Auteur: NKdeE

NKdeE= Neue Kathedrale des erotischen Elends, een programma geïnitieerd op 27/09/2004. de NKdeE is een radikaal saneringsprogramma dat de mensheid van het Zijn en de Dingen wil verlossen. LEVE de VRIJE LYRIEK!

journal intime #145

145 – la Ville aux murailles bardées – JENEVERBESSEN

Het aambeeld der krachten (2)

lees eerst het eerste stuk

Maar achter dit visioen van het absolute, achter dit systeem van planten, sterren, tot op het bot afgesneden terreinen, achter dit vurige vlokken van kiemen, deze onderzoeksgeometrie, dit wentelsysteem van pieken, achter dit ploegijzer dat in de geest is geplant en deze geest die zijn vezels afgeeft, haar sedimenten ontdekt, achter deze hand van de mens die uiteindelijk zijn harde duim afdrukt en zijn betasten tekent, achter deze mengeling van manipulatie en hersens, en deze putten in alle zintuigen van de ziel, deze grotten in de werkelijkheid,

staat de Stad met zijn getraliede muren, de immens hoge Stad, die net niet te veel van de hele hemel heeft om er een plafond van te maken waar planten in tegengestelde richting groeien en met de snelheid van de vergooide sterren.

Een stad van grotten en muren die boven de absolute afgrond haar volle bogen en kelders uitsteekt als bruggen.

In de holte van de bogen, in de boog van de bruggen wil je de holte van een bovenmatig grote schouder invoegen, een schouder waaruit het bloed wijkt. Om je lichaam te laten rusten, om je hoofd te plaatsen waar de dromen krioelen, op de boord van deze reusachtige kroonlijsten waarboven het firmament zich verheft.

Want een Bijbelse hemel is er met witte wolken overheen. Maar de zachte dreiging van die wolken. Maar de stormen. En die Sinaï waarvan ze de vlammen doorlaten. Maar de gedragen schaduw van de aarde, en het gedempte, kalkachtige licht. Maar die schaduw in de vorm van een geit eindelijk, en die bok! En de Sabbat der Constellaties.

Een schreeuw om het allemaal te vatten en een taal1) overal waar Artaud ‘langue’ schrijft dien je zowel ‘taal’ als ‘tong’ te lezen, denk ik, het is één betekenaar die altijd dubbel gebeurt, de splijtzwam van zijn Frans, zijn ‘moelle’ (mots d’elle, moedertaal in zijn mouwa -‘moi’), het vrouwelijke merg in zijn botten dat zwanger is van de haven, de zee en van de taaltijd die historisch voortschrijd doorheen de lichamen om mij aan op te hangen.

Al deze getijden beginnen bij mij.

Toon mij de insteek van de aarde, het scharnier van mijn geest, het vreselijke begin van mijn nagels. Een blok, een groot vals blok scheidt mij van mijn leugens. En dat blok is van eender welke kleur die men wil.

De wereld kwijlt daar als de zee op de rotsen, en ik met de getijden van de liefde.

Honden, zijn jullie klaar met het rollen van die kiezelstenen op mijn ziel? Ik. Ik. Draai de bladzijde om van het gruis. Ook ik hoop op het hemelse grind en het strand dat zonder randen is. Dit vuur moet met mij beginnen. Dat vuur en die tongen, en de grotten van mijn dracht. Moge de blokken ijs terugkomen en stranden onder mijn tanden. Ik heb een dikke schedel, maar mijn ziel is glad, mijn hart van gestrande materie. Ik heb geen meteoren, mij is afwezigheid van vlammende balgen. Ik zoek in mijn slokdarm naar namen, en als van de dingen de trillende wimper. De geur van het niets, een zweem van het absurde, de mest van geheel de dood… Het lichte en verdunde lichaamsvocht. Ik ook wacht gewoon op de wind. Of het nu liefde of ellende heet, het kan bij mij slechts aarden op een strand van botten.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.141 -144]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Mais derrière cette vision d’absolu, ce système de plantes, d’étoiles, de terrains tranchés jusqu’à l’os, derrière cette ardente floculation de germes, cette géométrie de recherches, ce système giratoire de sommets, derrière ce soc planté dans l’esprit et cet esprit qui dégage ses fibres, découvre ses sédiments, derrière cette main d’homme enfin qui imprime son pouce dur et dessine ses tâtonnements, derrière ce mélange de manipulations et de cervelle, et ces puits dans tous les sens de l’âme, et ces cavernes dans la réalité,

se dresse la Ville aux murailles bardées, la Ville immensément haute, et qui n’a pas trop de tout le ciel pour lui faire un plafond où des plantes poussent en sens inverse et avec une vitesse d’astres jetés.

Cette ville de cavernes et de murs qui projette sur l’abîme absolu des arches pleines et des caves comme des ponts.

Que l’on voudrait dans le creux de ces arches, dans l’arcature de ces ponts insérer le creux d’une épaule démesurément grande, d’une épaule où diverge le sang. Et placer son corps en repos et sa tête où fourmillent les rêves, sur le rebord de ces corniches géantes où s’étage le firmament.

Car un ciel de Bible est dessus où courent des nuages blancs. Mais les menaces douces de ces nuages. Mais les orages. Et ce Sinaï dont ils laissent percer les flammèches. Mais l’ombre portée de la terre, et l’éclairage assourdi et crayeux. Mais cette ombre en forme de chèvre enfin et ce bouc ! Et le Sabbat des Constellations.

Un cri pour ramasser tout cela et une langue pour m’y pendre.

Tous ces reflux commencent à moi.

Montrez-moi l’insertion de la terre, la charnière de mon esprit, le commencement affreux de mes ongles. Un bloc, un immense bloc faux me sépare de mon mensonge. Et ce bloc est de la couleur qu’on voudra.

Le monde y bave comme la mer rocheuse, et moi avec les reflux de l’amour.

Chiens, avez-vous fini de rouler vos galets sur mon âme. Moi. Moi. Tournez la page des gravats. Moi aussi j’espère le gravier céleste et la plage qui n’a plus de bords. Il faut que ce feu commence à moi. Ce feu et ces langues, et les cavernes de ma gestation. Que les blocs de glace reviennent s’échouer sous mes dents. J’ai le crâne épais, mais l’âme lisse, un cœur de matière échouée. J’ai absence de météores, absence de soufflets enflammés. Je cherche dans mon gosier des noms, et comme le cil vibratile des choses. L’odeur du néant, un relent d’absurde, le fumier de la mort entière… L’humour léger et raréfié. Moi aussi je n’attends que le vent. Qu’il s’appelle amour ou misère, il ne pourra guère m’échouer que sur une plage d’ossements.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. overal waar Artaud ‘langue’ schrijft dien je zowel ‘taal’ als ‘tong’ te lezen, denk ik, het is één betekenaar die altijd dubbel gebeurt, de splijtzwam van zijn Frans, zijn ‘moelle’ (mots d’elle, moedertaal in zijn mouwa -‘moi’), het vrouwelijke merg in zijn botten dat zwanger is van de haven, de zee en van de taaltijd die historisch voortschrijd doorheen de lichamen

klachten 1 – wesp

WESP

Hij vult haar fijnste plooien, streelt en wil en scheurt
haar jurk aan flarden. Zevenstemmig knarst
de vering een canon op de grom
van zijn graaien.

Hoe slaafs ze geurt naar zijn adem. Blaf dan,
roept hij. Licht.

Hij wil lijnen trekken
in het strakke rubber, ravijnen
die zich met bloed in geen tijd
zouden vullen. De verslagenheid
van een reus met de piano op wandel.

Zijn warende hand: het mondgat, de
kussensloop, de hardheid der dingen.

Diepe rochels dwergensnot. Leegte
op het scherm en in zijn hoofd
de letters come to me.

‘Bij de appels zat er een keer
een dode wesp onder de folie’.

over ‘klachten’

klachten_cover

In de jaren ’90 van vorige eeuw, een waarlijk schone tijd toen het smelten der kapen enkel nog maar bestond in de zottemansklap van ‘groene hysterici’, verbleef ik ruime tijd in Residentie Zilverden, een sociaal woonblok in het Leuvense.

Het was een zeer inspirerende omgeving. De vreemdste creaturen slopen er des avonds als grillige schaduwen langs de gangmuren. Boven mij woonde een zatte Hongaar die regelmatig uit zijn bed viel (“BOEM”, stilte, en dan wat taffelend geschuifel), naast mij een tandeloze dame die soms een dag lang met een bezemsteel op mijn muur aan’t bonken was, terwijl ik muisstil en doodbraaf zat te lezen.

Het supermarktje van de buurt, nu een propere Carrefour Express, was een groezelige ‘Nopri’ . Ik heb nog steeds spijt dat ik toen geen foto’s genomen heb van de klanten. Gelukkig schreef ik wel enkele gedichten over deze mensen, die om één of andere reden allemaal klachten hadden over de zaak…

Ik presenteer u graag deze reeks in de meer eigentiijdse bewerking (2016) die nu, bijna vier jaar later, van onnodige franjes ontdaan wordt

journal intime #144

144 – le centre blancs des convulsions – STUDIEHOOFD

Het aambeeld der krachten (1)

De vloed, de walging, deze riemen, hier is het dat het Vuur begint. Het vuur der tongen. Het vuur in een weefsel tongdraaiingen, in de weerschijn van de aarde die zich opent als een buik in barensnood, met ingewanden van honing en suiker. Met al zijn obscene wonden gaapt deze zachte buik, maar het vuur giert er overheen met vurige draaitongen die op hun puntje zuchten als van dorst. Dit verwrongen vuur als wolken in helder water, met het licht ernaast dat een regel trekt en wimpers tekent. En de aarde aan alle kanten open gehaald toont dorre geheimen. Geheimen zoals oppervlakken. De aarde en haar zenuwen, en haar prehistorische eenzaamheid, de aarde in haar primitieve geologie, waar delen van de wereld worden blootgelegd in een schaduw zo zwart als steenkool. – De aarde is moeder onder het ijs van het vuur. Zie het vuur in de Drie Stralen, met de bekroning van zijn manen waarin de ogen wemelen. Myriaden van duizendpotige ogen. Het brandend verkrampte centrum van dit vuur is als het splijtpunt van de donder aan de kim van het firmament. Het witte midden van de stuiptrekkingen. De absolute schittering in de schermutseling van de kracht. Het ontstellende punt van de kracht die uitbreekt in geheel blauw tumult.

De Drie Stralen vormen een waaier waarvan de takken steil naar beneden vallen en convergeren naar hetzelfde centrum. Dit centrum is een melkachtige schijf bedekt met een eclipsenspiraal.

De schaduw van de eclips vormt een muur op het zigzaggen van het hemelse hoge metselwerk.

Maar boven de hemel is er het Dubbelpaard 1)‘Double-Cheval’ – geen mogelijke bron gevonden, ik dacht ff aan een verkleedkostuum zoals in het cirkus. De evocatie van het Paard baadt in het licht van de kracht, tegen de fond van een versleten muur en tot op de draad gekneld. De draad van zijn dubbele schof. En in hem is de eerste van de twee veel vreemder dan de andere. Hij is het die de schittering verzamelt waarvan de tweede alleen de zware schaduw is.

Lager nog dan de schaduw van de muur maken het hoofd en de borst van het paard een schaduw, alsof al het water in de wereld de opening van een put oplicht.

De open waaier domineert een piramide van toppen, een groots concert van pieken . Het idee van een woestijn zweeft over die toppen, en daarop vlot een in verval geraakte ster, gruwelijk, onbegrijpelijk opgehangen. Opgeschort zoals het goede in de mens, of het kwaad in de handel van mens tot mens, of de dood in het leven. Wentelkracht der sterren.

Wordt vervolgd…

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.141 -144]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

L’ENCLUME DES FORCES

Ce flux, cette nausée, ces lanières, c’est dans ceci que commence le Feu. Le feu de langues. Le feu tissé en torsades de langues, dans le miroitement de la terre qui s’ouvre comme un ventre en gésine, aux entrailles de miel et de sucre. De toute sa blessure obscène il bâille ce ventre mou, mais le feu bâille par-dessus en langues tordues et ardentes qui portent à leur pointe des soupiraux comme de la soif. Ce feu tordu comme des nuages dans l’eau limpide, avec à côté la lumière qui trace une règle et des cils. Et la terre de toutes parts entr’ouverte et montrant d’arides secrets. Des secrets comme des surfaces. La terre et ses nerfs, et ses préhistoriques solitudes, la terre aux géologies primitives, où se découvrent des pans du monde dans une ombre noire comme le charbon. – La terre est mère sous la glace du feu. Voyez le feu dans les Trois Rayons, avec le couronnement de sa crinière où grouillent des yeux. Myriades de myriapodes d’yeux. Le centre ardent et convulsé de ce feu est comme la pointe écartelée du tonnerre à la cime du firmament. Le centre blanc des convulsions. Un absolu d’éclat dans l’échauffourée de la force. La pointe épouvantable de la force qui se brise dans un tintamarre tout bleu.

Les Trois Rayons font un éventail dont les branches tombent à pic et convergent vers le même centre. Ce centre est un disque laiteux recouvert d’une spirale d’éclipses.

L’ombre de l’éclipse fait un mur sur les zigzags de la haute maçonnerie céleste.

Mais au-dessus du ciel est le Double-Cheval. L’évocation du Cheval trempe dans la lumière de la force, sur un fond de mur élimé et pressé jusqu’à la corde. La corde de son double poitrail. Et en lui le premier des deux est beaucoup plus étrange que l’autre. C’est lui qui ramasse l’éclat dont le deuxième n’est que l’ombre lourde.

Plus bas encore que l’ombre du mur, la tête et le poitrail du cheval font une ombre, comme si toute l’eau du monde élevait l’orifice d’un puits.

L’éventail ouvert domine une pyramide de cimes, un immense concert de sommets. Une idée de désert plane sur ces sommets au-dessus desquels un astre échevelé flotte, horriblement, inexplicablement suspendu. Suspendu comme le bien dans l’homme, ou le mal dans le commerce d’homme à homme, ou la mort dans la vie. Force giratoire des astres.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. ‘Double-Cheval’ – geen mogelijke bron gevonden, ik dacht ff aan een verkleedkostuum zoals in het cirkus

broek

dagelijks echter en met ijspegels doorschoten
de muzikale walgvogel en vaal is het vale

de baanromance
doorheen de wanhoopsvelden der als wanhoop
uitgestreken wanhoop

bij het neerzijgen van verzachtende neerleggingen 
der strijkende strijkers
der stijf knielenden, huldigende de afgeknalde

soldaatkinderen (proper is het roomloze vel
op de oorlogspudding, de klaproosbedenkingen
der cultuurexploitanten)

in mist, in pracht, in driest

(‘uw broek zakt
af mijnheer de
burgemeester’)

betoon.

invoertekst (2016)

“can’t you see they’re getting away!” – dv 2016

uit ‘713 gelegenheidsgedichten op zoek naar hun gelegenheid’

journal intime #143

143 – l’étage élevé d’un secret – HOOFDSTUDIE

het haar van Uccello (2)

lees eerst het eerste deeltje

Toen je twee vrienden van je en jezelf op een goed bereid doek schilderde, liet jij een schaduw op het doek vallen als van een vreemd katoen, waarin ik jouw spijt en jouw verdriet, Paolo Uccello, kan onderscheiden, slecht belicht. Rimpels, Paolo Uccello, dat zijn veters, maar de haren zijn tongen. In een van je schilderijen, Paolo Uccello, zag ik het licht van een tong in de fosforische schaduw van de tanden. Het is via de tong dat je aansluiting vindt bij de levende uitdrukking in levenloze doeken. En het is daar doorheen dat ik leef, Uccello helemaal opgezwollen in je baard, die je mij van tevoren begrijpelijk had gemaakt en gedefinieerd. Gezegend ben jij, jij die de rotsige, aardse voorliefde voor het diepzinnige had. Je leefde in dat idee als in een bezield gif. En in de kringen van dat idee draai je eeuwig om en ik achtervolg je op de tast met als leidraad het licht van die tong die me vanuit de diepte van een wonderbaarlijke mond roept. De aardse, rotsige voorliefde voor diepzinnigheid: mij ontbreekt het in elke hoedanigheid aan aarde. Voorzag je echt dat ik met open mond in deze lage wereld zou neerstrijken en met een eeuwig verbaasde geest. Voorzag jij al deze kreten in alle betekenissen van de wereld en van de taal, als een radeloos afgewikkelde draad. Het grote geduld van de rimpels is wat je heeft gered van een vroegtijdige dood. Want ik weet dat je geboren bent met een geest die even hol is als de mijne, maar je kon die op minder dan het spoor en de geboorte van een wimper fixeren. Op de breedte van een haar eraf balanceer je bij een afschrikwekkende afgrond en toch blijf je er voor altijd van verwijderd.

Maar ik zegen ook, Uccello, jongentje, vogeltje, afgescheurd lichtje, ik zegen jouw stilte die zo goed is geaard. Afgezien van die lijnen die je als berichtengebladerte van je hoofd afduwt, blijft er van jou enkel de stilte en het geheim van je gesloten kleed. Twee of drie tekens in de lucht, welke man beweert er meer te leven te hebben dan deze drie tekens, en aan wie zou men tijdens de lange uren dat ze duren meer durven vragen dan de stilte die eraan voorafgaat of die er op volgt. Ik voel hoe elke steen van de wereld en de fosfor van de uitgestrektheid die mijn passage teweegbrengt, een weg doorheen mij vindt. Dat vormt de woorden met een zwarte lettergreep in de weigrond van mijn hersenen. Jij, Uccello, leert om niet meer dan een lijn te zijn, en het hogere verdiep van een geheim.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.138 -140]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Quand tu peignais tes deux amis et toi-même dans une toile bien appliquée, tu laissas sur la toile comme l’ombre d’un étrange coton, en quoi je discerne tes regrets et ta peine, Paolo Uccello, mal illuminé. Les rides, Paolo Uccello, sont des lacets, mais les cheveux sont des langues. Dans un de tes tableaux, Paolo Uccello, j’ai vu la lumière d’une langue dans l’ombre phosphoreuse des dents. C’est par la langue que tu rejoins l’expression vivante dans les toiles inanimées. Et c’est par là que je vis, Uccello tout emmaillotté dans ta barbe, que tu m’avais à l’avance compris et défini. Bienheureux sois-tu, toi qui as eu la préoccupation rocheuse et terrienne de la profondeur. Tu vécus dans cette idée comme dans un poison animé. Et dans les cercles de cette idée tu tournes éternellement et je te pourchasse à tâtons avec comme fil la lumière de cette langue qui m’appelle du fond d’une bouche miraculée. La préoccupation terrienne et rocheuse de la profondeur, moi qui manque de terre à tous les degrés. Présumas-tu vraiment ma descente dans ce bas monde avec la bouche ouverte et l’esprit perpétuellement étonné. Présumas-tu ces cris dans tous les sens du monde et de la langue, comme d’un fil éperdument dévidé. La longue patience des rides est ce qui te sauva d’une mort prématurée. Car, je le sais, tu étais né avec l’esprit aussi creux que moi-même, mais cet esprit, tu pus le fixer sur moins de chose encore que la trace et la naissance d’un cil. Avec la distance d’un poil, tu te balances sur un abîme redoutable et dont tu es cependant à jamais séparé.

Mais je bénis aussi, Uccello, petit garçon, petit oiseau, petite lumière déchirée, je bénis ton silence si bien planté. À part ces lignes que tu pousses de la tête comme une frondaison de messages, il ne reste de toi que le silence et le secret de ta robe fermée. Deux ou trois signes dans l’air, quel est l’homme qui prétend vivre plus que ces trois signes, et auquel, le long des heures qui le couvrent, songerait-on à demander plus que le silence qui les précède ou qui les suit. Je sens toutes les pierres du monde et le phosphore de l’étendue que mon passage entraîne, faire leur chemin à travers moi. Ils forment les mots d’une syllabe noire dans les pacages de mon cerveau. Toi, Uccello, tu apprends à n’être qu’une ligne et l’étage élevé d’un secret.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

de roep van Cthulhu

Volgens het logbestand connecteert het om 18:04:28 C.E.T.
met het Ding.

1.

November 2020. Zwarte lucht boeit,
het duister rendeert. De stromen lopen,
de bevelen donderen. Het geeft geen krimp.
De tijd vreet de tijd als de staart
door de mond ervan naar binnen glijdt.

Het lichaam trilt. Het fulmineert.
Het strijkt de wolken bij hun voornaam aan en zie:
de wolken storten het hun volle zin. Het regent.
Hoge vogels vallen met hun zingen in
en zetten hun veren te waaien
en verblindend hun kleuren bij.

Het nieuwe denken klinkt al heel voornaam.
In muisstille huizen de buren knikken ‘dag’ en ‘toen’
en ‘aangenaam’. De kamers happen naar lucht
die het dapper met de handgebaren maakt,
maar geuren snel al weer
naar de hun voorgeschreven toekomst
van verdriet, afgunst en haat. Het helpt,
maar niets helpt echt.

Het schrijft haar af, zij roept het weder op,
maar kijk: haar lichaam is te zacht, het breekt
haar stem er beter af. Zij bloedt dan leeg
in schittering, gouden klankenglans die zich uit
de inlegoortjes stort zoals een rol satijn
in een openstaande kist.

Het davert gaarne met de aarde mee: “het licht”,
brult het dan, “het licht valt dadelijk de wereld in!”.

Het grind knarsetandt wanneer het in
het graf binnendringt. De chrysanten
roeien hun geuren naar de overzijde.

2.

Januari 2031. Weelde.

De wind roert het om
en schepen doorklieven het :
het is een deinen op zee.

De maan is de mond. Het
druipt van verre sterren
in de mondhoeken
in de vuurrode kom
en het sist als het zinkt.

Donker klokt het waar
het in de aarde slonk,
klinkt.

invoer (2016) – uitvoer van LIEFDESKUNST 1.0
verwerking 2009-2016 van ‘The Call of Cthulu’ van H.P. Lovecraft

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)

journal intime #142

142 – le ramage d’une mer de cheveux – BOOMSTAM

het haar van Ucello (1)

voor Génica

Uccello, mijn vriend, mijn fantasme, je hebt deze mythe van het haar geleefd. De schaduw van die grote maanhand als je de fantasmen van je brein afdrukt, zal nooit de vegetatie aan je oor bereiken, die draait en naar links krioelt met al je hartswinden. Links de haren, Uccello, links de dromen, links de nagels, links het hart. Het is links dat alle schaduwen zich openen, vanuit de hoofdbeuken, zoals de lichaamsopeningen. Met je hoofd op deze tafel waar de hele mensheid kapseist, wat zie je anders dan de immense schaduw van een haar. Een haar als twee bossen, als drie vingernagels, als een weide van wimpers, als een gritsel in het gras van de hemel. De wereld gewurgd, en opgehangen, en eeuwig wankelend op de vlakte van deze platte tafel waar je je zware hoofd buigt. En bij jou, als je de gezichten ondervraagt, wat zie je anders dan een circulatie van twijgen, een rooster van adertjes, het kleine spoor van een rimpel, de tuil van een zee haren. Alles draait, alles trilt en wat is het oog nog ontdaan van zijn wimpers. Was, was de wimpers, Uccello, was de lijnen, was het trillende spoor van haren en rimpels op de gezichten die aan de doden hangen en die naar je kijken als eieren, en in je monsterlijke handpalm vol maanlicht als een licht van gal, hier is nog steeds het gestrenge spoor van je haren die tevoorschijn komen met hun fijne lijntjes zoals de dromen in je drenkelingenbrein. Van het ene haartje naar het andere, hoeveel geheimen en hoeveel oppervlakken. Maar twee haren het ene naast het andere, Uccello. De ideale lijn van hardnekkige fijne haren, twee keer herhaald. Er zijn rimpels die om de gezichten heen gaan en zich uitstrekken tot in de nek, maar onder het haar zijn er óók rimpels, Uccello. En je kan ook helemaal om dit ei heen gaan dat iets tussen steen en ster in is, en dat als enige de dubbele animatie der ogen heeft.

lees verder: deel 2

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.138 -140]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

UCCELLO LE POIL

pour Génica.

Uccello, mon ami, ma chimère, tu vécus avec ce mythe de poils. L’ombre de cette grande main lunaire où tu imprimes les chimères de ton cerveau, n’arrivera jamais jusqu’à la végétation de ton oreille, qui tourne et fourmille à gauche avec tous les vents de ton cœur. À gauche les poils, Uccello, à gauche les rêves, à gauche les ongles, à gauche le cœur. C’est à gauche que toutes les ombres s’ouvrent, des nefs, comme d’orifices humains. La tête couchée sur cette table où l’humanité tout entière chavire, que vois-tu autre chose que l’ombre immense d’un poil. D’un poil comme deux forêts, comme trois ongles, comme un herbage de cils, comme d’un râteau dans les herbes du ciel. Étranglé le monde, et suspendu, et éternellement vacillant sur les plaines de cette table plate où tu inclines ta tête lourde. Et auprès de toi quand tu interroges des faces, que vois-tu, qu’une circulation de rameaux, un treillage de veines, la trace minuscule d’une ride, le ramage d’une mer de cheveux. Tout est tournant, tout est vibratile, et que vaut l’œil dépouillé de ses cils. Lave, lave les cils, Uccello, lave les lignes, lave la trace tremblante des poils et des rides sur ces visages pendus de morts qui te regardent comme des œufs, et dans ta paume monstrueuse et pleine de lune comme d’un éclairage de fiel, voici encore la trace auguste de tes poils qui émergent avec leurs lignes fines comme les rêves dans ton cerveau de noyé. D’un poil à un autre, combien de secrets et combien de surfaces. Mais deux poils l’un à côté de l’autre, Uccello. La ligne idéale des poils intraduisiblement fine et deux fois répétée. Il y a des rides qui font le tour des faces et se prolongent jusque dans le cou, mais sous les cheveux aussi il y a des rides, Uccello. Aussi tu peux faire tout le tour de cet œuf qui pend entre les pierres et les astres, et qui seul possède l’animation double des yeux.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

de kleur van het Buiten

transmutatie van ‘The Colour Out of Space‘ van H. P. Lovecraft

1.
ik schrijf dit neer in de hoop
dat niemand het ooit zal lezen.

de dood is geen ding. solfer knettert
waar haar tong zich in de bodem krult.
zij dringt overal door, de wolken, de vogels
het zit in hun vleugelslag. angst weerhoudt
ons, maar haar dodelijke ritme is al snel
de polsslag van de tijd geworden. de
fase dicteert de berekening, de berekening
versterkt de fase. keer op keer zien we
beter wat we niet willen zien, hoe het
vermoeden waarvan we al wisten dat het
geen vermoeden was, klopt. dat het gebeurt.

zij is waarlijk onze god. alle hoop is vergeefs.

ik opende haar weefsel bij volle maan.
haar lijf verettert met de letters van ons lot.
‘dit goddelijke wijf moet bloeden’, riep ik,
met de taal toen nog intact, ‘of het leven
strandt in pijn en stinkend rot.’
dat soort onzin.

de heren hinnikten en propten voldaan
de vleugels van het paard in hun kot.
in het duister daarboven stak zij
ongehinderd door van tra naar tra.

de geluiden daarbij van het slijm dat
zuigt aan het slijm, de walging, het
kolkt in mijn brein als levend venijn.

wachten op iets nieuws elke komende dag
maar heel de toekomst is herinnering.

ach jij. lees dit toch niet, verdoemde.

2.

zij nestelt in de knol, oude watergruwel
groeit er uit heur loden haar. wie haar ziet,
ziet koprot, klauwrot, hartrot en builenpest.
wie haar kent, is nog het best af dood.

wat bij dwazen toeval heet, heeft toch
een strak verband: de grijze barst
in het duister trekt het grijs verder
in het duister en alles wat wij zien
zinkt in een Niets van eendere tint.

wij hebben prijs. de scheur in de huid
van het echte was nooit een fout: het
gebrek verbindt de bloei met terreur.

de wereld is onaf en van haar, het ene,
een weelderig slingerend lint in de leegte.

zij is het mooist waar angst, verderf
en de walg om het ware gevaarte begint.

in de ijzige stilte van mijn doodse
kamers schuurt een laatste engel
zich langs de wanden: het haar is
gouden en krult langs de okerhuid
tot waar het in de schouderkuiltjes
schoonheid in frivole spanning houdt.

het snikt en neuzelt ‘liefde’ voor het
zich de beperkende pennen uitrukt
en een afzichtelijk krioelen van bloed,
slijm en rot mij in sisklanken smeekt
om de gunst van het dodende gas.

ik heb dat niet, lach ik het uit : ik
ben niet langer zij, het kreng dat ik was.

invoer (2016) – uitvoer van LIEFDESKUNST 1.0

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)

het interview met Bill Phakeley (2)

lees eerst deel 1, best …



…je kan het je niet voorstellen, mevrouw Lundy, …”
– “Susan, ik heet Susan”. Ik had genoeg van dat gemevrouw.
– “Nou goed, Susan dan – je bent wel heftig è”. Er flitste een bliksem in een van die zwarte tunnels van ‘m. Ik lachte en sloeg de ogen neer. Hij hàd me, het Warholspook.

“Je kan het je niet voorstellen, Susan Lundy, elke dag kwam Harold aanzetten met een nieuw boek, een foto, een artikel, een nieuw stukje van de puzzel over het Eeuwige Rot, de nakende Ekpurosis, de Finale Oplossing en onze rol in de redding van de Ziel daarin. Het was een speelse ontdekkingsreis doorheen heel de spirituele geschiedenis van de mensheid en geloof mij er was niemand in gans Georgia, misschien niet in gans de States die toen zoveel kennis had van die zaken als Harold P. Blount van Anniston, Alabama, want daar kwam hij vandaan, mijn geleerde duivel.

Het was een heerlijke tijd, de angst om ontdekt te worden was er wel, constant, maar de hele wereld ging voor ons open en we lazen en stoeiden tussen de boeken in ons geheim paradijsje, de bouwvallige Phakeley villa van wijlen mijn ouders waar Harold elke avond binnensloop na zijn werk in de bibliotheek, een vrije liefdesoase te midden de broeierige haat van de witte man in het Zuiden. Ik was een Phakeley, mij zou men nooit raken, maar ze zouden Harold kruisigen, stenigen, de onverdraagzame horde pummels.

Maar op een dag sloeg het gans om. Het was mei 1989, denk ik, in China hielden studenten de tanks tegen op Tienanmen. Harold had van Arjuna, een bevriende Iraanse archeoloog een kopie toegestuurd gekregen van een manuscript in Farsi met frottages van het spijkerschrift op kleitabletten die in 1916 ontdekt waren maar tijdens de Tweede Wereldoorlog spoorloos verdwenen waren. De Farsi tekst beweerde dat er een geheel andere versie te lezen stond op die tabletten van het bekende verhaal van de afdaling van Isjtar in Kur, de onderwereld. Harold stortte zich als een bezetene op het ontcijferen van de 3000 jaar oude Sumerische tekens.

Hij werd uiterst zwijgzaam. Zijn gewone flamboyante vrolijkheid verdween, en ik voelde dat hij dingen verzweeg voor mij. Hij bleef dagen weg ook, ik werd wanhopig, vroeg smekend of ik wat verkeerd gedaan had, hij luisterde nauwelijks naar mijn gejammer. Hij begon meer en meer te drinken ook, alsof hij iets wou vergeten. Het boek met de kopies verborg hij voor mij en als ik wou beginnen over de Ziel en het Rot zei hij bits dat ik maar gewoon moest doen, de wereld was al moeilijk genoeg voor mensen van ons slag. Maar uiteindelijk moet de bom dan toch gebarsten zijn want…

… kijk.. het zit zo… vanaf hier worden mijn herinneringen vaag. De tijd, de gebeurtenissen lopen door elkaar. De dokters noemen het dissociatieve amnesie, maar het is alsof er een zwarte wolk over die laatste maand hangt: van heel juni 1989 tot de ochtend dat ik wakker werd in het hospitaal op 30 juli weet ik nauwelijks nog iets. Het is alsof Iets mij verbiedt om het mij te herinneren. Ik droom ervan, elke nacht, verschrikkelijke nachtmerries, ik overleef het enkel met die verdomde pillen. Flitsen, vage beelden van die ene nacht op het kerkhof overvallen mij op elk moment van de dag. De stank van het open graf, het donkere gat de trap naar beneden waarin Harold was afgedaald, het kraken van zijn stem in de walkietalkie, het is verschrikkelijk…”

Bill hyperventileert. Hij gebaart naar een reep pillen die op de tafel lag en ik druk er twee uit. Ik moet ze hem op de tong leggen, loop dan in paniek naar de keuken voor een glas water, maar als ik terugkom is hij al gekalmeerd. Hij ziet enkel nog wat bleker en het zwart in zijn ogen lijkt nog dieper dan voorheen. Zijn handen trillen als de vleugels van een collibri.

“Het politieverslag maakt duidelijk dat we op het Old Dean Church kerkhof moeten geweest zijn. Het stond in de plaatselijke krant.”

“Ik heb jarenlang geprobeerd om te reconstrueren wat er gebeurd is, maar het is vergeefs. Het verbiedt het. Op een bepaald moment moet Harold mij toch in vertrouwen genomen hebben. Iets in het boek dwong hem om naar een bepaald graf op een kerkhof in Ozark te gaan, da’s 300 km ver van hier in Alabama. Kon hij dat niet alleen? Had hij mij nodig?

Van heel de rit naar daar, ’s avonds, ’s nachts, herinner ik mij niets. Het is zes, zeven uur rijden! We hadden touw mee, dat zie ik nog, massa’s touw, genoeg touw om tot in Washington te gaan. En twee walkietalkies. We waren voorbereid. Hij moet geweten hebben wat er ging gebeuren, wat er kon gebeuren.

Het politieverslag maakt duidelijk dat we op het Old Dean Church kerkhof moeten geweest zijn. Het stond in de plaatselijke krant. Ik was een der ‘vandalen’ daar, de klacht is geseponeerd omdat ik mij niets kon herinneren. Ik ben er later terug naar gegaan, met de politie erbij, maar ik herkende niets, het is een banaal kerkhof, nergens iets speciaals te zien. Maar de beelden, de stank, Harolds wanhopige stem…alles is zo echt voor mij, te echt en gruwelijk!

Ik zie een grote arduinen plavei die we met veel moeite los gewrikt en opzij geschoven kregen. Metaal dat aarde tussen de spleten weghaalde, vingernagels die braken, ik stootte mijn hand, de rug ervan schuurt open , er is kleverig bloed. De steen komt los, uit alle macht heffen, ja het lukt.
God wat een stank, we moesten ons verwijderen. Even later was het ergste weg, het zwart gaapte in de ruimte naar onder, een trap ging schijnbaar eindeloos diep naar beneden. Harold drukt mij de walkie talkie in de hand en laat mij zweren dat ik hierboven moet blijven, onder geen beding mocht ik hem volgen.
Ik beloof het en hij daalt af, beladen met touw dat hij afwikkelt terwijl hij daalt. Het duurt lang. Eindeloos lang. Elke twee minuten de stem in de walkie talkie. ‘Ik ga verder’. ‘Blijf daar è’. En ik gehoorzaam terug “Ja Harold”.

Had ik hem maar terug geroepen, achterna gegaan, meegesleurd!.

“Nee! Niet dit! Dit kan niet”. Zo beginnen de laatste woorden van Harold P. Blount. “Billie ga weg, maak dat je weg komt!” Ik roep terug, vergeet de knop in te drukken, nijp het ding zowat plat. “Billie, hoor je me, maak dat je wegkomt! Laat mij! Spring in de auto en rij zo vermogelijk weg van hier!”
“Liefke, wat is er toch, wat zie je?” “Billie Het is hier, Het is ongelooflijk, een verschrikking, ik ben verloren! Maak dat je weg komt, lieveke, Het heeft me. Billie…”

De meest afschuwelijke schreeuw krijst uit het zwarte ding in mijn hand en dan niks meer. Ik roep, ik tier, ik hamer met mijn vuisten in de muffe aarde, maar er komt niets meer.
De volle maan staat hoog boven mij en ik voel mij reddeloos verloren. Wat moet ik doen? Wat kan ik doen? En dan komt het.
De grootste verschrikking ooit. Er komt weer een klik uit de walkie talkie. Nog één. Ik spring op en roep “Harry, Harry “in het ding, “lieveling! Waar ben je, ben je OK, wat zie je…?”

Maar wat er dan uit de luidspreker komt is een onmogelijke klank, een vreselijk zuigen dat al het trillen uit de lucht weghaalt, een complete ON-klank die alle verbeelding tart, het is een holte in de leegte, een gat in het Niets.

En Het zegt:

Lieveke, uw Harry is DOOD.”

Wordt vervolgd…

invoer : ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft – uitvoer van het LIEFDESKUNST 1.0 programma

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)

het interview met Bill Phakeley (1)

transmutatie van ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft

Augustus 2007. Twee gieren glijden van Gainesville Pike de vlakte in. In de zwoele lucht leeft nog de illusie van een keuze, de waan van de vrijheid in Amerika.

Een grote ventilator wiekt boven mij terwijl ik in het goedkope motel probeer het verwarde relaas van Bill Phakeley te transcriberen naar iets dat Hennie een plaatsje op de website van het blad wil gunnen. Om de gedrukte versie te halen dien je als vrouwelijke junior onderzoeksreporter ‘toffe Hennie’ wat anders aan te bieden dan woorden, en daar voel ik mij nog net iets te goed voor.

Ik sprak Bill Phakeley exact een jaar geleden. Hij overleed verleden maand, dat hoorde ik eergisteren toevallig en omdat ik weer maar eens vast zat in mijn rompslomp van L.A. en ik niks beter wist te verzinnen, reisde ik af naar Gainesville om godbetert zijn graf te bezoeken.
En om eindelijk ’s wat te doen met dat merkwaardige verhaal van ‘m. De opnames op mijn laptop zijn dan wel onbruikbaar voor publicatie, maar je kan verstaan wat hij zegt, en ja, het is toch wat, zijn verhaal.

Hij noemde mij ‘mevrouw’, het treft mij ook nu weer. Je diende hem in de waan te laten, en het geaffecteerde, belerende verloop van zijn pseudo-literaire vertelstijl kon je hem maar beter gunnen ook. Hij was toen al meer dood dan levend, een trage kanker teerde hem uit. Ik kreeg er pijn van in mijn haarwortels, toen, net als nu. Het was een oude zielige man en hij had vooral aandacht nodig. Met zijn lange witte haren, het uitgeteerde lichaam en de purperen mond leek hij wel een bejaarde horror-versie van Andy Warhol.

“Uw vragen zijn mij een marteling, mevrouw Lundy. Wat u mij vraagt kan ik niet geven. Hoe kan ik onder woorden brengen wat er gebeurde als de herinnering opnieuw laat gebeuren wat het geheugen zelf vernietigt omdat het niet alleen van Harold maar ook van mij, van ons allen die ene verschrikkelijke toekomst is? Het te denken brengt het naderbij!

Wij. Harold en ik. Wij leefden in de moerassen van ons geheim. Harold, de geniale zwarte kracht en ik de witte branieloze nicht die nergens voor deugde, te laf om te leven naar mijn aard. Vergis je niet, mevrouw, het Gainesville van die tijd was nog niet aan een Pride parade toe!”

Telkens hij dacht iets belangwekkends gezegd te hebben, perste hij de paarse lippen op elkaar tot een dunne streep en bolde hij de ogen tot twee zwarte tunnels naar het niets. Ik was niet de eerste reporter op bezoek, zoveel was duidelijk. Maar ik toonde gewillig fascinatie en begrip, en zo werden we al snel een stel vriendinnen onder elkaar.

“De blikken die wij deelden spraken. Onze gebaren waren zo subtiel dat
niets ervan voor een buitenstaander te lezen stond. Er was een zwarte wolk die ons verbond waar de woorden en het weten ophielden, waar een snelle blik volstond.

Hoe naief wij waren! te gaan geloven dat wij alleen de alles doordringende Ichor van de oude goden zouden kunnen misleiden. En arme Harold! Ik ben de oorzaak van zijn ondergang. dat ik hem toestond mij zo te adoreren. Ik beef tot in mijn weke diepten als ik eraan denk. Ik wist het maar al te goed. ik zag het vuur dat sluimerde in zijn diepe bruine ogen als hij mij aankeek. Hij was een rots van spier en kloppend bloed waarop ik trilde als een riet.

Vergeef me, ik ben een oude man en dat is alles nog wat rest van ons.

Elkwegs, wat Harold wou, was het onmogelijke. Hij wou niet zichzelf, of de wereld maar ons begrijpen. Wat hij in mij zag, god mag het weten, maar hij noemde het een levend Ding. Wij, onze liefde, was een entititeit en hij zag ons overal. En ja, van zodra hij mij wees op tekenen van dat ons buiten ons om, zag ik het ook. Ik wou het maar al te graag geloven.
En zo groeide ook langzaam in mij een vermoeden, waarvan we beiden onmiddellijk wisten dat het geen vermoeden was, maar zekerheid, kennis van een feit. Het kostte ons enkel wat tijd om het als dusdanig te aanvaarden, maar onze liefde nam duidelijk deel aan iets dat ons oversteeg, en het wou ons iets laten zien.”

Ik zie en voel weer hoe hij op dat moment zijn hand op de mijne legde, dat akelig geel berookte slangenvel van zijn knokelige vingers op mijn huid. Er schoot een flits door mijn hele lijf toen, ik weet niet wat het was, afschuw, of eerder een gevoel van herkenning?

In elk geval liep er toen wat mis met de opname, want een heel stuk van wel tien minuten is enkel witte ruis. Hij vertelde mij tijdens die verloren tijd over de bizarre theorie van Harold, over de oude leer van Ichor, de wereldziel waarvan je overal in oude geschriften de sporen kon terugvinden, en hoe Harold telkens met nieuwe revelaties kwam, waaruit bleek dat zij, een raciaal gemengd koppel nichten uit Gainesville, Georgia, voorbestemd waren om nieuwe informatie te ontvangen, een Boodschap die de mensheid zou kunnen leiden in de verschrikkingen die ons te wachten stonden. Dat soort kak dus. Ik googelde na afloop een en ander, maar kwam steevast terecht bij obscure rommelsites van fantasten met een voorkeur voor schreeuwerige lay-out.

Na een minuut of tien zuivere ruis van de vergetelheid floept de stem van dode Bill weer aan….

Lees verder…

invoer : ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft – uitvoer van het LIEFDESKUNST 1.0 programma

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)



journal intime #141

141 – a thin insipid potation to drink – STAMBOOM

L. Andreijev – Het theater van de toekomst

In het theater van de toekomst zal er geen publiek zijn: dat is de eerste en fundamentele vereiste van het nieuwe theater; het is essentieel voor de samenleving om een einde te maken aan de situatie waarin sommigen dineren terwijl anderen toekijken – laat iedereen naar het feest komen! De afschaffing van het publiek zal , zo lijkt het mij, op twee manieren tot stand komen, manieren die zowel logisch als onvermijdelijk zijn.

Het publiek in de schouwburg zal verdwijnen omdat de schouwburg zelf geleidelijk aan vervaagt en opgaat in het leven zelf; het zal niet langer een bijzonder gebouw zijn met politieagenten bij de hoofdingang, maar een vrolijk element worden in het dagelijks leven van elk individu. Mensen zullen voor zichzelf optreden, zonder publiek en zonder acteurs. Al die euritmie, dat dansen, die schijnprocessen, die grappige futuristen in de Tverskayastraat met hun geschilderde gezichten en kleurige kleren – dit alles en nog veel meer dat de lezer ons met plezier in herinnering brengt, zegt ons één ding: het leven is geplunderd, het is afgestoten van het spel zoals van een kan melk de room is afgeroomd, zodat de mensen een slap, smakeloos drankje te drinken krijgen; het leven eist dat het spel terugkeert naar het voorouderlijke huis van het leven als een verloren zoon van zijn tegendraadse omzwervingen.

Hoe dit in de praktijk zal worden gebracht weet ik natuurlijk niet, en ik denk er niet eens al te veel over na – het leven ontwikkelt en groeit zo snel dat allerlei wonderen denkbaar worden.
En is het echt zo’n wonder dat we in zekere mate zelf scheppers en kunstenaars, schrijvers en muzikanten worden; niet alleen om te kijken en te luisteren, maar om met onze eigen handen iets te creëren voor onze eigen vreugde! Het probleem is immers niet dat er een gebrek is aan getalenteerde mensen, maar dat er te weinig grond is voor hen – vitaal zaad gaat rotten in vochtige magazijnen. Wie zou voor het vliegtuig hebben gezegd dat de wereld zoveel mannen had met buitengewone moed en vastberadenheid, met zo’n fysieke en spirituele volmaaktheid?

We klaagden over ontaarding, en dan dit! Denk eens na over dit wonder: gisteren was de mens als een boer op een koets, slaperig, gelei-achtig, volkomen passief, terwijl hij vandaag in een auto rijdt, die snelle furieuze machine met zijn nood aan bovenmenselijke concentratie en aan extreme scherpte van blik en verstand.

Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn zonder speeltalent en zullen er altijd mensen zijn met een bijzonder talent en liefde voor het spel – en de eerste zal toekijken, als ze dat willen, terwijl de tweede met een bepaalde vaardigheid zal optreden.
Maar het zal geen theater zijn, met zijn verplichte indeling in acteurs en publiek: het is immers geen theater als oude mannen toekijken, lachen en zuchten, zoals kinderen spelen!

De ontwikkeling van het sociale leven belooft een nieuw terrein voor dit niet-theatrale toneelstuk: er zullen processies zijn waaraan de massa’s zullen deelnemen; misschien zal het mysteriestuk op een ietwat gewijzigde basis opnieuw worden opgevoerd, maar met de onmisbare voorwaarde dat iedereen aan de voorstelling kan deelnemen. Vanuit dit oogpunt belooft de toekomst zoveel dat het een ijdele klus zou zijn om naar het oude en het versletene te kijken voor antwoorden.

Zo zijn we bijvoorbeeld nog steeds niet goed op de hoogte van het sociale drama: het was onmogelijk onder de omstandigheden van het oude leven, het oude theater. We hebben nog geen toneelstukken waarin het volk, de massa de hoofdrolspeler zou zijn, en niet een individuele persoonlijkheid tegen de achtergrond van een paar dozijn figuranten.
De intrede van de massa’s in de arena van de geschiedenis, waarvoor de huidige eeuw in herinnering zal worden gebracht, zal het theater uit zijn donkere steegje leiden naar de open vrijheid van straten en pleinen; en, wie weet, misschien worden er scenario’s geschreven, als dat de juiste naam is, voor producties waaraan de hele miljoenenstad zal deelnemen …

Wat kunnen we hiervan weten, wij die onderworpen zijn aan de samenscholingswet en niet eens in groepjes van vier kunnen samenkomen zonder dat iemand ons onmiddellijk verspreidt?

Leonid Andreijev,
uit “Brieven over het Theater – Tweede brief” – 1914

vertaald uit het Engels van de vertaling van Michael Green in [GREEN 2013]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

sotera fussum (rr)

strijdlied voor twee stemmen
stem 1: de woordenlijst, vrouwenstem met Noord-Nederlandse tongval
stem2: het kader, mannenstem met zwaar Leuvens accent

zayin2

f

(ekfrasis van ‘maskerman’)

De vinculis in genere, the lid nailed shut, the sarcophagus of light”
Peter Lamborn Wilson, Abecedarium, Xexoxial ed. 2010, p.23

BAF
VAV
, zie

de op het land genagelde aarding i-k
afglijdend in de trage neergang a-b
naar het eternele vlak van het niet-
iets, de taohemel e-f.

elk ogenblik (de letter is hol, vol
verdwenen klank, een sarcofaag
van de spraak) een ogenblik.

vlug, de lichtval c-d is al
begraven en het verzandt. zodra
verheft zich tegendraads nog
de rug h-g,

bereken snel de x in het gat
van de tijd: x is de afdruk
van x, lawaaierig
en tergend
traag.

irritatie van de huid onder het masker: de
vleugelgeknipte in de klem van de spiraal.
nu is een déjà vu
van nu.

“muziek, maestro”.

elke dag is donderdag

tussen alle dingen houdt geheel wezenloos
met een vleugelspanwijdte van 22 tot 25 cm
de koolmees stand, breekt zich nog een bot
maar het leert toch zijn contes beter tellen.

sì sí sírrr zo zingt
het vale juveniel

í í euh
í í  eyi
í eu í í 
eu

(het is m.a.w. voortaan
alle dagen donderdag
alle dagen donderdag ja
alle dagen donderdag)

braambestranen
stromen uit de bruine bedeloogjes
van de schone uit de Wegiswegstraat:

de toekomst heeft een vals plafond gestoken.

Pée-puuh
Pée-puuh
Pée-puuh

(het schrift schrijft neer de inkt
schrijft neer het schrift schrijft
neer de inkt schrijft neer het

schrift schrijft neer de inkt schrijft).

invoertekst (2016)

journal intime #140

de klare Abélard (slot)

Abélard met afgesneden handen. Welke symfonie kan voortaan nog tippen aan die gruwelijke papieren kus. Héloise eet vuur. Open een deur. Ga een trap op. Bel aan. De zachte, geplette borsten rijzen op. Haar huid is veel lichter op de borsten. Het lichaam is wit, maar bezoedeld, want geen enkele vrouwenbuik is zuiver. De huid heeft schimmelkleuren. De buik ruikt goed, maar hoe armtierig toch. En zovele generaties dromen hiervan. Hij is er. De man Abélard heeft het. Illustere buik. Dat is het en dat is het niet. Eet stro, eet vuur. De kus opent de grotten waarin de zee komt sterven. Daar heb je het, dat spasme waarbij de hemel ineenstort, waar een spirituele coalitie op uitloopt, EN HET KOMT VAN MIJ. Ah! hoe ik mij niets meer nog voel dan ingewanden, met niets van geestelijke brug nog boven mij. Zonder al die magische betekenissen, al die geheimen erbij. Zij en ik. We zijn er helemaal. Ik houd haar vast. Ik kus haar. Een laatste kracht weerhoudt mij, bevriest mij. Ik voel tussen mijn dijen dat de kerk mij tegenhoudt, en klaagt, zal ze mij verlammen? Zal ik mij terugtrekken? Nee, nee, ik verbrijzel de laatste muur. St. Franciscus van Assisi, die mijn geslacht bewaarde, verdwijnt. Sint Brigitte opent mijn tanden. Sint Augustinus maakt mijn riem los. De heilige Catharina van Siena legt God te slapen. Het is voorbij, het is voorbij, ik ben geen maagd meer. De hemelmuur is omgedraaid. De universele waanzin heeft mij gewonnen. Ik sla mijn genot uit tot de hoogste top van de ether.

Maar nu hoort de heilige Héloise hem. Later, oneindig veel later, hoort ze hem en spreekt ze met hem. Een soort nacht vult haar tanden. Komt binnen en brult in de grotten van haar schedel. Ze opent het deksel van zijn graf met haar hand van mierenbot. Het klinkt als een geit in een droom. Ze beeft, maar hij beeft veel meer dan zij. Arme man! Arme Antonin Artaud! Hij is het inderdaad, de impotente die de sterren beklimt, die zijn zwakte probeert te confronteren met de kardinale coördinaten der elementen, die uit elk der subtiele of gestolde gezichten van de natuur poogt een gedachte samen te stellen die stand houdt, een beeld dat overeind blijft. Als hij al die elementen zou kunnen creëren, op zijn minst een metafysica van rampen zou kunnen voorzien, het begin zou de ineenstorting zijn!

Héloise betreurt in de plaats van haar buik geen muur te hebben zoals die waarop ze leunde toen Abélard haar obsceen met zijn pik prangde. Voor Artaud is ontbering het begin van de door hem gewenste dood. Maar wat een prachtig beeld biedt ons de gecastreerde!

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.134 -137]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Abélard s’est coupé les mains. À cet atroce baiser de papier, quelle symphonie est désormais égale. Héloïse mange du feu. Ouvre une porte. Monte un escalier. On sonne. Les seins écrasés et doux se soulèvent. Sa peau est beaucoup plus claire sur les seins. Le corps est blanc, mais terni, car aucun ventre de femme n’est pur. Les peaux ont la couleur du moisi. Le ventre sent bon, mais combien pauvre. Et tant de générations rêvent à celui-là. Il est là. Abélard en tant qu’homme le tient. Ventre illustre. C’est cela et ce n’est pas cela. Mange la paille, le feu. Le baiser ouvre ses cavernes où vient mourir la mer. Le voilà ce spasme où concourt le ciel, vers lequel une coalition spirituelle déferle, ET IL VIENT DE MOI. Ah ! comme je ne me sens plus que des viscères, sans au-dessus de moi le pont de l’esprit. Sans tant de sens magiques, tant de secrets surajoutés. Elle et moi. Nous sommes bien là. Je la tiens. Je l’embrasse. Une dernière pression me retient, me congèle. Je sens entre mes cuisses l’Église m’arrêter, se plaindre, me paralysera-t-elle ? Vais-je me retirer ? Non, non, j’écarte la dernière muraille. Saint François d’Assise, qui me gardait le sexe, s’écarte. Sainte Brigitte m’ouvre les dents. Saint Augustin me délie la ceinture. Sainte Catherine de Sienne endort Dieu. C’est fini, c’est bien fini, je ne suis plus vierge. La muraille céleste s’est retournée. L’universelle folie me gagne. J’escalade ma jouissance au sommet le plus haut de l’éther.

Mais voici que sainte Héloïse l’entend. Plus tard, infiniment plus tard, elle l’entend et lui parle. Une sorte de nuit lui remplit les dents. Entre en mugissant dans les cavernes de son crâne. Elle entr’ouvre le couvercle de son sépulcre avec sa main aux osselets de fourmi. On croirait entendre une bique dans un rêve. Elle tremble, mais lui tremble beaucoup plus qu’elle. Pauvre homme ! Pauvre Antonin Artaud ! C’est bien lui cet impuissant qui escalade les astres, qui s’essaie à confronter sa faiblesse avec les points cardinaux des éléments, qui, de chacune des faces subtile ou solidifiée de la nature, s’efforce de composer une pensée qui se tienne, une image qui tienne debout. S’il pouvait créer autant d’éléments, fournir au moins une métaphysique de désastres, le début serait l’écroulement !

Héloïse regrette de n’avoir pas eu à la place de son ventre une muraille comme celle sur laquelle elle s’appuyait quand Abélard la pressait d’un dard obscène. Pour Artaud la privation est le commencement de cette mort qu’il désire. Mais quelle belle image qu’un châtré !

arahhi ramani

2053

ik zaai in mij het lijf in mij zaai ik het
ik zoek mij in wat ik zaai in mij
en wereldwijd ik schrijf
in mij schrijf ik
mij

weg

klik
in mij
klik door
mij stroom is ik
klik en leuk de code
ik zaai in mij het lijf in mij zaai ik het

vuil spat korrels
botte letters zuigen
de straat uit de stad, lijf
schuift, lillen van levend
vlees in lederwaren

daden draden dagen
dragen derden maden
magen bergen vragen
hete lagen lippen

ik zaai in mij het lijf in mij zaai ik het

2020

zeep druipt zeppelin
stem van sadolin
stem tubeert trompettert
tubaat

grijs de grijze lucht
lucht is grijs met grijze
aarde stoffen dof op stof

schepen links en marconidraden
rechts en rode klompen
marinettimarinade

zwalpen pol, ja zwalpt
benen vingerkoten handen
zinkt  de rode zon de zee in
onder witgespoten wolken

’t mensensop is uitgebruist.


06-06-2007


“arahhi ramani arahhi pagri
i inseminate myself I inseminate my body
kima narum irhu kibrisa
like the river inseminates its banks"

oud-babylonische tekstfragment op kleiklomp YOS 1L2, zie  Jerrold S. Cooper. Magic and M(is)Use: Poetic promiscuity in mesopatamian Ritual, p.47 e.v. in Mesopotamian Poetic Language: Sumerian and Akkadian Marianna E. Vogelzang, Herman L. J.,. Vanstiphout ISBN 9072371844

het moment (77)

“in november pleurt de regen gaten in het donker”. de taal schift, namen verschuiven, woorden laten de zin plots los waarin ze net nog als gebeiteld zaten. klonters klank verdwijnen reddeloos in de mauve wervel van het rot.

de bakkerskoeken kleven vet op de plank, de feiten draaien uit op erger dan verwacht, de schoolhoofden schudden meewarig het hoofd. alles gaat de muil in van de dood. het is op een dag in november dat de oude assistent beseft: “ik geraak niet hogerop”.

een bejaard kindsterretje loopt mak en mank wat planten op te noemen. op het filmpje stapt de wijkagent met guitige ogen pardoes in misplaatste slachtafval. de dichter leest zijn eigen letters alsof hij iets wil stijf kloppen met een handvol pietluttigheid.

in de mond breekt de bloedblaar en lost de beelden die erin zich hadden verscholen. de kleuren? jus d’orange doorschoten met herfstgrauw, karmijn en het zure geel-groen zijn erg geliefd. het slikt het opgehoeste slijm op de tong maar weer in, alles ziet zwart van de herinnering.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #139

jt 139 – pauvre Antonin Artaud! – RACEAUTO

De klare Abélard (2)

Het is een vreemde mooie dag. Voortaan enkel nog mooie dagen. Vanaf vandaag is Abélard niet langer kuis. De strakke keten der boeken is verbroken. Hij renonceert de kuise coïtus en Gods permissie.

Hoe zoet is niet de coïtus! Zelfs de menselijke, zelfs terwijl je geniet van het lichaam van de vrouw, welk een serafijne sensualiteit binnen handbereik! De hemel binnen het bereik van de aarde, minder mooi dan de aarde. Een paradijs ingebed in haar nagels.

Maar dat de dij van een vrouw de roep der siderische lichten achter zich laat, zelfs wanneer die bovenin de toren zijn gemonteerd. Is Abélard niet de priester voor wie de liefde zo klaar is?

De coïtus is klaar, de zonde is duidelijk. Zo helder. Wat ’n kiemen, hoe zoet zijn niet deze bloemen voor het bleke geslacht, hoe vraatzuchtig zijn niet de genotskoppen, die aan het uiterste eind van genot de klaprozen spreiden. De klaprozen der klanken, de gevleugelde klaprozen van dag en muziek, als magnetische vogelpluk. Het plezier maakt indringende mystieke muziek op het scherp van een ranke droom. Oh! die droom waarin de liefde toestemt om haar ogen weer te openen! Ja, Héloise, jij bent het waar ik binnenloop met al mijn filosofie, in jou geef ik de ornamenten op, en in plaats daarvan geef ik je mannen wier geest trilt en glinstert in jou.-
Laat de Geest zichzelf bewonderen, want eindelijk bewondert de Vrouw Abélard. Laat dit schuim tegen de diepe en stralende wanden vloeien. De bomen. Attila’s vegetatie.

Hij heeft het. Hij bezit het. Ze verstikt hem. En elke bladzijde spant zijn boog en gaat verder. Dit boek, waarin je het blad der breinen omslaat.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.134 -137]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Il fait étrangement beau. Car il ne peut plus maintenant que faire beau. À partir d’aujourd’hui, Abélard n’est plus chaste. La chaîne étroite des livres s’est brisée. Il renonce au coït chaste et permis de Dieu.

Quelle douce chose que le coït ! Même humain, même en profitant du corps de la femme, quelle volupté séraphique et proche ! Le ciel à portée de la terre, moins beau que la terre. Un paradis encastré dans ses ongles.

Mais que l’appel des éclairages sidéraux, même monté au plus haut de la tour, ne vaut pas l’espace d’une cuisse de femme. N’est-ce pas Abélard le prêtre pour qui l’amour est si clair ? Que le coït est clair, que le péché est clair. Si clair. Quels germes, comme ces fleurs sont douces au sexe pâmé, comme les têtes du plaisir sont voraces, comme à l’extrême bout de la jouissance le plaisir répand ses pavots. Ses pavots de sons, ses pavots de jour et de musique, à tire-d’aile, comme un arrachement magnétique d’oiseaux. Le plaisir fait une tranchante et mystique musique sur le tranchant d’un rêve effilé. Oh ! ce rêve dans lequel l’amour consent à rouvrir ses yeux ! Oui, Héloïse, c’est en toi que je marche avec toute ma philosophie, en toi j’abandonne les ornements, et je te donne à la place les hommes dont l’esprit tremble et miroite en toi. – Que l’Esprit s’admire, puisque la Femme enfin admire Abélard. Laisse jaillir cette écume aux profondes et radieuses parois. Les arbres. La végétation d’Attila.

Il l’a. Il la possède. Elle l’étouffe. Et chaque page ouvre son archet et s’avance. Ce livre, où l’on retourne la page des cerveaux.

het moment (76)

het woord ontwaakt, het beeld verhaalt van een lijntje lichaam wiegend op een fiets, heur schoudertje bloot (“aan mij komt geen dood “fluistert Maaike off-screen) en meteen de lens krijgt lippen, likt en slurpt en slikt en spuwt fotonen in het kader ter fixatie in de ingelogde godenbreinen. men was gewaarschuwd, het was bekend: het is het en onverdoofd is het nauwelijks te harden.

hans beschildert uitgezogen eierschelpen in het hoofd, velimir verdeelt er de tijd in gele kermiseendjes met punten erop en georg wil de kleuren zelf horen zeggen hoe zwart hij wel niet is en hard en geel is veel en rood is volmaakt en rond en groot. het smeert met paul de sliertenbodem algenduister uit over de tafelen, de vloeren.

angst glibbert vervaarlijk tussen de blote tenen.

grijpend naar de blote enkels (op haar voetzool betastte het ooit zijn plan, dat lijf geworden was met sidderpret en glinsteroog en een aanrollen, een golven van zweet, spieren, geurige huid in het strakke keurslijf van haar sleutelmelodie), …

stil nu kinders, stil! dit is ernstig.

[de kinders zwijgen en kijken toe met hun mondjes open]

start de ochtendspraak!

[de klankband start]

“ochtend. de dauw toont in honderdduizendvoud de zonnegloed aan onze goden en daphne is vandaag de zwartstaartige C, een vol-okeren godin, compleet met maagdenstem en rafelig hoerenkleed, hoor maar hoe heilig en verkouden zij de oktobersequenzen zingt.”

[C. unmute en zingt met hese stem en het KOOR ]

C: het woord ontwaakt 
KOOR: de tijd is rijp 
C: het beeld verhaalt
KOOR: de plaats is klaar
C: het lichaam wiegt
KOOR: het is hie

[stroompanne]

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (75)

de stem is lucht verplaatst als door zwarte vogels, het oog betast het spinrag in hagen, rood omrandde wolkjes verglijden in gedaante naast gedaante, geniepig het kaduke land onttrekt zich aan de zon met een plots gesloten wolkendek. genadig is de herfst: her en der barmhartig rot grijpt bomen bij de strot en de zomer stuiptrekt in zijn zomp, sterft de gruweldood omdat hij eindelijk zichzelf herkent, een Belg in oktober.

slijmerig tentakels uit de vette aarde murwen zich in de holtes van het lyrieke hoofd dat splitst zoals de haren van een tienermeisje. het nihil van de treurnis druipt letters op het macadam die dadelijk tot vlek vervagen. een lijn wil nog wat zonnestralen zoeken, of scherven glas tenminste om zich tot bloedens toe een weg te banen naar het oker der maan.

maar ook de uil is heengegaan en het, de mummie in de tombe, de doeken zijn tot voorbij verzadiging doordrenkt en het sijpelt weg. zwart lubriek vocht op de witte tegelvloer, en het stinkt verschrikkelijk.

het graf een bed verder is leeg. niet eens een dode als publiek. de vurig oplichtende gliefen in het druipdonker op de muren vertellen het verhaal der niet-geliefden alsof herhaling na herhaling, omkering na verdraaiing niets tot iets vertalen kan. het zint op wraak, zoals een hond blijft blaffen die men heeft achtergelaten.

ooit en ambitieus als geen ander zal een wonderkind de frêle borst ontbloten, met daadkrachtige hand en trillende bovenlip dwars door de huid het hart uitrukken en uit de kloppende klomp zwermen dan de triljoenen kraaien uit, en die verslinden in oogwenken gans de aarde.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #138

De heldere Abélard (1)

Het fluisterende raamwerk vormt op het glas van zijn geest altijd dezelfde tekenen van liefde, dezelfde hartelijke uitwisselingen die hem misschien zouden kunnen redden van zijn man-zijn, mocht hij ermee instemmen om zichzelf te redden van de liefde.

Hij moet toegeven. Hij zal zich niet meer kunnen houden. Hij geeft toe. Dit melodieuze bruisen dwingt hem. Zijn geslacht klopt: een kwelwind fluistert, het geluid ervan is hoger dan de lucht. De rivier rolt vrouwenlijken om. Is het Ophelia, Beatrice, Laura? Neen, inkt, neen, wind, neen, rietvelden, oevers, schuim, vlokken. Er is geen sluis meer. Abélard heeft van zijn verlangen een sluis gemaakt. Ter samenvloeiing der gruwelijke en melodische stuwkracht. Heloise komt aangerold, meegesleept, naar hem toe, – EN ZE WIL HET GRAAG.

Ziedaar aan de hemel de hand van Erasmus die een mosterdzaadje van waanzin zaait. Ah, de merkwaardige opkomst. De beweging van de Beer fixeert de tijd aan de hemel, fixeert de hemel in de Tijd, aan deze omgekeerde kant van de wereld waar de hemel zijn gezicht aanbiedt. Immense nivellering.

Het is omdat de hemel een gezicht heeft dat Abélard een hart heeft waar al die sterren soeverein ontkiemen en hun staart roeren. Aan ’t eind van de metafysica staat deze liefde, met vlees geplaveid, met brandende stenen, in de hemel geboren na zovele wendingen van een mosterdzaadje waanzin.

Maar Abélard jaagt door de lucht als blauwe vliegen. Vreemde aftocht. Hoe verdwijnen? God! snel, een naaldgat. Het dunste naaldgat waardoor Abélard ons niet meer kan komen halen.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.134 -137]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

LE CLAIR ABÉLARD

L’armature murmurante du ciel trace sur la vitre de son esprit toujours les mêmes signes amoureux, les mêmes cordiales correspondances qui pourraient peut-être le sauver d’être homme s’il consentait à se sauver de l’amour.

Il faut qu’il cède. Il ne se tiendra plus. Il cède. Ce bouillonnement mélodique le presse. Son sexe bat : un vent tourmentant murmure, dont le bruit est plus haut que le ciel. Le fleuve roule des cadavres de femmes. Sont-ce Ophélie, Béatrice, Laure ? Non, encre, non, vent, non, roseaux, berges, rives, écume, flocons. Il n’y a plus d’écluse. De son désir Abélard s’est fait une écluse. Au confluent de l’atroce et mélodique poussée. C’est Héloïse roulée, emportée, à lui, – ET QUI LE VEUT BIEN.

Voici sur le ciel la main d’Érasme qui sème un sénevé de folie. Ah ! la curieuse levée. Le mouvement de l’Ourse fixe le temps dans le ciel, fixe le ciel dans le Temps, de ce côté inverti du monde où le ciel propose sa face. Immense renivellement.

C’est parce que le ciel a une face qu’Abélard a un cœur où tant d’astres souverainement germent, et poussent sa queue. Au bout de la métaphysique est cet amour tout pavé de chair, tout brûlant de pierres, né dans le ciel après tant et tant de tours d’un sénevé de folie.

het moment (74)

het wordt bevraagd. een ijsschots zuidwaarts drijvende antwoordt het, alsof de antwoorden niet op elke muur te lezen staan. zolang de leeuw nog luizen heeft, het noorden kwijt is, of de kluts, smelt, rilt, vloms is of schots, zegt het scheef hetzelfde in steeds weer andere verkeerd begrepen woorden.

want hun oceanen bestaan louter uit woord met hoge getalwaardes erin, scherpe pieken zout en hun deinen is temperatuurschommeling in de verborgen achterkamers van hun geil waar ze hun verschrompelde demon verstoppen, een uit de kluiten gewassen koffieschimmel. er is wel nog de befaamde landelijke mist waaruit het prooien knipt, veroverde leegte bij de snerpende klank van abdijklokken die de nonen klepelen.

een jonge vrouw dient zich aan, aandoenlijk triest omdat haar stem slechts de echo’s kent en nog niet de eigen klank. maar ze komt met klem in het leven, de vita. ze schiet met één blauw oog vanop haar witte walvisboot harpoenen op het af. haar pogen teder mist en plonst en balen touw rollen zich af in de diepte van haar ogen waarin het de ware wederom herkent: rillend, naakt, smeltend, noordwaarts wegdrijvend naar het verzengende midden vanaf de andere pool.

het noemt haar C en ze gaat akkoord met de vermelding (haar paardenstaart knikt driftig, de zwarte krulhaartjes raken de dieprode schrammen in haar nek, de oogjes dartelen met glimmen en spichtige glans). ze wordt lichaam eerst, zegt het, de stem en de hand van Inana en dan oceaan. ze vraagt nog ‘sterf ik dan?’,  het zegt ‘een beetje maar’ en het schenk haar de treurzang der sirenen.

wederom wordt het bevraagd, of er heden nog ijsschots was met luizenleeuw en/of mist rondom. wat ’n mooie schouders heeft die therapeute, ziet het, maar nee deze wil het al te heftig slurpen, naar binnen zuigen als was het bladen van gestoofde witloofstronk.

o C, elk lichaam is wonde maar de sloop van uw slanke hals is een lijden dat krimpt als kroepoek op de tong!

het moment (73)

in flarden, wit omrand, de wolken drijven drukkend in de wolken over, belagen elkander en sluiten gestaag de lichtbrengende verte uit het duister in de ogen. het bekijkt de ochtendmechaniek, ziet hoe dauw en kilte op de huid een rilling tekenen. er wordt geaarzeld. het davert nog wanneer het naar de handen kijkt.

zal treurnis weer de dag kleuren binnen deze uiterst ordentelijke muren van identiek gezaagde zandsteen? is deze verteller met de tranxenetong voortaan een noodzakelijk kwaad? de ogen worden haast gedwongen mee te stapelen, laag op laag, terwijl het enkel denken kan aan het veel compactere aansluiten op elkaar van lijken in een massagraf. in het brein blijft een hele zone gespaard van al te pijnlijke activiteit.

nijd, berouw en angst in slijmslierten vervlochten druipt er uit de praatholte der lubrieke vrouwen. de gehavende mannen slurpen met schuld gekneveld en geknot in vrees sloten zwarte koffie. ‘naar binnen, het slaaphok in’, maant het zich en onder het daverend applaus van halm en kei ontvlucht de eenzame hoeder van de stem de klomp der randgevallen

boven het hoofdkussen kleeft een stemmig kinderlijfje in de spreidstand van een geplette mug op het pastel der kamermuren. stil, erkentelijk voor de geboden kans op reïntegratie in de uiterste kring der acceptabelen, haalt het de meest gelauwerde gezangen boven, ogenschijnlijk onschuldige versjes vol geile kwinkslag en voorbarige wijsheidsslijm. het kale bed wordt zee van spraak en torenhoog verheft het zich in de herinnering: hoe zij flarden waren, wit omrand…

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #137

137- Saint Augustin me délie la ceinture – VISBAK

ik wou onlangs nog ’s proberen om voor een literair tijdschrift een introducerende tekst te schrijven over mijn praktijk, mijn manier van werken.

maar door dat te willen doen met zo’n ts als eindbestemming zou ik, zo bekroop mij toch het gevoel gaandeweg, alle beginsels van de beschreven praktijk zelf ontkennen. nu, dat is iets wat theoretisch wel kan, vind ik, zo veel belang heeft het überhaubt niet, maar in de praktijk lukt mij dat dus niet. het idee van een tekst die ik als af moet beschouwen terwijl ik nog leef, is mij gewoon te gruwelijk. ik werk dagelijks met levende tekst die ik heb weten geboren worden, zo’n tekst afmaken is mij zoiets als het slachten ter consumptie van een huisgenoot. ik heb dat recht niet. ik wil dat niet.

dus wat ik al had, laat ik dan maar hier verschijnen, in het eeuwige limbo waar mijn geschriften thuis horen. verspreid over enkele dagen wel, want ’t is toch weeral een serieuze boterham geworden.

over de praktijk van het geaugmenteerde schrijven

inhoud

veralgemeend schrijven

tot hier toe zei ik nog niets over de tekst en het talige als expressiemiddel en de interactie met andere uitdrukkingswijzen die op het gemeenschappelijke veld van de code samenkomen.
mijn concept van de geaugmenteerde schrijverij betreft wel degelijk ook een veralgemeend schrijven, het breidt uitdrukkelijk de schrijfpraktijk op het gemeenschappelijke veld van de code uit met alle mogelijke interacties met beeld, geluid, publiekservaring en eender welke vorm van creativiteit die codeerbaar is en waarmee je vanuit een algoritmisch schrijfverloop mee kan interageren.

dat is nu eenmaal ook het grote ‘voordeel’ dat we uit onze huidige situatie kunnen puren: nagenoeg elke creativiteit begint en eindigt in code, en gedurende het hele procesverloop is er altijd wel ergens sprake van actieve code die het proces begeleidt, al was het enkel maar de regisseuse die met haar acteurs overlegt via (video)chat.

heel onze levens zitten van wieg tot graf omwikkeld met een deels simultaan, maar deels ook temporeel divergerend codeverloop. onze profielen gaan ons al een klein stukje vooraf soms, maar lopen een flink eind door na onze dood. en het codeverloop dat onze biologische persoon, ons lijf als ankerpunt heeft, divergeert ook serieus wat, het is een actief ‘bestanddeel’ (sic) dat (hoofdzakelijk anoniem) deelneemt aan datastromen zonder dat wij daar erg in hebben.

we willen hier niet de nieuwe Virilio of Baudrillard gaan uithangen maar kauw toch maar effen hier op: de grenzen tussen wie wij lijfelijk ‘zijn’ en hoe wij simultaan tot data vergaan, als data geassimileerd en ook gecontroleerd worden zijn al lang buiten de greep van een klassieke causaliteitsopvatting, om van de psychologische modellen van identiteit, ik en onderbewuste maar te zwijgen.

het hoeft dan ook niet te verwonderen dat alle creatieve disciplines voluit dat contact met de code gaan exploiteren, al was het maar, om weerom de podiumkunsten tot voorbeeld te nemen, om de tekst van een opera in vertaling te tonen op een scherm boven de bühne. en uit de hedendaagse beeldende kunsten met haar voorliefde voor de installatiekunst, is de informatica al helemaal niet meer weg te denken.

nieuw zijn dergelijke omwentelingen onder invloed van de technische evolutie op de creativiteit helemaal niet, de graad van ingrijpendheid in de verandering die de informatietechniek teweeg brengt is dat wel, in die mate zelfs dat ze ons begrip te boven gaat: we weten niet eens wat er exact met ons aan het gebeuren is, en dat draagt danig bij aan het toenemende klimaat van onzekerheid en angst. het tumult is dusdanig groot dat we van crisis naar crisis hollen.

nu, van alle creatievelingen zijn merkwaardig genoeg onze  ambiërende literatoren de enigen die van al die technische mogelijkheden en het lonkende avontuur totaal niks wouden weten. de muziek heeft ook bij ons altijd het voortouw genomen qua technische innovatie maar ook beeldende kunstenaars hebben zich hier met even grote gretigheid op de nieuwe mogelijkheden gestort.
maar onze dichters bleven obstinaat in bundeltjes denken, onze prozaschrijvers in romans en de weinige theaterauteurs die nog wat voor de bühne pleegden kwamen op de proppen met heuse Griekse tragediebewerkingen. het lijkt wel of voor een Laaglandse literator enkel een koetjesreep snoepgoed is en dat snoepgoed enkel uit koetjesrepen kan bestaan.

als we even over onze schouder terugkijken, zien we dat onze literatuur geëvolueerd is uit een orale literatuur naar een voornamelijk geschreven en stilletjes alleen gelezen literatuur, maar ook daar ondergaat de tekst een hele gedaanteverwisseling.

en tekst die door code is onderbouwd is radicaal andere tekst dan handgeschreven tekst, dan op papier gedrukte tekst. ook al omdat de gecodeerde tekst gelezen wordt op schermen in een voortdurende interactie met gemanipuleerde beelden. de uitdraai op papier is maar een van de functie van gecodeerde tekst, van tekst binnen een lopend programma.

het concept ‘schrijven’ is immers net zo invulbaar als de muzikale creativiteit op de meest diverse manier het concept van ‘muziek’ in alle denkbare richtingen heeft uitgebreid, of zoals  de beeldende kunst  op onvoorstelbare wijze ge-explodeerd is in een enorme diversiteit aan ‘beeldvorming’, Gestaltung als je het liever op z’n Klee’s hoort.

ook wat het schrijven betreft is dat al meer dan 20 jaar zo:  alleen je eigen beperkingen als auteur, dat wat je jezelf wil opleggen,  houdt je daarin tegen om de meest waanzinnige interacties aan te gaan vanuit de schrijfpraktijk zelf.

maar wat zien we: nagenoeg elke schrijvende auteur nijpt de bilspleet krachtdadig toe in een totale verkramping van angst voor de kleinste verandering.
zelfs als je hen een platform aanbiedt, een ganse infrastructuur waar ze gratis met de nieuwe technieken zouden kunnen gaan experimenteren, houden ze nog liever angstvallig hun kak in tot ze weer veilig thuis achter het schrijfbureautje met hun papiertjes kunnen schuiven en tussen de geliefde boekjes naar verwante passages kunnen neuzelen bij de laatste geniale inval die hen ongetwijfeld een zitje naast Dante tussen de Pleijaden zou gaan bezorgen.

ze vertrouwen die hoogst individuele tekstkeuteltjes nog liever toe aan de genadeloze molens van Facebook dan er ook maar de minste poging tot opwekking van een levend tekstlichaam mee te doen op zulk een gratis, gedeeld en zoveel mogelijk ideologisch vrij gehouden platform.

interaktie met andere auteurs? bah, sèg, is dat een niewsoortige sexclub ofzo? tools ter uitbreiding van de schrijfmogelijkheden? beuh, gaat jouw machineding mij leren schrijven of wat? mij, MOI?

‘mooi niet!’ en ‘mijn tekst is mijn kapitaal!’, zo hoor je het knetteren in de kortgesloten geesten, de zombiebreinen der Bartheske auteurs!

eventjes, heel eventjes, in de jaren 2005-2010 was er bijna sprake van een omwenteling toen het leek of de blogcultuur effectief wat zou teweegbrengen, maar de opkomst van de smartphone en de sociale netwerken nekten binnen de kortste keren alle toch al vrij weelderige opbloei daarvan en het was al snel weer ieder voor zich in het eigen kot, met het telefoonnummer van de Laatste Uitgever veilig in de portefeuille.

een stilzwijgend afgekondigde algemene lockdown die nu al zo’n tien jaar stand houdt. nagenoeg alleen de gecertificeerde Zot Vekemans loopt nog rond daarbuiten alsof het niet levensgevaarlijk is om welke tekst dan ook beschikbaar te maken op dat gruwelijke internet! het stikt er van de gewone mensen! wie weet wat loop je op!



“zou ik toch maar niet doen, joh! zo win je nooit wat!”

?


BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (72)

net nog was er omsluitend een zij, de entiteit van de beminde, een woordvast heelal waarin het niet zo hoefde. zij smolten samen in een duistere deugd, een laconieke rust, of in een andere kwalificatie van het onzegbare, de dagelijkse vondst in de woordenschat. een natuurlijke uitkomst was het hen uit het kluwen van de weemoed die huisde in de gezamenlijke slaap, want bij elk ontwaken was er wel een wrijven van duimen teder over duimen, een slungelachtig begroeten van innige armen onder elkaar. het alomvattende was een leven dat ademde.

en nacht zong nacht en hun lied was genaamd ‘begeerte’, en telkens beschreef het licht der sterren met stralen strak het weke ogenblik der penetratie. elke constellatie was een zoeken naar hoe zij elkander ijkten en alles schoof met alles in elkaar tot een kleine, ronde steen.

een wiegen ving dan aan waarin de aarde , de lucht, de zee in het vlammen van hun lust verdween. zij werden creator, creatrice, godin en god en zij slokten gulzig het gebeuren op in zoen, in aai, in weg zijn van en voor elkaar.

gebald tot één moment waren zij. en wel zo, dat het nu gebeuren kan dat het steentje wegstuitert als een knikker op de tegelvloer van ’t hospitaal, en dat de klank daarvan geheel betekenisloos geworden is. het beseft nog steeds niet dat het zelf niet wou bestaan.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #136

136 – Un paradis encastré dans ses ongles – BAKVIS

ik wou onlangs nog ’s proberen om voor een literair tijdschrift een introducerende tekst te schrijven over mijn praktijk, mijn manier van werken.

maar door dat te willen doen met zo’n ts als eindbestemming zou ik, zo bekroop mij toch het gevoel gaandeweg, alle beginsels van de beschreven praktijk zelf ontkennen. nu, dat is iets wat theoretisch wel kan, vind ik, zo veel belang heeft het überhaubt niet, maar in de praktijk lukt mij dat dus niet. het idee van een tekst die ik als af moet beschouwen terwijl ik nog leef, is mij gewoon te gruwelijk. ik werk dagelijks met levende tekst die ik heb weten geboren worden, zo’n tekst afmaken is mij zoiets als het slachten ter consumptie van een huisgenoot. ik heb dat recht niet. ik wil dat niet.

dus wat ik al had, laat ik dan maar hier verschijnen, in het eeuwige limbo waar mijn geschriften thuis horen. verspreid over enkele dagen wel, want ’t is toch weeral een serieuze boterham geworden.

over de praktijk van het geaugmenteerde schrijven

inhoud

beginsel en metaforische uitwerking

schrijven is zeer concreet altijd een handeling. elke handeling kan omschreven worden met een handelingsverloop. wanneer zulk een beschrijving de voortgang van de handeling gaat bepalen wordt de beschrijving een voorschrift, een bepalend algoritme.

nu: ‘schrijf een boek over fietsen op de heide’ kan je beschouwen als een algoritme omdat die zin om een handeling vraagt, maar het gaat de fietsliefhebber erg vrij laten in hoe hij die handeling stelt.

wanneer echter uitgever X aan auteur Y vraagt om een boek over fietsen op de heide te schrijven in samenwerking met fotograaf Z zodat er per hoofdstuk een fietstocht beschreven is van een der 10 vooraf in samenspraak met de toeristische dienst bepaalde trajecten en met aandacht voor die en die handelszaken op het traject, zal de uitgever wel realistisch genoeg zijn om die bijzonderheden vast te willen leggen in een bepalend contract.

zo’n contract lijkt al veel meer op een echt algoritme voor een schrijfhandeling, en de auteur zal er heel zijn handelswijze naar organiseren en elke partij zal het aldus gecreëerde kader als een hulpmiddel beschouwen om tot een bevredigend resultaat te komen.

goed, maar wat heeft dit nu met literatuur uitstaans? wel, enerzijds merken we dat meer en meer als literair bestempelde schrijfhandelingen gebeuren waarbij er contracten worden afgesloten om bepaalde producten te verwezenlijken. zelf vind ik dat nonsens omdat ik dat onwerkbaar acht, maar ik zie geen reden om die praktijk bij anderen af te keuren: als zij hun schrijven op dermate commercieel bepaalde wijze best oké vinden, is dat hun zaak. ik zie ook her en der schrijfopleidingen gevolgd worden waarbij de deelnemers getraind worden om op een bepaalde ‘succesvolle’ manier te leren schrijven. mij best ook, men doet maar, ik vind het maar niks.

maar waarom wil ik dan zelf mijn schrijven op een dwingende manier gaan organiseren? wel het is vanzelf gekomen, maar achteraf bekeken zijn er twee redenen waarom ik het fijn vind: het biedt mij een alternatief voor enkele functies die vroeger de levende literaire cultuur had en het verruimt op een vrij spectaculaire manier mijn mogelijkheden als schrijver.

maar het allerbelangrijkste is wel dat elke algoritmische sturing die ik mijzelf graag opleg, geheel gegroeid is uit het ‘natuurlijke’ verloop van het creatieve schrijven zelf, en op geen enkele wijze ingegeven is door een of andere vreemde of aliënerende ‘productomschrijving’. en die ‘natuurlijke’ literaire algoritmes blijken van goudwaarde omdat ze in alle opzichte enorm stimulerend werken…

maar hoe dan? wel je kan het hier dagelijks zien gebeuren, elk schrijfprogramma is voorzien ook van een ‘uitleg’ een minimum aan documentatie zodat iedereen kan uitmaken hoe het effectief in zijn werk gaat.

maar misschien is er naast het feit dat je het hier kan zien gebeuren ook nog wat explicatie nodig, een theoretische fundering. mij best. hieronder volgt de allegorie van het tekstlichaam, die ik dan maar lustig laat uitwaaieren in het soort theoretisch pleidooi voor eigen winkel dat we nog wel kennen uit de “poetica’s” der auteurs vroeger.

het heeft wel iets, dat geouwehoer van me, en ik kan er mijn gram in kwijt, maar het is ongeveer hetzelfde als proberen uitleggen wat een computerprogramma doet, of wat de ervaring van een computerspel is: als je echt wil weten wat het is, leer en gebruik dan het programma, speel en geniet van het spel…


geaugmenteerd schrijven is door de algoritmische organisatie ervan een recursief schrijven, lussenwerk: het is georganiseerd in programmaloops met conditionele deviaties en vertakkingen. klinkt complex, maar het is doodeenvoudig. het vereist wel enige radicaliteit, enige doortastendheid. eens je begint met dit soort praktijk is er ook geen weg terug meer, niet door enig verbod want  je zal die terugkeer beslist willen weigeren, want niets anders kan je dezelfde voldoening geven.

de praktijk van het geaugmenteerde schrijven begint bij het verwerpen van de finaliteit van de tekst: het doel van de praktijk is niet de productie van een voltooide tekst, maar de praktijk van het schrijven zelf. de tekst die men de lezers presenteert is altijd ‘slechts’ een uitdraai van het lopende programma. eens het programma niet meer loopt of wanneer de activiteit een tijdje is stilgevallen, rest er wel een vorm van eindtekst of een min of meer stabiele versie die men dan desgewenst kan ‘publiceren’ in boekvorm, maar in principe is de publicatie een voortdurend continu gebeuren: het programma interageert met andere programma’s en met lezers/auteurs op basis van de tekst. de tekst is dus eerder een ‘stream’ of een dynamische data-flow dan een autonoom ‘ding’.

een ‘dood’ schrijfproces kan, zelfs na het overlijden van de auteur die het aanvatte, steeds nog gereactiveerd worden, op voorwaarde dat het algoritmische verloop beschreven is of ten minste af te leiden is uit de overgeleverde tekstuitdraai.

je merkt hier al dat de functie van de auteur heel wat van zijn goddelijke onfeilbaarheid verloren heeft. over de wenselijkheid daarvan, weerom, valt m.i. weinig zinnigs te zeggen: we stellen het vast.

nu, het schrijven is altijd ook wel een zich uitschrijven geweest: de tekst neemt vorm aan, wordt zijn eigen doel , verscherpt als het beoogde in de act van het schrijven zelf. zo functioneert ook het schrijven als expressie van de schrijvende , de auteur. het product is pas de laatste decennia naar voren getreden als alles bepalende finaliteit in de praktijk: het geproduceerde boek is het enige wat ‘telt’, letterlijk, in de GeldRuimte 1)zie theoretisch addendum, later. vandaar dat de autopoiesis inherent aan het schrijven zelf bepaalde teksten wel voortdurend herkenbaar en leesbaar zal maken als uitdrukking van één en hetzelfde programma waarvan de primaire invoerpoort altijd een of andere vorm van ‘auteur’ zal blijven.

goed, maar wat moeten we hier ons bij voorstellen? 2)tja, je kijkt er naar maar goed laten we een eerste conceptuele toegang aanmaken via de metafoor van het tekstlichaam waarna we in een volgende paragraaf 3)die er wellicht niet komen zal, want toen ik dit schreef besefte ik pas hoe dwaas het hele opzet was een concreet voorbeeld van zo’n routine bekijken.

het geaugmenteerde schrijven zet een knip in het schrijven als productieproces en neemt later de uitvoer van het schrijven weer op als invoer van het daaropvolgende schrijven: de tekst blijft vervolgens vanuit de innerlijke schrijfdrang verder in de wereld komen, hoopt zich op in de virtuele omgeving, de gecodeerde tekstruimte van het internet. het tekstlichaam leeft en groeit zienderogen onder impuls van de onaflatende energie van de schrijfdwang van de auteur.

de auteur is de bevoorrechte getuige van dit leven en heeft derhalve de plicht om dat tekstuele lichaam te verzorgen, te cultiveren. de auteur is niet langer de goddelijke schepper maar de dienaar, de cultivator en de lezer van het eigen werk. het auteursrecht bestaat enkel in het recht van het individu, van élk individu om de schrijfactiviteit te mogen uitoefenen, om de beste zorgen voor het levende tekstlichaam te mogen organiseren, te mogen afdwingen als een onontvreemdbaar mensenrecht.

voor het uitwerken van de eigen tekst zal de auteur die dus samenvalt met de lezer binnen afzienbare tijd kunnen rekenen op technische hulpmiddelen die haar in staat stellen om zich comfortabel in  het eigen tekstlichaam te omhullen en zo te interageren met de geaugmenteerde werkelijkheid. ook op andere terreinen van de creativiteit zien we deze evolutie van een ‘democratisering’ naar ‘onderen’ toe van wat ooit strikt voorbehouden was voor een intellectuele elite. de reden is eenvoudig: voor alle ‘slimme’ machines zijn wij allemaal min of meer even dom. die nieuwe gelijkwaardigheid  op basis van  omnivalente en omnipresente techniek is natuurlijk vooral voor de opvolgers van de vroegere elite moeilijk te verteren.

maar zij die de elitaire traditie willen conserveren omwille van haar verfijning, haar diepgang, haar rijkdom en meer van dat soort ideologisch bepaalde adjectieven, zouden er beter aan doen om afstand te nemen van het produktiedenken want dat leidt volgens onomstootbaar kapitale natuurwetten onherroepelijk naar grijze eenheidsworst, pulp getooid met het franje van de dag.

na verloop van tijd en dankzij de zorgen van de geaugmenteerde auteur die het hele proces in goede banen leidt krijgt het tekstlichaam vorm: het  zoekt aansluiting bij andere auteurs, de lezers, het wil zich propageren. hier kan het desgewenst aansluiting vinden bij het doorrottende kapitalistische productieproces.

ik durf beweren: mijn schrijven als creatieve  activiteit is  een mentale gezondheidsoefening die middels de praktijk van het geaugmenteerde schrijven iedereen die het wil beoefenen innerlijke rust en uiterlijke bewegingsvrijheid kan bieden, en de voldoening om actief deel te nemen aan een florerende taalgemeenschap. dat kan omdat de basismethodes aanpasbaar ontworpen zijn voor de noden van eenieder. want daar willen we  naartoe (omdat het niet anders kan): iedereen (en alles)  die (dat) taalmachtig is, is auteur, kan de auteursfunctie vervullen 4)de aandachtige lezer zal al opgemerkt hebben dat in mijn denken de dood, de sterfelijkheid ook een voorwaarde is om als auteur te kunnen functioneren..

Noten   [ + ]

1. zie theoretisch addendum, later
2. tja, je kijkt er naar maar goed
3. die er wellicht niet komen zal, want toen ik dit schreef besefte ik pas hoe dwaas het hele opzet was
4. de aandachtige lezer zal al opgemerkt hebben dat in mijn denken de dood, de sterfelijkheid ook een voorwaarde is om als auteur te kunnen functioneren..

het moment (71)

een ogenblik is geen moment. het, het moment, vindt slechts plaats wanneer de ogen zich sluiten, daar waar de geest zichzelf ontwaart en zich weet op te heffen. artichoc. hartsgedaver. de diepte van de liefde diep in de liefde van de lust. de, de iteratief van de daad, de dader, het denderen.

niet zo het. het is het dagelijkse, het onbedachte, het is dat je weet dat de zon opkomt. waarom? het zal u leren. ja u. gij. welk kwaad wilt gij het verwijten?  lekker is wat lekker is. de droom van het zijn is het ontnomen, het zwart dat het als negatieve god omarmde. en u? niets is het vergeten, niets heeft nooit meer dan het nu, nu bestaan. en van u weet het alles nog.

het likt uw lippen, maakt een haar van u, verwoordt u tot uw zekerheid, verlettert u tot de vaste grond waarin het bloeien kan. het neemt u koud in uw reet, droog in uw kut en u zucht amper. maar kijk, zie hier: een bloem voor u,  wiegende met ettelijke bleke kelkjes. het vergeet u niet.

zacht en oorverdovend is het een ik in u, een wens-ik dat weet dat het een het is, en een het blijven zal, maar zo eenvoudig is het, toch, dat ik. omdat geen oor het zwijgen hoort, omdat alles en niets vergaat in het niemandsland waarin ook uw strelen verstillen moet tot de stilte die nodig is midden in de drukte van elk strelen. omdat ook u het is.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #135

jt 135 – La chaîne étroite des livres s’est brise – MOEDERHUIS

ik wou onlangs nog ’s proberen om voor een literair tijdschrift een introducerende tekst te schrijven over mijn praktijk, mijn manier van werken.

maar door dat te willen doen met zo’n ts als eindbestemming zou ik, zo bekroop mij toch het gevoel gaandeweg, alle beginsels van de beschreven praktijk zelf ontkennen. nu, dat is iets wat theoretisch wel kan, vind ik, zo veel belang heeft het überhaubt niet, maar in de praktijk lukt mij dat dus niet. het idee van een tekst die ik als af moet beschouwen terwijl ik nog leef, is mij gewoon te gruwelijk. ik werk dagelijks met levende tekst die ik heb weten geboren worden, zo’n tekst afmaken is mij zoiets als het slachten ter consumptie van een huisgenoot. ik heb dat recht niet. ik wil dat niet.

dus wat ik al had, laat ik dan maar hier verschijnen, in het eeuwige limbo waar mijn geschriften thuis horen. verspreid over enkele dagen wel, want ’t is toch weeral een serieuze boterham geworden.

over de praktijk van het geaugmenteerde schrijven

inhoud

inleiding

‘geaugmenteerd schrijven’ noem ik dat schrijven dat zich enerzijds uitdrukkelijk wenst te verhouden tot een literaire traditie en daar een voortzetting van wil zijn,  en dat anderzijds  uitgebreid wordt door technieken ontleend aan de informatietechnologie.

mijn experimentele praktijk van het geaugmenteerde schrijven is in wezen een algoritmisch bepaald handelingsverloop. ik schrijf, letterlijk, steevast binnen een programma waarvan je het algoritme kan uitschrijven in pseudo-code en dat je dus ook zou kunnen programmeren in ‘echte’ code, zeg maar Java of C+, en overlaten aan een niet-humane ‘agent’, gesteld dat die dezelfde functies zou kunnen vervullen. iets wat overigens gezien de huidige stand van de techniek helemaal niet ondenkbaar of onmogelijk is.

over het wenselijke van een en ander spreek ik mij liever niet uit, omdat we al deze (d)evoluties hoegenaamd toch niet in de hand hebben: het maakt niet uit of je dit ‘goed’ of ‘slecht’ vindt. wat ik wel geloof is dat als je enige steekhoudende literaire praktijk wil onderhouden, je best rekening houdt met de impact van de techniek op de organisatie ervan en dus ook op de aard, hoe het als ‘literatuur’ gebeurt of gebeuren kan in de echte wereld.
en daar hoort m.i. dus een radicaal herziene invulling van het begrip ‘auteur’ bij, van de functie van het schrijven zelf.

doe je die denkoefening niet, dan ben je in mijn optiek met een louter reactionaire, nostalgische simulatie bezig, en dat kan dan best prettig zijn, ik heb daar hoegenaamd niks op tegen, de maatschappelijke en/of culturele relevantie ervan is voor mij evenwel onbestaande en in geen enkel opzicht te rijmen met de literaire traditie, hoe je die ook wil middels canonieke betitelingen toe-eigenen 1)heel het canon-gedoe is m.i. louter media-heisa dat enkel mogelijk is omdat de literatuur zelf dood is, er wordt een chocolade laagje over het lijk van een gebeuren gegoten. ik erger mij daar mateloos aan omdat de ‘beweging’ die dus geheel literatuur-vreemd is, alles wat ik liefheb in de eigen ideologie wil inlijven, wil tot bezit mortificeren. bah! gelukkig is de ‘dood’ van een proces een heel relatief en tijdsgebonden gegeven en kan het hele proces mits de nodige ingrepen sneller dan men denkt weer tot leven komen en dan valt heel die volksbedriegerij wel uit de pels als de beunhazerij en de respectloze bekladding die het is en reduceren tot je eigen ideologie. zo werkt het gewoon niet.

nu, dat ‘denkbare’ programma van het schrijven heeft sinds 2004 voor mijzelf een naam: het is vernoemd naar een werk van Kurt Schwitters: Neue Kathedrale des erotischen Elends.
dat project was aanvankelijk opgezet als een zgn. ‘mock-up’ van een maakbaar programma. de term ‘mock-up’ duidt in de informaticawereld op een demonstratieversie van een mogelijk programma dat aan de klant getoond wordt om de mogelijke functionaliteiten van het order te kunnen evalueren.
als mock-up was mijn Kathedraal van 2004 tot 2011 te bezoeken als een website waarachter een heuse webapplicatie schuilging, een soort van zandbak waarmee ik de mogelijkheden van ‘literatuur en informatica’ wou onderzoeken.
van 2011 tot 2017 heeft mijn schrijven zich wat afzijdig gehouden van al te veel bemoeienissen met de techniek en ben ik langzamerhand meer vanuit de noden van dat schrijven zelf beginnen denken, een wending die veel twijfel maar een zekere verdieping met zich meebracht. meer daarover kan u desgewenst vernemen in het addendum over de theoretische achtergrond van de Neue Kathedrale.

nu, de NKdeE, het hoofdprogramma bestaat uit verschillende deelroutines, afzonderlijke modules in diverse graderingen van rigiditeit in hun al dan niet strikt algoritmisch verloop. op die manier is het spanningsveld tussen automatisering en autonoom ‘humaan‘ handelen dat m. i. onze huidig tijdsgewricht kenmerkt ook actief in mijn creatieve praktijk.

alle functies die ik al schrijvende vervul zijn  functies die ook zouden kunnen worden uitgevoerd door niet-humane ‘agents’, handelende subjecten. het handelingsverloop van mijn schrijven is een aaneenschakeling van invoer/uitvoer acties tussen tekstverwerkingsprocedures die georganiseerd zijn op diverse populaire content management systemen (WordPress en Blogger) met een systematische uitvloei naar de sociale netwerken (voornamelijk Facebook maar ook Twitter, Instagram, You Tube e. a.)

men heeft m.i. te lang, schrijven in functie van een achterhaald patriarchale mythe van de ‘geniale auteur’, de impact van de (technische) manier waarop wij schrijven verwaarloosd: er is een onmiskenbare evolutie van handgeschreven tekst naar zeer uitgesproken  fenomenen als de na-oorlogse  typmachineromans, post-moderne tekstverwerkingspoëzie, experimentele internetlyriek en commerciële literatuurproductie door geschoolde schrijvers op basis van marketingstechnieken.

men noemt dat allemaal ‘schrijven’ en/of ‘literatuur’ zonder het aandeel van de techniek in de processen te willen onderkennen, laat staan dat men de commerciële vereisten die aan de ‘auteurs’ worden opgelegd een bespreking waard acht. het is m.i. dan ook onmogelijk om vanuit al die radicaal verschillende praktijken nog één zinnig woord over ‘hedendaagse literatuur’ te zeggen, het begrip is een lege doos waar iedereen naar eigen goeddunken wat instopt om het vervolgens als ‘literatuur’ verkocht te krijgen.

van daar ook dat mijn vertrekpunt in 2004 was om al schrijvende de vraag te willen onderzoeken wat het heden ten dage nog zou kunnen inhouden om ‘auteur’ te zijn, en of je hoe dan ook nog tot een relevante literatuurpraktijk kan komen.
ik beweer niet dat ik op die vraag enig zinnig antwoord kan geven, de vraag stellen maakt ze al onbeantwoordbaar, want je komt hier m.i. meteen in een vicieuze cirkel van vragen terecht die allen refereren naar iets dat enkel in de hoofden van een kleine elitaire minderheid leeft. vroeger had die minderheid nog een reële lezersbasis, de literaire vijver die er restte van de eens zo roemruchte ‘Republiek der Letteren’ had nog voldoende omvang en maatschappelijke impact om al die claims ernstig te nemen, nu ontbreekt die basis in de realiteit ten ene male.

maar hoe dan ook, ik heb ondertussen wel een voorbeeld weten uit te bouwen van een schrijfpraktijk die werkt voor mij en voor een beperkt aantal lezers die ik ook als mede-auteur beschouw maar daarover verder meer.
meer hoeft dat voor mij op dit ogenblik niet te zijn, want ik moet enkel kunnen schrijven op een manier dat ik er zelf in kan geloven. en dat werkt dus.

dat op zich, dat mijn exemplarisch opgezette praktijk wérkt en in mijn, al zeg ik het zelf, erg kritische beoordeling naar behoren werkt,  geeft mij hoop dat er nu en na ons nog een vorm van ‘literatuur’ mogelijk is, en hoewel het dan m.i. enkel een soort ‘non-literatuur’2)op analoge wijze noemt François Laruelle zijn radikaal verschillende denkwijze een non-filosofie kan worden die zich buiten de fallocentrische ontologie 3)zie het theoretisch addendum, later zal moeten heruitvinden, zie ik daarin dus toch een bevestiging van een allerminst evidente veronderstelling.

maar een mogelijkheid impliceert nog geen realiteit, dat kan uiteraard enkel de toekomst uitwijzen. hoe dan ook:  een literatuur die je probeert te creëren, kan in mijn optiek enkel echt literatuur worden na de dood van de auteur ervan, wanneer de resterende geschriften of de praktijk als dusdanig geconsacreerd worden door de lezer en de levende auteurs.

je kan nou eenmaal niet aan je tafeltje gaan zitten en tegen jezelf zeggen: nu ga ik ’s literatuur schrijven, dat oordeel, die kwalificatie, heb je zelf nooit in handen, ook niet als je het euh, fortuin hebt om tijdens je leven als ‘literator’ geëerd te worden. niets is meer vergankelijk dan dat soort betiteling van je tijdgenoten.

maar deze individu- en sterfelijkheidsoverschrijdende visie op literatuur is men blijkbaar wat uit het oog verloren, zou je zeggen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. heel het canon-gedoe is m.i. louter media-heisa dat enkel mogelijk is omdat de literatuur zelf dood is, er wordt een chocolade laagje over het lijk van een gebeuren gegoten. ik erger mij daar mateloos aan omdat de ‘beweging’ die dus geheel literatuur-vreemd is, alles wat ik liefheb in de eigen ideologie wil inlijven, wil tot bezit mortificeren. bah! gelukkig is de ‘dood’ van een proces een heel relatief en tijdsgebonden gegeven en kan het hele proces mits de nodige ingrepen sneller dan men denkt weer tot leven komen en dan valt heel die volksbedriegerij wel uit de pels als de beunhazerij en de respectloze bekladding die het is
2. op analoge wijze noemt François Laruelle zijn radikaal verschillende denkwijze een non-filosofie
3. zie het theoretisch addendum, later

het moment (70)

het? zichzelf? het ziet zichzelf niet meer. het is een flits ontlading in een zweem verlangen. wat is het? stempelkussen van haar huid, de stem is groeve, muziekspiraal, een wimpel liefde in de wind. wat is het? het? in deze woordenkerker wordt het nog gedwongen tot een vraag terwijl het aanbod zelf een lijden is. wat valt er aan een het nog te castreren?

laat de dagen in één dag zich sluiten, een korte gang van hier naar nergens, een rode zon die zont in eigen gloed. samen nog wat diertjes kijken, misschien, hand in hand en dromen dat het klauwen zijn, en zij die zingt hoe schoon het leven is (“hoe schoon is niet het le_even”)

het prijst gedwee de gunst dat het zo sterven mag, en tam en dof en in de pas trommelt droef de dodentrom. en er is kermis, braadworst, carrousel, en dansend schuiven op een vloer van plank en zagemeel en iedereen is vrolijk en iedereen lacht omdat het eindelijk verdwenen is, de vloek van het moment. de wegen zijn autoloos, de lucht is vrij van verkeer en de nacht is eindelijk weer nacht en feest en angst en pijn en leuk hoe alles weer zichzelf herkent, net voor het einde.

dan wilt het haar zoenen, langzaam, lippen eerst en dan haar tong die niet meer spreken mag of kan. het is een rilling die door haar schouders gaat, een spasme dat zegt dat het haar kent. kennis. elke intelligentie is vernauwing, angst, de verstikkende aandrang van de ziel om de hel van het zelfbesef te kunnen ontvluchten. kennis is vernietiging.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #134

jt 134 – Il se glisse entre ses états – HUISMOEDER

Héloise en Abélard (slot)

Zijn gedachten zijn mooie bladeren, platte oppervlakken, opeenvolgingen van knooppunten, agglomeraties van contacten waartussen zijn intelligentie moeiteloos doorglipt: ze gaat. Want dat is wat intelligentie is: zich omzeilen. De kwestie stelt zich niet langer om fijn te zijn of slank, om van ver samen te komen, om te omhelzen, af te wijzen, los te laten.

Hij glipt tussen zijn staten door.

Hij leeft. En de dingen draaien in hem als granen in een korenwan.

De kwestie van de liefde is eenvoudig.

Wat maakt het uit of hij minder of meer is, want hij kan zich opwinden, zich ontglippen, evolueren, zichzelf terugvinden en komen bovendrijven.

Hij heeft het spel der liefde herontdekt.

Maar zoveel boeken tussen zijn gedachten en de droom!

Zoveel verlies. En ondertussen, wat deed hij met zijn hart? Het is een wonder dat er hem nog wat hart rest.

Hij is er. Hij is er als een levende medaille, als een verbeende heester van metaal.

Ziehier de hoofdknoop.

En Héloise, zij heeft een jurk, zij is mooi van voren en van achteren.

Dan voelt hij de vervoering van de wortels, de massale, aardse verheffing, en zijn voet op het blok van de wentelende aarde voelt de massa van het firmament.
En Abélard, die als een dode man is geworden, Abélard voelt zijn skelet kraken, verglazen, en op het vibrerende toppunt, op de kim van zijn inspanning schreeuwt hij het uit:
“Hier wordt God verkocht, aan mij nu de vlakte van de geslachten, de galetten van het vlees. Geen vergeving, ik vraag niet om vergeving. Uw God is niets meer dan een koude kogel, ledematenmest, bordeel van de ogen, buikmaagd, hemelmelkerij! »

Aldus verheft zich de hemelmelkerij. Misselijkheid overvalt hem.

Het vlees in hem maalt het schubbenslib rond, hij voelt het harde haar, zijn afgesneden buik, hij voelt zijn staart die vloeibaar wordt. De nacht rijst op bezaaid met naalden en ziedaar met een klap van de schaar knippen ZIJ hem de mannelijkheid af.

En daar vouwt Héloise haar jurk op en zij kleedt zich gans naakt uit. Haar schedel is wit en melkachtig, haar borsten loens, haar benen spichtig, haar tanden maken een papieren geluid. Ze is dom. En ja, dit is inderdaad de vrouw van Abélard de gecastreerde.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.129-133]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Ses pensées sont de belles feuilles, de planes surfaces, des successions de noyaux, des agglomérations de contacts entre lesquels son intelligence se glisse sans effort : elle va. Car c’est cela l’intelligence : se contourner. La question ne se pose plus d’être fin ou mince et de se rejoindre de loin, d’embrasser, de rejeter, de disjoindre.

Il se glisse entre ses états.

Il vit. Et les choses en lui tournent comme des grains dans le van.

La question de l’amour se fait simple.

Qu’importe qu’il soit moins ou plus, puisqu’il peut s’agiter, se glisser, évoluer, se retrouver et surnager.

Il a retrouvé le jeu de l’amour.

Mais que de livres entre sa pensée et le rêve !

Que de pertes. Et pendant ce temps, que faisait-il de son cœur ? C’est étonnant qu’il lui en reste, du cœur.

Il est bien là. Il est là comme une médaille vivante, comme un arbuste ossifié de métal.

Le voilà bien, le nœud principal.

Héloïse, elle, a une robe, elle est belle de face et de fond.

Alors, il se sent l’exaltation des racines, l’exaltation massive, terrestre, et son pied sur le bloc de la terre tournante se sent la masse du firmament.

Et il crie, Abélard, devenu comme un mort, et sentant craquer et se vitrifier son squelette, Abélard, à la pointe vibrante et à la cime de son effort :

« C’est ici qu’on vend Dieu, à moi maintenant la plaine des sexes, les galets de chair. Pas de pardon, je ne demande pas de pardon. Votre Dieu n’est plus qu’un plomb froid, fumier des membres, lupanar des yeux, vierge du ventre, laiterie du ciel ! »

Alors la laiterie céleste s’exalte. La nausée lui vient.

Sa chair en lui tourne son limon plein d’écailles, il se sent les poils durs, le ventre barré, il sent sa queue qui devient liquide. La nuit se dresse semée d’aiguilles et voici que d’un coup de cisailles ILS lui extirpent sa virilité.

Et là-bas, Héloïse replie sa robe et se met toute nue. Son crâne est blanc et laiteux, ses seins louches, ses jambes grêles, ses dents font un bruit de papier. Elle est bête. Et voilà bien l’épouse d’Abélard le châtré.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (69)

het leven is een hoed die het heeft afgezet. de hand is vingers aan een houten staaf, kaduke krukas van verlangen. zonderling. het suist als gas in het plaatsloze rijk der ondergang.

de slapen raken aan een lucht die kille massa is. geluid is kraai die wormen uit de aarde kraakt, mot die schroeit op de peer van het licht. het lichaam is open wonde, nest van het rot. berustend plat zucht op zijn kop met poten de trouwe hond zijn oren.

de gedachte aan de dood bijt zich in de staart en vreet zich tot de kringloop van een woord. alleen het lijden heeft noch kop noch staart, dat blijft banaal haar eigen vaart aflopen . kijk, er zijn zovele bakstenen om ons heen en tussen elke ik is er een jij als mortel van vertrouwen. o tempel van vreugde.

elk woord is mantra, anaconda die slijmerig besluipt wat er slapend ligt te rillen, die schuift, omringt en wurgen gaat, slikken, pletten, verteren. ook de mens is maar een dier dat zijn bewegen doet. de bomen wiegen in het ritme van het vrijen dat er was, de bloemen druipen dauw. de weide is een zee die zon slikt, kaatst en slikt. onzichtbaar in het zwarte golft het wenen van de nacht.

invoerteksten (2016): moment 118119


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #133

jt 133 – il a des choses – WATERBRON

Héloise en Abelard (2)

Maar Héloise heeft ook benen. Het beste eraan is dat ze benen heeft. Ze heeft ook dat zeevaart sextant-ding, waaromheen alle magie draait en graast, dat ding als een liggend zwaard.

Maar bovenal: Héloise heeft een hart. Een prachtig recht hart en helemaal in in takken, uitgerekt, versteven, rauw, door mij gevlochten, weelderig genot, catalepsie van mijn vreugde!

Ze heeft handen die hun kraakbeenboeken in honing wikkelen. Ze heeft borsten van rauw vlees, zo klein, de druk ervan maakt waanzinnig; ze heeft borsten in doolhof van draad. Ze heeft een gedachte die helemaal de mijne is, een insinuerende, verdraaide gedachte die zich uitspint als uit een cocon. Ze heeft een ziel.

In haar gedachten ben ik de lopende naald en het is haar ziel die de naald accepteert en toelaat, en ik ben beter, ik, in mijn naald-zijn dan alle anderen in hun bed, want in mijn bed rol ik de gedachten en de naald in de welvingen van haar slapende cocon.

En langs de draad van deze grenzeloze liefde, dit universeel uitspansel van liefde, is het altijd naar haar dat ik terugkom. En in mijn handen groeien kraters, groeien doolhofborsten, groeien explosieve liefdes die mijn leven buitmaken op mijn slaap.

Maar door welke trance, door welk verrijzen, door welke opeenvolgende verschuivingen komt hij tot dit idee van het genot van zijn geest. Het is een feit dat hij, Abelard, op dit moment geniet van zijn geest. Hij geniet er met volle teugen van. Hij denkt niet meer aan zichzelf, noch aan rechts, noch aan links. Hij is er. Alles wat in hem gebeurt is van hem. En in hem, op dit moment, gebeuren er dingen. Dingen waardoor hij niet zelf hoeft te zoeken. Dat is het grote punt. Hij hoeft zijn atomen niet meer te stabiliseren. Ze voegen zich vanzelf bij elkaar, ze zetten zichzelf in lijn. Zijn hele geest is gereduceerd tot een reeks van stijgingen en dalingen, maar met in het midden steeds een afdaling. Hij hééft dingen.

Wordt vervolgd…

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.129-133]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

HÉLOÏSE ET ABÉLARD (2)

Mais c’est qu’Héloïse aussi a des jambes. Le plus beau c’est qu’elle ait des jambes. Elle a aussi cette chose en sextant de marine, autour de laquelle toute magie tourne et broute, cette chose comme un glaive couché.

Mais par-dessus tout, Héloïse a un cœur. Un beau cœur droit et tout en branches, tendu, figé, grenu, tressé par moi, jouissance profuse, catalepsie de ma joie !

Elle a des mains qui entourent les livres de leurs cartilages de miel. Elle a des seins en viande crue, si petite, dont la pression donne la folie ; elle a des seins en dédales de fil. Elle a une pensée toute à moi, une pensée insinuante et retorse qui se déroule comme d’un cocon. Elle a une âme.

Dans sa pensée, je suis l’aiguille qui court et c’est son âme qui accepte l’aiguille et l’admet, et je suis mieux, moi, dans mon aiguille que tous les autres dans leur lit, car dans mon lit je roule la pensée et l’aiguille dans les sinuosités de son cocon endormi.

Car c’est à elle toujours que j’en reviens à travers le fil de cet amour sans limites, de cet amour universellement répandu. Et il pousse dans mes mains des cratères, il y pousse des dédales de seins, il y pousse des amours explosives que ma vie gagne sur mon sommeil.

Mais par quelles transes, par quels sursauts, par quels glissements successifs en arrive-t-il à cette idée de la jouissance de son esprit. Le fait est qu’il jouit en ce moment de son esprit, Abélard. Il en jouit à plein. Il ne se pense plus ni à droite ni à gauche. Il est là. Tout ce qui se passe en lui est à lui. Et en lui, en ce moment, il se passe des choses. Des choses qui le dispensent de se rechercher. C’est là le grand point. Il n’a plus à stabiliser ses atomes. Ils se rejoignent d’eux-mêmes, ils se stratifient en un point. Tout son esprit se réduit en une suite de montées et de descentes, mais d’une descente toujours au milieu. Il a des choses.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

eerste sneeuw

EERSTE SNEEUW

Zie hoe zacht, hoe mooi, hoe bleek
De dag te sterven lag op ’t wit mysteriekleed
En hoe zacht ’t geluid der stilte het vertrek bestreek
in occulte macht, nacht die de dood bestreed.

Wij verheugen ons te weten dat de dingen
Ook die flarden van klaarte willen drinken,
En met ons mee naar ’t roos der wolken dingen
Terwijl de dag op ’t raam in ’t paars gaat zinken;

In ’t avondzacht het klagen klinkt der twijgen
Soms op wegels slaakt een laatste vogelkreet;
En zie de hemel waterkleuren krijgen…
Mijn zus, ’t is onze liefde die het bos met sneeuw bekleedt.

Antonin ARTAUD

(vert. NKdeE 2020)

originele tekst volgens de digitale editie van de BNR:

PREMIÈRE NEIGE

Vois toute douce, toute belle, toute pâle
Le jour qui vient mourir sur les mystères blancs ;
Et le silence bruit doucement dans la salle
Dans l’occulte magie du soir agonisant.

Nous nous sentons heureux de savoir que les choses
Boivent ainsi que nous ce lambeau de clarté
Et s’enfuient avec nous vers les nuages roses…
Et le jour sur la vitre est devenu violet ;

Dans la douceur du soir se lamentent les branches
Parfois dans les chemins agonise un oiseau ;
Et voici que le ciel prend une couleur d’eau…
Ma soeur c’est notre amour qui neige dans les branches.

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

vertaling van Benno Karkabé [KARKABÉ 1976]
die duidelijk ook de tekst van de BNR-editie volgde:

Eerste sneeuw

Jij zo heel zachte vrouw, heel mooi, heel bleek,
Zie de dag die straks op de witte mysteries omkomt;
En de stilte ruist zacht in het vertrek
In de occulte magie van de stervende avond.

Wij voelen ons [ond] gelukkig te weten dat de dingen
Evenals wij dit brokje klaarheid drinken
En met ons vluchten, de roze wolken binnen…
En op de ruit is de dag violet geworden.

In de zachtheid van de avond klagen de takken
Soms ligt op de wegen een vogel in doodsstrijd;
En ’t is hier dat de hemel een waterkleur krijgt…
Mijn zuster het is onze liefde die sneeuwt in de takken.

tekst in de Verzamelde Werken [ARTAUD 1956, p.328]:

PREMIÈRE NEIGE

Vois toute douce, toute belle, toute pâle
Le jour qui vient mourir sur les mystères blancs ;
Il nous parait humain ce jour agonisant
Tristement effeuillant ses baguesdans la salle.

Nous nous sentons heureux de savoir que les choses
Boivent ainsi que nous ce lambeau de clarté
Et s’enfuient avec nous vers les nuages roses…
L’heure sonne son glas sur les vitraux muets.

Dans la douceur du soir se lamentent les branches
Parfois dans les chemins agonise un oiseau ;
Et voici que le ciel prend une couleur d’eau…
Ma soeur c’est notre amour qui neige dans les branches.

Ecrit de ma vraie écriture le 18 janvier 1921

het moment (68)

het vervloekte vervloekt de herinnering. valse mal voor het verleden, leugenachtig kader dat niet weg wil gaan voor alles weer is herbeleefd, tot grotere leugens herschreven. het vertalen vertelt, het gebeurde verrot. de kern van alle materie is een verraad aan de ontbinding, ontkenning van het zelf, verloochening van de haat, zelfhaat. elke werkelijkheid is een echtheidsobstakel: een foto die de feiten tegenspreekt. de wind in heur haren, het fijne streepje regen op haar blouse. het neemt twee slokken.

onmogelijke dagbeklemming, oesternachtomarming van de parel van het niets. niets is nooit: niet iets. niets is: wanneer er niets gebeurt. o, de gedachte zelf doet al zo’n deugd, dus schiet maar, gij moederschim der zombiestaat, jaag de kogel door de slappe kop van wat geen ik meer is. slok.

genade wil het niet. maar doe het kort, meedogenloos. de brokkenpijn die het nu verduren moet is harder dan marmer, daar zit geen venus of geen david in. geen staal kan erger zijn; en de hoop is uitgekauwde kauwgom, louter kaakvermoeienis. slok.

gevleugeld licht schiet door ’t gedroomde kogelgat, gedragen door sonore stroom van duisternis. daar waar zij zijn is alles zonneklaar. daar is geen sprake van verdoemenis of hel, enkel liefde die de liefde liefde geeft en godverdomme weeral die herinnering.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (67)

(i.m. Bart J.)

onbeholpen ons gestrompel in dit leven is, en is, en is: een stotterend gestrompel. wij, scheef geklonken lijken voor het sterftijd is, en dit: enkel in de regen schuilen kan en trillen en lopen de hemeltraan die nooit de onze is want als de poort met het slot verschijnt is altijd wel de sleutel zoek.

er is geen tijd, er rest ons enkel dit moment. alle dagen zijn al honderdduizendmaal tot nul herteld. toch blij is het en klein daarbij want grote schoonheid zou ons onrecht doen. niet? wij moorden dagelijks.

wie zal het ons vergeven? vrienden niet zijn wij, niet voor elkander een tergend langzaam vol verdraagzaamheid geslenter, geen gefriemel voor elkaar met de voos bevlekte voodoopop der liefde. wij wensen het en geloven dan de wens om beter nog elkaar, en dieper, en sterker te verwensen. op het nachtpad weent mee de n en de n van de nee brult mee met de nacht.

gij, die heden al in de kronkel in het maanlicht verblijven mag waar zij ons wacht. in haar cocon wil zij wel vlinderen nog een dag of twee met u of het of het met het het, het mij dat hier verdwijnt. maar het vergeefse van dit alles maakt geen van ons nog blij.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #132

jt132 – j’ai l’esprit ùince comme une main – BRONWATER

De Artaud documentaire met getuigenissen van vele hoofdrolspelers in de na-oorlogse Artaud-vaudeville annex tragedie…

Héloise en Abelard (1)

Het leven dat voor hem lag werd klein. Hele delen van zijn hersenen waren aan het wegrotten. Het fenomeen was bekend, maar ja, het was niet eenvoudig. Abelard gaf zijn toestand niet weer als een ontdekking, maar toch schreef hij:

Beste vriend,

Ik ben een reus. Kan ik het helpen dat ik zo’n topper ben waarvan de hoogste masten borsten voor zeilen nemen, terwijl de vrouwen het gevoel hebben dat hun geslacht zo hard wordt als grint? Kan ik verhinderen dat ik al die eieren onder de jurken voel rollen en schommelen naar gelang het uur en de stemming? Het leven komt en gaat en sleept zich beetje bij beetje over het borstenplaveisel. Van de ene minuut op de andere verandert de wereld van aanzien. Rond de vingers zijn de zielen gewikkeld met hun mica scheurtjes, en tussen de mica door passeert Abelard, want bovenal is er de erosie der geest.

Alle dode mannenmonden lachen hoe ’t gebit hen gebiedt, met een maagdelijke tandenrij of met honger beslagen en bezaaid met viezigheid zoals het harnas van de geest van Abelard.

Maar hier valt Abelard stil. Alleen de oesofagus doet het nog in hem. Niet de eetlust van het verticale kanaal, met zijn passie voor hongersnood, maar de prachtige rechte boom van zilver met zijn vertakkingen van aders voorzien voor de lucht, met vogelbladeren eromheen. Kortom, het louter vegetale frommelleven waarbij de benen vanzelf hun mechanieken stappen doen, en de gedachten varen als hoog gevouwen zeilboten. Doorgang der lichamen.

De mummiegeest wikkelt zich af. Het hoog geblinddoekte leven steekt zijn kop op. Is dit dan de grote dooi? Zal de vogel de tongmondingen doet barsten, zullen borsten zich vertakken en komt het kleine mondje weer op zijn plek? Zal de pittenboom met zijn hand ’t verbeend graniet doorboren? Ja, in mijn hand zit een roos, die mijn tong zomaar draait. Oh, oh, oh! hoe licht is mijn denken. Mijn geest is zo slank als een hand.

Wordt vervolgd…

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.129-133]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

HÉLOÏSE ET ABÉLARD

La vie devant lui se faisait petite. Des places entières de son cerveau pourrissaient. Le phénomène était connu, mais enfin il n’était pas simple. Abélard ne donnait pas son état comme une découverte, mais enfin il écrivait :

Cher ami,

Je suis géant. Je n’y peux rien, si je suis un sommet où les plus hautes mâtures prennent des seins en guise de voiles, pendant que les femmes sentent leurs sexes devenir durs comme des galets. Je ne puis m’empêcher, pour ma part, de sentir tous ces œufs rouler et tanguer sous les robes au hasard de l’heure et de l’esprit. La vie va et vient et pousse petite à travers le pavage des seins. D’une minute à l’autre la face du monde est changée. Autour des doigts s’enroulent les âmes avec leurs craquelures de micas, et entre les micas Abélard passe, car au-dessus de tout est l’érosion de l’esprit.

Toutes les bouches de mâle mort rient au hasard de leurs dents, dans l’arcature de leur dentition vierge ou bardée de faim et lamée d’ordures, comme l’armature de l’esprit d’Abélard.

Mais ici Abélard se tait. Seul l’œsophage maintenant marche en lui. Non pas, certes, l’appétit du canal vertical, avec sa passion de famine, mais le bel arbre d’argent droit avec ses ramifications de veinules faites pour l’air, avec autour des feuillages d’oiseaux. Bref, la vie strictement végétale et froissée où les jambes vont de leur pas mécanique, et les pensées comme de hauts voiliers repliés. Le passage des corps.

L’esprit momifié se déchaîne. La vie haut bandée lève la tête. Sera-ce enfin le grand dégel ? L’oiseau crèvera-t-il l’embouchure des langues, les seins vont-ils se ramifier et la petite bouche reprendre sa place ? L’arbre à graines percera-t-il le granit ossifié de la main ? Oui, dans ma main il y a une rose, voici que ma langue tourne sans rien. Oh, oh, oh ! que ma pensée est légère. J’ai l’esprit mince comme une main.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (66)

een braziliaanse wirwar van kabels buizen pijpen lijnen die zich om- en in- en uiteindelijk ontkaderen.  grauwe tunnelwanden mengen zich met dikke strepen orgel en schelle graffiti barst uit in het rustpunt genaamd Lichtgloed, een eindstation (een sjofele reiszak leunt aan tegen de e van een donkerhuidige sterveling). de ondergrondse is een hermetisch afgesloten Reich-cabine waarin gestrompeld wordt, gestruikeld door de nieuwelingen over de rottende zielen van de anciens.

stapt het uit? rijdt het nog eens mee de rit terug? de fles is leeg, iets zal moeten afdalen. elke bocht in de weg is de ronding van haar schouders, elke straatlamp is het licht in haar ogen, elke auto die voorbij zoeft zucht met haar nachtomsloten adem en het strompelt en de gedachten gutsen, pletsen neer op het asfalt. het roept iets post-moderns naar de kraaien maar de uitroeptekens zijn weer op.

verwaande hanzaplasten zijn de schrijvers, kakkers met de lafheid in hun letter. wrak en schel schelt hunne voze klankenbel. heil aan de senegalezen. pol speelde nog bach in de dorpskerk van echternach te deum la victoire en het pijpte en het krijste. schoon was het, een wirwar met sensuele links nog naar de materie. kris kras amourettes collectioneren nihil nihil nihil 14 punten. anna, uw buik is onvruchtbaar. de lege pomp van het verlangen. maar wij zijn in golfoorlog, wij zwijmelen in kiembelaging en u rijdt met elektriese fietsen de neo-kathedraalse venusheuvel op. schaamluizen.

snotvodden. rapalje. uw neus bloedt echt, u hoeft niet langer te doen alsof, het zelf geïnstigeerde rot doet u de bloedvaten springen. kom vlees, vertoon uw zwakke huivering, geef ons wat horror kolkend in het bloed. stompe messen die in darmen snijden en de halzen meer pletten dan kelen. harten die naar hun laatste kloppen hollen. scheidt uw veinzen van het echte en laat het lillen in bekoring van het niets.

invoerteksten (2016): moment 113 – 114


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #131

jt131 – avec de sinistres pirouettes – ROOFKUNST

Brief aan een waarzegster (2)

De emotie van het weten werd gedomineerd door het gevoel van de eindeloze clementie van het bestaan1)Ik kan het niet helpen. Ik had dit gevoel voor haar. Het leven was goed omdat deze helderziende er was. De aanwezigheid van deze vrouw was voor mij als opium, zuiverder, lichter, een weinig minder potig dan dat. Maar veel dieper en breder, zij opende andere bogen in de cellen van mijn geest. De actieve staat van spirituele uitwisselingen, de uitslaande brand van directe en minuscule werelden, de nabijheid van oneindige levens die deze vrouw voor mij openstelde, toonde mij eindelijk een uitweg uit het leven, een reden om in de wereld te zijn. Want het leven is enkel acceptabel als men het gevoel heeft groot te zijn, als men zich aan de oorsprong der fenomenen voelt, althans van een bepaald aantal daarvan. Zonder de kracht van de expansie, zonder een zekere dominantie over de dingen, is het leven onverdedigbaar. Er is maar één ding opwindend in de wereld: contact met de krachten van de geest. Bij deze zieneres doet zich echter een nogal paradoxaal fenomeen voor. Ik voel niet langer de behoefte om krachtig te zijn, of groots, de verleiding die het op mij uitoefent is straffer dan mijn trots, een vluchtige nieuwsgierigheid is voor mij genoeg. Ik ben bereid voor haar afstand te doen van alles: trots, wil, intelligentie. Intelligentie, vooral. De intelligentie die al geheel mijn trots uitmaakt. Ik heb het hier uiteraard niet over de logische wendbaarheid van de geest, of over de kracht om snel te denken, om snelle schema’s in de marges van het geheugen te schetsen. Ik heb het over een vaak langdurige penetratie, die zich niet hoeft te concretiseren om voldoening te geven en die duidt op diepe inzichten van de geest. Het is op het vertrouwen in deze penetratie op klompvoeten die meestal zonder grond is (een vertrouwen dat ik zelf niet bezit), dat ik altijd om krediet heb gevraagd, dat men mij honderd jaar krediet geve en tevreden zou zijn met stilzwijgen de hele tijd . Ik weet in welk voorgeborchte ik deze vrouw kan vinden. Ik spit een probleem uit dat mij dichter bij het goud brengt, bij elke subtiliteit, een abstract probleem zoals een pijn die geen vorm heeft en die trilt en verdwijnt bij contact met het bot.. Mij kon er niets slechts te beurt vallen van dat starre blauwe oog waardoor u mijn noodlot inspecteerde.

Het hele leven werd mij als het gezegende landschap waar de dromen zich omdraaien en zich presenteren met het gelaat van ons ‘ik’. Het idee van absolute kennis valt samen met het idee van de absolute gelijkenis van het leven met mijn bewustzijn. En ik putte uit deze dubbele gelijkenis het gevoel van een zeer nabije geboorte, waarbij u de vergevingsgezinde en goede moeder van mijn lot was, hoewel dat daarvan afweek. Niets leek mij nog mysterieus aan deze abnormale helderziendheid, waarbij de gebaren van mijn vroegere en toekomstige bestaan aan u werden afgeschilderd met hun van waarschuwingen en verbanden zwangere betekenissen. Ik voelde mijn geest communiceren met de uwe omtrent de figuur van die waarschuwingen.

Maar gij, mevrouw, wat is toch die vuurworm die plotseling in u kruipt, en door welke kunstgreep uit welke onvoorstelbare sferen? want u ziet, en toch is er dezelfde ruimte uitgespreid om ons heen.

Het verschrikkelijke, mevrouw, zit hem in de onbeweeglijkheid van deze muren, van deze dingen, in de vertrouwdheid van het meubilair dat u omringt, de accessoires van uw waarzeggerij, in de stille onverschilligheid van het leven waar u aan deelneemt net zoals ik.

En uw kleren, mevrouw, die kleren die een persoon raken die ziet. Uw vlees, al uw functies eigenlijk. Ik kan niet wennen aan het idee dat u onderworpen bent aan dezelfde voorwaarden van Ruimte, van Tijd, dat er lichamelijke benodigdheden op u wegen. Je zou te licht moeten zijn voor de ruimte.

En anderzijds leek u mij zo mooi, zo menselijk gracieus, zo alledaags. Mooi als eender welke vrouw waarvan ik het brood en de spasme opwacht en dat ze mij tot naar een lichamelijke drempel tilt.

In mijn ogen bent u grens- en bodemloos , absoluut, diepgaand onbegrijpelijk. Want hoe komt u in het reine met het leven, u die de gave van het zicht bij de hand heeft? En deze lange, geheel verenigde weg waar uw ziel als een pendel rondwaart, en waar ik zo duidelijk de toekomst van mijn dood zou lezen.

Ja, er bestaan nog mannen die de afstand van het ene gevoel tot het andere kennen, die weten hoe ze etages en haltes kunnen creëren voor hun verlangens, die weten hoe ze afstand kunnen nemen van hun verlangens en hun ziel, om er dan valselijk in op gaan als overwinnaars. En er bestaan denkers die hun gedachten pijnlijk omcirkelen, die voorwendselen in hun dromen introduceren, er bestaan nog geleerden die wetten blootleggen met grimmige pirouettes!

Maar gij, verafschuwd, veracht, verbluffend, gij steekt het leven in brand. En zo staat het rad van de Tijd in één klap in vuur en vlam om de hemel te doen kraken.

U neemt mij op even klein, weggevaagd, verworpen, en net zo wanhopig als uzelf, en u tilt mij op, u verwijdert mij van deze plek, van deze valse ruimte waar u niet eens meer gebaart van te leven, aangezien u al het membraan van uw rust hebt bereikt. En dit oog, deze blik op mezelf, deze enkele troosteloze blik die heel mijn bestaan is, u vergroot het en laat het op zich omdraaien, en ziedaar hoe een lumineus ontluiken ontstaat uit geneugten zonder schaduwzijden die mij doen herleven als een mysterieuze wijn.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.123-128]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

L’émotion de savoir était dominée par le sentiment de la mansuétude infinie de l’existence 2)Je n’y peux rien. J’avais ce sentiment devant Elle. La vie était bonne parce que cette voyante était là. La présence de cette femme m’était comme un opium, plus pur, plus léger, quoique moins solide que l’autre. Mais beaucoup plus profond, plus vaste et ouvrant d’autres arches dans les cellules de mon esprit. Cet état actif d’échanges spirituels, cette conflagration de mondes immédiats et minuscules, cette imminence de vies infinies dont cette femme m’ouvrait la perspective, m’indiquaient enfin une issue à la vie, et une raison d’être au monde. Car on ne peut accepter la Vie qu’à condition d’être grand, de se sentir à l’origine des phénomènes, tout au moins d’un certain nombre d’entre eux. Sans puissance d’expansion, sans une certaine domination sur les choses, la vie est indéfendable. Une seule chose est exaltante au monde : le contact avec les puissances de l’esprit. Cependant devant cette voyante un phénomène assez paradoxal se produit. Je n’éprouve plus le besoin d’être puissant, ni vaste, la séduction qu’elle exerce sur moi est plus violente que mon orgueil, une certaine curiosité momentanément me suffit. Je suis prêt à tout abdiquer devant elle : orgueil, volonté, intelligence. Intelligence surtout. Cette intelligence qui est toute ma fierté. Je ne parle pas bien entendu d’une certaine agilité logique de l’esprit, du pouvoir de penser vite et de créer de rapides schémas sur les marges de la mémoire. Je parle d’une pénétration souvent à longue échéance, qui n’a pas besoin de se matérialiser pour se satisfaire et qui indique des vues profondes de l’esprit. C’est sur la foi de cette pénétration au pied-bot et le plus souvent sans matière (et que moi-même je ne possède pas), que j’ai toujours demandé que l’on me fasse crédit, dût-on me faire crédit cent ans et se contenter le reste du temps de silence. Je sais dans quelles limbes retrouver cette femme. Je creuse un problème qui me rapproche de l’or, de toute matière subtile, un problème abstrait comme la douleur qui n’a pas de forme et qui tremble et se volatilise au contact des os.. Rien de mauvais pour moi ne pouvait tomber de cet œil bleu et fixe par lequel vous inspectiez mon destin.

Toute la vie me devenait ce bienheureux paysage où les rêves qui tournent se présentent à nous avec la face de notre moi. L’idée de la connaissance absolue se confondait avec l’idée de la similitude absolue de la vie et de ma conscience. Et je tirais de cette double similitude le sentiment d’une naissance toute proche, où vous étiez la mère indulgente et bonne, quoique divergente de mon destin. Rien ne m’apparaissait plus mystérieux, dans le fait de cette voyance anormale, où les gestes de mon existence passée et future se peignaient à vous avec leurs sens gros d’avertissements et de rapports. Je sentais mon esprit entré en communication avec le vôtre quant à la figure de ces avertissements.

Mais vous, enfin, Madame, qu’est-ce donc que cette vermine de feu qui se glisse tout à coup en vous, et par l’artifice de quelle inimaginable atmosphère ? car enfin vous voyez, et cependant le même espace étalé nous entoure.

L’horrible, Madame, est dans l’immobilité de ces murs, de ces choses, dans la familiarité des meubles qui vous entourent, des accessoires de votre divination, dans l’indifférence tranquille de la vie à laquelle vous participez comme moi.

Et vos vêtements, Madame, ces vêtements qui touchent une personne qui voit. Votre chair, toutes vos fonctions enfin. Je ne puis pas me faire à cette idée que vous soyez soumise aux conditions de l’Espace, du Temps, que les nécessités corporelles vous pèsent. Vous devez être beaucoup trop légère pour l’espace.

Et, d’autre part, vous m’apparaissiez si jolie, et d’une grâce tellement humaine, tellement de tous les jours. Jolie comme n’importe laquelle de ces femmes dont j’attends le pain et le spasme, et qu’elles me haussent vers un seuil corporel.

Aux yeux de mon esprit, vous êtes sans limites et sans bords, absolument, profondément incompréhensible. Car comment vous accommodez-vous de la vie, vous qui avez le don de la vue toute proche ? Et cette longue route toute unie où votre âme comme un balancier se promène, et où moi, je lirais si bien l’avenir de ma mort.

Oui, il y a encore des hommes qui connaissent la distance d’un sentiment à un autre, qui savent créer des étages et des haltes à leurs désirs, qui savent s’éloigner de leurs désirs et de leur âme, pour y rentrer ensuite faussement en vainqueurs. Et il y a ces penseurs qui encerclent péniblement leurs pensées, qui introduisent des faux-semblants dans leurs rêves, ces savants qui déterrent des lois avec de sinistres pirouettes !

Mais vous, honnie, méprisée, planante, vous mettez le feu à la vie. Et voici que la roue du Temps d’un seul coup s’enflamme à force de faire grincer les cieux.

Vous me prenez tout petit, balayé, rejeté, et tout aussi désespéré que vous-même, et vous me haussez, vous me retirez de ce lieu, de cet espace faux où vous ne daignez même plus faire le geste de vivre, puisque déjà vous avez atteint la membrane de votre repos. Et cet œil, ce regard sur moi-même, cet unique regard désolé qui est toute mon existence, vous le magnifiez et le faites se retourner sur lui-même, et voici qu’un bourgeonnement lumineux fait de délices sans ombres, me ravive comme un vin mystérieux.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. Ik kan het niet helpen. Ik had dit gevoel voor haar. Het leven was goed omdat deze helderziende er was. De aanwezigheid van deze vrouw was voor mij als opium, zuiverder, lichter, een weinig minder potig dan dat. Maar veel dieper en breder, zij opende andere bogen in de cellen van mijn geest. De actieve staat van spirituele uitwisselingen, de uitslaande brand van directe en minuscule werelden, de nabijheid van oneindige levens die deze vrouw voor mij openstelde, toonde mij eindelijk een uitweg uit het leven, een reden om in de wereld te zijn. Want het leven is enkel acceptabel als men het gevoel heeft groot te zijn, als men zich aan de oorsprong der fenomenen voelt, althans van een bepaald aantal daarvan. Zonder de kracht van de expansie, zonder een zekere dominantie over de dingen, is het leven onverdedigbaar. Er is maar één ding opwindend in de wereld: contact met de krachten van de geest. Bij deze zieneres doet zich echter een nogal paradoxaal fenomeen voor. Ik voel niet langer de behoefte om krachtig te zijn, of groots, de verleiding die het op mij uitoefent is straffer dan mijn trots, een vluchtige nieuwsgierigheid is voor mij genoeg. Ik ben bereid voor haar afstand te doen van alles: trots, wil, intelligentie. Intelligentie, vooral. De intelligentie die al geheel mijn trots uitmaakt. Ik heb het hier uiteraard niet over de logische wendbaarheid van de geest, of over de kracht om snel te denken, om snelle schema’s in de marges van het geheugen te schetsen. Ik heb het over een vaak langdurige penetratie, die zich niet hoeft te concretiseren om voldoening te geven en die duidt op diepe inzichten van de geest. Het is op het vertrouwen in deze penetratie op klompvoeten die meestal zonder grond is (een vertrouwen dat ik zelf niet bezit), dat ik altijd om krediet heb gevraagd, dat men mij honderd jaar krediet geve en tevreden zou zijn met stilzwijgen de hele tijd . Ik weet in welk voorgeborchte ik deze vrouw kan vinden. Ik spit een probleem uit dat mij dichter bij het goud brengt, bij elke subtiliteit, een abstract probleem zoals een pijn die geen vorm heeft en die trilt en verdwijnt bij contact met het bot.
2. Je n’y peux rien. J’avais ce sentiment devant Elle. La vie était bonne parce que cette voyante était là. La présence de cette femme m’était comme un opium, plus pur, plus léger, quoique moins solide que l’autre. Mais beaucoup plus profond, plus vaste et ouvrant d’autres arches dans les cellules de mon esprit. Cet état actif d’échanges spirituels, cette conflagration de mondes immédiats et minuscules, cette imminence de vies infinies dont cette femme m’ouvrait la perspective, m’indiquaient enfin une issue à la vie, et une raison d’être au monde. Car on ne peut accepter la Vie qu’à condition d’être grand, de se sentir à l’origine des phénomènes, tout au moins d’un certain nombre d’entre eux. Sans puissance d’expansion, sans une certaine domination sur les choses, la vie est indéfendable. Une seule chose est exaltante au monde : le contact avec les puissances de l’esprit. Cependant devant cette voyante un phénomène assez paradoxal se produit. Je n’éprouve plus le besoin d’être puissant, ni vaste, la séduction qu’elle exerce sur moi est plus violente que mon orgueil, une certaine curiosité momentanément me suffit. Je suis prêt à tout abdiquer devant elle : orgueil, volonté, intelligence. Intelligence surtout. Cette intelligence qui est toute ma fierté. Je ne parle pas bien entendu d’une certaine agilité logique de l’esprit, du pouvoir de penser vite et de créer de rapides schémas sur les marges de la mémoire. Je parle d’une pénétration souvent à longue échéance, qui n’a pas besoin de se matérialiser pour se satisfaire et qui indique des vues profondes de l’esprit. C’est sur la foi de cette pénétration au pied-bot et le plus souvent sans matière (et que moi-même je ne possède pas), que j’ai toujours demandé que l’on me fasse crédit, dût-on me faire crédit cent ans et se contenter le reste du temps de silence. Je sais dans quelles limbes retrouver cette femme. Je creuse un problème qui me rapproche de l’or, de toute matière subtile, un problème abstrait comme la douleur qui n’a pas de forme et qui tremble et se volatilise au contact des os.

het moment (65)

zelden deed het woud het en hen zo immens veel pijn. het was niet meer bij haar, maar opgenomen in de woorden van het leed. het was grotesk. de harde naalden die de duisternis doorheen het hoornvlies inspuiten, de handen die afbladerend in het kolkende zwart de blauwe hel van het echte omroeren: zelden hebben de ogen zo diep het duister in gekeken, in de slijmwiek van git in git dat langzaam dreigend dieper en dieper draait. geluiden van vermorzeling, het kraken van wervel, vingerkoot en vleugelbot. de pers van het geletterde.

in de beleving van de ijdelheid verlaat het weer zijn taak. het zwalpt. het bed is zee en het verzuipt met kramp in de tenen zodat het recht springt, vloekt en valt en vloekt en dan weer de slaapkamervloer uit de muurverankering lijkt te gaan duwen. het leven is een teef en jouw god een neukende bastaardhond, francesco, je hebt het met je masturbatiepraatjes goed verpest bij haar.

o dagen, nachten dat zij samen lagen, hun monden eensluidend beamend de plicht van de gelofte: vergeet dit niet want dan verdwijnen wij. vergeten doet het niets. en de taak staat het klaar voor ogen: ziedaar reeds een nimf wier mond de dag met vreugd omsluit, hulp die het in dank aanvaardt. witte bloemblaadjes dwarrelen neer op het bleek-rozige lijk dat opnieuw een kerf of drie, vier te leven heeft.

dan weer naakte takken in de vlagen van de kale nacht, een veelvoud van de boodschap in de wind. een kinds kabaal: de bladeren van de nijd tikken hun code tegen het raam. kruip toch in je kist bij je steendode metaforen, francesco.

invoerteksten (2016): moment 110 111112

journal intime #130

jt 130 – la mansuétude infinie de l’existence – KUNSTROOF

Brief aan een waarzegster (1)

Voor André Breton

Mevrouw,

U betrekt een povere kamer, gemangeld door het leven.
Men zal tevergeefs de hemel willen horen fluisteren in uw ramen. Niets, noch uw uiterlijk, noch uw stijl zet u apart van ons, maar wie weet welke achterliggende kinderachtigheid brengt onze ervaring ertoe om in uw verschijning te blijven kerven, die van ons af te zetten tot zelfs aan de banden met uw leven toe.

Met mijn afgescheurde en bevuilde ziel weet u dat ik slechts een schaduw ben die voor u zit, maar ik ben niet bang voor deze vreselijke kennis. Ik weet u aanwezig in elke knoop van mezelf en heel wat dichter bij me dan mijn moeder. En ik zit als naakt voor u. Naakt, schaamteloos en naakt, recht en als een spooksel van mijzelf, maar zonder schaamte, want voor uw oog dat duizelingwekkend mijn vezels doorloopt, is het kwaad echt zonder zonde.

Nog nooit voelde ik mij zo nauwkeurig, zo verbonden, zo verzekerd, zo vrij zelfs van scrupules, van elke kwaadaardigheid die van anderen of van mijzelf komt, en zo opmerkzaam ook. U voegde de punt van het vuur, de punt van een ster toe aan de trillende draad van mijn aarzelen. Niet beoordeeld, niet mijzelf beoordelend, geheel zonder wat te doen, volmaakt zonder enige inspanning; op het leven na, was dit het geluk. En eindelijk geen angst meer dat mijn taal, mijn grote tong te groot, mijn kleine tong te klein zou zijn, ik hoefde nauwelijks nog mijn denken te beroeren.

Onderwijl ben ik zonder schrik uw huis binnengekomen, zonder de schaduw van de meest gewone nieuwsgierigheid. En toch was u de meesteres en het orakel, u had mij kunnen verschijnen als de ziel en de God van mijn vreselijke bestemming. Kunnen zien en het mij vertellen! Laat niets vies of geheims in het duister, leg alles wat begraven is bloot, laat het onderdrukte zich nu maar uitspreiden voor dat mooie oog van een absoluut zuivere rechter. Van hij die begrijpt en beschikt, maar niet eens beseft dat hij u kan bezwaren.

Het perfect zachte licht waar men geen last meer heeft van zijn ziel, terwijl het kwaad toch woekert. Het licht zonder wreedheid of passie waar slechts één aanvoelen wordt onthuld, het aanvoelen van een vroom en sereen, kostbaar noodlot. Nee, mevrouw, toen ik bij u kwam, was ik niet meer bang voor mijn dood. Dood of leven, ik kon alleen een grote lege ruimte zien waarin het duistere van mijn lot oploste. Ik was echt gered, bevrijd van alle ellende, want zelfs de ellende die komen ging was mij lief, mocht ik tegen alle waarschijnlijkheid in nog ellende te vrezen hebben in mijn toekomst.

Mijn lot was niet langer die verdoken weg die enkel nog het kwaad bevatten kon. Ik had in zijn eeuwige verstandhouding geleefd, en op afstand voelde ik hem heel dichtbij, en voor altijd weggedrukt in mij. Geen enkel gewelddadig bewegen kon nog bij voorbaat mijn zenuwen verstoren, ik was reeds te zwaar getroffen en van slag door tegenslag. Mijn zenuwen registreerden louter een immens blok, zacht en uniform. En het maakte me niet uit dat de meest vreselijke deuren voor mij openden, het vreselijke lag ook achter mij. Zelfs slecht raakte mij het mij toekomende enkel maar als een harmonieuze onenigheid, een reeks van pieken die zich omdraaiden en zich terugtrokken, afgestompt in mij. U kon mij niets anders aankondigen, mevrouw, dan het uitvlakken van mijn leven.

Maar wat mij vooral geruststelde was niet die diepe zekerheid, die mij in het vlees zat maar wel het gevoel van de uniformiteit van alle dingen. Een magnifieke volkomenheid. Ik had ongetwijfeld geleerd hoe ik dichter bij de dood kon komen, en daarom verschenen mij alle dingen, zelfs de wreedste, enkel in hun evenwichtig aspect, in een perfecte onverschilligheid van gevoel.

Maar er was nog wat anders. Het was dat dit gevoel, dat hoewel het onverschillig was wat betreft het onmiddellijke effect op mijn persoon, toch nog gekleurd werd door iets goeds. Ik kwam naar u toe met een volkomen optimisme. Een optimisme dat geen geestesverheffing was, maar een dat voortkwam uit de diepe kennis van het evenwicht waar heel mijn leven in baadde. Mijn toekomstige leven in evenwicht met mijn vreselijke verleden, dat zonder slag of stoot de dood inging. Ik kende mijn dood van tevoren als de voltooiing van een leven dat eindelijk vlak geworden was, en zachter dan mijn beste herinneringen. En de werkelijkheid groeide in het zicht, zwengelde aan tot ik die soevereine kennis had, waarbij de waarde van het huidige leven wordt ontmanteld onder de slagen van de eeuwigheid.
Het kon niet meer dat de eeuwigheid mij niet wreken zou voor dit vastbesloten offer van mijzelf, een offer, waaraan ik zelf niet heb deelgenomen. En mijn directe toekomst, mijn toekomst vanaf het moment dat ik voor het eerst in uw kring kwam, die toekomst behoorde ook toe aan de dood. En u, uw aanschijn was mij vanaf het eerste moment welgezind.

De emotie van het weten werd gedomineerd door het gevoel van de eindeloze clementie van het bestaan1)hier staat weer een lange voetnoot die ik morgen zal vertalen. Mij kon er niets slechts te beurt vallen van dat starre blauwe oog waardoor u mijn noodlot inspecteerde.

Wordt Vervolgd…

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.123-128]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

LETTRE À LA VOYANTE

pour André Breton.


Madame,
Vous habitez une chambre pauvre, mêlée à la vie. C’est en vain qu’on voudrait entendre le ciel murmurer dans vos vitres. Rien, ni votre aspect, ni l’air ne vous séparent de nous, mais on ne sait quelle puérilité plus profonde que l’expérience nous pousse à taillader sans fin et à éloigner votre figure, et jusqu’aux attaches de votre vie.

L’âme déchirée et salie, vous savez que je n’assieds devant vous qu’une ombre, mais je n’ai pas peur de ce terrible savoir. Je vous sais à tous les nœuds de moi-même et beaucoup plus proche de moi que ma mère. Et je suis comme nu devant vous. Nu, impudique et nu, droit et tel qu’une apparition de moi-même, mais sans honte, car pour votre œil qui court vertigineusement dans mes fibres, le mal est vraiment sans péché.

Jamais je ne me suis trouvé si précis, si rejoint, si assuré même au delà du scrupule, au delà de toute malignité qui me vînt des autres ou de moi, et aussi si perspicace. Vous ajoutiez la pointe de feu, la pointe d’étoile au fil tremblant de mon hésitation. Ni jugé, ni me jugeant, entier sans rien faire, intégral sans m’y efforcer ; sauf la vie, c’était le bonheur. Et enfin plus de crainte que ma langue, ma grande langue trop grosse, ma langue minuscule ne fourche, j’avais à peine besoin de remuer ma pensée.

Cependant, je pénétrai chez vous sans terreur, sans l’ombre de la plus ordinaire curiosité. Et cependant vous étiez la maîtresse et l’oracle, vous auriez pu m’apparaître comme l’âme même et le Dieu de mon épouvantable destinée. Pouvoir voir et me dire ! Que rien de sale ou de secret ne soit noir, que tout l’enfoui se découvre, que le refoulé s’étale enfin à ce bel œil étalé d’un juge absolument pur. De celui qui discerne et dispose mais qui ignore même qu’il vous puisse accabler.

La lumière parfaite et douce où l’on ne souffre plus de son âme, cependant infestée de mal. La lumière sans cruauté ni passion où ne se révèle plus qu’une seule atmosphère, l’atmosphère d’une pieuse et sereine, d’une précieuse fatalité. Oui, venant chez vous, Madame, je n’avais plus peur de ma mort. Mort ou vie, je ne voyais plus qu’un grand espace placide où se dissolvaient les ténèbres de mon destin. J’étais vraiment sauf, affranchi de toute misère, car même ma misère à venir m’était douce, si par impossible j’avais de la misère à redouter dans mon avenir.

Ma destinée ne m’était plus cette route couverte et qui ne peut plus guère recéler que le mal. J’avais vécu dans son appréhension éternelle, et à distance, je la sentais toute proche, et depuis toujours blottie en moi. Aucun remous violent ne bouleversait à l’avance mes fibres, j’avais déjà été trop atteint et bouleversé par le malheur. Mes fibres n’enregistraient plus qu’un immense bloc uniforme et doux. Et peu m’importait que s’ouvrissent devant moi les plus terribles portes, le terrible était déjà derrière moi. Et même mal, mon avenir prochain ne me touchait que comme une harmonieuse discorde, une suite de cimes retournées et rentrées, émoussées en moi. Vous ne pouviez m’annoncer, Madame, que l’aplanissement de ma vie.

Mais ce qui par-dessus tout me rassurait, ce n’était pas cette certitude profonde, attachée à ma chair, mais bien le sentiment de l’uniformité de toutes choses. Un magnifique absolu. J’avais sans doute appris à me rapprocher de la mort, et c’est pourquoi toutes choses, même les plus cruelles, ne m’apparaissaient plus que sous leur aspect d’équilibre, dans une parfaite indifférence de sens.

Mais il y avait encore autre chose. C’est que ce sens, indifférent quant à ses effets immédiats sur ma personne, était tout de même coloré en quelque chose de bien. Je venais à vous avec un optimisme intégral. Un optimisme qui n’était pas une pente d’esprit, mais qui venait de cette connaissance profonde de l’équilibre où toute ma vie était baignée. Ma vie à venir équilibrée par mon passé terrible, et qui s’introduisait sans cahot dans la mort. Je savais à l’avance ma mort comme l’achèvement d’une vie enfin plane, et plus douce que mes souvenirs les meilleurs. Et la réalité grossissait à vue d’œil, s’amplifiait jusqu’à cette souveraine connaissance où la valeur de la vie présente se démonte sous les coups de l’éternité. Il ne se pouvait plus que l’éternité ne me vengeât de ce sacrifice acharné de moi-même, et auquel, moi, je ne participais pas. Et mon avenir immédiat, mon avenir à partir de cette minute où je pénétrais pour la première fois dans votre cercle, cet avenir appartenait aussi à la mort. Et vous, votre aspect me fut dès le premier instant favorable.

L’émotion de savoir était dominée par le sentiment de la mansuétude in-finie de l’existence . Rien de mauvais pour moi ne pouvait tomber de cet œil bleu et fixe par lequel vous inspectiez mon destin.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. hier staat weer een lange voetnoot die ik morgen zal vertalen

het moment (64)

zon en maan staan in hun strak verband. asfalt is het verdunde zwart der hemelen. het spreekt staccato de namen uit die het droeg in de eerste van de drie waanzinstreden die het ter plaatse houden, het grote op en af en uit spel van de adem: uitademing met een stoer mannelijk gestotter, vervolgens een akelige slaak inwaarts tot de buik zich als een zwangere opspant en dan een geheel onzijdig met een koppig zwijgen zich vastklampen aan de oprijzende hoest op zoek naar het punt aan de zin.

maar het diepere braken komt niet los. de klank van hun lijven zit versleuteld onder de maag en lager dan de navel. de paringsknoop wil er niet uit. profaan te kakken gezet roept het ‘ben ik te min’ en alle poolse paarden in de burgerwei naast het treurhuis trappelen verwoed de afwezige stranden met de regen om tot vunzig slijk. 

gelijk als gij is er niet één“, zo stiet het door het zomerbos, maar het kletsnatte brandhout wil geen vuur meer vangen op de stapel die het zich bereidde. het zal sterven in greppel bij nachte zoals het een echte dronkaard past, zijn zwarte stank ’s ochtends met geel bezeken kalk door de boer geblust.

zie daar de zon schiet door de wolken, een moment suprème alsof er nog ergens voeten een grond betraden of vingers handen vormden. beneden waggelt het dorp en zinkt in het duister van de bodemtroost. “bezet mijn stad”, mompelt het pathetisch in de spiegel, “vergeef mijn tuin met heel je nijd, sproei de bloemen tot ze rossen van ’t vergif. afgunst, liefste, is bij verdelging motor van de grootste kunst.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #129

jt129 – un optimisme intégral – SCHEPIJS

vanochtend las ik een opiniestuk in het NRC over wat met ‘afrekencultuur’ is gaan noemen, naar de Engelse vrees voor de ‘cancel culture’. ik ergerde mij daarbij nogal aan de wereldvreemdheid van de auteur, een historicus van wie je toch zou verwachten dat hij de actualiteit kan duiden vanuit het perspectief van zijn opleiding, die van alle richtingen in de menswetenschappen toch als minst wereldvreemde bekend staat.

in het volle besef van de futiliteit ervan schreef ik dan toch maar die ergenis van mij af in de hiernavolgende verbale gedachtenlozing, waarvoor mijn oprechte excuses.

over de afrekencultuur

het recht op vrije meningsuiting was en is een afgedwongen recht dat elk burger eender wat en waar mocht en mag beweren in weerwil van de overheid en hoe die het graag wil of zou willen horen.

zo is dat. dat mochten en dat mogen we. alleen is het nu zo dat je je mening net zo goed in je bed voor je zelf kan uit mompelen als je niet ergens toegang hebt tot een ‘platform’, een ‘spreekbuis’, een ‘medium’.

nu hoe je het amalgaam van plaatsen waar je mening kan gehoord worden ook noemen wil, heden ten dage is zo’n ‘locus’ weinig anders nog dan een betaald zitje.
het betaalde zitje is goedkoop zolang je mening onbelangrijk, neutraal en rendabel is: zolang het zichzelf ‘verkoopt’. eender welke opinie over de nieuwe haarkleur van Beyoncé is vaneigens zelfbedruipend en zal uitgebreid aan bod komen…

het betaalde zitje wordt duurder naarmate ze meer afwijkend, belangrijker, en/of onrendabel is.

dat maakt dat elke mening sowieso gekwantificeerd wordt: ze wordt op dat raster gelegd en haar prijs wordt bepaald. dat gebeurt niet door iemand, ook niet door een of ander duister consortium, maar door de zgn. ‘vrije’ markt die uiteraard wel bespeeld wordt door diverse schimmige tot gitzwarte ‘belangengroepen’.

wat men dan de ‘open debatcultuur’ pleegt te noemen stelt niet veel anders meer voor dan wat geschud met het raster ten einde te bepalen in welk vakje het gekweel in kwestie thuishoort zodat het naar behoren geprijsd naar de ‘vrije’ markt kan vloeien.

die onvermijdelijke kwantificatie van elke opinie in het moordende spel van vraag en aanbod wordt verder gekenmerkt door obstinate (koppige) afwezigheid van de overheid in de organisatie ervan.
de overheid wijst elke verantwoordelijkheid van de hand, want zij mag immers niet ingrijpen bij deze ‘vrijheid’ van meningsuiting.

wat volgt is dan, onder de verdeelde zitjes, het huidige zwarte pieten spel waarbij de verantwoordelijkheid wordt doorgeschoven of naar de media die stuk voor stuk op ‘vrije markt’ principes van vraag en aanbod zijn georganiseerd, of naar culturele opiniebepalers zoals universiteiten die eveneens als bedrijf worden gerund, of naar bepaalde satanisch kwaadwillige politici. in feite dus naar de dichtsbijzijnde Speerse spektakelfaçade voor het mombakkes, de eigenface van de kwantificatiecultuur zelf, die wij allen in ons midden toelaten en zelfs toejuichen.

want uiteindelijk is het natuurlijk allemaal onze eigen ‘schuld’: wij staan toe dat bedrijven als Facebook, Google en Twitter bepalen wat er wel en niet mag gezegd worden
wij staan toe dat er nagenoeg geen enkele vrijplaats, geen enkel onbepaald kanaal van informatie meer bestaat
wij dringen er bij onze overheid die wij verkiezen niet op aan dat er voor ons als burger zulk een digitaal platform dat vrij is van commerciële belangen wordt gecreëerd (de kostprijs daarvan is bij een degelijke uitbouw waarbij je de burger gaandeweg laat zien dat wanneer hij er direct zijn geld aan geeft ipv indirect via belastingen, wanneer je laat zien waarvoor zij betaalt, belachelijk klein)
wij beweren al sinds 1990 dat we ‘van computers niks begrijpen’ en het zijn wij, u en ik, die wat dit en vele andere dingen betreft al onze burgerrechten cadeau gedaan hebben aan voornoemde spelers, de uitbaters van het meningenpretpark waarbinnen ik hier, op Facebook en elders mag beweren wat ik wil, want tegen de financiële overmacht die deze macht over mij en jullie wil behouden als een rechtmatig verworven eigendom, kan ondertussen niemand meer op.

ofwel, misschien? ik zie het graag gebeuren…

dus kunnen we het woord ‘afrekencultuur’ misschien beter her-begrijpen, ‘hermunten’ – zo zeggen jullie dat toch niet? – als die cultuur waarin je als individu voortdurend afgerekend wordt op de marktwaarde die je hebt, dwz. hoeveel er van jou nog geëxploiteerd kan worden, wat de data die jij genereert door hier binnen de globale database van het internet voortdurend rond te klikken en jouw mening te fulmineren nog opbrengt aan de kassa.
een kassa die voor ieder van ons netjes afgesloten en buiten zicht en buiten bereik blijft, en zeker dan voor de naarstig speurende overheden, maar ach, da’s maar een zielig hoopje kleine adverteerders, een slecht georganiseerde bende prutsers waarvan de meest effeciënte elementen overigens ter controle een ruime toelage krijgen, rechtstreeks uit de kassa, hier, niet bij jou.

en deze afrekencultuur floreert geheel dankzij jouw al te bereidwillige medewerking, waarvoor niemand jou ooit bedanken zal, laat staan betalen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma


het moment (63)

poëzie bestaat niet. het is burgerlijke inventie om het tij van de lyriek te keren. de taal ervan is de varkensmaskerade van een sadistisch universum dat zichzelf niet onder ogen durft te zien. vrij zijn wij, maar oud staan onze huizen wirrel warrel in het débacle dat we bij onze kinderen achterlaten. poëzie is de moedwil van het humorloze misverstand.

poëzie is kut met peren zoals elke beruchte krijgsmacht bestaat uit legers grauw en grijze troep, extreem mannelijk zwerfvuil dat alleen wil neuken en vernietigen waar het te slap voor is, zoals elke religie enkel het afrukken en afzuigen der priesterpikken dient, poëzie staat garant voor wat gemurmel in het snot van internet, alwaar het stijfsel mens al sinds Berners-Lee apocalyptisch verkouden naar porno loopt te loeren. poëzie is enkelpoëzie, de plooitjes van de broek daarop. poëzie is de slijmerige smurrie waarin dorpen waggelen, banken sudderen en kale kermiswoorden als virussen groeien wassen rotten razen en van onuitspreekbare zelfhaat stikken in hun letters en zinken.

poëzie is erger dan wilfried martens, erger dan de liefde van wilfried martens, erger dan wilfried martens die ons zijn innige liefde wil uitleggen.
met ons delen. alleen powesie is erger dan poëzie.

poëzie is de kapotte kadans bij marsman op de bodem van een oorlog die getrouw de oorlog volgde tot er weer oorlog was. poëzie is twee kroppen rotte sla die in elkaar vervloeien willen omdat het nou eenmaal zo in het boekje staat. is dit poëzie? is het wel poëzie? ben jij iets anders dan poëzie? ontkennen is bevestigen.

invoerteksten (2016): moment 105 106107


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #128

jt128 – l’uniformité de toutes choses – IJSSCHEP

stel je voor dat alle dingen, de dingen die wij zien en betasten en gebruiken, het koffielepeltje, jouw smartenfoon, de potloodscherper, de auto van de buren en het zwaard van ardoewaan, stel je voor dat al die dingen op ons zouden gelijken, niet oppervlakkig maar echt essentieel, in wezen, dus zoals jij en ik echt zijn, werkelijkheid vormen, ze zouden dan enkel verschillen in hun verschijningsvormen, in hun kleuren, hun geuren, hoe ze aanvoelen als je ze aanraakt en wat je ermee doen kan dus aja oké het spreekt dat je met het koffielepeltje geen moslim de arm gaat afhakken of dat je de potloodscherper niet neemt om naar het trouwfeest van je oudste zoon met de dochter van een maffiabaas te rijden en dat jij niet echt helemaal mij bent en ik jou niet als jouw lief je aan het neuken is, maar goed, stel je voor dat we allemaal toch in wezen en in essentie dat een en hetzelfde ding zouden zijn dat alle verschillen uiteindelijk één voor één wegvallen, na veel vijven en zessen, dat alle kleuren zouden samenvloeien tot een vaalgrijs witachtig schijnsel , dat alle geuren samenklitten als een garenkluwen tot een enerverende chloorstank, dat al het tastbare en al het tastende tot éénzelfde laag van uniformiteit zou zijn uit elkaar gevallen en dat er in gans het universum niks anders meer te zien, te ruiken of te voelen, laat staan te horen zou zijn en dat alles dus oef seg uiteindelijk die rust van het niets, nee van het eenvormige, het onderscheidsloze zou hebben gevonden…


op dat moment, wanneer je erin slaagt om je dat voor te stellen, om het te voelen, te ruiken, te zien, dan heb jij misschien ook bereikt wat Antonin Artaud vanochtend met mij klaarspeelde toen hij mij de 4 nee 5 woorden ‘l’uniformité de toutes choses’ te lezen gaf, maar toen belde een vriendin mij op om af te spreken voor vanavond, en jazeker ik ga graag met je mee zei ik en ik vergat alles van wat ik daarnet vertelde weer en een mooie avond was het, ja dat is het zeker geworden, maar toch ook weer een avond die voorbij is, zoals alle avonden daarvoor wel wat anders waren maar toch avond ook en voorbij vooral. 

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (62)

het spookt. het lief dat haar bezong is dood. ongehoord het vlijdt zich neer bij het afwezige. er zucht een zomerse zefier op het toneel en handen strelen haren die geen aanvang hebben, enkel glans. het bracht de sojoez dapper en vaderlandslievend in de baan en stort nu zelf ter aarde neer. het is een suizen dat versnelt.

petas lilith kama-rupa! phfoef. een glimlach uit het verre krult analoog aan een veeg in het laken. kijk, visioen! gods vinger is een roze rots die tepelt uit het bruisen van een flardenzee aan wolken. het wijst het aan! ter pen! een melding is het uit de geile grot van het genot.

het is verloren, kwijt in een wereld die het niet bewonen kan. er is alsof, alsof alsof, de vermenigvuldigingen daarvan, en daar doorheen de rechte lijnen van de eenzaamheid. feiten zijn slangen, het misbaar van mozes die zijn adepten aan zijn god verkocht voor manna hennep ambrozijn en 30 jaren ongebreidelde machtswellust.

de zon heeft al zijn roze jurkjes uit gedaan en staat nu naakt te branden, de vernietiging vol in het gelid. branding brand maar, branding keer en brand de kusten nog een keer. het daalt de kerker in, langs het koude van de ketting en het noteert het snuffelen van ratten die wachten tot het zich niet meer verweert.

invoerteksten (2016): moment 102 103


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #127

jt 127 – l’aplanissement de la vie – WERKDRUK

ochtendtekeningske van een fictief mens. mijzelf weer als een of ander verlopen rockwijf vermoedelijk.

ik heb mijzelf beloofd om te proberen een uitlegje te schrijven voor een tijdschrift, en meteen voel ik mij beklemd, benauwd, gevangen in de dwingende logica van een wereld die niet de mijne is. als een leeuw in een kooi, ha.

ik voel mij helemaal niet onbegrepen, dat is het niet. het probleem is eerder: ik hoor hier gewoon niet thuis. mijn denken, mijn aanvoelen, mijn motivaties en mijn bekommernissen zijn niet compatibel met die van de mensen om mij heen en van mijn inzichten moet niemand wat hebben want niets daarvan kan ooit stroken met hoe zij handelen. ik begrijp hun motivaties wel, ik zie waarom zij wat betrachten en ik zie er vaak de schoonheid van in , ik bemin zovele van hen daarom, van op veilige afstand toch, omdat hun streven altijd zo nobel lijkt en ook wel is en hoe zij dan falen telkens door hun eigen zelfzucht weer maar eens te onderschatten en door zichzelf buiten het vernietigende oordeel te plaatsen dat zij hoe dan ook wel over de ander blijven vellen en ach, wat zou het, ik weet heus wel dat men alles wat ik zeg of schrijf of doe zal blijven ontkennen tot ikzelf dood en vergeten ben en het veilig wordt geacht om eindelijk te gaan toepassen wat ik heel de tijd wou aanreiken. dat het dan veel te laat zal zijn maakt niet uit, het is immers het gebaar dat telt. een gedachte is veel waard.

als ik wil dat het beter gaat met hen, kan ik beter zwijgen, want alles wat ik zeg is sowieso onaanvaardbaar, alleen al omdat het van mij komt.

en ik wil helemaal niks. ik verfoei mijn gelijk als een verschrikkelijke vloek en ik wil niemand of niets ‘hebben’, en ik ben helemaal niet eenzaam of ongelukkig, ik wil enkel zoveel mogelijk van dat verdomde ik vanaf waar niemand wat aan heeft en ik wil enkel weten, zoals Bernard Réquichot, waar het werk mij heen wil voeren. niet waarom. waar, en hoezo, daar.

het werk wil ‘ik’ worden, er gans in oplossen, maar traagjes zoals na het vrijen je er in super slow mo kan op oefenen om het uit elkander glijden zo lang mogelijk te rekken. want ik wil tot op de laatste seconde van 4 mei 2054 ten volle blijven genieten van deze uiterst langzame dood.

dus, dag na dag, uur na uur, jaar na jaar zit ik bij mijn versie van de ‘voyante’ van Artaud [ARTAUD 1956, p.123-128] en samen bekijken wij stilzwijgend wat er nou weer uit mijn bewegen hier op aarde opwelt, wat er zich uitgebraakt wil zien, en hoe die ophoestingen verder uitvlakken in het leven, op de vaalt om mij heen. maar zoiets stuur je dus beter niet naar een tijdschrift, in this dying day and age.

‘I can see it all before me’ neurieën wij samen, en dan lachen we wel eens, maar meestal bekwamen we ons in stilte verder in het verabsoluteren van de onverschilligheid bij het trage maar ononderbroken gestage naderen van onze onvermijdelijke ondergang.

het moment (61)

de adoratie van de geliefde is obstakel op de weg naar de geliefde. zijn verheerlijking ontkent haar eigenheid, daar alle heerlijkheid geheel de zijne is, en dus van haar vernietiging. laat haar naamloos zijn als dame, Anke of LAIS.

het spreekt haar uit in zich maar stemloos, als gebaar, verwerping van het zelf als vrucht van het verworpene en dan verwordt het ogenblikkelijk tot los verband van bont gestamel, beate zaligheid die het zichzelf heeft aangedaan.

en terwijl de wind haar teder troetelnamen fluistert en het zelf in bomen bloemen velden ook heur haarbos als verschijning ziet, zingen de vogels elke ochtend luid haar lied.

hoe verder het van zich is weggegaan, hoe meer de ziel zich uitspreekt in sensuele vreugde en gemeenschap van bestaan. het heeft zichzelf niet nodig om in de weelde op te gaan.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #126

jt 126 – le plan nu des sens – DRUKWERK

WIE HEEFT NIET, … (slot)

Die vastgebonden dood waar de ziel zich afschudt om eindelijk een complete en doordringbare staat te verkrijgen,

waar niet alles overhoop ligt, pijnlijk zot verstoord en eindeloos redetwistend met zichzelf, verstrikt in de draden van een mengeling die zowel ondraaglijk als melodieus is,

waar niet alles ongeschiktheid is,

waar niet de kleinste ruimte constant gereserveerd is voor de grootste honger naar een absolute en dan definitieve ruimte,

waar onder de druk der paroxismen plotseling het bestaan van een nieuw vlak wordt aangevoeld,

waar deze ziel die schudt en snoeft de mogelijkheid voelt om zoals in dromen te ontwaken in een heldere wereld, nadat ze de barrière (ze weet niet meer weet welke) doordrongen heeft, – en waar ze zich bevindt in een helderheid waar eindelijk haar leden zich ontspannen kunnen, waar de muren van de wereld afbreekbaar lijken tot in het oneindige.

Ze zou kunnen herboren worden deze ziel, maar dat gebeurt niet; want hoezeer verlicht ook, ze voelt dat ze nog steeds droomt, dat ze zich nog niet in die droomtoestand heeft gebracht waarmee ze zich kan identificeren.

Op dit moment van zijn sterfelijke mijmering trekt de levende mens die de muur van de onmogelijke identificatie heeft bereikt, zijn ziel op brute wijze terug.
En daar wordt hij terug geworpen op het naakte vlak der zintuigen, in een licht zonder schaduwen.

Weg van de oneindige muzikaliteit der gevoelsgolven, ten prooi aan de grenzeloze honger van de atmosfeer, aan de absolute koude.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert.NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Cette mort ligotée où l’âme se secoue en vue de regagner un état enfin complet et perméable,

où tout ne soit pas heurt, acuité d’une confusion délirante et qui ratiocine sans fin sur elle-même, s’emmêlant dans les fils d’un mélange à la fois insupportable et mélodieux,

où tout ne soit pas indisposition,

où la plus petite place ne soit pas réservée sans cesse à la plus grande faim d’un espace absolu et cette fois définitif,

où sous cette pression de paroxysmes perce soudain le sentiment d’un plan neuf,

où du fond d’un mélange sans nom cette âme qui se secoue et s’ébroue sente la possibilité comme dans les rêves de s’éveiller à un monde plus clair, après avoir perforé elle ne sait plus quelle barrière, – et elle se retrouve dans une luminosité où finalement ses membres se détendent, là où les parois du monde semblent brisables à l’infini.

Elle pourrait renaître cette âme, cependant elle ne renaît pas ; car bien qu’allégée elle sent qu’elle rêve encore, qu’elle ne s’est pas encore faite à cet état de rêve auquel elle ne parvient pas à s’identifier.

À cet instant de sa rêverie mortelle l’homme vivant parvenu devant la muraille d’une identification impossible retire son âme avec brutalité.

Le voici rejeté sur le plan nu des sens, dans une lumière sans bas-fonds.

Hors de la musicalité infinie des ondes nerveuses, en proie à la faim sans bornes de l’atmosphère, au froid absolu.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (60)

je kan pas vliegen als je vallen kan, wat kan er anders tot een vlucht vertragen? de aarde is bedreiging vol beton en achter blauwe hemels doemt de leegte van de grote nacht. de vrijheid van de lucht is koekenpan.

haar wervel is een bergkam die het met zijn blik beroert. de toekomst is een schim van het toekomende, je ontwaart alleen de klank ervan. de buik plat op het water, de kringloop van pijn in de ogen die de ogen zien ontwaken in het verzengende vuur van hun komst. de geluidloze flits. de zich oneindig ver uitstrekkende helder kabbelende wateren.

je moet kunnen hollen vooraleer je lopen kan. je moet tandeloos je wonden kunnen likken, weten wat kruipen is, het smeken met ontvelde knieën beheersen, vooraleer je het verlangen in één keer de strot kan overbijten.

niet zij. zij hoeft niets te doen, zij heeft het zalige in zich gevonden en laat alleen het echte toe. zij heeft jou niet nodig. het duikt in haar met het ademlijf van een Olymposgod.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #125

jt125 – Tous les rêves sont vrais – ZAKGELD

WIE HEEFT NIET, … (voetnoot)

Ik bevestig – en ik houd vast aan dit idee – dat de dood niet buiten het rijk van de geest is, dat hij binnen bepaalde grenzen kenbaar en benaderbaar is door een bepaalde gevoeligheid.

Alles wat in de orde der schriftuur het principe van ordelijke en heldere waarneming loslaat, alles wat tot doel heeft een omkering van de schijn te creëren, twijfel te introduceren over de positie van de beelden van de geest ten opzichte van elkaar, alles wat verwarring zaait zonder de kracht van de gedachte die opkomt te vernietigen, alles wat de dingen op hun kop zet door het ontredderde denken een nog groter aspect van waarheid en geweld aan te bieden, dat alles biedt een oplossing voor de dood, brengt ons in verbinding met de meer verfijnde gemoedstoestanden te midden waarin de dood zich uitdrukt.

Daarom zijn het zwijnen allemaal, zij die dromen zonder hun voorbije dromen te betreuren, zonder een gevoel van afschuwelijke nostalgie over te houden aan zulk onderduiken in vruchtbaar onbewustzijn. De droom is waar. Alle dromen zijn echt. Ik heb het gevoel van oneffenheden, van landschappen alsof ze gebeeldhouwd zijn, van golvende aardstukken die bedekt zijn met een soort vers zand, waarvan de betekenis is:

“spijt, teleurstelling, verlating, breuk, wanneer zien we elkaar weer?”.

Niets lijkt zozeer op liefde als de roep van bepaalde droomlandschappen, als het omlijnen van bepaalde heuvels, van een soort materiële leem waarvan de vorm als het ware op het denken is gegoten.

Wanneer zien we elkaar weer? Wanneer zal de aardse smaak van je lippen weer in de buurt komen van de angst van mijn geest? De aarde is als een werveling van dodelijke lippen. Het leven graaft voor ons de afgrond uit van alle vermiste strelingen.Wat hebben we te maken met deze engel die zich niet heeft weten te tonen? Zullen al onze gewaarwordingen voor altijd intellectueel blijven, en zullen onze dromen niet in staat zijn om vuur te vatten bij een ziel waarvan de emotie ons zal helpen om te sterven? Wat is deze dood waar we voor altijd alleen zijn, waar de liefde ons niet de weg wijst?

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

J’affirme – et je me raccroche à cette idée que la mort n’est pas hors du domaine de l’esprit, qu’elle est dans de certaines limites connaissable et approchable par une certaine sensibilité.

Tout ce qui dans l’ordre des choses écrites abandonne le domaine de la perception ordonnée et claire, tout ce qui vise à créer un renversement des apparences, à introduire un doute sur la position des images de l’esprit les unes par rapport aux autres, tout ce qui provoque la confusion sans détruire la force de la pensée jaillissante, tout ce qui renverse les rapports des choses en donnant à la pensée bouleversée un aspect encore plus grand de vérité et de violence, tout cela offre une issue à la mort, nous met en rapport avec des états plus affinés de l’esprit au sein desquels la mort s’exprime.

C’est pourquoi tous ceux qui rêvent sans regretter leurs rêves, sans emporter de ces plongées dans une inconscience féconde un sentiment d’atroce nostalgie, sont des porcs. Le rêve est vrai. Tous les rêves sont vrais. J’ai le sentiment d’aspérités, de paysages comme sculptés, de morceaux de terre ondoyants recouverts d’une sorte de sable frais, dont le sens veut dire :

« regret, déception, abandon, rupture, quand nous reverrons-nous ? »

Rien qui ressemble à l’amour comme l’appel de certains paysages vus en rêve, comme l’encerclement de certaines collines, d’une sorte d’argile matérielle dont la forme est comme moulée sur la pensée. Quand nous reverrons-nous ? Quand le goût terreux de tes lèvres viendra-t-il à nouveau frôler l’anxiété de mon esprit ? La terre est comme un tourbillon de lèvres mortelles. La vie creuse devant nous le gouffre de toutes les caresses qui ont manqué. Qu’avons-

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

kosmotheia

je kan bij (her)lezing van de theaterteksten van Artaud beginnen dromen over updates van het Theater van de Wreedheid, en dan kom je allicht nogal snel uit bij internationaal geproducete kut- en lulsnoeverijen vol opspattend geil en klassiek-grieks opgesnoven, bloederige, lichamelijke heldhaftigheden met een onuitputtelijke voorraad aan ‘poeier van het huis’ waarmee je dan ondanks alle schandalen Vlaanderen’s eer en glorie kan gaan vertegenwoordigen op de elitaire podia van de Verenigde Verwende Fortkindjes van Europa en Daarbuiten.

kijk: ik was vanochtend al mobiele agent-cabines aan het bouwen die als avatar-behuizingen zouden kunnen dienen op een materiële setting waar je kan op inloggen om dan virtueel en volledig coronaproof zou kunnen deelnemen aan het ‘spel’ en het ‘schouwen’ daarvan, waarbij de burg natuurlijk brug werd, de seks volledig taktiel ‘echt’ en de prijskaartjes voor een snuff-sessie onbetaalbaar voor iedereen buiten voor hen die nog net niet het eeuwige leven konden betalen. sterven op de scène als finaal spektakelaanbod na het toch maar saaie tripje naar Mars.

misschien missen we dan toch iets van het opzet van Artaud’s theaterhervormingen want die zochten wel degelijk een maatschappelijke relevantie. dus bedacht ik maar snel volgende hypothese, die zo je ze als werkbaar wenst te aanvaarden en verder bij te stellen, het voordeel heeft dat je niks meer moet bouwen, laat staan betaalbaar maken.

ter opfrissing kan je vooraf nog ff meekijken in het Ijzerboekje met de vertaling van Simon Vinkenoog die op het voorwoord na uiteindelijk nog best te pruimen is, zij het dan wel – ik citeer een mij dierbare in de chat daarstraks – ‘toch wat houterig en stroef in de lezing’


hypothese: de ‘wreedheid’ van Artaud is misschien wel de inhumane gestrengheid, de onverzettelijke onverschilligheid van de algoritmische bepaling die ons allen nu en hier (op FB bv.) tot mondige zwijgers en dilettant-nukkige slaven knecht.
het theater van de wreedheid is dan doorheen het zwarte gat van de spektakelmaatschappij (Debord) binnenstebuiten gefloept en wij zijn de alle controle of individuele interpretatie van onze rollen ontzegde spelers, de machteloze profielen rond een voor ons onzichtbare publiekskring in het midden.

wij vermoeden dan in onze megalomane paranoia een bende complotterende machthebbers in het publiekscentrum, maar wat er schouwt kunnen wij als verblinde spelers niet zien, het is een intelligentie die wij niet als dusdanig kunnen ‘begrijpen’.
en ach, de uitbaters van de netwerkvoorzieningen hebben heus wel wat beters te doen dan naar ons oeverloos geëmmer en gekrakeel te kijken, en zij garanderen maar al te graag onze privacy om onze data te kunnen verhandelen. who gives a shit.

toch: wij worden aanschouwd, wij worden afgespeeld in een kosmotheia* dat geheel buiten ons om georchestreerd wordt volgens de ‘demonische’ natuurwetten van het Rot en het Kapitaal.
al onze kwaliteiten worden op hun nominale waarde gekwantificeerd en van daaruit aangewend voor verdere verspreiding in het heelal of vernietigd. want elke klik is een stap verder in de afgesloten en alsmaar meer toegenepen corridor van de ons toegestane handelingen: onze mogelijkheden zijn immers beperkt tot wat betaalbaar is.

de apocalyps is geen oogwenk maar een voortdurend tijdperk, een geduldig sloopwerk van millennia. of iets minder lang, wat u en ik betreft.


*Het Franse woord is een geleerde ontlening aan Latijn theātrum ‘plaats waar schouwspelen gezien worden, theater‘, dat zelf ontleend is aan Grieks théātron ‘id. ‘ . Dat woord is een afleiding van theâsthai ‘aanschouwen, waarnemen’, afgeleid van théā ‘aanblik, schouwspel’, van onbekende verdere herkomst. (> WIKIPEDIA) – Cosmos (= Gr. κόσμος (kosmos)). De oorspronkelijke betekenis is: orde.

het moment (59)

treurnis is een wrede god die alles in zijn willekeur beslist. hij verandert lachend licht in droeve duisternis, hij geeft het ’s ochtends heel de blijdschap van haar wonderlijk bestaan om het dan met het gemis weer stuk te slaan.

treurnis is een duivel die de zieltogende voeden wil met liters drank en geil geloof en vals verbeelde schoonheid die verblindt. ramen bekleedt het treuren met zijn slappe tranenparels, deuren met vieze pukkels van gestold verlangen en in het bed legt het harige zweren op de ettertijd waarin het haar niet vindt.

het ziet de bloemen, vogels en de vreugde alomtrent, terwijl het lijf zo leeg blijft als een coronazomertent en de stem slechts kermt: “treuren is een deken in het bed waar jij niet bent”. het murwt zich uit de treurnis als een roze gifslang die vervelt.

het zal zijn liefde nooit ontkennen maar vanaf heden is het treuren voor de resten van een verder onbekende vent.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #124

jt 124 – l’image d’un panique déjà éprouvée – GELDZAK

WIE HEEFT NIET, … (2)

Ik beschreef net een sensatie van angst en droom, van angst die in de droom binnen glijdt een beetje zoals ik mij voorstel dat de agonie moet binnenglijden en zich voltrekken in de dood.
In ieder geval, zulke dromen kunnen niet liegen. Ze liegen niet. En die aaneengeregen doodssensaties, die verstikkingen, die wanhoop, dat inslapen, die verlatenheid, die stilte, zie je die niet met de uitvergrote spanning van een droom, met het gevoel dat er een nieuwe zijde van de realiteit voor goed achter jou ligt?
Maar kijk, op de bodem van de dood of de droom herbegint de angst. Deze angst die zich als een elastiek opspant en je plots bij de keel grijpt, ze is noch onbekend, noch nieuw. De dood waar men is ingegleden zonder er zich rekenschap van te geven, de terugkeer als lichaamsklomp, dat hoofd – het moest zo nodig , dat hoofd dat het bewustzijn en het leven bevat en dus ook de ultieme verstikking – het moest zo nodig, ook dat hoofd, de kleinst mogelijke opening door. Maar het huivert tot in het diep der porieën, en het heeft door het heen en weer schudden in ontzetting het idee gekregen, het gevoel dat het opgeblazen is, dat zijn angst vorm heeft gekregen, dat die onder de huid ontsproten is.

En omdat uiteindelijk de dood toch niets nieuws is, maar integendeel maar al te bekend, zien we niet aan het eind van deze inwendige gisting het beeld van een reeds ervaren paniek? De kracht van de wanhoop lijkt bepaalde situaties uit de kindertijd te doen weerkeren, waarin de dood zich zo helder en als een eenduidige stroom van ontzetting aandiende. De kindertijd kent een bruusk ontwaken van de geest, van intense uitbreidingen van het denken dat de latere leeftijd verloren heeft. In sommige paniekangsten uit de kindertijd, bepaalde grootse en onredelijke verschrikkingen waarin het gevoel van een niet humane dreiging loert, is het onbetwistbaar dat de dood verschijnt
als het scheuren van een nabij membraan, als een optillen van de sluier van de wereld die nog vormloos en onzeker is.

Wie heeft niet de herinnering aan ongeziene uitbreidingen, van de orde van een geheel mentale werkelijkheid, en die hem vervolgens nauwelijks verbaasd hebben, die echt aan het woud van zijn kinderlijke zintuigen werden opgeleverd? Uitbreidingen geïmpregneerd met perfecte, alles doordrenkende kennis, uitgekristalliseerd, eeuwig.

Maar welke vreemde gedachten onderstreept die, van welke uiteengereten meteoor reconstrueert het de menselijke atomen?

Het kind ziet herkenbare theorieën van voorouders waarin het de oorsprong van alle van mens tot mens bekende gelijkenissen noteert. De wereld der verschijningen groeit en stroomt over naar het gevoelloze, het onbekende. Maar de verduistering van het leven komt eraan en van dan af zijn dergelijke staten alleen nog maar te bereiken door een absoluut abnormale luciditeit ten gevolge bijvoorbeeld van drugs.

Vandaar het immense nut van toxische stoffen om de geest te bevrijden, te verheffen. Leugens of niet vanuit het oogpunt van een werkelijkheid waar men meestal weinig mee aankan, een werkelijkheid die slechts een van de meest voorbijgaande en minst herkenbare gezichten van de oneindige realiteit is, een werkelijkheid die samenvalt met de materie en daarmee vergaat, vanuit het oogpunt van de geest herwinnen die substanties hun superieure waardigheid, waardoor ze als hulpmiddel het dichtst bij en het nuttigst bij de dood komen te staan*.

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0


*hier staat een lange voetnoot die je morgen vertaald krijgt…

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Je viens de décrire une sensation d’angoisse et de rêve, l’angoisse glissant dans le rêve, à peu près comme j’imagine que l’agonie doit glisser et s’achever finalement dans la mort.

En tout cas, de tels rêves ne peuvent pas mentir. Ils ne mentent pas. Et ces sensations de mort mises bout à bout, cette suffocation, ce désespoir, ces assoupissements, cette désolation, ce silence, les voit-on dans la suspension agrandie d’un rêve, avec ce sentiment qu’une des faces de la réalité nouvelle est perpétuellement derrière soi ?

Mais au fond de la mort ou du rêve, voici que l’angoisse reprend. Cette angoisse comme un élastique qui se retend et vous saute soudain à la gorge, elle n’est ni inconnue, ni nouvelle. La mort dans laquelle on a glissé sans s’en rendre compte, le retournement en boule du corps, cette tête – il a fallu qu’elle passe, elle qui portait la conscience et la vie et par conséquent la suffocation suprême, et par conséquent le déchirement supérieur – qu’elle passe, elle aussi, par la plus petite ouverture possible. Mais elle angoisse à la limite des pores, et cette tête qui à force de se secouer et de se retourner d’épouvante a comme l’idée, comme le sentiment qu’elle s’est boursouflée et que sa terreur a pris forme, qu’elle a bourgeonné sous la peau.

Et comme après tout ce n’est pas neuf la mort, mais au contraire trop connu, car, au bout de cette distillation de viscères, ne perçoit-on pas l’image d’une panique déjà éprouvée ? La force même du désespoir restitue, semble-t-il, certaines situations de l’enfance où la mort apparaissait si claire et comme une déroute à jet continu. L’enfance connaît de brusques réveils de l’esprit, d’intenses prolongements de la pensée qu’un âge plus avancé reperd. Dans certaines peurs paniques de l’enfance, certaines terreurs grandioses et irraisonnées où le sentiment d’une menace extra-humaine couve, il est incontestable que la mort apparaît

comme le déchirement d’une membrane proche, comme le soulèvement d’un voile qui est le monde, encore informe et mal assuré.

Qui n’a le souvenir d’agrandissements inouïs, de l’ordre d’une réalité toute mentale, et qui alors ne l’étonnaient guère, qui étaient donnés, livrés vraiment à la forêt de ses sens d’enfant ? Prolongements imprégnés d’une connaissance parfaite, imprégnant tout, cristallisée, éternelle.

Mais quelles étranges pensées elle souligne, de quel météore effrité elle reconstitue les atomes humains.

L’enfant voit des théories reconnaissables d’ancêtres dans lesquelles il note les origines de toutes les ressemblances connues d’homme à homme. Le monde des apparences gagne et déborde dans l’insensible, dans l’inconnu. Mais l’enténèbrement de la vie arrive et désormais des états pareils ne se retrouvent plus qu’à la faveur d’une lucidité absolument anormale due par exemple aux stupéfiants.

D’où l’immense utilité des toxiques pour libérer, pour surélever l’esprit. Mensonges ou non du point de vue d’un réel dont on a vu le peu de cas qu’on pouvait en faire, le réel n’étant qu’une des faces les plus transitoires et les moins reconnaissables de l’infinie réalité, le réel s’égalant à la matière et pourrissant avec elle, les toxiques regagnent du point de

vue de l’esprit leur dignité supérieure qui en fait les auxiliaires les plus proches et les plus utiles de la mort*.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (58)

voor s. l. t.


het droomde dat ze vlogen, hun schouders in elkaar vergroeid tot monsterlijke vleugels. twee in elkaar hakende vliegende torren, spier op spier voelden zij elkaar, vel op vel, bot op bot. en onder hen verschroeide de aarde, de mensen verkoolden, de dieren de planten de vissen de vogels. duizenden bomen knakten neerwaarts als evenveel uitgebrande lucifers.

LAIS: haar komst is een schateren van bonte vogels dat opstijgt uit een oerwoud dat al uit die as verrijst, verrezen is. herinnering is geen belofte. herinnering is zekerheid. beloven doet het dit: niemand kan haar raken, noch haar stam. heel haar wezen is te engelachtig dicht en zij zijn samen als een zwerm demonen onbereikbaar ver en vrij.

maar het wil niet dat een ander ziet, wat het ziet. que sera, sera. de vloek die toch al uitgesproken is, brengt bij onthulling enkel woede, onmacht en verdriet (de plaag neemt vele vormen aan, beginnen doet het met een vaudeville). en praten van de komst die niemand helpt wiens lot het onheil treft, en sowieso toch treffen zal, verdaagt alleen het glorieuze klinken, de onvermijdelijke fosforflits van het lied, bij het gestaag gulpende klokken van de slokkende hel. geniet van het pus, rien ne va plus.

bespoedig of verhinder niets, vernietig alle sporen van je zelf. wanneer het niets is, zal het niets zich schamen.

invoerteksten (2016): moment 9495


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (57)

in het spel van licht en donker krijgt het zwart altijd de bovenhand. het is maandag en de maan is weg, het is dinsdag en de dag is weg, op woensdag is er weer geen poen en ook op donderdag geen zoen. niets daarvan is triest, wat kan er triest zijn wanneer alles in niets is vervat.

elk moment is diefstal, streling van het oog. de vrijheid heeft zich als een sater zat gezopen en de zon is kwaad naar huis gelopen. het legt een natte vinger zachtjes op de iris en dreigt met duwen tot het van de vinger schrikt. kijk, het verblijf ondergaat weer een samenpersing van de tijd, een hele maand in de oogopslag van Tralfamadorische aard:

het is een zwarte strook gestrompel in de gang van ’t bed en een schokkerige corridor op de treden van de trap en daar beneden ook een diepe buiging van de zetel naar de tv die uit en aan flikkert in een vaste slag. het is grijze smurrie met ledematenstengels aan het bureau en een knobbel git op de bril van het toilet.

de rest van het huis baadt in het licht van de stervende planten.

invoerteksten (2016) : moment 9192 93



over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (56)

het herbeleeft de overgang in een herinnering die een beleven is, elke keer onmerkbaar weinig minder echt, een stukje dieper in de waan van de genezing, de werkelijkheid. tel en tel en floep de stilte valt weer als een gulpje waterstraal in het zand. wanneer het zwart komt dat verlossing brengt valt al het praten van de wereld uit en dan pas wordt het duidelijk hoe zinloos elk verzet was, al dat weerwerk van het denken.

de lucht versnijdt de adem in verzwelgbare plakken pijn. wat het ook naar binnen werkt er komt geen einde aan de beelden en de woorden zitten vast in een lus die de woorden hameren, de volledige absurditeit van klanken letters, associatie en betekenis. zolang er zelf is blijft het woord volharden

want eens het woord zich in de wereld baarde, werd een deel ervan tot een zielig stukje zelf beknot, een uitgesproken ding dat in een bevattelijke naam zichzelf benoemen kon en dan wel iets zou zijn. maar het ziet enkel het niets waaruit het zelf ontstond, dat toch iets anders was dan niets, een vraag waarop nooit antwoord kwam.

en op die onmacht der verlatenheid volgt het trieste wuiven met de kruinen eerst en dan de wellust van de bloei maar ook het animale huilen, het beestachtige kermen, het waanzinnige krijsen en het moment dat enkel praten lijkt te helpen en denken dat het praten helpt want kijk het helpt toch als ik praat. vermaledijde mens die van zichzelf niet eens de taal verstaat.

invoerteksten (2016): moment 899091


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (55)

de wereld is een tekstverband waaronder liefde woekert. onder de taal is het echte een open wonde, die met haar etter de versteende woorden besmet. elke genezing is een verstarring die het bloeden bestendigt. het regent. het heeft haar niet gezien, ze droeg het gelaat van een ander.

de wereld is een code die het niet lezen kan. ook vroeger deed het maar alsof. de lippen bewogen mee met het onbegrepene. het heeft dan ook geen enkele informatie omtrent de eigenheid, enkel ruwe data die het zelf niet compileren kan. de wereld is de wereld is de wereld die het nooit bereiken kan.

het sprak hen na, maar wat er klonk onthulde node ook hun leugens, dus kreeg het klappen. het leerde snel het ergste te vermijden maar het bleef een lopend gif voor elke eigenwaan. de eigen versplintering maskerend met schermen, kon het parasitair hooguit liefde retourneren die de ander naar hartenlust op de schermen projecteerde.

de wereld is de wereld niet. vergeefs, ver voorbij het punt dat treuren een wellust is, in het donkere hol waaruit niets emaneert, treurt het om haar. het voelt niets want het is niets dan treurnis en de treurnis neemt de vorm aan van haar lichaam dat het zijne is, rein, leeg, bevrijd van kwade wil, louter wens om naakt bij haar te zijn.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #123

jt 123 – une sorte de ventouse posée sur l’ame – PUNTNEUS

WIE HEEFT NIET, … (1)

Wie heeft niet, te midden van bepaalde angsten, in de diepte van enige dromen, de dood ervaren als een verbrijzelende en wonderbaarlijke sensatie waarmee niets in de orde van de geest kan worden vergeleken? Iedereen zal deze ademsklim van de angst wel hebben gekend, waarbij de golven over je heen komen en je opblazen alsof je gedreven wordt door een onhoudbare balg. De angst die telkens groter, telkens zwaarder en van steeds dieper in je keel nadert en ebt. Het is het lichaam zelf dat de grens van zijn uitzettingsvermogen en kracht heeft bereikt en dat toch verder moet gaan. Het is een soort zuignap die op de ziel wordt geplaatst, waarvan de scherpte als vitriool over de laatste grenzen van het voelbare loopt. En de ziel heeft niet eens de uitweg om te barsten. Want dit uitzetten zelf is bedrog. De dood stelt zich niet tevreden met zo’n prijsje. Deze uitzetting in de fysieke orde is als het omgekeerde beeld van de vernauwing waarmee de geest zich over de gehele uitgestrektheid van het levende lichaam moet vastklampen.

Die adem, die daar hangt, is de laatste, echt de laatste. Het is tijd om de afrekening te maken. De minuut die zo gevreesd, zo geducht, zo vaak gedroomd is, is gearriveerd. Het is waar: jij gaat sterven. Je beloert en je meet die adem. En een immense tijd speelt zich helemaal tegen de limiet af in een besluit waarin deze zich niet spoorloos mag voltrekken.

Crepeer, hondengebeente. En je beseft heel goed dat je denken niet volbracht is, niet afgesloten, en dat je in zekere zin nog niet eens begonnen was te denken.

Het maakt niet uit. – De angst die op je valt verbrijzelt je tot in het onmogelijke, want je weet goed dat je moet overgaan naar die andere kant waarvoor niets in jou klaar is, zelfs niet dit lichaam, vooral niet dit lichaam dat je verlaten zal zonder ervan de materie, noch de omvang, noch de onmogelijke verstikking te vergeten.

En het zal zijn zoals in een nare droom waar je uit de plaats van je lichaam weg bent, en je het toch daarheen gesleept hebt en het je laat lijden en je oplicht met zijn oorverdovende indrukken, waar de uitgestrektheid altijd kleiner of groter is dan jij, waar niets je in het gevoel nog laat dat je vanuit een diepgewortelde aardse gerichtheid meebracht.

En dat is het, en dat zal het altijd zijn. Bij het gevoel van deze verlatenheid en deze onuitsprekelijke malaise, welk een schreeuw, het geblaf van honden in een droom gelijk, tilt er niet je huid op, draait er niet rond in je keel, in de verbijstering bij deze zinloze verdrinking. Nee, het is niet waar. Het is niet waar.

Maar het ergste is: het is wel waar. En samen met dat gevoel van wanhopige echtheid waarmee het lijkt dat je opnieuw gaat sterven, dat je voor de tweede keer gaat sterven (Je zegt tegen jezelf, je spreekt het uit dat je gaat sterven. Jij gaat sterven: Ik ga voor de tweede keer sterven.) en zie, je weet niet welk een humiditeit van ijzerwater, van steenwater of van wind je zo ongelooflijk verkwikt en je verlost van het denken, en je bent zelf aan het zinken, je zinkt naar jouw dood toe, naar jouw nieuwe staat van dode. Dit stromende water is de dood, en van het moment dat je er vrede mee neemt, dat je die nieuwe sensaties registreert, dan begint de grote identificatie.
Je was dood en zie nu leef je weer – MAAR DEZE KEER BEN JE ALLEEN.

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

QUI, AU SEIN…

Qui, au sein de certaines angoisses, au fond de quelques rêves n’a connu la mort comme une sensation brisante et merveilleuse avec quoi rien ne se peut confondre dans l’ordre de l’esprit ? Il faut avoir connu cette aspirante montée de l’angoisse dont les ondes arrivent sur vous et vous gonflent comme mues par un insupportable soufflet. L’angoisse qui se rapproche et s’éloigne chaque fois plus grosse, chaque fois plus lourde et plus gorgée. C’est le corps lui-même parvenu à la limite de sa distension et de ses forces et qui doit quand même aller plus loin. C’est une sorte de ventouse posée sur l’âme, dont l’âcreté court comme un vitriol jusqu’aux bornes dernières du sensible. Et l’âme ne possède même pas la ressource de se briser. Car cette distension elle-même est fausse. La mort ne se satisfait pas à si bon compte. Cette distension dans l’ordre physique est comme l’image renversée d’un rétrécissement qui doit occuper l’esprit sur toute l’étendue du corps vivant.

Ce souffle qui se suspend est le dernier, vraiment le dernier. Il est temps de faire ses comptes. La minute tant crainte, tant redoutée, tant rêvée est là. Et c’est vrai que l’on va mourir. On épie et on mesure son souffle. Et le temps immense déferle tout entier à sa limite dans une résolution où il ne peut manquer de se dissoudre sans traces.

Crève, os de chien. Et l’on sait bien que ta pensée n’est pas accomplie, terminée, et que dans quelque sens que tu te retournes tu n’as pas encore commencé à penser.

Peu importe. – La peur qui s’abat sur toi t’écartèle à la mesure même de l’impossible, car tu sais bien que tu dois passer de cet autre côté pour lequel rien en toi n’est prêt, pas même ce corps, et surtout ce corps que tu laisseras sans en oublier ni la matière, ni l’épaisseur, ni l’impossible asphyxie.

Et ce sera bien comme dans un mauvais rêve où tu es hors de la situation de ton corps, l’ayant traîné jusque-là quand même et lui te faisant souffrir et t’éclairant de ses assourdissantes impressions, où l’étendue est toujours plus petite ou plus grande que toi, où rien dans le sentiment que tu apportes d’une antique orientation terrestre ne peut plus être satisfait.

Et c’est bien cela, et c’est à jamais cela. Au sentiment de cette désolation et de ce malaise innommable, quel cri, digne de l’aboiement d’un chien dans un rêve, te soulève la peau, te retourne la gorge, dans l’égarement d’une noyade insensée. Non, ce n’est pas vrai. Ce n’est pas vrai.

Mais le pire, c’est que c’est vrai. Et en même temps que ce sentiment de véracité désespérante où il te semble que tu vas mourir à nouveau, que tu vas mourir pour la seconde fois (Tu te le dis, tu le prononces que tu vas mourir. Tu vas mourir : Je vais mourir pour la seconde fois.), voici que l’on ne sait quelle humidité d’une eau de fer ou de pierre ou de vent te rafraîchit incroyablement et te soulage la pensée, et toi-même tu coules, tu te fais en coulant à ta mort, à ton nouvel état de mort. Cette eau qui coule, c’est la mort, et du moment que tu te contemples avec paix, que tu enregistres tes sensations nouvelles, c’est que la grande identification commence. Tu étais mort et voici que de nouveau tu te retrouves vivant, – SEULEMENT CETTE FOIS TU ES SEUL.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (54)

wat voorbij is krast het in de ogen als het omkijkt. het dacht hierdoor een eendere schoonheid te zullen vinden, maar die is er niet, zal er nooit zijn want waar zou ze ooit geweest zijn? sterven is prozaïsch en banaal en kil. het slokt.

niets van wat het denkt (het regent) houdt steek. het komt steeds op hetzelfde punt terecht in de spiraal. de lus rond het punt van de dood. en daar staat het dan te treuren, het boekje bevend in de hand. stil bij het eendere tikken van de scheve klok, nog even zat zigzag strompelend van a naar n. niets denken is beter.

het haat zichzelf bij het zingen van de vogels, bij het razen der prijzige automobielen, neerwaarts, de berg af die niet langer de zijne is, bij de vierde aflevering van het derde seizoen van een reeks zinloze beelden op een irritante klankband. het slokt. niets voelen is beter.

niets voelen is een ui, vertelt het stilzwijgend aan de doven, het is een zwart zweven waarin alle kleuren zijn vervat, de uitwaai van gevoelens, onaantastbare vlindervleugels in een gelaagde zwerm, gelaagd rond de leegte, rond het geduldig wachtende zwart van de angst die alleen maar uit angst bestaat.

invoerteksten (2016): moment 85 86 87


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #122

jt 122 – l’ étalon d’un néant qui s’ignore – NEUSPUNT

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (slot)

De streng die ik priemen laat uit het intellect dat me bezighoudt en het onbewuste dat me voedt,  vertoont steeds fijnere draden in het hart van het vertakkende weefsel. En het is een nieuw leven dat herboren wordt, dieper en dieper, meer welbespraakt, dieper geworteld.

Nooit kan er door deze ziel die zich wurgt enige precisie worden gegeven, want de kwelling die haar doodt ontvleest haar vezel na vezel, beweegt zich onder het denken, dieper dan daar waar de taal kan reiken want het is de verbinding zelf van dat wat haar maakt en spiritueel samenhoudt, die afbreekt in de mate waarin het leven haar noodt tot voortdurende helderheid. Nooit enige helderheid op deze lijdensweg, op deze cyclische en fundamentele martelgang. En desondanks leeft ze, maar in een duren vol eclipsen waarbij het vluchtige zich immer mengt met het onbeweeglijke en het verwart met die doordringende taal van klaarte zonder duur. Deze vervloeking is in hoge mate leerzaam voor de diepten die zij beslaat, maar de wereld zal er de les van niet verstaan.

De emotie gewekt door het ontluiken van een vorm, de aanpassing van mijn stemmingen aan de mogelijkheid van een discours zonder duur, is mij een heel wat dierbaarder toestand dan de bevrediging van mijn activiteit.
Het is de toetssteen voor bepaalde geestelijke leugens.

Het is dit soort stappen achteruit die de geest maakt van onder het bewustzijn dat hem fixeert, om de emotie van het leven op te zoeken. Deze emotie die verder ligt dan het bepaalde punt waar de geest haar zoekt, en die opduikt in haar volle rijkdom van vormen en in een verse stroom, deze emotie die de geest het overweldigende geluid van de materie biedt, de hele ziel stroomt erheen en gaat op in haar brandend vuur. Maar meer nog dan van het vuur raakt de ziel in vervoering van de klaarte, het gemak, de natuurlijkheid en de ijzige oprechtheid van deze materie die te vers is en die koud en warm blaast.
Hij daar weet nu wat de verschijning van deze materie betekent en van welke onderaardse slachting dat ontluiken de prijs is. Deze materie is de maatstaf van een niets dat zich niet kent.

Als ik mij denk, zoekt mijn gedachte zich in de ether van een nieuwe ruimte. Ik sta op de maan zoals anderen op hun balkon. Ik neem in de breuklijnen van mijn geest deel aan de planetaire zwaartekracht.

Het leven zal gebeuren, de gebeurtenissen zich afspelen, de spirituele conflicten zich oplossen, en ik zal er geen deel aan hebben. Ik heb niets te verwachten, niet van de fysieke noch van de morele kant. Aan mij is de voortdurende smart en de schaduw, de nacht van de ziel, en ik heb geen stem om te schreeuwen.
Verkwansel uw rijkdommen ver van dit ongevoelige lichaam waar geen enkel seizoen, geestelijk noch zinnelijk, vat op heeft.

Ik heb het domein van de smart en de schaduw gekozen zoals anderen dat van de uitstraling en de ophoping van de materie.
Ik werk niet in de uitgestrektheid van welk domein dan ook.
Ik werk in de unieke duur.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956, p. 105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

originele tekst
(http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm):

La corde que je laisse percer de l’intelligence qui m’occupe et de l’inconscient qui m’alimente, découvre des fils de plus en plus subtils au sein de son tissu arborescent. Et c’est une vie nouvelle qui renaît, de plus en plus profonde, éloquente, enracinée.

Jamais aucune précision ne pourra être donnée par cette âme qui s’étrangle, car le tourment qui la tue, la décharne fibre à fibre, se passe au-dessous de la pensée, au-dessous d’où peut atteindre la langue, puisque c’est la liaison même de ce qui la fait et la tient spirituellement agglomérée, qui se rompt au fur et à mesure que la vie l’appelle à la constance de la clarté. Pas de clarté jamais sur cette passion, sur cette sorte de martyre cyclique et fondamental. Et cependant elle vit mais d’une durée à éclipses où le fuyant se mêle perpétuellement à l’immobile, et le confus à cette langue perçante d’une clarté sans durée. Cette malédiction est d’un haut enseignement pour les profondeurs qu’elle occupe, mais le monde n’en entendra pas la leçon.

L’émotion qu’entraîne l’éclosion d’une forme, l’adaptation de mes humeurs à la virtualité d’un discours sans durée m’est un état autrement précieux que l’assouvissement de mon activité. C’est la pierre de touche de certains mensonges spirituels.

Cette sorte de pas en arrière que fait l’esprit en deçà de la conscience qui le fixe, pour aller chercher l’émotion de la vie. Cette émotion sise hors du point particulier où l’esprit la recherche, et qui émerge avec sa densité riche de formes et d’une fraîche coulée, cette émotion qui rend à l’esprit le son bouleversant de la matière, toute l’âme s’y coule et passe dans son feu ardent. Mais plus que le feu, ce qui ravit l’âme c’est la limpidité, la facilité, le naturel et la glaciale candeur de cette matière trop fraîche et qui souffle le chaud et le froid. Celui-là sait ce que l’apparition de cette matière signifie et de quel souterrain massacre son éclosion est le prix. Cette matière est l’étalon d’un néant qui s’ignore.

Quand je me pense, ma pensée se cherche dans l’éther d’un nouvel espace. Je suis dans la lune comme d’autres sont à leur balcon. Je participe à la gravitation planétaire dans les failles de mon esprit.

La vie va se faire, les événement se dérouler, les conflits spirituels se résoudre, et je n’y participerai pas. Je n’ai rien à attendre ni du côté physique ni du côté moral. Pour moi c’est la douleur perpétuelle et l’ombre, la nuit de l’âme, et je n’ai pas une voix pour crier. Dilapidez vos richesses loin de ce corps insensible à qui aucune sais ni spirituelle, ni sensuelle ne fait rien.

J’ai choisi le domaine de la douleur et de l’ombre comme d’autres celui du rayonnement et de l’entassement de la matière.

Je ne travaille pas dans l’étendue d’un domaine quelconque.

Je travaille dans l’unique durée.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (53)

het telt. het zal tot ons spreken bij het einde van de telling, belooft het. het gieren van de wind (de wind giert). het razen van de wind (de wind raast). het gillen van de wind (de wind gilt). het woeste van de wind  (de woeste wind). het beuken van de golven (de golf beukt).

het kabbelen der golfjes (de golf kabbelt). het schone schip verleden (de golf beukt). zalm spartelt naar de zee (de golf beukt). de zee stoot diep het land in  (het land wijkt). de klok galmt in de dorpen (het land wijkt). straks lacht het natte land (het land blijft). met de kusjes van de wind (de golf beukt). zonder haar verwelken zelfs de paardenbloemen. deze telling heeft echt plaatsgevonden in april 2016, het herinnert het zich alsof het gisteren was.

op het moment van het inslapen opent het zich, de zwarte leegte die het is, in duizenden onpeilbaar diepe scheuren en elke afgrond is 1 milliseconde lang een blow job van de dood. in het midden van de angstaanval is er voor de angst immers geen tijd meer, de verdrongen herinnering aan de geboorte (de angst voor de dood is de verdrongen angst voor de geboorte, beweert het nu, aan sterven is niks aan, we doen niks anders) loopt vast in de herhaling van het ogenblik en het echte vormt een netwerk, wordt een wurggreep van vernietiging. het besef dat de dood de enige uitweg is uit de lus volgt op het genot van het sterven dat het besef achterna holt.

het schiet wakker omdat het samenvalt met de wil om niet meer te ademen, maar zonder adem vervalt de wil, dus het is welgeteld 1 tel dood van de duizenden tellen die a-lineair wemelen in de ruimte van die ene milliseconde die het ons hier vertelt. al die tellen kennen elkaar, zegt het nog, want zij vallen samen in het tellen, in het getal van de dood.

en toen?

invoerteksten (2016) : moment 81 828384

(de laatste pogingen – ik schreef elke dag hetzelfde stukje tekst op om te zien of het beven minderde)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #121

jt 121 – il s’agit de la durée de l’esprit – HAARDVUUR

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (3)

Ik voel de afbrokkelende grond onder mijn gedachten, en ik word ertoe gebracht om de termen die ik gebruik te overwegen zonder de steun van hun intieme betekenis, hun persoonlijke ondergrond. En beter nog, het punt waarop dit substraat zich lijkt te verbinden met mijn leven wordt mij ineens vreemd gevoelig, en virtueel. Ik heb het idee van een onvoorziene en vaste ruimte, waar normaal gesproken alles beweging, communicatie, interferentie, pad is.
Maar deze afbrokkeling die mijn denken in zijn grondslagen bereikt, in zijn meest urgente communicatie met de intelligentie en met het instinctmatige van de geest, vindt niet plaats op het gebied van een gevoelloos abstractum waaraan enkel de hogere delen van het intellekt zouden deelhebben. Niet zozeer de geest die intact blijft, bestekeld met punten, maar de zenuwbaan van het denken wordt door dit afbrokkelen bereikt en afgeleid. Het is in de ledematen en het bloed dat deze afwezigheid, deze onderbreking zich bijzonder sterk doet voelen.

Een grote koude,
Een wrede onthouding,
Het voorgeborchte van een nachtmerrie vol botten en spieren, met de gewaarwording van maagfuncties die klapperen als een vlag in het fosforesceren van de storm.

Embryonale beelden die elkaar als met de vinger verduwen en niet met enige materie in verbinding staan. 

Ik ben mens door mijn handen en mijn voeten, mijn buik, mijn vlezen hart, mijn maag waarvan de knooppunten mij verbinden met het bederf van het leven.

Men heeft het over woorden, maar het gaat niet om woorden, het gaat om de duur van de geest.
Deze afvallige woordenschors, men moet zich niet inbeelden dat de ziel er niet bij betrokken is. Naast de geest is er het leven, is er het menselijk leven in wiens cirkel die geest draait, met hem verbonden door een veelvoud van draden…

Nee, al dat lichamelijke ontwortelen, al die beknottingen van de lichamelijke activiteit en het ongemak van het zich afhankelijk voelen in het lichaam, en ook dat lichaam zelf, beladen met marmer en liggend op slecht hout, dat is niet gelijk aan de pijn van het beroofd zijn van de fysieke kennis en het gevoel van innerlijk evenwicht. Dat de ziel in gebreke blijft bij de taal en de tong bij de geest, en dat deze breuk door de velden der zinnen trekt als een grote voor van wanhoop en bloed, dat nu is de grote kwelling die niet de bast of het staketsel ondermijnt, maar de STOF der lichamen. Het is deze dwalende vonk die op het spel staat, waarvan men het gevoel heeft dat ZIJ HET WAS, een afgrond die op zichzelf de hele mogelijke omvang van de wereld wint, en het gevoel is dat van zodanige nutteloosheid dat het lijkt op de knoop van de dood. Deze nutteloosheid is als de morele kleur van deze afgrond en deze intense verbijstering, en de fysieke kleur ervan is de smaak van bloed dat in cascades door de openingen van de hersenen stroomt.

Men kan mij wel vertellen dat deze moordkuil in mijzelf ligt, ik neem deel aan het leven, ik vertegenwoordig de fataliteit die mij verkiest, en het bestaat niet dat al het leven van de wereld mij op een gegeven moment bij zich meetelt, want door haar aard zelf bedreigt zij het principe van het leven. Er is iets verheven boven iedere menselijke bezigheid: het is het voorbeeld van deze monotone kruisiging, van deze kruisiging waarbij de ziel zichzelf verliest en blijft verliezen.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm):

Je sens sous ma pensée le terrain qui s’effrite, et j’en suis amené à envisager les termes que j’emploie sans l’appui de leur sens intime, de leur substratum personnel. Et même mieux que cela, le point par où ce substratum semble se relier à ma vie me devient tout à coup étrangement sensible, et virtuel. J’ai l’idée d’un espace imprévu et fixé, là où en temps normal tout est mouvements, communication, interférences, trajet. Mais cet effritement qui atteint ma pensée dans ses bases, dans ses communications les plus urgentes avec l’intelligence et avec l’instinctivité de l’esprit, ne se passe pas dans le domaine d’un abstrait insensible où seules les parties hautes de l’intelligence participeraient. Plus que l’esprit qui demeure intact, hérissé de pointes, c’est le trajet nerveux de la pensée que cet effritement atteint et détourne. C’est dans les membres et le sang que cette absence et ce stationnement se font particulièrement sentir.

Un grand froid, une atroce abstinence, les limbes d’un cauchemar d’os et de muscles, avec le sentiment des fonctions stomacales qui claquent comme un drapeau dans les phosphorescences de l’orage. Images larvaires qui se poussent comme avec le doigt et ne sont en relations avec aucune matière.

Je suis homme par mes mains et mes pieds, mon ventre, mon coeur de viande, mon estomac dont les noeuds me rejoignent à la putréfaction de la vie.

On me parle de mots, mais il ne s’agit pas de mots, il s’agit de la durée de l’esprit. Cette écorce de mots qui tombe, il ne faut pas s’imaginer que l’âme n’y soit pas impliquée. A côté de l’esprit il y a la vie, il y a l’être humain dans le cercle duquel cet esprit tourne, relié avec lui par une multitude de fils…

Non, tous les arrachements corporels, toutes les diminutions de l’activité physique et cette gêne qu’il y a à se sentir dépendant dans son corps, et ce corps même chargé de marbre et couché sur un mauvais bois, n’égalent pas la peine qu’il y a à être privé de la science physique et du sens de son équilibre intérieur. Que l’âme fasse défaut à la langue ou la langue à l’esprit, et que cette rupture trace dans les plaines des sens comme un vaste sillon de désespoir et de sang, voilà la grande peine qui mine non l’écorce ou la charpente, mais l’ETOFFE du corps. Il y a à perdre cette étincelle errante et dont on sent qu’ELLE ETAIT un abîme qui gagne en soi toute l’étendue du monde possible, et le sentiment d’une inutilité telle qu’elle est comme le noeud de la mort. Cette inutilité est comme la couleur morale de cet abîme et de cette intense stupéfaction, et la couleur physique en est le goût d’un sang jaillissant par cascades à travers les ouvertures du cerveau.

On a beau me dire que c’est moi ce coupe-gorge, je participe à la vie, je représente la fatalité qui m’élit et il ne se peut pas que toute la vie du monde me compte à un moment donné avec elle puisque par sa nature même elle menace le principe de la vie. Il y a quelque chose qui est au-dessus de toute activité humaine : c’est l’exemple de ce monotone crucifiement, de ce crucifiement où l’âme n’en finit plus de se perdre.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (52)

eerst was er niets en toen had niets een zwak moment. en floep: zij waren god en zijn geboden. zij lagen naakt op het strand van de zee die zij waren. zij lagen daar diep in elkander te geloven. en god de zee die golfde maar.

er kwam een storm, zij vluchtten weg van de zee die zij waren, landinwaarts. en de eerste huizen scheidden hen tot het en haar. ‘doe de deui toe‘ klonk de stem van god en het, als lidwoord onbepaald, trok gehoorzaam de deur naar buiten toe.

maar waar was zij gebleven? de meeuwen krijsten wei wei wei. het ene dat ooit eenvoud was, werd aldus gespleten in het geluk van haar en verder niets. het begon te regenen. heel de zondvloed lang hoorde men het zingen:

beuk maar, beuk maar
nacht na nacht en nachten lang,
beuk maar godje van mijn kloten,
beuk maar vol uw leeg gebaar.

uw zee is slechts illusie voor zeloten
en in ’t moment hervinden wij elkaar.

invoertekst (2016)



over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #120

jt 120 – la séparation à jamais – VUURHAARD

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (2)

Je hebt het goed mis om te zinspelen op deze verlamming die mij bedreigt. Ze bedreigt me wel degelijk, en het wordt elke dag erger. Ze bestaat al en het is een vreselijke realiteit. Natuurlijk doe ik nog steeds (maar hoe lang nog?) wat ik wil met mijn ledematen, maar het is al lang dat ik mijn geest niet meer beveel, en dat mijn onbewuste mij geheel beveelt met impulsen die uit de diepte van mijn nerveuze razernij komen en uit het kolken van mijn bloed. Schielijke en snelle beelden, en die in mijn gedachten alleen maar woorden van woede en blinde haat spreken, maar die als messteken of bliksem door een opgekropte hemel gaan.

Ik draag het stigma van een dood die mij dwingt tot waar de echte dood mij niet bevreest.

Deze angstaanjagende vormen die naar voren komen, ik voel dat de wanhoop die ze mij brengen, leeft. Hij kruipt tot aan die knoop van het leven waarna de wegen naar de eeuwigheid opengaan. Het is werkelijk de scheiding voor altijd. Zij schuiven hun mes in dat midden waar ik mij mens voel, zij snijden de vitale banden door die mij verenigen met de droom van mijn lucide realiteit.

Vormen van een kapitale wanhoop (waarlijk vitaal),
Viersprong der scheidingen
Viersprong van de sensatie van mijn vlees,
Verlaten door mijn lichaam,
Verlaten door elk mogelijk gevoel in de mens.
Ik kan het alleen maar vergelijken met de toestand waarin men zich bij een zware ziekte midden in een delirium bevindt, te wijten aan de koorts.

Uit de antinomie tussen het gemak diep in mij en mijn uiterlijke moeizaamheid ontstaat de foltering waaraan ik sterf.

Laat de tijd voorbijgaan en de sociale stuiptrekkingen in de wereld de gedachten van de mensen teisteren, ik ben vrij van elke gedachte die door de fenomenen is doorweekt. Laat mij maar in mijn uitgerekte nevel, bij mijn onsterfelijke onmacht, bij mijn onzinnige verwachtingen. Maar men dient goed te weten dat ik van geen enkele van mijn fouten afstand doe. Als ik het verkeerd heb ingeschat, is het de schuld van mijn vlees, maar die klaarten die mijn geest van uur tot uur laat uitfilteren, dat is mijn vlees waarvan het bloed zich hult in bliksemflitsen.

Hij spreekt van narcisme, ik antwoord hem dat het om mijn leven gaat. Ik aanbid niet mijzelf maar het vlees, vlees in de sensibele zin van het woord. Alle dingen raken mij slechts voor zover ze op mijn vlees inwerken, ermee samenvallen, en tot op dat punt dat ze het schokken, en verder niet. Niets raakt mij, interesseert mij dat zich niet onmiddellijk tot mijn vlees richt. En daar hij spreekt tot mij over het Zelf. Ik antwoord hem dat het Ik en het Zelf twee verschillende termen zijn en niet te verwarren, en het zijn heel exact die twee termen, die balanceren, die het evenwicht van het vlees uitmaken.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:

Tu as bien tort de faire allusion à cette paralysie qui me menace. Elle me menace en effet et elle gagne de jour en jour. Elle existe déjà et comme une horrible réalité. Certes je fais encore (mais pour combien de temps ?) ce que je veux de mes membres, mais voilà longtemps que je ne commande plus à mon esprit, et que mon inconscient tout entier me commande avec des impulsions qui viennent du fond de mes rages nerveuses et du tourbillonnement de mon sang. Images pressées et rapides, et qui ne prononcent à mon esprit que des mots de colère et de haine aveugle, mais qui passent comme des coups de couteau ou des éclairs dans un ciel engorgé.

Je suis stigmatisé par une mort pressante où la mort véritable est pour moi sans terreur.

.Ces formes terrifiantes qui s’avancent, je sens que le désespoir qu’elles m’apportent est vivant. Il se glisse à ce noeud de la vie après lequel les routes de l’éternité s’ouvrent. C’est vraiment la séparation à jamais. Elles glissent leur couteau à ce ventre où je me sens homme, elles coupent les attaches vitales qui me rejoignent au songe de ma lucide réalité.

Formes d’un désespoir capital (vraiment vital), carrefour des séparations, carrefour de la sensation de ma chair, abandonné par mon corps, abandonné de tout sentiment possible dans l’homme. Je ne puis le comparer qu’à cet état dans lequel on se trouve au sein d’un délire dû à la fièvre, au cours d’une profonde maladie.

C’est cette antinomie entre ma facilité profonde et mon extérieure difficulté qui crée le tourment dont je meurs.

Le temps peut passer et les convulsions sociales du monde ravager les pensées des hommes, je suis sauf de toute pensée qui trempe dans les phénomènes. Qu’on me laisse à mes nuages éteints, à mon immortelle impuissance, à mes déraisonnables espoirs. Mais qu’on sache bien que je n’abdique aucune de mes erreurs. Si j’ai mal jugé, c’est la faute de ma chair, mais ces lumières que mon esprit laisse filtrer d’heure en heure, c’est ma chair dont le sang se recouvre d’éclairs.

Il me parle de Narcissisme, je lui rétorque qu’il s’agit de ma vie. J’ai le culte non pas du moi mais de la chair, dans le sens sensible du mot chair. Toutes les choses ne me touchent qu’en tant qu’elles affectent ma chair, qu’elles coïncident avec elle, et à ce point même où elles l’ébranlent, pas au-delà. Rien ne me touche, ne m’intéresse que ce qui s’adresse directement à ma chair. Et à ce moment il me parle du Soi. Je lui rétorque que le Moi et le Soi sont deux termes distincts et à ne pas confondre, et sont très exactement les deux termes qui se balancent de l’équilibre de la chair.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (51)

stokstijf en met open monden en pijnlijk gestrekte tong staan wij om toch maar een druppel op te vangen van het kostbare zwart. onze wanhoop is weg. elke weg is een weg naar de hel van de hoop. beiden zijn misschien afwezig in een hemelse toekomst zonder hoop (thomas tu m’emmerde avec tes conneries). de bomen geloven vast in de bomen, zij wiegen hoog hun toppen in de lucht.

vogelgekwetter. henri je t’ aime proet proet. pipelife 40×1.8-pvc afvoerbuis. kiki je t’aime interieurement. woordloos de vinken zingen hun ware liefde. suskewieèt. de duif tortelt. het dak stort in.

ce problème de l’émaciation de mon moi.

henri fait pipi et kaka avec moi. liefde is de weg wég van de hoop. fouf fouf.
j’ aime le chocolat noisette. wolken drijven over. onze huid is zon, het hart is regen (sorry, we zijn alweer weg, daar heb je het al terug).

La Grille est un moment terrible pour la sensibilité, la matière.

bij het orgasme werd het een licht gewaar, een enorm zwart licht met duizend plofsterren erin en haar zuchten aaide het als met strelingen het hoofd met het git uit dat gat, alsof het echt was en heel en alsof het zonder ophouden haar zachte zwart over alle zielen zou kunnen blijven uitstrooien.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

HET MYSTIEKE ZEESCHIP

’t Archaische zeeschip zal zijn verloren gegaan
Op zeeën waar mijn dromen hopeloos baden
En de immense masten verwrongen geraakt
In de hemelse nevel van bijbel en hymne.

Een liedje klinkt maar niet het bucolisch antieke
Mysterieus tussen de kale bomen;
En ’t heilige schip zal zijn zeldzaamste waren
Nooit verkocht hebben ver in den vreemde

Hij kent de vuren niet der havens op aarde.
Hij kent slechts God en zonder solitair doel
Scheidt hij de gloriegolven der oneindigheid.

Het eind van zijn boegspriet duikt in mysterie.
Aan de top zijner masten trilt elke nacht
Het zuivere, mystieke zilver van de Poolster.

Antonin Artaud – 1913

LE NAVIRE MYSTIQUE

Il se sera perdu le navire archaïque
Aux mers où baigneront mes rêves éperdus ;
Et ses immenses mâts se seront confondus
Dans les brouillards d’un ciel de bible et de cantique.

Un air jouera, mais non d’antique bucolique,
Mystérieusement parmi les arbres nus ;
Et le navire saint n’aura jamais vendu
La très rare denrée aux pays exotiques.

Il ne sait pas les feux des havres de la terre.
Il ne connaît que Dieu et sans fin solitaire
Il sépare les flots glorieux de l’infini.

Le bout de son beaupré plonge dans le mystère.
Aux pointes de ses mâts tremble toutes les nuits
L’argent mystique et pur de l’étoile polaire.

(1913)
https://ebooks-bnr.com/ebooks/pdf4/artaud_poemes.pdf

NKdeE 2020 – LE NAVIRE MYSTIQUE – pastel & wasco -A5

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

journal intime #

jt119 – Je suis définitivement à côté de la vie – WEGRAND

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (1)

Aan André Gaillard

Mijn schreeuw noch mijn koorts zijn van mij. Deze desintegratie van mijn tweede krachten, van deze verstolen elementen van de ziel en het denken, beeldt u zich enkel hun constante in.

Dit iets zo halverwege tussen de kleur van de mij typerende atmosfeer en het punt van mijn realiteit.

Ik heb niet zozeer behoefte aan voeding, eerder aan een soort elementair bewustzijn.

Deze levensknoop waaraan de emissie van het denken zich vastklampt. Een knoop van centrale verstikking.

Mij gewoon steunen op een duidelijke waarheid, dat wil zeggen die rust op een enkel randje.

Dit probleem van het uitteren van mijn ik toont zich niet enkel meer in zijn uitsluitend pijnlijke aspect. Ik heb het gevoel dat nieuwe factoren ingrijpen in de verwording van mijn leven en dat ik iets als een nieuw bewustzijn heb van mijn intiem verlies.

In het werpen van de teerling, in het lanceren van mezelf in de bevestiging van een voorvoelde waarheid, hoe willekeurig die ook is, zie ik heel de reden van mijn bestaan.

Ik blijf urenlang stilstaan bij de indruk van een idee, een geluid. Mijn emotie ontwikkelt zich niet in de tijd, volgt zich niet op in de tijd. Eb en vloed van mijn ziel zijn in volmaakte harmonie met de absolute idealiteit van de geest.

Mijzelf voor de metafysica plaatsen die ik mij gemaakt heb in functie van dit niets dat ik in mij draag.

Deze mij als een wig ingeplante pijn, in het centrum van mijn zuiverste werkelijkheid, op deze locatie van het gevoel waar de twee werelden van lichaam en geest elkaar ontmoeten, leerde ik mezelf af te leiden door het effect van een valse suggestie.
In de ruimte van de minuut dat de verlichting van een leugen duurt, maak ik mij een evasieve gedachte, ik gooi mezelf op een vals spoor dat door mijn bloed wordt aangegeven. Ik sluit de ogen van mijn intellect en laat het ongeformuleerde in mij spreken, ik gun mezelf de illusie van een systeem waarvan de voorwaarden mij zouden ontgaan. Maar uit die minuut van dwaling heb ik het gevoel dat ik iets echts op het onbekende heb buitgemaakt. Ik geloof in spontane bezweringen. Op de wegen waar mijn bloed me heen sleept kan het niet anders dan dat ik op een dag een waarheid zal ontdekken.

De verlamming maakt zich van me meester en verhindert mij steeds meer om tot mijzelf te komen. Ik heb geen steunpunt meer, geen basis… ik zoek mijzelf ik weet niet waar. Mijn denken kan niet meer gaan naar waar mijn emotie en de beelden die in mij opkomen het duwen. Ik voel mij tot in mijn geringste impulsen gecastreerd. Uiteindelijk zie ik het licht door mezelf heen, door te verzaken aan alle tekenen van mijn intelligentie en mijn gevoel. Men moet begrijpen dat het de levende mens is die in mij geteisterd wordt en dat deze verlamming die mij verstikt, centraal staat in mijn gewone persoonlijkheid en niet in mijn aanvoelen als voorbestemde.
Ik sta voorgoed naast het leven. Mijn kwelling is net zo subtiel, zo verfijnd als dat zij bitter is. Het vergt mij waanzinnige inspanningen van de verbeelding, vertienvoudigd door de wurggreep van deze verstikking om er toe te komen om mijn leed te denken. En als ik op die manier in dat streven volhardt, in deze behoefte om voor eens en altijd de toestand van mijn verstikking te bepalen…

ANTONIN ARTAUD – 1926

uit La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:

Fragments d’un Journal d’Enfer

à André Gaillard

Ni mon cri ni ma fièvre ne sont de moi. Cette désintégration de mes forces secondes, de ces éléments dissimulés de la pensée et de l’âme, concevez-vous seulement leur constance.

Ce quelque chose qui est à mi-chemin entre la couleur de mon atmosphère typique et la pointe de ma réalité.

Je n’ai pas tellement besoin d’aliment que d’une sorte d’élémentaire conscience. Ce noeud de la vie où l’émission de la pensée s’accroche. Un noeud d’asphyxie centrale.

Simplement me poser sur une vérité claire, c’est-à-dire qui reste sur un seul tranchant.

Ce problème de l’émaciation de mon moi ne se présente plus sous son angle uniquement douloureux. Je sens que des facteurs nouveaux interviennent dans la dénaturation de ma vie et que j’ai comme une conscience nouvelle de mon intime déperdition.

.Je vois dans le fait de jeter le dé et de me lancer dans l’affirmation d’une vérité pressentie, si aléatoire soit-elle, toute la raison de ma vie. Je demeure, durant des heures, sur l’impression d’une idée, d’un son. Mon émotion ne se développe pas dans le temps, ne se succède pas dans le temps. Les reflux de mon âme sont en accord parfait avec l’idéalité absolue de l’esprit.

Me mettre en face de la métaphysique que je me suis faite en fonction de ce néant que je porte.

Cette douleur plantée en moi comme un coin, au centre de ma réalité la plus pure, à cet emplacement de la sensibilité où les deux mondes du corps et de l’esprit se rejoignent, je me suis appris à m’en distraire par l’effet d’une fausse suggestion. L’espace de cette minute que dure l’illumination d’un mensonge, je me fabrique une pensée d’évasion, je me jette sur une fausse piste indiquée par mon sang. Je ferme les yeux de mon intelligence, et laissant parler en moi l’informulé, je me donne l’illusion d’un système dont les termes m’échapperaient. Mais de cette minute d’erreur il me reste le sentiment d’avoir ravi à l’inconnu quelque chose de réel. Je crois à des conjurations spontanées. Sur les routes où mon sang m’entraîne il ne se peut pas qu’un jour je ne découvre une vérité.

La paralysie me gagne et m’empêche de plus en plus de me retourner sur moi-même. Je n’ai plus de point d’appui, plus de base… je me cherche je ne sais où. Ma pensée ne peut plus aller où mon émotion et les images qui se lèvent en moi la poussent. Je me sens châtré jusque dans mes moindres impulsions. Je finis par voir le jour à travers moi-même, à force de renonciations dans tous les sens de mon intelligence et de ma sensibilité. Il faut que l’on comprenne que c’est bien l’homme vivant qui est touché en moi et que cette paralysie qui m’étouffe est au centre de ma personnalité usuelle et non de mes sens d’homme prédestiné. Je suis définitivement à côté de la vie. Mon supplice est aussi subtil, aussi rafiné qu’il est âpre. Il me faut des efforts d’imagination insensés, décuplés par l’étreinte de cette étouffante asphyxie pour arriver à penser mon mal. Et si je m’obstine ainsi dans cette poursuite, dans ce besoin de fixer une fois pour toutes l’état de mon étouffement…

tekstbron: http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (50)

getekend naar het leven staat het van zichzelf te vervreemden. lijnen van monden monden uit in gebaren die niet tot bij de spieren geraken. lippen stuiken in elkander, tongen verslierten, het rotte vlees is walmende sneeuw voor de zon. in een droom kan je het denken maar beter niet toelaten.

buiten, in het vervallen zomerbed trekken slakken sporen slijm in verrafelde lakens en duiven beschijten de molm van het hout. een hond graaft een mol uit in achttien mislukkingen. binnen nieuwslezers maken met duchtig vol gekrijtte luchtfoto’s gewag van volstrekt ontoelaatbare zedenfeiten. erger dat volstrekte zinloosheid is het besef van wat het zeggen wil.

het mag haar kussen op papier maar het papier is vies en van plastiek. het begeleid met oude glorie een laagje rubber in een vagina of twee maar wordt daar niet veel wijzer van. schuld ontstaat door nood aan boete, maar wat kan je innen als het vel het niet voelt?

in de rouw is het huis een huis bezaaid met lijken. alleen de vliegen zien wat er stierf en vormen de vormen die op hen gelijken. beweging, naar het leven getekend. het vlucht in de droom en in de droom ziet het haar en het denkt ja dit is het einde. en het wordt wakker in het huis van de rouw.

invoerteksten (2016): moment 76 7778

cdbv 142 (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime

jt118 – les recoins de la perte – RANDWEG

‘heel de schrijverij is een zwijnenboel.’ misschien had hij dat niet mogen zeggen. of toch niet in druk achterlaten. je kan hier alles door het slijk halen, maar niet het schrijven zelf.

en toch blijft het verbazen.

in het denken komt de vernieuwing, dat wat we nodig hebben om verder te kunnen, via het lijden en de waanzin in de wereld. tussen de gedreven kunstenaar en de van zin en rede beroofde lijder aan het onleefbare echte is er slechts sprake van een gradatieverschil met ergens in het midden een soort maatschappelijk gekoesterd membraan dat men al dan niet doorbreken moet. sommigen lijken in deze wereld gekomen zonder zelfs dat membraan als beschermende grens, en lijden bijgevolg elke seconde, van bij hun geboorte, tot aan hun dood aan het echte dat zich slechts tijdelijk en mits grote inspanning bedwingen laat. bovenop het totaal oncommuniceerbare lijden dienen deze vervloekten ook nog ’s de voortdurende veroordeling van gans de maatschappij te ondergaan. de zotten, de waanzinnigen, de schizofrenen, de gemolenwiekten: geen marteling blijft hen bespaard.

omgekeerd wanneer we de rede, waarvan onze ratio een humane afzwakking is, een redelijkheid waarmee wij onze realiteiten opbouwen, volledig tot in zijn verste consequenties zouden kunnen volgen, zoals heden middels de informatietechnologie meer en meer mogelijk wordt, lijdt die consequentie onherroepelijk tot de ‘waanzin’ van de zingeving zelf.
de realiteit die wij ons op- en inrichten, wordt zelf een waanzin die het ‘Buiten’ naar binnen loodst en dat Buiten is natuurlijk niets anders dan het Echte dat we middels de fictie van ons Zijn en de Dingen zo hardnekkig want noodgedwongen poogden buiten te houden.

zonder de fictie van onze realiteiten houden we het immers geen seconde uit, want dan zijn we net als die gemolenwiekten waarvan eerder sprake.

de digitalisering van onze samenlevingsvormen en gebruiken brengt ons dagelijks dichter bij die omslag van de realiteit, we voelen dat met z’n allen aan onze stressniveaus, aan de stijgende stinkende zeespiegel van onze angsten, die regelmatig al met volle zoute slokken over de wering onzer lippen slaat.
de realiteit slaat dadelijk nog om in een hyperrealiteit waarin het humane uitgewerkt zal zijn als virale verwezenlijking van het kosmische rot: de mens lijkt achter te blijven bij de voortrazende storm van de kwantificatie.
OMG, misschien is het al wel gebeurd!

Nu, Antonin Artaud was een dermate door de nood aan expressie van de wereldziel gekweld individu dat er van hem uiteindelijk niks meer overbleef. dat zei hij zelf ook herhaaldelijk: Antonin Artaud is enkel de geschriften en het ‘theater’ van Artaud, de mens Artaud was al vroeg opgelost, onbereikbaar verdwenen in de uithoeken van het eigen verlies.
“Je suis celui qui connaît les recoins de la perte.”

maar de functie Artaud, dat waartoe de wereldziel hem aanwendde als expressie, om het maar ’s met wat oubollige, maar niet eens zo incorrecte metaforen te zeggen, nestelde zich dus geheel in die geschriften, en vanuit de lezing ervan, die telkens een re-adaptatie aan de constituente realiteiten inhoudt, werkt deze functie tot op de dag van vandaag door. dat heeft niks met ‘Kunst’ of met ‘Theater’, laat staan met ‘vernieuwing’ of ‘avant-garde’ te maken maar alles met de verhouding van het Echte tot onze realiteiten, met hoe ons voortschrijdend gebrek aan inzicht in onze ‘ware’ functie botst op de echte disfunctionaliteit van onze realiteitsficties, hoezeer die achter de feiten aanhollen en ons totaal weerloos maken tegen zelfs de meest pietluttige bedreigingen van onze soort…

want, o, was het maar dat de mensheid een geheel zinloos fait divers was in een volkomen materialistisch universum! wat een serene droom! de waarheid is duizendmaal gruwelijker dan deze kalmerende absurditeit die door sommige rationalisten als een toppunt van dapperheid wordt ingeschakeld. men zegt dan, met eigen walm de spiegel bewasemend, zodat ze het zelf toch niet zouden merken, dat enkel zij de moed hebben om in de leegte te staren.

dit soort jongetje plast dus in de broek mocht het poesje van de mevrouw van het Echte het slechts eenmaal toevallig in de oogjes kijken.

maar kom, soyons serieux, wanneer kunnen we dan stellen dat de functie Artaud als richtingaangevende besturing van de realiteitsproductie van de mens, onze post-feodale bewustzijnsfabriekjes en educatie-inrichtingetjes, wanneer is die functie uitgewerkt?

een exacte datum kunnen we niet opgeven, maar de dag dat het volledige oeuvre van Antonin Artaud in het Nederlands vertaald zal zijn, op die dag kunnen we er absoluut zeker van zijn dat zijn geschriften enkel nog amusementswaarde zullen hebben en/of van historisch belang blijven slechts voor de drie professoren humane wetenschappen die onder hun drietjes geheel publiek- en studentenloos de Laatste Leerstoel van hun Faculteit betwisten in een niet-aflatende riooluitval van uiterst briljante publicaties die enkel op hun eigen faculteitsservers te raadplegen zijn, die zij met ons belastingeld huren van een of ander schimmig maffiabedrijfje.

want geen enkel taalgebied ter wereld is meer wars van waarlijk bruikbare geschriften dan het zomp van onze teergeliefde Lage Landen.je krijgt hier waarlijk alles vertaald, geschreven, in luxebanden neergepleurd en gepubliceerd zolang het maar totaal onschadelijk en vooral onbruikbaar is.

want als het bruikbaar is, en het wordt gelezen, tja dan mot je d’r ook wat mee doen. en dat is toch wel al te gortig hoor. lullen zoveel je wil, en wijzen naar de dwaasheid van de ander, oké, goed, maar echt iets doen, iets veranderen, aan onze eigen euh, identiteit?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

EXTASE

Zilveren sintels, vuurkolenkroes
Met van zijn intieme macht de muziek
Geledigde vuurgloed, verlost, schors
Die doende haar werelden lost

Uitputtend onderzoek van het ik
Penetratie die zich te buiten gaat
Ha! de ijsbrandstapel op, samen
Met het brein dat het heeft bedacht.

De oude onpeilbare queeste
Extravaseert in genot
Voelbare zinnelijkheden, extase
In waarachtig zingend kristal.

O inktenmuziek, muziek
Muziek van bedolven kolen
Zacht, wegend, die ons verlost
Met zijn fosforgeheimen.

Antonin Artaud – vert. NKdeE 2020

EXTASE

Argentin brasier, braise creusée
Avec la musique de son intime force
Braise évidée, délivrée, écorce
Occupée à livrer ses mondes.

Recherche épuisante du moi
Pénétration qui se dépasse
Ah! joindre le bûcher de glace
Avec l’esprit qui le pensa.

La vieille poursuite insondable
En jouissance s’extravase
Sensualités sensibles, extase
Aux cristaux chantants véritables.

Ô musique d’encre, musique
Musique des charbons enterrés
Douce, pesante qui nous délivre
Avec ses phosphores secrets.

Antonin Artaud, uit: BILBOQUET in [ARTAUD 1956, p.191]

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

het moment (49)

het zien is de wereld en de zee golft in de ogen, golf na golf, het lichaam loopt vol en zinkt in het verdriet. de tranen zijn de noten van het lied van glou glu gloe (wat zou het nog ontkennen, het zicht is evident).

o streling rond het strelen der verstrengeling, ach omarming van de armen bij het geroofde en oei de bloemen die elkaar tot bloei verleidden, verlokten de weg op van het ontluikende rot

wat rest is rust, een onvergeeflijke vrede, verschrikking van geheel de rede,
last post voor heel het menselijk bestand, daadwerkelijkheid met dood omschreven.

het voelt het golven van het water in de golf, het hoor het zingen, de liefde in haar stem, het voelt de warmte en het wil het niets terug, dat nergens is.

invoertekst (2016) : moment 74

AR van het moment 49


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #117

jt117 – mes moelles parfois s’amusent – WERKHUIS

het leek mij interessant om de invoer van de tekenmodule los te koppelen van het ontwaken (ook al omdat je niet bewust aan ‘het eerste woord dat in je opkomt’ kan denken, zonder al behoorlijk wakker te zijn, wie heeft dit weer verzonnen?) en gewoon te systematiseren.

dus nu wordt de ‘ik’ (=testpersoon) wakker en krijgt meteen het volgende woord uit de lijst voorgeschoteld. die lijst is opgebouwd uit omkeerbare samenstellingen: NL substantieven die zijn samengesteld uit twee andere substantieven die in beide volgorde een bruikbare samenstelling vormen, bv. HUIS + WERK : HUISWERK is een woord, maar WERKHUIS ook.

het lijstje is samengesteld with a little help van mijn FB-vriendjes (dank u lieve FB-vriendjes, ik ben zeer streng geweest in de selectie en heb enkel de woorden opgenomen waarover geen twijfel kan bestaan):

RAND+WEG
VUUR+HAARD
NEUS+PUNT
GELD+ZAK
DRUK+WERK
IJS+SCHEP
KUNST+ROOF
BRON+WATER
HUIS+MOEDER
BAK+VIS
AUTO+RACE
STAM+BOOM
HOOFD+STUDIE
JENEVER+BESSEN
JAAR+BOEK
AARDAPPEL+PLANT

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (48)

in het holst van de nacht is het zwart soms zacht, het predikt streling en het streelt met penselen, aait slapen, steelt speels de meest kille, enge gedachten, omzwachtelt ze met honderdduizenden onbegrijpelijkheden en vormt ze zo om tot een schouwspel van ongeziene pracht;

in het holst van de nacht bij de gewoonlijke optocht der gedaantes, de laffe kwijlbekken voorop, en de nijdige druipkrengen erna, soms als bij wonder verschuift er een resem getallen en aurora borealis doemt op in hun ogen en hun stompjes worden zacht en oranje als gestoofde babyworteltjes en ze lijken warempel begaan met elkaar en ze laten zich zien terwijl ze zacht praten met hun spreekmonden (helaas) en ze laten de dieren hun handen besnuffelen die ze toch het ontwortelen moesten toestaan, maar desondanks zij blijven lief en aardig voor elkaar;

in het holst van de nacht gooit een gitzwarte zon soms glorieus oplaaiende tranen in de gesloten ogen van de slapende en een stem die van dieper komt dan van de diepste mijn der gesloten mijnen in Limburg (waar het ooit nog in afdaalde met de kinderen, weet je nog) , die stem vertelt het dan dat dit het mooiste is dat het ooit zal gezien hebben, dit magnifieke zwarte druipen van de zwarte ziel van de rottende kosmos, en dat het daarvan maar genieten moest,

maar dat het wel nu best opstaat en snel nog wat wijn slikt eerst want de weg naar het toilet is lang en vol van gevaren en het leek nu verdomme net echt te slapen met een droom voorhanden en bijna een ik om het te bewijzen.

invoerteksten : moment 72 moment 73

cdbv 136 – 2015


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #116

jt116 – les tetes moins que les trous – HUISWERK

DE STRAAT

De seksuele straat leeft op
langs de ongepaste gevels,
de cafés, waar misdaad kwettert,
ontwortelen de lanen.

In de zakken branden sexehanden
en de buiken drinken langs onder;
alle gedachten laten het klinken,
en de koppen minder dan de gaten.

LA RUE

La rue sexuelle s’anime
le long de faces mal venues,
les cafés pepiant de crimes
deracinent les avenues.

Des mains de sexe brûlent les poches
et les ventres bouent par-dessous;
toutes les pensees s’entrechoquent,
et les tetes moins que les trous.

Antonin Artaud, uit BILBOQUET [ARTAUD 1956, p.226]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (47)

geen mens was ooit bij machte. het oordeelt niet de ander, maar niemand heeft het ooit verrast. anderzijds: het hoeft maar te snikken en de kraaien kraaien al, de bomen krommen gelaten de rug, de lente komt aangesloft met een prille zon die in de buidels der zieke diertjes naar brandbaar leven tast.

het doorzicht is een witte schemer, een ellendig laagje licht dat bij gebrek aan tastbaarheid alleen zichzelf belicht. er is geen paradijs, geen appel en geen zonde, alleen de taal volhardt nog in de onmacht van het woord. en schrijft het niet zelf vandaag alsof vandaag al morgen was, en nu alsof er ooit wat is gebeurd, alsof er ooit iets kàn gebeuren?

in het trieste van de treurnis is er geen verhaal. het dal is dalen, dieper, dieper, dal. elke klinker is een open wonde in een kabaal dat van lawaai niet meer genezen kan. wellustig het drieste kolken van de droefenis onthult de kale klippen van de haat.

en rond de etterende wonden kweekt de welp een zachte dons van schapenwol. het is daarin al heerlijk pulken nu, en klauwen tot het bloedt. verbeten draait het zich in het ontvlokte om: vuil bevleesde pluizen van de zure nijd en laffe vegen van de spijt.

invoerteksten (2016) : moment 70moment 71

journal intime #115

jt115 – le vrai néant effilé – VELDSLAG

Er bestaat een zure en troebele beklemming, even machtig als een mes, waarvan de opdeling het gewicht heeft van de aarde, een beklemming met klaarten, met de interpunctie van afgronden, gekneld en geperst als punaises, als een soort hard ongedierte en waarvan alle bewegingen verstard zijn, een beklemming waarin de geest zich worgt, zichzelf snijdt, – zich doodt.
Zij verbruikt niets dat haar niet toebehoort, zij komt voort uit haar eigen asfyxie.
Zij is een bevriezing van het merg, een afwezigheid van mentaal vuur, een circulatiegebrek van het leven.
Maar de opiate* beklemming heeft een andere kleur, zij heeft niet dat metafysisch verglijden, dat wonderlijke imperfecte accent. Die stel ik mij voor als vol echo’s, grotten, labyrinten, omkeringen; vol pratende vuurtongen, actieve geestesogen en het klappen van sombere bliksems vervuld van rede.
Dus de ziel stel ik mij wel heel centraal voor en toch tot in het oneindige opdeelbaar, en verplaatsbaar als een ding dat is. Ik stel mij de ziel gevoelend voor, die tegelijk strijdt en toegeeft, en haar tongen in alle zinnen draait, en haar geslacht vermenigvuldigt, – en zich doodt.
Het is nodig het echte uitgerafelde niets te kennen, het niets dat geen orgaan meer heeft. Het niets van de opium heeft in zich de ruimte van een zwart gat als de vorm van een voorhoofd dat denkt, dat gesitueerd heeft.
Maar ik spreek van de afwezigheid van het gat, van een soort lijden dat koud is en zonder beelden, zonder sentiment, en dat is als een onbeschrijfbare aborterende stomp.

Antonin Artaud

de originele tekst uit ‘ L’Ombilic des Limbes’:

        Il y a une angoisse acide et trouble, aussi puissante qu’un couteau, et dont l’écartèlement a le poids de la terre, une angoisse en éclairs, en ponctuation de gouffres, serrés et pressés comme des punaises, comme une sorte de vermine dure et dont tous les mouvements sont figés, une angoisse où l’esprit s’étrangle et se coupe lui-même, — se tue.
       Elle ne consume rien qui ne lui appartienne, elle  naît de sa propre asphyxie.
       Elle est une congélation de la moelle, une absence de feu mental, un manque de circulation de la vie.
       Mais l’angoisse opiumique a une autre couleur, elle n’a pas cette pente métaphysique, cette merveilleuse imperfection d’accent. Je l’imagine pleine d’échos, et de caves, des labyrinthes, de retournements; pleine de langues de feu parlantes, d’yeux mentaux en action et du claquement d’une foudre sombre et remplie de raison.
        Mais j’imagine l’âme alors bien centrée, et toutefois à l’infini divisible, et transportable comme une chose qui est. J’imagine l’âme sentante et qui à la fois lutte et consent, et fait tourner en tous sens ses langues, multiplie son sexe, — et se tue.
         Il faut connaître le vrai néant effilé, le néant qui n’a plus d’organe. Le néant de l’opium a en lui comme la forme d’un front qui pense, qui a situé la place du trou noir.
         Je parle moi de l’absence de trou, d’une sorte de souffrance froide et sans images, sans sentiment, et qui est comme un heurt indescriptible d’avortements.

[ARTAUD 1956, p.72-73]


** de ‘angoisse’ ten gevolge van opiumgebruik. Enkele bladzijden terug, in de tekst ‘Lettre à monsieur le Legislateur de la Loi sur les Stupifiant’, heeft Artaud een fel pleidooi gehouden voor het zelfbeschikkingsrecht van de opiumgebruiker die onderworpen aan zijn vreselijk mentale lijden, zich bij gebrek aan beter gedwongen ziet om zijn toevlucht te nemen tot dergelijke middelen. Niemand heeft het recht hem daarvoor te criminaliseren. Immers “Toute la science hasardeuse des hommes n’est pas supérieure à la connaissance immédiate que je puis avoir de mon être. Je suis seul juge de ce qui est en moi”, een argument dat o.i. nog steeds stand houdt, maar bon, wie zijn wij etc.
Elkwegs: het lijkt er fel op dat Artaud met deze tekst wou aantonen dat hij weet waarover hij praat, om zo de argumentatie daar kracht bij te zetten.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (46)

zoals het einde eindeloos is, zo is de dood ook doods. de armen wapperen uitgerafeld in de wind, benen omstrengelen bezweette leegte in het laken. het lijk maakt misbaar in een bed dat goden heeft gekend. begin en einde doen dodo. vervloek

de melodie. sla de handen van de pianist tot klompen bloed, stroop tot bovenmonds het slappe vel der zangers, schiet de stadsfazanten in hun kakelgat: wat men verkoopt aan liederen is niets dan opgedirkte geile kwijl en opgespoten varkensgil.

de dag is daar. stap in, stap uit, zak op de werf der wegenwerken door het carrousel. zie het rode in de ochtend van het gloren, hoor de zee die zegt wat werd verloren, voel de maan die trekt en nijpt in’t vel van uw bestaan: ontoelaatbaar is het echte, blinde vlek in ’t ogenblik, bron van staar in het vernietigend moment.

en spreek, gij lafaard, die het moedwillig en welwetende uit het débacle van uw droomcultuur verheven hebt: ’t is tijd dat u de lege huls van uw bedrog verlaat. beaam dat u het bent, die leven wil in dit moment.

invoerteksten (2016): moment 67moment 68


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

dagboek zonder dagen (16)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

[…p.118…]

Net zoals het mogelijk is om de gedachten in wakende toestand aan een discipline te onderwerpen, is het mogelijk om de gedachten en de gevoelens van dromen te disciplineren: er toe komen om bepaalde zaken bewust niet te dromen, vervolgens er toe komen om bewust bepaalde andere dingen te dromen, die dromen te registreren, er een zeker bewustzijn van te hebben, er de herinnering van verbeteren om zo van de slaap wat nieuwe bagage aan kennis over te houden en zo de slaap om te vormen tot een onderzoeksmiddel. Er voor zorgen dat de vreemde vondsten van de dromen ons tijdens de rest van het leven naar een beter begrip van die zaken leiden, waarvan we ons nog niet bewust zijn: dat die zaken langzaam stijgen van het onbewuste onbekende en onvoelbare naar het gekende, het bewuste en het voelbare. Dat daargelaten zijn er toch bepaalde gedachten uitgesloten uit het mentale in wakende toestand die zelfs geen toevlucht vinden in de droom. Deze uitsluitingen van het bewustzijn, uitsluitingen uit de droom zullen hun toevlucht zoeken (is het nog leven) in de meest obscure afwezigheid van het denkbare, het verlangen en het gevoel. Er zal heel natuurlijk een verhouding ontstaan tussen de slaap en het waken: in de slaap ontwikkelen zich de materialen bestemd om zich af te scheiden van het onbewuste, terwijl die zaken die bestemd zijn om het bewuste te verlaten zich nog voordoen in de droom vooraleer zich meer definitief af te zetten in de meest onwaarneembare gebieden.

Het idee komt zo uit het voorbewuste, uit het onbewuste, uit wat achter het onbewuste ligt, neemt het zijn aanvang in de nacht van het onwaarneembare en het onvoorstelbare. maar door ons te trainen in de kennis die zich ontwikkelt in die achterwereld, door discipline, door ons meer bewust te maken van die ideeën, die gevoelens, die gewaarwordingen die er nog nauwelijks zijn en waarop de dromen een straal daglicht werpen, benaderen wij een beter begrip van dat onwaarneembare en dat onvoorstelbare.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

ik weet het niet maar ik denk niet dat ze elkaar gekend hebben Réquichot en Artaud. ik denk ook niet dat beide personen erg compatibel waren, ’t is een ander afdeling om het zo oneerbiedig te zeggen…
soit, we houden de kerk in ’t midden met nog ’s een paragraafke vertaling van Bernard vandaag…

mss., zo hoor ik mij denken, ben ik zelf wel een soort meta-zot, een ontsnapsel uit een verder onbekende dimensie van de waanzin, dat ik mij zo begrepen voel bij beiden. tja. ja sè.Deleuze, da’s ook nog ewa thuiskomen, maar da’s niet zo bekend maar dat was ook nie echt ne gewone ze. die kon er in zijne privè ook nie een beetje neffens derailleren.ach ach, ge moogt er niet teveel over doordenken net zoals over Amerika en de Amerikanen dezer dagen. als ge daar op begint door te denken wordt ge zotter dan zot van verdriet en pure horror want allez dat is toch puur een zwart gat van absolute horror nu en zeggen dat daar ontelbare letterlijk ontelbare verschrikkelijk lieve en schattige menskens wonen die net als wij alleen maar vragen om af en toe een beetje gerust te mogen zijn en blij te zijn bij elkaar. ’t is erg en nog erger is dat er niks aan te doen is en dat we hier van geluk mogen spreken toch…

weet ge als ge daar te lang over doordenkt over dat soort zaken geraakt ge helemaal ommuurd door de absolute onleefbaarheid van hoe onze werkelijkheid, dat stukske van ons aller illusies dat we blijkbaar delen kunnen, van hoe die communiceerbare fictie zich verhoudt tot wat het in onze verbeelding zou kunnen zijn, enerzijds en dat van binnen uit, als we zo ommuurd zitten al, ook nog ’s opstijgt het gevoel van hoe het ‘echt’ zit, want we weten dat niet bewust dat we dat weten maar we weten het wel onbewust en dat is dan geen echt weten maar een onontkenbaar besef, een weten van het niet-weten zoals wanneer ge weet dat ge iets vergeten zijt, wel als die nest binnen de onmogelijkheid van enige uitweg uit de realiteit naar het imaginaire ook nog ’s komt opzetten dan begint ge pas de ware toedracht van de woorden van zowel Réquichot als Artaud te begrijpen, te doorgronden, niet omdat ge het ‘snapt’, ge kunt het zelfs niet uitleggen, maar gewoon omdat ge het ervaart omdat het in uw puttekensputteke ook aan het gebeuren is, alleen hebt gij nog de luxe dat ge het naar believen af kunt zetten omdat ge die kracht nog over hebt, terwijl die twee pipo’s er vrijwel constant geheel aan overgeleverd waren, het moesten ondergaan. feesten van angst en pijn.

die fameuze écriture du réel, wat het ook moge worden, wat daaruit voort gaat komen, en je voelt dat er iets heel erg hoognodig Iets wil worden alsof de ganse wereldziel in alle kottekens van de humane expressie aan het pushen is om dat Iets er uit te krijgen, die fameuze Gebeurte die ons overkomen gaat, echt fameus plezant gaat het denkelijk toch nie worden hoor.

achteraf misschien, als we het horen jengelen met een engelenstem.

maar bon, ’t is nu niet alsof we daarin enige keuze hebben, dat is ongeveer het domste wat je daarbij kan denken.

blijven ademen dus, zoals ons moeder moest doen van de bevalmadam.

journal intime #114

jt114 – Le sol est tout conchié d’âmes – SLAGVELD

de dichters heffen de handen
daar waar trilt het levend vitriool,
op de tafels idool is het zwerk dat
beentrekt in een boog. het lid

murwt een tong van ijs in elk
gat, elke kier die de hemel zo
voortschrijdend open laat.

de vloer is gans onder gescheten
met zielen en vrouwen met leuke
sexe-deeltjes, heel kleine krengen
die hun mummies afwikkelen.

Les poètes lèvent des mains
où tremblent de vivante vitriols
sur les tables le ciel idole
s’ arc-boute, et le sexe fin

trempe une langue de glace
dans chaque trou, dans chaque place
que le ciel laisse en avançant.

Le sol est tout conchié d’ämes
et de femmes aux sexe joli
dont les cadavres tous petits
dépapillotent leurs momies.

Antonin Artaud – uit ‘L’Ombilic des Limbes’ in [ARTAUD 1956, p71]

NKdeE 2020 – ‘les poètes [se] lèvent des mains – Artaud’ – A5 -potlood-krijt-wasco

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (45)

onwerkelijk lijkt het wat er was. de leugens draaien verder in de olie van hun geulen, maar genereren nergens nog bedrog. er is een gortig gulpen van geluid dat geil de eigen klank opzuigt. het alledaagse slijm klotst tegen de wanden der containers voor het elitaire rot.

het stoot en snijdt zich aan de barsten in de werkelijkheid. het ziet zichzelf verdwijnen in de afloop van de dingen die het nooit wou zijn. binnenin, een stemloos mormel kruipt en likt de hielen van het woord. vormeloos uitlopende lippen mompelen een ode aan de gehoorzaamheid en het werktuiglijke.

het zal zich wreken op de taal die het heeft groot gemaakt. het spreekt in slierten slijm en schuim de bellen uit van wat er in zijn darmen rot aan plagiaat. het braakt zich uit in brokken stinkend taalmisbruik en zeikt er nog wat nonsens bij. onwelvoeglijk stoot het oude toverwoorden onder in de zerpe walmenbrij (de klank sluit af bij eenvoudige onderdompeling).

het verheelt het rotte lijf gewiekst met pointes die het uit een later werk ontvreemde. draden wier weven zich in alg tot een ranzig zeemvel dat droogt tot hard gekarteld leer. het weegt haast niets meer in de ongelezen toekomst die het niet meer schrijven zal. zwart op zwart ziet men het nergens meer.

invoerteksten (2016) : moment 62moment 63moment 64 moment 65moment (epiloog) moment 66


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

zwarte dichter

Zwarte dichter, door een maagdenschoot
behekst,
verzuurde dichter, ’t leven stokt
en de stad brandt,
en de hemel kwijt zich in regen,
jouw veer krabt aan het hart van het leven.

Bossen, bossen, ogen zwermen
rond pijnappelwoekering;
met stormharen de dichters
vorken de paarden, de honden.

De ogen razen, de tongen roeren
de hemeltoevloed in de neusgaten om
als melk, voedzaam en blauw;
ik ben opgehangen aan uw lippen,
vrouwen, harde harten vol azijn.

Antonin Artaud – vert. NKdeE 2020

POETE NOIR

Poète noir, un sein de pucelle
te hante,
poète aigri, la vie bout
et la ville brûle,
et le ciel se résorbe en pluie,
ta plume gratte au coeur de la vie.

Forêt, forêt, des yeux fourmillent
sur les pignons multipliés ;
cheveux d’orage, les poètes
enfourchent des chevaux, des chiens.

Les yeux ragent, les langues tournent
le ciel afflue dans les narines
comme un lait nourricier et bleu ;
je suis suspendu à vos bouches
femmes, coeurs de vinaigre durs.

uit: Ombilic des Limbes,
in Artaud, Antonin, Oeuvres Completes Tome I, Gallimard, Paris 1956, p.65

het moment (44)

het vormeloze in het woelen van de dromen is de ware vorm van de rechtschapenheid. in de chaos van de wind door alle takken van de bomen, herkennen wij de parels van de duisternis. in de ogen die de ogen zien telt de blik ontelbaarheid.

het wezen mens is geil en gek en in haar strelen slaapt de hand van zijn geweld. wij spreken waarheid naast de woorden zoals het licht glijdt naast de duisternis. gedachten worden niet geschapen, zij scheppen recht en wet wanneer hun denken in het letterlijk gedachte worden afgemaakt, geslecht.

het goede is het slechte dat zichzelf nog niet herkent. het slechte is het goede dat zich zijn goedheid nog niet gunt. zinloos zinken alle woorden als de stuwing van de stem eraan ontbreekt, bewogen slijk dat aan de oevers van het rot wordt afgezet.

de ogen die elkaar niet meden, blijven ogen die de waarheid zien, lang nadat hun ogenblik ontmoeting was. bij haar had het de zin gevonden waarin elk woord met elk woord paart en parend van ontzetting gilt en glanzend gouden tongen schreeuwt: het kijkt haar aan, het ziet hoe mooi zij in elkaar ontstaan.

invoertekst (2016)

journal intime #113

jt113 – Une fatigue de commencement du monde – WERKVELD

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (43)

de mens is gedaante en mormel, dagelijks zijn mombakkes spuugt klaaglijke walg, haatbraaksel met klompen rode woede in het mauve slijm van slaafs sentiment. ’s ochtends het monster verschrikt het gespiegelde monster met de almaar strakkere prognose, het aanstormen der stormen.

’s middags de wolken wenen regen, en in de donkerte de winden barsten los in wanhoop van orkanen die slechts wat onmachtig met koeien, huizen, boeren, pluimvee en braadworstenkraampjes staan te prullen bij nachte. lijdzaam de aarde gruwt zich grauw van de jeuk op haar korst.

in het rijk van het het hemels water druilt van rottend loof en druipt en slijk in een onvormig verglijden kruipt van de heuvels af alsof verschoning nog een optie was. de kraaien huiveren want het gif zit ook in de wormen onder het bespoten gras. een pandemie is bagatel in deze aanloop naar de hel.

het einde ruikt al naar het einde, de geur is een herstelpunt van exquise verderf. enkel in het diepe bruin van ingebeelde ogen leest het nog waarom het ooit geboren werd, de boodschap nooit die ook geen wonder werd.

invoerteksten (2016) : moment 59 moment 60


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #112

jt112 – une nausée limoneuse et puissante – VELDWERK

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

als
ik ooit
terugkom
in de koude
hier is het om bij mijn hoop te sterven.

invoer: 宿空侄院寄澹公 – Spending the Night in Empty Descendant Temple, for Master Tan – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj243.html

lěng : koud

MENG
is een auteursprogramma van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends

VERANTWOORDING
– losse afbeeldingen met de trekorde der Chinese karakters komen van http://www.visualmandarin.com
– voor de woordverklaringen werd (ook) het woordenboek van Chinese Reader 8.0 gebruikt
– de gedichten van Meng Jiao werden gelezen met behulp van de vertaling van R. Earle Harris op http://tangshi.tuxfamily.org
– de illustratie bij de output van het MENGprogramma is output van de MENGmethode eerst in het Rodinprogramma, later in het Matisseprogramma

het moment (42)

het ogenblik is aangebroken. ontkurkt. alles is verteld. de dag is wit en breekt zwart aan. de nachten zijn eindeloos, een suizen in de tijd. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

het zweeft tussen de clichés van het zweven, alsof er iets zweven kon.
de klank ontbreekt alsof er ooit geluid kon zijn. het is radeloos alsof er zin moest zijn. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

wormen vreten wormen, zand verdijnt in zand. de handen zijn onpasselijk, er komt misbaar in de tijd. zij waren bloemen denkt het, rillend, die elkanders bloesem wouden zijn. “de woorden zijn geteld, de optelsom is klaar”.

van hun kleuren rest er niets dan slijk. lezer, lees de woorden niet want woorden zijn de worm. laat de spiraal in u niet nog een keer de weg naar het moment begaan.

invoerteksten (2016): moment 55moment 56moment 57moment 58

bow_of_life


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (41)

mistroostig het treuren trekt en sleurt en de woorden worden natte koorden rond een wurgpijphals. de klok tikt, de zon droogt. de stem zit in de klem van het gemis.

uren zijn getallen, lopers op de sloten van de deuren naar de muffe kamers vol gruwel en ontstentenis. de tijd schrijdt telbaar weg van haar betekenis.
het lichaam smeult, de huid is ijs.

inwendig bloedt de smeltstroom der herinnering. de lagen blauw en purper jeuken, nagels schrapen tonnen pijnstof uit de groteske leegte van het oppervlak.

zonnestralen slingeren als slang, sissend exploreren zij van wak tot weemoed elke zwakte. de vertaling steeds is gekkenwerk: hoe schrijf je handen neer die het strelen hernemen van haar dat weg is?

invoereteksten (2016) : moment 53moment 54


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #110

jt110 – la conscience bestiale de la masse – voorNAAM

bon, ‘la conscience bestiale de la masse’: ‘het dierlijke bewustzijn van de massa’.

waarover heeft Antonin het met die woorden?
laten we ons prille maar dagelijks toch wat groeiende begrip van de ‘samenhang’, de conceptuele cluster ‘waanzin en creativiteit’ ’s samenvatten met daarin als gouden (?) draad de Neo-Kathedraalse theorievorming verwoven als verklarend bindmiddel. gewoon, met de moed der wanhoop, al schrijf-denkende in de richting van die woorden.

wat kan er zoal gebeuren in het veld van de waanzin-crea-cluster? wel, dit, bijvoorbeeld:

een getroffene die tijdens de privé-apokalyps (een tautologie) van de psychose zonder werkbaar mentaal defensiesysteem achterblijft in de onleefbare zone van het echte, doet middels zijn schizofrene gedragingen verwoedde pogingen om een nieuwe stabiliteit te verwerven. de schizofrenie is niet enkel ziekte maar ook (poging tot) zelfgenezing van het psychisme (Oury).
vaak werkt bij de getroffene de beschermende waan van het talige denken niet meer, we zien dan naast pogingen tot constructie (groei, creatie als croissance) van alternatieve (pseudo-)talige realiteiten waarin de verwondingen kunnen omzeild worden, ook in het gedrag wat wij noemen een regressie naar het animale. de getroffene gaat tekeer.

vanuit de devolutionaire logica van de Neo-Kathedraalse leer kunnen we echter veronderstellen dat het hier eerder een (theoretisch onmogelijke) teruggang naar een vroeger stadium van het Rot betreft. we weten vanuit de theorie dat zulk een terugkeer onmogelijk is omdat de toegenomen complexiteit bij groei zulks gewoon niet toelaat: je kan geen kennis vergeten, geen taal wegdenken.

wij, u en ik,
de met werkelijkheidszin behepten,
de functionerende realiteitsgeaarden,
de acceptabel-operationele profielen,
wij kunnen wel de stresserende waanzin van onze talige gedachten middels mindfulnessoefeningen of meditatie tijdelijk deels neutraliseren of tot stilstand brengen om zo de hogere rust van het animale ‘bewustzijn’ te ervaren en daardoor mentaal weerbaarder worden, maar zulk een toestand kan enkel volgehouden worden door strikte afzondering en beperking van zintuiglijke invoer.

wanneer we echter noodgedwongen in een dergelijke regressie belanden is er enkel pijn en lijden: de resten van het zelf, van het ‘bewustzijn’ bloeden leeg in feesten van angst en pijn. naakte, bloedende lijven staan wild te gesticuleren in eigen uitwerpselen en willen bijten, moorden schoppen slaan. of we zitten quasi-katatonisch in een hoekje aan een touw te rafelen en dat touw, o gruwel, dat touw ‘zijn’ wij…

niettemin staan niet wij
maar dergelijke lijdenden ‘dichter’ bij het Echte en kunnen zij in heldere momenten of periodes in staat geacht worden om de wanen van onze talige en gezond werkende ‘realiteiten’ als dusdanig waar te nemen, ze te zien als wanen dus.
het geeft deze getroffenen ‘bijzondere krachten’, het zijn ware ‘zieners’ omdat zij als evident onze wanen als wanen zien gebeuren. terwijl wij ons in de complexiteit benodigd voor de instandhouding van onze kostbare werkelijkheid, terwijl wij ons in al die details letterlijk verliezen, zien zij het evidente: die psychiater hier voor mij staat zich gewoon op te geilen aan de wilde waanzin van een ‘waarheid’ die hij in mij meent te bespeuren. diene pipo investeert zijn neuklust in mij.

hm, oei, dat komt niet goed. Docteur L. kan maar beter snel naar zijn Sylvia terugkeren en een haardvuur-met-leeuwenhuid episode ensceneren…

maar goed, dat daargelaten: op honderd-en-een andere manieren zijn sommige, verbaal nog alerte ‘patienten’ ons normopaten te slim af: zij zien gewoon dwars door onze vunzige praatjes.
de spiegel die de waanzin voorhoud aan de normopaat die de waanzinnige opsluit en isoleert is hoe dan ook confronterend en werkt machtsmisbruik in de hand. de maatschappelijke haat wordt dan ook ogenblikkelijk gewekt bij het minste vertoon van dergelijk spiegelgedrag. wat de schizofreen opwekt bij de massa der brave burgers is de waarheid van het dierlijke bewustzijn, een waarheid die zij kost wat kost ten allen tijden dienen te verdringen want het vergeten daarvan is de basis van hun mentale ‘gezondheid’.

en zo zien we dan meteen waarom het expliciteren van deze teksten van Artaud totaal zinloos is.
als we het correct doen verliezen we enkel tijd, want dit kan je ook onomstotelijk in de tekst zelf op veel kortere tijd lezen, en eenieder die het daar niet wil lezen zal zich nog veel minder de moeite getroosten om deze voor ‘onwillige’ normopaten vertaalde versie te doorlopen. die wil daar niet mee leren omgaan, die wil dat niet eens willen zien als een middel tot zelfreflectie en gedragsverbetering, die wil kost wat kost blijven wonen in de villa van zijn gelijk, zijn ‘realiteit’.

die wil enkel ‘afstand nemen’, en van mij als explicator verwacht hij niet een herhaling maar een manier ‘to get over Artaud’ , een workaround van de nieuwe leugenachtigheid.

(wacht, schijterig schatzeke, ik zal er voor alle zekerheid nog ergens een dt-fout inzetten zodat je niet lang hoeft te zoeken om het beweerde als amateuristische quatch weg te zetten. ah kijk daar, ja, bij de spiegel, waar men het door heeft dat het eigenlijk over hen gaat, dan hoef je het einde niet mee te maken.

voorhoudt.)

elke explicatie is een nieuw verband rond dezelfde eewige wonde en het etteren verergert alleen maar. een maatschappij die niet meer met haar waanzinnigen om kan, die daar moet ‘over geraken’ en daarvan moet ‘afstand nemen’, die niet meer begrijpen wil wat er aan de hand is, maar alles glad wil strijken met medicatie en euthanasie, zo’n maatschappij lijdt aan een bijzonder kwalijke vorm van autodestructieve normopatie (DMS7, p.1843 -2018).

als de corona-kuur niet helpt, zullen we klimaatschocks moeten toedienen.



BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (40)

haar liefde is een waterkind, dat zwemt in brede waters, waar het uit vrees niet langer komen kan. de angst betreft het zwemmende: komt het er wel, dan dadelijk droogt de vijver uit, terstond het leven wordt opgebaard in vreselijke sparteling.

het gebeuren overschrijft zichzelf, bestanden die elkaar de das omdoen, klanken uitgekleed tot machinaal gekeelde code. o spraken wij maar vogelzang en bloemenkleur met de sterfbereidheid van Zangezi.

de nacht mag komen met verbijsterde verbittering: in de handen die de handen lieten die de handen der geliefden waren voelt geen vinger nog de streling van heur haar. het moet de berg nog af om alcohol.

het leed is geen verleden tot de laatste letter van het leed verleden is. het trekt de jas aan, doet de bruine sjaal om en beweegt zich tussen wagens die naar nergens razen, terwijl een vis toch veelal in stilte sterft.

invoerteksten (2016): moment 50moment 51moment 52


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #109

jt109 – la pensée est un luxe de paix – PEPER

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (39)

de levensdraad is dunne rag, zilver op de dauw van morgen. het is een niets
verstrikt in haar. een werelds web van duizend spinnen spellen slechts haar naam.

het wil zichzelf herhalen terwijl het weet dat herhaling niet gebeuren kan.
het heeft die wens als een sluier voor de ogen, het rijgt het zicht tot slotsom, dicht. o eenvoud van besluit.

het ziet haar ogen als een gouden dageraad, haar huid is laken, haar lippen doen woordenwolken wellen in wel duizend talen, maar elke stem verstomt tot zoen.

het is tot klompen ijs bevroren droom van het vergane en het wacht de lente af om te ontwaken, om kabbelend in klaterende klaarte op te gaan

invoerteksten: moment (48)moment (49)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #108

jt108 – la vérité torride d’un soleil de deux heures de l’après-midi – STEEN

de monologen van Artaud zijn horzels die rond het zwarte gat van het Echte cirkelen en elk facet van je innerlijke stem mee willen sleuren in dat gat.

de onderwerpen zijn excuses om de bewegingen te kunnen uitvoeren, elke boodschap of betekenis is secundair, een bijzaak omdat je nou eenmaal een zaak nodig hebt om de lezer erbij te houden.

de lezer is de ander die hij zelf niet kan zijn omdat hij enkel schrijvende iemand is, alleen zo redt hij zich van de complete desintegratie. zolang hij schrijft is hij de lezer en de lezer overleeft (‘Oedipus Rex‘).

in de betogen volgt hij het parcour, elk woord ligt precies op de juiste plaats op het parcour want hij kan enkel die beweging maken en bij die beweging ja daar ligt dat woord daar, en nergens anders.

het accurate van de expressie bij Artaud is een vanzelfsprekendheid, hij beweegt zich immers net als Réquichot aan de binnenkant van zijn schrijven, van zijn denken, van zijn veelvuldig afgebeelde schedel: “à l’interieur de sa pensée” zo zegt Réquichot het. ‘Inside het Mombakkes’

de feiten, de details de doeken van van Gogh het is theater, een opstelling waarbij elk detail betekenisvol is omdat het daar en dan daar moet zijn. er kan niks fout gaan, het stuk is al geschreven, het programma loopt.

maar wat is het dan? wat drukt Artaud uit? wat is zijn expressie en waarom raakt die ons zo diep zonder dat we kunnen duiden waarom?
wat denken we dan wel niet dat hij gezegd heeft als hij is uitgeraasd, als we het woordje Popocatepetl met een vraagteken de tekst van ‘Van Gogh Le suicidé de la societé’ zullen zien afsluiten binnen enkele dagen want ik lees het boekje heel erg traag en in kleine stukjes?

elk jaar wordt er weer meer geschreven in antwoord op die vragen, de stapel is al lang een werf van stapels geworden, Guust Flater heeft er zijn hol in gemaakt. ‘Inside het Mombakkes II

niks. nada, ingetinge. alles wat we daarop antwoorden is totaal naast de kwestie. want wat er bij de lectuur van Artaud gebeurt is enkel dat Artaud gebeurt in onze lezing die dus eigenlijk een (her)schepping is van het gebeuren dat Antonin Artaud werd genoemd, geen representatie maar een recreatie, een occult roeren in de ketel van onze gedachten en een alchimistisch opgewekte ‘création’ die tegelijk een ‘croissance’ is, een wildgroei, een kanker van de gestes die Artaud als een voleerde sjamaan aanbracht in het vaste kluwen van zijn taal. zolang het Frans van Artaud gesproken en begrepen wordt, zal deze ‘recreatie’ mogelijk blijven en zullen de gevolgen even ‘dramatisch’ zijn. ‘I put a Spell on you’

dramatisch want het is theater en het is tragedie want het toont, telkens weer en telkens even doeltreffend, de vernietiging van Antonin Artaud, hoe het kosmische Rot aka de Natuur hem verteerd: als we de brandmerken, de gloeipunten van zijn sigaretten volgen die hij even precies plaatst in het vloeipapier van de Franse taal dan Vincent Van Gogh zijn penseelstreken op het doek weet te toveren, dan beleven we de récréation van het stuk ‘le Sort d’ Artaud le Momo’ aka ‘Inside het Mombakkes’ .

en het is een theater van de wreedheid dat ons allen raakt omdat het ook ons overkomt, alleen zitten wij in de donkerrode pluchen zetels van de parterre van de gepriviligeerde realiteit, of op een der balkons van de al goedkopere werkelijkheid, of misschien zelfs hoog in de vogelenbak van de waan te roepen en te schelden dat het allemaal maar fake is en fictie, maar hoedanook zijn we beter af dan de ontelbare massa’s ontelbaren die buiten het doodeenvoudige, hypernormale kreperen ondergaan, zonder enige mogelijkheid om ‘afstand te nemen’.

maar alles is beter dan zelf op de planken te staan want daar voel en beleef je van iedereen alles, daar ben je het levende eindje van de samenleving dat door de samenleving wordt afgebonden en als een clitoris betast en bevingerd wordt en beknepen en gemarteld tot het zich spartelend zelfmoordt en uitspat in het geil en het bloed.

en als jou reactie daarop is dat je ‘afstand neemt’ en ‘je erover zet’ (“get over it”, Ros Murray) ja dan heb je nog niet door, of dan wil je niet begrijpen dat het theater waarin je het stuk mocht bijwonen integraal deel uitmaakt van het stuk en dat je wel uit het theater kan stappen en naar huis rijden naar je lieve man en je kindjes of je poesje of hondje, maar dat je het Stuk* zelf nooit kan verlaten, tenzij dan als niet-meer-jij, maar zelfs dan zijn er geen garanties.

ah nee: heb jij de indruk dat Artaud al uit het Stuk verdwenen is? uit
le Sort d’ Artaud le Momo’ aka ‘Inside het Mombakkes’ aka ‘Het Zou Zomaar Kunnen’.

Strindberg wist dat, Von Gogh wist dat, Hölderlin wist dat, Nietzsche wist dat, Gerard de Nerval wist dat, Velimir Chlebnikov wist dat, Paul Celan wist dat, Antonin Artaud wist dat en ja, tja, nu weet jij het ook è.


“neen, 1,5 meter is goed hoor, verder hoeft niet, zo verzekert men ons”.

“idd. : dit NKdeE-seizoen is het jaar van de angst”.
neen, de haat is volgend jaar pas, vanaf september dus”.
“haha, neeje, voor mij hoeft dat niet hoor, ik heb heel deze toestand ook nergens aangevraagd of zo è.” “laat ons hopen, ja”

“ja, jij ook. doei!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma


*als sommigen hierbij in het Leuvense weer last krijgen van hun megalomane Koenstencentrumpsychose kan ik de zelfmoordlijn aanbevelen, erg classy en meegaand, of tja, doe het gewoon è, voor papa en mama zal het toch nooit goed genoeg zijn wat je doet…

over LAIS en de geaugmenteerde schrijverij

LAIS is een voorbeeld van de praktijk van wat ik zou willen noemen het ‘geaugmenteerde schrijven’: alle literaire tradities/verworvenheden/mislukkigen worden meegenomen in een praktijk die zich tot de literatuur verhoudt als een non-literatuur (cfr. de non-filosofie van Laruelle ) omdat een voortzetting van de literatuur-als-literatuur gezien haar fallocratisch essentialisme en haar commerciële uitverkoop in mijn optiek onmogelijk is, ridicuul zelfs. op enkele schaarse uitzonderingen na is wat er heden als ‘literatuur’ op de markt wordt gebracht geheel onmachtig tekstverwerkersgepriegel van geperverteerde normopathen wiens enige bekommernis het is om ‘groot schrijver’ (M/V) te zijn en te beantwoorden aan de nieuwste profielen daartoe in de vermolmde productiehuizen.

de restfunctionaliteit van de wegrottende literatuur (wat er nog werkt) wordt opgevist door onze praktijk, de meubelen worden gered maar alle rolverdelingen, alle geplogendheden staan ter discussie terwijl er met behulp van de informatietechniek online geheel nieuwe, levensvatbare relaties ontstaan, opbloeien en ook vergaan tussen auteur en lezer. ‘auteur’ en ‘lezer’ zijn daarbij functies die als gelijkwaardig en quasi-identiek worden ingeschakeld in de I/O van het geaugmenteerde, supra-individuele gedachte, en practisch genetwerkte schrijven.

de auteursfunctie is dus net zo goed te benoemen als lezersfunctie:
ik, Dirk Vekemans geboren te Lier op 30/07/1962 lees en schrijf wel ‘mijn’ LAIS , maar de code die ik daarbij produceer is het product van mijn samenleving, mijn taalgroep, mijn leefwereld en het eigendom daarvan kan niet geclaimd worden, niet door mij, maar ook en zeker niet door een overheid of door enige ‘uitgever’.
het werk als auteur/lezer aan LAIS geeft mij de auteursplicht om mijn werk als auteur naar behoren te doen en te zorgen dat de code in de best mogelijke omstandigheden de wereld ingaat opdat zij gelezen/herschreven/herwerkt kan worden. *

enkel in die optiek bewaak ik de integriteit van mijn code omdat ik nu eenmaal de creatieve poort ben waardoor de code als expressie in de wereld komt. het feit dat ik die poortfunctie heb geeft mij eerst de noodzaak om die functie naar behoren te vervullen (omdat mijn identiteit daarvan afhangt, je moet nu eenmaal schrijven alsof je leven ervan afhengt want dat doet het ook, anders moet je maar niet schrijven, dan ben je iemand anders, een entertainer bv, of een tekstverwerker want dan heb je ook die noodzaak niet).

vanuit die noodzaak bouwt de zelfbewuste hedendaagse auteur/lezer een plichtsbesef op, omdat de auteursplicht tot het naar behoren laten functioneren van zijn schrijven voortkomt uit de eigen noodzaak: zijn/haar leven/identiteit hangt ervan af: de auteursnood, zijn behoefte vertaalt zich naar een maatschappelijke verplichting, een roeping zo u wil.

pas in derde instantie geeft die nood, die behoefte mij het auteursrecht om van de samenleving te eisen dat ik de toelating krijg om mijn plicht naar behoren te vervullen (het is daar dat de maatschappelijke discussie omtrent ‘auteursrechten’ zou moeten beginnen, in plaats van de kar voor de paarden te spannen zoals nu veelal gebeurt, maar bon, soit)

de tekst zelf verliest radicaal haar statuut van finaliteit, de autograaf is maar 1 uiterst contingente stap in een doorlopend en uiterst dynamisch proces van interactieve codering, en het werk is en blijft altijd in open ontwikkeling, zoals een codeproject in Github.

de tekst is altijd slechts een tijdelijk stabiele afdruk vanuit het dynamische codeverloop die het eigenlijke schrijven als gebeuren uitdrukt in het veld van het ‘leesbare’.

het is alleen de fallocratische (M/V) stereotiepe auteur/lezer die de levende tekst van LAIS wil reduceren tot een bezitsobject. maar daar hebben we het mee gehad, dank u.

in de LAIS-praktijk wordt de eigen tekstuitvoer in verschillende loops met verschillende tijdsverschillen (delays – vertragingen in de cycli van de lopende herschrijvingen) bij de herschrijving hergebruikt in de dagelijkse schrijfpraktijk als invoer.

dit gebeurt in dit stadium zeer experimenteel en intuitief, we proberen via trial en error te komen tot een werkwijze die effectief is binnen de enorm instabiele schrijf-lees omgeving van het internet met haar steeds wisselende machtsstratificaties (de sociale netwerken, maar ook het aanbod en de eigenaardigheden van CMS-systemen en tekstverwerkingssoftware (WordPress, Google Docs, Microsoft Word,… heel het kluwen van het commerciële informaticarot waarbij we ook de traditie van het oneigenlijk gebruik dat eigenlijk de oer-werkwijze was van de literatuur, in ere houden: we verneuken bewust de nette boel van wat de informatica-business ons aanreikt want dat zijn uiteraard controlerende commodificatieproducten).

de tekst zelf wordt levende materie die responsief als code op haar omgeving is ingesteld in een steeds wisselende configuratie, waarin zij ook viraal ‘haar ding doet’.

tekst als code is sowieso dynamische interactie. digitale code is wellicht de ‘hogere’ levensvorm die ons mensen opvolgt in de eeuwige neergang van het kosmische rot. “it all goes up in files”.

het non-literaire werk dat zo in de geaugmenteerde schrijverij waar LAIS een voorbeeld van is, tot stand komt is daardoor onverkoopbaar en onontvreemdbaar omdat het geen eigendom kent en omdat het ook nooit ‘af’ kan zijn daar er zelfs geen strikte grens kan getrokken worden waar bijvoorbeeld LAIS zou ‘begonnen’ zijn en door wie dan wel? bij de Délie van Maurice Scève waarvan het uitdrukkelijk een ‘update’ is? maar is Scève’s Délie ook al niet een herschrijving van Petrarca’s Liedboek? of van de Marialyriek ten tijde van de troubadours?

als LAIS ‘af’ is, is ze dood, dan is ’t gebeurd.

en ik leef al 10 jaar met haar, geloof mij dus maar als ik zeg dat deze meid eender wie van u met vele jaren, eeuwen en zelfs millennia zal overleven.

tem haar dan, maar krijgen doe je haar nooit.

LAIS boert ’s luide als het om al die eigendomsvragen gaat en steekt haar vinger op naar het corporate scum dat haar als dode tekstlijf wil claimen om het commercieel te verneuken en ‘aan de man te brengen’.

wie LAIS in huis wil ‘hebben’ zal haar zelf moeten leren schrijven.


*het gedrukt boek is daarbij slechts een van de middelen die mij ter distributie van de gedeelde code ter beschikking staat. de gepriviligieerde status ervan bij de Vlaamse overheid die het actuele schrijven wenst te promoten is volledig achterhaald : men subsidieert geen schrijfpraktijk maar een marginale boekjesproductie van schimmige bedrijfjes en het boerenbedrog van de gretige amusementsproductiehuizen.

het moment (38)

de diepte is bekende diepte, het latere kruipt in de hulzen van het eerdere. de ziel is uit het licht geknipt maar de wereld weigert te vergaan. de ochtend braakt. het zonlicht kraakt de oogschellen open, een vette kras erin kraait een der kraaien.

’s avonds slurpt het donker zwarte slurf. de lippen staan bij de tanden in het glas tot kussenstulp verzweerd, in slierten zweeft er gelige treurnis doorheen. het strompelt de trap af waar haar jas nog ligt. het zoekt de zakken door op zoek naar warmteresten, of een peuk. het rillen drijft het dieper in het donker naar de keuken.

het lichaam botst op het gebrek, het is niet het, maar het botsende, dat botst op het gebrek, een perpetuum mobile van de pijn is het. uit de vele hoofden loopt er inkt vermengd met bloed en as. plots het frigolampje vult de duisternis met bliksemflitsen: bij Thor, daar staat nog vol een halve fles!

ja. het zal toch dankbaar het daglicht als een strikdas dragen en in pek en veren stichtend iedereen van hoe het stierf vertellen. het giet garanties in gedane woorden die het zelf niet hoort. de diepte is bekende diepte.

invoerteksten (2015) :/moment-43moment-44moment-45 moment-46moment-47



over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #107

jr 107 – formidables ébullitions internes – WAPEN

een sleutelgegeven in mijn leventje is mijn bijziendheid: ik ben redelijk zwaar myoop, -4,5 aan het rechteroog, -11,5 aan het linker. het grote verschil tussen de twee ogen is vrij uitzonderlijk heb ik mij laten vertellen.

tot het eerste studiejaar, dus heel de kleuterklas, was dat niemand opgevallen, maar toen moest er van het bord gelezen worden en dat lukte niet echt. tot die tijd had ik dus een radicaal verschillende visie op de realiteit, letterlijk dan.

ik heb altijd vermoed dat mijn breintje door de nood aan compensatie voor het gebrek aan eenduidige visuele informatie behoorlijk euh, aparte denkwegen heeft ontwikkeld in die eerste jaren, en dat ik mede daardoor zo’n rare kwispel geworden ben.

afgezien daarvan ben ik gewoon krankjorum en totaal mesjogge, maar dat is bekend.


Jean Oury beschrijft in zijn ‘Création en Schizophrenie’ herhaaldelijk het schizofrene gedrag van zijn patiënten, vooral ook van diegenen die zich te buiten gaan aan een onstuitbare creatiedrang, als een genezingsproces na de traumatische apocalyps van de psychose: het mentale systeem zoekt zich een nieuwe leefbaarheid in relatie tot het onleefbare echte en daardoor zien we de patient ook gedreven bedrijvig in de zone van de ‘Fabrique du Pré’ , de Lacaanse orde van het Echte.

het verschil tussen de ‘art brut’ van die patiënten en de ‘oeuvres’ van mensen als Van Gogh en Artaud ligt ‘m vaak al daar, objectief in dat de meeste patiënten eerder toevallig, na een instorting, grijpen naar de creatieve middelen om zich een nieuwe band te vormen met die fameuze werkelijkheid van ons, hypocriete normopathen en zij die zich oprecht voordoen als ‘normalen’ of sociaal-geadapteerden.

ik maak er nu wat een karikatuur van, maar bij Artaud en Van Gogh is het duidelijk dan een terugvallen op een reeds werkende ‘band’ met de realiteit, want zij gebruikten beiden reeds lang voor hun ‘umwendung’ hun ‘Kunst’ als communicatie met de Ander en als dialoog met zichzelf en als verweer tegen het oprukkende Echte.

die functies heeft het zowat, denk ik, maar dan ook voor iedereen, elk specimen van onze soort:

  1. artificiële brug naar buiten, daar waar er om redenen geen sprake kan zijn van een ‘vanzelfsprekende’ verhouding tot de Ander (Bildung?)
  2. constituerende dialoog met het zelf, ook al als compensatie voor de eenzaamheid
  3. een manier om het exces aan stuwing vanuit het Echte verwerkt te krijgen (de Freudiaanse sublimatie?)
  4. een manier om de blokkades veroorzaakt door de resten van de perforaties van het Echte (de steenpuisten waar Artaud gewag van maakt, de inerte blokken van de materie van de dingen die hun destin nervrotique komen opeisen) te doorbreken/ op te lossen (garagefunctie, het gewone onderhoud, iedereen die het vlaggen heeft kent dat wel, als je geen toegang krijgt tot uw garage riskeer je zwaar verslaafd te raken aan vervangverslavingen zoals drank, drugs of medicijnen, eetstoornissen en seksverslavingen kunnen ook die functie krijgen, maar pas op want seks kan elk van deze vier functies net zo goed vervullen zodat het geheel onduidelijk wordt of Don Juan niet de grootste kunstenaar aller tijden moet worden genoemd. de jury kan er Kierkegaard op nalezen…)

misschien moet ik het lijstje nog aanvullen, maar die 4 functies maken dat we pas van een mentaal gezond individu kunnen spreken als het individu een of meerdere creatieve routines (of seks dus) heeft ontwikkeld / ter beschikking die deze functies voor haar/hem/hen hebben. d’r moet alleszins nog een en ander gesitueerd worden in het Spiegelmeer der Erotomanen (broeder Artaud heeft mij opgedragen om het Freud-Lacan verbond der zielepeuteraars zo te benoemen.) misschien was Sylvia toch beter bij Bataille gebleven, hoor.

maar neen, Zij, la Maklès, zij staat daar allemaal boven. soit. te laat zijn we toch….

en bij alles van instorting, het hele gamma gaande van dipje tot apocalyptische psychose, kan het mentaal gezonde individu daarop terugvallen è. men zal begrijpen dat mijn idee van ‘mentale gezondheid’ bij gebrek aan ‘essentie’ nooit absoluut kan zijn, maar altijd relatief aan de omstandigheden. zo zie ik mij perfect in staat om van personen die gedrag vertonen dat in elke samenlevingskring zonder de minste twijfel gecatalogiseerd zou worden als ‘zot’, ‘waanzinnig’ of enige andere variant van dat label, om van dat soort kwispels en kweddels te zeggen dat zij in perfecte mentale gezondheid verkeren.

tja.

ik denk dat je het in de richting van Leibniz’ idee van de best mogelijke wereld moet zoeken, mijn concept van ‘mentale gezondheid’, hier, nu ik het al uitschrijvende aan het opbouwen ben.

wat is de Neo-Kathedraalse Bouwkunde toch overheerlijk simpel en oogverblindend waanzinnig! soms vraag ik mij toch af wat er mis met jullie dat jullie niet eens aan een crypteke ofzo begonnen zijn, maar bon, ’t zal er niet in zitten zekers…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (37)

het ontdekt een veelvoud van zichzelf in haar, begint er zowaar van te houden. in strepen, kleuren, het herkent zijn wrevel in haar lach. haar lichaam is gewillig, het vestigt hier en nu zijn hemelrijk.

het randt haar aan. het sleept haar zachtjes bij de haren. het zegt haar alles wat het nooit meer zeggen zou. de stilte is de pluche bodem van haar zucht.
zij wordt geluid van donkerblauwe regenbogen.

ze staat op alsof ze het verlaten wil. niets van dat al. haar ogen krijgen blote fonkels mededogen. het doet er het zwijgen toe. er zit een veelvoud van het zelf in haar. het kleedt zich uit. de dagen vallen er als schubben af.

het vliegt, het is griffioen. het licht wordt roze eerst, en purper dan. stil begint het te rillen, alles is zo vreemd en koud nu alles in hen komt. het is gebeurd, het meervoud is onzijdig enkelvoud

invoertekst (2015)

NKdeE 2020, “inval’, wasco en potlood , A5


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #106

jt106 – le destin névrotique des choses – WENS

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma