onontvreemdbaar mensenrecht.

voor het uitwerken van de eigen tekst zal de auteur die dus samenvalt met de lezer binnen afzienbare tijd kunnen rekenen op technische hulpmiddelen die haar in staat stellen om zich comfortabel in  het eigen tekstlichaam te omhullen en zo te interageren met de geaugmenteerde werkelijkheid. ook op andere terreinen van de creativiteit zien we deze evolutie van een ‘democratisering’ naar ‘onderen’ toe van wat ooit strikt voorbehouden was voor een intellectuele elite. de reden is eenvoudig: voor alle ‘slimme’ machines zijn wij allemaal min of meer even dom. die nieuwe gelijkwaardigheid  op basis van  omnivalente en omnipresente techniek is natuurlijk vooral voor de opvolgers van de vroegere elite moeilijk te verteren.

maar zij die de elitaire traditie willen conserveren omwille van haar verfijning, haar diepgang, haar rijkdom en meer van dat soort ideologisch bepaalde adjectieven, zouden er beter aan doen om afstand te nemen van het produktiedenken want dat leidt volgens onomstootbaar kapitale natuurwetten onherroepelijk naar grijze eenheidsworst, pulp getooid met het franje van de dag.

na verloop van tijd en dankzij de zorgen van de geaugmenteerde auteur die het hele proces in goede banen leidt krijgt het tekstlichaam vorm: het  zoekt aansluiting bij andere auteurs, de lezers, het wil zich propageren. hier kan het desgewenst aansluiting vinden bij het doorrottende kapitalistische productieproces.

ik durf beweren: mijn schrijven als creatieve  activiteit is  een mentale gezondheidsoefening die middels de praktijk van het geaugmenteerde schrijven iedereen die het wil beoefenen innerlijke rust en uiterlijke bewegingsvrijheid kan bieden, en de voldoening om actief deel te nemen aan een florerende taalgemeenschap. dat kan omdat de basismethodes aanpasbaar ontworpen zijn voor de noden van eenieder. want daar willen we  naartoe (omdat het niet anders kan): iedereen (en alles)  die (dat) taalmachtig is, is auteur, kan de auteursfunctie vervullen 4)de aandachtige lezer zal al opgemerkt hebben dat in mijn denken de dood, de sterfelijkheid ook een voorwaarde is om als auteur te kunnen functioneren..

Noten   [ + ]

1. zie theoretisch addendum, later
2. tja, je kijkt er naar maar goed
3. die er wellicht niet komen zal, want toen ik dit schreef besefte ik pas hoe dwaas het hele opzet was
4. de aandachtige lezer zal al opgemerkt hebben dat in mijn denken de dood, de sterfelijkheid ook een voorwaarde is om als auteur te kunnen functioneren..

journal intime #135

jt 135 – La chaîne étroite des livres s’est brise – MOEDERHUIS

ik wou onlangs nog ’s proberen om voor een literair tijdschrift een introducerende tekst te schrijven over mijn praktijk, mijn manier van werken.

maar door dat te willen doen met zo’n ts als eindbestemming zou ik, zo bekroop mij toch het gevoel gaandeweg, alle beginsels van de beschreven praktijk zelf ontkennen. nu, dat is iets wat theoretisch wel kan, vind ik, zo veel belang heeft het überhaubt niet, maar in de praktijk lukt mij dat dus niet. het idee van een tekst die ik als af moet beschouwen terwijl ik nog leef, is mij gewoon te gruwelijk. ik werk dagelijks met levende tekst die ik heb weten geboren worden, zo’n tekst afmaken is mij zoiets als het slachten ter consumptie van een huisgenoot. ik heb dat recht niet. ik wil dat niet.

dus wat ik al had, laat ik dan maar hier verschijnen, in het eeuwige limbo waar mijn geschriften thuis horen. verspreid over enkele dagen wel, want ’t is toch weeral een serieuze boterham geworden.

over de praktijk van het geaugmenteerde schrijven

inhoud

inleiding

‘geaugmenteerd schrijven’ noem ik dat schrijven dat zich enerzijds uitdrukkelijk wenst te verhouden tot een literaire traditie en daar een voortzetting van wil zijn,  en dat anderzijds  uitgebreid wordt door technieken ontleend aan de informatietechnologie.

mijn experimentele praktijk van het geaugmenteerde schrijven is in wezen een algoritmisch bepaald handelingsverloop. ik schrijf, letterlijk, steevast binnen een programma waarvan je het algoritme kan uitschrijven in pseudo-code en dat je dus ook zou kunnen programmeren in ‘echte’ code, zeg maar Java of C+, en overlaten aan een niet-humane ‘agent’, gesteld dat die dezelfde functies zou kunnen vervullen. iets wat overigens gezien de huidige stand van de techniek helemaal niet ondenkbaar of onmogelijk is.

over het wenselijke van een en ander spreek ik mij liever niet uit, omdat we al deze (d)evoluties hoegenaamd toch niet in de hand hebben: het maakt niet uit of je dit ‘goed’ of ‘slecht’ vindt. wat ik wel geloof is dat als je enige steekhoudende literaire praktijk wil onderhouden, je best rekening houdt met de impact van de techniek op de organisatie ervan en dus ook op de aard, hoe het als ‘literatuur’ gebeurt of gebeuren kan in de echte wereld.
en daar hoort m.i. dus een radicaal herziene invulling van het begrip ‘auteur’ bij, van de functie van het schrijven zelf.

doe je die denkoefening niet, dan ben je in mijn optiek met een louter reactionaire, nostalgische simulatie bezig, en dat kan dan best prettig zijn, ik heb daar hoegenaamd niks op tegen, de maatschappelijke en/of culturele relevantie ervan is voor mij evenwel onbestaande en in geen enkel opzicht te rijmen met de literaire traditie, hoe je die ook wil middels canonieke betitelingen toe-eigenen 1)heel het canon-gedoe is m.i. louter media-heisa dat enkel mogelijk is omdat de literatuur zelf dood is, er wordt een chocolade laagje over het lijk van een gebeuren gegoten. ik erger mij daar mateloos aan omdat de ‘beweging’ die dus geheel literatuur-vreemd is, alles wat ik liefheb in de eigen ideologie wil inlijven, wil tot bezit mortificeren. bah! gelukkig is de ‘dood’ van een proces een heel relatief en tijdsgebonden gegeven en kan het hele proces mits de nodige ingrepen sneller dan men denkt weer tot leven komen en dan valt heel die volksbedriegerij wel uit de pels als de beunhazerij en de respectloze bekladding die het is en reduceren tot je eigen ideologie. zo werkt het gewoon niet.

nu, dat ‘denkbare’ programma van het schrijven heeft sinds 2004 voor mijzelf een naam: het is vernoemd naar een werk van Kurt Schwitters: Neue Kathedrale des erotischen Elends.
dat project was aanvankelijk opgezet als een zgn. ‘mock-up’ van een maakbaar programma. de term ‘mock-up’ duidt in de informaticawereld op een demonstratieversie van een mogelijk programma dat aan de klant getoond wordt om de mogelijke functionaliteiten van het order te kunnen evalueren.
als mock-up was mijn Kathedraal van 2004 tot 2011 te bezoeken als een website waarachter een heuse webapplicatie schuilging, een soort van zandbak waarmee ik de mogelijkheden van ‘literatuur en informatica’ wou onderzoeken.
van 2011 tot 2017 heeft mijn schrijven zich wat afzijdig gehouden van al te veel bemoeienissen met de techniek en ben ik langzamerhand meer vanuit de noden van dat schrijven zelf beginnen denken, een wending die veel twijfel maar een zekere verdieping met zich meebracht. meer daarover kan u desgewenst vernemen in het addendum over de theoretische achtergrond van de Neue Kathedrale.

nu, de NKdeE, het hoofdprogramma bestaat uit verschillende deelroutines, afzonderlijke modules in diverse graderingen van rigiditeit in hun al dan niet strikt algoritmisch verloop. op die manier is het spanningsveld tussen automatisering en autonoom ‘humaan‘ handelen dat m. i. onze huidig tijdsgewricht kenmerkt ook actief in mijn creatieve praktijk.

alle functies die ik al schrijvende vervul zijn  functies die ook zouden kunnen worden uitgevoerd door niet-humane ‘agents’, handelende subjecten. het handelingsverloop van mijn schrijven is een aaneenschakeling van invoer/uitvoer acties tussen tekstverwerkingsprocedures die georganiseerd zijn op diverse populaire content management systemen (WordPress en Blogger) met een systematische uitvloei naar de sociale netwerken (voornamelijk Facebook maar ook Twitter, Instagram, You Tube e. a.)

men heeft m.i. te lang, schrijven in functie van een achterhaald patriarchale mythe van de ‘geniale auteur’, de impact van de (technische) manier waarop wij schrijven verwaarloosd: er is een onmiskenbare evolutie van handgeschreven tekst naar zeer uitgesproken  fenomenen als de na-oorlogse  typmachineromans, post-moderne tekstverwerkingspoëzie, experimentele internetlyriek en commerciële literatuurproductie door geschoolde schrijvers op basis van marketingstechnieken.

men noemt dat allemaal ‘schrijven’ en/of ‘literatuur’ zonder het aandeel van de techniek in de processen te willen onderkennen, laat staan dat men de commerciële vereisten die aan de ‘auteurs’ worden opgelegd een bespreking waard acht. het is m.i. dan ook onmogelijk om vanuit al die radicaal verschillende praktijken nog één zinnig woord over ‘hedendaagse literatuur’ te zeggen, het begrip is een lege doos waar iedereen naar eigen goeddunken wat instopt om het vervolgens als ‘literatuur’ verkocht te krijgen.

van daar ook dat mijn vertrekpunt in 2004 was om al schrijvende de vraag te willen onderzoeken wat het heden ten dage nog zou kunnen inhouden om ‘auteur’ te zijn, en of je hoe dan ook nog tot een relevante literatuurpraktijk kan komen.
ik beweer niet dat ik op die vraag enig zinnig antwoord kan geven, de vraag stellen maakt ze al onbeantwoordbaar, want je komt hier m.i. meteen in een vicieuze cirkel van vragen terecht die allen refereren naar iets dat enkel in de hoofden van een kleine elitaire minderheid leeft. vroeger had die minderheid nog een reële lezersbasis, de literaire vijver die er restte van de eens zo roemruchte ‘Republiek der Letteren’ had nog voldoende omvang en maatschappelijke impact om al die claims ernstig te nemen, nu ontbreekt die basis in de realiteit ten ene male.

maar hoe dan ook, ik heb ondertussen wel een voorbeeld weten uit te bouwen van een schrijfpraktijk die werkt voor mij en voor een beperkt aantal lezers die ik ook als mede-auteur beschouw maar daarover verder meer.
meer hoeft dat voor mij op dit ogenblik niet te zijn, want ik moet enkel kunnen schrijven op een manier dat ik er zelf in kan geloven. en dat werkt dus.

dat op zich, dat mijn exemplarisch opgezette praktijk wérkt en in mijn, al zeg ik het zelf, erg kritische beoordeling naar behoren werkt,  geeft mij hoop dat er nu en na ons nog een vorm van ‘literatuur’ mogelijk is, en hoewel het dan m.i. enkel een soort ‘non-literatuur’2)op analoge wijze noemt François Laruelle zijn radikaal verschillende denkwijze een non-filosofie kan worden die zich buiten de fallocentrische ontologie 3)zie het theoretisch addendum, later zal moeten heruitvinden, zie ik daarin dus toch een bevestiging van een allerminst evidente veronderstelling.

maar een mogelijkheid impliceert nog geen realiteit, dat kan uiteraard enkel de toekomst uitwijzen. hoe dan ook:  een literatuur die je probeert te creëren, kan in mijn optiek enkel echt literatuur worden na de dood van de auteur ervan, wanneer de resterende geschriften of de praktijk als dusdanig geconsacreerd worden door de lezer en de levende auteurs.

je kan nou eenmaal niet aan je tafeltje gaan zitten en tegen jezelf zeggen: nu ga ik ’s literatuur schrijven, dat oordeel, die kwalificatie, heb je zelf nooit in handen, ook niet als je het euh, fortuin hebt om tijdens je leven als ‘literator’ geëerd te worden. niets is meer vergankelijk dan dat soort betiteling van je tijdgenoten.

maar deze individu- en sterfelijkheidsoverschrijdende visie op literatuur is men blijkbaar wat uit het oog verloren, zou je zeggen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. heel het canon-gedoe is m.i. louter media-heisa dat enkel mogelijk is omdat de literatuur zelf dood is, er wordt een chocolade laagje over het lijk van een gebeuren gegoten. ik erger mij daar mateloos aan omdat de ‘beweging’ die dus geheel literatuur-vreemd is, alles wat ik liefheb in de eigen ideologie wil inlijven, wil tot bezit mortificeren. bah! gelukkig is de ‘dood’ van een proces een heel relatief en tijdsgebonden gegeven en kan het hele proces mits de nodige ingrepen sneller dan men denkt weer tot leven komen en dan valt heel die volksbedriegerij wel uit de pels als de beunhazerij en de respectloze bekladding die het is
2. op analoge wijze noemt François Laruelle zijn radikaal verschillende denkwijze een non-filosofie
3. zie het theoretisch addendum, later

journal intime #134

jt 134 – Il se glisse entre ses états – HUISMOEDER

Héloise en Abélard (slot)

Zijn gedachten zijn mooie bladeren, platte oppervlakken, opeenvolgingen van knooppunten, agglomeraties van contacten waartussen zijn intelligentie moeiteloos doorglipt: ze gaat. Want dat is wat intelligentie is: zich omzeilen. De kwestie stelt zich niet langer om fijn te zijn of slank, om van ver samen te komen, om te omhelzen, af te wijzen, los te laten.

Hij glipt tussen zijn staten door.

Hij leeft. En de dingen draaien in hem als granen in een korenwan.

De kwestie van de liefde is eenvoudig.

Wat maakt het uit of hij minder of meer is, want hij kan zich opwinden, zich ontglippen, evolueren, zichzelf terugvinden en komen bovendrijven.

Hij heeft het spel der liefde herontdekt.

Maar zoveel boeken tussen zijn gedachten en de droom!

Zoveel verlies. En ondertussen, wat deed hij met zijn hart? Het is een wonder dat er hem nog wat hart rest.

Hij is er. Hij is er als een levende medaille, als een verbeende heester van metaal.

Ziehier de hoofdknoop.

En Héloise, zij heeft een jurk, zij is mooi van voren en van achteren.

Dan voelt hij de vervoering van de wortels, de massale, aardse verheffing, en zijn voet op het blok van de wentelende aarde voelt de massa van het firmament.
En Abélard, die als een dode man is geworden, Abélard voelt zijn skelet kraken, verglazen, en op het vibrerende toppunt, op de kim van zijn inspanning schreeuwt hij het uit:
“Hier wordt God verkocht, aan mij nu de vlakte van de geslachten, de galetten van het vlees. Geen vergeving, ik vraag niet om vergeving. Uw God is niets meer dan een koude kogel, ledematenmest, bordeel van de ogen, buikmaagd, hemelmelkerij! »

Aldus verheft zich de hemelmelkerij. Misselijkheid overvalt hem.

Het vlees in hem maalt het schubbenslib rond, hij voelt het harde haar, zijn afgesneden buik, hij voelt zijn staart die vloeibaar wordt. De nacht rijst op bezaaid met naalden en ziedaar met een klap van de schaar knippen ZIJ hem de mannelijkheid af.

En daar vouwt Héloise haar jurk op en zij kleedt zich gans naakt uit. Haar schedel is wit en melkachtig, haar borsten loens, haar benen spichtig, haar tanden maken een papieren geluid. Ze is dom. En ja, dit is inderdaad de vrouw van Abélard de gecastreerde.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.129-133]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Ses pensées sont de belles feuilles, de planes surfaces, des successions de noyaux, des agglomérations de contacts entre lesquels son intelligence se glisse sans effort : elle va. Car c’est cela l’intelligence : se contourner. La question ne se pose plus d’être fin ou mince et de se rejoindre de loin, d’embrasser, de rejeter, de disjoindre.

Il se glisse entre ses états.

Il vit. Et les choses en lui tournent comme des grains dans le van.

La question de l’amour se fait simple.

Qu’importe qu’il soit moins ou plus, puisqu’il peut s’agiter, se glisser, évoluer, se retrouver et surnager.

Il a retrouvé le jeu de l’amour.

Mais que de livres entre sa pensée et le rêve !

Que de pertes. Et pendant ce temps, que faisait-il de son cœur ? C’est étonnant qu’il lui en reste, du cœur.

Il est bien là. Il est là comme une médaille vivante, comme un arbuste ossifié de métal.

Le voilà bien, le nœud principal.

Héloïse, elle, a une robe, elle est belle de face et de fond.

Alors, il se sent l’exaltation des racines, l’exaltation massive, terrestre, et son pied sur le bloc de la terre tournante se sent la masse du firmament.

Et il crie, Abélard, devenu comme un mort, et sentant craquer et se vitrifier son squelette, Abélard, à la pointe vibrante et à la cime de son effort :

« C’est ici qu’on vend Dieu, à moi maintenant la plaine des sexes, les galets de chair. Pas de pardon, je ne demande pas de pardon. Votre Dieu n’est plus qu’un plomb froid, fumier des membres, lupanar des yeux, vierge du ventre, laiterie du ciel ! »

Alors la laiterie céleste s’exalte. La nausée lui vient.

Sa chair en lui tourne son limon plein d’écailles, il se sent les poils durs, le ventre barré, il sent sa queue qui devient liquide. La nuit se dresse semée d’aiguilles et voici que d’un coup de cisailles ILS lui extirpent sa virilité.

Et là-bas, Héloïse replie sa robe et se met toute nue. Son crâne est blanc et laiteux, ses seins louches, ses jambes grêles, ses dents font un bruit de papier. Elle est bête. Et voilà bien l’épouse d’Abélard le châtré.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #133

jt 133 – il a des choses – WATERBRON

Héloise en Abelard (2)

Maar Héloise heeft ook benen. Het beste eraan is dat ze benen heeft. Ze heeft ook dat zeevaart sextant-ding, waaromheen alle magie draait en graast, dat ding als een liggend zwaard.

Maar bovenal: Héloise heeft een hart. Een prachtig recht hart en helemaal in in takken, uitgerekt, versteven, rauw, door mij gevlochten, weelderig genot, catalepsie van mijn vreugde!

Ze heeft handen die hun kraakbeenboeken in honing wikkelen. Ze heeft borsten van rauw vlees, zo klein, de druk ervan maakt waanzinnig; ze heeft borsten in doolhof van draad. Ze heeft een gedachte die helemaal de mijne is, een insinuerende, verdraaide gedachte die zich uitspint als uit een cocon. Ze heeft een ziel.

In haar gedachten ben ik de lopende naald en het is haar ziel die de naald accepteert en toelaat, en ik ben beter, ik, in mijn naald-zijn dan alle anderen in hun bed, want in mijn bed rol ik de gedachten en de naald in de welvingen van haar slapende cocon.

En langs de draad van deze grenzeloze liefde, dit universeel uitspansel van liefde, is het altijd naar haar dat ik terugkom. En in mijn handen groeien kraters, groeien doolhofborsten, groeien explosieve liefdes die mijn leven buitmaken op mijn slaap.

Maar door welke trance, door welk verrijzen, door welke opeenvolgende verschuivingen komt hij tot dit idee van het genot van zijn geest. Het is een feit dat hij, Abelard, op dit moment geniet van zijn geest. Hij geniet er met volle teugen van. Hij denkt niet meer aan zichzelf, noch aan rechts, noch aan links. Hij is er. Alles wat in hem gebeurt is van hem. En in hem, op dit moment, gebeuren er dingen. Dingen waardoor hij niet zelf hoeft te zoeken. Dat is het grote punt. Hij hoeft zijn atomen niet meer te stabiliseren. Ze voegen zich vanzelf bij elkaar, ze zetten zichzelf in lijn. Zijn hele geest is gereduceerd tot een reeks van stijgingen en dalingen, maar met in het midden steeds een afdaling. Hij hééft dingen.

Wordt vervolgd…

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.129-133]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

HÉLOÏSE ET ABÉLARD (2)

Mais c’est qu’Héloïse aussi a des jambes. Le plus beau c’est qu’elle ait des jambes. Elle a aussi cette chose en sextant de marine, autour de laquelle toute magie tourne et broute, cette chose comme un glaive couché.

Mais par-dessus tout, Héloïse a un cœur. Un beau cœur droit et tout en branches, tendu, figé, grenu, tressé par moi, jouissance profuse, catalepsie de ma joie !

Elle a des mains qui entourent les livres de leurs cartilages de miel. Elle a des seins en viande crue, si petite, dont la pression donne la folie ; elle a des seins en dédales de fil. Elle a une pensée toute à moi, une pensée insinuante et retorse qui se déroule comme d’un cocon. Elle a une âme.

Dans sa pensée, je suis l’aiguille qui court et c’est son âme qui accepte l’aiguille et l’admet, et je suis mieux, moi, dans mon aiguille que tous les autres dans leur lit, car dans mon lit je roule la pensée et l’aiguille dans les sinuosités de son cocon endormi.

Car c’est à elle toujours que j’en reviens à travers le fil de cet amour sans limites, de cet amour universellement répandu. Et il pousse dans mes mains des cratères, il y pousse des dédales de seins, il y pousse des amours explosives que ma vie gagne sur mon sommeil.

Mais par quelles transes, par quels sursauts, par quels glissements successifs en arrive-t-il à cette idée de la jouissance de son esprit. Le fait est qu’il jouit en ce moment de son esprit, Abélard. Il en jouit à plein. Il ne se pense plus ni à droite ni à gauche. Il est là. Tout ce qui se passe en lui est à lui. Et en lui, en ce moment, il se passe des choses. Des choses qui le dispensent de se rechercher. C’est là le grand point. Il n’a plus à stabiliser ses atomes. Ils se rejoignent d’eux-mêmes, ils se stratifient en un point. Tout son esprit se réduit en une suite de montées et de descentes, mais d’une descente toujours au milieu. Il a des choses.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #132

jt132 – j’ai l’esprit ùince comme une main – BRONWATER

De Artaud documentaire met getuigenissen van vele hoofdrolspelers in de na-oorlogse Artaud-vaudeville annex tragedie…

Héloise en Abelard (1)

Het leven dat voor hem lag werd klein. Hele delen van zijn hersenen waren aan het wegrotten. Het fenomeen was bekend, maar ja, het was niet eenvoudig. Abelard gaf zijn toestand niet weer als een ontdekking, maar toch schreef hij:

Beste vriend,

Ik ben een reus. Kan ik het helpen dat ik zo’n topper ben waarvan de hoogste masten borsten voor zeilen nemen, terwijl de vrouwen het gevoel hebben dat hun geslacht zo hard wordt als grint? Kan ik verhinderen dat ik al die eieren onder de jurken voel rollen en schommelen naar gelang het uur en de stemming? Het leven komt en gaat en sleept zich beetje bij beetje over het borstenplaveisel. Van de ene minuut op de andere verandert de wereld van aanzien. Rond de vingers zijn de zielen gewikkeld met hun mica scheurtjes, en tussen de mica door passeert Abelard, want bovenal is er de erosie der geest.

Alle dode mannenmonden lachen hoe ’t gebit hen gebiedt, met een maagdelijke tandenrij of met honger beslagen en bezaaid met viezigheid zoals het harnas van de geest van Abelard.

Maar hier valt Abelard stil. Alleen de oesofagus doet het nog in hem. Niet de eetlust van het verticale kanaal, met zijn passie voor hongersnood, maar de prachtige rechte boom van zilver met zijn vertakkingen van aders voorzien voor de lucht, met vogelbladeren eromheen. Kortom, het louter vegetale frommelleven waarbij de benen vanzelf hun mechanieken stappen doen, en de gedachten varen als hoog gevouwen zeilboten. Doorgang der lichamen.

De mummiegeest wikkelt zich af. Het hoog geblinddoekte leven steekt zijn kop op. Is dit dan de grote dooi? Zal de vogel de tongmondingen doet barsten, zullen borsten zich vertakken en komt het kleine mondje weer op zijn plek? Zal de pittenboom met zijn hand ’t verbeend graniet doorboren? Ja, in mijn hand zit een roos, die mijn tong zomaar draait. Oh, oh, oh! hoe licht is mijn denken. Mijn geest is zo slank als een hand.

Wordt vervolgd…

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.129-133]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

HÉLOÏSE ET ABÉLARD

La vie devant lui se faisait petite. Des places entières de son cerveau pourrissaient. Le phénomène était connu, mais enfin il n’était pas simple. Abélard ne donnait pas son état comme une découverte, mais enfin il écrivait :

Cher ami,

Je suis géant. Je n’y peux rien, si je suis un sommet où les plus hautes mâtures prennent des seins en guise de voiles, pendant que les femmes sentent leurs sexes devenir durs comme des galets. Je ne puis m’empêcher, pour ma part, de sentir tous ces œufs rouler et tanguer sous les robes au hasard de l’heure et de l’esprit. La vie va et vient et pousse petite à travers le pavage des seins. D’une minute à l’autre la face du monde est changée. Autour des doigts s’enroulent les âmes avec leurs craquelures de micas, et entre les micas Abélard passe, car au-dessus de tout est l’érosion de l’esprit.

Toutes les bouches de mâle mort rient au hasard de leurs dents, dans l’arcature de leur dentition vierge ou bardée de faim et lamée d’ordures, comme l’armature de l’esprit d’Abélard.

Mais ici Abélard se tait. Seul l’œsophage maintenant marche en lui. Non pas, certes, l’appétit du canal vertical, avec sa passion de famine, mais le bel arbre d’argent droit avec ses ramifications de veinules faites pour l’air, avec autour des feuillages d’oiseaux. Bref, la vie strictement végétale et froissée où les jambes vont de leur pas mécanique, et les pensées comme de hauts voiliers repliés. Le passage des corps.

L’esprit momifié se déchaîne. La vie haut bandée lève la tête. Sera-ce enfin le grand dégel ? L’oiseau crèvera-t-il l’embouchure des langues, les seins vont-ils se ramifier et la petite bouche reprendre sa place ? L’arbre à graines percera-t-il le granit ossifié de la main ? Oui, dans ma main il y a une rose, voici que ma langue tourne sans rien. Oh, oh, oh ! que ma pensée est légère. J’ai l’esprit mince comme une main.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #131

jt131 – avec de sinistres pirouettes – ROOFKUNST

Brief aan een waarzegster (2)

De emotie van het weten werd gedomineerd door het gevoel van de eindeloze clementie van het bestaan1)Ik kan het niet helpen. Ik had dit gevoel voor haar. Het leven was goed omdat deze helderziende er was. De aanwezigheid van deze vrouw was voor mij als opium, zuiverder, lichter, een weinig minder potig dan dat. Maar veel dieper en breder, zij opende andere bogen in de cellen van mijn geest. De actieve staat van spirituele uitwisselingen, de uitslaande brand van directe en minuscule werelden, de nabijheid van oneindige levens die deze vrouw voor mij openstelde, toonde mij eindelijk een uitweg uit het leven, een reden om in de wereld te zijn. Want het leven is enkel acceptabel als men het gevoel heeft groot te zijn, als men zich aan de oorsprong der fenomenen voelt, althans van een bepaald aantal daarvan. Zonder de kracht van de expansie, zonder een zekere dominantie over de dingen, is het leven onverdedigbaar. Er is maar één ding opwindend in de wereld: contact met de krachten van de geest. Bij deze zieneres doet zich echter een nogal paradoxaal fenomeen voor. Ik voel niet langer de behoefte om krachtig te zijn, of groots, de verleiding die het op mij uitoefent is straffer dan mijn trots, een vluchtige nieuwsgierigheid is voor mij genoeg. Ik ben bereid voor haar afstand te doen van alles: trots, wil, intelligentie. Intelligentie, vooral. De intelligentie die al geheel mijn trots uitmaakt. Ik heb het hier uiteraard niet over de logische wendbaarheid van de geest, of over de kracht om snel te denken, om snelle schema’s in de marges van het geheugen te schetsen. Ik heb het over een vaak langdurige penetratie, die zich niet hoeft te concretiseren om voldoening te geven en die duidt op diepe inzichten van de geest. Het is op het vertrouwen in deze penetratie op klompvoeten die meestal zonder grond is (een vertrouwen dat ik zelf niet bezit), dat ik altijd om krediet heb gevraagd, dat men mij honderd jaar krediet geve en tevreden zou zijn met stilzwijgen de hele tijd . Ik weet in welk voorgeborchte ik deze vrouw kan vinden. Ik spit een probleem uit dat mij dichter bij het goud brengt, bij elke subtiliteit, een abstract probleem zoals een pijn die geen vorm heeft en die trilt en verdwijnt bij contact met het bot.. Mij kon er niets slechts te beurt vallen van dat starre blauwe oog waardoor u mijn noodlot inspecteerde.

Het hele leven werd mij als het gezegende landschap waar de dromen zich omdraaien en zich presenteren met het gelaat van ons ‘ik’. Het idee van absolute kennis valt samen met het idee van de absolute gelijkenis van het leven met mijn bewustzijn. En ik putte uit deze dubbele gelijkenis het gevoel van een zeer nabije geboorte, waarbij u de vergevingsgezinde en goede moeder van mijn lot was, hoewel dat daarvan afweek. Niets leek mij nog mysterieus aan deze abnormale helderziendheid, waarbij de gebaren van mijn vroegere en toekomstige bestaan aan u werden afgeschilderd met hun van waarschuwingen en verbanden zwangere betekenissen. Ik voelde mijn geest communiceren met de uwe omtrent de figuur van die waarschuwingen.

Maar gij, mevrouw, wat is toch die vuurworm die plotseling in u kruipt, en door welke kunstgreep uit welke onvoorstelbare sferen? want u ziet, en toch is er dezelfde ruimte uitgespreid om ons heen.

Het verschrikkelijke, mevrouw, zit hem in de onbeweeglijkheid van deze muren, van deze dingen, in de vertrouwdheid van het meubilair dat u omringt, de accessoires van uw waarzeggerij, in de stille onverschilligheid van het leven waar u aan deelneemt net zoals ik.

En uw kleren, mevrouw, die kleren die een persoon raken die ziet. Uw vlees, al uw functies eigenlijk. Ik kan niet wennen aan het idee dat u onderworpen bent aan dezelfde voorwaarden van Ruimte, van Tijd, dat er lichamelijke benodigdheden op u wegen. Je zou te licht moeten zijn voor de ruimte.

En anderzijds leek u mij zo mooi, zo menselijk gracieus, zo alledaags. Mooi als eender welke vrouw waarvan ik het brood en de spasme opwacht en dat ze mij tot naar een lichamelijke drempel tilt.

In mijn ogen bent u grens- en bodemloos , absoluut, diepgaand onbegrijpelijk. Want hoe komt u in het reine met het leven, u die de gave van het zicht bij de hand heeft? En deze lange, geheel verenigde weg waar uw ziel als een pendel rondwaart, en waar ik zo duidelijk de toekomst van mijn dood zou lezen.

Ja, er bestaan nog mannen die de afstand van het ene gevoel tot het andere kennen, die weten hoe ze etages en haltes kunnen creëren voor hun verlangens, die weten hoe ze afstand kunnen nemen van hun verlangens en hun ziel, om er dan valselijk in op gaan als overwinnaars. En er bestaan denkers die hun gedachten pijnlijk omcirkelen, die voorwendselen in hun dromen introduceren, er bestaan nog geleerden die wetten blootleggen met grimmige pirouettes!

Maar gij, verafschuwd, veracht, verbluffend, gij steekt het leven in brand. En zo staat het rad van de Tijd in één klap in vuur en vlam om de hemel te doen kraken.

U neemt mij op even klein, weggevaagd, verworpen, en net zo wanhopig als uzelf, en u tilt mij op, u verwijdert mij van deze plek, van deze valse ruimte waar u niet eens meer gebaart van te leven, aangezien u al het membraan van uw rust hebt bereikt. En dit oog, deze blik op mezelf, deze enkele troosteloze blik die heel mijn bestaan is, u vergroot het en laat het op zich omdraaien, en ziedaar hoe een lumineus ontluiken ontstaat uit geneugten zonder schaduwzijden die mij doen herleven als een mysterieuze wijn.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.123-128]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

L’émotion de savoir était dominée par le sentiment de la mansuétude infinie de l’existence 2)Je n’y peux rien. J’avais ce sentiment devant Elle. La vie était bonne parce que cette voyante était là. La présence de cette femme m’était comme un opium, plus pur, plus léger, quoique moins solide que l’autre. Mais beaucoup plus profond, plus vaste et ouvrant d’autres arches dans les cellules de mon esprit. Cet état actif d’échanges spirituels, cette conflagration de mondes immédiats et minuscules, cette imminence de vies infinies dont cette femme m’ouvrait la perspective, m’indiquaient enfin une issue à la vie, et une raison d’être au monde. Car on ne peut accepter la Vie qu’à condition d’être grand, de se sentir à l’origine des phénomènes, tout au moins d’un certain nombre d’entre eux. Sans puissance d’expansion, sans une certaine domination sur les choses, la vie est indéfendable. Une seule chose est exaltante au monde : le contact avec les puissances de l’esprit. Cependant devant cette voyante un phénomène assez paradoxal se produit. Je n’éprouve plus le besoin d’être puissant, ni vaste, la séduction qu’elle exerce sur moi est plus violente que mon orgueil, une certaine curiosité momentanément me suffit. Je suis prêt à tout abdiquer devant elle : orgueil, volonté, intelligence. Intelligence surtout. Cette intelligence qui est toute ma fierté. Je ne parle pas bien entendu d’une certaine agilité logique de l’esprit, du pouvoir de penser vite et de créer de rapides schémas sur les marges de la mémoire. Je parle d’une pénétration souvent à longue échéance, qui n’a pas besoin de se matérialiser pour se satisfaire et qui indique des vues profondes de l’esprit. C’est sur la foi de cette pénétration au pied-bot et le plus souvent sans matière (et que moi-même je ne possède pas), que j’ai toujours demandé que l’on me fasse crédit, dût-on me faire crédit cent ans et se contenter le reste du temps de silence. Je sais dans quelles limbes retrouver cette femme. Je creuse un problème qui me rapproche de l’or, de toute matière subtile, un problème abstrait comme la douleur qui n’a pas de forme et qui tremble et se volatilise au contact des os.. Rien de mauvais pour moi ne pouvait tomber de cet œil bleu et fixe par lequel vous inspectiez mon destin.

Toute la vie me devenait ce bienheureux paysage où les rêves qui tournent se présentent à nous avec la face de notre moi. L’idée de la connaissance absolue se confondait avec l’idée de la similitude absolue de la vie et de ma conscience. Et je tirais de cette double similitude le sentiment d’une naissance toute proche, où vous étiez la mère indulgente et bonne, quoique divergente de mon destin. Rien ne m’apparaissait plus mystérieux, dans le fait de cette voyance anormale, où les gestes de mon existence passée et future se peignaient à vous avec leurs sens gros d’avertissements et de rapports. Je sentais mon esprit entré en communication avec le vôtre quant à la figure de ces avertissements.

Mais vous, enfin, Madame, qu’est-ce donc que cette vermine de feu qui se glisse tout à coup en vous, et par l’artifice de quelle inimaginable atmosphère ? car enfin vous voyez, et cependant le même espace étalé nous entoure.

L’horrible, Madame, est dans l’immobilité de ces murs, de ces choses, dans la familiarité des meubles qui vous entourent, des accessoires de votre divination, dans l’indifférence tranquille de la vie à laquelle vous participez comme moi.

Et vos vêtements, Madame, ces vêtements qui touchent une personne qui voit. Votre chair, toutes vos fonctions enfin. Je ne puis pas me faire à cette idée que vous soyez soumise aux conditions de l’Espace, du Temps, que les nécessités corporelles vous pèsent. Vous devez être beaucoup trop légère pour l’espace.

Et, d’autre part, vous m’apparaissiez si jolie, et d’une grâce tellement humaine, tellement de tous les jours. Jolie comme n’importe laquelle de ces femmes dont j’attends le pain et le spasme, et qu’elles me haussent vers un seuil corporel.

Aux yeux de mon esprit, vous êtes sans limites et sans bords, absolument, profondément incompréhensible. Car comment vous accommodez-vous de la vie, vous qui avez le don de la vue toute proche ? Et cette longue route toute unie où votre âme comme un balancier se promène, et où moi, je lirais si bien l’avenir de ma mort.

Oui, il y a encore des hommes qui connaissent la distance d’un sentiment à un autre, qui savent créer des étages et des haltes à leurs désirs, qui savent s’éloigner de leurs désirs et de leur âme, pour y rentrer ensuite faussement en vainqueurs. Et il y a ces penseurs qui encerclent péniblement leurs pensées, qui introduisent des faux-semblants dans leurs rêves, ces savants qui déterrent des lois avec de sinistres pirouettes !

Mais vous, honnie, méprisée, planante, vous mettez le feu à la vie. Et voici que la roue du Temps d’un seul coup s’enflamme à force de faire grincer les cieux.

Vous me prenez tout petit, balayé, rejeté, et tout aussi désespéré que vous-même, et vous me haussez, vous me retirez de ce lieu, de cet espace faux où vous ne daignez même plus faire le geste de vivre, puisque déjà vous avez atteint la membrane de votre repos. Et cet œil, ce regard sur moi-même, cet unique regard désolé qui est toute mon existence, vous le magnifiez et le faites se retourner sur lui-même, et voici qu’un bourgeonnement lumineux fait de délices sans ombres, me ravive comme un vin mystérieux.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. Ik kan het niet helpen. Ik had dit gevoel voor haar. Het leven was goed omdat deze helderziende er was. De aanwezigheid van deze vrouw was voor mij als opium, zuiverder, lichter, een weinig minder potig dan dat. Maar veel dieper en breder, zij opende andere bogen in de cellen van mijn geest. De actieve staat van spirituele uitwisselingen, de uitslaande brand van directe en minuscule werelden, de nabijheid van oneindige levens die deze vrouw voor mij openstelde, toonde mij eindelijk een uitweg uit het leven, een reden om in de wereld te zijn. Want het leven is enkel acceptabel als men het gevoel heeft groot te zijn, als men zich aan de oorsprong der fenomenen voelt, althans van een bepaald aantal daarvan. Zonder de kracht van de expansie, zonder een zekere dominantie over de dingen, is het leven onverdedigbaar. Er is maar één ding opwindend in de wereld: contact met de krachten van de geest. Bij deze zieneres doet zich echter een nogal paradoxaal fenomeen voor. Ik voel niet langer de behoefte om krachtig te zijn, of groots, de verleiding die het op mij uitoefent is straffer dan mijn trots, een vluchtige nieuwsgierigheid is voor mij genoeg. Ik ben bereid voor haar afstand te doen van alles: trots, wil, intelligentie. Intelligentie, vooral. De intelligentie die al geheel mijn trots uitmaakt. Ik heb het hier uiteraard niet over de logische wendbaarheid van de geest, of over de kracht om snel te denken, om snelle schema’s in de marges van het geheugen te schetsen. Ik heb het over een vaak langdurige penetratie, die zich niet hoeft te concretiseren om voldoening te geven en die duidt op diepe inzichten van de geest. Het is op het vertrouwen in deze penetratie op klompvoeten die meestal zonder grond is (een vertrouwen dat ik zelf niet bezit), dat ik altijd om krediet heb gevraagd, dat men mij honderd jaar krediet geve en tevreden zou zijn met stilzwijgen de hele tijd . Ik weet in welk voorgeborchte ik deze vrouw kan vinden. Ik spit een probleem uit dat mij dichter bij het goud brengt, bij elke subtiliteit, een abstract probleem zoals een pijn die geen vorm heeft en die trilt en verdwijnt bij contact met het bot.
2. Je n’y peux rien. J’avais ce sentiment devant Elle. La vie était bonne parce que cette voyante était là. La présence de cette femme m’était comme un opium, plus pur, plus léger, quoique moins solide que l’autre. Mais beaucoup plus profond, plus vaste et ouvrant d’autres arches dans les cellules de mon esprit. Cet état actif d’échanges spirituels, cette conflagration de mondes immédiats et minuscules, cette imminence de vies infinies dont cette femme m’ouvrait la perspective, m’indiquaient enfin une issue à la vie, et une raison d’être au monde. Car on ne peut accepter la Vie qu’à condition d’être grand, de se sentir à l’origine des phénomènes, tout au moins d’un certain nombre d’entre eux. Sans puissance d’expansion, sans une certaine domination sur les choses, la vie est indéfendable. Une seule chose est exaltante au monde : le contact avec les puissances de l’esprit. Cependant devant cette voyante un phénomène assez paradoxal se produit. Je n’éprouve plus le besoin d’être puissant, ni vaste, la séduction qu’elle exerce sur moi est plus violente que mon orgueil, une certaine curiosité momentanément me suffit. Je suis prêt à tout abdiquer devant elle : orgueil, volonté, intelligence. Intelligence surtout. Cette intelligence qui est toute ma fierté. Je ne parle pas bien entendu d’une certaine agilité logique de l’esprit, du pouvoir de penser vite et de créer de rapides schémas sur les marges de la mémoire. Je parle d’une pénétration souvent à longue échéance, qui n’a pas besoin de se matérialiser pour se satisfaire et qui indique des vues profondes de l’esprit. C’est sur la foi de cette pénétration au pied-bot et le plus souvent sans matière (et que moi-même je ne possède pas), que j’ai toujours demandé que l’on me fasse crédit, dût-on me faire crédit cent ans et se contenter le reste du temps de silence. Je sais dans quelles limbes retrouver cette femme. Je creuse un problème qui me rapproche de l’or, de toute matière subtile, un problème abstrait comme la douleur qui n’a pas de forme et qui tremble et se volatilise au contact des os.

journal intime #129

jt129 – un optimisme intégral – SCHEPIJS

vanochtend las ik een opiniestuk in het NRC over wat met ‘afrekencultuur’ is gaan noemen, naar de Engelse vrees voor de ‘cancel culture’. ik ergerde mij daarbij nogal aan de wereldvreemdheid van de auteur, een historicus van wie je toch zou verwachten dat hij de actualiteit kan duiden vanuit het perspectief van zijn opleiding, die van alle richtingen in de menswetenschappen toch als minst wereldvreemde bekend staat.

in het volle besef van de futiliteit ervan schreef ik dan toch maar die ergenis van mij af in de hiernavolgende verbale gedachtenlozing, waarvoor mijn oprechte excuses.

over de afrekencultuur

het recht op vrije meningsuiting was en is een afgedwongen recht dat elk burger eender wat en waar mocht en mag beweren in weerwil van de overheid en hoe die het graag wil of zou willen horen.

zo is dat. dat mochten en dat mogen we. alleen is het nu zo dat je je mening net zo goed in je bed voor je zelf kan uit mompelen als je niet ergens toegang hebt tot een ‘platform’, een ‘spreekbuis’, een ‘medium’.

nu hoe je het amalgaam van plaatsen waar je mening kan gehoord worden ook noemen wil, heden ten dage is zo’n ‘locus’ weinig anders nog dan een betaald zitje.
het betaalde zitje is goedkoop zolang je mening onbelangrijk, neutraal en rendabel is: zolang het zichzelf ‘verkoopt’. eender welke opinie over de nieuwe haarkleur van Beyoncé is vaneigens zelfbedruipend en zal uitgebreid aan bod komen…

het betaalde zitje wordt duurder naarmate ze meer afwijkend, belangrijker, en/of onrendabel is.

dat maakt dat elke mening sowieso gekwantificeerd wordt: ze wordt op dat raster gelegd en haar prijs wordt bepaald. dat gebeurt niet door iemand, ook niet door een of ander duister consortium, maar door de zgn. ‘vrije’ markt die uiteraard wel bespeeld wordt door diverse schimmige tot gitzwarte ‘belangengroepen’.

wat men dan de ‘open debatcultuur’ pleegt te noemen stelt niet veel anders meer voor dan wat geschud met het raster ten einde te bepalen in welk vakje het gekweel in kwestie thuishoort zodat het naar behoren geprijsd naar de ‘vrije’ markt kan vloeien.

die onvermijdelijke kwantificatie van elke opinie in het moordende spel van vraag en aanbod wordt verder gekenmerkt door obstinate (koppige) afwezigheid van de overheid in de organisatie ervan.
de overheid wijst elke verantwoordelijkheid van de hand, want zij mag immers niet ingrijpen bij deze ‘vrijheid’ van meningsuiting.

wat volgt is dan, onder de verdeelde zitjes, het huidige zwarte pieten spel waarbij de verantwoordelijkheid wordt doorgeschoven of naar de media die stuk voor stuk op ‘vrije markt’ principes van vraag en aanbod zijn georganiseerd, of naar culturele opiniebepalers zoals universiteiten die eveneens als bedrijf worden gerund, of naar bepaalde satanisch kwaadwillige politici. in feite dus naar de dichtsbijzijnde Speerse spektakelfaçade voor het mombakkes, de eigenface van de kwantificatiecultuur zelf, die wij allen in ons midden toelaten en zelfs toejuichen.

want uiteindelijk is het natuurlijk allemaal onze eigen ‘schuld’: wij staan toe dat bedrijven als Facebook, Google en Twitter bepalen wat er wel en niet mag gezegd worden
wij staan toe dat er nagenoeg geen enkele vrijplaats, geen enkel onbepaald kanaal van informatie meer bestaat
wij dringen er bij onze overheid die wij verkiezen niet op aan dat er voor ons als burger zulk een digitaal platform dat vrij is van commerciële belangen wordt gecreëerd (de kostprijs daarvan is bij een degelijke uitbouw waarbij je de burger gaandeweg laat zien dat wanneer hij er direct zijn geld aan geeft ipv indirect via belastingen, wanneer je laat zien waarvoor zij betaalt, belachelijk klein)
wij beweren al sinds 1990 dat we ‘van computers niks begrijpen’ en het zijn wij, u en ik, die wat dit en vele andere dingen betreft al onze burgerrechten cadeau gedaan hebben aan voornoemde spelers, de uitbaters van het meningenpretpark waarbinnen ik hier, op Facebook en elders mag beweren wat ik wil, want tegen de financiële overmacht die deze macht over mij en jullie wil behouden als een rechtmatig verworven eigendom, kan ondertussen niemand meer op.

ofwel, misschien? ik zie het graag gebeuren…

dus kunnen we het woord ‘afrekencultuur’ misschien beter her-begrijpen, ‘hermunten’ – zo zeggen jullie dat toch niet? – als die cultuur waarin je als individu voortdurend afgerekend wordt op de marktwaarde die je hebt, dwz. hoeveel er van jou nog geëxploiteerd kan worden, wat de data die jij genereert door hier binnen de globale database van het internet voortdurend rond te klikken en jouw mening te fulmineren nog opbrengt aan de kassa.
een kassa die voor ieder van ons netjes afgesloten en buiten zicht en buiten bereik blijft, en zeker dan voor de naarstig speurende overheden, maar ach, da’s maar een zielig hoopje kleine adverteerders, een slecht georganiseerde bende prutsers waarvan de meest effeciënte elementen overigens ter controle een ruime toelage krijgen, rechtstreeks uit de kassa, hier, niet bij jou.

en deze afrekencultuur floreert geheel dankzij jouw al te bereidwillige medewerking, waarvoor niemand jou ooit bedanken zal, laat staan betalen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma


journal intime #128

jt128 – l’uniformité de toutes choses – IJSSCHEP

stel je voor dat alle dingen, de dingen die wij zien en betasten en gebruiken, het koffielepeltje, jouw smartenfoon, de potloodscherper, de auto van de buren en het zwaard van ardoewaan, stel je voor dat al die dingen op ons zouden gelijken, niet oppervlakkig maar echt essentieel, in wezen, dus zoals jij en ik echt zijn, werkelijkheid vormen, ze zouden dan enkel verschillen in hun verschijningsvormen, in hun kleuren, hun geuren, hoe ze aanvoelen als je ze aanraakt en wat je ermee doen kan dus aja oké het spreekt dat je met het koffielepeltje geen moslim de arm gaat afhakken of dat je de potloodscherper niet neemt om naar het trouwfeest van je oudste zoon met de dochter van een maffiabaas te rijden en dat jij niet echt helemaal mij bent en ik jou niet als jouw lief je aan het neuken is, maar goed, stel je voor dat we allemaal toch in wezen en in essentie dat een en hetzelfde ding zouden zijn dat alle verschillen uiteindelijk één voor één wegvallen, na veel vijven en zessen, dat alle kleuren zouden samenvloeien tot een vaalgrijs witachtig schijnsel , dat alle geuren samenklitten als een garenkluwen tot een enerverende chloorstank, dat al het tastbare en al het tastende tot éénzelfde laag van uniformiteit zou zijn uit elkaar gevallen en dat er in gans het universum niks anders meer te zien, te ruiken of te voelen, laat staan te horen zou zijn en dat alles dus oef seg uiteindelijk die rust van het niets, nee van het eenvormige, het onderscheidsloze zou hebben gevonden…


op dat moment, wanneer je erin slaagt om je dat voor te stellen, om het te voelen, te ruiken, te zien, dan heb jij misschien ook bereikt wat Antonin Artaud vanochtend met mij klaarspeelde toen hij mij de 4 nee 5 woorden ‘l’uniformité de toutes choses’ te lezen gaf, maar toen belde een vriendin mij op om af te spreken voor vanavond, en jazeker ik ga graag met je mee zei ik en ik vergat alles van wat ik daarnet vertelde weer en een mooie avond was het, ja dat is het zeker geworden, maar toch ook weer een avond die voorbij is, zoals alle avonden daarvoor wel wat anders waren maar toch avond ook en voorbij vooral. 

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #127

jt 127 – l’aplanissement de la vie – WERKDRUK

ochtendtekeningske van een fictief mens. mijzelf weer als een of ander verlopen rockwijf vermoedelijk.

ik heb mijzelf beloofd om te proberen een uitlegje te schrijven voor een tijdschrift, en meteen voel ik mij beklemd, benauwd, gevangen in de dwingende logica van een wereld die niet de mijne is. als een leeuw in een kooi, ha.

ik voel mij helemaal niet onbegrepen, dat is het niet. het probleem is eerder: ik hoor hier gewoon niet thuis. mijn denken, mijn aanvoelen, mijn motivaties en mijn bekommernissen zijn niet compatibel met die van de mensen om mij heen en van mijn inzichten moet niemand wat hebben want niets daarvan kan ooit stroken met hoe zij handelen. ik begrijp hun motivaties wel, ik zie waarom zij wat betrachten en ik zie er vaak de schoonheid van in , ik bemin zovele van hen daarom, van op veilige afstand toch, omdat hun streven altijd zo nobel lijkt en ook wel is en hoe zij dan falen telkens door hun eigen zelfzucht weer maar eens te onderschatten en door zichzelf buiten het vernietigende oordeel te plaatsen dat zij hoe dan ook wel over de ander blijven vellen en ach, wat zou het, ik weet heus wel dat men alles wat ik zeg of schrijf of doe zal blijven ontkennen tot ikzelf dood en vergeten ben en het veilig wordt geacht om eindelijk te gaan toepassen wat ik heel de tijd wou aanreiken. dat het dan veel te laat zal zijn maakt niet uit, het is immers het gebaar dat telt. een gedachte is veel waard.

als ik wil dat het beter gaat met hen, kan ik beter zwijgen, want alles wat ik zeg is sowieso onaanvaardbaar, alleen al omdat het van mij komt.

en ik wil helemaal niks. ik verfoei mijn gelijk als een verschrikkelijke vloek en ik wil niemand of niets ‘hebben’, en ik ben helemaal niet eenzaam of ongelukkig, ik wil enkel zoveel mogelijk van dat verdomde ik vanaf waar niemand wat aan heeft en ik wil enkel weten, zoals Bernard Réquichot, waar het werk mij heen wil voeren. niet waarom. waar, en hoezo, daar.

het werk wil ‘ik’ worden, er gans in oplossen, maar traagjes zoals na het vrijen je er in super slow mo kan op oefenen om het uit elkander glijden zo lang mogelijk te rekken. want ik wil tot op de laatste seconde van 4 mei 2054 ten volle blijven genieten van deze uiterst langzame dood.

dus, dag na dag, uur na uur, jaar na jaar zit ik bij mijn versie van de ‘voyante’ van Artaud [ARTAUD 1956, p.123-128] en samen bekijken wij stilzwijgend wat er nou weer uit mijn bewegen hier op aarde opwelt, wat er zich uitgebraakt wil zien, en hoe die ophoestingen verder uitvlakken in het leven, op de vaalt om mij heen. maar zoiets stuur je dus beter niet naar een tijdschrift, in this dying day and age.

‘I can see it all before me’ neurieën wij samen, en dan lachen we wel eens, maar meestal bekwamen we ons in stilte verder in het verabsoluteren van de onverschilligheid bij het trage maar ononderbroken gestage naderen van onze onvermijdelijke ondergang.

journal intime #125

jt125 – Tous les rêves sont vrais – ZAKGELD

WIE HEEFT NIET, … (voetnoot)

Ik bevestig – en ik houd vast aan dit idee – dat de dood niet buiten het rijk van de geest is, dat hij binnen bepaalde grenzen kenbaar en benaderbaar is door een bepaalde gevoeligheid.

Alles wat in de orde der schriftuur het principe van ordelijke en heldere waarneming loslaat, alles wat tot doel heeft een omkering van de schijn te creëren, twijfel te introduceren over de positie van de beelden van de geest ten opzichte van elkaar, alles wat verwarring zaait zonder de kracht van de gedachte die opkomt te vernietigen, alles wat de dingen op hun kop zet door het ontredderde denken een nog groter aspect van waarheid en geweld aan te bieden, dat alles biedt een oplossing voor de dood, brengt ons in verbinding met de meer verfijnde gemoedstoestanden te midden waarin de dood zich uitdrukt.

Daarom zijn het zwijnen allemaal, zij die dromen zonder hun voorbije dromen te betreuren, zonder een gevoel van afschuwelijke nostalgie over te houden aan zulk onderduiken in vruchtbaar onbewustzijn. De droom is waar. Alle dromen zijn echt. Ik heb het gevoel van oneffenheden, van landschappen alsof ze gebeeldhouwd zijn, van golvende aardstukken die bedekt zijn met een soort vers zand, waarvan de betekenis is:

“spijt, teleurstelling, verlating, breuk, wanneer zien we elkaar weer?”.

Niets lijkt zozeer op liefde als de roep van bepaalde droomlandschappen, als het omlijnen van bepaalde heuvels, van een soort materiële leem waarvan de vorm als het ware op het denken is gegoten.

Wanneer zien we elkaar weer? Wanneer zal de aardse smaak van je lippen weer in de buurt komen van de angst van mijn geest? De aarde is als een werveling van dodelijke lippen. Het leven graaft voor ons de afgrond uit van alle vermiste strelingen.Wat hebben we te maken met deze engel die zich niet heeft weten te tonen? Zullen al onze gewaarwordingen voor altijd intellectueel blijven, en zullen onze dromen niet in staat zijn om vuur te vatten bij een ziel waarvan de emotie ons zal helpen om te sterven? Wat is deze dood waar we voor altijd alleen zijn, waar de liefde ons niet de weg wijst?

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

J’affirme – et je me raccroche à cette idée que la mort n’est pas hors du domaine de l’esprit, qu’elle est dans de certaines limites connaissable et approchable par une certaine sensibilité.

Tout ce qui dans l’ordre des choses écrites abandonne le domaine de la perception ordonnée et claire, tout ce qui vise à créer un renversement des apparences, à introduire un doute sur la position des images de l’esprit les unes par rapport aux autres, tout ce qui provoque la confusion sans détruire la force de la pensée jaillissante, tout ce qui renverse les rapports des choses en donnant à la pensée bouleversée un aspect encore plus grand de vérité et de violence, tout cela offre une issue à la mort, nous met en rapport avec des états plus affinés de l’esprit au sein desquels la mort s’exprime.

C’est pourquoi tous ceux qui rêvent sans regretter leurs rêves, sans emporter de ces plongées dans une inconscience féconde un sentiment d’atroce nostalgie, sont des porcs. Le rêve est vrai. Tous les rêves sont vrais. J’ai le sentiment d’aspérités, de paysages comme sculptés, de morceaux de terre ondoyants recouverts d’une sorte de sable frais, dont le sens veut dire :

« regret, déception, abandon, rupture, quand nous reverrons-nous ? »

Rien qui ressemble à l’amour comme l’appel de certains paysages vus en rêve, comme l’encerclement de certaines collines, d’une sorte d’argile matérielle dont la forme est comme moulée sur la pensée. Quand nous reverrons-nous ? Quand le goût terreux de tes lèvres viendra-t-il à nouveau frôler l’anxiété de mon esprit ? La terre est comme un tourbillon de lèvres mortelles. La vie creuse devant nous le gouffre de toutes les caresses qui ont manqué. Qu’avons-

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

kosmotheia

je kan bij (her)lezing van de theaterteksten van Artaud beginnen dromen over updates van het Theater van de Wreedheid, en dan kom je allicht nogal snel uit bij internationaal geproducete kut- en lulsnoeverijen vol opspattend geil en klassiek-grieks opgesnoven, bloederige, lichamelijke heldhaftigheden met een onuitputtelijke voorraad aan ‘poeier van het huis’ waarmee je dan ondanks alle schandalen Vlaanderen’s eer en glorie kan gaan vertegenwoordigen op de elitaire podia van de Verenigde Verwende Fortkindjes van Europa en Daarbuiten.

kijk: ik was vanochtend al mobiele agent-cabines aan het bouwen die als avatar-behuizingen zouden kunnen dienen op een materiële setting waar je kan op inloggen om dan virtueel en volledig coronaproof zou kunnen deelnemen aan het ‘spel’ en het ‘schouwen’ daarvan, waarbij de burg natuurlijk brug werd, de seks volledig taktiel ‘echt’ en de prijskaartjes voor een snuff-sessie onbetaalbaar voor iedereen buiten voor hen die nog net niet het eeuwige leven konden betalen. sterven op de scène als finaal spektakelaanbod na het toch maar saaie tripje naar Mars.

misschien missen we dan toch iets van het opzet van Artaud’s theaterhervormingen want die zochten wel degelijk een maatschappelijke relevantie. dus bedacht ik maar snel volgende hypothese, die zo je ze als werkbaar wenst te aanvaarden en verder bij te stellen, het voordeel heeft dat je niks meer moet bouwen, laat staan betaalbaar maken.

ter opfrissing kan je vooraf nog ff meekijken in het Ijzerboekje met de vertaling van Simon Vinkenoog die op het voorwoord na uiteindelijk nog best te pruimen is, zij het dan wel – ik citeer een mij dierbare in de chat daarstraks – ‘toch wat houterig en stroef in de lezing’


hypothese: de ‘wreedheid’ van Artaud is misschien wel de inhumane gestrengheid, de onverzettelijke onverschilligheid van de algoritmische bepaling die ons allen nu en hier (op FB bv.) tot mondige zwijgers en dilettant-nukkige slaven knecht.
het theater van de wreedheid is dan doorheen het zwarte gat van de spektakelmaatschappij (Debord) binnenstebuiten gefloept en wij zijn de alle controle of individuele interpretatie van onze rollen ontzegde spelers, de machteloze profielen rond een voor ons onzichtbare publiekskring in het midden.

wij vermoeden dan in onze megalomane paranoia een bende complotterende machthebbers in het publiekscentrum, maar wat er schouwt kunnen wij als verblinde spelers niet zien, het is een intelligentie die wij niet als dusdanig kunnen ‘begrijpen’.
en ach, de uitbaters van de netwerkvoorzieningen hebben heus wel wat beters te doen dan naar ons oeverloos geëmmer en gekrakeel te kijken, en zij garanderen maar al te graag onze privacy om onze data te kunnen verhandelen. who gives a shit.

toch: wij worden aanschouwd, wij worden afgespeeld in een kosmotheia* dat geheel buiten ons om georchestreerd wordt volgens de ‘demonische’ natuurwetten van het Rot en het Kapitaal.
al onze kwaliteiten worden op hun nominale waarde gekwantificeerd en van daaruit aangewend voor verdere verspreiding in het heelal of vernietigd. want elke klik is een stap verder in de afgesloten en alsmaar meer toegenepen corridor van de ons toegestane handelingen: onze mogelijkheden zijn immers beperkt tot wat betaalbaar is.

de apocalyps is geen oogwenk maar een voortdurend tijdperk, een geduldig sloopwerk van millennia. of iets minder lang, wat u en ik betreft.


*Het Franse woord is een geleerde ontlening aan Latijn theātrum ‘plaats waar schouwspelen gezien worden, theater‘, dat zelf ontleend is aan Grieks théātron ‘id. ‘ . Dat woord is een afleiding van theâsthai ‘aanschouwen, waarnemen’, afgeleid van théā ‘aanblik, schouwspel’, van onbekende verdere herkomst. (> WIKIPEDIA) – Cosmos (= Gr. κόσμος (kosmos)). De oorspronkelijke betekenis is: orde.

journal intime #124

jt 124 – l’image d’un panique déjà éprouvée – GELDZAK

WIE HEEFT NIET, … (2)

Ik beschreef net een sensatie van angst en droom, van angst die in de droom binnen glijdt een beetje zoals ik mij voorstel dat de agonie moet binnenglijden en zich voltrekken in de dood.
In ieder geval, zulke dromen kunnen niet liegen. Ze liegen niet. En die aaneengeregen doodssensaties, die verstikkingen, die wanhoop, dat inslapen, die verlatenheid, die stilte, zie je die niet met de uitvergrote spanning van een droom, met het gevoel dat er een nieuwe zijde van de realiteit voor goed achter jou ligt?
Maar kijk, op de bodem van de dood of de droom herbegint de angst. Deze angst die zich als een elastiek opspant en je plots bij de keel grijpt, ze is noch onbekend, noch nieuw. De dood waar men is ingegleden zonder er zich rekenschap van te geven, de terugkeer als lichaamsklomp, dat hoofd – het moest zo nodig , dat hoofd dat het bewustzijn en het leven bevat en dus ook de ultieme verstikking – het moest zo nodig, ook dat hoofd, de kleinst mogelijke opening door. Maar het huivert tot in het diep der porieën, en het heeft door het heen en weer schudden in ontzetting het idee gekregen, het gevoel dat het opgeblazen is, dat zijn angst vorm heeft gekregen, dat die onder de huid ontsproten is.

En omdat uiteindelijk de dood toch niets nieuws is, maar integendeel maar al te bekend, zien we niet aan het eind van deze inwendige gisting het beeld van een reeds ervaren paniek? De kracht van de wanhoop lijkt bepaalde situaties uit de kindertijd te doen weerkeren, waarin de dood zich zo helder en als een eenduidige stroom van ontzetting aandiende. De kindertijd kent een bruusk ontwaken van de geest, van intense uitbreidingen van het denken dat de latere leeftijd verloren heeft. In sommige paniekangsten uit de kindertijd, bepaalde grootse en onredelijke verschrikkingen waarin het gevoel van een niet humane dreiging loert, is het onbetwistbaar dat de dood verschijnt
als het scheuren van een nabij membraan, als een optillen van de sluier van de wereld die nog vormloos en onzeker is.

Wie heeft niet de herinnering aan ongeziene uitbreidingen, van de orde van een geheel mentale werkelijkheid, en die hem vervolgens nauwelijks verbaasd hebben, die echt aan het woud van zijn kinderlijke zintuigen werden opgeleverd? Uitbreidingen geïmpregneerd met perfecte, alles doordrenkende kennis, uitgekristalliseerd, eeuwig.

Maar welke vreemde gedachten onderstreept die, van welke uiteengereten meteoor reconstrueert het de menselijke atomen?

Het kind ziet herkenbare theorieën van voorouders waarin het de oorsprong van alle van mens tot mens bekende gelijkenissen noteert. De wereld der verschijningen groeit en stroomt over naar het gevoelloze, het onbekende. Maar de verduistering van het leven komt eraan en van dan af zijn dergelijke staten alleen nog maar te bereiken door een absoluut abnormale luciditeit ten gevolge bijvoorbeeld van drugs.

Vandaar het immense nut van toxische stoffen om de geest te bevrijden, te verheffen. Leugens of niet vanuit het oogpunt van een werkelijkheid waar men meestal weinig mee aankan, een werkelijkheid die slechts een van de meest voorbijgaande en minst herkenbare gezichten van de oneindige realiteit is, een werkelijkheid die samenvalt met de materie en daarmee vergaat, vanuit het oogpunt van de geest herwinnen die substanties hun superieure waardigheid, waardoor ze als hulpmiddel het dichtst bij en het nuttigst bij de dood komen te staan*.

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0


*hier staat een lange voetnoot die je morgen vertaald krijgt…

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Je viens de décrire une sensation d’angoisse et de rêve, l’angoisse glissant dans le rêve, à peu près comme j’imagine que l’agonie doit glisser et s’achever finalement dans la mort.

En tout cas, de tels rêves ne peuvent pas mentir. Ils ne mentent pas. Et ces sensations de mort mises bout à bout, cette suffocation, ce désespoir, ces assoupissements, cette désolation, ce silence, les voit-on dans la suspension agrandie d’un rêve, avec ce sentiment qu’une des faces de la réalité nouvelle est perpétuellement derrière soi ?

Mais au fond de la mort ou du rêve, voici que l’angoisse reprend. Cette angoisse comme un élastique qui se retend et vous saute soudain à la gorge, elle n’est ni inconnue, ni nouvelle. La mort dans laquelle on a glissé sans s’en rendre compte, le retournement en boule du corps, cette tête – il a fallu qu’elle passe, elle qui portait la conscience et la vie et par conséquent la suffocation suprême, et par conséquent le déchirement supérieur – qu’elle passe, elle aussi, par la plus petite ouverture possible. Mais elle angoisse à la limite des pores, et cette tête qui à force de se secouer et de se retourner d’épouvante a comme l’idée, comme le sentiment qu’elle s’est boursouflée et que sa terreur a pris forme, qu’elle a bourgeonné sous la peau.

Et comme après tout ce n’est pas neuf la mort, mais au contraire trop connu, car, au bout de cette distillation de viscères, ne perçoit-on pas l’image d’une panique déjà éprouvée ? La force même du désespoir restitue, semble-t-il, certaines situations de l’enfance où la mort apparaissait si claire et comme une déroute à jet continu. L’enfance connaît de brusques réveils de l’esprit, d’intenses prolongements de la pensée qu’un âge plus avancé reperd. Dans certaines peurs paniques de l’enfance, certaines terreurs grandioses et irraisonnées où le sentiment d’une menace extra-humaine couve, il est incontestable que la mort apparaît

comme le déchirement d’une membrane proche, comme le soulèvement d’un voile qui est le monde, encore informe et mal assuré.

Qui n’a le souvenir d’agrandissements inouïs, de l’ordre d’une réalité toute mentale, et qui alors ne l’étonnaient guère, qui étaient donnés, livrés vraiment à la forêt de ses sens d’enfant ? Prolongements imprégnés d’une connaissance parfaite, imprégnant tout, cristallisée, éternelle.

Mais quelles étranges pensées elle souligne, de quel météore effrité elle reconstitue les atomes humains.

L’enfant voit des théories reconnaissables d’ancêtres dans lesquelles il note les origines de toutes les ressemblances connues d’homme à homme. Le monde des apparences gagne et déborde dans l’insensible, dans l’inconnu. Mais l’enténèbrement de la vie arrive et désormais des états pareils ne se retrouvent plus qu’à la faveur d’une lucidité absolument anormale due par exemple aux stupéfiants.

D’où l’immense utilité des toxiques pour libérer, pour surélever l’esprit. Mensonges ou non du point de vue d’un réel dont on a vu le peu de cas qu’on pouvait en faire, le réel n’étant qu’une des faces les plus transitoires et les moins reconnaissables de l’infinie réalité, le réel s’égalant à la matière et pourrissant avec elle, les toxiques regagnent du point de

vue de l’esprit leur dignité supérieure qui en fait les auxiliaires les plus proches et les plus utiles de la mort*.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #122

jt 122 – l’ étalon d’un néant qui s’ignore – NEUSPUNT

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (slot)

De streng die ik priemen laat uit het intellect dat me bezighoudt en het onbewuste dat me voedt,  vertoont steeds fijnere draden in het hart van het vertakkende weefsel. En het is een nieuw leven dat herboren wordt, dieper en dieper, meer welbespraakt, dieper geworteld.

Nooit kan er door deze ziel die zich wurgt enige precisie worden gegeven, want de kwelling die haar doodt ontvleest haar vezel na vezel, beweegt zich onder het denken, dieper dan daar waar de taal kan reiken want het is de verbinding zelf van dat wat haar maakt en spiritueel samenhoudt, die afbreekt in de mate waarin het leven haar noodt tot voortdurende helderheid. Nooit enige helderheid op deze lijdensweg, op deze cyclische en fundamentele martelgang. En desondanks leeft ze, maar in een duren vol eclipsen waarbij het vluchtige zich immer mengt met het onbeweeglijke en het verwart met die doordringende taal van klaarte zonder duur. Deze vervloeking is in hoge mate leerzaam voor de diepten die zij beslaat, maar de wereld zal er de les van niet verstaan.

De emotie gewekt door het ontluiken van een vorm, de aanpassing van mijn stemmingen aan de mogelijkheid van een discours zonder duur, is mij een heel wat dierbaarder toestand dan de bevrediging van mijn activiteit.
Het is de toetssteen voor bepaalde geestelijke leugens.

Het is dit soort stappen achteruit die de geest maakt van onder het bewustzijn dat hem fixeert, om de emotie van het leven op te zoeken. Deze emotie die verder ligt dan het bepaalde punt waar de geest haar zoekt, en die opduikt in haar volle rijkdom van vormen en in een verse stroom, deze emotie die de geest het overweldigende geluid van de materie biedt, de hele ziel stroomt erheen en gaat op in haar brandend vuur. Maar meer nog dan van het vuur raakt de ziel in vervoering van de klaarte, het gemak, de natuurlijkheid en de ijzige oprechtheid van deze materie die te vers is en die koud en warm blaast.
Hij daar weet nu wat de verschijning van deze materie betekent en van welke onderaardse slachting dat ontluiken de prijs is. Deze materie is de maatstaf van een niets dat zich niet kent.

Als ik mij denk, zoekt mijn gedachte zich in de ether van een nieuwe ruimte. Ik sta op de maan zoals anderen op hun balkon. Ik neem in de breuklijnen van mijn geest deel aan de planetaire zwaartekracht.

Het leven zal gebeuren, de gebeurtenissen zich afspelen, de spirituele conflicten zich oplossen, en ik zal er geen deel aan hebben. Ik heb niets te verwachten, niet van de fysieke noch van de morele kant. Aan mij is de voortdurende smart en de schaduw, de nacht van de ziel, en ik heb geen stem om te schreeuwen.
Verkwansel uw rijkdommen ver van dit ongevoelige lichaam waar geen enkel seizoen, geestelijk noch zinnelijk, vat op heeft.

Ik heb het domein van de smart en de schaduw gekozen zoals anderen dat van de uitstraling en de ophoping van de materie.
Ik werk niet in de uitgestrektheid van welk domein dan ook.
Ik werk in de unieke duur.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956, p. 105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

originele tekst
(http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm):

La corde que je laisse percer de l’intelligence qui m’occupe et de l’inconscient qui m’alimente, découvre des fils de plus en plus subtils au sein de son tissu arborescent. Et c’est une vie nouvelle qui renaît, de plus en plus profonde, éloquente, enracinée.

Jamais aucune précision ne pourra être donnée par cette âme qui s’étrangle, car le tourment qui la tue, la décharne fibre à fibre, se passe au-dessous de la pensée, au-dessous d’où peut atteindre la langue, puisque c’est la liaison même de ce qui la fait et la tient spirituellement agglomérée, qui se rompt au fur et à mesure que la vie l’appelle à la constance de la clarté. Pas de clarté jamais sur cette passion, sur cette sorte de martyre cyclique et fondamental. Et cependant elle vit mais d’une durée à éclipses où le fuyant se mêle perpétuellement à l’immobile, et le confus à cette langue perçante d’une clarté sans durée. Cette malédiction est d’un haut enseignement pour les profondeurs qu’elle occupe, mais le monde n’en entendra pas la leçon.

L’émotion qu’entraîne l’éclosion d’une forme, l’adaptation de mes humeurs à la virtualité d’un discours sans durée m’est un état autrement précieux que l’assouvissement de mon activité. C’est la pierre de touche de certains mensonges spirituels.

Cette sorte de pas en arrière que fait l’esprit en deçà de la conscience qui le fixe, pour aller chercher l’émotion de la vie. Cette émotion sise hors du point particulier où l’esprit la recherche, et qui émerge avec sa densité riche de formes et d’une fraîche coulée, cette émotion qui rend à l’esprit le son bouleversant de la matière, toute l’âme s’y coule et passe dans son feu ardent. Mais plus que le feu, ce qui ravit l’âme c’est la limpidité, la facilité, le naturel et la glaciale candeur de cette matière trop fraîche et qui souffle le chaud et le froid. Celui-là sait ce que l’apparition de cette matière signifie et de quel souterrain massacre son éclosion est le prix. Cette matière est l’étalon d’un néant qui s’ignore.

Quand je me pense, ma pensée se cherche dans l’éther d’un nouvel espace. Je suis dans la lune comme d’autres sont à leur balcon. Je participe à la gravitation planétaire dans les failles de mon esprit.

La vie va se faire, les événement se dérouler, les conflits spirituels se résoudre, et je n’y participerai pas. Je n’ai rien à attendre ni du côté physique ni du côté moral. Pour moi c’est la douleur perpétuelle et l’ombre, la nuit de l’âme, et je n’ai pas une voix pour crier. Dilapidez vos richesses loin de ce corps insensible à qui aucune sais ni spirituelle, ni sensuelle ne fait rien.

J’ai choisi le domaine de la douleur et de l’ombre comme d’autres celui du rayonnement et de l’entassement de la matière.

Je ne travaille pas dans l’étendue d’un domaine quelconque.

Je travaille dans l’unique durée.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #121

jt 121 – il s’agit de la durée de l’esprit – HAARDVUUR

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (3)

Ik voel de afbrokkelende grond onder mijn gedachten, en ik word ertoe gebracht om de termen die ik gebruik te overwegen zonder de steun van hun intieme betekenis, hun persoonlijke ondergrond. En beter nog, het punt waarop dit substraat zich lijkt te verbinden met mijn leven wordt mij ineens vreemd gevoelig, en virtueel. Ik heb het idee van een onvoorziene en vaste ruimte, waar normaal gesproken alles beweging, communicatie, interferentie, pad is.
Maar deze afbrokkeling die mijn denken in zijn grondslagen bereikt, in zijn meest urgente communicatie met de intelligentie en met het instinctmatige van de geest, vindt niet plaats op het gebied van een gevoelloos abstractum waaraan enkel de hogere delen van het intellekt zouden deelhebben. Niet zozeer de geest die intact blijft, bestekeld met punten, maar de zenuwbaan van het denken wordt door dit afbrokkelen bereikt en afgeleid. Het is in de ledematen en het bloed dat deze afwezigheid, deze onderbreking zich bijzonder sterk doet voelen.

Een grote koude,
Een wrede onthouding,
Het voorgeborchte van een nachtmerrie vol botten en spieren, met de gewaarwording van maagfuncties die klapperen als een vlag in het fosforesceren van de storm.

Embryonale beelden die elkaar als met de vinger verduwen en niet met enige materie in verbinding staan. 

Ik ben mens door mijn handen en mijn voeten, mijn buik, mijn vlezen hart, mijn maag waarvan de knooppunten mij verbinden met het bederf van het leven.

Men heeft het over woorden, maar het gaat niet om woorden, het gaat om de duur van de geest.
Deze afvallige woordenschors, men moet zich niet inbeelden dat de ziel er niet bij betrokken is. Naast de geest is er het leven, is er het menselijk leven in wiens cirkel die geest draait, met hem verbonden door een veelvoud van draden…

Nee, al dat lichamelijke ontwortelen, al die beknottingen van de lichamelijke activiteit en het ongemak van het zich afhankelijk voelen in het lichaam, en ook dat lichaam zelf, beladen met marmer en liggend op slecht hout, dat is niet gelijk aan de pijn van het beroofd zijn van de fysieke kennis en het gevoel van innerlijk evenwicht. Dat de ziel in gebreke blijft bij de taal en de tong bij de geest, en dat deze breuk door de velden der zinnen trekt als een grote voor van wanhoop en bloed, dat nu is de grote kwelling die niet de bast of het staketsel ondermijnt, maar de STOF der lichamen. Het is deze dwalende vonk die op het spel staat, waarvan men het gevoel heeft dat ZIJ HET WAS, een afgrond die op zichzelf de hele mogelijke omvang van de wereld wint, en het gevoel is dat van zodanige nutteloosheid dat het lijkt op de knoop van de dood. Deze nutteloosheid is als de morele kleur van deze afgrond en deze intense verbijstering, en de fysieke kleur ervan is de smaak van bloed dat in cascades door de openingen van de hersenen stroomt.

Men kan mij wel vertellen dat deze moordkuil in mijzelf ligt, ik neem deel aan het leven, ik vertegenwoordig de fataliteit die mij verkiest, en het bestaat niet dat al het leven van de wereld mij op een gegeven moment bij zich meetelt, want door haar aard zelf bedreigt zij het principe van het leven. Er is iets verheven boven iedere menselijke bezigheid: het is het voorbeeld van deze monotone kruisiging, van deze kruisiging waarbij de ziel zichzelf verliest en blijft verliezen.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm):

Je sens sous ma pensée le terrain qui s’effrite, et j’en suis amené à envisager les termes que j’emploie sans l’appui de leur sens intime, de leur substratum personnel. Et même mieux que cela, le point par où ce substratum semble se relier à ma vie me devient tout à coup étrangement sensible, et virtuel. J’ai l’idée d’un espace imprévu et fixé, là où en temps normal tout est mouvements, communication, interférences, trajet. Mais cet effritement qui atteint ma pensée dans ses bases, dans ses communications les plus urgentes avec l’intelligence et avec l’instinctivité de l’esprit, ne se passe pas dans le domaine d’un abstrait insensible où seules les parties hautes de l’intelligence participeraient. Plus que l’esprit qui demeure intact, hérissé de pointes, c’est le trajet nerveux de la pensée que cet effritement atteint et détourne. C’est dans les membres et le sang que cette absence et ce stationnement se font particulièrement sentir.

Un grand froid, une atroce abstinence, les limbes d’un cauchemar d’os et de muscles, avec le sentiment des fonctions stomacales qui claquent comme un drapeau dans les phosphorescences de l’orage. Images larvaires qui se poussent comme avec le doigt et ne sont en relations avec aucune matière.

Je suis homme par mes mains et mes pieds, mon ventre, mon coeur de viande, mon estomac dont les noeuds me rejoignent à la putréfaction de la vie.

On me parle de mots, mais il ne s’agit pas de mots, il s’agit de la durée de l’esprit. Cette écorce de mots qui tombe, il ne faut pas s’imaginer que l’âme n’y soit pas impliquée. A côté de l’esprit il y a la vie, il y a l’être humain dans le cercle duquel cet esprit tourne, relié avec lui par une multitude de fils…

Non, tous les arrachements corporels, toutes les diminutions de l’activité physique et cette gêne qu’il y a à se sentir dépendant dans son corps, et ce corps même chargé de marbre et couché sur un mauvais bois, n’égalent pas la peine qu’il y a à être privé de la science physique et du sens de son équilibre intérieur. Que l’âme fasse défaut à la langue ou la langue à l’esprit, et que cette rupture trace dans les plaines des sens comme un vaste sillon de désespoir et de sang, voilà la grande peine qui mine non l’écorce ou la charpente, mais l’ETOFFE du corps. Il y a à perdre cette étincelle errante et dont on sent qu’ELLE ETAIT un abîme qui gagne en soi toute l’étendue du monde possible, et le sentiment d’une inutilité telle qu’elle est comme le noeud de la mort. Cette inutilité est comme la couleur morale de cet abîme et de cette intense stupéfaction, et la couleur physique en est le goût d’un sang jaillissant par cascades à travers les ouvertures du cerveau.

On a beau me dire que c’est moi ce coupe-gorge, je participe à la vie, je représente la fatalité qui m’élit et il ne se peut pas que toute la vie du monde me compte à un moment donné avec elle puisque par sa nature même elle menace le principe de la vie. Il y a quelque chose qui est au-dessus de toute activité humaine : c’est l’exemple de ce monotone crucifiement, de ce crucifiement où l’âme n’en finit plus de se perdre.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #120

jt 120 – la séparation à jamais – VUURHAARD

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (2)

Je hebt het goed mis om te zinspelen op deze verlamming die mij bedreigt. Ze bedreigt me wel degelijk, en het wordt elke dag erger. Ze bestaat al en het is een vreselijke realiteit. Natuurlijk doe ik nog steeds (maar hoe lang nog?) wat ik wil met mijn ledematen, maar het is al lang dat ik mijn geest niet meer beveel, en dat mijn onbewuste mij geheel beveelt met impulsen die uit de diepte van mijn nerveuze razernij komen en uit het kolken van mijn bloed. Schielijke en snelle beelden, en die in mijn gedachten alleen maar woorden van woede en blinde haat spreken, maar die als messteken of bliksem door een opgekropte hemel gaan.

Ik draag het stigma van een dood die mij dwingt tot waar de echte dood mij niet bevreest.

Deze angstaanjagende vormen die naar voren komen, ik voel dat de wanhoop die ze mij brengen, leeft. Hij kruipt tot aan die knoop van het leven waarna de wegen naar de eeuwigheid opengaan. Het is werkelijk de scheiding voor altijd. Zij schuiven hun mes in dat midden waar ik mij mens voel, zij snijden de vitale banden door die mij verenigen met de droom van mijn lucide realiteit.

Vormen van een kapitale wanhoop (waarlijk vitaal),
Viersprong der scheidingen
Viersprong van de sensatie van mijn vlees,
Verlaten door mijn lichaam,
Verlaten door elk mogelijk gevoel in de mens.
Ik kan het alleen maar vergelijken met de toestand waarin men zich bij een zware ziekte midden in een delirium bevindt, te wijten aan de koorts.

Uit de antinomie tussen het gemak diep in mij en mijn uiterlijke moeizaamheid ontstaat de foltering waaraan ik sterf.

Laat de tijd voorbijgaan en de sociale stuiptrekkingen in de wereld de gedachten van de mensen teisteren, ik ben vrij van elke gedachte die door de fenomenen is doorweekt. Laat mij maar in mijn uitgerekte nevel, bij mijn onsterfelijke onmacht, bij mijn onzinnige verwachtingen. Maar men dient goed te weten dat ik van geen enkele van mijn fouten afstand doe. Als ik het verkeerd heb ingeschat, is het de schuld van mijn vlees, maar die klaarten die mijn geest van uur tot uur laat uitfilteren, dat is mijn vlees waarvan het bloed zich hult in bliksemflitsen.

Hij spreekt van narcisme, ik antwoord hem dat het om mijn leven gaat. Ik aanbid niet mijzelf maar het vlees, vlees in de sensibele zin van het woord. Alle dingen raken mij slechts voor zover ze op mijn vlees inwerken, ermee samenvallen, en tot op dat punt dat ze het schokken, en verder niet. Niets raakt mij, interesseert mij dat zich niet onmiddellijk tot mijn vlees richt. En daar hij spreekt tot mij over het Zelf. Ik antwoord hem dat het Ik en het Zelf twee verschillende termen zijn en niet te verwarren, en het zijn heel exact die twee termen, die balanceren, die het evenwicht van het vlees uitmaken.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:

Tu as bien tort de faire allusion à cette paralysie qui me menace. Elle me menace en effet et elle gagne de jour en jour. Elle existe déjà et comme une horrible réalité. Certes je fais encore (mais pour combien de temps ?) ce que je veux de mes membres, mais voilà longtemps que je ne commande plus à mon esprit, et que mon inconscient tout entier me commande avec des impulsions qui viennent du fond de mes rages nerveuses et du tourbillonnement de mon sang. Images pressées et rapides, et qui ne prononcent à mon esprit que des mots de colère et de haine aveugle, mais qui passent comme des coups de couteau ou des éclairs dans un ciel engorgé.

Je suis stigmatisé par une mort pressante où la mort véritable est pour moi sans terreur.

.Ces formes terrifiantes qui s’avancent, je sens que le désespoir qu’elles m’apportent est vivant. Il se glisse à ce noeud de la vie après lequel les routes de l’éternité s’ouvrent. C’est vraiment la séparation à jamais. Elles glissent leur couteau à ce ventre où je me sens homme, elles coupent les attaches vitales qui me rejoignent au songe de ma lucide réalité.

Formes d’un désespoir capital (vraiment vital), carrefour des séparations, carrefour de la sensation de ma chair, abandonné par mon corps, abandonné de tout sentiment possible dans l’homme. Je ne puis le comparer qu’à cet état dans lequel on se trouve au sein d’un délire dû à la fièvre, au cours d’une profonde maladie.

C’est cette antinomie entre ma facilité profonde et mon extérieure difficulté qui crée le tourment dont je meurs.

Le temps peut passer et les convulsions sociales du monde ravager les pensées des hommes, je suis sauf de toute pensée qui trempe dans les phénomènes. Qu’on me laisse à mes nuages éteints, à mon immortelle impuissance, à mes déraisonnables espoirs. Mais qu’on sache bien que je n’abdique aucune de mes erreurs. Si j’ai mal jugé, c’est la faute de ma chair, mais ces lumières que mon esprit laisse filtrer d’heure en heure, c’est ma chair dont le sang se recouvre d’éclairs.

Il me parle de Narcissisme, je lui rétorque qu’il s’agit de ma vie. J’ai le culte non pas du moi mais de la chair, dans le sens sensible du mot chair. Toutes les choses ne me touchent qu’en tant qu’elles affectent ma chair, qu’elles coïncident avec elle, et à ce point même où elles l’ébranlent, pas au-delà. Rien ne me touche, ne m’intéresse que ce qui s’adresse directement à ma chair. Et à ce moment il me parle du Soi. Je lui rétorque que le Moi et le Soi sont deux termes distincts et à ne pas confondre, et sont très exactement les deux termes qui se balancent de l’équilibre de la chair.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #117

jt117 – mes moelles parfois s’amusent – WERKHUIS

het leek mij interessant om de invoer van de tekenmodule los te koppelen van het ontwaken (ook al omdat je niet bewust aan ‘het eerste woord dat in je opkomt’ kan denken, zonder al behoorlijk wakker te zijn, wie heeft dit weer verzonnen?) en gewoon te systematiseren.

dus nu wordt de ‘ik’ (=testpersoon) wakker en krijgt meteen het volgende woord uit de lijst voorgeschoteld. die lijst is opgebouwd uit omkeerbare samenstellingen: NL substantieven die zijn samengesteld uit twee andere substantieven die in beide volgorde een bruikbare samenstelling vormen, bv. HUIS + WERK : HUISWERK is een woord, maar WERKHUIS ook.

het lijstje is samengesteld with a little help van mijn FB-vriendjes (dank u lieve FB-vriendjes, ik ben zeer streng geweest in de selectie en heb enkel de woorden opgenomen waarover geen twijfel kan bestaan):

RAND+WEG
VUUR+HAARD
NEUS+PUNT
GELD+ZAK
DRUK+WERK
IJS+SCHEP
KUNST+ROOF
BRON+WATER
HUIS+MOEDER
BAK+VIS
AUTO+RACE
STAM+BOOM
HOOFD+STUDIE
JENEVER+BESSEN
JAAR+BOEK
AARDAPPEL+PLANT

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #116

jt116 – les tetes moins que les trous – HUISWERK

DE STRAAT

De seksuele straat leeft op
langs de ongepaste gevels,
de cafés, waar misdaad kwettert,
ontwortelen de lanen.

In de zakken branden sexehanden
en de buiken drinken langs onder;
alle gedachten laten het klinken,
en de koppen minder dan de gaten.

LA RUE

La rue sexuelle s’anime
le long de faces mal venues,
les cafés pepiant de crimes
deracinent les avenues.

Des mains de sexe brûlent les poches
et les ventres bouent par-dessous;
toutes les pensees s’entrechoquent,
et les tetes moins que les trous.

Antonin Artaud, uit BILBOQUET [ARTAUD 1956, p.226]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #115

jt115 – le vrai néant effilé – VELDSLAG

Er bestaat een zure en troebele beklemming, even machtig als een mes, waarvan de opdeling het gewicht heeft van de aarde, een beklemming met klaarten, met de interpunctie van afgronden, gekneld en geperst als punaises, als een soort hard ongedierte en waarvan alle bewegingen verstard zijn, een beklemming waarin de geest zich worgt, zichzelf snijdt, – zich doodt.
Zij verbruikt niets dat haar niet toebehoort, zij komt voort uit haar eigen asfyxie.
Zij is een bevriezing van het merg, een afwezigheid van mentaal vuur, een circulatiegebrek van het leven.
Maar de opiate* beklemming heeft een andere kleur, zij heeft niet dat metafysisch verglijden, dat wonderlijke imperfecte accent. Die stel ik mij voor als vol echo’s, grotten, labyrinten, omkeringen; vol pratende vuurtongen, actieve geestesogen en het klappen van sombere bliksems vervuld van rede.
Dus de ziel stel ik mij wel heel centraal voor en toch tot in het oneindige opdeelbaar, en verplaatsbaar als een ding dat is. Ik stel mij de ziel gevoelend voor, die tegelijk strijdt en toegeeft, en haar tongen in alle zinnen draait, en haar geslacht vermenigvuldigt, – en zich doodt.
Het is nodig het echte uitgerafelde niets te kennen, het niets dat geen orgaan meer heeft. Het niets van de opium heeft in zich de ruimte van een zwart gat als de vorm van een voorhoofd dat denkt, dat gesitueerd heeft.
Maar ik spreek van de afwezigheid van het gat, van een soort lijden dat koud is en zonder beelden, zonder sentiment, en dat is als een onbeschrijfbare aborterende stomp.

Antonin Artaud

de originele tekst uit ‘ L’Ombilic des Limbes’:

        Il y a une angoisse acide et trouble, aussi puissante qu’un couteau, et dont l’écartèlement a le poids de la terre, une angoisse en éclairs, en ponctuation de gouffres, serrés et pressés comme des punaises, comme une sorte de vermine dure et dont tous les mouvements sont figés, une angoisse où l’esprit s’étrangle et se coupe lui-même, — se tue.
       Elle ne consume rien qui ne lui appartienne, elle  naît de sa propre asphyxie.
       Elle est une congélation de la moelle, une absence de feu mental, un manque de circulation de la vie.
       Mais l’angoisse opiumique a une autre couleur, elle n’a pas cette pente métaphysique, cette merveilleuse imperfection d’accent. Je l’imagine pleine d’échos, et de caves, des labyrinthes, de retournements; pleine de langues de feu parlantes, d’yeux mentaux en action et du claquement d’une foudre sombre et remplie de raison.
        Mais j’imagine l’âme alors bien centrée, et toutefois à l’infini divisible, et transportable comme une chose qui est. J’imagine l’âme sentante et qui à la fois lutte et consent, et fait tourner en tous sens ses langues, multiplie son sexe, — et se tue.
         Il faut connaître le vrai néant effilé, le néant qui n’a plus d’organe. Le néant de l’opium a en lui comme la forme d’un front qui pense, qui a situé la place du trou noir.
         Je parle moi de l’absence de trou, d’une sorte de souffrance froide et sans images, sans sentiment, et qui est comme un heurt indescriptible d’avortements.

[ARTAUD 1956, p.72-73]


** de ‘angoisse’ ten gevolge van opiumgebruik. Enkele bladzijden terug, in de tekst ‘Lettre à monsieur le Legislateur de la Loi sur les Stupifiant’, heeft Artaud een fel pleidooi gehouden voor het zelfbeschikkingsrecht van de opiumgebruiker die onderworpen aan zijn vreselijk mentale lijden, zich bij gebrek aan beter gedwongen ziet om zijn toevlucht te nemen tot dergelijke middelen. Niemand heeft het recht hem daarvoor te criminaliseren. Immers “Toute la science hasardeuse des hommes n’est pas supérieure à la connaissance immédiate que je puis avoir de mon être. Je suis seul juge de ce qui est en moi”, een argument dat o.i. nog steeds stand houdt, maar bon, wie zijn wij etc.
Elkwegs: het lijkt er fel op dat Artaud met deze tekst wou aantonen dat hij weet waarover hij praat, om zo de argumentatie daar kracht bij te zetten.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

dagboek zonder dagen (16)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

[…p.118…]

Net zoals het mogelijk is om de gedachten in wakende toestand aan een discipline te onderwerpen, is het mogelijk om de gedachten en de gevoelens van dromen te disciplineren: er toe komen om bepaalde zaken bewust niet te dromen, vervolgens er toe komen om bewust bepaalde andere dingen te dromen, die dromen te registreren, er een zeker bewustzijn van te hebben, er de herinnering van verbeteren om zo van de slaap wat nieuwe bagage aan kennis over te houden en zo de slaap om te vormen tot een onderzoeksmiddel. Er voor zorgen dat de vreemde vondsten van de dromen ons tijdens de rest van het leven naar een beter begrip van die zaken leiden, waarvan we ons nog niet bewust zijn: dat die zaken langzaam stijgen van het onbewuste onbekende en onvoelbare naar het gekende, het bewuste en het voelbare. Dat daargelaten zijn er toch bepaalde gedachten uitgesloten uit het mentale in wakende toestand die zelfs geen toevlucht vinden in de droom. Deze uitsluitingen van het bewustzijn, uitsluitingen uit de droom zullen hun toevlucht zoeken (is het nog leven) in de meest obscure afwezigheid van het denkbare, het verlangen en het gevoel. Er zal heel natuurlijk een verhouding ontstaan tussen de slaap en het waken: in de slaap ontwikkelen zich de materialen bestemd om zich af te scheiden van het onbewuste, terwijl die zaken die bestemd zijn om het bewuste te verlaten zich nog voordoen in de droom vooraleer zich meer definitief af te zetten in de meest onwaarneembare gebieden.

Het idee komt zo uit het voorbewuste, uit het onbewuste, uit wat achter het onbewuste ligt, neemt het zijn aanvang in de nacht van het onwaarneembare en het onvoorstelbare. maar door ons te trainen in de kennis die zich ontwikkelt in die achterwereld, door discipline, door ons meer bewust te maken van die ideeën, die gevoelens, die gewaarwordingen die er nog nauwelijks zijn en waarop de dromen een straal daglicht werpen, benaderen wij een beter begrip van dat onwaarneembare en dat onvoorstelbare.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

ik weet het niet maar ik denk niet dat ze elkaar gekend hebben Réquichot en Artaud. ik denk ook niet dat beide personen erg compatibel waren, ’t is een ander afdeling om het zo oneerbiedig te zeggen…
soit, we houden de kerk in ’t midden met nog ’s een paragraafke vertaling van Bernard vandaag…

mss., zo hoor ik mij denken, ben ik zelf wel een soort meta-zot, een ontsnapsel uit een verder onbekende dimensie van de waanzin, dat ik mij zo begrepen voel bij beiden. tja. ja sè.Deleuze, da’s ook nog ewa thuiskomen, maar da’s niet zo bekend maar dat was ook nie echt ne gewone ze. die kon er in zijne privè ook nie een beetje neffens derailleren.ach ach, ge moogt er niet teveel over doordenken net zoals over Amerika en de Amerikanen dezer dagen. als ge daar op begint door te denken wordt ge zotter dan zot van verdriet en pure horror want allez dat is toch puur een zwart gat van absolute horror nu en zeggen dat daar ontelbare letterlijk ontelbare verschrikkelijk lieve en schattige menskens wonen die net als wij alleen maar vragen om af en toe een beetje gerust te mogen zijn en blij te zijn bij elkaar. ’t is erg en nog erger is dat er niks aan te doen is en dat we hier van geluk mogen spreken toch…

weet ge als ge daar te lang over doordenkt over dat soort zaken geraakt ge helemaal ommuurd door de absolute onleefbaarheid van hoe onze werkelijkheid, dat stukske van ons aller illusies dat we blijkbaar delen kunnen, van hoe die communiceerbare fictie zich verhoudt tot wat het in onze verbeelding zou kunnen zijn, enerzijds en dat van binnen uit, als we zo ommuurd zitten al, ook nog ’s opstijgt het gevoel van hoe het ‘echt’ zit, want we weten dat niet bewust dat we dat weten maar we weten het wel onbewust en dat is dan geen echt weten maar een onontkenbaar besef, een weten van het niet-weten zoals wanneer ge weet dat ge iets vergeten zijt, wel als die nest binnen de onmogelijkheid van enige uitweg uit de realiteit naar het imaginaire ook nog ’s komt opzetten dan begint ge pas de ware toedracht van de woorden van zowel Réquichot als Artaud te begrijpen, te doorgronden, niet omdat ge het ‘snapt’, ge kunt het zelfs niet uitleggen, maar gewoon omdat ge het ervaart omdat het in uw puttekensputteke ook aan het gebeuren is, alleen hebt gij nog de luxe dat ge het naar believen af kunt zetten omdat ge die kracht nog over hebt, terwijl die twee pipo’s er vrijwel constant geheel aan overgeleverd waren, het moesten ondergaan. feesten van angst en pijn.

die fameuze écriture du réel, wat het ook moge worden, wat daaruit voort gaat komen, en je voelt dat er iets heel erg hoognodig Iets wil worden alsof de ganse wereldziel in alle kottekens van de humane expressie aan het pushen is om dat Iets er uit te krijgen, die fameuze Gebeurte die ons overkomen gaat, echt fameus plezant gaat het denkelijk toch nie worden hoor.

achteraf misschien, als we het horen jengelen met een engelenstem.

maar bon, ’t is nu niet alsof we daarin enige keuze hebben, dat is ongeveer het domste wat je daarbij kan denken.

blijven ademen dus, zoals ons moeder moest doen van de bevalmadam.

journal intime #114

jt114 – Le sol est tout conchié d’âmes – SLAGVELD

de dichters heffen de handen
daar waar trilt het levend vitriool,
op de tafels idool is het zwerk dat
beentrekt in een boog. het lid

murwt een tong van ijs in elk
gat, elke kier die de hemel zo
voortschrijdend open laat.

de vloer is gans onder gescheten
met zielen en vrouwen met leuke
sexe-deeltjes, heel kleine krengen
die hun mummies afwikkelen.

Les poètes lèvent des mains
où tremblent de vivante vitriols
sur les tables le ciel idole
s’ arc-boute, et le sexe fin

trempe une langue de glace
dans chaque trou, dans chaque place
que le ciel laisse en avançant.

Le sol est tout conchié d’ämes
et de femmes aux sexe joli
dont les cadavres tous petits
dépapillotent leurs momies.

Antonin Artaud – uit ‘L’Ombilic des Limbes’ in [ARTAUD 1956, p71]

NKdeE 2020 – ‘les poètes [se] lèvent des mains – Artaud’ – A5 -potlood-krijt-wasco

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #113

jt113 – Une fatigue de commencement du monde – WERKVELD

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #110

jt110 – la conscience bestiale de la masse – voorNAAM

bon, ‘la conscience bestiale de la masse’: ‘het dierlijke bewustzijn van de massa’.

waarover heeft Antonin het met die woorden?
laten we ons prille maar dagelijks toch wat groeiende begrip van de ‘samenhang’, de conceptuele cluster ‘waanzin en creativiteit’ ’s samenvatten met daarin als gouden (?) draad de Neo-Kathedraalse theorievorming verwoven als verklarend bindmiddel. gewoon, met de moed der wanhoop, al schrijf-denkende in de richting van die woorden.

wat kan er zoal gebeuren in het veld van de waanzin-crea-cluster? wel, dit, bijvoorbeeld:

een getroffene die tijdens de privé-apokalyps (een tautologie) van de psychose zonder werkbaar mentaal defensiesysteem achterblijft in de onleefbare zone van het echte, doet middels zijn schizofrene gedragingen verwoedde pogingen om een nieuwe stabiliteit te verwerven. de schizofrenie is niet enkel ziekte maar ook (poging tot) zelfgenezing van het psychisme (Oury).
vaak werkt bij de getroffene de beschermende waan van het talige denken niet meer, we zien dan naast pogingen tot constructie (groei, creatie als croissance) van alternatieve (pseudo-)talige realiteiten waarin de verwondingen kunnen omzeild worden, ook in het gedrag wat wij noemen een regressie naar het animale. de getroffene gaat tekeer.

vanuit de devolutionaire logica van de Neo-Kathedraalse leer kunnen we echter veronderstellen dat het hier eerder een (theoretisch onmogelijke) teruggang naar een vroeger stadium van het Rot betreft. we weten vanuit de theorie dat zulk een terugkeer onmogelijk is omdat de toegenomen complexiteit bij groei zulks gewoon niet toelaat: je kan geen kennis vergeten, geen taal wegdenken.

wij, u en ik,
de met werkelijkheidszin behepten,
de functionerende realiteitsgeaarden,
de acceptabel-operationele profielen,
wij kunnen wel de stresserende waanzin van onze talige gedachten middels mindfulnessoefeningen of meditatie tijdelijk deels neutraliseren of tot stilstand brengen om zo de hogere rust van het animale ‘bewustzijn’ te ervaren en daardoor mentaal weerbaarder worden, maar zulk een toestand kan enkel volgehouden worden door strikte afzondering en beperking van zintuiglijke invoer.

wanneer we echter noodgedwongen in een dergelijke regressie belanden is er enkel pijn en lijden: de resten van het zelf, van het ‘bewustzijn’ bloeden leeg in feesten van angst en pijn. naakte, bloedende lijven staan wild te gesticuleren in eigen uitwerpselen en willen bijten, moorden schoppen slaan. of we zitten quasi-katatonisch in een hoekje aan een touw te rafelen en dat touw, o gruwel, dat touw ‘zijn’ wij…

niettemin staan niet wij
maar dergelijke lijdenden ‘dichter’ bij het Echte en kunnen zij in heldere momenten of periodes in staat geacht worden om de wanen van onze talige en gezond werkende ‘realiteiten’ als dusdanig waar te nemen, ze te zien als wanen dus.
het geeft deze getroffenen ‘bijzondere krachten’, het zijn ware ‘zieners’ omdat zij als evident onze wanen als wanen zien gebeuren. terwijl wij ons in de complexiteit benodigd voor de instandhouding van onze kostbare werkelijkheid, terwijl wij ons in al die details letterlijk verliezen, zien zij het evidente: die psychiater hier voor mij staat zich gewoon op te geilen aan de wilde waanzin van een ‘waarheid’ die hij in mij meent te bespeuren. diene pipo investeert zijn neuklust in mij.

hm, oei, dat komt niet goed. Docteur L. kan maar beter snel naar zijn Sylvia terugkeren en een haardvuur-met-leeuwenhuid episode ensceneren…

maar goed, dat daargelaten: op honderd-en-een andere manieren zijn sommige, verbaal nog alerte ‘patienten’ ons normopaten te slim af: zij zien gewoon dwars door onze vunzige praatjes.
de spiegel die de waanzin voorhoud aan de normopaat die de waanzinnige opsluit en isoleert is hoe dan ook confronterend en werkt machtsmisbruik in de hand. de maatschappelijke haat wordt dan ook ogenblikkelijk gewekt bij het minste vertoon van dergelijk spiegelgedrag. wat de schizofreen opwekt bij de massa der brave burgers is de waarheid van het dierlijke bewustzijn, een waarheid die zij kost wat kost ten allen tijden dienen te verdringen want het vergeten daarvan is de basis van hun mentale ‘gezondheid’.

en zo zien we dan meteen waarom het expliciteren van deze teksten van Artaud totaal zinloos is.
als we het correct doen verliezen we enkel tijd, want dit kan je ook onomstotelijk in de tekst zelf op veel kortere tijd lezen, en eenieder die het daar niet wil lezen zal zich nog veel minder de moeite getroosten om deze voor ‘onwillige’ normopaten vertaalde versie te doorlopen. die wil daar niet mee leren omgaan, die wil dat niet eens willen zien als een middel tot zelfreflectie en gedragsverbetering, die wil kost wat kost blijven wonen in de villa van zijn gelijk, zijn ‘realiteit’.

die wil enkel ‘afstand nemen’, en van mij als explicator verwacht hij niet een herhaling maar een manier ‘to get over Artaud’ , een workaround van de nieuwe leugenachtigheid.

(wacht, schijterig schatzeke, ik zal er voor alle zekerheid nog ergens een dt-fout inzetten zodat je niet lang hoeft te zoeken om het beweerde als amateuristische quatch weg te zetten. ah kijk daar, ja, bij de spiegel, waar men het door heeft dat het eigenlijk over hen gaat, dan hoef je het einde niet mee te maken.

voorhoudt.)

elke explicatie is een nieuw verband rond dezelfde eewige wonde en het etteren verergert alleen maar. een maatschappij die niet meer met haar waanzinnigen om kan, die daar moet ‘over geraken’ en daarvan moet ‘afstand nemen’, die niet meer begrijpen wil wat er aan de hand is, maar alles glad wil strijken met medicatie en euthanasie, zo’n maatschappij lijdt aan een bijzonder kwalijke vorm van autodestructieve normopatie (DMS7, p.1843 -2018).

als de corona-kuur niet helpt, zullen we klimaatschocks moeten toedienen.



BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #109

jt109 – la pensée est un luxe de paix – PEPER

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #108

jt108 – la vérité torride d’un soleil de deux heures de l’après-midi – STEEN

de monologen van Artaud zijn horzels die rond het zwarte gat van het Echte cirkelen en elk facet van je innerlijke stem mee willen sleuren in dat gat.

de onderwerpen zijn excuses om de bewegingen te kunnen uitvoeren, elke boodschap of betekenis is secundair, een bijzaak omdat je nou eenmaal een zaak nodig hebt om de lezer erbij te houden.

de lezer is de ander die hij zelf niet kan zijn omdat hij enkel schrijvende iemand is, alleen zo redt hij zich van de complete desintegratie. zolang hij schrijft is hij de lezer en de lezer overleeft (‘Oedipus Rex‘).

in de betogen volgt hij het parcour, elk woord ligt precies op de juiste plaats op het parcour want hij kan enkel die beweging maken en bij die beweging ja daar ligt dat woord daar, en nergens anders.

het accurate van de expressie bij Artaud is een vanzelfsprekendheid, hij beweegt zich immers net als Réquichot aan de binnenkant van zijn schrijven, van zijn denken, van zijn veelvuldig afgebeelde schedel: “à l’interieur de sa pensée” zo zegt Réquichot het. ‘Inside het Mombakkes’

de feiten, de details de doeken van van Gogh het is theater, een opstelling waarbij elk detail betekenisvol is omdat het daar en dan daar moet zijn. er kan niks fout gaan, het stuk is al geschreven, het programma loopt.

maar wat is het dan? wat drukt Artaud uit? wat is zijn expressie en waarom raakt die ons zo diep zonder dat we kunnen duiden waarom?
wat denken we dan wel niet dat hij gezegd heeft als hij is uitgeraasd, als we het woordje Popocatepetl met een vraagteken de tekst van ‘Van Gogh Le suicidé de la societé’ zullen zien afsluiten binnen enkele dagen want ik lees het boekje heel erg traag en in kleine stukjes?

elk jaar wordt er weer meer geschreven in antwoord op die vragen, de stapel is al lang een werf van stapels geworden, Guust Flater heeft er zijn hol in gemaakt. ‘Inside het Mombakkes II

niks. nada, ingetinge. alles wat we daarop antwoorden is totaal naast de kwestie. want wat er bij de lectuur van Artaud gebeurt is enkel dat Artaud gebeurt in onze lezing die dus eigenlijk een (her)schepping is van het gebeuren dat Antonin Artaud werd genoemd, geen representatie maar een recreatie, een occult roeren in de ketel van onze gedachten en een alchimistisch opgewekte ‘création’ die tegelijk een ‘croissance’ is, een wildgroei, een kanker van de gestes die Artaud als een voleerde sjamaan aanbracht in het vaste kluwen van zijn taal. zolang het Frans van Artaud gesproken en begrepen wordt, zal deze ‘recreatie’ mogelijk blijven en zullen de gevolgen even ‘dramatisch’ zijn. ‘I put a Spell on you’

dramatisch want het is theater en het is tragedie want het toont, telkens weer en telkens even doeltreffend, de vernietiging van Antonin Artaud, hoe het kosmische Rot aka de Natuur hem verteerd: als we de brandmerken, de gloeipunten van zijn sigaretten volgen die hij even precies plaatst in het vloeipapier van de Franse taal dan Vincent Van Gogh zijn penseelstreken op het doek weet te toveren, dan beleven we de récréation van het stuk ‘le Sort d’ Artaud le Momo’ aka ‘Inside het Mombakkes’ .

en het is een theater van de wreedheid dat ons allen raakt omdat het ook ons overkomt, alleen zitten wij in de donkerrode pluchen zetels van de parterre van de gepriviligeerde realiteit, of op een der balkons van de al goedkopere werkelijkheid, of misschien zelfs hoog in de vogelenbak van de waan te roepen en te schelden dat het allemaal maar fake is en fictie, maar hoedanook zijn we beter af dan de ontelbare massa’s ontelbaren die buiten het doodeenvoudige, hypernormale kreperen ondergaan, zonder enige mogelijkheid om ‘afstand te nemen’.

maar alles is beter dan zelf op de planken te staan want daar voel en beleef je van iedereen alles, daar ben je het levende eindje van de samenleving dat door de samenleving wordt afgebonden en als een clitoris betast en bevingerd wordt en beknepen en gemarteld tot het zich spartelend zelfmoordt en uitspat in het geil en het bloed.

en als jou reactie daarop is dat je ‘afstand neemt’ en ‘je erover zet’ (“get over it”, Ros Murray) ja dan heb je nog niet door, of dan wil je niet begrijpen dat het theater waarin je het stuk mocht bijwonen integraal deel uitmaakt van het stuk en dat je wel uit het theater kan stappen en naar huis rijden naar je lieve man en je kindjes of je poesje of hondje, maar dat je het Stuk* zelf nooit kan verlaten, tenzij dan als niet-meer-jij, maar zelfs dan zijn er geen garanties.

ah nee: heb jij de indruk dat Artaud al uit het Stuk verdwenen is? uit
le Sort d’ Artaud le Momo’ aka ‘Inside het Mombakkes’ aka ‘Het Zou Zomaar Kunnen’.

Strindberg wist dat, Von Gogh wist dat, Hölderlin wist dat, Nietzsche wist dat, Gerard de Nerval wist dat, Velimir Chlebnikov wist dat, Paul Celan wist dat, Antonin Artaud wist dat en ja, tja, nu weet jij het ook è.


“neen, 1,5 meter is goed hoor, verder hoeft niet, zo verzekert men ons”.

“idd. : dit NKdeE-seizoen is het jaar van de angst”.
neen, de haat is volgend jaar pas, vanaf september dus”.
“haha, neeje, voor mij hoeft dat niet hoor, ik heb heel deze toestand ook nergens aangevraagd of zo è.” “laat ons hopen, ja”

“ja, jij ook. doei!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma


*als sommigen hierbij in het Leuvense weer last krijgen van hun megalomane Koenstencentrumpsychose kan ik de zelfmoordlijn aanbevelen, erg classy en meegaand, of tja, doe het gewoon è, voor papa en mama zal het toch nooit goed genoeg zijn wat je doet…

journal intime #107

jr 107 – formidables ébullitions internes – WAPEN

een sleutelgegeven in mijn leventje is mijn bijziendheid: ik ben redelijk zwaar myoop, -4,5 aan het rechteroog, -11,5 aan het linker. het grote verschil tussen de twee ogen is vrij uitzonderlijk heb ik mij laten vertellen.

tot het eerste studiejaar, dus heel de kleuterklas, was dat niemand opgevallen, maar toen moest er van het bord gelezen worden en dat lukte niet echt. tot die tijd had ik dus een radicaal verschillende visie op de realiteit, letterlijk dan.

ik heb altijd vermoed dat mijn breintje door de nood aan compensatie voor het gebrek aan eenduidige visuele informatie behoorlijk euh, aparte denkwegen heeft ontwikkeld in die eerste jaren, en dat ik mede daardoor zo’n rare kwispel geworden ben.

afgezien daarvan ben ik gewoon krankjorum en totaal mesjogge, maar dat is bekend.


Jean Oury beschrijft in zijn ‘Création en Schizophrenie’ herhaaldelijk het schizofrene gedrag van zijn patiënten, vooral ook van diegenen die zich te buiten gaan aan een onstuitbare creatiedrang, als een genezingsproces na de traumatische apocalyps van de psychose: het mentale systeem zoekt zich een nieuwe leefbaarheid in relatie tot het onleefbare echte en daardoor zien we de patient ook gedreven bedrijvig in de zone van de ‘Fabrique du Pré’ , de Lacaanse orde van het Echte.

het verschil tussen de ‘art brut’ van die patiënten en de ‘oeuvres’ van mensen als Van Gogh en Artaud ligt ‘m vaak al daar, objectief in dat de meeste patiënten eerder toevallig, na een instorting, grijpen naar de creatieve middelen om zich een nieuwe band te vormen met die fameuze werkelijkheid van ons, hypocriete normopathen en zij die zich oprecht voordoen als ‘normalen’ of sociaal-geadapteerden.

ik maak er nu wat een karikatuur van, maar bij Artaud en Van Gogh is het duidelijk dan een terugvallen op een reeds werkende ‘band’ met de realiteit, want zij gebruikten beiden reeds lang voor hun ‘umwendung’ hun ‘Kunst’ als communicatie met de Ander en als dialoog met zichzelf en als verweer tegen het oprukkende Echte.

die functies heeft het zowat, denk ik, maar dan ook voor iedereen, elk specimen van onze soort:

  1. artificiële brug naar buiten, daar waar er om redenen geen sprake kan zijn van een ‘vanzelfsprekende’ verhouding tot de Ander (Bildung?)
  2. constituerende dialoog met het zelf, ook al als compensatie voor de eenzaamheid
  3. een manier om het exces aan stuwing vanuit het Echte verwerkt te krijgen (de Freudiaanse sublimatie?)
  4. een manier om de blokkades veroorzaakt door de resten van de perforaties van het Echte (de steenpuisten waar Artaud gewag van maakt, de inerte blokken van de materie van de dingen die hun destin nervrotique komen opeisen) te doorbreken/ op te lossen (garagefunctie, het gewone onderhoud, iedereen die het vlaggen heeft kent dat wel, als je geen toegang krijgt tot uw garage riskeer je zwaar verslaafd te raken aan vervangverslavingen zoals drank, drugs of medicijnen, eetstoornissen en seksverslavingen kunnen ook die functie krijgen, maar pas op want seks kan elk van deze vier functies net zo goed vervullen zodat het geheel onduidelijk wordt of Don Juan niet de grootste kunstenaar aller tijden moet worden genoemd. de jury kan er Kierkegaard op nalezen…)

misschien moet ik het lijstje nog aanvullen, maar die 4 functies maken dat we pas van een mentaal gezond individu kunnen spreken als het individu een of meerdere creatieve routines (of seks dus) heeft ontwikkeld / ter beschikking die deze functies voor haar/hem/hen hebben. d’r moet alleszins nog een en ander gesitueerd worden in het Spiegelmeer der Erotomanen (broeder Artaud heeft mij opgedragen om het Freud-Lacan verbond der zielepeuteraars zo te benoemen.) misschien was Sylvia toch beter bij Bataille gebleven, hoor.

maar neen, Zij, la Maklès, zij staat daar allemaal boven. soit. te laat zijn we toch….

en bij alles van instorting, het hele gamma gaande van dipje tot apocalyptische psychose, kan het mentaal gezonde individu daarop terugvallen è. men zal begrijpen dat mijn idee van ‘mentale gezondheid’ bij gebrek aan ‘essentie’ nooit absoluut kan zijn, maar altijd relatief aan de omstandigheden. zo zie ik mij perfect in staat om van personen die gedrag vertonen dat in elke samenlevingskring zonder de minste twijfel gecatalogiseerd zou worden als ‘zot’, ‘waanzinnig’ of enige andere variant van dat label, om van dat soort kwispels en kweddels te zeggen dat zij in perfecte mentale gezondheid verkeren.

tja.

ik denk dat je het in de richting van Leibniz’ idee van de best mogelijke wereld moet zoeken, mijn concept van ‘mentale gezondheid’, hier, nu ik het al uitschrijvende aan het opbouwen ben.

wat is de Neo-Kathedraalse Bouwkunde toch overheerlijk simpel en oogverblindend waanzinnig! soms vraag ik mij toch af wat er mis met jullie dat jullie niet eens aan een crypteke ofzo begonnen zijn, maar bon, ’t zal er niet in zitten zekers…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #106

jt106 – le destin névrotique des choses – WENS

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime 106

jt105 – inondation de corbeaux noirs dans les fibres de son arbre interne – ORGEL

Roland Barthes weer, over Artaud deze keer:

“L’écriture d’Artaud est située à un tel niveau d’incandescence, d’incendie, et de transgression, qu’au fond il n’y a rien à dire sur Artaud. Il n’y a pas de livre à écrire sur Artaud. Il n’y a pas de critique à faire d’Artaud. La seule solution serait d’écrire comme lui, d’entrer dans le plagiat d’Artaud.” [google translate in nieuw tabblad]

[BARTHES 1995, p.63]

bon, daar zit nog wat eer in: hij kan er niks mee aan, en hij is daar eerlijk in. want net als bij Réquichot moet Barthes ook de woorden van Antonin Artaud naast zich neerleggen, want iets ervan herhalen, dat kan je niet als je Barthes bent want dan ontken je alles wat je zelf doet.

heel de ‘literatuur’ die er over Artaud bestaat, kan er enkel op gericht zijn om hem onschadelijk te maken, want elk woord van Artaud is een ontegensprekelijke aanklacht, een onaanhoorbare schreeuw en een onmogelijke waarheid. Artaud lezen heeft weinig van een dialoog, en alles van een ondergaan.

Ros Murray, die dit citaat van Barthes aanhaalt in zijn Artaudboek zegt daarover:

In order to write about Artaud one must to some extent be able to ‘get over’ Artaud, as it were, and to take a certain amount of distance.

[MURRAY 2014, p.6]

vanuit de verte, en alsof er niks gebeurt is. zoals je de honger in de wereld behandelt, of de klimaattoestand, of de onthoofde meisjes in Iran, of zoals je de literaire kwaliteiten van de Max Havelaar roemt terwijl wat er beschreven wordt nog bezig is.

alsof Artaud niet vanaf zijn eerste boek consequent en doelbewust zijn werk heeft opgehangen in het leven, ter destructie, als invoer, als offer, als gave?

Je souffre que l’Esprit ne soit pas dans la vie et que la vie ne soit pas l’Esprit, je souffre de l’Esprit-organe, de L’Esprit-traduction, ou de l’Esprit-intimidation-des-choses pour le faire entrer dans l’Esprit.
Ce livre je le mets en suspension dans la vie, je veux qu’il soit mordu par les choses extérieures, et d’ abord par tous les soubresauts en cisaille, toutes les cillations de mon moi à venir. [google translate in nieuw tabblad]

[ARTAUD 1956, ( L’Ombilic des Limbes), p49]

alsof het werk van Artaud helemaal niks verwacht van jou, alsof het niks vraagt, net zoals ik bijna iedereen die zichzelf ‘schrijver’ of ‘auteur’ durft te noemen, zich gedraagt alsof we ergens in een enclave van de tijd zitten , een samenraapsel van momenten waarin je nog ‘vrij aan literatuur’ kunt doen een soort virtuele mix van wat jaren ’20, met wat scheutjes jaren ’50 en ’60 op een bodempje klassiek een laagje schuim van actualia erop en goh ja, kom, lekker voortkwebbelen, lieve literatoren onder elkaar, ha ziet, een oorlogsromanneke, ja jij gaat vast een prijs winnen met je nieuwe boek deze keer, eens kom je toch aan de beurt…

get over it, Vekemans, neem toch wat afstand.
1,5 meter, is dat goed? mag ik echt niet mee naar Mars?

pour en finire…
allez kom è…

wat vraagt Artaud van ons?
vraagt Artaud van ons dat wij over hem zouden schrijven? neen, Antonin Artaud vraagt niet dat wij over hem zouden schrijven.
vraagt Artaud dat wij hem zouden uitleggen? neen, Antonin Artaud vraagt geenszins dat wij hem zouden uitleggen.
vraagt Artaud van ons dat wij hem zouden herhalen? dat wij zouden schrijven zoals hij schreef? neen, Antonin Artaud vraagt nergens dat wij hem zouden herhalen of dat wij zouden schrijven zoals hij schreef.
maar wat vraagt dan die waanzinnige zeikerd dan van ons? wat wil dat krapuul van ons?

Antonin Artaud vraagt dat wij hem zouden lezen.
Antonin Artaud vraagt dat wij kennis zouden nemen van het werk waaraan hij leed.
Antonin Artaud vraagt ons, smeekt ons, beveelt ons om de geest aan het werk te zien, die in hem Antonin Artaud vermoordde, net zoals de kankerkraaien van het geweten van de samenleving de innerlijke boom van Van Gogh vernietigden.
Antonin Artaud hoopt dat wij tenminste een manier zouden vinden om die vernietigende kracht te verlossen. want het is die vernietigende kracht, die stem, die dwars door het leven van Antonin Artaud in elk moment daarvan vraagt, eist om gehoord te worden, en hij zelf kon niks anders doen dan alles wat eerst Antonin Artaud en toen Antonin Nalpas en toen Artaud Le Momo deed en al die daden en al die woorden samen waarmee hij al die jaren van lijden samenviel, was en is en zal altijd de best mogelijke manier zijn om ons duidelijk te maken wat het allemaal wil zeggen…

Antonin Artaud vraagt dus enkel dat wij hem zouden lezen, en dat we verder, als behorende tot een wereld die elke dag kut met groene saus eet en geflaggeleerde jezekenspenis, a.u.b. als het enigszins zou kunnen toch graag zoveel mogelijk onze mistroostige geile bek zouden houden.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #104

jt104 – oppression tentaculaire d’une espèce de magie civique – DIENAAR

als, zoals sommige godsdienstwaanzinnigen beweren, er een god is, en in het licht van zijn Zijn de orde van het Woord en de woorden van de Orde in dienst staan van de waarheid van het Ding en van de orde van de dingen van de Waarheid, dan en alleen dan is er een onderscheid te maken tussen de waanzin van Van Gogh en de waanzin van Artaud en de waanzin van de Paus en de waanzin van Hitler en de waanzin van Jezus en de waanzin van Boeddha en de waanzin van Nietzsche en de waanzin van Koningin Fabiola en de waanzin van Eddy Merckxs en de waanzin van Prince en de waanzin van Kahlo en de waanzin van Jodorowsky en de waanzin van Maradonna en de waanzin van Hermans en de waanzin van Job en de waanzin van Verbrugge en de waanzin van Ghandi en de waanzin van Trump en de waanzin van Leopold en de waanzin van Einstein en de waanzin van Kuifje en de waanzin van Michelangelo en de waanzin van Lacan en de waanzin van Dante en de waanzin van Song en de waanzin van Mohammed en de waanzin van Réquichot en de waanzin van Barthes en de waanzin van Yeats en de waanzin van Shakira en de waanzin van Nero en de waanzin van Lessing en de waanzin van Celan en de waanzin van Peeters en de waanzin van Schauvlieghe en de waanzin van Lismont en de waanzin van Yeats en de waanzin van Li en de waanzin van Kabila en de waanzin van en de waanzin van Plath en de waanzin van Freud en de waanzin van Reich en de waanzin van Mowgli en de waanzin van Allende en de waanzin van Jelinek en de waanzin van Sun Ra en de waanzin van Newton en de waanzin van Blake en de waanzin van Pisan en de waanzin van Ghysbrecht en de waanzin van Vekemans en de waanzin van al uw vriendjes op Facebook en de waanzin van al de vriendjes van uw vriendjes op Facebook en ook die hun vriendjes en de vriendjes daarvan, zelfs die in het echte leven.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #103

jt103 – voûte astrale, coupole sombre – WISSEL

als je iets ‘au fond‘ leest zoals Bernard Réquichot beweerde dat hij las – en ik geloof hem want als je Réquichot ten gronde leest, dan merk je gewoon dat hij inderdaad zijn lectuur heeft meegedacht, laten gebeuren in zijn hoofd – dan (her)schrijf je eigenlijk meteen wat je leest. je maakt je de tekst eigen: je schrijft het over in jouw begrip en dat begrip is niets anders dan een vertaling naar de woorden die voor jou begrijpelijk zijn. een soort stille klankverschuiving.

want begrip is niet, begrip gebeurt: als je iets begrijpt laat je het gebeuren. als je deze tekst niet au fond wil lezen, ga je er niks van snappen. als je hem wel au fond leest, is er niks (meer) aan te snappen: het is gebeurd.

het is heel erg moeilijk om op een scherm dat licht uitstraalt ‘au fond’ te lezen.

Antonin Artaud maakt aan het begin van zijn tekst over Van Gogh [ARTAUD 1947] een rijtje van namen: Baudelaire, Edgar Poe, Gérard de Nerval, Nietzsche, Kierkegaard, Hölderlin, Coleridge, Van Gogh. we voegen daar dan ook maar Antonin Artaud aan toe.

aja. ons kent ons: als Rilke het over Cézanne heeft, dat lazen we gisteren nog, heeft hij het over zichzelf. hij zegt het zelf. en het is 1947, Artaud weet dat hij Artaud is, hij is bijna dood.

dat soort mensen brengen ‘envoûtements‘ (betoveringen) teweeg in de voûte astrale (het astrale gewelf), in de trieste koepel (‘coupole sombre’) die vol gewasemd is met de slechte wil, het giftige chagrin van de meeste mensen, “la vemineuse agressivité du mauvais esprit de la plupart des gens”.

jarenlang electroshocks toegediend krijgen is niet bevorderlijk voor de positiviteit van het mensbeeld. om van die verstokte erotomanie van de psychiaters maar te zwijgen (‘l’érotomanie invétérée des psychiatres’).

de woorden van Artaud wèrken. onze werkelijkheid vertoont barsten als we ze lezen. er komt licht door, vreemd licht, verontrustend licht. wanneer we geconfronteerd worden met werken van de andere personen uit dat rijtje van Artaud, merken we iets soortgelijks, een gelijkaardige kwaliteit, een onmiddellijkheid en een effectiviteit die verder moeilijk te duiden is.

het komt binnen’, zeggen we wel eens. ‘het dringt door‘. we kunnen niet zeggen wat ‘het’ is, maar het is herkenbaar, als het gebeurt zeggen we: ‘daar heb je het weer’.

heeft Artaud het juist hier? klopt dat wat hij zegt met onze ervaringen? voor mij klinkt het heel erg ‘waar’, maar wie ben ik? en als het ‘waar’ is, wat zegt dat dan over die mensen, over die werken, en wat zegt dat over ons? wat gebeurt er hier?

denk er ’s over na, a. u. b. want de vraag die ik mij hier stel, en zo dadelijk gaarne aan u wil voorleggen, veronderstelt een moment van bezinning over die inleidende vragen, en behoorlijk wat welwillendheid van uw kant. de vragen zijn inleidend, en ook retorisch omdat ze niet dadelijk een antwoord behoeven, maar ze laten ook heel goed doorschijnen dat ik zelf geen antwoorden heb, dat ik dat ook niet pretendeer te hebben.

maar misschien draai ik u wel een loer, en doe ik maar alsof en is heel deze tekst een manier om mij van uw welwillendheid te verzekeren en u zo later op slinkse wijze te overtuigen van mijn verborgen agenda?

het zou zomaar kunnen.

de vraag die ik mij stel is: wat gebeurt er als je wat Antonin Artaud in zijn geschrift over Van Gogh beweert, ernstig neemt en dus toestaat dat zijn woorden gebeuren in je hoofd?

wat gebeurt er als je Artaud leest zoals Bernard Réquichot placht te lezen, ‘au fond’?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

portretgeste #5

enorm ontkleedt de omarming
trekt treurend bloot de nood
die grijpt het laken en kaal
ligt te rillen het herfstruiflijfje
met de stugge struik van de wil.

journal intime #102

jt102 – demain, je te parlerai à nouveau de moi – AANDACHT

het Frans had eigenlijk Duits moeten zijn want het kwam uit de pen van het Rilke-ding gedropen op 9 oktober 1907, een van de 18 brieven die het in die maand schreef aan zijn vrouw Clara. er is in die dagen in Parijs een Cézanne tentoonstelling en het Ding pompt alles wat het in huis heeft aan grote kunstenaarsidealen in de aldaar gelooide huid van de schilder.

ik had het hiernaast afgebeelde boekje gevonden in de Kringwinkel en Oury vermelde die Cézanne-brieven en d’r staat er dus 1 van de 18 in. ‘vooruit dan maar’, moet ik gedacht hebben.

het is wel slecht voor mijn maag zo ’s morgens vroeg maar bon er zit dus gelukkig nog die Franse filter op. misschien kan er ’s iemand proberen om Rodin in het Schauens te vertalen? of zou dat te Speers ogen?

soit. die Clara moet wel blij geweest zijn met zo’n belofte.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

portretgeste #4 – ‘de ster die zich in mij ontdubbelt heeft met mijn hand de onbereikbaarheid gemeen’

dagboek zonder dagen (15)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De materie is zonder begin, de geest komt evenals het leven voort uit de evolutie van de materie. Het is daarom dat het kleinste fenomeen van de materie in zich de potentie draagt van de geest en het leven. Omdat de materie zich zonder twijfel op min of meer zeldzame wijze op elke plaats van het universum bevindt, kunnen we zeggen: elk deeltje van het universum bevat in potentie geest en leven. Omdat elk deeltje van het universum sinds oneindige tijden bestaat, heeft elke deeltje sinds oneindige tijden al ontelbare cycli van metamorfoses doorlopen, van leven en dood. De tijd beweegt in het binnen van het universum en beweegt op zichzelf; hij geeft aan elke plaats een geschiedenis even oud als de ganse wereld en gelijkaardig aan eender andere waar materie, leven en denken overlappen.
Vanaf een zekere zwaartegraad wordt het denken universeel: dat is waar voor de dichter, de wijze, de kunstenaar en ieder waarvan de activiteit een

p.118

middel tot kennis is. het is daarom dat wanneer zij die graad bereiken hun verslagen hen onderling verrijken omdat ze een gemeenschappelijke taal spreken. Door verschillende middelen tot kennis komen ze bij die gemeenschappelijke plaats waar ze hun zienswijzen met elkaar kunnen confronteren. Vandaar dat de studie van het fundamentele begint wanneer de gescheiden middelen tot kennis aftreden.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

journal intime #100

jt100 – la création est un accroissement d’être – BRAILLE

etymologisch is elke creatie een aangroei.
de creator, de homo faber die iets schept is dus een vergroeiing van het oorspronkelijke begrip van ‘maken’, ‘tot stand brengen’, meer een zaaier, een bevruchter van het land of een cultivator van een reeds onderscheiden groeibeweging.

er is in onze talen een waarneembare tendens naar nominalisatie en naar reïficatie en van daaruit ook naar kwantificatie omdat de verdingelijking net in functie van het telbare, het verrekenbare gebeurt. die tendens maakt elke kwalificatie, elke vorm van waardering, van het hechten van kwaliteit, maar ook van het respecteren van de eigen-aardigheid van de ruimte ondergeschikt.

in de visie van Freud heeft een Ding een leegte nodig, een afgesloten binnen, en we zien dat ook in het denken het Zijn bij Parmenides (maar reeds daarvoor al waarschijnlijk) geconstrueerd wordt rond het Niets, het niet-zijn: een ding wordt pas telbaar als het wordt afgewogen tegen de afwezigheid ervan. de reïficatie aab de basis van het Zijn en de Dingen is van in het begin verbonden met de vereisten die de handel stelt aan de omgangstaal: het zijn wordt pas een Zijn als het begint te tellen.

het is dus allemaal goed en wel dat Oury het creatieve veld opent als mogelijkheid, als ‘jareche’ waar de zieke terug tot een aangroei van een consistent Subject kan komen, het is prima dat hij dat ziet als een groeiproces in de schizofrenie als genezing, als vicariante reconstructie na de catastrofe van de psychose, maar we moeten daar misschien nog een stapje verder in gaan en durven het ‘zijn’ als prescriptie, als normering voor het ontwikkelen van stabiel doorlaatbaar schild rond het Echte.

ook in onze omgang met niet-humane vormen van intelligentie kunnen we ons maar beter wat trainen in de acceptatie van een radicale alteriteit, want als er ooit een emergentie optreedt van zo’n alternatief ‘bewustzijn’ zal het quasi zeker geen bewust ‘zijn’ worden, want dat ‘hebben’ wij al en eerstegraadsrecursies blijken op geen enekel ander domein ‘levensvatbaar’ te zijn, dat zijn waarschijnlijk ook mathematisch aantoonbare doodlopende functies.

maar we zijn dat soort tolerantie niet gewend è: onze distinctiedrift verhinderd ons al om het volgens de Gignomenologie hoger in te schatten ‘bewustzijn’ van de dieren als dusdanig te erkennen. in onze hoofden gebeurt er helemaal niets in het gemoed van een paard, een hond laat staan een kikker of een regenworm. en dat terwijl we met onze indrukwekkende wetenschap bijna dagelijks meer te weten komen over ‘quasi-intelligent’ gedrag van godbetert eencelligen. zelfs als er een ‘volstrekt automatisch verlopende levensvorm’ als een virus er in slaagt om de hele wereldeconomie plat te leggen zijn we niet bereid iets te laten afdingen op onze kosmische almacht, onze onbetwiste plaats op de bovenste trede van de evolutionaire ladder.

vandaar dat de Kathedraal en haar legendarische Bewoners er niet om treuren kunnen dat wij de kosmische devolutie van het leven, de herinterpretatie van het Darwinisme als het verhaal van een voortdurende Degradatie, een verrotting binnen de energetische verkramping van de materie, dat wij de hogere waarschijnlijkheid van die waarheid hebben ontdekt, een hogere waarschijnlijkheid die wij onder meer afleiden aan het feit dat deze kijk op de zaken de verklaring van enorme complexiteiten op sommige terreinen veel eenvoudiger zal blijken te maken.

het kan hoegenaamd de pret niet derven, een beetje taoist zou dat moeten kunnen inzien. deze verschrikkelijke ‘umnachtung’ (hihi) haalt enkel de ridicule megalomanie van onze soort onderuit en zeg nu zelf: wordt het niet de hoogste tijd dat wat met z’n allen wat volwassen worden? dat we die kinderlijke grootheidswanen achter ons laten, in de verschrikkelijke speelkamers van onze morbiede geschiedenis?

dat moeten we natuurlijk nog hard maken, die scheermes-van-Ockham hypothese dat de devolutie efficiënter is als model dan de evolutie, maar bon, normaliter zullen we daar niet veel moeite voor hoeven te doen, het Rot vindt daar vanzelf haar weg wel in, nu we het poortje naar de hel ervan hebben opengelaten. het slot erop was overigens al eeuwen kapot, zonder god was het ding al gans doorgeroest toen Nietzsche er begon mee te rammelen…

en ach, hard of niet: het kleinste kind kan toch zien dat onze toestand met de dag erger wordt, je ziet, voelt, hoort en ruikt dat gewoon gebeuren. erg is dat niet hoor. alleen een klein beetje erger als voorheen altijd. een ietsje.

maar wees gerust het kan nog eindeloos veel erger, het is een gekende waan van ons, een ‘known bug’ dat we denken dat het einde nabij is. dat is het ook, maar nabij is astronomisch bijzonder relatief.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

portretgeste 2 – ‘m: haar dansen is een troetel in het ritme van de nacht’

journal intime #99

jt99 – la possibilité vicariante de la logique du montrable – HOUT

in de evolutieleer spreken we van geografische vicariantie of allopatrische soortvorming wanneer een geografische scheiding een bevolking van een soort plots geografische scheidt van haar soortgenoten zodat de beide groepen zich onafhankelijk van elkaar anders gaan ontwikkelen. een vicariant is dan een taxon (soort) als resultaat van dat proces.

de term ‘vicariantie’ werd blijkbaar ook door sommige vroege euh neurologen gebruikt, het soort dat dierenbreinen selectief ging verminken om te zien wat het dier dan nog kon. vicariantie was dan het alternatief voor de stricte localisatietheorie die ervan uitging dat het brein redundante massa had waarin het een soort back-up maakte voor het geval er beschadigingen optraden. neen, ik verzin dit niet het staat hier uitgelegd.
de ‘vicariationisten’ dachten dat het brein eender waar in de redundante massa een beschadigde functie kon herinrichten. maar ook nu nog gaat deze discussie omtrent de localisatie van breinfuncties verder en duikt de term daar nog op.

de term ‘vicariatie’ (zonder ‘n’) wordt dan weer gebruikt in de alternatieve natuurgeneeskunde waarmee men daar wil aangeven dat de ene ziekte, wanneer onderdrukt door behandeling, een andere ziekte kan veroorzaken: bij toxiciteit zoekt het lichaam een uitweg door bv. fistelvorming, maar als men die symptomatisch gaat behandelen kan de huidziekte later via ‘progressieve vicariatie’ terugkeren, zie bv. deze uiteenzetting daarover

Jean Oury gebruikt de term om te suggereren dat de ethetische creativiteit een ‘vicariante’ functie kan hebben om de onmogelijkheid van talige communicatie op te vangen, met het geval Wölfli als bekendste voorbeeld

J’ avais parlé à ce propos d’un processus de vicariance. La vicariance est une suppléance fonctionnelle; par exemple, si un rein est défaillant, si même on doit l’enlever, l’autre rein fonctionne bien plus qu’avant. C’est par analogie avec ce processus biologique de vicariance j’ avais émis l’hypothèse que, dans la schizophrénie, un processus de création esthétique peut avoir cette fonction. Il peut en résulter le Sujet découvre un niveau d ‘existence bien plus original: il se met: à peindre, à faire de la sculpture, à écrire …

[OURY 1989, p.131]

ik heb naar de verschillende manieren waarop de term gebezigd wordt wat willen opzoeken omdat al deze elementen in de ‘enforme’, de ‘Gestaltung’ van Oury’s kijk op het creatieve en de schizofrenie duidelijk meespelen. zo heeft hij het ook over de schizofrenie als een genezingsproces waarbij de persoonlijkheid zich net via deze vicariante functie in het creatieve veld plots spectaculair weet te herstellen: er is een vicariant ‘Sujet’ geëmergeerd in de creatieve arbeid.

dat verklaart ook volgens Oury waarom sommige schizofrenen die creativiteit even compulsief beoefenen, als de eerste de beste ‘gedreven’ kunstenaar. dat is bijna een platitude, vind ik, dat een ‘echte’ ‘kunstenaar’ ook gewoon waanzinnig is. ik draag mijn waanzin dan ook als een kwaliteitslabel, een trots en onontvreemdbaar want uniek bezit en ik maak er ook geen geheim van dat mocht ik niet meer kunnen/mogen verder doen met mijn creatieve ‘werk’ (dat tevens een genieten is, een jouissance) dat ik dan binnen de kortste keren totaal krankjorum zou worden, dat ik effectief zou doordraaien en tot gewelddaden zou overgaan, tegen mijzelf dan, want ik sla enkel vliegen dood. hoewel katten best ook een ommetje maken als ik een kwade dag heb. zeker nu ik zelf de ‘uitweg’ van de verslaving afgesloten heb, dat was vroeger mijn uitweg uit de verstikkende ‘normopathie’ .

want dit valt voor mij niet te ontkennen: er is wat ‘Trieb’ betreft geen enkel gebeurlijk verschil is tussen de gedrevenheid van de maatschappelijk toch nog steeds wat aanzien genietende en alleszins ‘aanvaarde’ ‘kunstenaar’ en het creatieve gedrag van menig als waanzinnig weggezette lijdende. we hebben het allemaal even erg ‘vlaggen’.

Aan het eind van zijn betoog op 2 maart 1988 komt Oury terug op het geval Schreber (ik zou het – maak geen vergissing – hier in dezelfde bewoordingen kunnen hebben over het geval ‘Van Gogh’ of ‘het geval Réquichot’ of ‘het Vekemans’, hoor); hij betreurt daar dat Schreber van zijn vader niet had mogen tekenen, en dat hij anders misschien wel zo een vicariante uitweg uit de ziekte zou gevonden hebben. dat is nu net wat ik met de techniek van de asemische lezing wil aantonen: dat je daar dus geen creatieve ‘ervaring’ voor nodig hebt, ik heb al mensen die van zichzelf vinden dat ze ‘niks creatief’ zijn met deze techniek zien verbaasd staan van de schoonheid die er uit hen kwam.

maar Oury weet dat zelf best ook wel, want helemaal op het einde heeft hij het op die dag over de ‘Gelassenheit‘ zoals je die blijkbaar bij Heidegger kan terugvinden, dat je mensen de ruimte moet geven en niet jouw visie [op creativiteit] opdringen en over de nood aan een ‘jachère‘, een plek braakland, overgelaten aan zon wind en regen want daar groeit geen ‘mauvais herbe’ op, onkruid vergaat immers niet omdat het niet bestaat.

vandaag was ook de dag dat ik de techniek van het aanmaken van een geste binnen een bepaalde corridor voor het eerst wou uitbreiden tot het uitdrukken van de gedachte aan een persoon, zoals ik die in mijn brein meen te (kunnen) evoceren. hier is de geste die bij mij emergeert als ik aan Bernard Réquichot denk (ik heb de uitspraak niet opgenomen, dus geen audio, sorry).

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #98

jt98 – Dépôts de signifiants, grains de jouissance – LUCHT

dingetjes zijn het, kiezels op een kiezelstrand, maar jij alleen jij zoekt die kiezels er uit die je opraapt en mee naar huis neemt alwaar ze herinnering worden en actieve beleving elke keer als je ze bekijkt, betast, in je handen houdt.

het genot van het hebben, van het gekozen hebben, van het belang hechten, betekenis geven.

kijk: een uniek album van hoogsteigen taalafzetting in grafiet op papier!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #97

jt97 – qu’est-ce que comprendre la folie – WA TER

waarom kan ik u niet zeggen wat deze ‘kleine’ fuga in sol klein, BWV 578 van Bach ‘betekent’?

o, ik kan gerust honderduit vertellen wat dit prachtige stukje muziek voor mij betekent, dat ik er nog steeds tranen van in de ogen krijg als ik het stretto door mij heen voel gaan, ik zou lyrisch worden mocht ik u mogen vertellen hoe ik het urenlang zonder al te denderend resultaat heb willen spelen op het Hammond-orgel van mijn vader, maar ik ga u, in weerwil van de titel van deze reeks, al die intimiteiten besparen. want dat is geen antwoord op de vraag, dat is niet wat deze fuga ‘betekent’ , wat die ‘zou willen zeggen’…

waarom horen we bij muziek, of dans of een schilderij zo vaak de mensen zeggen dat het ‘niet in woorden te vatten is’, dat het ‘onzegbaar’ is, ja zelfs dat het ‘niet van deze wereld’ is?

het standaard-antwoord van de Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende op alle waarom-vragen is : “het zal u leren”.

in dit geval zou Ludwig Wittgenstein het eens zijn met deze Kathedraalse koan, want zoals Christiane Chauviré in haar artikel “Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein” [CHAUVIRÉ 2003] ons zeer helder duidelijk maakt berusten de ideeën over het onzegbare (‘the ineffible’ in de Engelse tonnen boeken daarover) die aan Wittgenstein worden toegeschreven geenszins tot zijn opinie daarover.
voor Wittgenstein was die nood aan verwoording van de esthetische ervaring een artificiële nood die opgewekt werd en eigen was aan het filosoferen. een normaal mens luistert naar de fuga en geniet, alleen filosofen of betweterige bloggers zoals ik vragen zich luidop af wat die fuga nou ‘wil zeggen’…

Kierkegaard heeft immers overschot van gelijk als hij beweert dat muziek en dans ‘hogere kunsten’ zijn dan de kunsten in het talige domein zoals theater of poëzie omdat ze veel ‘onmiddellijker’ werken: zij hebben het ‘middel’ het medium van de taal niet nodig. wat wil het zeggen, die muziek? als het wat wou zeggen had Bach de woorden wel genoteerd en niet de noten. God spreekt in zijn muziek, dat zou onze Johann zeker beamen maar wat Hij zegt is niks anders dan de muziek zelf.

Jean Oury valt op 6 januari 1988 op het einde van zijn lezing in als derde stem bij de zich al verstrengelende meningen van Wittgenstein en Kierkegaard als hij wijst op het grote gevaar van reductie als je je begint af te vragen wat het zou kunnen betekenen om te begrijpen wat sommige patiënten doen als zij zich ‘als gedrevenen’, ‘in hun waanzin storten’ op de creatieve expressie.

want als het te begrijpen was, zouden ze het misschien ook gewoon kunnen zeggen, maar geen van de lijdenden doet dat, dus zou het maar al te gek van ons zijn als we hun waanzinnige expressie zouden willen reduceren tot de talige vorm van begrijpelijkheid die voor hen op evidente wijze niet meer werkt.

het is toch met enige schroom dat ik in dit soort gezelschap bijna gedwongen word om een vierde stem dit thema te laten herhalen en ik klim dan ook maar heel ff op het al te gladde orgelzitje om dan weer snel in vier woorden af te dalen tot mijn ware proportie van boekloos en confuus bevingerd dichtertje. ik doe het, denk ik, maar best met de pedalen, want ik word bij god zenuwachtig als men mij op de handen kijkt.

waarom toch hebben u en ik, die toch deze muziek al hebben om alles van het goddelijke tot diep in onze ziel te laten ervaren, waarom toch zijn wij anders dan de vogel die met zijn Messiaens gefluit gods glorie moeiteloos beamen en herhalen kan, zo onherroepelijk getroffen door de onaflatende plaag van de taal? waarom, zo vraag ik u?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #94

jt94 – il se passe quelque chose la – BAL LAST

in het Frans gebeurt het niet, maar hij. als Jean Oury wil zeggen dat er iets gebeurt, daar in die Fabrique du Pré van hem, dan moet hij eerst over ‘hem’: er gaat iets ‘hem’ voorbij daar: het gebeuren dat verder even onpersoonlijk en abstract wordt gedacht als in eender welke andere taal (voor zover ik die ken en da’s dus niet bijster ver), moet in het Frans eerst door de mannelijke zijnspoort.

als het regent valt dat zo niet op (dat hij regent – ‘il pleut’) maar omdat het gebeuren reflexief is, is het wat opvallender: hij moet zichzelf nog ’s voorbij, en, dat weten we, daar heeft Hij het soms knap lastig mee.

ja, ik weet het. stilstaan bij dit soort versteende eigenaardigheden in een taal wekt wantrouwen op, in deze tijd. dat heb ik al mogen merken. het nazisme heeft de deur van de historische taalkunde te fel besmeurd. ik vond en vind dat doodjammer, want op ‘Germaanse’ (ik studeerde, lieve kindjes, in de tijd dat talen nog per familie werden bestudeerd, da’s nu ook al niet meer nodig/wenselijk) vond ik het vak Historische Taalkunde eigenlijk het enige boeiende. ik bleef dan ook maar uit die lessen weg, stel je voor dat ik mijn verachte studierichting (ik wou filosofie doen, maar dat mocht niet) ook nog interessant ging vinden. nee, ik vind dat geen gemiste kans, mijn universitair débacle. bij de betekenaar ‘gemiste kans’ denk ik aan geheel andere euh, dingetjes.

elkwegs: dat is dus een spijtige toestand, die obstructie van de historische linguistiek, want de taal heeft haar eigen Fabrique du Pré waarin ‘vanalles’ gebeurt dat sporen nalaat en die worden momenteel nauwelijks nog onderzocht.

maar ook dat verandert wel weer, binnenkort, markeer mijn woord .

ik haal die il-kwestie hier omdat die noodzaak in het Frans om telkens in die termen te spreken mij een serieuze hinderpaal lijkt om te kunnen twijfelen aan de vanzelfsprekendheid van het Zijn, de basisvoorwaarde om te komen tot de Neo-Kathedraalse Eclips in het Moment (onze versie van het zen satori ding). il est incontournable! wee o wee: mijn Gignomenologie gaat nooit doorbreken in de francofone wereld! il n’y a rien à faire, de nijdigaard!

seg, wat denk je, zou het niet zo zijn dat wij allemaal wel hetzelfde brein hebben en daardoor min of meer allemaal op dezelfde manier denken maar dat wat dat betreft de taaldiversiteit zorgt voor een openheid die maakt dat we niet vastdraaien in onze eigen code? ik heb altijd gedacht dat we die diversiteit echt nodig hebben en dat dus die Babelse vloek eerder een zegen was. men zegt altijd dat we minder gewelddadig worden als we mekaar maar beter begrijpen, maar ik geloof daar niet zoveel van. eerder het tegendeel. zonder die taalverschillen hadden we elkaar al lang geleden de kop in geslagen. als ‘ja maar zo bedoelde ik het niet’ niet meer werkt is de kous te snel af.

maar goed. iets geheel anders wat ik vandaag bedacht bij de Oury-lectuur is dat Freud ook wel heel erg bepaald werd in zijn denken door de Romantische Bildungs-gedachte die in zijn tijd nog gemeengoed was. een karakter werd opgebouwd, dus is het maar logisch dat je een onbepaalde onderlaag hebt die alsmaar vaster en complexer wordt.

in onze degradatietheorie zullen we dat toch ietwat moeten herzien. als het ego bij Freud van alles nodig heeft qua negatiemechanismen ‘pour pouvoir se construire’ zoals ik vandaag bij Oury lees, dan is dat streven naar het gezonde ik als een voltooide werf enkel vanzelfsprekend als je evolutief denkt. dan valt ook die eigenaardige reflexieve wending in het ‘se construire’ helemaal niet op, net zoals er in een album van Suske en Wiske er geen haan naar kraait als Jerommeke in staat blijkt om zichzelf op te heffen: de sterkste man ter wereld kan dat nou eenmaal, dat weet toch iedereen…

misschien, opperen wij dan uiterst voorzichtig want er resteren ons nog amper een lezertje of vier, misschien is het toch meer aannemelijk dat de boorling in zijn verworpen staat en geconfronteerd met de taterende Ander niet anders kan dan afdalen in de schizofrene hel van het Ik, compleet met haar locale kringen van de taal?

ik wil wel ’s bekijken wat dat geeft als je die hele Bildungsgeschichte van Freud 1.0 in haar Lacan-update die de toevoegingen van Freud 2.0 blijkbaar veelal ongedaan wil maken, van in den beginnen (en ver daarvoor) omdraait, en je je luidop (maar toch best niet te luid en in een beveiligde omgeving) afvraagt hoe het zover is kunnen komen dat alles in onze samenleving erop gericht is op onze nieuwe exemplaren zo snel mogelijk te laten degraderen tot de normopaten die onze ‘werkelijkheid’ beheersen, euh, wij dus, al bestaan er ernstige twijfels of ik nog wel bij die wij der niet-waanzinnigen mag gerekend worden.

als het onderbewuste, zoals Lacan zegt, inderdaad als een taal georganiseerd is, dan zou dat ‘gebied’ net zo goed een toonbeeld zijn van menselijke onmacht, maar dat geloof ik eigenlijk nu al niet meer. maar om uit te zoeken hoe het dan wel zit, moeten we dus eerst een werkbare kennis van de bestaande theorie verwerven. aha, juicht, verworpenen der aarde, we hebben een excuus!

we gaan nog veel moeilijke boekskens mogen lezen, denk ik , vooraleer we dat soort vage noties in een de fragiele snoepjesmachine van de falsifieerbare hypothese kunnen frommelen om er dan met veel gehamer wat schamele resultaten uit te prutsen, papierkens handleiding bij een gummibal, die niemand wil lezen laat staan geloven.

een ronduit zalig vooruitzicht, vind ik dat, een ware vista van rust en vrede in deze uiterst beklemmende tijden…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #93

93 – ouvrir l’attente dans le fermé – GE NI JAA L

ik heb vandaag mijn dagje niet, het loopt niet echt, maar bon we zullen van de nood een deugd maken en pogen enkele algemeenheden over de opzet van mijn werk te verwoorden, een korte status quastionis van de Gignomenologie, da’s altijd een goede oefening. en de kans is bijzonder klein dat er van de kant der gignomenologen veel kritiek gaat komen over de onvolledigheid hiervan.

het begon al vanochtend. je kan het horen aan mijn uitspraak van het woord ‘geniaal’ dat ik al efkens wakker was: en er zit belachelijk veel theater in die uitspraak, een bruisende zee van ironie waarin de tegenstrijdige zingevingen aan het (voor mij) onzinnige concept van de genialiteit doorklinken in de functionele herhaling van de klanken. tja, als ik al in mijn bed begin te acteren…

elkwegs: er zat, zit ook een onmiskenbaar uniciteit in de uitspraak, want het zit namelijk zo: elke, eender welke uitspraak (vocalisatie) is (achteraf extern bekeken) een keuze uit ontelbare mogelijke manieren waarop een woord kan worden uitgesproken (inclusief alle ‘foutieve’ en ‘onbegrijpelijke’ wijze van uitspraak, dus ook die van mensen die onze taal niet kennen, de uitspraak van zwakzinnigen, van na-apende peuters, van simulerende machines). in de praktijk is het dan en daar altijd de enig mogelijke uitspraak, maar dat is dan weer iets voor de determinatiediscussie die eigenlijk al afgesloten was voordat ze begon (de vrije wil is een illusie, de tijd is een zintuig).

toch, achteraf bekeken, de invoer van het woord zal in een oneindige reeks van ‘uitspraakopstellingen’ nooit tweemaal dezelfde zijn, al was het maar omdat er steeds een minimaal tijdsverschil zal zijn tussen de herhaalde uitspraak van dezelfde uitspraakopstelling.

de term ‘uitspraakopstelling’ is bewust gekozen omdat het woord vermag te verwijzen naar het gebruik van ‘configuratie’ in bv. de configuratie van een computer, waarbij dus verschillende onderdelen een werkend geheel maken, een ding dat werkt.

ik ben als ik ’s ochtends mijn woordjes herhaal zo’n ding dat werkt als uitspraakconfiguratie. we maken van dergelijke aggregaten of configuraties abstractie tot de eenheid van een werkend ding (functionalisme in het denken dat devolueerde naar de concretisatie ervan in de Object georienteerde programmatie (OOP)) omdat we dat gewend zijn, omdat we dat kunnen en we weten dat abstracties nuttig zijn, dat we daar wat aan hebben. we zijn dat zodanig gewend dat we niet meer zonder kunnen in onze voortdurende behoeftebevrediging, dat het een vanzelfsprekendheid is geworden.

wat het ook moge wezen: we hebben dingen nodig, we hebben het begrip van een ding nodig waarin het ding altijd hetzelfde is zodat we er op kunnen bouwen.

we kennen dat ding-dat-werkt al heel vroeg in ons leven: aan de geur van melk in de verte heb je niks, aan een tepel waar melk uitkomt als je zuigt heb je alles. maar die tepel als ding-dat-werkt is al heel wat anders dan het veel complexere ding aangeduid met ‘uitspraakopstelling’ om maar te zwijgen van het concept ‘geniaal’. de tepel is veel ‘echter’, zelfs al werkt het ding soms niet (mama heeft geen melk) want kijk ’s naar die andere ‘dingen’: vooraleer er twee mensen het eens geraken over wat voor ding ‘geniaal’ is, zijn we allicht twee levens verder: we hebben daar geen tijd voor dus laten we die dingen voor wat ze zijn en gebruiken we de woorden in de hoop dat iedereen ze min of meer begrijpt. o jee: we bedoelen een ding maar het bestaat niet echt want iedereen vult het min of meer anders in en iedereen spreekt het woord ervoor dan nog ’s min of meer anders uit.

taal en de dingen die we ermee fabriceren in onze gedachten of via de actieve coderingen in een talig programma genereren op die manier een explosie van complexiteit die oncontroleerbaar is van het moment dat ze hun intrede doen. veel wetenschappelijke activiteit bestaat er net in om die hopeloos complexe taal te omzeilen met gereduceerde taalvormen, formeel taalgebruik, waarvan de wiskunde voor velen het nec plus ultra is dat zelfs de status van enige echte werkelijkheid voor zich kan opeisen.

vanuit de psychologie weten we echter dat elke ‘werkelijkheid’ een constructie is, een fictionalisering, een gemaakt ding dat ons psychisch beschermd voor het totaal onleefbare Echte. alleen zijn we nog niet bereid om daar in de andere wetenschappen de nodige conclusies uit te trekken, omdat de mensen daarvan het belang niet inzien en de psychologen zelf eigenlijk ook niet, misschien omdat , euh, nee dat ga ik nu maar ff niet zeggen 🙂


eenheid – meervoudigheid – totaliteit.
realiteit – negatie -beperking.
substantie – oorzaak – wederkerigheid.


wasda? ‘da’ zijn drie reeksen van categorieën van Kant. dat zijn dingen die werken die we volgens Kant a priori kennen en gebruiken, zegt Kant. u, ik en iedereen, want het zijn universele categoriëen. hm. wel wel.

van de enkelingen die Kant gelezen hebben komt er misschien nog 1 iemand heel toevallig ooit ’s op deze tekst van mij uit en die persoon zal zich dan misschien vaag kunnen herinneren wat Kant nou ook weer bedoelde met één van die categorieën. ikzelf vergeet dat soort indelingen prompt na lezing, mijn geheugen is zaligmakend zeefgelijkend. maar daar gaat het niet om.

het punt is dat deze kennisobjecten enkel functioneren binnen een theorie waarin zij welomschreven zijn, binnen een werkend systeem, een programma. het programma van Kant is, dat wordt alom gezegd, en ik neem dat aan, van een indrukwekkende grootsheid. op basis van dit systeem, een kritiek van onze manier van denken, komt Kant uiteindelijk tot een ethiek, een kritische bezinning over het juiste handelen (die iedereen om een even indrukwekkende manier volslagen naast zich neer legt, tenzij dan de professoren en studenten in de Kantenklos en de heilige die het eindelijk ’s van een ander hoort).

dat is een beetje de traditie in de (westerse/academische) filosofie: je bouwt een kennistheoretisch systeem waarmee je aansluit bij een van de lopende ismes (realisme, idealisme, rationalisme, vitalisme,…) en daaruit distileer je dan uiteindelijk een ethiek waar je de lezer duidelijk maakt dat we allemaal beter zo en zo zouden handelen en dat en dat zouden doen, maar ja, ’t was maar een idee hoor en nu ga ik sterven. als je wat verdwaalt in al die stelsels en ethieken en groots opgezette denksystemen krijg je echt een verbluffende kijk op wat een menselijk brein allemaal kan verzinnen. de filosofie is een onuitputtelijke bron van zelfbewondering van en voor de gedevolueerde mensaap.

d’r is maar 1 minpuntje aan: ’t zijn allemaal mannelijke systemen en overal staat het Zijn centraal (de ontologie) en elke versie van het Zijn is ontworpen voor de accomodatie van dat ene Ding, waarvan we ondertussen gezien hebben dat het een fictie is die we enkel gemakshalve een bestaan toekennen omdat we geleerd hebben dat dat nuttig was.

en we belijden dan wel de letter van de wetenschap die zegt dat God eigenlijk dood is en het Zijn een fictie, maar we luisteren nauwelijks naar de Geest van de wetenschap laat staan dat onze acties haar Ziel veruitwendigen. (grapje onder deontologen) (sorry).

omwille van dat ene schoonheidsfoutje op het blazoen van de filosofie wil de NKdeE een non-filosofie nastreven die het Zijn overbodig verklaart en het Ding slechts wil gebruiken als het zich nuttig weet te maken (stofzuigen? ’t afwasmachien leegmaken?). want als er één fictie mogelijk was die zoveel kan verwezenlijken als het Ding en het Zijn, dan ligt het in de aard van het concept ‘fictie’ dat er meerdere mogelijkheden moeten bestaan en dat we die andere mogelijkheden niet hebben onderzocht, dat is makkelijk verklaarbaar door de afhankelijkheid die we in de loop der eeuwen hebben opgebouwd van het Zijn en de Dingen in hun steevast mannelijk perspectief. onze beginvraag bij dat alternatief onderzoek was aanvankelijk moeilijk te stellen, zonder enig Ding om te beginnen. maar uiteindelijk vonden we toch een eerste formulering die ons vruchtbaar leek: wat gebeurt er als we niet meer vragen naar het wat van de dingen, hun existentie (die dus verworpen wordt) maar naar de hoedanigheid van hun gebeuren. hoe werken deze fictieve dingen (als fictie), hoe gebeuren zij als ding binnen de fictie van hun zijn? deze methode is uiteindelijk een geradicaliseerde fenomenologie in de traditie die door Husserl is ingezet, vandaar dat we onze opzet ook een ‘gignomenologie’: de leer die onderzoekt hoe het gebeuren verschijnt aan onze waarneming. de filosofie zelf wordt in die optiek een soort van historische narratologie, een praktijk die eigenlijk al door Derrida en Deleuze beoefend werd, al waren geen van beiden bereid om die laatste stap te zetten.

vanuit die gignomenologische opzet die we heel stilletjes aan verder willen uitbouwen en intern meer consistent maken, proberen we nu de mogelijkheid van het onmogelijke te verkennen: een methode om tot een schrift van het (op z’n Lacan’s te begrijpen) Reële te komen, een manier, om het in de bewoordingen van Oury te zeggen, om een gesturale communicatie te ontwikkelen die geënt is op de site van de emergentie, een site die Oury aanduid met de verwijzing naar het boek van Francis Ponge, de Fabrique du Pré, een temporele virtuele locus, als het echt moet een Heideggeriaans Oord te situeren voor alle logica en voor de werking van de Freudiaanse verdringing, maar daarvoor moet ik nog behoorlijk wat bijlezen in de bepaald uitgebreide stallen van Sigmund en Jacques.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #92

jt 92 – Le présent c’est quand je parle – VER DWA LE

wanneer Jean Oury het in zijn ‘Création et Schizophrénie‘ [OURY 1989] over een ‘site’ heeft, een Heideggeriaans Oord* waar de Fabrique du Pré van Francis Ponge staat te draaien, dan heeft hij het over een geheel virtuele locus die toch een ‘echte’ extensie heeft in het spatio-temporele continuum.

dat is tenminste wat je kan veronderstellen, want Oury definieert niet, hij evoceert door middel van referenties een landschap en voert de lezer mee op een wandeling doorheen dat landschap, ondertussen ons geanimeerd wijzende op allerlei merkwaardigheden die zich in dat landschap manifesteren. de leeservaring geeft mij een aangenaam gevoel van ruimte en vrijheid

de tweede sessie van het academiejaar 1987-88, die van 2 december 1987 [OURY 1989 p. 89-103] is weer net hetzelfde soort wandeling als we in de eerst kregen. de strategie van het boek is duidelijk nu: door een opeenvolging van dergelijke wandelingen ontstaat er een vertrouwdheid met het landschap en kan het landschap zelf een site worden om Oury te ontmoeten, om te delen in zijn ervaring van de site van de theorie. het is meer een verwijlen met dan dat het een exposé is.

hier doen we hetzelfde soort wandelingen, en we ontmoeten daarbij allerlei theoretische merkwaardigheden waarlangs we bewegingen maken die niet altijd even correct zijn, maar we hopen dat we wel reactie krijgen als we te fel uit de bocht gaan en we lezen en herschrijven ook voortdurend zelf onze bschrijfbewegingen om zo tot een minder met fouten belast parcour te kunnen afleggen.


wanneer Lacan zegt ‘Le présent c’est quand je parle’ geeft hij daarmee aan wat waarschijnlijk ook de neurologische basis voor onze nu-ervaring is. we weten immers dat het brein een twee-snelheden-brein is waarbij de prikkelverwerking, de sensatie bliksemsnel is (de snelheid van de electriciteit?) en de ‘hogere’ cognitie een relatief trage snelheid kent.
dus als we praten horen we niet alleen onszelf praten, we begrijpen ook deels wat we zeggen opnieuw terwijl we het uitspreken, in een lus waarin ook een correctiemechanisme actief is en waar er tot groot jolijt van de analyst ook vreselijk veel kan fout lopen dankzij allerlei verdringingen, condensaties en ontkenningen.

de weg van het praten loopt, zo las ik onlangs in een artikel van Ariane Bazan, via een beweging die in de hersenen de feitelijke aansturing van de motoriek alvast simuleert en ik kon het mij dan zo voorstellen dat je die simulatie dus ook naar believen op ‘luidop denken’ kan worden gezet, een switch-ervaring die ons zo vertrouwd is dat we ze al als metafoor kunnen hergebruiken voor het overdenken van de eigen gedachten.

eigenlijk feitelijk beleven we zo voortdurend onze eigen ‘futur anterieur’: het uitgesprokene is de voltooide vorm van de toekomstige tijd die we denken. daar ligt misschien ook de neurologische basis voor onze intuitie die al weet dat ze iets gaat weten vooraleer het gedacht is. een intuitie die van het ene voorvoelen in het volgende blijft doorlopen tenzij ze aan de interruptie van het taal wordt onderworpen (“L’interreption” – Maurice Blanchot, dat moet ik nog lezen).

onze proprioceptie (fr: ‘proprioception’ onlangs op Arte opgevoerd als ons ware zesde zintuig) die voortduren tegen hoge snelheid ons lichamelijk zelfbeeld produceert, wordt via de taal verklankt tot spraak die in de eerste plaats samenspraak is, als samenspraak ontstaan en georganiseerd is, zoals geluid ook communicatief in groepen van apen wordt gebruikt: een klankenstroom die de andere klankenstromen onderbreekt en zo sociale betekenis opbouwt, een ‘wonen’ om het met een korrel Heidegger te zeggen, van de groep in het Oord van de klank.

taal is dus een vorm van omgang vooraleer het betekenisproductie is, een ware commerce in de attentie-economie van de groep. de logos brengt daar echter verandering. want wanneer is er van logos sprake? dat is wanneer de taal als een netwerk van betekenaars een zekere autonomie bereikt via de herinnerde beleving van het ‘toevallige’ verbinden van bepaalde klank(combinaties) met bepaalde betekenaars (de mentale simulaties van de motorische sturing die nodig is voor de uitspraak) en van daaruit met woorden die supra-individueel overleven in het ‘organisme’ van de taal, om die metafoor maar ’s te gebruiken want in de taal kan je net zo min over de taal spreken als dat je het schaakspel al schakende kan uitleggen, maar we behelpen onszelf zo, want de taal dwingt ons om de taal een bestaan toe te schrijven dus moeten we ook wel kunnen zeggen wat de taal is want anders ontkennen we sebiet het bestaan van God nog, dedju.

maar oké, bon, goed, zover zijn we dus: we hebben een logos die een autonoom systeem geworden is in wat ondertussen tot een heuse spreektaal verworden is. maar wat zien we: hoe meer autonomie die logos krijgt (de Orde van het Woord – Foucault) hoe meer alienatie die logos veroorzaakt bij het individu, want wat zij in de mond neemt is eigenlijk vreemd aan haar. via de techniek wordt de logos ook nog ’s vertaald naar het mechanische dat meer een meer greep krijgt op onze levens, tot we in een stadium beland zijn waarbij onze ‘omgang’, onze attentie-commerce niet meer rechtstreeks met andere individuen wordt gevoerd maar via de omweg van het schrift verloopt, via de rol, via het boek, het gedrukte boek, het mechanisch gereproduceerde boek en tenslotte de interactieve app: de tekstspleetjes op/in je Facebook ping-Ding.

wanneer het misgaat, bij diverse vormen van schizofrenie komt heel dat systeem van sociale veruitwendiging vaak tot stilstand, we zeggen dan die persoon geblokkeerd zit, of dat er ‘niks zinnigs meer uit komt’.
de band met de spreektaal en de logos is afgebroken, vernield door traumatische ervaring of gedegradeerd door ziekte of overbelasting.

we zagen bij de vorige wandeling in Oury’s landschap dat de ziekte zelf een vorm van herstel kan zijn, die heel traagjes dde innerlijke beleving terug laat aansluiten op de sociaal acceptabele beweging. op de wandeling vandaag lezen we ondermeer hoe Gisela Pankow die band tussen patient en analyst terug tot stand weet te brengen door de patient met klei te laten werken zonder daarbij de bewerking tot het talige te willen gaan reduceren, zonder te willen interpreteren, want de klei dat ‘is’ dan de patient, daar gebeurt wat er ook innerlijk gebeurt. er wordt een nieuwe communicatiemethode geënt (Oury spreekt van ‘griffes’) op het door de ziekte afgesloten innerlijk.

in de techniek van de asemische lezing kan je iets soortgelijks bewerkstelligen, en dat geeft de asemicus ( en ev. de begeleider) de kans om te werken met zijn/haar zelfbeeld. want de schriftbeweging komt ook tot stand in dat oord van het Pré, voordat het cognitieve niveau de kans heeft gekregen om alles met haar logos toe te ritsen. het is dus eigenlijk fout van Oury om te zeggen dat er daar sprake is van een poëtische logica, want er is daar geen logos te bespeuren en er wordt ook niets gemaakt zoals er in de poëzie dingen worden gemaakt. wat er gebeurt is pure lyriek, het zingen van de nog-niet geïndividualiseerde ziel

het verschil tussen poëzie en lyriek kan je het best uitleggen met een voorbeeld van dichters: Herman de Coninck bv;, die maakte op meesterlijke wijze poëzie, die schreef teksten die af waren (en toe). als je een de Coninck leest, dan lees je over iets, en dan heb je het wat dat betreft gehad, daar heb je niks meer aan toe te voegen.

een lyricus daarentegen, neem Van Ostayen als voorbeeld, die brengt niks tot stand, die heeft het nergens over, die laat iets gebeuren. de lyricus staat toe dat de lyriek via hem naar de lezer vloeit die het dan ook kan ervaren. lyriek ontstaat ondanks de lyricus, dankzij zijn/haar bereidheid om te sterven ervoor, de ervaring ervan is hem/haar duizend keer meer waard dan eender welke eer, faam of beloning.

poëzie is een product gemaakt door een dichter die over iets het laatste woord wou hebben. wat hem uiteraard van harte gegund weze. lyriek is deelname aan de wereldziel, een tijdelijke oplossing van elke individualiteit.

da’s eigenlijk alles wat ik wou zeggen vandaag, maar ik vond de weg ernaar toe ook wel best plezant.

tot morgen!


*als je in een theorie niet kan verdwalen functioneert ze niet meer als theorie, vind ik, dan is het hooguit nog mest voor een nieuwe theorie die wel nog kan wèrken. als ik Heidegger lees voel ik walging en dat vraag ik mij uiteraard af hoe dat komt. ik denk dan, wel dit is nou net de Herman de Coninck van de filosofie: het is allemaal prachtig en het klopt als een bus, maar het is proppensvol toe-geschreven, dood-gemaakt, conceptueel af en lyrisch kapot dat het afstotelijk wordt. dit is voorwaar industrieel opgewerkte Platoonse grotshit. het Ding zwaait de plak. ik voel mij haast letterlijk in de mond genomen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #91

jt 91 – il faut travailler le “pate” humaine qui nous entoure – WACH TEN

de eerste séance van Jean Oury’s seminarie van 1987-1988 in diens Création et Schizophrénie [OURY 1998], is een ware grabbelton van werktuiglijke concepten. Oury laat zijn usual suspects opdraven in een Petrarkeske Trionfo van de Weide, de Pré, zijn naar eigen zeggen onvertaalbare hoofdconcept. hij verwijst daarmee naar Francis Ponge’s titel ‘Fabrique du Pré‘, titel van een boek waarin Ponge als een ware voorvader van de Kathedraal de interne keuken van zijn schrijverij publiek maakte en liet zien hoe het gedicht ‘Pré’ tot stand kwam.

Oury lijkt bij dit concept de tekst van Ponge meer als een activerend label te gebruiken voor alles wat de artistieke Gestaltung als ‘oeuvre’ voorafgaat, dan als een echte verwijzing naar de schrijfmethode van Ponge zoals die in het boek wordt tentoongesteld

(een tentoonstelling is nog geen simultane beleving en interactie met de lezer, die mogelijkheid had Ponge nog niet, maar daar komen we ongetwijfeld later op terug).

elkwegs, het punt is dat Oury onder die Pré-hoofding een hele reeks van extern ontwikkelde ideeën laat samenvloeien en die toevloed, dat is me nogal wat.
want de Fabrique du Pré is bij Oury niet alleen alles wat pre-rationeel, pre-intentioneel, pre-representatief of pre-predicatief is, het is een ganse site, een landschap, en een passage daardoor want de weg is het wandelen. wat treffen we aan op deze site, een lijstje want het bespaart mij veel verder opzoekingswerk:

  • Husserl’s kernconcept van de ‘Abschattung‘, de schets waarvan het door Husserl veronderstelde directe contact met het Reële door Oury fel in twijfel getrokken wordt: wat de Abschattung laat verschijnen is niet het Echte maar (reeds) een Gestaltung
  • Heidegger’s Dasein (Oury verwijst uitdrukkelijk naar de tekst ‘Bâtir, habiter, penser’ uit de vertaalde ‘Essais et conférences’) veronderstelt van het individu een onderwerping aan de ‘normopathiek’: we worden gevat in de profielen van alle dag (ik actualiseer) die ons de toegang tot de zone van de site ontzeggen. we leiden aan normaliteit.
  • Julia Kristeva’s semiotische Chora, met name zoals dat geevoceerd wordt in haar Baktine-tekst over diens Carnavalwerk (dat voornamelijk refereert naar Rabelais, het boek werd in mijn lezing het startschot voor de vijf edities van het Klebnikov Carnaval (2008-2014)
  • diverse loci bij Lacan, diens 4 discours S1, S2, S en ‘a’, hoe een passage van het ene discours naar het andere ons toestaat ons te distanciëren van het onmogelijke Réel
  • de Nachträglichkeit van Freud en de grafiek van de ‘boucle retroactive’ van Lacan die hij daarmee verbindt
Index of /mirror/www.valas.fr/IMG/gif
  • de noties van het interval, scandering en de interrupt bij Maurice Blanchot (we moeten de tekst ‘L’interruption‘ lezen, staat er)
  • de correctie die Jacques Schotte aanbrengt op de verkeerde interpretatie van Freud’s ‘Versagung’ dat je niet zomaar mag vertalen met ‘frustration’ omdat de analysator moet zwijgen: het Versagen verwijst ook naar het uitputten van het zeggen, het laten uitpraten, zodat het Verzwegene of het tussen de regels gezegde zichtbaar kan worden in de vrije uitstroom van de narratie
  • het kosmogenitische punt van Klee ( ha dat kennen ook we al)
  • de site du Pré is ook de plaats waar we de Urverdrängung, de oerverdringing van Freud dienen te situeren
  • de site is beschrijfbaar met de tool van het pentagram van Viktor Von Weizsäcker, die het terrein van de primaire sensaties stratifieert met de basismodaliteiten van de Trieb : moeten, willen, kunnen, mogen en zullen (‘sollen’)
  • het terrein van de primaire sensaties wordt ook beschreven door Henri Maldiney in diens ‘Regard, parole, espace’ (dat boek zou ik morgen moeten voorhanden hebben))
  • het terrein valt samen met de ‘paysage’ van Erwin Straus en vormt de basis van een echte diagnose: je moet de patient ontmoeten in zijn landschap, door het landschap passeren en er deelhebben aan de ‘Geschmack und Atmosphäre’ (ik leer hier meer Duits per uur dan op gans mijn humaniora) van Hubertus Tellenbach

tja, we gaan nog een maand moeten wachten voor we daar binnen mogen è ze zijn daar al met meer dan tien!

ondertussen kunnen we echter hier al bekijken hoe dat ‘travailler le “pate” humaine qui nous entoure’ er in onderstaande aangrijpende projectie van Maja Jantars M[other]land kan aanvoelen:

https://www.youtube.com/watch?v=SXY69g2zYwg

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #90

jt 90 – par la vertu du signifiant – WAL GING

in mijn lezing van Jean Oury’s Création et schizophrénie [OURY 1989], een serie uitgesproken weigeringen om to the point te komen, was ik vanochtend aanbeland bij de laatste séance van het eerste seizoen (1986-1987), het deel dat Oury eerst in annexen wou weergeven bij de substantie van wat nog komen moet – het tweede seizoen dat ik nog kan ochtendbenchen – maar dat hij bij nader inzien toch liever in extensu weergaf om ook het groeiproces van die hoofdtekst te kunnen meegeven.

we maken in het boek dus ook de verharding ter boekstaving van de ideeën weer die erin ontwikkeld worden, het boek wil de lezer de ervaring van de totstandkoming van het boek meegeven, het incorporeert haar eigen methode.

het verschilt in aard niet zoveel van wat er hier gebeurt aangezien deze teksten die u nu leest zoals de aanwezigen bij de séances de bevoorrrechte getuigen waren van de uitspraak van de gedachten van Oury, later wellicht ook de invoer voor een verder onderzoek gaan vormen. Neo-Kathedraals onderzoek, de echte fan weet dat nog, is een zoeken naar de afwezige Kathedraal en daardoor het bouwen ervan.

het gaat mij hier om de methode, laten we wel wezen, niet om het belang van de inhoud, ik maak nergens aanspraak op, mijn Kathedraal is immens veel groter en belangrijker dan ikzelf maar ze zal zichzelf net zo goed moeten waarmaken op het moment dat ik er niet meer ben om haar in leven te houden. je moet weten waar je mee bezig bent, au moins.

de methode is niet vreemd aan die van Lacan die in zijn Écrits boek (’t is besteld) van 1966 daartoe ook het essay over Poe’s Purloined Letter vooraan plaatste om duidelijk te maken dat het medium deel uitmaakt van de methode. het is de erkenning voor het onlosmakelijke talige van het denken – en de (pre)talige organisatie van het onbewuste bij Lacan (Oury) – die ons eigenlijk dwingt om de methode in de communicatie van het onderzoek te betrekken, niets minder dan de eerlijkheid, is dat, uiteindelijk.

het is begrijpelijk als misvatting maar toch ook wat tragisch dat net die mensen die deze eerlijkheid aan de dag leggen zoals Lacan en Derrida vaak charlatanerie, mystificatie en hautaine moeilijkdoenerij verweten wordt, maar bon, soit, dat soort verwijten zijn vaak enkel het probleem van degenen die ze uiten.

elkwegs: de sublimatie, zo herhaalt Oury ons vandaag [OURY 1989, p.73], is de passage van het object van verlangen naar het Ding (‘la Chose‘) en het Ding is het betekenisloze dat de inscriptie toelaat, het betekenen. want de signifiant (‘betekenaar’) is in het Saussure-schema per definitie de betekenisloze drager van de signifié (‘betekende’).

onze dagelijkse geste is uiteindelijk zo’n oefening in sublimatie: we fixeren een beweging tot een herhaalbaar spoor, een corridor, die net door de fixatie haar betekenis als spontaan gebaar verliest: het wordt niets meer dan dat wat je ziet.

de overgang van gebaar (emotioneel geladen beweging in het moment) naar geste (het gebaar geabstraheerd tot (on-tijdig?) teken met een ‘afgesproken’ betekenis) herhaalt in een labo-situatie met 1 testpersoon de genese van een betekenaar. ik vind elke dag een nieuw schrift uit bestaande uit 1 teken, met 1 betekenis die door haar uniciteit alle betekenis verliest.

de labo-situatie is natuurlijk niet zoals het werkelijk gebeurt: in de werkelijkheid kan een geste of een andere betekenaar enkel die functie krijgen door iteratie na iteratie van interpersoonlijk gebruik in (differentie)relatie tot een reeds bestaand (taal)systeem.

en die werkelijkheid is op zich een talige constructie, een fictie van het echte, dat noodzakelijk onbereikbaar blijft.

toch: mijn dagelijkse oefening heeft het voordeel dat je het keer na kaar, kan zien (en horen) gebeuren, hoe ‘artificieel’ het proces ook is. het valt nog te bezien, wat precies we zo te zien krijgen.
wat we theoretisch al dachten te kunnen besluiten (de falsifieerbare hypothese) is dat het niet anders kan dan een hoogst-individuele verzameling van hoogst-individuele betekenaars worden, waarbij er een zekere verknoping van klank, gebaar en vooraf bestaande ‘betekenis’ merkbaar zal worden.

het belangrijkste evenwel is dat we gewoon zien wat het wordt, en dat we ons net als Bernard Réquichot laten leiden tot daar waar het werk naartoe wil, los van enige vooropgestelde eisen van ‘markt’ of andersoortige ‘waarde’ .

met die reserve wel, dat als er moet uit ramen gesprongen worden, het werk dat vaneigens alleen mag doen. iedereen zijn ding è.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #88

jt 88 – On est plongé dans le desgana – WOEL PUT

Oury beweert van het Catalaanse woord “desgana” (‘tegenzin’) dat het onvertaalbaar zou zijn, maar eigenlijk bedoelt hij dat we de Franse vertalingen ervan niet op die manier kunnen gebruiken, dat geen enkel Franse variant op ‘ à contrecœur’ ons de ruimte, het landschap bieden van de Catalaanse depressie.

het is niet onzinnig om onze verhouding tot de taal te benaderen zoals je een onze verhouding met de ruimte kan analyseren. in het landschap van onze moedertaal, ons thuisland, ons dorp, onze eigen kamers is onzin rommel die we opruimen uit wat we horen/lezen. mensen die praten in een ons onbekende taal op de trein zijn storend, we proberen die niet te horen, want het betekenisloze ervan waar zij dan wel belang aan schijnen te hechten is uiterst irritant.
we aanvaarden ook maar met mate nieuwigheden in ons landschap: een overdaad aan leenwoorden is als storende nieuwbouw in onze vertrouwde wijk. enzoverder.

en sommige woorden vormen een ruimte op zich, een geheel omsloten gevoel, een basisconditie in het willen-moeten-mogen-kunnen-zullen pentagram van Viktor Von Weinsäcker. Kijk ik heb toch een correcte weergave van het Duitse ‘sollen’ gevonden, al is ons ‘zullen’ in die gebiedende wijs misschien wat verouderd. waarom vergat ik dat?

hoe meer Freud je leest, hoe achterdochtiger je wordt. Freud is een echt virus. heeft er iemand al ’s Freud met de eigen methodes aangepakt? deed Luce Irigaray dat niet? we moeten het checken, want eigenlijk moet je dat met elke voorname systeemdenker doen: Kant bekritiseren op z’n Kants, Derrida deconstruëren, Freud en Lacan op de sofa. Freud lijkt mij bij de eerste indruk (na 40 bladzijden ‘Psychopathologie van het dagelijkse leven’) een onverbeterlijk gedeprimeerde narcist die een heel systeem bedacht heeft om in eindeloos dikke boeken honderduit zijn meest banale gedachten een belang te kunnen geven die ze wel moeten hebben, aja het zijn wel Sigmunden è, die lusten zichzelf dus iedereen moet ervan lusten.

hoe dan ook: een onbewezen stelling zegt dat elke succesvolle denkmethode een zwakke plek van haar bedenker verhult. diezelfde volkswijsheid klettert tegenwoordig ook van de aandachtsmolens van de sociale media waar je regelmatig de slogan ‘ walk your talk’ of ‘practice what you preach’ voor de voeten geworpen krijgt, nog voor je iets wou zeggen.

wat ons het meeste ergert zijn de eigen fouten opmerken in de ander, zeker als de ander een ouder is, want dan weten we het onbewust wel, dat we net hetzelfde doen als papa/mama. dus als de jonge Sigmund, of Immanuelleke of één der Jacques gemerkt hebben wat er echt wérkte bij hun ongenaakbare papa’s (of mama’s), hebben ze daar ongetwijfeld zonder enige aarzeling hun levenswerking van gemaakt.

maar ja: zij zijn zelf niet veel beter, dus loop the loop en confronteer dat levenswerk met de eigen methode en hopla daar heb je de kak in de ventilator, om het even in sappig Nengels te stellen.

dat kan je dus ook: taallandschappen als gordijnstoffen kaarten over elkaar draperen en dan een mixed grill bestellen. een beetje Belg wil daar mayonaise bij. wie in een woelput geboren wordt, moet zich het genot van het woelen eigen durven maken.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #84

jt84 – ‘il faut que la main trace‘ – WOOR DEN BOEK

op 5 november 1986, de dag van de eerste sessie waarvan het eerste hoofdstuk van Jean Oury’s ‘Creation et schizophrénie‘ de uitgeschreven versie is, is het nog niet zo lang geleden dat André Leroi-Gourhan overleden is. Oury schrijft diens naam verkeerdelijk met een y, maar betoont hem wel het nodige respect door te vermelden dat hij zijn noodzaak om iets met de handen te doen terwijl hij dacht gemeen had met zijn misschien bekendere tijdgenoot Lévi-Strauss: die moest ook iets kunnen kribbelen om zijn aandacht bij het discours ‘at hand’ te houden.

Oury deelt blijkbaar mijn gevoeligheid voor de letterlijke manifestatie van ons denken in onze handmotoriek. hij heeft ook weinig op met de academische vereisten van de ‘wetenschappelijke’ publicatie en is meer met zijn toehoorders bezig dan met de ‘eindbestemming’ van zijn tekst als hij op het einde van de tekst in de uitgeschreven versie zijn belofte laat staan dat hij wel voor wat bibliografische data zou zorgen, een volgende keer: het eerste hoofdstuk is het enige met bibliografische voetnoten en een eindbibliografie ontbreekt ten ene male aan het boek.

ik gniffel en herken in dit soort beweging de hand van meester Jacques, en ik bedoel daarmee niet de mariolerende Lacan.

Oury is dan wel geen schizofreen (“Mais je suis pas un schizophrène! Je ne crois pas!” [OURY 1989, p.22]) ook hij wil, moet en kan in dit boek zijn ‘Gestaltung’ maken, door op zijn manier te ordenen, decoreren, imiteren, spelen en symbolizeren om zich zo ten volle te kunnen manifesteren bij de gelukkige lezende die dat allemaal mag beleven, mag herschrijven naar haar geheugen.

de briljante case-studie die hij uitvoerig citeert aan het eind van dit hoofdstuk, met de violente uitstoot aan hoogwaardige referenties in de pissig beknopte voetnoten eronder, heeft ook de functie om voor deze Gestaltung de nodige ruimte te maken. we zijn hier niet om te zeveren è, dit zijn ernstige zaken. het beeld van de naakte 17-jarige Paulette P die naakt in haar eigen pis staat te stampvoeten en bezeten te brullen tegen de piepjonge Oury brandt pas echt door in ons als we zijn onmachtige bedenking lezen als commentaar bij de scène waar hij haar ouders hetzelfde meisje laag na laag ziet aankleden met hun onmachtige liefde: “Comment voulez-vou après cela que sa mère comprenne bien que sa fille est atteinte d’une trés grave maladie?” [OURY 1989, p.28]

bon, jullie willen referentie: wel voila, hier zie, begin daarmee en dan kunnen we praten, of liever, dan ben ik bereid te luisteren naar jouw vragen want ik doe dit uiteraard voor jou, voor mij, voor ons allemaal.

het bestaande systeem durven opgeven om iets te bereiken dat werkt, is wat deze man kenmerkt en uitzonderlijk siert, ik geniet van het te zien gebeuren. want het gezegde en later uitgeschrevene mag dan wel gedateerd zijn, in de lezing blijft het gebeuren. dit is de ware magie van het woord. misschien komt dat wel omdat hier de juiste volgorde gerespecteerd blijft: dat er eerst gedacht werd, vervolgens gesproken en daarna herinnerd om het te kunnen doorgeven voor een herneming; de taal is immers een uiting van onmacht die je kan instrumentaliseren om ze voor anderen overbodig te maken. als je kan zwijgen, als je woorden overbodig zijn, dan pas heeft het geholpen.


een ander tekst van Oury die ik gisteren aantrof wil ik hier nog vermelden, het betreft een lezing gehouden in Leuven in 1997. vooral voor mijzelf misschien omdat ik hem dan makkelijker terugvinden kan. ik citeerde er vanochtend al uit op ons aller vergeetput van de eeuwige nu-beleving, de Facebookapplicatie, met een bedenking vooraf. ik herneem zowel de bedenking als het citaat hier:

Respect voor de specificiteit van elk individu is uiteindelijk zelfrespect omdat in de volstrekte uniekheid van het moment elk verschil en dus het kwantificeerbare volledig vervalt: in het moment is iedereen even ‘zielig’, is iedereen gelijk in de afwezigheid van wet.

De ethiek wordt in wat ik een verlicht rationalisme (een neo-rationalisme light, een gezonde, dynamische en vooral leefbare versie ervan?) zou willen noemen daardoor meer een besef van een gebrek aan keuze (gezond verstand als begrip van gezondheid), een niet anders kunnen dan een (zouden) moeten, en wat is er meer sensibel dan in het licht van dat besef te willen kunnen? We moeten willen kunnen de ander (en het andere!) helpen omdat we dan onszelf helpen in de absolute ‘democratie’ van de ziel. En de educatie daarin is een interactie die begint met het creëren van de spreekruimte voor het andere.

“Et le choix éthique est justement de respecter l’autre à son niveau le plus singulier. Le plus singulier, c’est quelque chose qui est en rapport avec le désir et c’est ce qui n’arrive pas à pouvoir se manifester chez les schizophrènes. Le traitement de l’ambiance serait justement de trouver les moyens à ce qu’il puisse y avoir, ne serait-ce- que quelques instants par jour ou par mois, une possibilité d’émergence. J’ai posé la question s’il est possible que collectivement on puisse envisager que chacun puisse être considéré dans sa singularité. Cela peut sembler un paradoxe, mais il est relatif. Autrement dit on est responsable collectivement de la manifestation singulière de tout à chacun. L’expérience montre qu’il faut un travail énorme sur le milieu pour arriver à ce que j’avais appelé un espace de dire.”

J. OURY, Concepts fondamentaux, Leuven, 12 december 1997

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #83

jt93 – et il en isolait six – SCHE PEN

ik merk dat ik bij dit soort oefeningen nog steeds een overcorrecte eind-n uitspreek. tja. ik zal twee weken voor mijn dood ook nog een dt-fout hebben gemaakt, ergens. men kan dat dan invullen als vermoedelijke oorzaak van overlijden.

in de psychologie, en ook in haar moeder de filosofie, ressorteert men vaak tot het catalogiseren van de (fictieve) dingen die men kan benoemen, zodat men toch een schijn van wetenschappelijkheid op de glanzende bladspiegel kan toveren. overal in de menselijke bedrijvigheden is het oplijsten een aanbevolen beheersingsstrategie. meer controle krijgt men niet over het verloop van de gebeurtenissen, maar men kan dan toch al met stelligheid aantonen in welke sector, welke categorie het mis ging, welk onderdeel van het systeem het liet afweten.

een opvallend gegeven daarbij is dat men vlugger geneigd zal zijn de zelf verzonnen opdeling tot een even aantal te beperken. dat lijkt sterk op een culturele bepaling, want in het oude India heb je veel vaker oneven elementen in dat soort ideële opsomming. bij ons zal men veel sneller spreken van 4 basisemoties, of 6 of 8 maar zelden hoor je een psycholoog het hebben over de 5, 7 of 9 kernemoties.

toen ik het plan opvatte om met de Kathedraal de negatieve emoties als kennisverwervingsmodaliteiten te gaan onderzoeken heb ik daar even bij stil gestaan en ik kwam toen tot de voorzichtige conclusie dat het gewoon veel simpelder is om een cirkel in pare gelijke delen op te delen dan in onpare. ik ben legendarisch slecht met meten en cijfers, dus ik weet nog steeds niet echt goed hoe je een cirkel makkelijk in 5 gelijke delen kan opdelen, terwijl ik het ding met passer en lat in een oogwenk in 2,4,6 of 8 heb opgedeeld.

de humane theorievorming is sowieso veel vaker afhankelijk van dat soort schijnbaar ‘idiote’ omstandigheden dan men wil toegeven. niets is zo bepalend daarvoor als de fatale combinatie van menselijke ijdelheid en onze gemakzucht. dat en de combinatie moedwil-misverstand van W. F. Hermans natuurlijk. kijk: ik stop al met zoeken omdat ik twee nette koppeltjes heb, en een glanzend mooie combine van vier boosdoeners: ijdelheid, gemakzucht, moedwil en misverstand. waarom doe ik daar nu niet ‘volgzaamheid’ bij? maar neen dat is gewoon een vorm van gemakzucht…

vaak totaal arbitrair dus, die indelingen. waarom soms iets wel en soms niet tot een autonome categorie wordt gerekend heeft veelal slechts een heel dunne rationele motivatie.

het is daarom misschien dat mijn aandacht geheel intuïtief gewekt wordt door iemand die dan wel een oneven aantal van zelfverzonnen spul naar voren schuift. van Hans Prinzhorn’s zes modaliteiten van diens ‘Gestaltung’ neem ik graag notie, maar als Jean Oury mij vanochtend het pentagram van de pathos van Viktor von Weiszacker in de schoot wierp was ik meteen vertrokken voor een lees- en doorklik queeste die geheel mijn dagschema overhoop haalde zodat ik nu pas, net voor het avondjournaal, nog aan het ochtendwerk moet beginnen.

maar ik wil mij aldus niet laten kennen als een irrationeel voortrekker van het Onpare in de Spaltung van het Werkelijke, dus ik som beide indelingen hier even neutraal op, in de hoop dat ik daar zelf iets van ga onthouden, want niets is zo imponerend in een conversatie dan het moeiteloos citeren van een categorisatie die meer dan vier elementen bevat. hier gaan we.

de 6 ‘Trieben’ van de Gestaltung van Prinzhorn (we zijn die Hans al ’s tegen gekomen bij de Klee-lezing) betreft de wijze waarop zijn patiënten hun creativiteit beleven. wij zouden spreken van ‘driften’, ‘neigingen’ of ‘aandrangen ‘*. Oury zegt daarover dat de ‘Trieb‘ bij Prinzhorn vager is dan bij Freud: ‘il s’ agit d’une sorte d’ énergie primitive’ . ik denk dan altijd aan de ‘propulsje’ bij de Vlaamse versie van Chicken Run, een film waar ik met mijn kinders ontieglijk veel plezier heb beleefd, maar soit. ik som de zes ‘trieben’ hier op, studeer maar mee met mij. de creatieve patient gaat als een waanzinnige te keer voortgedreven door een drang, een energieke hang naar:

  1. decoratie
  2. ordening
  3. imitatie
  4. vorming, manifestatie
  5. symbolizering
  6. spel (men laat wat plaats voor ‘spel’: afwijking van de eigen dwang)

(wat je dan vaak gaat zien bij een paar aantal van dergelijke categorieën is dat er altijd wel 1 is die ewa uit de toon valt, vaak is dat ook maar een flauwe parafrase van het hoofdbegrip zelf, hier het vijfde onderdeel : de ‘vorming, manifestatie’)

veel solider lijken ons de vijf modaliteiten van de Pathos in de Pathosofie van Viktor von Weizsäcker, de vijf modale werkwoorden in het Duits (in de talen zelf – als we die effen mogen verklaren als een meta-individueel en historisch devolutief psychisme zonder meteen voor neonazi gehouden te worden – hou je sowieso enkel over wat er echt nodig is om duidelijk te zijn omdat de differentie als betekenisvorming nu eenmaal zo werkt)

  1. durfen (mogen)
  2. mussen (moeten, uit interne morele dwang)
  3. sollen (moeten door externe verplichting)
  4. sollen (willen)
  5. können (kunnen)

deze vijf modaliteiten vangen in het dagelijkse leven alles op wat we nodig hebben voor een beleving zonder existentie, zonder de almacht van Zijn, waarbij het ‘nodig hebben’ staat voor de behoefte om een gevoel van Heidegger’s Dasein te hebben als individu, het humane basisgevoel van het in-de-wereld-zijn.

een gezond dasein is dan letterlijk dat je weet waar je staat, dat je zonder kopzorgen weet wat je mag, moet (2x), wil en kan. rust noemt men dat, afwezigheid van de noodzaak aan een ego, de stilte van het ‘ik’, de vanzelfsprekende ervaring van het Gebeuren kan optreden wanneer je dan in de extase komt van het Moment van de Neo-Kathedraalse Oplossing ofte de Dissolutie van het Ik: wanneer je niets moet (2x), niets wil, niets kan en niets mag en alles gewoon vanzelf gebeurt…

met het wegvallen van het moeten (x2) zullen weinigen veel moeite hebben, de andere drie, da’s andere koek. maar je zal zien dat als je al een kruis kan trekken over 1 van deze basismodaliteiten van de humane behoeftigheid, onze conditie, dat je dan al een heel erg merkbare sensatie van geluk kan hebben. voor de meesten onder ons, helaas is een beetje een balans, gezien onze determinatie, al een hele prestatie…

voila, zie je wel: met een onpare categorisatie ben je zo op weg naar een uiterst winstgevend gurudom, er hangen blondjes (M/V/O) in trossen aan uw lippen voor je d’r erg in hebt….**


*ik ben vooralsnog niet behept met psychologisch vakjargon, geniet ervan nu het nog kan, dus ik weet niet hoe men dat gebruikelijk in het Nederlands vertaalt, zo men het al vertaalt natuurlijk, maar dat is waarschijnlijker uit het Duits dan uit het Engels, want nieuwe Engelse termen mag je dezer dagen al niet meer pogen te vertalen, het moet onmiddellijk ‘social distancing’ zijn, want ja ‘omgangsafstand’ da’s toch geen Nederlands woord! (zie je dat komt er nou van è, ’s avonds wil ik altijd eindeloos uitweiden, ’s ochtends of ’s middags heb ik dat veel minder)
** en die megalomane arrogantie ook ’s avonds è, ’s morgens heb ik dat zo nie ze…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #82

jt82 – une sorte de chosification – APL FLA PJE

Jean Oury’s boek ‘Création et schizophrénie’ is de weerslag van een reeks seminaries die hij gaf aan de Paris VII universiteit in de jaren 1986-87 en 1987-88, een reeks variaties op een thema eerder dan een uitgewerkt betoog. elk hoofdstuk komt overeen met een sessie van ongeveer twee uur en per datum geeft ons dat een bladzijde of 10-15 tekst.

improvisaties, want de tekst zelf was niet op voorhand uitgeschreven, vandaar dat er in de teksten ook een zekere spanning aanwezig blijft tussen de gemoedelijke spreektaal / verteltrant en de formele,geschreven taal. Oury heeft die spanning willen behouden zegt hij in zijn voorwoord:

Nous espérons ainsi garder une atmosphère de rencontre, de hasard, de précarité, diagrammatisant le thème choisi dans l’ exercise d’une propre “Gestaltung”.

Jean Oury [OURY 1989, p.10]

het woord “Gestaltung” zelf is aan een reïficerende tendens onderhevig geweest waardoor het van ‘mise en forme’ (‘vorming’) meer en meer de ‘vorm’ is gaan betekenen, en Oury zet mij daar op het spoor van de Duitse linguist Johannes Lohmann wiens werk door de schaduw van het nazisme jammerlijk in de vergeethoek is beland. voor ons is het van kapitaal belang dat we bij Lohmann ons vermoeden bevestigd zien dat er in de indo-germaanse taalgeschiedenis een onmiskenbaar ontologiserende, reïficerende verglijding is te onderkennen.

ik heb van die passage aan het begin van wat een heerlijke lezing belooft te worden, maar een fotooke gepakt, zo ontroerd was ik door deze ontdekking die de linguistieke correctheid van mijn waanzinnige Rot- en ontologiseringstheorieën volmondig lijken te bevestigen:

” a bien montré” staat er! schoon è! [OURY 1989 p.15]


ik vroeg mij al af waarom sommige van mijn ideeën omtrent de toenemende reïficatie in het taalgebruik vanaf de 14e eeuw en de daarmee gepaard gaande radicale verdere ontologisering van het denken op nauwelijks waarneembare, virtuele maar onmiskenbaar meewarige hoofdbewegingen werden onthaald als ik er iets van dropte onder academici: was ik dan toch geheel krankjorum en behept met etherische wanen? maar nee hoor: ’t is gewoon taboe, je mag er met geen woord over reppen…! van het ogenblik dat je ook maar suggereert dat ons taalgebruik de historische evolutie van ons denken stuurt, dat je daar een evidente (d)evolutie in kan ontwaren die nagenoeg exact dateerbaar is en te linken met specifieke culturen in specifieke regio’s en tijdsperiodes ben je een nazi…

nu echt helpen doet ons dat niet, die verklaring, eerder integendeel want het maakt ons enkel duidelijk dat onze denktrant om weer een nieuwe reden hopeloos onaanvaardbaar is in de huidige context.
nu, op een heropflakkering van de Spengleriaanse nazi-mestvaalt zit ik ook niet dadelijk te hopen, maar je zou van intelligente mensen toch kunnen verwachten dat men enigszins het onderscheid kan maken. niet dus.

soit. gelukkig worden de geschriften van de man momenteel gebundeld heruitgegeven. we kunnen ten gepaste tijden daarnaar refereren en dan mag van mijn part gerust iemand anders in de bruine soep gaan roeren, zelf maak ik mij met onderwerpen als walging en waanzin al euh, populair genoeg.

in de blurb van het eerste van drie volumes daarvan vond ik voor jullie al deze intro-tekst, zodat we ten minste al een idee hebben over wie het gaat, want onze vriend wordt zelfs uit Wikipedia geweerd:

Johannes Lohmann (1895-1983) doceerde algemene taalkunde aan de Ludwig Albert Universiteit in Freiburg im Breisgau.Hij ging met pensioen in 1963.Het werk van Johannes Lohmann verdiende dezelfde aandacht als dat van de Fransman Émile Benveniste (1902-1976) in Frankrijk of de Rus Roman Jakobson (1896-1982). Dat dit hem werd onthouden, was te wijten aan de rampzalige gevolgen van het nationaal-socialisme, vooral in de moderne taalkunde.

(vertaald van bij de uitgever, zie https://www.verlag-koenigshausen-neumann.de/product_info.php/info/p8717_Johannes-Lohmann–1895—1983—-Sprachdenken-und-Sprachgeschichte-Schriften-I-.html)

aan de universiteit van Freiburg waar hij de leerstoel Indogermanistik bekleedde van 1943 tot 1963 is Lohmann de enige zonder foto. ik citeer in DeepL-vertaling:

Als traditioneel Indo-Germanist werkte hij aanvankelijk vooral op het morfologische vlak (vooral belangrijk is zijn boek “Genus und Sexus” uit 1932). Later richtte hij zich meer op de algemene taalkunde en de taalfilosofie (“Philosophie und Sprachwissenschaft” 1965), evenals op de muziektheorie (“Musiké und Logos”, 1970).

https://www.indogermanistik.uni-freiburg.de/seminar/historia.html

de rest hoeven we op dit ogenblik echt niet te weten.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #81

jt81 – le rève se cultive dans les ténèbres – OR GEL AA PJE

Jean-Francois Chevrier sluit zijn boek ‘Zone sensibles’ [CHEVRIER 2019] op klassieke Koenstboekwijze af met een soort van eindwaardering.
ofwel dient men zich in zulk een sjabloon uit te putten in superlatieven, zeker aangewezen als het een grote naam betreft met astronomische marktwaarde, of men kan ook opteren om de net ontwikkelde eigen kijk op het werk in de verf zetten. er staat dus weinig vermeldenswaard in dat slothoofdstuk.

maar ach, ik ben mij pas in de laatste hoofdstukken beginnen ergeren, en al bij al is dit een meer dan behoorlijke monografie. er is ook nog een heel bruikbare uitgebreide ‘Chronologie’ van het leven van Réquichot aan toegevoegd, uitgebreid op basis van de bestaande chronologie in de Catalogue Raisonné van 1973 met eigen onderzoek van Chevrier. en een degelijke bibliografie, zodat het werk zeker een onmisbaar document is voor ieder die zich voor Réquichot interesseert.

daarbij is het natuurlijk zeer jammer dat al dat werk gedoemd is om enkel voor de enkelen beschikbaar te zijn die het zich kunnen veroorloven, tenzij dan in gespecialiseerde bibliotheken maar die zijn voor het brede publiek de facto sowieso moeilijk toegankelijk. in een tijd dat digitale verspreiding van data nauwelijks meer kost dan de stroom die het verbruikt, getuigt dat van een vrij obsceen te noemen elitarisme, surtout daar het voortbestaan, ook van die gespecialiseerde bibliotheken, in een tijd dat de afdelingen menswetenschappen aan de universiteiten geslachtofferd worden aan een onbegrijpelijke besparingswoede, allerminst gegarandeerd is, evenmin als de publieke toegang ertoe in tijden van beperkte mobiliteit.

als excuus voor die hebzuchtige toeëigening van het werk van een auteur die in 1961 overleed, gebruikt men zoals steeds het zogenaamde auteursrecht dat op dergelijke wijze de rechten van de overleden auteur op een vrije verspreiding van zijn werken die immers tot het publieke domein zijn gaan behoren op een afstotelijke manier verkwanselt aan het eigenbelang van de uitbaters ervan. dat ‘auteursrecht’ is op die manier bovendien verworden tot het voornaamste obstakel in de weg van een natuurlijke overlevering van het eigenlijke werk van een auteur, een conclusie waartoe ik al in 1996 kwam.

het duurde evenwel tot in 2004 vooraleer ik tot enige serieuze bezinning kwam rond die problematiek, een bezinning die mij uiteindelijk pas in 2017 deed besluiten dat de enige uitweg uit dit moeras van nijd en absurditeit de radicale verwerping van de begrippen ‘publiek’ en ‘productie’ waren, dat de enige zinvolle invulling van het auteursconcept er een is dat open staat voor iedereen, dat de activiteiten van het ‘lezen’ en ‘schrijven’ in mijn hoekje van het brede gamma aan creatieve activiteiten gelijkwaardige instantie zijn van een algemene I/O van de creativiteit en dat dergelijke I/O enkel in een open, anti-elitaristische en a-commerciële cultivatie ervan, een zuiver altruistisch georganiseerde waardering ervan, kan bijdragen aan een gezonde samenleving. het ideaal hier is met onafwendbare evidentie dat van een volstrekt rationele, dynamische religie van de enkeling als deelnemende aan de expressie van de wereldziel.

maar strijden daarvoor heeft geen zin, omdat zulks geen doel is dat bereikt kan worden, daarvoor staat geheel de humane nijd ons te zeer fataal in de weg, daarvoor is de mens vooralsnog te zeer gefocust op de eigen ondergang, een ondergang overigens, die, moest het je nog niet zijn opgevallen, met rasse schreden nadert in de vorm van een globale crisis in vergelijking waarmee het huidige corona-incident een – met het nodige respect aan de slachtoffers – verwaarloosbare peulschil is. en de strijd is ook zinloos omdat het de enige mogelijk uitweg is uit het dilemma ‘mens’. het komt er m.a.w. hoe dan ook van, wij hebben daar zelf geen enkele controle over.

het enige wat het vrije individu aan dat ideaal kan bijdragen is het activeren van voorbeeld van een praktijk ervan, een werkend exemplaar van hoe het anders zou kunnen, moest niet een ieder gekluisterd blijven hangen aan de eigen eerzucht, hebzucht en nijd t.o.v. de ander.

zo’n praktijk van het exemplarisch activisme kan je als individu echter enkel uitbouwen als je zelf, zoals ik, in een uitzonderingssituatie aan de kant geschoven bent door de bestaande samenleving, en/of als je (anderszins) de luxe hebt om je aan de grijpgrage klauwen ervan te kunnen onttrekken. je moet m.a.w. niet alleen zo zot zijn om het te willen proberen, je moet ook effectief ‘zot’ genoeg zijn om het te mógen doen. of rijk genoeg natuurlijk, maar de rijke exemplaren zie ik nog niet vlug in de eigen voet schieten, om niet terug te moeten vallen op de meer voor de hand liggende , maar aggresievere kamelenoogparabel.

waarmee we uiteraard vol in het onbedwingbare en uiterst subversieve terrein van de waanzin zijn belandt, een terrein dat we in dit ‘journal intime’ nu verder op kousevoeten gaan verkennen aan de hand van een lezing van ‘Création et schizophrénie’ van Jean Oury, oprichter en stichter van de La Borde kliniek en de peetvader van alle Deleuzianen [OURY 1989].

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

dagboek zonder dagen (14)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Soms moet je vechten tegen je denken en als het denken ons overstijgt kan het ook een middel worden om ons te overstijgen.

p.117

Voor de dingen van het dagelijkse leven, zij kunnen schilderkunst worden als zij [als?] dingen van buiten resoneren met de wereld van binnen, en de schilderkunst gelijkaardig aan de dingen wordt.

De mens van de toekomst zal begrepen hebben hoe hij gemaakt is en hoe hij functioneert, hoe de mekaniek in elkaar zit van zijn denken en zijn voelen; hij zal dat kunnen maken en laten werken, hij zal denkende en voelende machines maken en die kunnen zich zelfs perfectioneren: ze zullen gemaakt zijn naar zijn beeld. Hij die hen maakte zal hen domineren en hen begrijpen: weinig zal voor hem nog een daad van begrip of gevoel zijn.

Stelling: De beweging ontbindt de materie: hoe meer de beweging toeneemt, hoe meer de materie zich wegvaagt.

God is een eenvoudig idee gebruikt door mensen die zich geen vragen stellen.

Men kan zich de fenomenen van de dood heel goed voorstellen en dus bestuderen zonder al dood te zijn of bezig te sterven.

De auto-analist experimenteert met ongerepte psychische toestanden.

Als de getallen enkel een ingebeelde existentie hebben kunnen de wiskundige bewijzen dan iets anders zijn dan ingebeelde waarheden?

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

dagboek zonder dagen (13)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Reactie impliceert gewaarwording op een variabele graad van bewustzijn. De niet gewilde keuze van de reactie veronderstelt een reden, dus een betekenis.
Voorbeeld van betekenis: klauwen op de grond indiceren de passage van een leeuw.

De toeschouwer van een dergelijke gevoelige plaat heeft de rol haar te lezen; de lezing begint in de omgekeerde richting van het schrift: de toeschouwer ziet eerst dat waarmee de analyst eindigde en, om de zaken redelijk grof te beschouwen, keert langs omgekeerde opeenvolging op de loop der acties terug.

Wij, de introverte anderen, wij hebben onze twijfels over ons, zoals jullie extraverten waarschijnlijk jullie twijfels hebben over de anderen.

De communicatie onderneemt haar pogingen in de experimentele emoties. Wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik.

Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen.

Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

eigenlijk is het onvoorstelbaar wat voor een verschrikkelijk slechte lezers de geschriften van Bernard Réquichot hebben moeten doorstaan. ik heb in ieder geval bij al het geschrevene dat ik over Réquichot las nergens de indruk gekregen dat de auteurs daarvan ook maar iets van deze geschriften hebben begrepen.

het zijn nochtans geen obscure geschriften, ze verhullen totaal niks, ze zijn doodeerlijk en zeggen exact wat ze ‘willen’ zeggen. maar je moet het geschreven wel willen activeren als gedachte in je hoofd, je moet ze (durven/willen/ de moeite nemen om ze) open( te )vouwen van tekst tot gebeurende gedachte.

je moet Réquichot dus lezen zoals men vroeger boeken las, en zoals men ze ook schreef, niet als kant en klaar consumptieproduct maar als een hulpmiddel, een werktuig om gedachten te laten gebeuren.

(de Trionfi van Petrarca moet je ook zo lezen, als een programma om alle verhalen achter de korte vermelding in de tekst van de ‘optocht’ te laten gebeuren in je hoofd, de echte tekst van de Trionfi werd geschreven door de lezers van Petrarca die de code nog konden lezen als programma, als code voor de machine van het geheugen – hoe denk je anders de immense populariteit van die tekst te verklaren die door zijn tijdgenoten duizend keer hoger ingeschat werden dan de liedjes voor Laura? omdat al die duizenden lezers zo loemp waren misschien? wie is er hier loemp? de evolutie in de cultuur is een constante devolutie, het wordt alleen maar erger met de loempigheid…)

neem een zinnetje als: ‘Si le diable existait nous nous connaîtrions davantage’ ( ‘Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen’).

wat betekent dat als je het eenmaal, driemaal honderdmaal leest? als je weigert te denken, weigert bij jezelf op zoek te gaan wat het zou kunnen betekenen, blijf je enkel achter met een gratuit bon mot, een aforisme zoals je er wel duizend per dag zou kunnen consumeren.

maar hoe kom je tot de gedachte die deze zin activeert als je het toelaat? wel, de zin zegt dat de duivel niet bestaat en dat we daardoor onszelf niet zo goed kennen dan wanneer dat wel het geval zou zijn.
waarom zouden wij onszelf dan beter kennen?
wat is de duivel? het kwaad in de mens. we kennen dus niet het kwaad in de mens want dat zit in ons denken, en moest het niet in ons denken zijn, dan zou het bestaan als duivel en dan konden we het kennen, want dan viel immers ons denken niet langer samen met het kwade erin, met de duivel ervan die evenwel niet bestaat.
voila, nu is de gedachte vrij en kan ze beginnen wérken, je hebt een pad geopend in de gewoonte van je denken dat er nog niet was, want aja, dat was uw gewoonte niet om daar zo over te denken, maar nu bestaat die duivelse gedachte in jou en ken je jezelf iets beter, maar wat ken je beter? is dat wel jezelf? is het Réquichot? de duivel?

zie je, je kan die geschriften niet zomaar ‘consumeren’ zoals je wel met deze teksten van mij kan doen, dat is daar slappe koffie tegen (geeuw maar, je mag, ik sta het jou toe).

nog een voorbeeld? oké, volgende zin: “L’extrême aigu du bruit est une forme de sadisme”( ‘Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme’).

hoe gaan we van deze uitspraak opnieuw een actieve gedachte maken? wel hop, dezelfde manier van ‘lezen’: wat is lawaai, wanneer is lawaai lawaai en geen geluid?

lawaai is lawaai wanneer het als lawaai wordt waargenomen, wanneer het herkent wordt als lawaai, wanneer het zich herkent als lawaai. wat kan het lawaai anders doen dan genieten van zijn lawaai-zijn, zijn hinderlijk zijn, van de ergernis die het opwekt, het spoor daarvan dat het aanricht, hoe prachtig is het niet om lawaai te zijn, hoe je de teerbewaakte stilte kan openrijten, hoe je het ongerepte met een gilletje kan aansnijden, openrukken, vernielen verwoesten. maar nee hoor lawaai is gewoon bot betekenisloos lawaai, het is alleen het meest extreem scherpe van het lawaai dat een vorm is van sadisme, het soort lawaai dus dat genoegen schept in het lawaai zijn.

beide zinnen staan na een vrij omstandige uitleg dat een schilder die experimenteert met zijn automatisme van de toeschouwer verwacht dat deze de omgekeerde weg zal afleggen om zo te lezen wat de schilder emotioneel heeft doorgemaakt (weerzin, enthousiasme, wantrouwen) door de confrontatie met die automatische expressie.

midden in die uitleg, lees daar ajb niet over in je post-corona haast, gaat het over het gebrek aan vertrouwen dat ook de extravert wel moet kennen (veronderstelt toch de introvert) in de ander, terwijl de introvert natuurlijk nooit verder komt dan twijfel aan zichzelf, omdat zulks tenslotte het enige is waar hij zekerheid over zou kunnen bereiken, maar zie je zelfs dat lukt mij niet, ik ben nou eenmaal introvert dus ik twijfel in de eerste plaats aan mijzelf…

maar kom, besluit hij dan (twee dagen later? een maand later? we weten het niet, geen enkele lezer van Réquichot heeft het zich afgevraagd blijkbaar, hoe kan je dit lezen en het je niet afvragen???)
kom, besluit hoedanook de auteur van deze als 1 doorlopend geheel gepresenteerde tekst, ik zal jullie deze twee zinnetjes prijsgeven, zodat deze geschriften werken zoals mijn schilderijen, zodat jullie als lezer de omgekeerde weg kunnen volgen en mijn gedachten kunnen lezen door ze bij jezelf te activeren, want als dat in schilderijen zo werkt is dat omdat ik geleerd heb dat het in geschriften ook zo werkt, dat weten jullie toch ook, die zo wanstaltig zeker lijken te zijn over jullie zelf, jullie duivel-loze ikjes in de sacrale stilte van jullie zwijgen?

wat Réquichot ons biedt in zijn geschriften is geen onthulling, geen revelatie, geen epifanie, maar wel de ervaring van een autonoom denken, een belevenis van het gebeuren van het denken zelf.

het is een experiment (zoals alles wat hij doet experiment is, onderzoek, Faustiaanse queeste naar het echte) dat niets minder doet dan pogen om momenten van verbinding tot stand te brengen over de dood heen, een dood die voor de voltrekker van de eigen ondergang, voor de duivelskunstenaar, de leerling-Faust Réquichot op elk moment in zijn leven en in zijn handelen aanwezig was. wat is schrijven anders dan een poging om iets achter te laten van je gedachten? wat is schrijven anders dan een passie die je beoefent alsof je leven ervan afhangt, want dat doet het ook echt op elk moment dat je schrijft.

“wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik. ”

welkom, jij hypocriete lezer, mijns gelijke, in het moment van Bernard Réquichot.

journal intime #76

76 – la profération poetique – LA IE S

het plezier van de nonsens is ook het plezier van de poëtische zegging en dat van het kind in zijn brabbeltaal. de nonsensicale hoofdlettergedichten van Réquichot zijn echter geen cobra-achtige verheerlijking van het kinderlijke of van de spontane, onberedeneerde zegging.

het is eerder taal die van haar communicatieve zin ontdaan is, kale taal waarvan de afgestroopte nonsens overblijft, erotische transgressies van de stem. het is harde, virale klank-asemiek. totemtaal? ik lees momenteel zeer aandachtig de jeugdgedichten van Réquichot die niet geschikt voor publicatie werden geacht door de samenstellers van de ‘Ecrits’ in 1973, en ik denk te kunnen begrijpen waarom, want je kan die moeilijk anders lezen dan als fallische masturbatiehymnen. deze teksten (waarvan 12 bladzijden blijkbaar verdwenen zijn) zijn ook later niet opgevist, niet in 2002, bij de nieuwe uitgave van de geschriften en ook niet door onze Jean-François die er slechts in een voetnoot van rept, waarin hij zegt dat Marcel Billot ‘goed geadviseerd was om deze ‘adolescentenpoëzie’ niet te publiceren [Chevrier 2019, p.201]. ze staan gelukkig wel in de annexen van de doctorale thesis van Claire Viallat-Patonnier[CV-P 2016] . meer daarover later.

Réquichot’s (experimentele) klanklyriek is ook vanaf 1959 aanwezig in de titels van het schilder- en collageerwerk. ik verzamel ze hier, om toch enige systematiek te verkrijgen in ons onderzoek (de nummers tussen vierkante haken verwijzen naar het nummer in de Catalogue Raisonné van 1973):

  • BEKABUISSON – BECS ET NIDS [CR363] (1959)
  • CHASTAKROUT [CR361] (1959)
  • FETAGRONOM [490] (1960-1961)
  • LOUCHAKOUPÉ [CR 375] (1959-1960) verfrommelt ‘louche’ met ‘a coupé’ als benaming voor een monsterlijke collage van animale ribbenkasten die een figuur vormen die onthoofd lijkt te worden door een lijn van gebeente
  • NEKONK TANTEN TANK MANA [CR495] (1959-1960), de reliquaire van ringen
  • NOKTO KÉDA TAKTAFONI [CR 383] (1959-1960): dit kan je duidelijk lezen als ‘de nacht val tactafonisch’ met een synesthesie van het voelen vallen van de stilte
  • MOUSTAKSALIZE [CR430] (1960-1961)
  • PEKAT’ LOKAILLE [CR403] (1960) stroopt de denotatie af van de naam van de sigarettenverpakking P4
  • RADILAKTE [CR478] (1960-1961) is een van de meest lieflijk ogende walgbakjes met puddingbloemen, verhemeltes en tongen tussen de druiventrossen
  • SETERKOK [CR374] (1959) met als ondertitel L’ ARBRE DE SCIENCE’
  • SOIPON VRADIL [CR416]
  • VIBROSKOMENOPATOF [CR429](1960)

‘voorlopers’ met neologismen (in hoofdletters) in de titel:

  • SUSPENTATEUR [CR125] (1956) (gestegen in waarde van €3218 in 2012 naar €26,650 in 2015)

twijfelgevallen na 1959

  • ANTIBARON I en II [CR413-414] (1960)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

dagboek zonder dagen (12)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De aandacht trekken op de uitdrukking van de associaties van de vrije daden, zonder enige gewilde keuze of uitsluiting. Een onvrijwillige en onbewuste associatiemecaniek veroorzaakt de opeenvolging der daden, stuurt ze naar het einde van de grafische en geïmiteerde phrase wanneer de mecaniek haar maximale spanning bereikt.

Observaties van de daad: ik denk met mijn zenuwen, mijn tanden, mijn klauwen. Ik zou willen bijten vernielen, ik wind mij op. Spieren (zijn het wel spieren?) waarvan ik nog niet de plaats heb gedefinieerd spannen zich tot het genot en pijn wordt tegelijk.

De overdracht van een betekenis veronderstelt analoge sensaties ondanks verschillen in persoonlijkheid.

116

Kijken naar de voortgang van de mentale mechanismen in werking tijdens de actie.

Het schilderoppervlak beschouwen als een gevoelige plaat voor de variaties van mentale spanningen, gevoelige plaat waar de spanningen zich vastleggen op het ogenblik van hun passage, die wanneer zij gevuld is een grafiek weergeven van de opeenvolging van psychische momenten.

Geconfronteerd let zijn eigen reactie zichtbaar gemaakt op het moment dat die zich voordoet wordt de auto-analyst overvallen met weerzin, met enthousiasme, met wantrouwen, dat wil zeggen hij reageert nog, deze nieuwe reactie noteert zich in het vervolg van de vorige reacties; aldus haken de acties in reactie op elkaar ineen.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

journal intime #75

jt 75 – je laisserai des livres indéchiffrables – DA VE RE

pfft: twee van de vier auteurs (Réquichot, Celan, Snoek en Scelsi) waar ik mij momenteel intensief mee bezighoud zijn zelfmoordenaars, één is een twijfelgeval. alleen Scelsi heeft het vrolijk fluitend uitgezongen en is een naar men mag aannemen natuurlijke dood gestorven een dag na de door hem voorspelde datum 8/08/1988. ja dat moet ik nog uitzoeken hoe het zit met die voorspelling.

(zelf sterf ik, voor wie zich daar zorgen over maakt, op 5 mei 2054, maar geloof me: op die dag hebben diegenen die dan nog in leven zijn andere kopzorgen dan dat).

ik las net dat de corono-logika van de evidentie (de wetenschappelijkheid van de prognose maakt de beleidskeuze noodwendig) toch al voorzichtigjes wordt doorgetrokken naar de uiterst voorspelbare zomerse waterschaarste.
net zoals de dood eigenlijk het leven eenvoudig maakt, maakt ook de zichtbaarheid van de bovengrens aan de meedogenloze exploitatie van de aarde de beleidskeuze simpel. moesten we onsterfelijk zijn, we zouden met onszelf geen blijf weten.

er voortijdig zelf een eind aanmaken, gebeurt toch wel steevast, zo lijkt mij, uit onmacht, uit wanhoop: de keuze is geen keuze, maar een gebrek aan keuze.

wanneer de suicidaire Réquichot zoiets neerpent als ‘ik zal onleesbare boeken nalaten’ en als je dan weet dat de man enkele dagen voor zijn daad zes onleesbare brieven schreef, dan wijst een en ander toch op een moord met voorbedachte rade. en de ‘Cantique du Dr. Faustus’ besluit ook met “Ah la jouissance d’ëtre l’auteur de sa propre apocalypse’. maar maakt deze aantijging van voorbedachtheid (tot een oordeel daarover kan het nooit meer komen omdat dader en slachtoffer in het moment door de daad tot één zijn herleid) een bres in het dogma dat er geen keuze was? getuigt het van vrije wil om voor de dood te kiezen? maakt zulks dan van de zelfmoord een vorm van zelfverstrekte euthanasie, die vergelijkbaar is met de eveneens ‘onvrije keuze’ van de verslaafde (ik ken geen enkele verslaafde die ‘wil’ verslaafd zijn, en ik ken er nogal wat). is het niet eerder zo dat al deze schijnbaar triomfantelijke uitingen van doodsdrang in het werk net zovele kreten om hulp waren? een exhibitionistisch vertoon van onmacht vergelijkbaar met het gedrag van een ‘succesvolle’ verslaafde?

het is verder ook best mogelijk dat het zekere vooruitzicht van de zelfgekozen dood voor de mens Réquichot het leven gedurende een langere periode opnieuw leefbaar maakte, net zoals de optie van een legale euthanasie sommige psychisch lijdenden een nieuwe adem geeft in het ondergaan van het lijden.

maar ware het niet veel beter dan dat diezelfde noodzaak aan bewegingsruimte verschaft zou kunnen worden door andere middelen, door een investering in therapie, in behandeling? en heeft de hypocrisie van de Kunstwereld echt nog slachtoffers nodig?

het lijken mij zeer hete hangijzers die mij alle tesamen genomen doen concluderen dat het misschien vooral om ruimte gaat, dat het voor ons beter is dat we niet onmiddellijk voor het dilemma staan omdat elke keuze dan sowieso een verkeerde is. die ruimte is de kwalitatieve ruimte die de mens nodig heeft voor een gezond functioneren, voor een doorvoeld welzijn. dezelfde statistische ruimte die wij nodig hadden om een noodlottig scenario in onze ziekenhuizen af te wenden, het fameuze ‘flatten the curve’-beleid dat op zich al een gedwongen keuze was.

wanneer we het op de kwantitatieve wet laten aankomen, wanneer we de prognoses in de wind slaan en het getal in onze plaats laten beslissen is er geen sprake meer van keuze of vrije wil, maar enkel van ondergaan, dan geldt gewoon de natuurwet van het kapitaal.

we moeten, denk ik dan, steeds voldoende afstand houden van het dilemma, van de bovengrens, en niet het dilemma, het onvermijdelijke voor ons laten beslissen. niet afwachten tot er andere uitweg meer is.
want dan is er geen humane ruimte meer, geen gezonde lucht, geen gevoel van vrijheid.

en in die optiek lijkt het mij een verkeerd signaal om het toeleven naar de uitvoering van het dilemma open te stellen, het legaal te maken, een overgave eerder dan een overwinning voor de humaniteit. want dan zeg je dat je de psychisch lijdende niets meer te bieden hebt dan dat, dat elk alternatief voor ons, de zogenaamd gezonden, onbetaalbaar is.

want dan stuur je misschien straks met dezelfde overgave aan de ijzeren wet van het kapitaal alle besmette mensen van boven de 65 naar huis met de boodschap dat het te duur is om te pogen hun leven te redden.

een gouden vuistregel, overigens, om klaarheid te scheppen in deze moeilijke ethische debatten lijkt mij deze te zijn: van zodra men de kwantiteit boven de kwaliteit stelt, heeft men enkel het eigenbelang voor ogen, en dienen de argumenten enkel het doel om die nijd te verbergen, door ze te laten aansluiten bij de nijd van de ander.

(moest je na het lezen van dit artikel met vragen achterblijven omtrent zelfdoding, klik dan hier ff. praten helpt)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime#74

jt74 – transmutation générale de la marchandise – KA ME RA DE

in het geluidsfragment van vandaag maken we de desintegratie mee van een gewoon NL woord (‘KAMERADEN’) onder druk van de herhaling.

de herhaling van het woord is een druk omdat het de gewone werking van het spraaksysteem onder druk zet: het geeft het cognitieve reflectie, aandacht, die het ‘normaal’ niet heeft: het woord ‘kameraden’ dat in een gewone zin, conversatie uitgesproken wordt, nooit die cognitieve reflexie krijgen, een feedback van aandacht op het gebeuren van de uitspraak zelf.

daardoor begeeft de ‘natuurlijke’ eenheid van klank en betekenaar het in het woord en komen er onderliggende betekenaars vrij. het kan hier, in dit voorbeeld, elke kant opgaan: het woord kan verschillende uitwegen kiezen, weg van de druk. het kan een samenstelling van ‘KAMER’ en ‘RADEN’ worden, of van de boze KA met een MERADE wat dat ook moge wezen. Freud heeft aangetoond hoe verschillende opties van verdrukte lezingen revelerend zijn voor wat er zich afspeelt in het onderbewuste theater van de wreedheid

maar de bijhorende schriftoefening vereist van het testpsychisme een beslissing: de desintegratie van het uitgesproken woord moet zoals voorgeschreven in de code van het programma, in de herhaling een stabiliteit verkrijgen die samenvalt met de geste in de schrijfleescorridor. en de uiteindelijke beslissing is hoorbaar in de uitspraak, net zoals de uitspraak in de psychoanalyse vaak de ‘eigenlijke’ betekenaar van het woord in kwestie ‘weggeeft’ voor de aandachtige analyste: je kan niet tegelijk KAMER + RADEN denken en KAMMEN + RADEN uitspreken: wat je zegt ben jezelf.

het testsubject opteert hier duidelijk hoorbaar voor een hercodering van het ‘kameraden’-automatisme naar de aldus ‘overschreven’ geheugenplaats van KAMMEN + RADEN. misschien is die ‘keuze’ wel ingegeven door de kam-achtige weergave van KA ME en de spiralende zoekbeweging in de geste van het RA DE? of wil het testsubject de gedachte uiten dat je de mensen wel kan afkammen op zoek naar vrienden, maar dat je omtrent de ware aard daarvan toch altijd het raden hebt?

elkwegs is het duidelijk dat de beslissingen altijd uniek zijn aan het subject en binnen die unieke opstelling ook nog ’s uniek aan het gegeven moment, aan de ingeving van het moment bij het testsubject: je kan, m.a.w. hier ‘geen touw aan vastknopen’ en elke poging tot systematisatie, tot zingeving zal stranden in obscure esoterie, in nonsensicale geheimtaal voor ingewijden.

er zijn in de geschiedenis van de humane creativiteit talloze pogingen ondernomen om dit soort ingelezen systematiek in volstrekt unieke en daardoor ‘willekeurige’ handelingen, gestes of gebeurtenissen uit te bouwen tot een methode om welbepaalde ideologische of vage religieuze noties van een nec plus ultra na te jagen. dat komt waarschijnlijk omdat op het moment zelf de link tussen het gebeuren en de betekenis die er in de gedachten eraan gegeven wordt zo onmiskenbaar is: je voelt HET gebeuren, er is daar IETS, maar het is onuitsprekelijk.

het is de humane zingeving die zichzelf ziet zingeven, in real time. de revelerende kracht van het geheim daarvan willen we vasthouden, vastpakken, en delen met onze kameraden. die er uiteraard niks van begrijpen, de sukkels!

op het ogenblik echter, dat we ophouden met het willen bekleden van de sporen van onze gedragingen met het belang dat wij aan ons ego hechten, kan het gebeuren terug gelezen worden als zuivere lyriek van de expressie van een individu gevangen in de determinatie van plaats en tijd, als een zingen van de hand die zichzelf ontwaart.

op dat moment ervaren we de verlossende schoonheid die schuilt in ieder van ons, in de kleinste beweging van de geborgenheid van ons lichaam, in ons aanvoelen van de zich in ons vertalende ziel van de eindeloos verder rottende kosmos.

laat het zijn en zie: je komt tot leven.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #73

jt73- un spectacle de la matière – WEE ME LE

terwijl het golfschrift in dit programma zich een weg baant naar de realisatie van het infra-nederlands, een spectaculair verergerde variant van reeds met overspoeling bedreigde Nederlands (hoe laag kan je zakken), wordt het misschien stilaan tijd om te vertellen hoe ik eigenlijk bij Bernard Réquichot ben terecht gekomen.

evenmin als jullie, waarschijnlijk, had ik de naam ooit gehoord voor ik in 2017 bij een triage van door een locale bibliotheek afgevoerde boeken die zouden naar Afrika gestuurd worden (in een bewonderenswaardig ‘Livres pour l’ Afrique’ project) plots op een exemplaar van de Catalogue Raisonné van 1973 [CR1973] stootte. nu was ik in die tijd bezig met de opstart van het grote dégout-onderzoek van de NKdeE: als eerste in een reeks van onderzoeken naar de negatieve emoties als middelen tot kennisverwerving had ik alle NKdeE-ogen gericht op de afschuw, de walging als primaire, instinctieve respons op het verderf en de levensbedreigende besmetting die ervan uitgaat.

nu, omdat het publieke imago van een onderzoeker samenvalt met zijn onderzoeksobject en omdat ik toen nog niet geheel doordrongen was van de objectieve almacht en groteske onverschilligheid van het Rot, gaf ik daar toen in mijn geschriften maar bij mondjesmaat uiting aan: het was en is zo al erg genoeg gesteld met het euh ‘succes’ van mijn creatieve exploten, ik wou toch nog een bèètje ‘publiek’ overhouden, want dat is een absolute vereiste voor de Neo-Kathedraalse research. momenteel ben ik al veel minder bereid tot concessies aan de dwingelandij van de attentie-economie, ik heb dan ook minder en minder aandacht nodig, althans dat probeer ik mij toch wijs te maken.

maar ondertussen, om verder te gaan, zijn we met dat lopende onderzoek naar de negatieve emoties als kennisverwervende ‘drives’ overigens bij de angst belandt, en ik moet zeggen: 2020 is helaas wat dat betreft een jaar van ongeziene weelde voor een angstonderzoeker. ik ben niet bijgelovig maar toch: ik hou mijn hart vast voor als ik aan de woede begin…

elkwegs: het boek over Réquichot viel mij in 2017 als een onverwachte schat in handen: ik bladerde door de reproducties en werd bijna tot tranen toe bewogen door deze schijnbaar schaamteloze vertoning van absoluut weerzinwekkende Kunst!

aja: hoe je het ook draait of keert: confronteer een schare van onvermoedende slachtoffers met 10 werken van Réquichot en laat hen hun onmiddellijke respons uiten middels drukken op een der knoppen ‘schoon’, ‘interessant’ of ‘weerzinwekkend’ en er zal een overtuigend deel van het testpubliek naar de afschuwknop grijpen. misschien moet je als testje maar ’s wat laten zien aan een kind, dat kan je moeilijk van vooringenomenheid of ‘artistieke gewenning’ verdenken.

nu, ik heb ondertussen behoorlijk wat al gelezen over Réquichot, maar ik moet de eerste kommentaar nog tegenkomen die dat ook letterlijk zegt. dat Réquichot zich schaamde voor zijn productie, dat las ik al (tja), en dat het ‘obsceen’ was dat durfde Barthes ook al wel aan, maar nergens lees je dat die werken toch vooral ook een ontegensprekelijke walging opwekken.

walging heeft nou net die eigenschap als emotionele respons dat ze heel erg onmiddellijk is en dus ‘ontegensprekelijk’. walging kan wel cultureel bepaald zijn (we vinden wat andere mensen in andere landen eten als lekkernij vaak walgelijk), je hebt ze of je hebt ze niet, je kan ze wel ontkennen, maar niet wegdenken.

om dat te begrijpen mogen we denk ik niet vergeten dat Réquichot leefde en werkte in de formatiejaren van de na-oorlogse spektakelmaatschappij zoals die door Debord ‘ontmaskerd’ is, en waar elke auteur met het grote publiek in een spektakelwaardeverhouding stond waar je kan blijven sociologische studies aan wijden maar die misschien nog het best uitgedrukt en meteen samengevat kan worden met enkele beelden uit de massaal gelezen populaire weekbladen van die tijd zoals, bij ons, De Post.

hieronder een favoriet voorbeeldje uit De Post van 1954, denk ik (de rest van het nummer ging op aan de collagedozekens die ik ervan maakte) met een reportage over John Cage die toen bij ons op bezoek was.

’t hangt in mijn keuken, ik zou het maar ’s moeten inlijsten want ’t is eigenlijk heel schoon, vooral ook met dat overcorrecte ‘bovendien’ in de titel:

je moet bij jezelf maar ’s nagaan hoeveel hiervan nog doorwerkt in hoe jij staat t.o.v. de ‘Kunst’ en in de huidige media. naarmate we verdergaan in de tijd gaan dergelijke directe confrontaties met ons verleden uiteraard belangrijker worden, en vooral ook indringerder. denk maar aan de Facebook ‘herinneringen’.

ook in die zin volgt natuurlijk de organisatie van mijn schrijven en kliederen in een autofage programmatie de algemene tendens in de exploitatie-programmatie van de Grote Wereld. een van de voorwaarden om als exemplarisch activist effectief te zijn is natuurlijk dat het voorbeeld herkenbaar en algemeen toepasbaar is, een fundamenteel kenmerk is dat ook, zou ik daaraan willen toevoegen, van de literatuur in het algemeen zoals die ons werd overgeleverd.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #72

jt72 – le mental: lamentable élément alimentaire et lamentable aliment élémentaire – OO UU AAHM

ik heb ewa vals gespeeld vandaag want ik was al keilang aan’t gedichten reviseren voor ik aan de ochtendgeste begon. ik ben immers niet te houden enthousiast over de herwerking/doorwerking van de moment-cyclus en tegelijkertijd ook over de Celanlezing en de Scelsilezing dat ik moeite moet doen om mij niet uit te putten in het eigen geluk. wat is het leven toch een feest! hoe schoon is het niet om de eigen ondergang in real time te mogen beschrijven!

joa. als straf mag ik niet journalzwammen vandaag. ’t zal mij leren!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #71

jt 71 – L’ état, l’ instant ne se trouvent plus en eux – YO LA DI MA

het is haast kinderlijk, de teleurstelling waarvan Réquichot ons verhaalt in de tekst ‘Métaplastiques’ die Chevrier vandaag voor mij citeert : de magische stenen, wortels en slakken waarmee hij tijdens zijn strooptochten op de ‘campagne’ zijn zakken vult, houden bij thuiskomst niks over van hun betovering:

Les choses alors ne sons plus rien : les pierres sont vides et les sillons sont morts; ils sont incapables de reproduire la circumstance, la surprise. L’ état, l’ instant ne se trouvent plus en eux.

[REQUICHOT 2002,75]

de passage besluit met de vaak geciteerde verzuchtiong dat hij dan maar de wolken, de bergen, de landschappen zal signeren als ‘oeuvre’;

Chevrier vertelt van daaruit over dingen die hij dan weer belangrijk vindt, over Dubuffet en Valéry en Klee.

na de tekst ‘Métaplastique’ is in de Ecrits-uitgave van 2002 de titelloze tekst opgenomen die begint met ‘Le spectateur qui rencontre’, die zegt dat de creatie niet vertrekt van een idee maar van verbazing, verwondering, en die vervolgens haarfijn uitlegt wat Chevrier ons via omwegen wil verklaren, wat een vrij hopeloze onderneming lijkt want ik zie niet dadelijk hoe je het korter, eenvoudiger en meer helder uitgelegd zou krijgen dan hoe Réquichot zelf het doet in die tekst.

die ‘verspreidde’ teksten zijn aan de beurt eens ik klaar ben met de vertaling van het ‘journal sans dates’, dat ligt wat stil nu, omdat je, vind ik, een auteur nooit in één ruk moet willen ‘consumeren’.

de Kairotiek van het lezen en die van het schrijven zijn een en dezelfde.

je leert veel meer, zo heb ik toch ervaren, door haar/hem op gezette tijden te lossen en dan weer te ontmoeten, op die manier kan jet het ogenblik van de verbijsterende herkenning herbeleven en uitdiepen, schrapen als het ware in de harde, meedogenloze spiegel die het werk je voorhoudt en waarvan je fantasie, gedreven door je noden en behoeftes een staat maakt, een virtuele ruimte waarin je kan verblijven zolang je de verbinding kan in stand houden, zolang die jou gegund is, want elke spiegel is een gift, een gave, een geschenk van de afgestorvene die handelde uit eerbied voor de geschenken die zij/hij zelf mocht ontvangen.

de sporen van de creativiteit van de ander (en die van jezelf als ander) zijn poorten die door het verschaffen van energie eraan (het lezen) de ontvanger in staat stellen deel te nemen aan de transmissie

van het ogenblik, het moment dat de ontvangst omslaat in een nemen, een consumptie van de dode dingen, moet je ophouden, want zulks is dan grensoverschrijdend gedrag, en dan hou je enkel een uiterst lelijke simulatie over van de gebeurlijke verbinding.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #70

jt70 – l’ instinct de mon esprit – WA WA WA

Réquichot wil zich krachtens deze uitspraak de automatismen waarmee hij experimenteert, zijn heel erg lichamelijke zegging in de spontane erupties van gebaren op doek of papier, als een deel van zijn ‘geest’ toeeigenen, een onvervreemdbaar onderdeel van zijn Zijn. au fond is dat een vrij ziekelijke projectie van een ego dat zich lijdend weet aan een voortdurende benauwdheid, een beklemming die maakt dat het naar een elders wil, dat uiteindelijk bij Réquichot de sprong uit een raam wordt.

hoe vaak dacht ik al niet bij één van zijn werken: ‘goh dat niemand die man ooit ’s heeft willen helpen’. maakt die gedachte zijn werk ‘minderwaardig’, doet zulks wat af aan de expressieve kracht ervan? allerminst, want wie heeft er een waarde-oordeel daarover nodig?

evenwel: om te kunnen aanvaarden dat elke individuele creatieve expressie principieel evenwaardig is moet je natuurlijk eerst van het Zijn af, en in deze vooral van de Kunst als vazal van die ontologische pikorde. het heeft evenwel geen zin om dat te gaan propageren, omdat het ‘probleem’ zichzelf wel oplost. want waar gaan we naartoe? zoals altijd: naar het onvermijdelijke.



als we een psychisme begrijpen als het functionele geheel van het zich spiegelende ego samen met het onderbewuste en de proprioceptie van de lichamelijkheid, dan merken we dat een in zekere mate disfunctioneel psychisme, een min of meer lijdend en ongezond psychisch gebeuren steevast haar natuurlijke grenzen te buiten gaat, zich een ego gaat spiegelen waar het geen cognitieve controle over kan hebben, en zich een ziel gaat verbeelden waarin het haar veelal lichamelijke maar ook verstandelijke beperkingen kan overschrijden. transgressie dus.

nu, daar is op zich niks mis mee, integendeel: zonder transgressie kunnen mensen ook niet functioneren, zonder transgressie waren we als soort al lang van de aardbodem verdwenen. maar in plaats van daar vanuit een of andere ideologie over te beginnen moraliseren zouden we gewoon beter vaststellen dat het gebeurt en proberen zo goed mogelijk begrijpen hoe het gebeurt, want inzicht is het enige wat ons kan helpen om gebeurlijke gedragshinder bij te kunnen sturen, om het evident ongezonde terug binnen de perken van het gezonde te krijgen. dat de gezondheid zelf een relatief en vooral ook dynamisch concept is bemoeilijkt de zaken enkel als je wil blijven vasthouden aan dat ene onveranderlijke Zijn van die goeie ouwe ontologische pikorde van je. voor de gevorderden: iets is gezond zolang het gezond is è, hoe simpel is dat…

dus, cru gezegd wat gebeurt er? wat zien we hoe gebeuren? we zien (in extreme gevallen) dat zieke, lijdende mensen vaak uit pure onmacht egoïstisch en gewelddadig zijn en zichzelf een oppermachtige ziel toe-eigenen. we zien een algehele inflatie van het cognitieve zelfbeeld in alle regionen, of, schijnbaar tegengesteld daaraan, een algemene inkrimping, deflatie, depressie van het ego tot aan de algehele verlamming toe.
wat we zien verklaart ook ewa waarom daders vrijwel altijd begonnen zijn als slachtoffers en het stelt ons op pijnlijke wijze voor momenteel quasi onoplosbare juridische dilemma’s wanneer we onze vervagende begrippen van toerekeningsvatbaarheid in juridische verdicten moeten gaan vertalen. een maatschappelijk debat dat heden in alle mogelijke richtingen op explosieve wijze de traditionele ontologische ideologieën verder verzwakt, corrodeert omdat geen enkele bestaande ideologie de schuld als ‘essentie’ van het individu achter zich kan laten: je ‘bent’ schuldig of je ‘bent’ het niet, terwijl het uiteraard enkel het gedrag is dat je als schuldig kan veroordelen. en gedrag kan je genezen, alleen kost dat meer dan het te veroordelen.

stilaan daagt het: om tot een rationele benadering en oplossing van deze patstellingen te komen moet je het ‘Zijn’ zelf uitdrukkelijk opgeven, erkennen dat het een functionele fictie is, maar daartoe is de in ‘haar’ essentie ‘mannelijke’ Orde van het Woord uiteraard niet bereid. de erkenning van het Zijn als fictie (die je vervolgens als dynamisch programma werkzaam kan maken) zou nochtans hetzelfde effect hebben op bestaande onoplosbaarheden als de erkenning van schuld in andere erfzondes zoals die van het kolonialisme: je doorbreekt de spiraal van schuld en boete enkel door de schuld eenzijdig te bekennen in functie van een nieuwe dialoog. stoppen met naar de ander te wijzen, stopt het wijzen naar de ander.

maar ach, de commerciële belangen en het maatschappelijk aanzien vereist dat men in de Kunst blijft deze transgressies van het ego appreciëren en aanmoedigen, ook al zijn het evident ziekelijke transgressies. men ‘is’ meer Kunstenaar dan dat men zich schuldig maakt aan ontoelaatbaar gedrag. alle gefrustreerde behepten met onderdrukte transgressies juichen volmondig mee.

de MeToo beweging heeft daar in de cultuurindustrie al wel een reactie op ontketend, maar je ziet toch aan het geval Fabre hier te lande dat van het ogenblik er aan de officiële façadekunst van een royaal erkende cultuurambassadeur wordt geraakt de rangen zich sluiten en er massaal wordt gezwegen, want aja, ‘als dat al niet meer mag’ en ‘waar gaan we naartoe’.
die meestal verzwegen verontwaardiging omtrent het aan banden leggen van de creativiteit, zou dan ook zeer terecht zijn mocht ze effectief geuit worden, want elke creativiteit werkt nou eenmaal op basis van transgressies, van het aftasten en overschrijden van elke grens, dat is gewoon de basisbeweging van de expressie. het is niet dàt, maar zo gebeurt het.

maar als je daar wat van zegt krijg je weer net heel de MeToo-storm over je heen. gewoon omdat een label (de hashtag) je dwingt om A of B te zijn, voor of tegen, slachtoffer of dader, terwijl elke dader ook slachtoffer is en elk slachtoffer ook dader (M/V/O). dus dat slikt men dan ook maar in, met verder stilzwijgen tot gevolg. en heel de sociale programmatie op Facebook en Twitter draait op die hashtaglogika.

hoe dan ook: ontoelaatbaar gedrag kan binnen geen enkele werkbare ontologische fictie ontoelaatbaar zijn voor de ene klojo en toelaatbaar voor de zeer gewaardeerde Kunstenaar aan het Hof. da’s gewoon een fatal error in de programmatie, want een klojo is en blijft een klojo, dat staat zo in de init van het Programma. aja: het is wat het is è.

euh, waar gingen we ook weer naartoe?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #69

jt69 – dictionnaire de demi-choses – UU PT PT PT

o nostalgie. de jaren ’50 van de vorige eeuw waren ook de jaren van de grote doorbraak van het Science Fiction genre in de populaire cultuur en congruent met dat gebeuren werd het ‘fantastische’ in de schilderkunst door sommigen gepropageerd als tegenhanger van het voor velen toch nog onbegrijpelijke en wereldvreemde cubisme of de celebrale abstracte kunst die allengs zich nog meer begon te conceptualiseren naar het immateriële om dan uit te komen bij een soort ‘anything goes’ waarbij diegene met de meeste marketingtroeven het pleit won en zich ‘befaamd kunstenaar’ mocht noemen. de surrealistische dogmatiek van Breton verwaterde mee in de fantasmen van de dag. en nu er meer en meer beelden van de (infra)microscopische realiteit van het leven de rondgang deden was dat ook een belangrijke inspiratiebron voor de ‘informele’ kunst waar de immer rijke fantasie vrij spel had in de ideologisch vertekende voorstellingsruimte van het net-niet onzichtbare.

het werkje ‘dictionnaire de demi-choses’ van Réquichot speelt zich af in die nieuwe speelruimte van het ‘nieuwe onechte’, de wetenschappelijke fictie.

Bernard Requichot 1956, Dictionnaire de demi-choses, huile sur carton, 53 x 36 cm



overigens. een kleine studie over hoe het corona-virus in de media gevisualiseerd werd van bij het begin tot nu zou heel interessant zijn om te zien hoe ideologisch en infantiel humaan-verkleurd onze visuele voorstellingen van die microwereld wel niet zijn: men beseft te weinig hoe die visualisaties berusten op functionele verklaringsmodellen overgoten met de grafische saus-van-de-dag. en die saus komt in de meeste gevallen uit hetzelfde potje als die van de sportredactie: de enige functie van die euh ‘stilering’ is die van de ‘suspension of disbelief’ bij de consument van het info-tainmentprodukt: ’t moet er ‘echt’ uit zien. het wordt ook wel ’s ‘design’ genoemd.


soit. het fictieve rijk der biologische wordingen gaf in de speeltuin van het Parijs van Réquichot ademruimte aan de fantasie der artiesten die de hete adem van de wetenschap ge-equipeerd wisten met almaar meer van het gezag dat zij verloren en vooral ook weeral betere camera’s. omdat de muziek zoals Kierkegaard m.i. terecht beweerde, de meest ‘onmiddellijke’ der kunsten is zien we in dat veld het duidelijkst dat het de wetenschap en de techniek is die voor een nieuwe evolutie zorgen, minder dan de ‘ideeën’ van de auditieve ‘kunstenaar’, een ontwikkeling die in onze dagen het veld van de muziek helemaal heeft opengebroken naar het gehele sonore veld als opstapje naar wat uiteindelijk misschien wel, met inbegrip van het visuele en het virtuele veld, die ene grote discipline van de ‘golvenmanipulatie’ wordt.

ik vraag mij soms af of er vanuit wetenschappelijk-educatieve hoek nog enige ernstige poging komt om iets te doen aan het commerciële monopolie van Adobe, maar als men in de wetenschap zelf al niet inziet dat heel hun doen en laten bepaald wordt door het stelselmatig verwaarlozen van hun publicatiemethoden, dat men dat overlaat aan bedrijven en niet aan de noden van de wetenschap zelf, als je ziet hoe men zich daar de poten vanonder de stoel laat afzagen, is er weinig reden om aan te nemen dat we hier iets anders kunnen doen dan de algehele afgang zo pijnloos mogelijk te ondergaan. sic transit gloria mundi.




soit, ten tweede male. in hoofdstuk acht raakt Chevrier weer effen aan de kern van de zaak in enkele paragrafen die gewijd zijn aan de eigenlijke praktijk van Réquichot. in de zomer van 1956 verblijft Réquichot enige tijd op het ouderlijk domein in Asnières-sur-Vierge en hij beschrijft in een brief aan zijn vriend de Kunsthandelaar Cordier dat hij dagelijks een viertal doeken maakt uitgaande van een ‘truc’ (ik zou zo’n ‘truc’ een algoritmische handelwijze noemen, een programma dus) waarmee hij experimenteert om te zien waartoe het automatische verloop van de handeling in kwestie leidt.
van die vier doeken (zijn uitvoer) wordt er elke dag 1 weerhouden voor latere verdere zuivering (‘épuration’), de rest wordt ‘gerecupereerd’. nadien volgde dan ongetwijfeld nog een meer radikale ‘uitzuivering’, vooraleer het naar de bestemming kan, zijnde Kunsthandelaar Cordier.

het is een interessante oefening om je te verbeelden dat je met een soortgelijke praktijk bezig bent en je dan af te vragen
a. of je van alle doeken er 1 zou vernietigen mocht je in staat zijn (financieel en praktisch) om ze allemaal te behouden
b. welke criteria je zou gaan hanteren om doek 1 te behouden en doeken 2,3 en 4 niet
c. wat er met die criteria zou gebeuren mocht ‘jouw’ Réquichot een vrouw zijn
d. wat er zou gebeuren als deze praktijk niet privé, in de beslotenheid en afzondering van je kot zou gebeuren, maar onmiddellijk publiek, zonder noemenswaardige uitzondering en zonder enige vorm van (auto)censuur achteraf (autocensuur speelt uiteraard altijd mee als je weet en beseft dat je in al je handelingen ‘publiek’ bezig bent, als je voor jezelf het onderscheid tussen ‘publiek’-‘privé’ enerzijds maar ook dat tussen ‘publiek’ en ‘auteur’ hebt verlaten, het valt dan samen met gewone socio-psychologische inhibitie).

dat laatste is, ter info, wat ik in mijn praktijk doe, ook al is mijn ‘publiek’ dezer dagen heel erg beperkt door de algoritmes van de sociale media die mijn ‘publiek’ in functie van klikwinst voor het bedrijf in kwestie berekenen en buiten mijn bereik gaan bepalen (dat is nou eenmaal ‘wat het is’. voor ieder van ons is dat de ‘realiteit’ in deze dictatuur van de commerciële exploitatie): ik kan die de facto beperking enkel opheffen door ervoor te betalen bij het bedrijf zelf (Facebook) of door mijn ‘productie’ af te stemmen op de verkoopsvoorwaarden van kleinere locale bedrijfjes (uitgeverijen en aanverwante mini-exploitanten), de enige weg waarlangs ik bij mijn Vlaamse overheid kan aankloppen voor ‘subsidie‘, sommen gelds waarmee ik dan nog meer ‘aandacht‘ zou kunnen kopen, maar waarmee ik bij toekenning ook ‘automatisch’ erkend zou worden als ‘kunstenaar’ of ‘auteur’, waardoor op soortgelijke wijze gesubsidieerde euh, organen ook geneigd zouden zijn om aandacht aan mijn praktijk te geven, want aja die Vervelende Veek staat nu op de Lijst, begot.


oei, oei. nee hoor, pffft, laat maar, we gaan niet moeilijk doen è, ik hoef die centen of uw aandacht niet, ik blijf veel liever braafjes in mijn kot alwaar ik tenminste ongestoord en vrij en hopeloos ongeschikt voor welke vorm van productie dan ook (zo ‘ziek’ ben ik idd., dat is onlangs dan weer wel probleemloos erkend door diezelfde overheid, waarvoor mijn meest oprechte en welgemeende dank) mag verder werken aan wat ik belangrijk vind, omdat ik weet uit ervaring dat je er als mens gezonder en gelukkiger van wordt..

en, tja, al de rest, uw luxe en uw reizen Waen en al uw problemen daarmee, sorry, dat staat gewoon niet in mijn halve-dingen woordenboek, ik ben daarvoor waarschijnlijk gewoon te zot, maar medisch en dus wetenschappelijk geattesteerd gelukkig vooral zeker niet slim of goed genoeg. oef seg, pfjew.

allez vooruit!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #67

jt67 – panne le rapt en rut des métacarpes – NO MI DA

wintertaling zij limoen, speeksel zij peul
mijn sinusrescue is uw reddingsvoetcel.
zout duwt valse flarebotten, eva’s toverzaden
ter ziltivoren jouvensaalse steenselpret.

o vleugeltakte splijter eikzwamnacht die
in ’t geraamtenicht kersensabelt hervelkruid
en zicht opt regenboog verpunt. majusculen
op de manuscriptenhoop in anemonenschijn,

margamalen, mondgepikte maagman met vazalen
culmiterend overhutseposerig gepacoteilde:
zathematisch strijkt uw trakeltoten ijzertrui

eoleert en brokaliet, motahiert en harpigrijt
molenarmenteert gebeurtig uw chopincol
datschotinol. bargoenbarbaar. bourdonpilaar.


BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #66

jt66 – la valeur tactile procéde d’une réification du geste pictural – SA LI LA

in hoofdstuk VII van Chevrier’s boek [CHEVRIER2019, p.111-147) zitten we ineens in 1956, het jaar waarin Réquichot verftubes leegspuit op zijn doeken, en die er dan weer afpulkt en op karton collageert. Chevrier plaats die praktijk met heel veel deskundigheid in het versplinterende landschap van de abstracte kunst in het Parijs van de jaren ’50, maar al dat pamfletair geblaat en die wollige artistieke doctrine verliest nu al zelfs haar historisch belang: je verklaart er niks mee voor de huidige toeschouwer door die ongetwijfeld boeiende cafédiscussies te willen duiden of reactiveren, dat is allemaal van strict lokaal belang. Chevrier laat in dit hoofdstuk dan ook vooral het werk zelf spreken, veel tekst is er niet.

maar in de detailbeschrijving wordt het dan wel weer interessant omdat je daar voldoende info krijgt om een idee te krijgen van de praktijk zelf van Réquichot. zo wordt Chevrier terecht lyrisch over het werkje “PEKAT’ LOKAILLE’ van 1960, een ‘late’ uitbloei uit die praktijk (’t is laat want in 1961 is het ‘ultiem’ al en daarna gedaan).

ja, ik zou het citeren wat Chevrier daarover schrijft want ’t is de moeite. maar ik heb geen zin om dat allemaal over te typen en als ik het fotografeer overtreed ik de wet. ach, het boek kost amper €65, ah nee oops sorry update: €100, maar koop het toch maar nu want straks kost het allicht €200 of meer!

Bernard Réquichot: Zones sensibles (Art) (French Edition): Jean ...
PEKAT’ LOKAILLE in een illustratie op Amazon.com

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #64

jt64 – le spirale des contraires promet une pénétration de l’infini – AHM MAI NI

het Frans is merkwaardig genoeg van een ‘auteure‘ zoals Chevrier het voorbeeldig schrijft: Danièle Chauvin over William Blake in haar ondertussen ook alweer onbetaalbare Blakestudie L’Oeuvre de William Blake, Apocalypse et transfiguration.
zo gaat dat nu eenmaal met kunstboeken: die worden met veel poeha gepresenteerd, in een paar duizend exemplaren teveel gedrukt want nauwelijks verkocht en dan gedumpt in de ramsj en een paar jaar later zijn ze dan onvindbaar en/of pokkeduur, en de beweringen erin de facto onleesbaar wegens ‘auteursrecht’. het werk van Danièle kan je nu vinden vanaf €100, op Google books kan je de eerste 70 blz ofzo wel lezen.

gelukkig zijn er voorlopig nog de bibliotheken, maar ja die zijn nog ff dicht nu, dus ik kan onmogelijk achterhalen wat Danièle verder schreef over de zonneschelp in de beeldtaal bij Blake, buiten wat Chevrier ervan citeert, nadat hij haar naam in de tekst verkeerd schrijft als ‘Danielle’, [CHEVRIER2019, p.93] want kunstboeken mogen dan wel pokkeduur gelanceerd en verkocht worden een grondige naleesbeurt voor het naar de drukker gaat, dat zou toch wat veel afdoen aan de uitgeverswinsten en goh wie leest die crap ook è, zo’n Kunstboek koop je toch om te etaleren en om af ’n toe ’s in te bladeren bij het houtvuur met een blondje (M/V/O) op de schoot…

de meerwaarde van een tekst gedrukt te hebben voor mij is dat ie tenminste een redactie heeft doorstaan, dat kan ik zelf niet, want je leest nu eenmaal over je eigen fouten heen, keer op keer, aja, anders zou je ze niet maken…

soit.

de tekst van Danièle (Danielleke dus, voor Jan-Frans) (universitair geproduceerd met centen van onze Zwitserse medemens) zit dus ondertussen als ‘beschermd eigendom’ terdege achter slot en grendel bij Google, het bedrijf dat zo sympathiek leek in 1998 toen Microsoft nog de grote boeman was op IT-gebied. het enige wat Google nog moet doen om ook de de facto gebruiksrechten van de tekst te verwerven is wachten tot de conservatie dan wel de raadpleging van de fysieke tekst onbetaalbaar wordt, of te duur alleszins want dan kan het de inzage in haar scan terug verkopen aan de voormalige ‘eigenaar’.

het kan verkeren, zei Bredero en hij dacht: maar veranderen doet het nooit.
of: “data is alles”, zei gisteren nog onze eminente virologe Erika De Vlieghe.

bon. Chevrier heeft net vaagjes gewezen op de ‘erotomachie’ (de penis-evocatie) bij Réquichot en die term heel netjes bij mijnheer Raoul Hausmann over mijnheer Pablo Pikasso geplaatst zodat het helemaal ontdaan is van het vulgaire gelul) citeert, bij een breedsprakerige beschrijving van een doek van Réquichot die niet meer doet dan beschrijven wat we inderdaad kunnen zien op het schilderij, alsvolgt:

“On pense à “la spirale triomphante du soleil-coquillage” identifiée par Danielle [SIC] Chauvin dans l’imagerie de Blake. La “spirale des contraires”, remarque l’auteure [bravo Jan-Frans!], “promet une pénétration de l’Infini; forme de l’energie toujours en expansion, elle est aussi celle de la contemplation involutive”.

[CHEVRIER2019, 93, commentaar tussen vierkante haken van mij, dv]

en dan stopt het hoofdstuk. joa sèg!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #63

jt 63 – ce binôme psychique – KO ROO NA

als we met ons vingertje in de lucht een spiraalbeweging maken stellen we vast dat we die beweging in twee richtingen kunnen maken. maar die richting is relatief ten opzichte van ons gezichtspunt.

het is nuttig, vooral voor mensen met een beperkt ruimtelijk inzicht zoals ik, om jezelf dat ’s te demonstreren. draai met je ene hand een vingertje in lussen in 1 richting en met je andere een vingertje in de andere richting.

beeld je al draaiende nu een as in achter je ene hand waar je al draaiende gaat ronddraaien, en maak die draaibeweging met je draaiende vingertje (hou het andere draaivingertje stabiel): op het moment dat het draaiende vingertje naar jou wijst zie je dat beide vingertjes nu in dezelfde richting draaien.

als je even verbaasd bent als ik bij deze vaststelling, heb je evenmin een euh briljant ruimtelijk inzicht… 😉

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #62

jt62 – apprendre à chacun l’art de fonder sa propre rhétorique est une oeuvre de salut public – THA LJA SOE

Afbeelding kan het volgende bevatten: tekst

[CHEVRIER2019, 56]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #61

jt61 – Par le geste l’esprit s’éprouve comme un principe rythmique – IE ZO IE LA

“Door het gebaar ervaart de geest zichzelf als een ritmisch principe” : Jean-François Chevrier over de spiraal bij Réquichot. Ik moet het hier helemaal citeren want het is gesteld in een loepzuiver Clauwaerts, de taal die enkel de Groten der Artspeak machtig zijn:

Liant, reliant des lieux séparés, opérateur de continuité, mais aussi mouvement étiré, acceléré et précipité dans le vide, la spirale est l’opérateur exemplaire de l’ “ambiguïté méthodique”. C’est le chiffre d’un accord, diversement modulé, entre deux orientations contradictoires, centrifuge et centripète; l’image d’une technique de navigation, entre deux eaux. Le geste noue et dénoue, condense et disperse. Par le geste l’esprit s’éprouve comme un principe rythmique. Il se règle sur les courants sous-jacents à l’apparence des choses distinctes et séparées, autant que sur un mouvement d’éloignement, de derive. Il noue et dénoue.
[CHEVRIER2019, 48-49]

Juist. Sta mij toe dat ik de vertaling aan Google of DeepL overlaat, ik heb het tenslotte al overgetypt!

Dat is dus wat een spiraal is bij Réquichot. Het is wat het is.
Maar hoe gebeurt een spiraal? in het algemeen? bekijk even onderstaand schema. Het tijdsverloop in het schema is klassiek Westers, van links naar rechts dus:

we kunnen in het gebeuren van een spiraalbeweging drie fasen onderscheiden: de aanloop, het eigenlijke verloop en de uitloop van de spiraal.

in de AANLOOP komt de spiraalbeweging tot stand, aangedreven door interne dwang die bij de uiting op een weerstand botst, terugvloeit en op de oorspronkelijke voorwaartse beweging terugvalt om met vernieuwde impuls weerom de weg naar de weerstand aan te vatten.

voorbeeld: in de handbeweging vervult de perimeter van het bereik van de pen de functie van weerstand bij de opwaartse beweging voorwaarts zodat die zich omzet in een neerwaartse beweging achterwaarts en terugvalt op de oorspronkelijke voorwaartse beweging en creëert zo het grafische spoor van de lus

gedurende het eigenlijke VERLOOP van de spiraalbeweging verloopt de beweging voldoende regelmatig zodat we kunnen spreken van een geldig verloop: de spiraal is als spiraal herkenbaar, we kunnen haar als dusdanig valideren.
die validatie gebeurt aan de hand van een hulpmiddel, de enveloppe van de spiraal. de enveloppe van de spiraalbeweging wordt gevormd door de minima en de maxima van de uitzwaai (de grootte van de lussen). merk op dat de enveloppe bovenaan een golfbeweging maakt en onderaan een rechte lijn aanhoudt, congruent met de bewegingsrichting van de spiraal, die in het schema stabiel is van links naar rechts. da’s omdat we prefereren om een ‘onregelmatige’ spiraal als basis te nemen, want bij een regelmatige kan je uiteraard langs twee zijden eenzelfde golfpatroon in de envelloppelijnen ontwaren (bij een cirkel, als de spiraalbeweging maar in 1 dimensie beweegt, zijn beide lijnen rechten). we zullen dat later dat proberen in verband te brengen met de chiraliteit van natuurobjecten die sporen van spiraalbewegingen zijn, zoals schelpen.

van het ogenblik dat de bovenlijn van een enveloppe van een spiraalbeweging een regelmatige sinusoïde vormt, kan de spiraalbeweging als dusdanig gevalideerd worden. die validatie gebeurt uiteraard in functie van iets, dus binnen vooropgestelde perimeters, criteria, want die kwantificatie (normering) bepaalt dat de spiraalbeweging voortaan aangewend kan worden of dat ze invoer voor het ontstaan van een andere regelmaat kan worden.
hier zie je hoe de spiraal zichtbaar wordt in de GeldRuimte, de spiraal treedt binnen in het Humane Zijn, ze is Geldig.
in haar geldig verloop is de spiraal intern kwantificeerbaar als ritme: haar cadans heeft een vaste frequentie. meestal hebben we enkel oog voor de spiraalbeweging in deze fase, haar Zijnsfase, net omwille van die kwantificerende eigenschap*: je kan er iets mee doen.

in de UITLOOP tenslotte verliest de spiraalbeweging haar geldigheid, de bovenlijn van de enveloppe vlakt uit en de spiraal wordt onherkenbaar, ze verliest haar hoedanigheid. merk op dat de kwalificatie, het benoemen van de beweging, haar bepaling, altijd extern is aan de beweging zelf, terwijl de kwantificatie, haar bepaaldheid, intern is: kwalificatie is afhankelijk van waarneming, kwantificatie gebeurt als dusdanig. da’s euh, nogal belangrijk.

voila: zo hebben we, in het Nederlands, een nette terminologie beschikbaar om over spiralen onder ons eenduidig te kunnen communiceren. we kunnen dat beter in het Nederlands blijven doen, want het Engels is meer Tengels (terminaal engels) dan Taal: elke term heeft daar al honderd andere definiëringen die hopeloos door elkaar lopen in de breinen van haar gebruikers, met een gigantisch kluwen tot gevolg.

eenzelfde eenduidigheid in de communicatie omtrent spiralen is in het Clauwaerts dan weer enkel bereikbaar via het verwerven van satori middels Revelerend Inzicht in de Ogen van Régine Haarzelf, wat helaas slechts 1 persoon per duizend jaar gegund is (gemiddeld).


*als we nu iets moeten zeggen over de spiraal bij Réquichot is het wel dat Bernard enkel oog heeft voor de spiraal in haar geldig verloop. voor zijn psychische constitutie was het blijkbaar een genot om in het Zijn van het verloop te kunnen opgaan. waarschijnlijk omdat hij al spiralerende niet onderhevig was aan de angoisse van het eigen Zijn, de gevangenheid in het immens complexe eigen verloop. maar zulks is, hoe interessant ook, louter hypothese.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #60

jt60 – l’aller-retour creé une double profondeur, spatio-temporelle – TA HIE MA

de Franse tekstjes komen de volgende dagen uit ‘Zones sensibles’, de Réquichot-studie van Jean-François Chevrier [CHEVRIER2019]. koop dat boek voor het onbetaalbaar is! met de lezing van het Kleeboekje van Bonnefoit hebben we in dit journal de eerste allez-retour beweging weg van en terug naar Bernard Réquichot gemaakt.

de oscillatie, de slingerbeweging resulteert in de spiraalvorm als je de beweging op 2D projecteert. het bipolaire uit zich ook in de twee verschillende snelheden, de frequenties van ons ‘denken’ in de ruimste zin: de snelle weg van instinct en intuïtie en de tragere van de rede, de bespiegeling die au fond een waarneming van het waarnemen is, een recursie met een tijdsverloop ertussen, een verschil dat het verschil maakt (cfr. Gregory Bateson].

bij Réquichot leidt het beleven van die polariteit tot de volgende vaststelling, een stelling die hij noteert in zijn ‘kroniek zonder data’ een reeks titelloze notities die men dan maar ‘journal sans date’ is gaan noemen:

Théorème: regardez un tableau de très près et vous y verrez les tableaux futurs; regarder-le de très loin et vous y verrez son origine.

Stelling: kijk van heel kortbij naar een schilderij en je ziet toekomstige schilderijen; bekijk het van een afstand en je ziet de oorsprong ervan.
Bernard Réquichot [REQUICHOT2002, 119]

Chevrier citeert dit aan het begin van zijn hoofdstuk IV – ‘Proche et lointain, plein et vide’ [CHEVRIER2019, 43] en volgt van daaruit een spoor van verklaringen van werken. boeiend maar in het dagboek zelf wordt dit onmiddellijk gevolgd door een opmerking over de tijd die deze stelling in verband brengt met Réquichot’s fixatie met het Moment:

La limite du temps est celle où la vitesse l’arrête en suspens.

De limiet van de tijd is die waar de snelheid hem opheft in de spanning.
Bernard Réquichot [REQUICHOT2002, 119]

als je deze twee gedachten samen neemt, zie je hoe Réquichot de oscillatie aan het denken is als een recursie van het gebeuren in het brein en als een analogie voor zijn werk.

van heel kortbij zie je in zijn spiraalwerken de oscillatie gebeuren in de hand die de spiralen tekent op het blad en die spiraalbeweging de vrije loop laat. er ontstaat een groei van intensiteit die de spiraalbeweging in een opwaartse lijn dwingt: haar climax is haar verdwijning, de toekomst.
als je het schilderij van veraf bekijkt zie je niet meer die toekomstige verdwijning van de beweging maar de sporen ervan, haar verleden.

wat hij suggereert is dat een oscillatie ook in het kijken de tijd zou kunnen opheffen in de spanning tussen de twee extremiteiten, net zoals dat bij een orgastische climax gebeurt waar de cognitieve waarneming samenvalt met de instinctieve ervaring in Het Moment.

de realiteit confronteerde hem echter steevast met de schaamte van de volslagen verdwenen spanning in het werk dat zichzelf beëindigde zonder ooit een ‘echte’ climax te bieden aan zijn creator.

A la découverte d'une oeuvre de Bernard Réquichot - Galerie Alain ...

Bernard Réquichot, Sans titre, 1960, encre et rehauts de gouache sur carton, 70,6 x 104 cm

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #56

jt 56 – la ligne dansante – LA IE

men stelt in de neurologie vaak, zo vang ik dat tenminste op want ik ben net zoals u waarschijnlijk, een volstrekte leek daarin, dat het brein twee snelheden heeft: een snelle, impulsieve weg waar geen beredenering aan te pas komt maar die tegen de snelheid van de electriciteit informatie doorgeeft van receptoren aan ogenblikkelijk reagerende reactoren en daarnaast een tragere cognitieve weg waar menige complexe filtering, inhibitie en bespiegeling gebeurt.

men kan natuurlijk net zo goed, misschien zelfs beter zeggen dat het lichaam twee snelheden heeft: die van de ogenblikkelijke respons en die van de gewoonte. dan hoef je die oude lichaam-geest dualiteit niet blijven vooruit projecteren op een introspectie die nooit een ‘echte’ exterioriteit kan bereiken. niet proberen zeggen wat het is, maar laten zien hoe het gebeurt. het imponeert mss minder want het is veel minder complex dan, maar waar diende dat scheermes van Ockham ook alweer toe?

soit. wij houden ons hier voor de simpele en gaan op z’n simpels verder.
ons lichaam heeft dus twee snelheden. in de snelle snelheid voelen we, dat is ons bange prikkelbare lustige lijfje, in de tragere wonen we, dat is ons lichaam als gewoonte, waar ik mijzelf kan zijn etcetera.

maar in elk van die twee snelheden loopt het lichaam samen met het voelen van het lichaam, én met het wonen in het lichaam. het is altijd dezelfde samenloop van omstandigheden.

net zoals de lijn van verf die je uit een verftube op een doek zou spuiten samenvalt met de lijn verf die op het doek achterblijft: het gebeuren gebeurt en creëert al gebeurende de potentialiteit van de bespiegeling.

want het is net in de tijdelijke differentie binnen die samenloop dat er reflectie en betekenis kan ontstaan.

’t moet niet maar het kan. wij kunnen in een kliedering van Pollock heel duidelijk de betekenis van een creatieve expressie ontwaren. maar menigeen van ons ziet enkel verf die uit de tube is gespoten. want de worm is de vorm en de verf drukt zich uit en de lijn is het gaatje, het expressiepunt, maar je moet dat willen zien als spoor van een emotie ook, van een lichaam dat wat wil zeggen.

ik wil daarmee niks over Pollock beweren, laat staan over het publiek, maar bij een hond gebeurt er net zo goed een samenloop van lichaamssnelheden. maar daar ontstaat er blijkbaar geen noemenswaardige betekenis, die blijft daar potentialiteit. waarom is dat bij ons dan wel het geval? ah we zullen het nodig gehad hebben è. behoudens goddelijke interventie en congruent met het kosmische Rot van de entropie is dat de meest voor de hand liggende verklaring.

betekenis ontstaat enkel als het nodig is, omdat het lichaam anders niet verder kan, omdat het niet zonder kan. de taal als gebaar van onmacht, het Rot van het bewustzijn ziet zijn kans en slaat toe.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #54

jt #54 – la concordance sonore des choses – AAI NI PA TA

het dirigeren gebeurde blijkbaar eerst met de stok gewoon om de maat aan te geven, de kindjes in de pas te houden (je ziet zo Lully aan het hof op de vloer van het paleis beuken terwijl zijn pruik alle richtingen uitgaat) maar later ook meer en meer verfijnd met de hand in de klassieke kruisbeweging zoals voorgeschreven door Michel Pignolet de Montéclair

[BONNEFOIT2013, 6]

de degeneratieve lijn in de ontwikkeling van de Westerse muziek richting meer en meer complexiteit neemt een kattensprong in de Romantiek wanneer Franz Liszt zijn briljante melodieën en phrasen met de handen in de lucht begint te tekenen en de opwippende violisten in de bak zich moeten reppen om hem te kunnen volgen.

Klee komt dan ook in zijn navolging van de spatio-temporele muziekanalyse van Ernst Kurth al vlug tot sinusoïde lijnen die de brute kwantificatie van de beweging lijken te ontstijgen:

Paul Klee Theorie van de picturale vormleer BG 1.4/82

de genealogie van de kwantificerende recursie komt mooi tot uiting in de analogie die Klee maakt: het lijken stappen van een man in de sneeuw: de bewegende muziek is zelf beweging maar ook en tezelfdertijd spoor van een achterliggende beweging, de muziek drukt geen liefde uit maar de beweging die de liefde als emotie maakt.

de cognitieve recursie volgt het spoor van de intuïtieve en legt die vast in ontologiserende schema’s: ze geven zo de mensen houvast, maar de dynamiek veroorzaakt ook meteen de nodige antagonie in het creatieve spanningsveld.

de reïficerende degeneratie komt pas tot een echte recursie in het feitelijke gebeuren van de simulatie in de informatietechnologie waarbinnen het menselijke een ‘afwijking’ wordt ten opzichte van het mathematische stramien, indien men dat weerstandsloos zijn gang laat gaan, want dan vertaald het de kosmische entropie naar de locale negentropie.

vergelijk daartoe ’s het lijnenspel dat de Amerikaanse creatieve programmeur Jim Andrews genereerde op basis van enkele wat hij dan exotic functions noemt:

de beweging gegenereerd door humane code valt samen met de picturale beweging die Klee op het spoor kwam in de muziek .

het is misschien maar goed zo dat de hoge humane en uiterst complexe aspiraties toch weer samenvallen met de sonore eenvoud in de harmonie van de kosmos. we hadden en hebben het blijkbaar allemaal al heel de tijd in onze handen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Réquichot – dagboek zonder dagen (11)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

In het plastisch-analytische experiment is het onderzoek onlosmakelijk verbonden met de expressie: het onderzoek is een begeleiding, een middel en een effect van de expressie, een noodzakelijke en fatale aanvulling. Vanuit dat oogpunt bekeken is het experiment geen ‘zuiver onderzoek’, maar een manifestatie van werkelijkheden (psychische zonder twijfel) die als materiaal kunnen dienen voor zuiver onderzoek. Het is wijze van praktijk die de theorie voorafgaat, een theorie die door iemand geheel anders dan de schilder kan worden uitgevoerd en die overigens eens zij op punt staat perfect onnuttig lijkt te zijn (de theorie is maar een gedachte).

[REQUICHOT2002, 115]

journal intime #53

jt 53 – temoignages des mouvements accomplis dans le passé – AAI NA WA

Klee heeft relatief weinig aandacht besteed aan het schrift als ‘onmiddellijke uiting van de ziel’ in het visuele spoor van de grafiek. we moeten het grafologische spoor dat naar de nogal aangebrande Klages leidt nog verder uitdiepen, maar we volgen nu Bonnefoit in haar betoog en komen bij het belang van de muziek in de theorievorming van Klee.
volgens Bonnefoit wordt het belang daarvan in zijn eigenlijke Bauhauscursus in de vele boeken die daarover zijn verschenen nogal overschat [BONNEFOIT2013,6]

’t is pas wanneer het ritme ter sprake komt dat het muzikantenkind en de getrainde violist Paul Klee de muziek opvoert en wel voornamelijk via de bewegingen van het dirigeerstokje van de dirigent. merkwaardig want die analogie gebruik ik ook steevast om het concept van het Asemisch Lezen uit te leggen aan geïnteresseerden en dan begrijpt men ook meteen en volkomen waar ik erlmee naartoe wil. ik vind het dan ook bijzonder curieus dat Klee het vernband met het schrift niet zag, of niet uitdrukkelijk wou leggen.

wat hem tegenhield is misschien wel dat hij het muzikale ritme als afgescheiden van de louter akoestische ritmiek (de trillingsfrequenties van het geluid) en de natuurlijke ritmiek (de omwentelingsbanen van de planeten, het dag-nacht ritme, de wisseling der seizoenen, eb en vloed,…) bestempelde als manueel-culturele ritmen (de dirigent met zijn stokje) of tenslotte als ‘Facturale Rhythmen’, gelede* ritmiek, die meer een spoor waren van beweging dan eigenlijke beweging

de natuurlijke ritmiek in de bloei en groei van planten – Philipp Otto Runge – National Gallery of Art, Washington, D. C., online collection, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=23710529

in zijn eerste benadering volgde Klee de ideeën van Friedrich von Schlegel (1772-1829) waarbij vanuit het punt van de basisklank middels voortdurende variatie zich ‘arabesken’ ontwikkelden waarin je de lijnen van de organische groeibeweging van het vegetale kan ontwaren. de onderliggende geometrie die deze groeipatronen veruitwendigen, blijven echter verborgen in het punt van de genèse, een oorsprong die voor ons stervelingen rondwarend temidden onze grotshit, onbereikbaar blijft.


Klee wou echter duidelijk een nieuwe Kunst genereren op de zuivere basis van de lijn en de vorm, en een publicatie die hem daarbij misschien bijstond waren de Grundlagen des linearen Kontrapunkts: Einführung in Stil und Technik von Bachs melodischer Polyphonie van Ernst Kurth die ook werden onderwezen in het Bauhaus. Bonnefoit detecteert veel overeenkomsten in dat werk en wijst op Kurth’s karakterisering van de praktijk van de muziek als een formalisering geboren uit beweging die een beweging symboliseert (“mise en forme née d’un mouvement et symbolisant un mouvement”) een verwoording die wel heel erg lijkt op Klee’s bewering dat het visuele werk geboren wordt uit een beweging die “zelf beweging is, gefixeerd en waargenomen [door de toeschouwer] in de beweging”.

het is voor ons toch wel een belangwekkende passage dus ik citeer Bonnefoit over Kurth hier onvertaald en voluit (noodgedwongen per printscreen uit de e-publicatie die ik kocht want – o wonderen der techniek – het kopiëren van de tekst is mij blijkbaar niet toegestaan en een eenduidige manier van verwijzen is bij gebrek aan paginering ook onmogelijk, GRRRRMBOFFUAHIAoemph):

[BONNEFOIT2013, 6]

het is duidelijk dat de prioriteit van Klee bij de ontologische Bildung ligt, de beheersing en de gecontroleerde uitbouw, want in het schrift heb je zijn ideaalbeeld onmiddellijk al en letterlijk voorhanden.

maar daar kan je geen Meester in worden, want daar blijft de expressie van iedereen sowieso evenwaardig, en dat is nou net dat tikkeltje te ‘echt’. in de gesystematiseerde versie van Klee wordt de hogere cognitie bewust ingeschakeld om het Spoor van het Verleden te volgen.

de populaire cultuur zal echter na WOII vrij snel dat harnas van het controlerende en gecontroleerde verleden afwerpen in een ‘bevrijde’ beleving van het onmiddellijke heden (cfr. DEBORD) en de Kunst als curiosum of belegging verwerpen/commodificeren/verhandelen.

om dan in onze uiterst singuliere en tumultueuse tijden tot de vaststelling te komen er voor enige echte vrijheid er door de eigen virale overwoekering van de mensheid van de planeet in het noodgedwongen dictaat van de toekomst helaas geen plaats meer is, tenzij in de gesimuleerde werkelijkheid online.
maar daar geldt vooralsnog de Regel van de Uitgestalde Waren: you can look, but not touch.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #51

jt51 – l’ Art pénètre le vide de l’ Être – WI JO LA NI

het verhaal van het KunstKleed.
lekker kort door de bocht, want de tijd dringt: de opgeschrikte Ratten komen terug van hun privéstranden en nemen de verstilde steden alweer in.

met de uitvinding van de fotografie heeft niemand de mimetische bedrevenheid van de kunstenaar nog nodig. de crisis van de schilderkunst is voor de schilders een existentiële crisis omdat ze vanaf dan hun waarde moeten gaan aantonen in weerwil van het evidente. daar waar de fotografie in overvloed een objectieve werkelijkheid te kennen geeft dient de kunstenaar de suprematie van de subjectieve realiteit aan te reiken.

de dingen moeten een ziel hebben die enkel door de kunstenaar zichtbaar kan worden gemaakt. de camera, zo luidt het nieuwe dogma, geeft enkel het oppervlakkige weer.

Kunst geeft niet het zichtbare weer, maar maakt zichtbaar

Paul Klee – Schoepferische Konfession, 1920

het bezielen van de dingen noodzaakt een recursie van de fictionalisering, en die recursie kan enkel maar een humaniserende reductie zijn: alle dingen hebben een gezicht, een fysionomie: planten maar ook humane artefacten worden bekleed met de humane agentia: er zit platoonse kak in alle dingen.

net zoals er in de mens een homunculus zit die zijn essentie is zit er in de plant een zaadje en in het potlood een potloodziel: het Zijn van het potlood, het Wezen van de plant.

de valorisatie van deze dubbele fictie is afhankelijk van haar spektakelwaarde: het moet het publiek te leven geven. dus de Kunstenaar moet de idoolwaarde van de geniale creator verkrijgen door zijn Meesterschap, waarna het publiek zich in de musea zich mag komen vergapen aan het gecreëerde Patrimonium: de hand- en gezichtsloze kutten van Meester Rodin bv.

aja want platoonse kak is per definitie mannelijke kak. vrouwen mogen enkel Zijn als ze Nuttig zijn. de vrouw mag de Kunst aantrekken als een Kleed, dat heeft wel iets.

maar jee o jee het publiek wil niet meer mee: de evidentie is te groot, wat men vertoont is kinderspel, de realiteit is anders en veel plezanter op TV. wat er nog rest van de valorisatie van de Artistieke weergave van het fictieve innerlijk van de fictieve Dingen is enerzijds Brol gegenereerd door miljoenen miskende Kunstenaars en anderszijds Brol gegenereerd door enkele tientallen Erkende Meesters, erkend door de markt via spektakelveilingen op Sotheby’s en Christie’s en dan nog de almaar complexere Brol van enkele duizenden Meester-leerlingen die door de ongelezen vakpers voor de incrowd worden de hemel ingeprezen, omdat hun bestaan nu eenmaal afhangt van de business van de Kunst.

Bernard Réquichot gaat een leven lang op zoek naar een antwoord op de vraag ‘Wat is het Zijn?’.
omdat het ‘wat’ van een fictie enkel als leegte kan gebeuren, ontdekt hij enkel de eigen horror vacui, de angoisse van het zelfbewuste dier en springt uiteindelijk in wanhoop uit het raam.

de Kunst zelf loopt uit in haar al even voorspelbare einde: bij gebrek aan kwalificatie door de ander rest er enkel de kwantificatie van de marktwaarde en die is uiteindelijk volslagen contingent, die kan enkel gebeuren als ‘marktwaarde’.

want in Essentie Zijn alle Dingen nu eenmaal even Leeg als hun Woorden.
alleen het Echte gebeurt.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #50

jt#50 – visage d’un débacle – OH BA MA

in het begin van vorige eeuw ontstaat er vooral in Duitsland een ware hausse aan psychologiserend onderzoek naar wat daar zelfs de Ausdruckswissenschaften is gaan heten. Het meeste daarvan, zoals de grafologie en de psycho-fysionomie wordt heden grotendeels en terecht afgedaan als pseudo-wetenschap, maar we zitten daar met een behoorlijk kind-badwater probleem, want de technologie is ondertussen voldoende doorgerot zodat bepaalde intuïtief verkondigde ‘waarheden’ van toen daarin nu een ondersteuning kunnen vinden in big data en neural networks toepassingen.


die technologische degeneratie – we noemen het nog steeds ‘vooruitgang’ maar kom ik zal voor een keer de methodische omkering van de zinloos-humane projectie op een sowieso onbeheersbaar proces neutraliseren en ‘objectief ‘ spreken van een technologische voortgang – die technologische voortgang boezemt ons behoorlijk wat angst in, we hebben daar zo onze redenen voor. we leren dan wel niet uit onze geschiedenis, maar we onthouden het wel, zij het dan heel erg selectief.

immers: de (terecht) verguisde profileringen van mensen op basis van hun fysionomie, de destijds druk bestudeerde werken van de Zwitserse theoloog Johann Caspar Lavater geven de nazi’s voldoende ‘wetenschappelijke’ geloofwaardigheid om hun afgrijselijke raciale theorieën ‘hard’ te maken met de gekende verschrikkingen tot gevolg.

op soortgelijke wijze zien we heden flippende scientologisten, doordraaiende neo-liberalen en ideologische nijdigaards van alt-right de bestaande en helaas ook uiterst functionele profileringstechnieken op de sociale netwerken gebruiken om hun ‘het is wat het is’ filosofie van ik-eerst-en-de-rest-kan-stikken aan de man te brengen. traditioneel links vindt daar voorlopig geen afdoend antwoord op omdat de vrijheidsideologieën vooral gebaseerd zijn op een concept van ‘vrijheid’ dat enkel in de hoofden van de gepriviligeerden leefbaar en werkbaar is, op voorwaarde met name dat je bereid bent om te blijven ontkennen dat jouw ‘vrijheid’ gebaseerd is op de meedogenloze exploitatie van anderen en dat betogen voor het klimaat nogal knullig staat als je eigen gedrag de grootste oorzaak is van de planetaire uitputting.

soit. dit alleen maar om aan te tonen hoe snel je van een schijnbaar onschuldig gebaar-onderzoek in de smurrie van een politiek-ideologische scheldpartij kan terechtkomen. alsof één opinie, één boekenlang uitgesponnen theorie over hoe het nou zou moeten ooit één iota aan het verloop van de geschiedenis zou veranderd hebben. waar theorieën wel steevast wonderwel in slagen is het aanreiken van een reden om aan het moorden te slaan. wij, doen wat we beter zouden doen? de mens die een rationeel advies opvolgt omdat het onontkenbaar is*?
een gedragsverandering, zo leert ons de geschiedenis voor wie haar echt wil lezen voor wat ze waard is, in plaats van haar te willen aanwenden voor de eigen ideologie, komt er helaas pas als er echt geen andere weg meer is. we doen blijkbaar wat goed is voor ons alleen als we echt niet anders meer kunnen.

25000 hongerdoden per dag blijken al decennialang onvoldoende om iets aan ons gedrag te veranderen. de 183.489 officieel geregistreerde coronadoden mondiaal op vier maanden tijd kwamen al wat beter in de buurt, de dreiging die ervan uitging was toch al voldoende om ons te doen herinneren hoe een klare blauwe lucht eruit zag, hoe het proefde. om ons te doen inzien dat de minstbetaalden onder ons het meest onmisbare werk deden. maar of we dat lang gaan onthouden?

of het op termijn iets aan ons gedrag zal veranderen, dat ga jij uitmaken, samen met de 7,8 miljard anderen voor wie je nu leert een mondmasker te dragen, maar de kans is groot dat je eerst nog ’s uitgelegd moet krijgen dat dat masker niet dient om jou te beschermen maar om de ander te beschermen voor de bedreiging die jij bent, als mogelijk geïnfecteerde.

in het Oosten weten ze dat al efkens, een jaar of 5000 nog maar vermoed ik, maar wij zijn hier toch zo geavanceerd è….

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

*wat dat betreft is het enige hoopvolle dat er uit de coronacrisis lijkt te komen misschien wel de effectieve ‘wetenschappelijkheid van de toekomst‘: voor het eerst in de menselijke geschiedenis gebruiken de beleidsmakers de wetenschap echt als een orakel, men baseert beslissingen die gigantische gevolgen gaan hebben op alles en iedereen op het ‘weerbericht’ van de virologen, een ‘weerbericht’ dat ondertussen een degelijke wetenschappelijke prognose is geworden. diezelfde wetenschappelijkheid van de toekomst is er ook in een nog grotere catastrofale context wat het klimaat betreft. de volgende stap is om deze nieuwe status van de toekomst uit te breiden van enkele weken naar de kritische drempel van een electorale periode. maar zoals ik in de rest van dit artikel ook aangeef: het heeft geen zin om dat gaan te betogen, die evolutie is bezig en niet tegen te houden. vragen rond de wenselijkheid van die nieuwe status hebben al evenmin enige zin.

het enige wat we kunnen doen is hopen dat we met z’n allen de echte ‘betekenis’ van het gebeuren voor ons, achterblijvende mensheid, leren lezen, want dat lezen impliceert meteen dat we actief gaan meeschrijven aan het onontkomelijke en dat is het enige wat écht mensenlevens kan redden. maar zo te zien hebben we nog x-aantal lesjes in nederigheid nodig…

journal intime #48

jt#48 – l’ art s’impose à l’ oeil – TAI TA PÁ TA

in zijn composities neemt Klee het oog van de toeschouwer mee op een wandeling. want waarnemen is een proces dat verloopt in de tijd, het oog tast af, men ziet niet iets, men leest iets, zodat het in het bewustzijn kan gezien worden. kijken is constructie.

in die visie wordt de toeschouwer enkel getolereerd, er kan nergens sprake zijn van enige actieve betrokkenheid, laat staan mede-creatie zoals bij het Asemische Schrift in haar ‘open’ varianten:

[BONNEFOIT2013, 3 L’oeil_en_promenade]


de waarneming is voor Klee een toe-eigeningsproces, net als voor Réquichot die de bergen en de zeeën wil signeren, en ze zodoende welhaast in te lijven, te incorporeren want zijn signeren is een lijflijke toe-eigening van het beschreven vlak, een snee, een penetratie, een verschil dat het verschil maakt: betekenis.
de Kunst is altijd een fallocratisch dictaat van de visie van de Kunstenaar, die de natuur tot zich heeft genomen en haar nu deelt met de lezer/kijker, de hypocriet, son semblable, die dan ook vol zijn verachting genieten kan.
het Publiek is de laffe massa die door het genie onderwezen dient te worden in Park Slope, de gecommodificeerde Natuur waar zelfs de volle maan haar vaste stekje heeft, netjes zich spiegelend in de vijver. Verboden het gras te betreden.

het Modernisme heeft geen plaats voor een actieve Lezer, een kijker die mede-creator is. van de hand van de Schilder vloeit het Dictaat van de Logos, het Zijn en de Dingen: zijn Ding.
maar anders dan bij Réquichot is er bij Klee nog sprake van intellectualistische en esthetiserende verhulling van de geënsceneerde publieksfornicatie. Klee is nog de potente verleider, en hij verkoopt dan ook dat het een lieve lust is. Réquichot is de zielige masturbator die zich schaamt voor zijn hoogst-individuele expressie, die al geen expressie meer is van zijn bewuste ‘ik’, maar een machteloze uitloop van zijn ‘essentie’: een louter lichamelijk gebeuren, waarin zijn ego leegloopt zonder een climax te bereiken.
de ‘angoisse’ van het ik wordt bij Réquichot zodanig ten top gedreven dat het geen ‘ik’ meer is, maar een ‘het’ dat gebeurt. de wandelaar in het park is een obscene lokker geworden die een toeschouwer nodig heeft om zichzelf te kunnen zien gebeuren.

het publiek keert zich dan ook walgend af van deze Kunst die haar eerst
verleidde en verkrachte, haar dan poogde te indoctrineren en nu haar wil lokken voor zielige, obscene vertoningen. de massa wordt mondig en spuwt. de helden worden kevers, nimfen en schokkende pelvissen.

maar elk eindpunt is een beginpunt, en wat Réquichot achterlaat bij zijn suicide is de potentie van het Schrift van het Echte. het valt nog te bezien wat daarmee gedaan kan worden, en vooral: door wie. want de ideologie van Joseph Beuys, ‘iedereen is Kunstenaar’ was misschien geen ideologie, maar eerder een beschrijving van wat er gebeurde, en nog steeds gebeurt. waar gaat dat eindigen, denkt men dan, en men verstopt zich diep in de bouwvallige enclave van het Auteursrot waar ons nog ons kent. de fermettekunst tiert welig, de keerbergse junkiepowezie slaat wild om zich heen.


het publiek is ondertussen al mijlenver verwijderd van de wegkwijnende, bedreigde Kunstenaar. men zingt uiteraard veel liever mee ‘Bei mir bist du schoen’ met het idool waarbij men ‘zichzelf’ kan zijn. bijna 100 jaar later stuurt Bob Dylan zijn kat naar de uitreiking van de Nobelprijs voor Literatuur.

en de techniek staat voortaan niet meer in dienst van de Kunstenaar maar ontwikkelt zich autonoom om de interactie van het auteursprodukt met het publieksobject zo optimaal mogelijk te laten verlopen.
goed is de boodschap die rendeert, mooi is wat verkoopt, en laat de theorie maar lallen.
de cultuurindustrie trekt zich op gang, de neo-liberale middenstand regeert en ontdekt uiteindelijk dat de auteur overbodig is, een verwaarloosbare lastpost. het publiek kan zich immers nog het best zèlf exploiteren. bergaf bolt alles beter.

en toen was er virus.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #43

jt 43 – nulla dies sine linea – MA NI JO LA

het Latijnse motto, ‘geen dag zonder lijn’ , komt van Plinius de Oudere, uit diens Naturalis Historia , waar de twee meesterschilders Apellus en Protogenes elkaar proberen overtreffen en de winnaar Apelles besluit met de uitspraak dat je nooit een dag mag laten passeren zonder je lijn te oefenen. (zie BONNEFOIT 2013, 2.13)

Paul Klee schreef het bij werk nr 365 van 1938 in zijn databank met titels van werken die hij meticuleus bijhield, een gigantische cataloog is dat geworden want hij produceerde wel wat.

elke serieuze creatieve praktijk is een volhardende en methodische praktijk. dat doet niks af aan de ahum ‘geniale’ uitbarstingen van spontane creativiteit, het is alleen maar een feit dat de volhardende, methodische weg gezonder is. en iedereen kan dat, voor dat soort praktijk hoef je niet wereldberoemd of geniaal of watdanook te zijn. Klee = iedereen, wat dat betreft, de Kleepraktijk kan iedereen uitoefenen. niet iedereen is Paul Klee misschien, maar de praktijk is principieel evenwaardig. het belang dat er achteraf aan gehecht wordt, dat heeft niemand in de hand, dat schommelt ook voortdurend: gisteren vond iedereen Hugo Claus de max, morgen is hij misschien gans vergeten, tot hij plots weer herontdekt wordt, driehonderd jaar later, als er dan nog mensen zijn.

het zijn alleen de zogenaamde ‘kunstenaars’ van nu die van zichzelf vinden dat ze sowieso recht hebben op dat belang. en op de bijhorende subsidie. tja. ik gun het hen van harte, die mensen hebben dat nodig ook, want we leven in een ongezonde samenleving die hen alleen de uitweg biedt om ‘kunstenaar’ te zijn, een lot duizend maal erger dan ik zeg maar wat, kassierster in de Aldi.

voor een degelijke, gezonde praktijk: eerlijk zijn met jezelf volstaat. en volharden. en het plezant houden. enzovoort, maar dat kan niemand voor jou bepalen. niemand weet ook hoe hard jij jouw praktijk nodig hebt. dat dien je geheel zelf te bepalen.

een gezonde maatschappij komt tegemoet aan de noden van haar mensen en iedereen heeft evenveel nood aan creatieve expressie. een gezonde maatschappij zou daarom gediend zijn met een gegarandeerd basisinkomen voor iedereen bijvoorbeeld, of met recht op een creatieve sabbatical, een jaar verlof met wedde, maar dus ook voor Gwen, mijn covid-19 Heldin die kassierster is in de Aldi.

maar ja, wie wil er een gezonde maatschappij in een gezonde wereld? iedereen blijkbaar, tot ervoor moet betaald worden, tot men moet geven in plaats van te hebben en te krijgen. of leert het virus ons toch iets?

ach, alles kan veeeeeeeeel erger, het valt best nog wel reuze mee, hier.
en hij moest dat nog allemaal in schriftjes kribbelen, denk je dan misschien, bij de kribbelende Klee.

een vooruitgang is er echter niet. tegenwoordig is de routine: tekenen – scannen – uploaden – titel erbij – op ‘Publiceren’ klikken – delen op FB
een pak meer werk, dus. we leven dan ook steevast in ergere tijden.
dat maakt onze positie wel benijdenswaardig voor diegenen na ons è.

dus heb wat mededogen met die sukkelaars in plaats van jezelf zo geniaal, miskend en wat al niet te vinden: je bent alleen maar vooruit op hún tijd.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #42

jt42 – nulle part rien de fixe – RO DA NI JA

het Frans komt weer uit het Kleewerk van Bonnefoit (BONNEFOIT 2013), waar ze een passage uit Goethe’s Zur Morphologie aanhaalt die Klee onderlijnde tijdens zijn studie voor de Bildgestaltungslehre:

BONNEFOIT 2013, 30

die herformulering van Herakleitos bij Goethe inspireert Klee tot een waarschuwing voor het amortificerende effect van het rigide formalisme, en die dubbele houding is dan weer de uitkomst van zijn haat-liefde verhouding met het Russische constructivisme. de vorm is goed als het beweging is, activiteit, maar slecht als rust, einde, doel :

http://www.kleegestaltungslehre.zpk.org/ee/ZPK/BG/2012/01/02/078/

het dode product hoger inschatten dan de activiteit is vooral ook in onze dagen de grootste pest voor elke vorm van creativiteit.
maar mensen maken eindeloos dezelfde fout zodat je niet anders kan besluiten dan dat de mens zelf de ‘fout’ is en dat waren we dan ook: het meest perfecte instrument voor het kosmische Rot.

het lijkt er op dat we de fout die we op die manier ‘zijn’ nog ’s een laatste keer gaan herhalen in de megalomane misvatting dat wij op welke manier dan ook enig eindpunt zouden zijn. integendeel: alles wijst er op dat het kosmische Rot al serdert enige tijd een meer geavanceerd instrumentarium vindt in de mechanismen die ons heden als koopwaar exploiteren, mechanismen die emergeren uit onze eigen onmachtige technieken, die zich uiteindelijk allemaal baseren op de plaag van de taal.

“maar neen, dat kan niet want wij Zijn toch De Mens!” joa. die Mens heeft vooralsnog toch maar heel weinig verweer tegen de zwakte van zijn vlees, blijkbaar. en geeft de wetenschap ons veel meer dan een klare kijk op de evidentie van een gedwongen handelingsverloop? doen we iets met de klaarblijkelijke ‘diepere’ inzichten, onze fameuze causale verbanden of gaan we straks gewoon verder met het extinctiemodel van de economische groei? kunnen we wel iets anders? of zijn we echt gedoemd om eindeloos dezelfde fout te maken tot ze niet meer gemaakt kan worden? omdat er niemand meer is om ze te maken?

dat individuen zoals Goethe en Klee ons daar inzicht in bieden geeft ons alvast het faustiaanse genot in de dramatiek van de eigen ondergang:

Faust dans l’ immense et dans l’infini!
Ah la jouissance d’être l’auteur de sa propre apocalypse!

(REQUICHOT 2002,37)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Réquichot – dagboek zonder dagen (10)

NKdeE 2020 – ‘The appearance mid-april of the boy Réquichot in the gestures of my thinking’ – pencil & wax crayons, A6

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De onbewuste daad : dat wat er onbewust is in de daad.
Welke realiteit voelt er? Wat ondergaat die wanneer er een impressie naar boven komt? Wat wordt die wanneer de impressie voorbij is, de functie ervan opgeheven is? Die functie, welke impuls conditioneert die, onderhoud die of stopt die? Welk residu van zichzelf blijft er over door de herinnering?

Wat is dat, bewustzijn hebben? iets waarvan je alleen de controle hebt, een innerlijk fenomeen waar die controle deel van uitmaakt.

Eender welke gedachte wordt voor de diepzinnige geest een onuitputtelijke materie voor meditatie, alleen al omdat het een gedachte is. Er zijn geen hoge, lage, af te wijzen, te verkiezen gedachten meer, er is enkel dat middel tot reflexie dat meteen ook zijn eigen object is. De gedachten ontstaan allemaal op dezelfde manier. Ze hebben achter zich allemaal dezelfde onbekende die hen uit het donker trekt, dezelfde mengeling van wetten en toevalligheden die hen bindt, hetzelfde ogenblik dat hen tot bewust bezit maakt.

Wat bestaat er?

De dingen werden met mij geboren en ik werd elke dag geboren.

Zijn innerlijk bestaan gaat vooraf aan het denken.

p.115

Hoe kleiner het denken zich maakt, hoe meer de wil ervan afwijkt, het is daarom dat zijn macht zo min is in de schaduw ervan.

Op het moment sluit het weten het willen uit.

Onwillekeurig wil niet zeggen totale passiviteit, en evenmin vrijblijvende bewusteloosheid; er zijn actieve onbewuste materialen, ze hebben een neiging. De afwezigheid van de idee wil niet zeggen: afwezigheid van elk psychisch fenomeen.

De rol van het onwillekeurige is groot in de mate waarin de rol van het onbekende groot is.

Alle materialen worden sensueel.

journal intime #41

jt 41 – il faut que ça marche ensemble – “NA NI JA NI TA”

de Franse tekst vandaag komt uit een brief van Paul Klee uit 1921 geciteerd door Régine Bonnefoit [BONNEFOIT 2013]:

 “Ici, dans l’atelier, je travaille sur une demi-douzaine de peintures en même temps, dessine et réfléchis à mon cours, tout ça simultanément. Car il faut que ça marche ensemble, sinon ça ne fonctionnerait absolument pas”

Paul Klee, Lettres II, 983

de gletsjerbeweging noem ik dat: alles wat je doet moet samen bewegen, samen wèrken, of er werkt niks naar behoren. je moet je leven schrijven als een roman van W.F. Hermans, da’s het soort boek waarin er geen mus van het dak kan vallen of het heeft betekenis.

of als een gedicht, een schilderij van Paul Snoek: “het moet kloppen”

in functie van het genereren van die gletsjerbeweging moet je alles kunnen laten liggen tot de tijd rijp is. en ja, dat kan pas zijn als je al jaren dood bent, maar elke échte auteursfunctie vereist dat soort meedogenloos geduld, dat offer van het onmiddellijke resultaat, het illusoire product aan het uiteindelijke gebeuren dat geen doel is maar een beweging, een gang, een gaan op het Pad van de Wenende Nacht. je leven als auteur hangt ervan af.

het spreekt voor zich, hoop ik, ondertussen, dat elke gang sowieso een afgang is.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #40

jt40 – en faisant trait je fait le vide – “weu_euh”

hm. ja maar meneer Moralès, nu zeg je’t zelf al, bijna…

uw formele, Lacaniaanse beschrijving van de ‘trait’ is een wel erg reductieve ontologisering van een gebeuren, een ontoelaatbare reïficatie van het Reële in functie van de handhaving van de Zijnsorde die zich net bedreigd weet door het Schrift van het Echte, een bevrijdende sanering van de individuele beklemming die zo van bij de waarneming al vervloekt wordt tot het Schrift van de Waanzin.

u herschrijft bij voorbaat al (always bloody already) het Echte tot een Zijn om zo het Schrift van het Echte te neutraliseren. uw captatie van de Ecriture du Réel is een verdoken Ereignis van uw Zijn!
#uOokAl

ah neen è. met heel Wuhan!

want het is dus niet zo dat als ik een lijn trek er een leegte is nadien.
want de haal, het trekken van de lijn gebeurt.
en het gebeuren van de haal is cyclisch.

het is een while (line) {...} functie

Weuh ()
// het ik bevrijdt zich uit zijn engte terwijl het de leegte lijnt

    terwijl ik lijn ():{
lijn (ik) van het unieke naar het ene;

lijn (ik) van het ene naar het enige;
lijn (ik) van het enige naar het enge;

lijn (ik) van het enge naar de angst;
lijn (ik) van de angst naar het unieke;

  }

en ‘betekenis’ ontstaat net dan wanneer dit louter lichamelijk lijn-proces door één of andere (emotieve) impuls verstoord wordt: betekenis onderbreekt het genot van de beleving.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #39

jt 39 – le trait qui fait trou – “hiesja taija”

in ‘L’écriture du réel’ van Moralès (MORALES 2010) ben ik nu, op het einde van mijn lectuur, wel het punt voorbij dat ik hem kan volgen, laat staan bijtreden. ik begrijp het wel min of meer, hoop ik, maar ik wil hem niet volgen in de formele abstrahering die m.i. het Reële enkel kan inperken in de daad en de wens van de verklaring zelf.

als het al zinvol is om van een Schrift van het Reële te spreken, en ik ben het met Moralès vol eens dat zulks het geval is, lijkt het mij niet zozeer aangewezen om het te willen gaan verklaren omdat elke poging daartoe tot mislukken gedoemd is.

het enige wat je denkelijk met een Schrift van het Echte kan doen is het laten gebeuren, en het zodanig laten gebeuren dat het zichtbaar gebeurt.
en eens het zichtbaar gebeurt kan je gaan pogen om wat je ziet gebeuren te gaan aanwenden om enige praktijk ervan uit te bouwen, op voorwaarde natuurlijk dat zulk een praktijk de beoefenaars ervan ten goede komt, dat het gezond is, en vooral gezond maakt.

wat dat betreft zijn de theoretische bevindingen van Moralès erg belangwekkend omdat ze onmiskenbaar de origine van het Schrift in de ‘angoisse’ van het individuele bewustzijn situeert, waarmee meteen gewezen kan worden op de gevaren van een exploitatieve praktijk: je sit daar echt wel te rommelen met de fundamentele mechanismen waarmee mensen functioneren in de realiteiten die zij voor zichzelf hebben op- en ingericht.

het is geen toeval dat Moralès’ als exempel een getraumatiseerd slachtoffer van seksueel misbruik en een suicidaire sociaal onaangepaste met eetstoornissen opvoert.

de aanpak van Moralès is daarbij toch wel heel erg cerebraal, hij vertrekt van een psycho-analytisch theoretisch kader dat voornamelijk naar Lacan verwijst (waar ik al weinig van afweet), steunt zich onderweg op Heidegger en x-aantal andere theoretische bronnen waarvan sommigen wel gebouwd zijn op praktijkervaring in de kliniek, maar als hij het werk van Pierre Guyotat en Bernard Réquichot analyseert is het vooral toch een toepassing van het concept dat dan wel ‘klinisch’ wordt bijgesteld.

Moralès schrijft ook (het zal niet vanzelfsprekend blijven) vanuit de comfortzone van een Heidegeriaans Dasein met een vrij marktconforme kijk op de ‘Kunst’ waarbinnen de Art Brut dan haar rechtmatige plaats heeft verworven.

ronduit verwerpelijk, maar te futiel om je druk over te maken vind ik de navolging van hem-wiens-naam-ik-niet-noemen-zal bij het indelen van de humane activiteiten in de ‘filosofie’ dan wel de ‘kunsten’ . jakkes, hoe is dit dogmatisch monstrosum ooit de Franse academische wereld kunnen komen bezoedelen!

belangwekkender daarentegen: het is vooral ook geschreven vanuit de stoel van de analyst die de patiënt ontvangt in zijn virtuele spreekruimte.

mijn aanpak is, hoeft het gezegd, die van een enthousiaste ervaringsdeskundige. en die is
– veel meer amateuristisch (in de goede betekenis hoop ik, en dat is die van liefhebber, ja zelfs minnaar van wat ik onderzoek)
– intuitiever en praktijk gericht: theorie wordt enkel getolereerd uit onmacht omdat de theoretische gedeeltes voorlopig enkel in theorie kunnen of omdat het uitschrijven van de vermoedens tot nieuwe practische inzichten en wendingen kan leiden
– directer, lichamelijker en meer onmiddellijk gericht naar wat ik als de bron van alles zie wat het Schrift betreft, en dat is niet in het brein te zoeken, maar in de handen, het gesturale denkgebeuren

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #37

jt#37 – le trait signe l’instant de sa disparition – “tataatadeum tadeutadam tadataadum”

wat mij bijzonder bevalt in de theorievorming van Gérald Moralès (MORALES 2010) is zijn ‘kliniek’-benadering: er is een ‘moment théorique’ en dat heeft zeker zijn bestaansrecht en functie, maar dat moment dien je los te laten op het moment dat je je in de ‘clinique’ van het concept begeeft: in die praktijk ontwikkel je algoritmisch gestuurde handelingen die in overeenstemming zijn met je theoretische inzichten, maar daar, in de uitvoering, de toepassing van die algoritmes, heeft altijd het particuliere voorrang op het veralgemeende dat steeds wel de basis blijft voor je handelingen. in programmatermen: the instance supersedes the class.

in de gezondheidszorg is zoiets vanzelfsprekend: het kan best zijn dat een 92-jarige meer kans maakt om te sterven als je haar even loskoppelt van de beademing om haar in de tuin te rollen en een blik op de lente te gunnen: in een gezonde kliniek met voldoende tijd en personeel moet zoiets kunnen want anders vernietig je wat je probeert in stand te houden.
vandaar ook dat we nu met zijn allen en ten allen prijze proberen om de gezondheid van onze klinieken te vrijwaren, iets wat de snoeiharde neo-liberale logika niet lijkt te kunnen vatten. enfin ja, ‘leek’, want nu plots wel, blijkbaar, maar je merkt toch dat het pijnlijk slikken blijft.

in die context kan je bijna niet anders dan willen lezen dat de Covid-19 crisis een rauwe penetratie is van het Echte die dwars doorheen onze collectief opgehouden waan kerft, de Werkelijkheid die we pogen gaande te houden.

Covid-19 is het gebeuren dat de Werkelijkheid van het Zijn verpulvert.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

SATORAREPOTENETOPERAROTAS 21

als de overlevingskansen van een creatieve expressie afhangen van de geschiktheid qua verhoudingen voor het vigerende fetish-scherm van de smartenfoon (en dat doen ze natuurlijk in hoge mate) , dan zit het met dit stuk van de onnavolgbare dada-legende Hans – Jean – Arp wel snor.

het afgebeelde werk kreeg als benaming ‘Constellation de six formes noires sur un fond blanc’ mee en het dateert van 1957. Het is 110×35 cm, dat is een nagenoeg perfecte pi-verhouding (110/35=1/3,142857142857143‬).

deze Constellation is dan ook een zeer opzienbarend werk uit het boek ‘Revelaties van het jaar 2020’ een game-klassieker van de jaren ’70 van onze 21ste eeuw, gesampled door mijn achterkleinzoon Mon Vekemans (2053-2188) uit de geschiedenisherschrijvingsroutines die hij op punt zal stellen in het moeilijke jaar 2067*.

als je die game van hem speelt zie je het gebeuren, ja je maakt het zèlf mee hoe ik, zijn overgrootvader, de afbeelding van het werk op 8/04/2020 om precies 18u opspoor op Google (rechtsklikken en ‘Afbeelding zoeken op Google’ is dat in de Chrome-browser) en dan te lezen krijg dat deze Constellation van Jean Arp eigenlijk feitelijk het antwoord is op het Eeuwenoude Raadsel van de Verdwenen Sok!!! IsDaNiks!!! kijk maar:



over de man zelf hoef ik niet veel te vertellen: als ik zelfs al naar de NL-wikipedia pagina kan verwijzen zonder mij plaatsvervangend te moeten schamen voor de karige info daar, dan is de man op de pagina ruim bekend.

alhoewel: enige tijd terug was Franz Kafka het onderwerp van een vraag op de populaire kwis Blokken op de VRT en de twee hoger opgeleide kandidaten hadden geen enkel idee wie dat nou zou kunnen wezen. twee universitair geschoolden die niet weten wie Franz Kafka is! SATORAREPOTENETOPERAROTAS nog aan toe!

enfin, soit, je weet het nu: als je je ooit nog afvraagt bij het opbergen van je wasgoed waar die ene verdwenen sok toch kan zijn, heb je nu het antwoord: ze is naar de Jean!


*Mon, regel dat ’s dat ik dat niet allemaal moet uitleggen altijd! dedju!

prog. manifest (ontwerp)

SATORAREPOTENETOPERAROTAS oba het NKdeE DRAAIBOEK-programma gebruikt hedendaagse middelen (Google, internet) om de afbeeldingen van een tentoonstellingscataloog van 1963 te stofferen met uitleg en, waar opportuun, wat zachtaardige Neo-Kathedraalse Stichting


Al het grafische materiaal is gescand uit dit boek (als iemand daar een auteursrechterlijk probleem mee heeft, contacteer mij aub):

  • Schrift und Bild- L’Art et l’ écriture. Katalogbuch zur Ausstellung Schrift und Bild, Amsterdam – Baden-Baden, 1963 (de Duits-Franse versie, er bestaat ook een Engels-Nederlandse)

SATORAREPOTENETOPERAROTAS 20

Yasushi Nishikawa – ‘De geest die het wijde en diepe bereikt heeft’

Yasushi Nishikawa (1902-1989) : de link op zijn naam is zowat het enige min of meer betrouwbaar stukje info dat ik kon vinden over deze ‘moderne’ Japanse kalligraaf, die klaarblijkelijk de verlichte achteloosheid van de oude Zenga schilderingen in zijn werk wil oproepen.

zijn vader was ook kalligraaf. in de oude Zenga traditie (die begon school te maken vanaf 1600) mocht er ook al wat gemorst worden: hij die satori heeft verworven, stoort zich daar niet meer aan.

de Chinese Tao en Boeddhistische kalligrafie is veel ouder, daar ga ik mij later ’s in verdiepen, als covid nrs 20 t.e.m.45 het mij nog gunnen tenminste.
ik schaamde mij dood voor mijn landgenoten vandaag. hij die satori heeft verworven, heeft niets meer.

het blijft toch verbazen hoe bitter weinig informatie er nog steeds in het Westen voorhanden is over de Oosterse culturen. de interesse is blijkbaar groter in Oost-Europa, als je kan afgaan op de degelijkheid van het Russisch of Poolse Zenga-artikel. ik schaamde mij dood voor mijn landgenoten vandaag

het is meer dan de taalbarrière, vermoed ik: wij denken nog altijd dat wij het superieure volkje zijn, dat wij onmogelijk iets van hen te leren kunnen hebben. in Rusland weten ze wel beter. tja: de cijfers gaan er straks niet om liegen, vrees ik. wie satori verwerft geeft zichzelf weg zonder ooit iets verworven te hebben.

Yasushi is de achternaam, dus. er was ook nog ergens sprake van landgenoten, dacht

prog. manifest (ontwerp)

SATORAREPOTENETOPERAROTAS oba het NKdeE DRAAIBOEK-programma gebruikt hedendaagse middelen (Google, internet) om de afbeeldingen van een tentoonstellingscataloog van 1963 te stofferen met uitleg en, waar opportuun, wat zachtaardige Neo-Kathedraalse Stichting


Al het grafische materiaal is gescand uit dit boek (als iemand daar een auteursrechterlijk probleem mee heeft, contacteer mij aub):

  • Schrift und Bild- L’Art et l’ écriture. Katalogbuch zur Ausstellung Schrift und Bild, Amsterdam – Baden-Baden, 1963 (de Duits-Franse versie, er bestaat ook een Engels-Nederlandse)

journal intime 32

jt#32 – ça ne vaut que pour moi – weu wee wo wàaaaa

elke poging om een ‘schrift van het reële’ tot stand te brengen is gedoemd om strikt individueel te blijven, zo lijkt het.

dat is ook wat Moralès vaststelt in zijn behandeling van Réquichot.

maar is dat wel zo? is het niet net ons noodlijdende vastklampen aan de constructie van het Zelf die ons blind maakt voor het communicatieve aspect, het verbindende van de geste, het gebaar.
tenslotte hebben we allemaal min of meer dezelfde ‘hardware’, alles aan ons is herkenbaar in de Ander.

de praktijk van het Asemische Schrift die sinds 2000 op de meest diverse manieren wordt uitgebouwd door een kleine groep van via de sociale netwerken verbonden enthousiastelingen toont aan dat het schrift door het naast zich neerleggen van haar communicatieve vereisten, eerder wint aan expressiviteit, aan verbinding scheppend uitdrukkingsvermogen.

kunnen we in de diepten van onze gebaren enkel uitdrukkingen vinden die uitsluitend gelden voor het individu dat de gebaren stelt? nee toch, want voel ik niet wat (het lichaam van) Réquichot ‘wil zeggen’ in zijn spiralen, zijn vergaarbakken van papiertjes, verf en rot? misschien moeten we de Fictie, die harde Realiteit van onze enkel schijnbaar rationele, zelfzekere maar voortdurend aan verslavingen en noden onderhevige ego wat meer durven prijsgeven, uitstellen om belangeloos het Moment van het Reële te delen in plaats van likes te verzamelen voor onze glanzende profielen. misschien moeten we gewoon in vertrouwen kunnen geven terug in plaats van altijd maar te willen hebben hebben hebben….

het is en blijft een kleine minderheid die zich wil bezighouden met deze maniakale zoektocht naar de expressie van het onzegbare, ook al omdat je onvermijdelijk in het obscene veld terechtkomt, en omdat je moeilijk kan hard maken wat niet bestaat in een Realiteit die enkel aan het Zijn waarde hecht en blind wil/moet zijn voor het Gebeuren. maar het onbestaande gebeurt wel degelijk, net zoals het ondenkbare momenteel de wereld in haar greep houdt
enkel daardoor zal het geloof in een verbinding door het gesturale, in de letterlijke incorporatie van het gemeenschappelijk onverwoordbare elke dag veld winnen, de toekomst daarvan deelt voor mij al in de nieuwe status van de wetenschappelijkheid van het future waarmee virologen ons momenteel de juiste beslissingen aanreiken om het aangewezen gedrag af te dwingen.

soit. weu wee wo wàaaaa. het is onze verwachting dat de vraag naar een werkbare methode hiervoor enorm groot gaat worden nu elke ‘gewone’ lichamelijke aanwezigheid het gevaar van een besmetting inhoudt, dus vergeef mij als ik mijn onderzoekingen in deze verbijsterende tijden hardnekkig en schijnbaar onaangedaan, ongestoord verder zet. het heeft allemaal net een urgente gekregen die niemand had kunnen voorzien.

want de straten mogen dan evident leeg zijn, er is momenteel wel degelijk massaal veel vraag naar meer Lyriek in de straat

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

SATORAREPOTENETOPERAROTAS 19

in het Japans noem je mij best Vekemans Dirk, zoals de oude garde hier soms nog de telefoon opneemt, omdat dat vroeger nu eenmaal zo hoorde: je was eerst de familie en dan pas het exemplaar. dat het in Japan ook zo was leerde ik vandaag in Wikipedia, misschien klopt het niet meer in post-pandemische tijden – zal er ooit nog iets hetzelfde zijn? – maar ik heb het toch maar geleerd.

komen er ooit wel post-pandemische tijden? waarschijnlijk hebben we jaar na jaar prijs vanaf nu en sukkelen we voortaan van pandemie naar pandejan…

maar ik heb ook geleerd wie Hakuin Ekaku was, van 1686 tot 1769, en tot lang daarna want Hakuin is een grote meneer in het Japanse Zen Bhoeddisme. hij blies in zijn eentje de kwakkelende Rinzai school nieuw leven in en is de bedenker van de misschien wel bekendste aller koans, die van de klank van 1 klappende hand:

Twee handen klappen en dat maakt geluid. Wat is het geluid van één hand? (隻手声あり、その声を聞け)

— Hakuin Ekaku

het hup-floetsj-kwak kalligrafisch portret hierboven is van rare kwiet nr 1 in Japan: de hoog aanbiddelijke Bodhidharma himself, eerste patriarch van het Chan Bhoeddhisme, in Schierbeekland en in Japan beter bekend als omgekeerd respectievelijk Zen en Daruma Daishi.

ja ik doe dat express om u wakker te krijgen. want echt lezen doet ge weer niet è…ga daarmee naar den oorlog! O Grote Leegte!

koan van de dag: wist u dat er gemiddeld 25.000 mensen per dag van honger sterven op ons planeetje? meer dan drie maanden Corona-gekweddel en we zitten vandaag nog maar aan 58.982. in diezelfde periode stierven er dus, volgens mijn rekenmasjien, om en bij de 2.250.000 mensen ‘gewoon’ van honger.

dat heb ik vandaag ook gelezen ergens. is dat fake news, vekenieuws of slaap voor de vaak? zou dat anders gaan in post-corona tijd? gaan we daar ook ne mondiale sit-in voor doen? tsss, Vekemans Dirk! wat zit ge toch weer te stoken! wat gaan de mensen weer niet zeggen!

‘de Poort van de Oefening is de zuivering van het zelf door voortdurende oefening’. ik moet nog minstens 33 jaar oefenen, denk ik….

prog. manifest (ontwerp)

SATORAREPOTENETOPERAROTAS oba het NKdeE DRAAIBOEK-programma gebruikt hedendaagse middelen (Google, internet) om de afbeeldingen van een tentoonstellingscataloog van 1963 te stofferen met uitleg en, waar opportuun, wat zachtaardige Neo-Kathedraalse Stichting


Al het grafische materiaal is gescand uit dit boek (als iemand daar een auteursrechterlijk probleem mee heeft, contacteer mij aub):

  • Schrift und Bild- L’Art et l’ écriture. Katalogbuch zur Ausstellung Schrift und Bild, Amsterdam – Baden-Baden, 1963 (de Duits-Franse versie, er bestaat ook een Engels-Nederlandse)

journal intime 31

jt#31 – le pictoral est rythmé – NIE NAMÀnànànànà

de afbeelding is geritmeerd? misschien maar zo’n uitspraak verwart meer dan dat ze verklaart. het afbeelden is geritmeerd omdat en wanneer het manueel gebeurt. de afbeelding draagt daarvan de sporen, van die humane motoriek.

een foto is ook een afbeelding maar daar vind je niks aan ritme in terug tenzij je het ritme erin leest, maar dat is interpretatie: het fotoapparaat heeft nergens gebaren gesteld om via de gestes daarvan tot een mimetische herkenbaarheid van de visuele input te komen.

een foto verkrijgt ritme door er herhaaldelijk naar te kijken en je aandacht vrij spel te geven zodat je blik van aandachtspunt naar aandachtspunt gaat.
je ‘leest’ dan jouw kijkritme in de foto en dat lezen is net zo goed een vorm van schrijven (je schrijft een ritme in het kijken weg in jouw geheugen louter middels de herhaling)

het schilderij geeft de kijker ook die gelegenheid: de afbeelding is dan een autonome realiteit geworden die opgebouwd werd door de geritmeerde trekken, halen, kladden, strepen en delicate toetsen. de schilder heeft die afbeelding weten gebeuren en je kan als kijker dat gebeuren nog ze her en der. dat is net de meerwaarde die een schilderij altijd zal behouden, zelfs al streven sommige hyper-realisten ernaar om net het gebrek aan ritme van een foto te imiteren in hun ‘kunst’.

tja, als ’t maar plezant is è. maar de hedendaagse schilder waar ik van hou zal er eerder voor kiezen om de kijker net zoveel mogelijk ‘schrijfruimte’ te bieden. je wil als auteur aanspreken om te betrekken en aan te sporen tot meeschrijven, want dat is plezant en gezond, dat schenkt vreugde.

los daarvan: ons interesseert hier voornamelijk de zuivere, niet-mimetisch bedoelde uithaal van de hand op de materiële drager. samen met Bernard Réquichot onderzoeken we de mogelijkheid om tot een ‘logica’ van deze expressie te komen, of zoals Gérald Moralès het dan noemt een ‘écriture du réel’.

beide termen zijn enigszins contradictoir, zij spreken, zoals Moralès ook zelf aangeeft, tegen wat zij pogen te benoemen. want de beoogde ‘logique’ van Réquichot is allesbehalve rationeel en het Lacaäanse ‘réel’ van Moralès verdwijnt van zodra je het benoemen wil. “C’ est une caractéristique du réel d’échapper à toute répresentation” (MORALES 2010, p.139)

wanneer je de geritmeerde expressie van het lichaam in de schrijfact de vrije loop laat kom je bijna rechtstreeks in het obscene uit, omdat dat wat wij als obsceen ervaren en benoemen net de sporen zijn van de naakte, onbewuste handelingen van het lichaam.

als je je nog afvroeg waarom de werken van Réquichot eerder walging oproepen dat esthetische verrukking is het dus daarom: omdat Réquichot zijn Zijn zichtbaar wou Hebben (‘avoir son être’).

maar ja dat ‘Zijn’ bestaat niet, dat is een ontologische fictie. dus wat je te zien krijgt zijn de ongefilterde sporen van het gebeuren van de mens Réquichot, van het Réquichot-lichaam.
vandaar dat hij ook herhaaldelijk zei dat zijn werken niet gemaakt waren om tentoon te stellen: hij schaamde zich ervoor, en zei dat ook.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime 30

jt#30 – je mets mon nom au creux des golfes

de orgastische siddering is ontegensprekelijk het ene ‘gebaar’ dat aan elke vorm van ‘cognitie’ ontsnapt. het is de beweging die zelfs aan het gebaren ontsnapt, een doorbraak van het Echte doorheen het laatste vlies, de ultieme weerstand van het bewuste.

we hadden een krankzinnige psycholoog nodig om het wetenschappelijke onderzoek daarvan aan te durven, iemand die zelf de oerscene van het bespieden van de copulatie in zich droeg als een fatum dat gans zijn leven domineerde. Ik vraag het mij af of er na Wilhelm Reich nog serieus proefondervindelijk onderzoek gedaan is naar het orgasme…

Harry Mulisch heeft met ‘Het seksuele bolwerk’ een prachtige studie geschreven over Wilhelm Reich. ik ga het hier niet navertellen, het zou het hele werk verpesten, zoals wanneer je een goede grap poogt uit te leggen aan iemand die het niet vatten wil.: je begrijpt het wel nadien, maar alle humor is weg.

Wilhelm Reich (circa 1922)
Wilhelm Reich.
The original uploader was SlimVirgin at English Wikipedia. / Public domain


en dat is precies ook het gevoel wat je krijgt bij de briljante ontraadseling van Reich door Mulisch, die met zijn boek de poort van de oneindige regressie, het Droste-effect, opent. want daar waar hij in het boek voortdurend wijst op de grote psychologenfout die maakt dat iemand òf knetter òf geniaal mystiek bevlogene is, die van de eigen verklaring een noodzaak wil maken die ‘het’ dient te zijn dan, een fatale explicatie, heeft vervolgens zijn boek zelf dat effect: dat het je onmogelijk gemaakt lijkt om ook nog maar iets van wat Reich aan inzichten vergaarde ooit nog waardevol te vinden.
de waanzin is te evident geworden, omdat Mulisch zelf de psychologische reductie maakt, de psycho-analytische dwingelandij van de basisopstelling die Deleuze en Guattari zo hebben aangevallen, het grote ‘moeten’ van de Oedipus die ‘het’ moet zijn, waartoe alles dient te worden teruggebracht. de beschreven waanzin is een afschrijven van de waanzinnige en geheel zijn werk dat ook expressie van zijn lijden is, een lijden dat universeel is omdat het lijden een zee is waarin we allen even eenzaam zwemmen.

maar Mulisch zou Mulisch niet zijn als hij zich daar zelf niet (enigszins) van bewust was, dus hij gooit gul en quasi achteloos wat autobiografisch prul in de weegschaal om zich vrij te pleiten van enige kwaadwillige intentie: ook zijn zelfanalyse wil tot een ontploffing komen, een siddering die het hele boek uiteindelijk van elke zin beroofd.

maar een geniaal uitgevoerde intellectuele masturbatie is het zeker en wie betwijfelt daarvan nu nog, op 2/04/2020, het historische nut, de fatale noodzaak, en hopelijk ook niet het , aaah, bevrijdende genot?

hèhè. het zou mij geen ene moer verbazen mocht de grootste fall-out van de pandemie de onstuitbare opbloei zijn van de reeds aardig aanzwengelende business van de interactieve afstandsseks. zullen we het maar Remote Intercourse noemen, dan hoeven wij geen afstand te doen van de seks?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

SATORAREPOTENETOPERAROTAS 16

’t zijn nare tijden dus we moeten lief zijn voor elkaar. maar je moet toch wel pech hebben om als dubbeltalent in Nederland geboren te worden, hè.
gosjamme. je sukkelt hier wat hogerop in de nakende overstromingsgebieden hoe dan ook in vakje A of in vakje B en eens je erin zit wil men van enig gewriemel van je in dat andere niks meer weten. minstens een eeuw lang niet. nee, neen, zelfs die wat verrassend goed getimede onthullingen over je fout-idealistische jeugdfratsen kunnen je niet aan een degelijke catalogue raisonné helpen, da’s voor de B-vakkers, jij bent een lekker mals Aatje.

komkom, terug in je hok! ‘ik draai een kleine…’ jaaa! braaf dichtertje, goed zo!

tja. zelfs een geverfde ruiter als Claus hier is beter gediend. in 1963 kon er in de Schrift & Bild catalogus ook niet meer af dan dit onooglijk zw-w reprootje, op je foon is het ware grootte als je wat breed zit.

de begeleidende tekst vermeldt niet eens zijn naam.

prog. manifest (ontwerp)

SATORAREPOTENETOPERAROTAS oba het NKdeE DRAAIBOEK-programma gebruikt hedendaagse middelen (Google, internet) om de afbeeldingen van een tentoonstellingscataloog van 1963 te stofferen met uitleg en, waar opportuun, wat zachtaardige Neo-Kathedraalse Stichting


Al het grafische materiaal is gescand uit dit boek (als iemand daar een auteursrechterlijk probleem mee heeft, contacteer mij aub):

  • Schrift und Bild- L’Art et l’ écriture. Katalogbuch zur Ausstellung Schrift und Bild, Amsterdam – Baden-Baden, 1963 (de Duits-Franse versie, er bestaat ook een Engels-Nederlandse)

SATORAREPOTENETOPERAROTAS 14

Bernard Schultze – ‘Klaagmuur’

Bernard Schultze (1915-2005) lijkt van hieruit wat op een vrolijke versie van Requichot. Dat hij genoot van het schilderen spat alleszins van de veelkleurige doeken, zijn lyrisch-abstracte werken volgen duidelijk ook de intuïtie eerder dan de ratio of de bespiegeling en ja, je wordt er vrolijk van als je ernaar kijkt.
enfin, ik toch als ik de reproducties op mijn scherm tevoorschijn haal.

schilderen is genieten, wees gerust. ik ben zelf beginnen schilderen/tekenen omdat ik prentjes nodig had bij mijn teksten omdat anders niemand er wil naar kijken, laat staan lezen. maar gaandeweg is het een genot op zich geworden en nu twijfel ik soms al eens of ik mijn geklieder niet interessanter vind.

maar ik blijf altijd wel schrijver denk ik, zelfs al kliederend, hoe driftig ook soms, ik blijf denken als een schrijver en als ik op de asemische toer ga voel ik mij mss nog meer verwant met een musicus of een danser dan met een echte true grit peintre.
misschien mocht ik wat meer ruimte hebben en verf om in het rond te pleuren, als ik mij echt lichamelijk in de substantie kon gooien…

maar ’t is zo al erg genoeg met mij gesteld, vermoedelijk.

en het maakt ook dat ik mij vrij en volop genietend kan overgeven aan de bewondering voor dit soort dingen, en dat ik oprecht dankbaar ben om echte schilderessen zoals Ilse Derden of Catherine Buyle te kennen, en zelfs, o mirakel, enkele mannen.

want het schildersvolk is, dat valt mij toch op, duizend keer aangenamer gezelschap dan, op enkele uitzonderingen na, misschien, eventueel, de bende sikkemeurige kneuten die zich schrijver noemen…

Schultze in 1968 – Von Gerdschwenke – Eigenes Werkeigenes Foto, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=30814951

Schultze, zo lees ik hier, vond ook namen uit voor zijn werken die dan plots creaturen werden, een eigen categorie vormden, onderdeel van zijn innerlijke wereld. zo maakte hij lang ‘tabuskris‘ (>lat. tabulae scriptae, schrijfschilderijen) en vanaf 1961 ‘Migofs‘, fantasiedieren zoals de vlindercadaverbloeitoestand met wollen kluwhart hieronder.

Als ze’t hebben, laat ze doen è, hoe plezant is dat wel niet!

Artwork by Bernard Schultze, »Butterfly-Kadaver-Migof« (Butterfly-Cadaver-Migof), Made of Mixed media on canvas

prog. manifest (ontwerp)

SATORAREPOTENETOPERAROTAS oba het NKdeE DRAAIBOEK-programma gebruikt hedendaagse middelen (Google, internet) om de afbeeldingen van een tentoonstellingscataloog van 1963 te stofferen met uitleg en, waar opportuun, wat zachtaardige Neo-Kathedraalse Stichting


Al het grafische materiaal is gescand uit dit boek (als iemand daar een auteursrechterlijk probleem mee heeft, contacteer mij aub):

  • Schrift und Bild- L’Art et l’ écriture. Katalogbuch zur Ausstellung Schrift und Bild, Amsterdam – Baden-Baden, 1963 (de Duits-Franse versie, er bestaat ook een Engels-Nederlandse)

Réquichot – dagboek zonder dagen (9)

//Réquichot Rotbak dag 47 – wanneer wordt een ramp een ramp, wanneer een gegeven?

Op zwarte achtergrond schilder ik zonder enig idee van wat ik ga doen, zo moeiteloos mogelijk, aandachtig, maar niet nerveus, voor mijn meest dierbare geneugten want het zijn zij die mij leiden. Andere geneugten zijn ook belangrijk, dat zijn de ontluikende geneugten, zij mengen zich met de oude[,] men vergeet dat ze jong zijn, en de stervende; men kiest er niet voor dat zij geboren worden of sterven, hen kiezen is hen willen, dat is hun natuurlijk verloop verstoren, hun instinctieve secretie, onbewust en intuïtief. Hoe nieuwer de geneugte is, hoe minder opzettelijk en bewust zij is, hoe meer ze zich ten volle manifesteert in een verre toekomst; de intuïtie heeft als rol om haar te herkennen of eerder te weerstaan.

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

SATORAREPOTENETOPERAROTAS 12

ja, er staat ook een collage van AartsKerkvaarder Kurt Schwitters (1887-1948)  in de Schrift und Bild cataloog van de gelijknamige tentoonstelling in 1963, ons Draaiboek voor deze Uitzending van becommentarieerde grafische bestanden naar aanleiding van het euh, Corona-incident.

een ‘terugkeer naar Schwitters’ is een van de grote zekerheden in mijn leven, net zoals een herlezing van Faverey en met mijn Laatste Lief* (ocharme ’t meiske) ga ik vast nog eens naar Hannover op Schwitters-bedevaart.

dus ja, als ik over Schwitters begin hier, niet zo efkens terloops zoals nu, maar echt ‘beginnen’, zoals ik over Réquichot begonnen ben, dan moogt ge beginnen pollekens wrijven want dan loopt het op z’n eind met mij en dan kan uw Brol-verzameling met Prul van mij eindelijk beginnen renderen.

(ja, schatteke echt spijtig dat we nu nie weg kunnen, anders had ik u zeker meegepakt naar Hannover nu, maar ’t mag nie è…)


(ǝz ɟǝı˥ ǝʇsʇɐɐןɹǝןן∀ uɾıɯ ʇǝɯ ɹǝpɹǝǝ ɥɔoʇ uǝıɥɔssıɯ)*

prog. manifest (ontwerp)

SATORAREPOTENETOPERAROTAS oba het NKdeE DRAAIBOEK-programma gebruikt hedendaagse middelen (Google, internet) om de afbeeldingen van een tentoonstellingscataloog van 1963 te stofferen met uitleg en, waar opportuun, wat zachtaardige Neo-Kathedraalse Stichting


Al het grafische materiaal is gescand uit dit boek (als iemand daar een auteursrechterlijk probleem mee heeft, contacteer mij aub):

  • Schrift und Bild- L’Art et l’ écriture. Katalogbuch zur Ausstellung Schrift und Bild, Amsterdam – Baden-Baden, 1963 (de Duits-Franse versie, er bestaat ook een Engels-Nederlandse)

Réquichot – dagboek zonder dagen (8)

//Réquichot Rotbak dag 44 – plots vraagt het kippenbotje zich af ‘wat doe ik hier eigenlijk in deze Rotbak?’

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De tijd van elke wereld. Er zou zelfs een verband vast te stellen zijn tussen de werelden die door het mentale zijn gecreëerd en de innerlijke tijd die hen heeft zien geboren worden zo kort bij de aandacht die hen deed bestaan. Zo’n wereld zou enkel kunnen bekomen worden bij een corresponderende graad van bewustzijn of van tijdsverandering; zulk een denkinspanning verwekt zulk een wereld, verwekt zulk een tijd. Ze verwekt zulk een waarheid of zulk een schoonheid waarvan sommigen slechts voor het verloop van een ogenblik waarneembaar zouden zijn. Hun tijdelijkheid of liever hun afwijking van de tijd zou een aanduiding zijn van hun kwaliteit: het horloge van de innerlijke tijd zou hun waardenschaal aanduiden.

Mijn schilderijen: figuratief? neen; abstract? ook niet. Men kan er kristallen in terugvinden, schorsen, rotsen, algen; nochtans zijn die dingen niet ‘voorgesteld’. Het aanzien van mijn schilderijen heeft gewoonweg een analogie met die vegetale of minerale materie. De analogie is geen figuratie: wanneer twee katten op elkaar lijken impliceert hun gelijkenis niet dat de ene de afbeelding van de andere is. Figuratief zijn de afbeeldingen van een wereld die bestaat of van een wereld die zou kunnen bestaan. Abstract zijn de afbeeldingen van een wereld die niet kan bestaan. Die gelijkenis van mijn schilderkunst met bepaalde elementen van de natuur is niet intentioneel.

p.114

Kan die onvrijwillige analogie figuratie genoemd worden? Hun richting doet er weinig toe: als die verandert, blijft de analogie. Om de abstracte kwaliteiten van een figuratief werk te appreciëren zet men het omgekeerd om zo te vergeten wat het voorstelt; mijn werken gelijken in alle richtingen op hetzelfde.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

SATORAREPOTENETOPERAROTAS 11

Carlo Carrà (1881-1966) was tot WOI een anarchist van overtuiging en een manifesten onderschrijvende futurist. Vanaf dan werd hij reactionair in zijn overtuiging en ook zijn kunst kende een draai naar de verstilling en het verheerlijken van oude idealen (Giotto was een inspiratie). In 1917 werkte hij nauw samen met Giorgio de Chiroco en zij werden de innovators van de ‘metafysische school’ een schilderstijl waarin ik veel van Paul Delvaux in herken.
Carlo Carrà ging meer en meer het opkomende fascisme ondersteunen, werd lid van de Strapaese groep, een fascistoïde club van Giorgio Morandi .

Afbeeldingsresultaat voor Carlo Carrà

Il cavaliere rosso (1913), een werk uit zijn futuristische periode

By Carlo Carrà – MART, PD-US, https://en.wikipedia.org/w/index.php?curid=55744608

bekijk hier