Categorieën
dagwerk 92-93 gedicht van de dag lyriek

dagwerk 92-93 (6)

(tekening: dv 1994)

28 september 1992 (2)

Telle loin se noie une troupe…

maak jezelf toch niks wijs: dit boek ligt nu voor je open, het beeld klopt helemaal met wat ik denk en jij denkt het ook en het stolt in je gedachten, begint te kankeren, zaait de waanzin uit, dompelt je onder in jezelf die dit schreef. correct?

ja man ik weet best dat je dit weer gaat bewerken met al die dode auteursdromen van je maar mijn lucht beweegt zoals jouw adem en jouw hand is de mijne die haar streelde.

*

Annette, zo mooi en lief en net,
liep stiekem op het strand die nacht
en stouter nog, ze liep in zee en zag
dat aan haar blote voeten zomaar
voor het grijpen lag:

de maan! Ze bukte zich en schepte
in haar hand een stralend stukje zee
met felle schijn en kraters in.
ze hield het hoog en bracht het
dichter, dichter naar

haar rechtste oog. Ze hield haar adem in
en niets aan haar bewoog. zo keek ze
dieper, dieper in haar zee.
o jee, o jee: toen kwam
het water in haar oog

en nam de maan
haar wenend mee.

*

ik slaap naast haar, elke keer als je dit leest.
hoe bevalt het daar, in je eentje?
zo ver weg ben je met je oude lijf dat gehorig gebleven is
aan de roep die ik nu de rug toekeer.

Telle loin se noie une troupe
De sirènes mainte à l’envers

*

het was een bosloop met de gemengde klas van 5L en 5A. nee geen meisjes. L voor latijn, onze flikkerklas, en A voor artistieke vorming, de kunstenaars. er was er zelfs een echte bij, later ten onder gegaan aan de drank, zoals jij bijna. hij zocht nog contact later, een noodkreet aan jou als soortgenoot, die je negeerde omdat je zelf zo vol medelijden zat. wij hadden er drie echte, jongens wier seksuele geaardheid gericht was op de eigen kunne, bedoel ik.

neenee, you wish. ik had een stevige puberale episode, zoals velen, maar de homofobie overwon ik vrij snel. en ja, ik ben een vrouw in het diepst van mijn gedachten, maar dan wel een rabiate lesbienne. wie weet, met de juiste benadering misschien, hahaha.

de kunstenaars namen onmiddellijk afstand. geen van hen wou bij ons achterblijven. ik liep me de ziel uit het lijf, naderde wel maar nee, ik zou er nooit bij horen. ik was te sterk om te liegen en te zwak om te waarderen wat ik was. elke vloek is een zegen, elke afwijking een geschonken talent.

geloof niet in jezelf, geloof in het geschenk.

vele jaren later, nu vier jaar geleden hoor je een rosse collega-vervloekte die nog lastig op je was omdat je hem afgelopen weekend drank weigerde, van aan de overkant van de straat luid roepen “hé gij daar gij zijt niet beter als wij, ze” .

zonder nijd. hij had al het inzicht dat minachting of rancune onnodig waren. ons kent ons, zijn woorden nagelden mij aan de grond. jou.

ben je al bezocht nu? heeft jouw roep haar eindelijk bereikt? heeft ze het je al verteld, het je doen denken, alles wat je al voelde maar nooit durfde zeggen? mijn broer ben je niet, maar je kan lezen en hemeltje man, wat was je toch ontzettend laf en hypocriet. geen wonder dat je eigen kinderen niks meer met je te maken willen hebben.

alles om er toch maar bij te horen. waarbij? en voor wie?
kom, we gaan slapen. vergeten wat we weten.
spelen tot het donker wordt.


Categorieën
dagwerk 92-93 gedicht van de dag lyriek

dagwerk 92-93 (5)

(tekening: dv 1994)

28 september 1992

“Rien cette écume, vierge vers1Stéphane Mallarmé, Salut”.

door haar zijn er nu meningen in mijn spreken opgesteld. meningen zijn zwaktes in de defensie van de ongrijpbaarheid, poorten voor de vandalen met hun viriele ijzerzagen en de nimfen van de nijd met hun bedrieglijke kusmonden. het rapalje arresteert mijn bewegen, vreet mijn vlucht en kakt er de woorden in, hun aanhechtingscode, het bevestigende dat het verschil maakt en bevestigt.
mijn schrijven stelt het af, op punt en klaar voor de vergetelheid. ik vergrendel en serveer. een vers kelkje schuim vol maagdelijk niets. tss, tss, niets nieuws al dat liefs.

haar rijkdom, niet eens de gratie die ze mij weigert tot ik ze steel en daardoor vernietig, enkel de weelde al van haar voelende lichaam vergooi ik in deze halen op papier. ik spuw in de wind, besmeur de stadsstraten, trek strepen grijs door de blauwe spreuken.

deze jakkers overschreeuwen ons zwijgen harder, schat. we laten ze branden als hout, rotten als mest en bloeden als de stam van een els.
involteer de nodeloze taal tot het brultumult van naverbranding.
tientallen millennia geleden: de aarde pletst plat op de vloer van de schepping. gelost door de Stem in de stam. ze kwijnt weg en cirkelt in treurnis rond de zon en zucht met haar maan die zij mint als een hete non.

zoals toen men ons de navel knipte. het licht was de hel en hier is het koud.
“schreeuw zo niet, je zou dood moeten zijn”. huil maar niet schatje, herneem liever het lieve liedje van de schone schijn. de maan lacht zich een bult en zakt in de zee. haar schuimende mond breed over gans de pagina.

ik strek mijn hand met de staf uit boven de stromen, de rivieren en de meren en laat de nekkermannen uit het water komen.

ik duimde voor haar na een eeuw van zwangerschap.

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!


Noten[+]

Categorieën
dagwerk 92-93 lyriek

dagwerk 92-93 (4)

(prentje : dv 1994)

16 september 1992 (2)

je stopt mij in mijn vel
strijkt mij de haren, mijn oren
kus je, zoent mijn mond, dat
is het dan, zeg je mij
goeiemorgen, vrouw voor mij.
niets wordt tussen ons geplet.
er zit geen lezer in ons bed.

*

wat ik toen verzweeg, denk ik

nu huilen mocht niet vloeken wel,
dus ik werd kwaad en vloekte
stampte, snikte en schudde mij uit
tot ik van mijzelf ontdaan wel huilen
moest want was het niet ja was het niet
mijn eigen godverdomse schuld.
nu zie ik tandpijntranen lopen
van de wangen op de fiets
van tandpijn in de vrieskou
van de vreugde van het werk
want werkvreugde werkt.

*

het herfst in de etalages. de poppen
van hout zijn sober gekleed. de gummi-
dummies dragen feller blauw en rood.
blauw is de kleur van de fixatie, de lucht
legt de wereld haar fictie op, zwaait
met haar kleurloze lichtzwaard tot
het zwart van de ledige ruimte
in haar wolken verkleurt voor de zon.

blauwe hemels. zorgeloosheid
van het zich spiegelende niets.

iedereen weet dat het blauw in de schoot
van de diepzee de luchten doet stralen.
rood is het echte, rood is mijn vlammen
op het rood van haar jurk. ik zeg ‘stap’
en ze stapt er uit met een lach en haar
lachen wordt een deinen in het holst
van de nacht in het holst van de nacht
zal ik razen tot het brandt in haar zee.

*

gehecht kan je enkel raken aan dingen waar sleet op zit. het patina van je verlangen emergeert uit de asse van alle vergeefs verbrandde woorden.

*

ik barst van verlangen, het zwart van mijn leegte
vult deze letters, mijn waarheid is vuur, mijn
woorden lava dat stolt in hun duur.

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Categorieën
dagwerk 92-93 lyriek

dagwerk 92-93 (3)

16 september 1992

alleen in de waanzin is het begrip draaglijk, van alle eindigheid ontdaan.

*

krets krets kretskrets kats klapt en krabbelt de vierpotige hond met alle nagels op de keukentegels. de oude epilepticus ploft er wild zijn alibi neer en schaart en scharrelt en schuimbekt nog wat na. snel doe de lichten uit, zet die tv af. “brave hond, braaf, maar jongen toch”. de avond verdwijnt als een nachttrein in het witte kernpunt van de afgesloten beeldbuis. “brave hond”.
eens de schrik der ingezetenen is gesust, en het dier in diepe smart zijn visioen tot onschadelijke dromen begint te verwerken, ontsteken we onze ogen terug aan de maansikkel in een vergeten raam.
het licht en de verstoorde lucht tintelt van nostalgie naar de rijkdom van wat wel kon maar nooit zou komen. “ze is zo mooi, onze dochter, en haar geboorte heeft mijn leven gered”, wil ik bijna gaan zeggen en dat het mij spijt dat ik niet iemand anders ben en…
ze doet het licht terug aan. in dat soort duister is het echte van dit sprekende lichaam niet langer dan een halve seconde te harden. “jij brengt het slechtste naar boven in mij” zei ze, en ook nog: “i only love you because of your dick”.

*

alleen in de waanzin is het begrip draaglijk, van alle eindigheid ontdaan.
als het toch niet anders kan, is elke waarom-vraag niet meer dan de uiting van een ziekelijke drang naar zelfvernietiging. ik speur mijn oude dagboeken na, niet op zoek naar antwoorden maar naar een uitweg, iets dat over het hoofd is gezien want elke vervloeking is de expressie van luiheid en luie geesten maken fouten in de handeling dus ook, misschien wel, in de programmatie.

elk ik is de wereld en de wereld rot en sterft af en het ik stort in als een kaartenhuisje en het gaat alsmaar sneller bergaf tot morgen ‘vandaag’ nog omslaan kan naar ‘gisteren’ en daar ligt onze dochter dan en ‘mijn daden in Auschwitz’ rijmt nu al op ‘mijn grootste hits’ en hoe ga ik haar kunnen beschermen ooit, hoe kan ik ooit een goede vader zijn als jij niet eens in mij gelooft?

poëzie? woorden die oneindig lijken moet je pellen als een ui. god is voorgewende godsvrees, idolatrie, hebzucht en kwalijke laster voor de zang der goden die ik bemin. ik ben ontmaskert, gevat en opgesloten al, iedereen weet nu dat ik enkel iets om haar geef, al zal ik dat zelf naar waarheid en in alle stelligheid blijven ontkennen. zij bestaat niet en ik hou van jou en van onze dochter en als je klaarkomt is het zonde van mijn vlees dat het hare is. zij maalt daar niet om maar wat heb jij daaraan.
de moraal van elk verhaal moet op elk ogenblik herschreven worden, de klok tikt nergens zoals ze thuis tikt. elk woord is een leugen.

speel maar ’s mee:
tik – lentebloesem
tak – lacht het meisje in haar blauwe
tik – ochtendjurkje en
tak – die somalische
pontiacs koop je voor een prikje nu, er was zo’n dealer in de bar gisteren en ik vergeef je alles maar heb je geen roestig en bot aardappelmesje liggen ergens om de herinneringen weg te snijden?

*

een jongeman haalde vandaag de krant omdat hij ongeneeslijk ziek was en weldra blind zou worden. nog vlug wou hij alle wereldsteden zien.
blijf toch thuis jongen. pak een stoel. kijk een jaar lang naar een roos.

*

het is volstrekt zinloos. mijn lezing overschrijft alles met nieuwe leugens. ik kan niet liegen maar als ik moet zwijgen, moet ik schrijven en als ik schrijf faal ik meesterlijk, dus alles wat ik schrijf is sowieso een leugen.

hoe lang nog en voor wie en waarom nu? ik ben al lang niet meer ik, ik ben een obstakel dat zich opwerpt uit walging en dan zichzelf poogt op te lossen, een vlezige zwarte mot die hangt te spartelen in dit lichaam dat alsmaar mooier wordt en straks lig ik ergens op een keukenvloer en niemand zal hoeven te zeggen dat ik een brave hond ben en ik zal niet meer hoeven te dromen nadien want dan ben ik in de tijd der tijden gevangen en volledig vrij in het niets van haar alles dat zij niet heeft.

van het bezoek aan de pardes keerde enkel Rabbi Akira weer om het dan op grandioze wijze niet te kunnen navertellen. elke religie is een met nijd als bloem gebonden saus van jaloezie op het kadaver van vadertje god. het schift en schuimt en stinkt verschrikkelijk naar de spuitende helft van de bevolking. straks begint het grote moorden weer. als het toch niet anders kan, is elke waarom-vraag olie op het vuur.

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Categorieën
dagwerk 92-93 lyriek

dagwerk 92-93 (2)

14 september 1992

Verder in dat bos bestaat er geen pad.

Brand bevrijdt en bevrucht het land dat het levende leed vergeten kan. Arbeid trekt het land in nieuwe groeven. Mijn geketende hand drukt in halen uit wat het weet van woelgrond, stootwortel, waswater.
“Veel is dat niet”. Hautaine vingers, gevangen in de mal van wat ik las, minachten mij bitter om mijn lafhartige ontrouw.

“Ik wil niet hakken”, zegt het, “ik wil niet rooien, wroeten en graven, al dat heroïsche zoeken naar de asse van gekoesterde kooien” en het wijst veelzeggend naar het wit in de boeken van nu.

“Het?” wil ik het vragen, maar ik zwijg liever.
Niets van uw wereld is echt.

Categorieën
dagwerk 92-93

dagwerk 92-93 (1)

*

Ruggelings verkoold, het huis
een vuurzee voorbij, gestrand
lag ik daar driemaal de klemtoon te zoeken
en wachtte en wachtte en waaide mijn stof

Waarheid was de zon die zwart mijn ogen sloeg
en al het zand tot spiegel brandde.
Waarheid die ik blind verdroeg en ach
episch, stichtend, monumentaal
(zei ik, vrouw, zie mij) voor mieren.
Hoor mijn taalas, kermend kerkorgel
dat de vissersgeesten wekt.

O ochtend dat de regen kwam
en nagelde mijn roet tot ik rillend
ontwaakte, bloedde, weer met vlees en liefde
verzweerde. Keerde weer en wentelde
dagelijks, begroef mijn slagmaat
toen al lang verdronken in het kielzog,
toen ik nog hopend, hopende, hopen
olie op de golven deed. Zang
luidt de lof van waanzin, gekte
van de held voor wie de moord niet zwaarder woog
dan ons vergeten.

*

‘Ontdek, verover’, wierp ze mij toe
alsof zo’n taak mijn maat van schoenen was.
Pijn kroop mij dieper in de kleren dan zij kon wassen.
Haar speeksel siste, siste op mijn wonden
tot lucht waarin mijn woede trilde.
Vallen, wist ik, sneller dan ik lopen kon, ontsluit
het bloed en breekt de band
tot het rafellint dat in de vensterkast het rolluik
open houdt. Knap dan,
wou ik en donker het nest, buiten
was enkel de burenmuur, het blauwe
grint van de oprit, vader’s kar
die daar knarste.

‘Ontdek, verover, leer’ en ik viel. Blauw
gebotst kreeg ik kuisgerief van haar: een borstel
op mijn kindermaat waarop ik vloog -,
en mijn vlucht onder het tapijt keerde
tot verborgen geborgenheid. Onder
het loopvlak huisde ik in klamme keldertaal.
Buiten borstelde ik uren-, dagenlang de aarde
uit de voegen van de tuintegels.

Kleffe winters, zomers die mijn billen rood
kriebelden, verhuisden mij naar het dorp
met de Dame van de Dreef.
Die had daar vijvers waarin ze af en toe verdronk,
de heer van het kasteel draaide haar telkens
die loer als ik eens niet gluurde.
Waken deed ik met mijn zus, die dapper keek
en dikke boeken las.
Wakend en tot slaap verwenst verhoogden wij
de lijdensleer, het kerkgebod
tot revolutie op het rode tafelblad, ons
ruimteschip naar betere oorden,
de postkaart van St-Lunaire
beplaasterd en met vernis en schelpen omzet.

*

Tot op de dag dat de bus een halte verder
stopte en mijn adem stokte bij de mathematisch
berekende zevende lichtpaal die uitviel
net als ik eronder door stapte: geloof
was een complot berekend door een wereld
die verderf voor mij, mijn zus en onze dansende
kater wou, die bloedend, gevild door het rubber
van de banden in de gracht belandde.

De wereld was door lust en macht bekropen
in de nu vervuilde beken. De romantiek voorbij
ging ik post-modern masturberend slapen.
Het meisje met de zwarte haren wou nooit
haar rode kleedje uit. Mijn leed werd prozaïsch
gerekt en dagelijks werd ik met kennis, woorden,
taal verdorven, nauwelijks getroost en nooit
bemind.

Categorieën
finis mundi

notice

the content of this website is in the Public Domain.
feel free to use or reproduce anything you want in any which way you see fit.

dirk vekemans @ CKU 9-3-2021 @4:04 GMT+1
dv.public(out);
dv.(exit);

Categorieën
finis mundi gedicht van de dag lyriek

juicht

juicht juichers
juicht luide en mede
zullen wij juichen.

hoera het verborgene het geluidsafval het warme deken
de vette rollade waarin het rode span- en strekvlees
het krachtdadige optreden
het inzetten der represailles

juicht juichers
juicht luide en mede
zullen wij juichen.

rechtlijnig is de orde van de straat
volle rekken zijn de orde van de winkel
en de orde van de pin-ups punaises
en in de orde is er de orde, de oude orde,
de nieuwe orde, de orde en uw orde
is de orde die uw woord verordent.

want de beker u is het woord
want het kolkende gif in de greppelzee is uw woord
want de kogel in het overtollige kinderhoofd is uw woord
want uw nijd is onstilbare honger
want uw nijd is onlesbare dorst

maar niet ik
want

het oord ik is neoplatoons en digitaal verworden
tot de worm geluid die u in de profielen wurmt
tot de plakken weerlicht dat u in mij faked en flasht
tot de strepen speeksel die u mij ondertongs verwekt.

mij eet u niet,
want mijn lichaam is reeds de nauwlettend uitgefreesde gang
van uw onstuitbare thanatische logos

mij drinkt u niet,
want mijn tot gelige zeik verteerde bloed zeikt al
uit de talloze rioolmonden in de stremmende zee
onder uw regentaat.

juicht juichers
juicht luide en mede
zullen wij juichen.

ik ben de vrouw in u die u dagelijks verkracht
en publiekelijk verbranden wil.
ik ben het kind in u dat u op staken spiest.
ik ben de mens in u die u verdelgen wil.

juicht juichers
juicht luide en mede
zullen wij juichen.

invoer (2018) – voor ‘finis mundi – level 2’

the cursed will always be condemned

the weak will mock its weakness
the strong will be offended by its strength
the slow will hate its eagerness to do right
the quick will mock its slowness to do wrong

its love will only arouse disgust
its hate will be humiliated and scorned
its tenderness will be forgotten, instantly
its despair will be called its rightful plight

the cursed will always be condemned

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
LAIS, 449 dizains lyriek

LAIS CCCXV

Jij, de korsten ik op jouw afwezigheid,
het verdwijnen waarin genadig blijkt:
onwetendheid, mijn onmacht en het respijt
dat niemand krijgt. Jij die jou nooit gelijkt,
een schelp waaruit de zee verdwenen is,
mijn hand waarin jouw weigering verzuurt
en hoe vervloekte liefde verder duurt
terwijl ik grijp en hijg en mij verzwijg.
Heb ik verlangen naar de dood verstuurd?
Jouw doen gebeurt. Ik zie, ik voel, ik zwijg.

17/05/2012, verwerkt op 8/03/2021, herneming van LAIS XCVII

over LAIS

LAIS is de geschiedenis van een verwording. het ‘ik’ van de dichter sterft af en is een ‘het’ geworden. het ego sterft als god in ’t diepst van zijn gedachten maar ergens halverwege niest het van ontzetting in de verzamelde geschriften: het kan niet zonder haar.

LAIS zal uit 449 dizaines bestaan en is een update van de DELIE van Maurice Scève van 1544. een dizain is een oude Franse dichtvorm: 10 regels van elk 10 lettergrepen in een vast rijmschema ababbccdcd.
het werk wordt sinds 2010 rechtstreeks online geschreven op deze website

.- over het ‘Gedicht van de Dag‘- programma
over LAIS en de geaugmenteerde schrijverij
LAIS 2020.docx

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
finis mundi gedicht van de dag lyriek

ongeluk

(voor cb)

ja zie je bij benadering
mijn o is de rouw die ik dien te vermelden
mijn e het naderen in je zwartleren jekker
en de u jouw donkerrode spitsruitentrui.

in een droom als deze kan je niets aan het toeval overlaten
en het hoeft echt niet zo te gaan altijd.

op het kanaal drijven de vleeslappen grijs,
prondel tussen het zogklamp,
vale vuurijsjes die zich nuttig maken
in de flits van de hitsige i.

deze arm (neem mijn arm),
deze hand (neem mijn hand),
die je aan de schroeven wil blijven offreren.
ik haat de spiegelkop die de straatlampen uitlijnt o
jij die mij beminde in de goudrush naar de dood.

klaar toch op hetzelfde ogenblik die negen
brandende zeppelins boven zee, die acht
kinderlijken die gieren op de paardenmolen, die zeven
kraaien die ploffen tot stofwolk, alle zes de
verhalen die hun afloop verslinden, en de vijf
vingers duwen zich uit op een schuurband en de vier
muilen klappen toe en de drie
tongen vatten vuur en de twee
ogen versmelten:

flitst eenmaal nog o jij geile schittering
in de dode zee van mijn herinnering.

niet? stilzwijgend wordt het jou in het gelaat gewreven, de scherven
krijten jouw lach stuk, uit jouw mond bengelt
een kaduuk stukje tong. het onvermijdelijke einde
nadert het einde van zijn toegemeten duur.

schoen op je neus, je neus blinkt, je kan er op dansen.
je scheurt open op het beton, het wrede
ik snijdt het oog van het wrede door
en zie:

onder de wielen schuift langzaam jouw lijk.

invoer (2018) – voor ‘finis mundi – level 2’

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
finis mundi gedicht van de dag lyriek

verbijstering

zij raakt, zo raakt ook haar de schouder bloot
zij spreekt, zo spreekt ook gras de voeten aan
zij lacht, zo licht schiet in de vijver los
zij raakt mij aan en zo krijgt zij haar naam

van haar is nergens nog herinnering
waar zij gebeurt, gebeurt verbijstering

de haarlok geeft de schouder haar bestaan
de voeten leggen streling uit aan gras
de vijver laat de zon zijn wreedheid zien
haar naam schrijft zij alleen bij volle maan

invoer (2018) – ‘voor finis mundi – level 2’

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
LAIS, 449 dizains lyriek

CCCXIV

In de ondoordringbaarheid van mijn zijn,
het artefact dat jij als mij aanschouwt,
terwijl ik nergens ben, ontsta in pijn
als sparteling, terwijl jij muren bouwt
rond het gras met de walg die mij vertrouwt,
in het matte zwart van jouw stalen as
waar alles is, en blijft, dat er nooit was,
in’t git waar niemand nog mij raken kan,
waar niemand mij ziet alsof ik genas,
daar groei ik als de kanker in de man.

28/03/2012, verwerkt op 7/3/2021

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
finis mundi gedicht van de dag lyriek

zonderling

een weigering geen eind en geen begin
een aarzeling geheim er middenin
vernietiging een adem zonder zin
waarheen ik ging werd alles zonderling.

in golven golft het vlakke van de zee
in vlakken tijd de zon danst met haar mee.

het eind was van begin de weigering
geheim er middenin  haar aarzeling
haar adem was van zin vernietiging
en elk gebaar van haar zo zonderling.

invoer (2018) – voor ‘finis mundi – level 2’

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
lyriek

gezondheid

de goedige dag is hier.
de dag die modo grosso de ronde doet.

de goedige dag bemoedert ook
onder dompende olmen ter dood
de stompe zuigeling die wij dagelijks baren
de peuter achter het masker
de puber met het zwaaiding en de gutsende wonde
de manvrouw die vrouwmant en potelt

(ik zie in alle scherven glas het licht maar glas bederft het licht met sterven).

zo ook vraag ik mij soms af – onder invloed van de romeinen
vast of de kelten misschien met hun maretak –
de zon schijnt in de wolken,
en de wolken drijven aan en weg,
maar dit hier, dit nu van je, die naakte tijd
die ons het vlees en de liefde afrukt,

gezond kan dat toch niet zijn?

invoer (2018) – voor ‘finis mundi – level 2’

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
LAIS, 449 dizains lyriek

LAIS CCCXIII

Waarheid, die wervelende verveling
die ruwer steeds te diep in mij ontstaat,
dat ik erbarmelijk te wiegen lig, zing,
lezing na lezing mijzelf ontdoe van haat,
haar in mijn vervoering breng, in ’t gelaat
de verschrikking ontwaar van haar schoonheid
en in mijn stem haar onnavolgbaarheid
omwikkel met het naakte van mijn taal,
de galm ervan in letters ter afscheid
te rusten leg: zo waar is ’t ideaal.

26/03/2012, verwerkt op 6/03/2021

Categorieën
Lopende zaken RADIO KLEBNIKOV

RK WEEKBLADEN #41

RK Weekbladen = tekstverzameling waaruit geput kan worden tijdens de uitzending van RADIO KLEBNIKOV, het programma van de Vrije Lyriek elke zaterdag 18-20 u op Radio Scorpio (FM 106 in het Leuvense). Deze week teksten van  Anke Veld, David Roden, Guillaume de Machot, Gustav Davidson, NKdeE, Marije Hendrikx, Petra Fenijn, Robert Henryman, Roberto Ncar en Svetlana Zakharova.

Categorieën
LAIS, 449 dizains lyriek

LAIS CCCII

Mistroostig de kale takken reiken
van het zuigende naar de grijze lucht.
Geen ene plaats is nog te bereiken
want het zicht is van mijn stilstand vlucht
en klank versmelt tot onleesbaar gerucht.
Jij, trilling in mijn vingers, maakt je haar
los en schittering daalt neer, godsgebaar.
Ik was er niet, weigerde, was niet klaar.
Ik ben er nu, solitair en ik staar
naar sterren van jouw beeld, voorbeeldig daar.

2/03/2012, verwerkt op 5/03/2021

Categorieën
finis mundi gedicht van de dag lyriek

22 Mirdath Avenue

volhardende, van liefde uit of weg
van walg, het einde ingesteld als spil
en kil de kracht benut van wat verstijft
ontwarrend uit verval de keer die blijft.

het wit? er drijven lelies op het rot.
het zwart? het echte zweert uit het genot.

rigoureus de polen dol doen lopen
vrank de emmer laten overlopen
vrij zich uit de welstand laten bannen
driest de driften duchtig doen vermannen.

invoer (2018) – voor ‘finis mundi – level 2’

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
LAIS, 449 dizains lyriek

LAIS CCCXII

Het is lente, haar lach wordt weer lelie,
haar tred een rijgen van zijde in
het zuchten van lucht, haar evangelie
murmelen de beken de weiden in.
  Lijsters bezingen zoet haar blijde zin,
tuinfluiters doen krokussen tuiten:
’t is al elysisch feest daarbuiten.
  Omsluiten echter doet het zwart mijn hart,
angsten beklijven die ‘k niet kan uiten,
wanen waren door de poelen van smart.

18/03/2012, verwerkt op 4/03/2021

over LAIS

LAIS is de geschiedenis van een verwording. het ‘ik’ van de dichter sterft af en is een ‘het’ geworden. het ego sterft als god in ’t diepst van zijn gedachten maar ergens halverwege niest het van ontzetting in de verzamelde geschriften: het kan niet zonder haar.

LAIS zal uit 449 dizaines bestaan en is een update van de DELIE van Maurice Scève van 1544. een dizain is een oude Franse dichtvorm: 10 regels van elk 10 lettergrepen in een vast rijmschema ababbccdcd.
het werk wordt sinds 2010 rechtstreeks online geschreven op deze website

.- over het ‘Gedicht van de Dag‘- programma
over LAIS en de geaugmenteerde schrijverij
LAIS 2020.docx

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Steun de Vrije Lyriek! KOOP meer BROL!

De Neue Kathedrale des erotischen Elends verspreidt sinds 2004 het virus van de Vrije Lyriek. Koop ‘BROL’ ( = stoffelijke restanten van creativiteit) en steun o.m. deze blog, Platform PLEE en RADIO KLEBNIKOV.!

BROLSHOP

Categorieën
esdsxwv kort lyriek Proza

gloria

Vluchten kan niet meer. Doorzoek mijn omgeving. Gebruik de incubator. Speel nu!

NKdeE Erotomobiel

De zich nogal generende regering van het land kondigde net een noodplan af waarvan we allen beter zouden worden. Men was er in geslaagd oplossingen te vinden, vaag omschreven bevolkingsgroepen aan te duiden als de schuldigen: werklozen, rokers, speculanten, uitschot waarvan niemand de verdediging op zich zou willen nemen.

Het plan was een strohalm, met veel poeha opgericht  tegen het onstuitbare raderwerk dat ons ging vermorzelen.

Peu importe. Mijn eindbestemming was bereikt. Tijd is een relatief begrip.

Ik zie haar: Gloria. Haar handen verraden een gebrek aan inlevingsvermogen, haar blik is dof, alsof er iets in haar verloren ging. Maar het jurkje is verrukkelijk, de zijde ervan is een huid op haar huid. Er is een plant op afgebeeld, die slingert zich vanuit haar frêle heupen naar de nek, de wang die ze mij aanreikt, opdat ik haar zou kussen, haar bleke haren wuiven als een geurige bloem.

Ik grijp mijn kans, mijn hand glijdt door het haar, de rug langs, ik raak haar daar waar ik weet dat zij ontvlammen kan. Het is een tengere vrouw, ik hijs haar moeiteloos mijn armen in, ze smeekt nog even, zucht van nee, maar weet dat ik haar binnendring. “Oh,” kreunt ze, “je past in mij als een …”.

Haar vermogen om het gebeuren trefzeker te verwoorden was helaas niet al te groot. Ik ben de dichter, het vervolg laat zich raden. Ik bespeelde meesterlijk op mijn dreunende bas van diepe halen het fijnzinnige trillen van haar weerom ontluikende ziel.

13/03/2012, verwerkt op 4/3/2021