Categorie: gedicht van de dag

de roep van Cthulhu

Volgens het logbestand connecteert het om 18:04:28 C.E.T.
met het Ding.

1.

November 2020. Zwarte lucht boeit,
het duister rendeert. De stromen lopen,
de bevelen donderen. Het geeft geen krimp.
De tijd vreet de tijd als de staart
door de mond ervan naar binnen glijdt.

Het lichaam trilt. Het fulmineert.
Het strijkt de wolken bij hun voornaam aan en zie:
de wolken storten het hun volle zin. Het regent.
Hoge vogels vallen met hun zingen in
en zetten hun veren te waaien
en verblindend hun kleuren bij.

Het nieuwe denken klinkt al heel voornaam.
In muisstille huizen de buren knikken ‘dag’ en ‘toen’
en ‘aangenaam’. De kamers happen naar lucht
die het dapper met de handgebaren maakt,
maar geuren snel al weer
naar de hun voorgeschreven toekomst
van verdriet, afgunst en haat. Het helpt,
maar niets helpt echt.

Het schrijft haar af, zij roept het weder op,
maar kijk: haar lichaam is te zacht, het breekt
haar stem er beter af. Zij bloedt dan leeg
in schittering, gouden klankenglans die zich uit
de inlegoortjes stort zoals een rol satijn
in een openstaande kist.

Het davert gaarne met de aarde mee: “het licht”,
brult het dan, “het licht valt dadelijk de wereld in!”.

Het grind knarsetandt wanneer het in
het graf binnendringt. De chrysanten
roeien hun geuren naar de overzijde.

2.

Januari 2031. Weelde.

De wind roert het om
en schepen doorklieven het :
het is een deinen op zee.

De maan is de mond. Het
druipt van verre sterren
in de mondhoeken
in de vuurrode kom
en het sist als het zinkt.

Donker klokt het waar
het in de aarde slonk,
klinkt.

invoer (2016) – uitvoer van LIEFDESKUNST 1.0
verwerking 2009-2016 van ‘The Call of Cthulu’ van H.P. Lovecraft

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)

de kleur van het Buiten

transmutatie van ‘The Colour Out of Space‘ van H. P. Lovecraft

1.
ik schrijf dit neer in de hoop
dat niemand het ooit zal lezen.

de dood is geen ding. solfer knettert
waar haar tong zich in de bodem krult.
zij dringt overal door, de wolken, de vogels
het zit in hun vleugelslag. angst weerhoudt
ons, maar haar dodelijke ritme is al snel
de polsslag van de tijd geworden. de
fase dicteert de berekening, de berekening
versterkt de fase. keer op keer zien we
beter wat we niet willen zien, hoe het
vermoeden waarvan we al wisten dat het
geen vermoeden was, klopt. dat het gebeurt.

zij is waarlijk onze god. alle hoop is vergeefs.

ik opende haar weefsel bij volle maan.
haar lijf verettert met de letters van ons lot.
‘dit goddelijke wijf moet bloeden’, riep ik,
met de taal toen nog intact, ‘of het leven
strandt in pijn en stinkend rot.’
dat soort onzin.

de heren hinnikten en propten voldaan
de vleugels van het paard in hun kot.
in het duister daarboven stak zij
ongehinderd door van tra naar tra.

de geluiden daarbij van het slijm dat
zuigt aan het slijm, de walging, het
kolkt in mijn brein als levend venijn.

wachten op iets nieuws elke komende dag
maar heel de toekomst is herinnering.

ach jij. lees dit toch niet, verdoemde.

2.

zij nestelt in de knol, oude watergruwel
groeit er uit heur loden haar. wie haar ziet,
ziet koprot, klauwrot, hartrot en builenpest.
wie haar kent, is nog het best af dood.

wat bij dwazen toeval heet, heeft toch
een strak verband: de grijze barst
in het duister trekt het grijs verder
in het duister en alles wat wij zien
zinkt in een Niets van eendere tint.

wij hebben prijs. de scheur in de huid
van het echte was nooit een fout: het
gebrek verbindt de bloei met terreur.

de wereld is onaf en van haar, het ene,
een weelderig slingerend lint in de leegte.

zij is het mooist waar angst, verderf
en de walg om het ware gevaarte begint.

in de ijzige stilte van mijn doodse
kamers schuurt een laatste engel
zich langs de wanden: het haar is
gouden en krult langs de okerhuid
tot waar het in de schouderkuiltjes
schoonheid in frivole spanning houdt.

het snikt en neuzelt ‘liefde’ voor het
zich de beperkende pennen uitrukt
en een afzichtelijk krioelen van bloed,
slijm en rot mij in sisklanken smeekt
om de gunst van het dodende gas.

ik heb dat niet, lach ik het uit : ik
ben niet langer zij, het kreng dat ik was.

invoer (2016) – uitvoer van LIEFDESKUNST 1.0

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)

het interview met Bill Phakeley (2)

lees eerst deel 1, best …



…je kan het je niet voorstellen, mevrouw Lundy, …”
– “Susan, ik heet Susan”. Ik had genoeg van dat gemevrouw.
– “Nou goed, Susan dan – je bent wel heftig è”. Er flitste een bliksem in een van die zwarte tunnels van ‘m. Ik lachte en sloeg de ogen neer. Hij hàd me, het Warholspook.

“Je kan het je niet voorstellen, Susan Lundy, elke dag kwam Harold aanzetten met een nieuw boek, een foto, een artikel, een nieuw stukje van de puzzel over het Eeuwige Rot, de nakende Ekpurosis, de Finale Oplossing en onze rol in de redding van de Ziel daarin. Het was een speelse ontdekkingsreis doorheen heel de spirituele geschiedenis van de mensheid en geloof mij er was niemand in gans Georgia, misschien niet in gans de States die toen zoveel kennis had van die zaken als Harold P. Blount van Anniston, Alabama, want daar kwam hij vandaan, mijn geleerde duivel.

Het was een heerlijke tijd, de angst om ontdekt te worden was er wel, constant, maar de hele wereld ging voor ons open en we lazen en stoeiden tussen de boeken in ons geheim paradijsje, de bouwvallige Phakeley villa van wijlen mijn ouders waar Harold elke avond binnensloop na zijn werk in de bibliotheek, een vrije liefdesoase te midden de broeierige haat van de witte man in het Zuiden. Ik was een Phakeley, mij zou men nooit raken, maar ze zouden Harold kruisigen, stenigen, de onverdraagzame horde pummels.

Maar op een dag sloeg het gans om. Het was mei 1989, denk ik, in China hielden studenten de tanks tegen op Tienanmen. Harold had van Arjuna, een bevriende Iraanse archeoloog een kopie toegestuurd gekregen van een manuscript in Farsi met frottages van het spijkerschrift op kleitabletten die in 1916 ontdekt waren maar tijdens de Tweede Wereldoorlog spoorloos verdwenen waren. De Farsi tekst beweerde dat er een geheel andere versie te lezen stond op die tabletten van het bekende verhaal van de afdaling van Isjtar in Kur, de onderwereld. Harold stortte zich als een bezetene op het ontcijferen van de 3000 jaar oude Sumerische tekens.

Hij werd uiterst zwijgzaam. Zijn gewone flamboyante vrolijkheid verdween, en ik voelde dat hij dingen verzweeg voor mij. Hij bleef dagen weg ook, ik werd wanhopig, vroeg smekend of ik wat verkeerd gedaan had, hij luisterde nauwelijks naar mijn gejammer. Hij begon meer en meer te drinken ook, alsof hij iets wou vergeten. Het boek met de kopies verborg hij voor mij en als ik wou beginnen over de Ziel en het Rot zei hij bits dat ik maar gewoon moest doen, de wereld was al moeilijk genoeg voor mensen van ons slag. Maar uiteindelijk moet de bom dan toch gebarsten zijn want…

… kijk.. het zit zo… vanaf hier worden mijn herinneringen vaag. De tijd, de gebeurtenissen lopen door elkaar. De dokters noemen het dissociatieve amnesie, maar het is alsof er een zwarte wolk over die laatste maand hangt: van heel juni 1989 tot de ochtend dat ik wakker werd in het hospitaal op 30 juli weet ik nauwelijks nog iets. Het is alsof Iets mij verbiedt om het mij te herinneren. Ik droom ervan, elke nacht, verschrikkelijke nachtmerries, ik overleef het enkel met die verdomde pillen. Flitsen, vage beelden van die ene nacht op het kerkhof overvallen mij op elk moment van de dag. De stank van het open graf, het donkere gat de trap naar beneden waarin Harold was afgedaald, het kraken van zijn stem in de walkietalkie, het is verschrikkelijk…”

Bill hyperventileert. Hij gebaart naar een reep pillen die op de tafel lag en ik druk er twee uit. Ik moet ze hem op de tong leggen, loop dan in paniek naar de keuken voor een glas water, maar als ik terugkom is hij al gekalmeerd. Hij ziet enkel nog wat bleker en het zwart in zijn ogen lijkt nog dieper dan voorheen. Zijn handen trillen als de vleugels van een collibri.

“Het politieverslag maakt duidelijk dat we op het Old Dean Church kerkhof moeten geweest zijn. Het stond in de plaatselijke krant.”

“Ik heb jarenlang geprobeerd om te reconstrueren wat er gebeurd is, maar het is vergeefs. Het verbiedt het. Op een bepaald moment moet Harold mij toch in vertrouwen genomen hebben. Iets in het boek dwong hem om naar een bepaald graf op een kerkhof in Ozark te gaan, da’s 300 km ver van hier in Alabama. Kon hij dat niet alleen? Had hij mij nodig?

Van heel de rit naar daar, ’s avonds, ’s nachts, herinner ik mij niets. Het is zes, zeven uur rijden! We hadden touw mee, dat zie ik nog, massa’s touw, genoeg touw om tot in Washington te gaan. En twee walkietalkies. We waren voorbereid. Hij moet geweten hebben wat er ging gebeuren, wat er kon gebeuren.

Het politieverslag maakt duidelijk dat we op het Old Dean Church kerkhof moeten geweest zijn. Het stond in de plaatselijke krant. Ik was een der ‘vandalen’ daar, de klacht is geseponeerd omdat ik mij niets kon herinneren. Ik ben er later terug naar gegaan, met de politie erbij, maar ik herkende niets, het is een banaal kerkhof, nergens iets speciaals te zien. Maar de beelden, de stank, Harolds wanhopige stem…alles is zo echt voor mij, te echt en gruwelijk!

Ik zie een grote arduinen plavei die we met veel moeite los gewrikt en opzij geschoven kregen. Metaal dat aarde tussen de spleten weghaalde, vingernagels die braken, ik stootte mijn hand, de rug ervan schuurt open , er is kleverig bloed. De steen komt los, uit alle macht heffen, ja het lukt.
God wat een stank, we moesten ons verwijderen. Even later was het ergste weg, het zwart gaapte in de ruimte naar onder, een trap ging schijnbaar eindeloos diep naar beneden. Harold drukt mij de walkie talkie in de hand en laat mij zweren dat ik hierboven moet blijven, onder geen beding mocht ik hem volgen.
Ik beloof het en hij daalt af, beladen met touw dat hij afwikkelt terwijl hij daalt. Het duurt lang. Eindeloos lang. Elke twee minuten de stem in de walkie talkie. ‘Ik ga verder’. ‘Blijf daar è’. En ik gehoorzaam terug “Ja Harold”.

Had ik hem maar terug geroepen, achterna gegaan, meegesleurd!.

“Nee! Niet dit! Dit kan niet”. Zo beginnen de laatste woorden van Harold P. Blount. “Billie ga weg, maak dat je weg komt!” Ik roep terug, vergeet de knop in te drukken, nijp het ding zowat plat. “Billie, hoor je me, maak dat je wegkomt! Laat mij! Spring in de auto en rij zo vermogelijk weg van hier!”
“Liefke, wat is er toch, wat zie je?” “Billie Het is hier, Het is ongelooflijk, een verschrikking, ik ben verloren! Maak dat je weg komt, lieveke, Het heeft me. Billie…”

De meest afschuwelijke schreeuw krijst uit het zwarte ding in mijn hand en dan niks meer. Ik roep, ik tier, ik hamer met mijn vuisten in de muffe aarde, maar er komt niets meer.
De volle maan staat hoog boven mij en ik voel mij reddeloos verloren. Wat moet ik doen? Wat kan ik doen? En dan komt het.
De grootste verschrikking ooit. Er komt weer een klik uit de walkie talkie. Nog één. Ik spring op en roep “Harry, Harry “in het ding, “lieveling! Waar ben je, ben je OK, wat zie je…?”

Maar wat er dan uit de luidspreker komt is een onmogelijke klank, een vreselijk zuigen dat al het trillen uit de lucht weghaalt, een complete ON-klank die alle verbeelding tart, het is een holte in de leegte, een gat in het Niets.

En Het zegt:

Lieveke, uw Harry is DOOD.”

Wordt vervolgd…

invoer : ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft – uitvoer van het LIEFDESKUNST 1.0 programma

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)

het interview met Bill Phakeley (1)

transmutatie van ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft

Augustus 2007. Twee gieren glijden van Gainesville Pike de vlakte in. In de zwoele lucht leeft nog de illusie van een keuze, de waan van de vrijheid in Amerika.

Een grote ventilator wiekt boven mij terwijl ik in het goedkope motel probeer het verwarde relaas van Bill Phakeley te transcriberen naar iets dat Hennie een plaatsje op de website van het blad wil gunnen. Om de gedrukte versie te halen dien je als vrouwelijke junior onderzoeksreporter ‘toffe Hennie’ wat anders aan te bieden dan woorden, en daar voel ik mij nog net iets te goed voor.

Ik sprak Bill Phakeley exact een jaar geleden. Hij overleed verleden maand, dat hoorde ik eergisteren toevallig en omdat ik weer maar eens vast zat in mijn rompslomp van L.A. en ik niks beter wist te verzinnen, reisde ik af naar Gainesville om godbetert zijn graf te bezoeken.
En om eindelijk ’s wat te doen met dat merkwaardige verhaal van ‘m. De opnames op mijn laptop zijn dan wel onbruikbaar voor publicatie, maar je kan verstaan wat hij zegt, en ja, het is toch wat, zijn verhaal.

Hij noemde mij ‘mevrouw’, het treft mij ook nu weer. Je diende hem in de waan te laten, en het geaffecteerde, belerende verloop van zijn pseudo-literaire vertelstijl kon je hem maar beter gunnen ook. Hij was toen al meer dood dan levend, een trage kanker teerde hem uit. Ik kreeg er pijn van in mijn haarwortels, toen, net als nu. Het was een oude zielige man en hij had vooral aandacht nodig. Met zijn lange witte haren, het uitgeteerde lichaam en de purperen mond leek hij wel een bejaarde horror-versie van Andy Warhol.

“Uw vragen zijn mij een marteling, mevrouw Lundy. Wat u mij vraagt kan ik niet geven. Hoe kan ik onder woorden brengen wat er gebeurde als de herinnering opnieuw laat gebeuren wat het geheugen zelf vernietigt omdat het niet alleen van Harold maar ook van mij, van ons allen die ene verschrikkelijke toekomst is? Het te denken brengt het naderbij!

Wij. Harold en ik. Wij leefden in de moerassen van ons geheim. Harold, de geniale zwarte kracht en ik de witte branieloze nicht die nergens voor deugde, te laf om te leven naar mijn aard. Vergis je niet, mevrouw, het Gainesville van die tijd was nog niet aan een Pride parade toe!”

Telkens hij dacht iets belangwekkends gezegd te hebben, perste hij de paarse lippen op elkaar tot een dunne streep en bolde hij de ogen tot twee zwarte tunnels naar het niets. Ik was niet de eerste reporter op bezoek, zoveel was duidelijk. Maar ik toonde gewillig fascinatie en begrip, en zo werden we al snel een stel vriendinnen onder elkaar.

“De blikken die wij deelden spraken. Onze gebaren waren zo subtiel dat
niets ervan voor een buitenstaander te lezen stond. Er was een zwarte wolk die ons verbond waar de woorden en het weten ophielden, waar een snelle blik volstond.

Hoe naief wij waren! te gaan geloven dat wij alleen de alles doordringende Ichor van de oude goden zouden kunnen misleiden. En arme Harold! Ik ben de oorzaak van zijn ondergang. dat ik hem toestond mij zo te adoreren. Ik beef tot in mijn weke diepten als ik eraan denk. Ik wist het maar al te goed. ik zag het vuur dat sluimerde in zijn diepe bruine ogen als hij mij aankeek. Hij was een rots van spier en kloppend bloed waarop ik trilde als een riet.

Vergeef me, ik ben een oude man en dat is alles nog wat rest van ons.

Elkwegs, wat Harold wou, was het onmogelijke. Hij wou niet zichzelf, of de wereld maar ons begrijpen. Wat hij in mij zag, god mag het weten, maar hij noemde het een levend Ding. Wij, onze liefde, was een entititeit en hij zag ons overal. En ja, van zodra hij mij wees op tekenen van dat ons buiten ons om, zag ik het ook. Ik wou het maar al te graag geloven.
En zo groeide ook langzaam in mij een vermoeden, waarvan we beiden onmiddellijk wisten dat het geen vermoeden was, maar zekerheid, kennis van een feit. Het kostte ons enkel wat tijd om het als dusdanig te aanvaarden, maar onze liefde nam duidelijk deel aan iets dat ons oversteeg, en het wou ons iets laten zien.”

Ik zie en voel weer hoe hij op dat moment zijn hand op de mijne legde, dat akelig geel berookte slangenvel van zijn knokelige vingers op mijn huid. Er schoot een flits door mijn hele lijf toen, ik weet niet wat het was, afschuw, of eerder een gevoel van herkenning?

In elk geval liep er toen wat mis met de opname, want een heel stuk van wel tien minuten is enkel witte ruis. Hij vertelde mij tijdens die verloren tijd over de bizarre theorie van Harold, over de oude leer van Ichor, de wereldziel waarvan je overal in oude geschriften de sporen kon terugvinden, en hoe Harold telkens met nieuwe revelaties kwam, waaruit bleek dat zij, een raciaal gemengd koppel nichten uit Gainesville, Georgia, voorbestemd waren om nieuwe informatie te ontvangen, een Boodschap die de mensheid zou kunnen leiden in de verschrikkingen die ons te wachten stonden. Dat soort kak dus. Ik googelde na afloop een en ander, maar kwam steevast terecht bij obscure rommelsites van fantasten met een voorkeur voor schreeuwerige lay-out.

Na een minuut of tien zuivere ruis van de vergetelheid floept de stem van dode Bill weer aan….

Lees verder…

invoer : ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft – uitvoer van het LIEFDESKUNST 1.0 programma

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)



f

(ekfrasis van ‘maskerman’)

De vinculis in genere, the lid nailed shut, the sarcophagus of light”
Peter Lamborn Wilson, Abecedarium, Xexoxial ed. 2010, p.23

BAF
VAV
, zie

de op het land genagelde aarding i-k
afglijdend in de trage neergang a-b
naar het eternele vlak van het niet-
iets, de taohemel e-f.

elk ogenblik (de letter is hol, vol
verdwenen klank, een sarcofaag
van de spraak) een ogenblik.

vlug, de lichtval c-d is al
begraven en het verzandt. zodra
verheft zich tegendraads nog
de rug h-g,

bereken snel de x in het gat
van de tijd: x is de afdruk
van x, lawaaierig
en tergend
traag.

irritatie van de huid onder het masker: de
vleugelgeknipte in de klem van de spiraal.
nu is een déjà vu
van nu.

“muziek, maestro”.

elke dag is donderdag

tussen alle dingen houdt geheel wezenloos
met een vleugelspanwijdte van 22 tot 25 cm
de koolmees stand, breekt zich nog een bot
maar het leert toch zijn contes beter tellen.

sì sí sírrr zo zingt
het vale juveniel

í í euh
í í  eyi
í eu í í 
eu

(het is m.a.w. voortaan
alle dagen donderdag
alle dagen donderdag ja
alle dagen donderdag)

braambestranen
stromen uit de bruine bedeloogjes
van de schone uit de Wegiswegstraat:

de toekomst heeft een vals plafond gestoken.

Pée-puuh
Pée-puuh
Pée-puuh

(het schrift schrijft neer de inkt
schrijft neer het schrift schrijft
neer de inkt schrijft neer het

schrift schrijft neer de inkt schrijft).

invoertekst (2016)

arahhi ramani

2053

ik zaai in mij het lijf in mij zaai ik het
ik zoek mij in wat ik zaai in mij
en wereldwijd ik schrijf
in mij schrijf ik
mij

weg

klik
in mij
klik door
mij stroom is ik
klik en leuk de code
ik zaai in mij het lijf in mij zaai ik het

vuil spat korrels
botte letters zuigen
de straat uit de stad, lijf
schuift, lillen van levend
vlees in lederwaren

daden draden dagen
dragen derden maden
magen bergen vragen
hete lagen lippen

ik zaai in mij het lijf in mij zaai ik het

2020

zeep druipt zeppelin
stem van sadolin
stem tubeert trompettert
tubaat

grijs de grijze lucht
lucht is grijs met grijze
aarde stoffen dof op stof

schepen links en marconidraden
rechts en rode klompen
marinettimarinade

zwalpen pol, ja zwalpt
benen vingerkoten handen
zinkt  de rode zon de zee in
onder witgespoten wolken

’t mensensop is uitgebruist.


06-06-2007


“arahhi ramani arahhi pagri
i inseminate myself I inseminate my body
kima narum irhu kibrisa
like the river inseminates its banks"

oud-babylonische tekstfragment op kleiklomp YOS 1L2, zie  Jerrold S. Cooper. Magic and M(is)Use: Poetic promiscuity in mesopatamian Ritual, p.47 e.v. in Mesopotamian Poetic Language: Sumerian and Akkadian Marianna E. Vogelzang, Herman L. J.,. Vanstiphout ISBN 9072371844

het moment (77)

“in november pleurt de regen gaten in het donker”. de taal schift, namen verschuiven, woorden laten de zin plots los waarin ze net nog als gebeiteld zaten. klonters klank verdwijnen reddeloos in de mauve wervel van het rot.

de bakkerskoeken kleven vet op de plank, de feiten draaien uit op erger dan verwacht, de schoolhoofden schudden meewarig het hoofd. alles gaat de muil in van de dood. het is op een dag in november dat de oude assistent beseft: “ik geraak niet hogerop”.

een bejaard kindsterretje loopt mak en mank wat planten op te noemen. op het filmpje stapt de wijkagent met guitige ogen pardoes in misplaatste slachtafval. de dichter leest zijn eigen letters alsof hij iets wil stijf kloppen met een handvol pietluttigheid.

in de mond breekt de bloedblaar en lost de beelden die erin zich hadden verscholen. de kleuren? jus d’orange doorschoten met herfstgrauw, karmijn en het zure geel-groen zijn erg geliefd. het slikt het opgehoeste slijm op de tong maar weer in, alles ziet zwart van de herinnering.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (76)

het woord ontwaakt, het beeld verhaalt van een lijntje lichaam wiegend op een fiets, heur schoudertje bloot (“aan mij komt geen dood “fluistert Maaike off-screen) en meteen de lens krijgt lippen, likt en slurpt en slikt en spuwt fotonen in het kader ter fixatie in de ingelogde godenbreinen. men was gewaarschuwd, het was bekend: het is het en onverdoofd is het nauwelijks te harden.

hans beschildert uitgezogen eierschelpen in het hoofd, velimir verdeelt er de tijd in gele kermiseendjes met punten erop en georg wil de kleuren zelf horen zeggen hoe zwart hij wel niet is en hard en geel is veel en rood is volmaakt en rond en groot. het smeert met paul de sliertenbodem algenduister uit over de tafelen, de vloeren.

angst glibbert vervaarlijk tussen de blote tenen.

grijpend naar de blote enkels (op haar voetzool betastte het ooit zijn plan, dat lijf geworden was met sidderpret en glinsteroog en een aanrollen, een golven van zweet, spieren, geurige huid in het strakke keurslijf van haar sleutelmelodie), …

stil nu kinders, stil! dit is ernstig.

[de kinders zwijgen en kijken toe met hun mondjes open]

start de ochtendspraak!

[de klankband start]

“ochtend. de dauw toont in honderdduizendvoud de zonnegloed aan onze goden en daphne is vandaag de zwartstaartige C, een vol-okeren godin, compleet met maagdenstem en rafelig hoerenkleed, hoor maar hoe heilig en verkouden zij de oktobersequenzen zingt.”

[C. unmute en zingt met hese stem en het KOOR ]

C: het woord ontwaakt 
KOOR: de tijd is rijp 
C: het beeld verhaalt
KOOR: de plaats is klaar
C: het lichaam wiegt
KOOR: het is hie

[stroompanne]

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (75)

de stem is lucht verplaatst als door zwarte vogels, het oog betast het spinrag in hagen, rood omrandde wolkjes verglijden in gedaante naast gedaante, geniepig het kaduke land onttrekt zich aan de zon met een plots gesloten wolkendek. genadig is de herfst: her en der barmhartig rot grijpt bomen bij de strot en de zomer stuiptrekt in zijn zomp, sterft de gruweldood omdat hij eindelijk zichzelf herkent, een Belg in oktober.

slijmerig tentakels uit de vette aarde murwen zich in de holtes van het lyrieke hoofd dat splitst zoals de haren van een tienermeisje. het nihil van de treurnis druipt letters op het macadam die dadelijk tot vlek vervagen. een lijn wil nog wat zonnestralen zoeken, of scherven glas tenminste om zich tot bloedens toe een weg te banen naar het oker der maan.

maar ook de uil is heengegaan en het, de mummie in de tombe, de doeken zijn tot voorbij verzadiging doordrenkt en het sijpelt weg. zwart lubriek vocht op de witte tegelvloer, en het stinkt verschrikkelijk.

het graf een bed verder is leeg. niet eens een dode als publiek. de vurig oplichtende gliefen in het druipdonker op de muren vertellen het verhaal der niet-geliefden alsof herhaling na herhaling, omkering na verdraaiing niets tot iets vertalen kan. het zint op wraak, zoals een hond blijft blaffen die men heeft achtergelaten.

ooit en ambitieus als geen ander zal een wonderkind de frêle borst ontbloten, met daadkrachtige hand en trillende bovenlip dwars door de huid het hart uitrukken en uit de kloppende klomp zwermen dan de triljoenen kraaien uit, en die verslinden in oogwenken gans de aarde.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (74)

het wordt bevraagd. een ijsschots zuidwaarts drijvende antwoordt het, alsof de antwoorden niet op elke muur te lezen staan. zolang de leeuw nog luizen heeft, het noorden kwijt is, of de kluts, smelt, rilt, vloms is of schots, zegt het scheef hetzelfde in steeds weer andere verkeerd begrepen woorden.

want hun oceanen bestaan louter uit woord met hoge getalwaardes erin, scherpe pieken zout en hun deinen is temperatuurschommeling in de verborgen achterkamers van hun geil waar ze hun verschrompelde demon verstoppen, een uit de kluiten gewassen koffieschimmel. er is wel nog de befaamde landelijke mist waaruit het prooien knipt, veroverde leegte bij de snerpende klank van abdijklokken die de nonen klepelen.

een jonge vrouw dient zich aan, aandoenlijk triest omdat haar stem slechts de echo’s kent en nog niet de eigen klank. maar ze komt met klem in het leven, de vita. ze schiet met één blauw oog vanop haar witte walvisboot harpoenen op het af. haar pogen teder mist en plonst en balen touw rollen zich af in de diepte van haar ogen waarin het de ware wederom herkent: rillend, naakt, smeltend, noordwaarts wegdrijvend naar het verzengende midden vanaf de andere pool.

het noemt haar C en ze gaat akkoord met de vermelding (haar paardenstaart knikt driftig, de zwarte krulhaartjes raken de dieprode schrammen in haar nek, de oogjes dartelen met glimmen en spichtige glans). ze wordt lichaam eerst, zegt het, de stem en de hand van Inana en dan oceaan. ze vraagt nog ‘sterf ik dan?’,  het zegt ‘een beetje maar’ en het schenk haar de treurzang der sirenen.

wederom wordt het bevraagd, of er heden nog ijsschots was met luizenleeuw en/of mist rondom. wat ’n mooie schouders heeft die therapeute, ziet het, maar nee deze wil het al te heftig slurpen, naar binnen zuigen als was het bladen van gestoofde witloofstronk.

o C, elk lichaam is wonde maar de sloop van uw slanke hals is een lijden dat krimpt als kroepoek op de tong!

het moment (73)

in flarden, wit omrand, de wolken drijven drukkend in de wolken over, belagen elkander en sluiten gestaag de lichtbrengende verte uit het duister in de ogen. het bekijkt de ochtendmechaniek, ziet hoe dauw en kilte op de huid een rilling tekenen. er wordt geaarzeld. het davert nog wanneer het naar de handen kijkt.

zal treurnis weer de dag kleuren binnen deze uiterst ordentelijke muren van identiek gezaagde zandsteen? is deze verteller met de tranxenetong voortaan een noodzakelijk kwaad? de ogen worden haast gedwongen mee te stapelen, laag op laag, terwijl het enkel denken kan aan het veel compactere aansluiten op elkaar van lijken in een massagraf. in het brein blijft een hele zone gespaard van al te pijnlijke activiteit.

nijd, berouw en angst in slijmslierten vervlochten druipt er uit de praatholte der lubrieke vrouwen. de gehavende mannen slurpen met schuld gekneveld en geknot in vrees sloten zwarte koffie. ‘naar binnen, het slaaphok in’, maant het zich en onder het daverend applaus van halm en kei ontvlucht de eenzame hoeder van de stem de klomp der randgevallen

boven het hoofdkussen kleeft een stemmig kinderlijfje in de spreidstand van een geplette mug op het pastel der kamermuren. stil, erkentelijk voor de geboden kans op reïntegratie in de uiterste kring der acceptabelen, haalt het de meest gelauwerde gezangen boven, ogenschijnlijk onschuldige versjes vol geile kwinkslag en voorbarige wijsheidsslijm. het kale bed wordt zee van spraak en torenhoog verheft het zich in de herinnering: hoe zij flarden waren, wit omrand…

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (72)

net nog was er omsluitend een zij, de entiteit van de beminde, een woordvast heelal waarin het niet zo hoefde. zij smolten samen in een duistere deugd, een laconieke rust, of in een andere kwalificatie van het onzegbare, de dagelijkse vondst in de woordenschat. een natuurlijke uitkomst was het hen uit het kluwen van de weemoed die huisde in de gezamenlijke slaap, want bij elk ontwaken was er wel een wrijven van duimen teder over duimen, een slungelachtig begroeten van innige armen onder elkaar. het alomvattende was een leven dat ademde.

en nacht zong nacht en hun lied was genaamd ‘begeerte’, en telkens beschreef het licht der sterren met stralen strak het weke ogenblik der penetratie. elke constellatie was een zoeken naar hoe zij elkander ijkten en alles schoof met alles in elkaar tot een kleine, ronde steen.

een wiegen ving dan aan waarin de aarde , de lucht, de zee in het vlammen van hun lust verdween. zij werden creator, creatrice, godin en god en zij slokten gulzig het gebeuren op in zoen, in aai, in weg zijn van en voor elkaar.

gebald tot één moment waren zij. en wel zo, dat het nu gebeuren kan dat het steentje wegstuitert als een knikker op de tegelvloer van ’t hospitaal, en dat de klank daarvan geheel betekenisloos geworden is. het beseft nog steeds niet dat het zelf niet wou bestaan.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (71)

een ogenblik is geen moment. het, het moment, vindt slechts plaats wanneer de ogen zich sluiten, daar waar de geest zichzelf ontwaart en zich weet op te heffen. artichoc. hartsgedaver. de diepte van de liefde diep in de liefde van de lust. de, de iteratief van de daad, de dader, het denderen.

niet zo het. het is het dagelijkse, het onbedachte, het is dat je weet dat de zon opkomt. waarom? het zal u leren. ja u. gij. welk kwaad wilt gij het verwijten?  lekker is wat lekker is. de droom van het zijn is het ontnomen, het zwart dat het als negatieve god omarmde. en u? niets is het vergeten, niets heeft nooit meer dan het nu, nu bestaan. en van u weet het alles nog.

het likt uw lippen, maakt een haar van u, verwoordt u tot uw zekerheid, verlettert u tot de vaste grond waarin het bloeien kan. het neemt u koud in uw reet, droog in uw kut en u zucht amper. maar kijk, zie hier: een bloem voor u,  wiegende met ettelijke bleke kelkjes. het vergeet u niet.

zacht en oorverdovend is het een ik in u, een wens-ik dat weet dat het een het is, en een het blijven zal, maar zo eenvoudig is het, toch, dat ik. omdat geen oor het zwijgen hoort, omdat alles en niets vergaat in het niemandsland waarin ook uw strelen verstillen moet tot de stilte die nodig is midden in de drukte van elk strelen. omdat ook u het is.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (70)

het? zichzelf? het ziet zichzelf niet meer. het is een flits ontlading in een zweem verlangen. wat is het? stempelkussen van haar huid, de stem is groeve, muziekspiraal, een wimpel liefde in de wind. wat is het? het? in deze woordenkerker wordt het nog gedwongen tot een vraag terwijl het aanbod zelf een lijden is. wat valt er aan een het nog te castreren?

laat de dagen in één dag zich sluiten, een korte gang van hier naar nergens, een rode zon die zont in eigen gloed. samen nog wat diertjes kijken, misschien, hand in hand en dromen dat het klauwen zijn, en zij die zingt hoe schoon het leven is (“hoe schoon is niet het le_even”)

het prijst gedwee de gunst dat het zo sterven mag, en tam en dof en in de pas trommelt droef de dodentrom. en er is kermis, braadworst, carrousel, en dansend schuiven op een vloer van plank en zagemeel en iedereen is vrolijk en iedereen lacht omdat het eindelijk verdwenen is, de vloek van het moment. de wegen zijn autoloos, de lucht is vrij van verkeer en de nacht is eindelijk weer nacht en feest en angst en pijn en leuk hoe alles weer zichzelf herkent, net voor het einde.

dan wilt het haar zoenen, langzaam, lippen eerst en dan haar tong die niet meer spreken mag of kan. het is een rilling die door haar schouders gaat, een spasme dat zegt dat het haar kent. kennis. elke intelligentie is vernauwing, angst, de verstikkende aandrang van de ziel om de hel van het zelfbesef te kunnen ontvluchten. kennis is vernietiging.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (69)

het leven is een hoed die het heeft afgezet. de hand is vingers aan een houten staaf, kaduke krukas van verlangen. zonderling. het suist als gas in het plaatsloze rijk der ondergang.

de slapen raken aan een lucht die kille massa is. geluid is kraai die wormen uit de aarde kraakt, mot die schroeit op de peer van het licht. het lichaam is open wonde, nest van het rot. berustend plat zucht op zijn kop met poten de trouwe hond zijn oren.

de gedachte aan de dood bijt zich in de staart en vreet zich tot de kringloop van een woord. alleen het lijden heeft noch kop noch staart, dat blijft banaal haar eigen vaart aflopen . kijk, er zijn zovele bakstenen om ons heen en tussen elke ik is er een jij als mortel van vertrouwen. o tempel van vreugde.

elk woord is mantra, anaconda die slijmerig besluipt wat er slapend ligt te rillen, die schuift, omringt en wurgen gaat, slikken, pletten, verteren. ook de mens is maar een dier dat zijn bewegen doet. de bomen wiegen in het ritme van het vrijen dat er was, de bloemen druipen dauw. de weide is een zee die zon slikt, kaatst en slikt. onzichtbaar in het zwarte golft het wenen van de nacht.

invoerteksten (2016): moment 118119


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (68)

het vervloekte vervloekt de herinnering. valse mal voor het verleden, leugenachtig kader dat niet weg wil gaan voor alles weer is herbeleefd, tot grotere leugens herschreven. het vertalen vertelt, het gebeurde verrot. de kern van alle materie is een verraad aan de ontbinding, ontkenning van het zelf, verloochening van de haat, zelfhaat. elke werkelijkheid is een echtheidsobstakel: een foto die de feiten tegenspreekt. de wind in heur haren, het fijne streepje regen op haar blouse. het neemt twee slokken.

onmogelijke dagbeklemming, oesternachtomarming van de parel van het niets. niets is nooit: niet iets. niets is: wanneer er niets gebeurt. o, de gedachte zelf doet al zo’n deugd, dus schiet maar, gij moederschim der zombiestaat, jaag de kogel door de slappe kop van wat geen ik meer is. slok.

genade wil het niet. maar doe het kort, meedogenloos. de brokkenpijn die het nu verduren moet is harder dan marmer, daar zit geen venus of geen david in. geen staal kan erger zijn; en de hoop is uitgekauwde kauwgom, louter kaakvermoeienis. slok.

gevleugeld licht schiet door ’t gedroomde kogelgat, gedragen door sonore stroom van duisternis. daar waar zij zijn is alles zonneklaar. daar is geen sprake van verdoemenis of hel, enkel liefde die de liefde liefde geeft en godverdomme weeral die herinnering.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (67)

(i.m. Bart J.)

onbeholpen ons gestrompel in dit leven is, en is, en is: een stotterend gestrompel. wij, scheef geklonken lijken voor het sterftijd is, en dit: enkel in de regen schuilen kan en trillen en lopen de hemeltraan die nooit de onze is want als de poort met het slot verschijnt is altijd wel de sleutel zoek.

er is geen tijd, er rest ons enkel dit moment. alle dagen zijn al honderdduizendmaal tot nul herteld. toch blij is het en klein daarbij want grote schoonheid zou ons onrecht doen. niet? wij moorden dagelijks.

wie zal het ons vergeven? vrienden niet zijn wij, niet voor elkander een tergend langzaam vol verdraagzaamheid geslenter, geen gefriemel voor elkaar met de voos bevlekte voodoopop der liefde. wij wensen het en geloven dan de wens om beter nog elkaar, en dieper, en sterker te verwensen. op het nachtpad weent mee de n en de n van de nee brult mee met de nacht.

gij, die heden al in de kronkel in het maanlicht verblijven mag waar zij ons wacht. in haar cocon wil zij wel vlinderen nog een dag of twee met u of het of het met het het, het mij dat hier verdwijnt. maar het vergeefse van dit alles maakt geen van ons nog blij.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (66)

een braziliaanse wirwar van kabels buizen pijpen lijnen die zich om- en in- en uiteindelijk ontkaderen.  grauwe tunnelwanden mengen zich met dikke strepen orgel en schelle graffiti barst uit in het rustpunt genaamd Lichtgloed, een eindstation (een sjofele reiszak leunt aan tegen de e van een donkerhuidige sterveling). de ondergrondse is een hermetisch afgesloten Reich-cabine waarin gestrompeld wordt, gestruikeld door de nieuwelingen over de rottende zielen van de anciens.

stapt het uit? rijdt het nog eens mee de rit terug? de fles is leeg, iets zal moeten afdalen. elke bocht in de weg is de ronding van haar schouders, elke straatlamp is het licht in haar ogen, elke auto die voorbij zoeft zucht met haar nachtomsloten adem en het strompelt en de gedachten gutsen, pletsen neer op het asfalt. het roept iets post-moderns naar de kraaien maar de uitroeptekens zijn weer op.

verwaande hanzaplasten zijn de schrijvers, kakkers met de lafheid in hun letter. wrak en schel schelt hunne voze klankenbel. heil aan de senegalezen. pol speelde nog bach in de dorpskerk van echternach te deum la victoire en het pijpte en het krijste. schoon was het, een wirwar met sensuele links nog naar de materie. kris kras amourettes collectioneren nihil nihil nihil 14 punten. anna, uw buik is onvruchtbaar. de lege pomp van het verlangen. maar wij zijn in golfoorlog, wij zwijmelen in kiembelaging en u rijdt met elektriese fietsen de neo-kathedraalse venusheuvel op. schaamluizen.

snotvodden. rapalje. uw neus bloedt echt, u hoeft niet langer te doen alsof, het zelf geïnstigeerde rot doet u de bloedvaten springen. kom vlees, vertoon uw zwakke huivering, geef ons wat horror kolkend in het bloed. stompe messen die in darmen snijden en de halzen meer pletten dan kelen. harten die naar hun laatste kloppen hollen. scheidt uw veinzen van het echte en laat het lillen in bekoring van het niets.

invoerteksten (2016): moment 113 – 114


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (65)

zelden deed het woud het en hen zo immens veel pijn. het was niet meer bij haar, maar opgenomen in de woorden van het leed. het was grotesk. de harde naalden die de duisternis doorheen het hoornvlies inspuiten, de handen die afbladerend in het kolkende zwart de blauwe hel van het echte omroeren: zelden hebben de ogen zo diep het duister in gekeken, in de slijmwiek van git in git dat langzaam dreigend dieper en dieper draait. geluiden van vermorzeling, het kraken van wervel, vingerkoot en vleugelbot. de pers van het geletterde.

in de beleving van de ijdelheid verlaat het weer zijn taak. het zwalpt. het bed is zee en het verzuipt met kramp in de tenen zodat het recht springt, vloekt en valt en vloekt en dan weer de slaapkamervloer uit de muurverankering lijkt te gaan duwen. het leven is een teef en jouw god een neukende bastaardhond, francesco, je hebt het met je masturbatiepraatjes goed verpest bij haar.

o dagen, nachten dat zij samen lagen, hun monden eensluidend beamend de plicht van de gelofte: vergeet dit niet want dan verdwijnen wij. vergeten doet het niets. en de taak staat het klaar voor ogen: ziedaar reeds een nimf wier mond de dag met vreugd omsluit, hulp die het in dank aanvaardt. witte bloemblaadjes dwarrelen neer op het bleek-rozige lijk dat opnieuw een kerf of drie, vier te leven heeft.

dan weer naakte takken in de vlagen van de kale nacht, een veelvoud van de boodschap in de wind. een kinds kabaal: de bladeren van de nijd tikken hun code tegen het raam. kruip toch in je kist bij je steendode metaforen, francesco.

invoerteksten (2016): moment 110 111112

het moment (63)

poëzie bestaat niet. het is burgerlijke inventie om het tij van de lyriek te keren. de taal ervan is de varkensmaskerade van een sadistisch universum dat zichzelf niet onder ogen durft te zien. vrij zijn wij, maar oud staan onze huizen wirrel warrel in het débacle dat we bij onze kinderen achterlaten. poëzie is de moedwil van het humorloze misverstand.

poëzie is kut met peren zoals elke beruchte krijgsmacht bestaat uit legers grauw en grijze troep, extreem mannelijk zwerfvuil dat alleen wil neuken en vernietigen waar het te slap voor is, zoals elke religie enkel het afrukken en afzuigen der priesterpikken dient, poëzie staat garant voor wat gemurmel in het snot van internet, alwaar het stijfsel mens al sinds Berners-Lee apocalyptisch verkouden naar porno loopt te loeren. poëzie is enkelpoëzie, de plooitjes van de broek daarop. poëzie is de slijmerige smurrie waarin dorpen waggelen, banken sudderen en kale kermiswoorden als virussen groeien wassen rotten razen en van onuitspreekbare zelfhaat stikken in hun letters en zinken.

poëzie is erger dan wilfried martens, erger dan de liefde van wilfried martens, erger dan wilfried martens die ons zijn innige liefde wil uitleggen.
met ons delen. alleen powesie is erger dan poëzie.

poëzie is de kapotte kadans bij marsman op de bodem van een oorlog die getrouw de oorlog volgde tot er weer oorlog was. poëzie is twee kroppen rotte sla die in elkaar vervloeien willen omdat het nou eenmaal zo in het boekje staat. is dit poëzie? is het wel poëzie? ben jij iets anders dan poëzie? ontkennen is bevestigen.

invoerteksten (2016): moment 105 106107


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (62)

het spookt. het lief dat haar bezong is dood. ongehoord het vlijdt zich neer bij het afwezige. er zucht een zomerse zefier op het toneel en handen strelen haren die geen aanvang hebben, enkel glans. het bracht de sojoez dapper en vaderlandslievend in de baan en stort nu zelf ter aarde neer. het is een suizen dat versnelt.

petas lilith kama-rupa! phfoef. een glimlach uit het verre krult analoog aan een veeg in het laken. kijk, visioen! gods vinger is een roze rots die tepelt uit het bruisen van een flardenzee aan wolken. het wijst het aan! ter pen! een melding is het uit de geile grot van het genot.

het is verloren, kwijt in een wereld die het niet bewonen kan. er is alsof, alsof alsof, de vermenigvuldigingen daarvan, en daar doorheen de rechte lijnen van de eenzaamheid. feiten zijn slangen, het misbaar van mozes die zijn adepten aan zijn god verkocht voor manna hennep ambrozijn en 30 jaren ongebreidelde machtswellust.

de zon heeft al zijn roze jurkjes uit gedaan en staat nu naakt te branden, de vernietiging vol in het gelid. branding brand maar, branding keer en brand de kusten nog een keer. het daalt de kerker in, langs het koude van de ketting en het noteert het snuffelen van ratten die wachten tot het zich niet meer verweert.

invoerteksten (2016): moment 102 103


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (61)

de adoratie van de geliefde is obstakel op de weg naar de geliefde. zijn verheerlijking ontkent haar eigenheid, daar alle heerlijkheid geheel de zijne is, en dus van haar vernietiging. laat haar naamloos zijn als dame, Anke of LAIS.

het spreekt haar uit in zich maar stemloos, als gebaar, verwerping van het zelf als vrucht van het verworpene en dan verwordt het ogenblikkelijk tot los verband van bont gestamel, beate zaligheid die het zichzelf heeft aangedaan.

en terwijl de wind haar teder troetelnamen fluistert en het zelf in bomen bloemen velden ook heur haarbos als verschijning ziet, zingen de vogels elke ochtend luid haar lied.

hoe verder het van zich is weggegaan, hoe meer de ziel zich uitspreekt in sensuele vreugde en gemeenschap van bestaan. het heeft zichzelf niet nodig om in de weelde op te gaan.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (60)

je kan pas vliegen als je vallen kan, wat kan er anders tot een vlucht vertragen? de aarde is bedreiging vol beton en achter blauwe hemels doemt de leegte van de grote nacht. de vrijheid van de lucht is koekenpan.

haar wervel is een bergkam die het met zijn blik beroert. de toekomst is een schim van het toekomende, je ontwaart alleen de klank ervan. de buik plat op het water, de kringloop van pijn in de ogen die de ogen zien ontwaken in het verzengende vuur van hun komst. de geluidloze flits. de zich oneindig ver uitstrekkende helder kabbelende wateren.

je moet kunnen hollen vooraleer je lopen kan. je moet tandeloos je wonden kunnen likken, weten wat kruipen is, het smeken met ontvelde knieën beheersen, vooraleer je het verlangen in één keer de strot kan overbijten.

niet zij. zij hoeft niets te doen, zij heeft het zalige in zich gevonden en laat alleen het echte toe. zij heeft jou niet nodig. het duikt in haar met het ademlijf van een Olymposgod.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (58)

voor s. l. t.


het droomde dat ze vlogen, hun schouders in elkaar vergroeid tot monsterlijke vleugels. twee in elkaar hakende vliegende torren, spier op spier voelden zij elkaar, vel op vel, bot op bot. en onder hen verschroeide de aarde, de mensen verkoolden, de dieren de planten de vissen de vogels. duizenden bomen knakten neerwaarts als evenveel uitgebrande lucifers.

LAIS: haar komst is een schateren van bonte vogels dat opstijgt uit een oerwoud dat al uit die as verrijst, verrezen is. herinnering is geen belofte. herinnering is zekerheid. beloven doet het dit: niemand kan haar raken, noch haar stam. heel haar wezen is te engelachtig dicht en zij zijn samen als een zwerm demonen onbereikbaar ver en vrij.

maar het wil niet dat een ander ziet, wat het ziet. que sera, sera. de vloek die toch al uitgesproken is, brengt bij onthulling enkel woede, onmacht en verdriet (de plaag neemt vele vormen aan, beginnen doet het met een vaudeville). en praten van de komst die niemand helpt wiens lot het onheil treft, en sowieso toch treffen zal, verdaagt alleen het glorieuze klinken, de onvermijdelijke fosforflits van het lied, bij het gestaag gulpende klokken van de slokkende hel. geniet van het pus, rien ne va plus.

bespoedig of verhinder niets, vernietig alle sporen van je zelf. wanneer het niets is, zal het niets zich schamen.

invoerteksten (2016): moment 9495


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (57)

in het spel van licht en donker krijgt het zwart altijd de bovenhand. het is maandag en de maan is weg, het is dinsdag en de dag is weg, op woensdag is er weer geen poen en ook op donderdag geen zoen. niets daarvan is triest, wat kan er triest zijn wanneer alles in niets is vervat.

elk moment is diefstal, streling van het oog. de vrijheid heeft zich als een sater zat gezopen en de zon is kwaad naar huis gelopen. het legt een natte vinger zachtjes op de iris en dreigt met duwen tot het van de vinger schrikt. kijk, het verblijf ondergaat weer een samenpersing van de tijd, een hele maand in de oogopslag van Tralfamadorische aard:

het is een zwarte strook gestrompel in de gang van ’t bed en een schokkerige corridor op de treden van de trap en daar beneden ook een diepe buiging van de zetel naar de tv die uit en aan flikkert in een vaste slag. het is grijze smurrie met ledematenstengels aan het bureau en een knobbel git op de bril van het toilet.

de rest van het huis baadt in het licht van de stervende planten.

invoerteksten (2016) : moment 9192 93



over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (55)

de wereld is een tekstverband waaronder liefde woekert. onder de taal is het echte een open wonde, die met haar etter de versteende woorden besmet. elke genezing is een verstarring die het bloeden bestendigt. het regent. het heeft haar niet gezien, ze droeg het gelaat van een ander.

de wereld is een code die het niet lezen kan. ook vroeger deed het maar alsof. de lippen bewogen mee met het onbegrepene. het heeft dan ook geen enkele informatie omtrent de eigenheid, enkel ruwe data die het zelf niet compileren kan. de wereld is de wereld is de wereld die het nooit bereiken kan.

het sprak hen na, maar wat er klonk onthulde node ook hun leugens, dus kreeg het klappen. het leerde snel het ergste te vermijden maar het bleef een lopend gif voor elke eigenwaan. de eigen versplintering maskerend met schermen, kon het parasitair hooguit liefde retourneren die de ander naar hartenlust op de schermen projecteerde.

de wereld is de wereld niet. vergeefs, ver voorbij het punt dat treuren een wellust is, in het donkere hol waaruit niets emaneert, treurt het om haar. het voelt niets want het is niets dan treurnis en de treurnis neemt de vorm aan van haar lichaam dat het zijne is, rein, leeg, bevrijd van kwade wil, louter wens om naakt bij haar te zijn.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (54)

wat voorbij is krast het in de ogen als het omkijkt. het dacht hierdoor een eendere schoonheid te zullen vinden, maar die is er niet, zal er nooit zijn want waar zou ze ooit geweest zijn? sterven is prozaïsch en banaal en kil. het slokt.

niets van wat het denkt (het regent) houdt steek. het komt steeds op hetzelfde punt terecht in de spiraal. de lus rond het punt van de dood. en daar staat het dan te treuren, het boekje bevend in de hand. stil bij het eendere tikken van de scheve klok, nog even zat zigzag strompelend van a naar n. niets denken is beter.

het haat zichzelf bij het zingen van de vogels, bij het razen der prijzige automobielen, neerwaarts, de berg af die niet langer de zijne is, bij de vierde aflevering van het derde seizoen van een reeks zinloze beelden op een irritante klankband. het slokt. niets voelen is beter.

niets voelen is een ui, vertelt het stilzwijgend aan de doven, het is een zwart zweven waarin alle kleuren zijn vervat, de uitwaai van gevoelens, onaantastbare vlindervleugels in een gelaagde zwerm, gelaagd rond de leegte, rond het geduldig wachtende zwart van de angst die alleen maar uit angst bestaat.

invoerteksten (2016): moment 85 86 87


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (53)

het telt. het zal tot ons spreken bij het einde van de telling, belooft het. het gieren van de wind (de wind giert). het razen van de wind (de wind raast). het gillen van de wind (de wind gilt). het woeste van de wind  (de woeste wind). het beuken van de golven (de golf beukt).

het kabbelen der golfjes (de golf kabbelt). het schone schip verleden (de golf beukt). zalm spartelt naar de zee (de golf beukt). de zee stoot diep het land in  (het land wijkt). de klok galmt in de dorpen (het land wijkt). straks lacht het natte land (het land blijft). met de kusjes van de wind (de golf beukt). zonder haar verwelken zelfs de paardenbloemen. deze telling heeft echt plaatsgevonden in april 2016, het herinnert het zich alsof het gisteren was.

op het moment van het inslapen opent het zich, de zwarte leegte die het is, in duizenden onpeilbaar diepe scheuren en elke afgrond is 1 milliseconde lang een blow job van de dood. in het midden van de angstaanval is er voor de angst immers geen tijd meer, de verdrongen herinnering aan de geboorte (de angst voor de dood is de verdrongen angst voor de geboorte, beweert het nu, aan sterven is niks aan, we doen niks anders) loopt vast in de herhaling van het ogenblik en het echte vormt een netwerk, wordt een wurggreep van vernietiging. het besef dat de dood de enige uitweg is uit de lus volgt op het genot van het sterven dat het besef achterna holt.

het schiet wakker omdat het samenvalt met de wil om niet meer te ademen, maar zonder adem vervalt de wil, dus het is welgeteld 1 tel dood van de duizenden tellen die a-lineair wemelen in de ruimte van die ene milliseconde die het ons hier vertelt. al die tellen kennen elkaar, zegt het nog, want zij vallen samen in het tellen, in het getal van de dood.

en toen?

invoerteksten (2016) : moment 81 828384

(de laatste pogingen – ik schreef elke dag hetzelfde stukje tekst op om te zien of het beven minderde)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (52)

eerst was er niets en toen had niets een zwak moment. en floep: zij waren god en zijn geboden. zij lagen naakt op het strand van de zee die zij waren. zij lagen daar diep in elkander te geloven. en god de zee die golfde maar.

er kwam een storm, zij vluchtten weg van de zee die zij waren, landinwaarts. en de eerste huizen scheidden hen tot het en haar. ‘doe de deui toe‘ klonk de stem van god en het, als lidwoord onbepaald, trok gehoorzaam de deur naar buiten toe.

maar waar was zij gebleven? de meeuwen krijsten wei wei wei. het ene dat ooit eenvoud was, werd aldus gespleten in het geluk van haar en verder niets. het begon te regenen. heel de zondvloed lang hoorde men het zingen:

beuk maar, beuk maar
nacht na nacht en nachten lang,
beuk maar godje van mijn kloten,
beuk maar vol uw leeg gebaar.

uw zee is slechts illusie voor zeloten
en in ’t moment hervinden wij elkaar.

invoertekst (2016)



over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (51)

stokstijf en met open monden en pijnlijk gestrekte tong staan wij om toch maar een druppel op te vangen van het kostbare zwart. onze wanhoop is weg. elke weg is een weg naar de hel van de hoop. beiden zijn misschien afwezig in een hemelse toekomst zonder hoop (thomas tu m’emmerde avec tes conneries). de bomen geloven vast in de bomen, zij wiegen hoog hun toppen in de lucht.

vogelgekwetter. henri je t’ aime proet proet. pipelife 40×1.8-pvc afvoerbuis. kiki je t’aime interieurement. woordloos de vinken zingen hun ware liefde. suskewieèt. de duif tortelt. het dak stort in.

ce problème de l’émaciation de mon moi.

henri fait pipi et kaka avec moi. liefde is de weg wég van de hoop. fouf fouf.
j’ aime le chocolat noisette. wolken drijven over. onze huid is zon, het hart is regen (sorry, we zijn alweer weg, daar heb je het al terug).

La Grille est un moment terrible pour la sensibilité, la matière.

bij het orgasme werd het een licht gewaar, een enorm zwart licht met duizend plofsterren erin en haar zuchten aaide het als met strelingen het hoofd met het git uit dat gat, alsof het echt was en heel en alsof het zonder ophouden haar zachte zwart over alle zielen zou kunnen blijven uitstrooien.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (50)

getekend naar het leven staat het van zichzelf te vervreemden. lijnen van monden monden uit in gebaren die niet tot bij de spieren geraken. lippen stuiken in elkander, tongen verslierten, het rotte vlees is walmende sneeuw voor de zon. in een droom kan je het denken maar beter niet toelaten.

buiten, in het vervallen zomerbed trekken slakken sporen slijm in verrafelde lakens en duiven beschijten de molm van het hout. een hond graaft een mol uit in achttien mislukkingen. binnen nieuwslezers maken met duchtig vol gekrijtte luchtfoto’s gewag van volstrekt ontoelaatbare zedenfeiten. erger dat volstrekte zinloosheid is het besef van wat het zeggen wil.

het mag haar kussen op papier maar het papier is vies en van plastiek. het begeleid met oude glorie een laagje rubber in een vagina of twee maar wordt daar niet veel wijzer van. schuld ontstaat door nood aan boete, maar wat kan je innen als het vel het niet voelt?

in de rouw is het huis een huis bezaaid met lijken. alleen de vliegen zien wat er stierf en vormen de vormen die op hen gelijken. beweging, naar het leven getekend. het vlucht in de droom en in de droom ziet het haar en het denkt ja dit is het einde. en het wordt wakker in het huis van de rouw.

invoerteksten (2016): moment 76 7778

cdbv 142 (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (49)

het zien is de wereld en de zee golft in de ogen, golf na golf, het lichaam loopt vol en zinkt in het verdriet. de tranen zijn de noten van het lied van glou glu gloe (wat zou het nog ontkennen, het zicht is evident).

o streling rond het strelen der verstrengeling, ach omarming van de armen bij het geroofde en oei de bloemen die elkaar tot bloei verleidden, verlokten de weg op van het ontluikende rot

wat rest is rust, een onvergeeflijke vrede, verschrikking van geheel de rede,
last post voor heel het menselijk bestand, daadwerkelijkheid met dood omschreven.

het voelt het golven van het water in de golf, het hoor het zingen, de liefde in haar stem, het voelt de warmte en het wil het niets terug, dat nergens is.

invoertekst (2016) : moment 74

AR van het moment 49


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (48)

in het holst van de nacht is het zwart soms zacht, het predikt streling en het streelt met penselen, aait slapen, steelt speels de meest kille, enge gedachten, omzwachtelt ze met honderdduizenden onbegrijpelijkheden en vormt ze zo om tot een schouwspel van ongeziene pracht;

in het holst van de nacht bij de gewoonlijke optocht der gedaantes, de laffe kwijlbekken voorop, en de nijdige druipkrengen erna, soms als bij wonder verschuift er een resem getallen en aurora borealis doemt op in hun ogen en hun stompjes worden zacht en oranje als gestoofde babyworteltjes en ze lijken warempel begaan met elkaar en ze laten zich zien terwijl ze zacht praten met hun spreekmonden (helaas) en ze laten de dieren hun handen besnuffelen die ze toch het ontwortelen moesten toestaan, maar desondanks zij blijven lief en aardig voor elkaar;

in het holst van de nacht gooit een gitzwarte zon soms glorieus oplaaiende tranen in de gesloten ogen van de slapende en een stem die van dieper komt dan van de diepste mijn der gesloten mijnen in Limburg (waar het ooit nog in afdaalde met de kinderen, weet je nog) , die stem vertelt het dan dat dit het mooiste is dat het ooit zal gezien hebben, dit magnifieke zwarte druipen van de zwarte ziel van de rottende kosmos, en dat het daarvan maar genieten moest,

maar dat het wel nu best opstaat en snel nog wat wijn slikt eerst want de weg naar het toilet is lang en vol van gevaren en het leek nu verdomme net echt te slapen met een droom voorhanden en bijna een ik om het te bewijzen.

invoerteksten : moment 72 moment 73

cdbv 136 – 2015


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (47)

geen mens was ooit bij machte. het oordeelt niet de ander, maar niemand heeft het ooit verrast. anderzijds: het hoeft maar te snikken en de kraaien kraaien al, de bomen krommen gelaten de rug, de lente komt aangesloft met een prille zon die in de buidels der zieke diertjes naar brandbaar leven tast.

het doorzicht is een witte schemer, een ellendig laagje licht dat bij gebrek aan tastbaarheid alleen zichzelf belicht. er is geen paradijs, geen appel en geen zonde, alleen de taal volhardt nog in de onmacht van het woord. en schrijft het niet zelf vandaag alsof vandaag al morgen was, en nu alsof er ooit wat is gebeurd, alsof er ooit iets kàn gebeuren?

in het trieste van de treurnis is er geen verhaal. het dal is dalen, dieper, dieper, dal. elke klinker is een open wonde in een kabaal dat van lawaai niet meer genezen kan. wellustig het drieste kolken van de droefenis onthult de kale klippen van de haat.

en rond de etterende wonden kweekt de welp een zachte dons van schapenwol. het is daarin al heerlijk pulken nu, en klauwen tot het bloedt. verbeten draait het zich in het ontvlokte om: vuil bevleesde pluizen van de zure nijd en laffe vegen van de spijt.

invoerteksten (2016) : moment 70moment 71

het moment (46)

zoals het einde eindeloos is, zo is de dood ook doods. de armen wapperen uitgerafeld in de wind, benen omstrengelen bezweette leegte in het laken. het lijk maakt misbaar in een bed dat goden heeft gekend. begin en einde doen dodo. vervloek

de melodie. sla de handen van de pianist tot klompen bloed, stroop tot bovenmonds het slappe vel der zangers, schiet de stadsfazanten in hun kakelgat: wat men verkoopt aan liederen is niets dan opgedirkte geile kwijl en opgespoten varkensgil.

de dag is daar. stap in, stap uit, zak op de werf der wegenwerken door het carrousel. zie het rode in de ochtend van het gloren, hoor de zee die zegt wat werd verloren, voel de maan die trekt en nijpt in’t vel van uw bestaan: ontoelaatbaar is het echte, blinde vlek in ’t ogenblik, bron van staar in het vernietigend moment.

en spreek, gij lafaard, die het moedwillig en welwetende uit het débacle van uw droomcultuur verheven hebt: ’t is tijd dat u de lege huls van uw bedrog verlaat. beaam dat u het bent, die leven wil in dit moment.

invoerteksten (2016): moment 67moment 68


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (45)

onwerkelijk lijkt het wat er was. de leugens draaien verder in de olie van hun geulen, maar genereren nergens nog bedrog. er is een gortig gulpen van geluid dat geil de eigen klank opzuigt. het alledaagse slijm klotst tegen de wanden der containers voor het elitaire rot.

het stoot en snijdt zich aan de barsten in de werkelijkheid. het ziet zichzelf verdwijnen in de afloop van de dingen die het nooit wou zijn. binnenin, een stemloos mormel kruipt en likt de hielen van het woord. vormeloos uitlopende lippen mompelen een ode aan de gehoorzaamheid en het werktuiglijke.

het zal zich wreken op de taal die het heeft groot gemaakt. het spreekt in slierten slijm en schuim de bellen uit van wat er in zijn darmen rot aan plagiaat. het braakt zich uit in brokken stinkend taalmisbruik en zeikt er nog wat nonsens bij. onwelvoeglijk stoot het oude toverwoorden onder in de zerpe walmenbrij (de klank sluit af bij eenvoudige onderdompeling).

het verheelt het rotte lijf gewiekst met pointes die het uit een later werk ontvreemde. draden wier weven zich in alg tot een ranzig zeemvel dat droogt tot hard gekarteld leer. het weegt haast niets meer in de ongelezen toekomst die het niet meer schrijven zal. zwart op zwart ziet men het nergens meer.

invoerteksten (2016) : moment 62moment 63moment 64 moment 65moment (epiloog) moment 66


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (44)

het vormeloze in het woelen van de dromen is de ware vorm van de rechtschapenheid. in de chaos van de wind door alle takken van de bomen, herkennen wij de parels van de duisternis. in de ogen die de ogen zien telt de blik ontelbaarheid.

het wezen mens is geil en gek en in haar strelen slaapt de hand van zijn geweld. wij spreken waarheid naast de woorden zoals het licht glijdt naast de duisternis. gedachten worden niet geschapen, zij scheppen recht en wet wanneer hun denken in het letterlijk gedachte worden afgemaakt, geslecht.

het goede is het slechte dat zichzelf nog niet herkent. het slechte is het goede dat zich zijn goedheid nog niet gunt. zinloos zinken alle woorden als de stuwing van de stem eraan ontbreekt, bewogen slijk dat aan de oevers van het rot wordt afgezet.

de ogen die elkaar niet meden, blijven ogen die de waarheid zien, lang nadat hun ogenblik ontmoeting was. bij haar had het de zin gevonden waarin elk woord met elk woord paart en parend van ontzetting gilt en glanzend gouden tongen schreeuwt: het kijkt haar aan, het ziet hoe mooi zij in elkaar ontstaan.

invoertekst (2016)

het moment (43)

de mens is gedaante en mormel, dagelijks zijn mombakkes spuugt klaaglijke walg, haatbraaksel met klompen rode woede in het mauve slijm van slaafs sentiment. ’s ochtends het monster verschrikt het gespiegelde monster met de almaar strakkere prognose, het aanstormen der stormen.

’s middags de wolken wenen regen, en in de donkerte de winden barsten los in wanhoop van orkanen die slechts wat onmachtig met koeien, huizen, boeren, pluimvee en braadworstenkraampjes staan te prullen bij nachte. lijdzaam de aarde gruwt zich grauw van de jeuk op haar korst.

in het rijk van het het hemels water druilt van rottend loof en druipt en slijk in een onvormig verglijden kruipt van de heuvels af alsof verschoning nog een optie was. de kraaien huiveren want het gif zit ook in de wormen onder het bespoten gras. een pandemie is bagatel in deze aanloop naar de hel.

het einde ruikt al naar het einde, de geur is een herstelpunt van exquise verderf. enkel in het diepe bruin van ingebeelde ogen leest het nog waarom het ooit geboren werd, de boodschap nooit die ook geen wonder werd.

invoerteksten (2016) : moment 59 moment 60


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (42)

het ogenblik is aangebroken. ontkurkt. alles is verteld. de dag is wit en breekt zwart aan. de nachten zijn eindeloos, een suizen in de tijd. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

het zweeft tussen de clichés van het zweven, alsof er iets zweven kon.
de klank ontbreekt alsof er ooit geluid kon zijn. het is radeloos alsof er zin moest zijn. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

wormen vreten wormen, zand verdijnt in zand. de handen zijn onpasselijk, er komt misbaar in de tijd. zij waren bloemen denkt het, rillend, die elkanders bloesem wouden zijn. “de woorden zijn geteld, de optelsom is klaar”.

van hun kleuren rest er niets dan slijk. lezer, lees de woorden niet want woorden zijn de worm. laat de spiraal in u niet nog een keer de weg naar het moment begaan.

invoerteksten (2016): moment 55moment 56moment 57moment 58

bow_of_life


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (41)

mistroostig het treuren trekt en sleurt en de woorden worden natte koorden rond een wurgpijphals. de klok tikt, de zon droogt. de stem zit in de klem van het gemis.

uren zijn getallen, lopers op de sloten van de deuren naar de muffe kamers vol gruwel en ontstentenis. de tijd schrijdt telbaar weg van haar betekenis.
het lichaam smeult, de huid is ijs.

inwendig bloedt de smeltstroom der herinnering. de lagen blauw en purper jeuken, nagels schrapen tonnen pijnstof uit de groteske leegte van het oppervlak.

zonnestralen slingeren als slang, sissend exploreren zij van wak tot weemoed elke zwakte. de vertaling steeds is gekkenwerk: hoe schrijf je handen neer die het strelen hernemen van haar dat weg is?

invoereteksten (2016) : moment 53moment 54


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (40)

haar liefde is een waterkind, dat zwemt in brede waters, waar het uit vrees niet langer komen kan. de angst betreft het zwemmende: komt het er wel, dan dadelijk droogt de vijver uit, terstond het leven wordt opgebaard in vreselijke sparteling.

het gebeuren overschrijft zichzelf, bestanden die elkaar de das omdoen, klanken uitgekleed tot machinaal gekeelde code. o spraken wij maar vogelzang en bloemenkleur met de sterfbereidheid van Zangezi.

de nacht mag komen met verbijsterde verbittering: in de handen die de handen lieten die de handen der geliefden waren voelt geen vinger nog de streling van heur haar. het moet de berg nog af om alcohol.

het leed is geen verleden tot de laatste letter van het leed verleden is. het trekt de jas aan, doet de bruine sjaal om en beweegt zich tussen wagens die naar nergens razen, terwijl een vis toch veelal in stilte sterft.

invoerteksten (2016): moment 50moment 51moment 52


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (39)

de levensdraad is dunne rag, zilver op de dauw van morgen. het is een niets
verstrikt in haar. een werelds web van duizend spinnen spellen slechts haar naam.

het wil zichzelf herhalen terwijl het weet dat herhaling niet gebeuren kan.
het heeft die wens als een sluier voor de ogen, het rijgt het zicht tot slotsom, dicht. o eenvoud van besluit.

het ziet haar ogen als een gouden dageraad, haar huid is laken, haar lippen doen woordenwolken wellen in wel duizend talen, maar elke stem verstomt tot zoen.

het is tot klompen ijs bevroren droom van het vergane en het wacht de lente af om te ontwaken, om kabbelend in klaterende klaarte op te gaan

invoerteksten: moment (48)moment (49)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (38)

de diepte is bekende diepte, het latere kruipt in de hulzen van het eerdere. de ziel is uit het licht geknipt maar de wereld weigert te vergaan. de ochtend braakt. het zonlicht kraakt de oogschellen open, een vette kras erin kraait een der kraaien.

’s avonds slurpt het donker zwarte slurf. de lippen staan bij de tanden in het glas tot kussenstulp verzweerd, in slierten zweeft er gelige treurnis doorheen. het strompelt de trap af waar haar jas nog ligt. het zoekt de zakken door op zoek naar warmteresten, of een peuk. het rillen drijft het dieper in het donker naar de keuken.

het lichaam botst op het gebrek, het is niet het, maar het botsende, dat botst op het gebrek, een perpetuum mobile van de pijn is het. uit de vele hoofden loopt er inkt vermengd met bloed en as. plots het frigolampje vult de duisternis met bliksemflitsen: bij Thor, daar staat nog vol een halve fles!

ja. het zal toch dankbaar het daglicht als een strikdas dragen en in pek en veren stichtend iedereen van hoe het stierf vertellen. het giet garanties in gedane woorden die het zelf niet hoort. de diepte is bekende diepte.

invoerteksten (2015) :/moment-43moment-44moment-45 moment-46moment-47



over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (37)

het ontdekt een veelvoud van zichzelf in haar, begint er zowaar van te houden. in strepen, kleuren, het herkent zijn wrevel in haar lach. haar lichaam is gewillig, het vestigt hier en nu zijn hemelrijk.

het randt haar aan. het sleept haar zachtjes bij de haren. het zegt haar alles wat het nooit meer zeggen zou. de stilte is de pluche bodem van haar zucht.
zij wordt geluid van donkerblauwe regenbogen.

ze staat op alsof ze het verlaten wil. niets van dat al. haar ogen krijgen blote fonkels mededogen. het doet er het zwijgen toe. er zit een veelvoud van het zelf in haar. het kleedt zich uit. de dagen vallen er als schubben af.

het vliegt, het is griffioen. het licht wordt roze eerst, en purper dan. stil begint het te rillen, alles is zo vreemd en koud nu alles in hen komt. het is gebeurd, het meervoud is onzijdig enkelvoud

invoertekst (2015)

NKdeE 2020, “inval’, wasco en potlood , A5


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (36)

als het spreken kon, zou het zwijgen. “Het zuchten is aan mij niet echt besteed. God is droefenis, verbaal kabaal. Er wordt verteld. Ik heb de concordantie thuis, en het kapitaal. De draden rekken draden uit. Alles houdt met elkaar verband.

De trap is stijl. Trede na trede komen wij nader tot de verlossing. Er is wat schimmel op de voeten (wrijven we eraf). Ik draag de dagen zoals de dagen zijn, de blijdschap is een rode bes. Het verschil zit in de woorden, in alles wat ik niet zeg.

Ik raak de blanke huid alsof de blanke huid door mij geraakt wil worden.  Er komt een blos op je wangen. Alles gaat achteruit. Het deinst alsmaar sneller. Er komt snelschrift aan te pas. Ik vind mijn spreken niet. Ik kribbel in een schrift dat niet het mijne is. Er heerst verlatenheid in onze rangen. Wij zijn onszelf niet meer. Langzaam, alsof het zo moest zijn, valt je haar op mijn schouders. Ik geef een knik terug, ik stik.”

het telt de dagen alsof er dagen telbaar zijn. het zuchten wordt snurken, het vergeefse van het licht. alles komt naar alles toe. het wrijft haar in zich uit, het doet zijn boeken toe.

invoertekst (2015)

het moment (35)

er is een storm, de deuren klapperen. de maan heeft zich verscholen, schichtige flarden wolken fluisteren nog haar naam. het kruipt dieper en dichter bij haar tot het er niet meer is. afwezigheid is al heel wat.

de ramen zijn intact, verzekert het zich. nog een slok en het gaat goed. wat zij doet met het, het hoeft het niet meer te zeggen. het is twee armen om haar heen. het regent en het ziet zichzelf erin verdwijnen, zij leven in een druipend regenwoud.

het telt de resterende dagen op en af. zonder haar wordt het niet oud. in de handen zitten naast de vingers nog de melodieën, die klinken ook bij vegen been, bij brede waaiers schouders, buik en borst. vaag is straks de herinnering, heur haartjes in de mond. onthoud dit: het middelpunt van elke compositie is de stilte, zij die in elkander één zijn bij elkaar.

versuft sluit het de gordijnen. het haalt haar uit de badjas zoals je oesters uit hun schelp bevrijdt. stil dringt door tot haar zijn reden van bestaan.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (34)

het, ondergetekende, is patiënt, de dragende. zijn liefde is verlaten huis, zijn daden ziektebeeld. elk antwoord is een vraag naar verder onderzoek, de woorden zijn slechts symptomen, maar ook de ware toedracht is en was nooit echt.

het wordt beladen met gebrek dat het niet kende, vermeend gemis dat in elk denken talig sluimert. dode slang, bargoens gesis in de ochtend, gepofte eieren des middags, ’s avonds het wriemelen, de vervelling van de dromen, de vette grijns van de verveling.

het raakt zijn huid niet aan, het zou niet durven. iedereen heeft recht op compensatie, maar het is dermate krom. het sluit. de bunkers jij en ik gaan dicht. er is een volle maan, de zee beukt stevig door, een uil vliegt roepend over maar de wereld luistert niet. het

daveren tussen hen wordt nieuwe grens die overschreden is. het laken wordt woestijn, de zon brandt door hen door. de zoon die zij verlangden kwam te laat, alles is voorgoed vergaan.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (33)

prognose: niets voelt het. het bestand is gedeletet. het zwart omgeeft het als gegoten. de kartels niets rondom grijpen in het niets dat het geworden is. waar de woorden liefde, pracht en praal eerder nog stonden en de beweging van haar ogen plaats vond,

weg van hier, nu, het kind in de toendra van de miskenning. haar licht dat het ontbreken zal, het breken. harde stenen spellen alle veertien letters van haar naam. het spreekt haar aan in een verlaten bed alsof zij het nog horen kan.

er komt een schreeuw, één of ander dier veronderstelt het maar een schorre keel wijst het terecht. het hangt in touwen slijm die het rot ermee verbonden houden. de taal heeft het verlaten, het weet niet wat het zegt.

het voelt niets. het ziet haar frêle plukkehaartjes breken in zijn mond. het kust haar schouders alsof god bestond uit schouders, borsten alsof god … navel alsof … het is alsof.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (32)

geluk bestaat slechts bij momenten. het is geen goed dat ons gegeven is. gelukkig is de mens die zich even weet van plaats en tijd ontheven, en van zichzelf verlost, verloren in de ander, kwijt,

en zalig zwevend in de oksels van de eeuwigheid. daarna komt weer de tijd tapijten rollen, spijt wordt nostalgie, laken met wat pluisjes hunkering.
want niemand kan het streven laten naar herhaling.

maar er is niets dat je herhalen kan. vergetelheid. het staren naar lampen alsof er licht in zat, het iets dat je mist dat nooit ergens was. er is geen duur
in dit leven die zich verhoudt tot de duur van het al.

het zat te wachten, ergens, een café. het satijn van de tijd vergleed en zij was daar, zuiver in het echte, onaangeroerd. haar stem is tijdloos zacht, zij was bereid. het zei vaarwel aan alles en de tijd.


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (31)

uit het ergste leed komt voort subliem genot. uit de wanhoop is de taal verdreven en zo wanhopig leven heeft een zuiver zicht. het ziet zich naakt geboren, sterven, en leest in beelden gans het lot. zo de duisternis offreert het licht aan uitgelezen ogen en in dat licht wordt tijd de duisternis fataal.

het schrijft en wat u leest brengt taal tot leven, het wemelt er van ‘ik’ en ‘jij’. wat binnen is, plooit buiten ons de ruimte om. wat buiten is, wordt binnenin door ons bepaald. nergens is de plaats die er niet is, omdat er niets de plaats naar iets vertaalt. o ledigheid van zin, welk een wrede tederheid verscheurt jouw ‘ik’ daarin!

de tijd vindt altijd woord en plaats. bij ontstentenis van taal zou de tijd zich vrij naar overal verspreiden, één ogenblik van licht waarin hij nu gevangen zit. maar in het Rot de tijd telt als de naam van god de weerstand af naar eenderheid alwaar het niets wordt alomtrent. er is geen hoop.

het richt zich op, en sterft in haar, zijn leven wordt door haar totaal omsloten. de tijd splijt, en maakt dit ogenblik moment van verte, onaangedaan door eindigheid. en uit dat nu rijst dan haar felste licht.

invoertekst (2015)

cdbv 2015

het moment (30)

in de zich tot duur ontrafelende tijdloosheid mengen zich de slierten zaligheid met slijm en slijk tot een slingerende amplitude van genot. niemand, zij of het of wie of wat dan ook, beseft wat zij in hen heeft aangericht.

ooit misschien, wanneer het zwarte deken van de dood ons overvalt, wanneer ons levenloze lijf tot ster en stof desintegreert, wanneer het licht ons algeheel ontbreekt, wanneer

wij ons zelf nergens meer vinden kunnen, kunnen wij iets van hun moment beleven. het weze ons gegund, maar de kans lijkt ons gering dat wij als wij aan zulk een niets deelachtig kunnen zijn.

ze trillen na. in de verduurde woorden die wij meester zijn, mengen zich de genoemde slierten slijm met de slingers van genot tot wat voorheen ondenkbaar was: het leest ons en langzaam glijd het weg uit haar.

invoertekst (2015)

het moment (29)

de tijd heeft meerdere dimensies. geschiedenis herhaalt zich niet. geen lijn verbindt een tijdloos punt aan het vaste van een dode blok gebeurtenis. de kosmos is een schatting die elk moment opnieuw verworpen wordt: god was de rede ingebed in de psychose van de mathesis.

de mens is niet twee hondjes happend naar gekwispel, en ook de slang bijt zich geen tweemaal in de eigen staart. dit alles is illusie, sluier om ons heen: zekerheid omtrent het ene wordt niet geboden door de prognose van geen ander.

voel maar: het beweegt zich weg van haar terwijl het in haar komt, dieper in de vortex van haar zuchten die zich lichtjaren verder uitspreidt zonder hen, terwijl haar tong nog geil de liefdesletters in zijn oren likt.

hoor het ruisen van de zeilen. zout slaat op de tong de spijt. soms haakt een vinger in ’t verdriet, het stokt dan, schreeuwt. en in hun zomerbed doemt aan het voeteneind een zwarte zee van kolkend rot en zuur en ziedend slijm.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (28)

het lichaam dat haar lichaam raakt is algeheel gebrek aan toeval, onafwendbaar als eclips, wet van elke constellatie en in zijn raken reine ballistiek. de tijd verliest haar tel.

haar maan is in zijn stralen goudomrand. kraters verdwijnen, vlekken slaan als duizend tongen om haar heen. als zon en maan omarmen zij innig het ingekeerde binnenlicht: de duisternis. haar vingers in de zijne verstrengelen verscheidenheid tot het ene dat op het tipje van de tongen ligt.

de mens is een beschrijfenis, onleesbaar gekrabbel in de nevels der gedachten. alleen de vogels hebben weet van wat hier echt gebeurt en hier en daar een kind dat alles in de dwaze ogen van een baby-broertje leest.

droef de minnaars dalen af naar het bestaande. het niets verslikt zich hier, in dit moment. een vorm van zinsverbijstering, want het licht is niet van hier, het is onzeker en het draait en twinkelt aarzelend, nochtans men noemt het: ‘alomtrent’.

invoertekst (2015)

cdbv99 -2015

weergaloos

mijn ongeloof is weergaloos.
onthoofding lijkt mij aangewezen.
die blinddoek hoeft dan niet: ‘k
wil ’t zien rollen bij de schoenen

met korrels allah in mijn ogen,
en strepen bloed als loopspoor
voor de schorpioenen. zet
uw post op ‘wereldwijd’, u

weet wel hoe dat moet. en breng
aan ’t eind de lippen in close-up
zodat men goed kan lezen want

met het lijf in sparteling blaas ik
‘maria’ in de bellen van mijn bloed:
haar zaligheid, haar warme gloed.

invoertekst (2015)

het moment (27)

in de verdovende omzwachteling van het verlangen zijn er helaas ook momenten van verplaatsing, afleiding, splijting. vermaledijde dingen die je wel of beter niet kan doen, ogenblikken waarop de tijd zijn stilstand ziet en aan zichzelf begint te vreten. ook de vergetelheid heeft haar prijs.

in de omarming evenwel bevestigt zich het omarmen, in het zoenen de lippen en in de kus is er altijd een kus die alles verklaart. het moment is wat er nooit gebeurt, wat nooit gebeuren kan of kon. waanzin in de waanzin die de waan naar zin vertaalt, die ene zin die je wil horen. op dat moment.

geloof het maar: vogels vliegen, bomen wuiven kale takken, sneeuw valt op de daken, sterren drijven weg van waar zij waren. er is een kracht in jou die niets of niemand evenaren kan. vergeet het, vergeet deze woorden, leef.

het is een druppel in de vijver die zij is, een rimpeling waarmee het oppervlak zich tellend in het zicht verheft. in de derde kring verspreekt het zich aan haar. betovering.

invoertekst (2015)

het moment (26)

pour moi non plus

na en achter de wereld van de anderen, is er het en haar en haar en het en wat voor hen daar alles is, is nergens in de wereld en niets voor iedereen. ‘de wereld is het water in een fles vol vodkaka’. in haar lichaam kreunt de aarde, in haar armen is het vrij.

het bad om stilte en het bad liep vol. het komt uit bad en de kamer treint,  bestemming onbekend. het trilt als een bezetene, de ligplaats bed is door zijn lijk met haar volzet. hun slaap is slaap van job en lot: armen omarmen hun handen als stampers in een bloem.

het droomt galjoen. er sterft per dag een kind of drie in het galjoen. het roeien heeft gebrek aan riemen, touw dat in het water sleept. een onderdekse vader vindt zijn kind niet meer. de moeder weent beschuldigend, zegt hij. de moeder zwijgt en weent.

de drang naar nader, nader, komt weer naderbij. de dwaze ernst van het bewegen snijdt dwars door merg en been. het wil met haar naar ergens eerst en dan terug naar nergens heen.

invoertekst (2015)

het moment (25)

de nacht is hard, koude dringt zich opwaarts in de winterroosjes. zij plooien hunner kelkjes naar het stille sterven toe, hun stengels zwiepen na in het striemen van de regen, en kille wind blaast hen het walmen van humane weelde toe.

er is niets dat zonder eigen wil dit leven heeft betreden, dat zie je ook aan elke vlieg of mug of spin. alle mensen zeggen dat te eren en toch spoelt er keer op keer een lijk of honderd van de armsten aan. er schuilt een diepe wijsheid in de spiegel van de zee.

een baai vol afval.. er is niets dat beter golven kan: het afgeprijsde vuil veelkleurig vlokt rond zwarte lijken, duurzame brol omspoelt hen als een purperkrans. de blanke weelde krult wat hogerop in de betonnen schelp van het bestaan.

er rest de minnaars nog de duinen en een lied van Serge en Jane. helmgras op verwaaide heuvels, zand verglijdend in het grijpen van een hand, land dat niet van hen wil zijn en strand waarop het haar van lust bevrijdt.

invoertekst (2015)

het moment (24)

kijk. de einder is een horizon in lichterlaaie die maar niet tot een besluit kan komen. het gelaat oogt triest en oneindig eenzaam, vervallen in zichzelf, een donkere kapel in het bos. de hemel is onbereikbaar. boomstammen heffen een doodse stilte aan.

er verschijnt een hoofding van geluid en het licht vertraagt, wordt een ijl zingen eerst en een daverend brullen dan. de bomen struinen naar de bomen toe. neerstortende brokstukken verbrijzelen schedels. een reiger richt zich op en krijst, krijst dat het tijd is.

“wij hebben alles al gezien, niets kan ons nog verbazen”, bluft de stevig verankerde nieuwslezer, en: “er was voor iedereen zoveel nog verborgen, sieraden voor alle sensaties, voor vingertoppen buitenaardse extase, voor lippen en tongen de zeskantige klontjes rietsuiker, voor…

maar iedereen is te oud voor wat er komt, jullie zouden het niet…”

hardhandig drijft het de slappere tweespalt naar binnen. het likt gulzig haar doornroosje uit, tast toe in het kelktulpje, trippelt duizendpotig langs de tepelanjer en juicht, uitbundig juicht het want het komt helemaal uit in haar: het is vernietiging.

invoertekst (2015)

het moment (23)

‘wij’. ‘ons’. die gruwelijke woorden. in het letterlijke van de verbanden doet de eenzaamheid haar zin. de liefde was een wolf die zichzelf de poot afknauwde om aan de hel te ontsnappen waarin ‘wij’ gezellig samen waren.

de poot moest over, de deur naar de dood moest toe. het zegt het zo : ‘de afschuw van het leven is het leven, de angst betreft de spiegel, niets van na de dood is echt’. het is verschrikkelijk. het heeft het over ons. wij zijn het waard. al die miljoenen herhalingen hiervan

er was geen ontkomen aan, alleen de vreugde is nooit voorbestemd. het kolken is een klok die tijd aftikt, het klokken een betaalde kracht die sperma slikt. ‘wij’ leggen ‘ons’ neer bij het bekende, wij vlijen ons neder bij de hogere gedachte. hoe hoger de gedachte, hoe dieper het rot.

het handelen moe laat het zijn hand in haar verdwalen. het wemelt van geluk in de krullen van heur haar. het zindert. in de weelde van de opening gaat het lidwoord letterlijk tekeer.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment 34

nog even en het heeft zijn dode toekomst ingehaald. het woord is al weg, de straat ervan is opgebroken. er stijgt nog zang op van voltooiing waarin het zweven kan terwijl de wereld barst van zelfgenoegzaamheid. iemand zeikt het wat complimenten in de mond.

een cluster klanken wil nog iets beduiden. ‘deze winter bloeit de winter open met een naakte rug’, zegt het, en: ‘de koude brengt in iedereen de koude tot zichzelf.’ het leest witte haat in de starre ogen der gestolen gezichten.

de raven staan te pikken op de lege wei. het is november, de eerste scheur in het behang. het legt verklaringen af, een oprisping leek het eerst, met mondjesmaat, maar al snel braakt het zeeën van zurig slijm. er is het onmiskenbare gevoel van totale bladersterfte.

het bracht een ijl en langzaam lied in haar. het bloeden is al niet meer te stelpen. strompelend van duisternis naar duisternis ontdekt het de onbegrensde weidsheid van het ware veld.

invoertekst (2015)

het moment (22)

het zwijgen heeft haar middelpunt gevonden: woorden slaan de handen in elkaar, zin speelt in de gedachten. het gebaar doorbreekt de pose, bloed wil spatten, vingers grijpen, nijpen en in holtes dringen. zeven maagden doorprikken driftig met hun apparaten de ijdelheid van maagdenvlies.

engelen storten zich als vliegen in ’t verderf. het vloekt en tiert en tatert vol taboe, het wil van wreedheid rituelen en van het vieze liturgie. het torent op een berg van lijken en laat zich vol vertrouwen vallen, achterwaarts de steden in.

het strooit vergevend vlokken tot een laken doodse stilte op het bloot en stomp geraas. het opent vol gena maria’s doosje dat het kreeg. het wijsje gaat van tingeling ting ting. is het wit niet oogverblindend, oorzaak van het kwaad? het is verbaasd dat het ontwaakt.

het lacht en kleedt haar uit. ontdoet haar van het nodige. het wil haar zeggen dat zij het is en het zij maar het is te heerlijk. het komt niet verder dan een kus.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (21)

tralalie tralala. swuzie mtake kumbadze. woorden dienen om het moment tot ogenblik te herleiden, schakel in de tijd, berging. de afgeworpene, de ontkoppelde, heeft geen taal meer waar hij thuis is. klanken hameren hol, een eindje rubber kletst in plassen op de grond. instortende nieuwbouw. het lalt.

het heeft uw geisers en vulkanen niet meer nodig. niets hoeft het nog van u. ’t is dubbelweefsel, wel, de scheerslag lichaam dwingt het tot verband. het knipt de band doormidden en schenkt de armen hun anale schuiven in Tomorrowland. kraak de fles, de afdronk lonkt. het vloekt.

geen angst vervalst nog het zwart met een vreemde kronkel. het ziet het deinzen van de mensen, weg van de onzijdigheid. de dagen zijn kortaf als goden in november. letters worden tralies voor de mooiste ogen. wat maakt het uit, het heeft het glashelder in de hand. het lacht.

het is zwart. de nacht is gevallen. geen deken. lanceer het sein, een rilling in de lendenen. het strijkt haar open, zij sijpelt in de opening en het in haar. het is volbracht.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (20)

de schoonheid van een gedachte zit gevangen in het denken van de gedachte, een opgepropte vlinder wachtend op bevrijding uit zijn cocon. voel het weke gefladder dat uitbreekt, zie hoe er wat slijm drupt, schrik dat het draak wordt, plots een gevleugelde

kaart met lijnen en onleesbare cijfers en letters. het moment verschuilt zich en wacht geduldig op jouw afwezigheid, tot je lijf het gebaar vergeten is die de gedachte opwekte, ving in het vervagen van haar herinnering. er is geen verweer mogelijk tegen de uitbraak van het weerloze.

elk begrijpen vernietigt het ontluikende. wij vergeven ons geheugen met harde taal die onze behoefte vergeet, onze nood aan het ondenkbare. dat zijn van je is een sterven en het sterven besmet het levende met de voldoening van de dood.

in het bloeiende rood rilt het, het weet niet meer wat het is. handen strelen armen maar dat zijn de hare, dus wat is het nog? wie is dit geluk?

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (18)

in de kinkhoorn reikt de klank tot diep in het verlorene. een lichaam ligt roerloos op een drijvend veer. de hand in het water omspoelt de stille zee zoals de zee de hand, elkaars gelijke. slak in het slaken, grot in de holte: dit is het zieltogen van vingers die niets raken.

de nacht plooit het duister in het zwart van de nacht en het lijf wil het lijf van de koelte. het droomt streling van golven, witte schuim bij het naderen van stranden. onafwendbaar de boeg klieft de weg die al koers was, uitgesproken zin van het zinloze varen.

schepen benaderen schepen met het ruisen van wakkere zeilen. vervolgens is er het schuren van hout op rompen. de nostalgie van dode bomen naar land welt op uit een scheur. de blinde scheepsjongen huilt. genese.

het likt zilte tranen in de plooien van haar huid. handen glijden langs het kronkelen van aders: ‘het lichaam is een plein’, zegt het, ‘plooi het open’. het komt in haar tot eenvoud, het wordt een wil tot besluit.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (17)

raakt het? machtig het zand verdwaalt in het zand. de stof baant zich een uitweg naar het onstoffelijke zoals je ook woorden wel eens ziet woorden dragen naar hun einde. alsof het lijk van god erbarmen wekt.

de droogte is reeds omtrent, het eerste krimpen is een krimpen van de longinhoud. de mensen dragen de jammerklanken als tulpenbollen in de borst maar met harde repressie kan de stilte onder de schuldigen nog bewaard worden.

dit glijden is van alle tijden, zelfs de sneeuw die de nieuwslezers verblindt. vergeefse zonnebrand is het. de kinderen zingen ‘een pluchen mandje voor het poesje uit peru’ en ‘de kooi van dode kraai voor papegaai’.

het poogt verwoed haar lippen los te laten, kust het niets dat hen belichaamt in een lus om weg van haar alsnog haar lome leegte aan te raken. het raakt

invoertekst (2015)

het moment (16)

het wachten is altijd van uiterst korte duur. het al is al zo vaak gebeurd, de tijd is een spiraal in elf dimensies, een web van draden in de stilstand van het onvermijdelijke.

pijn herhaalt in elk moment de pijn. het genot herkent zichzelf in elke zucht. de woorden spinnen als dwaze tollen rond het falen om hun leegte met enige zin te bekleden.

wacht je al uren op verlossing? dagen? jaren? in het striemen van de regen
licht het juiste nummer van de bus plots op. of niet.  het wachten heft hoe dan ook het wachten op.

alles is altijd van uiterst korte duur. het hoort de klik in het slot. zij staat er al, aan het voeteneind, de dood van het verlangen naar genot.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (15)

in de smalle tuchtkamer van het genot waar alles vlamt en rondom laait,
wordt langzaam zichtbaar de zwarte pit, zaad en voeding, motor van verval. de dagen tellen ons, de tijd loopt vol met onverschil.

wolken overdrijven ons. het land wordt zand. wij overwoekeren het naken van de ondergang. het heeft het en niets in handen dat het niets omgeeft als karteling, een zweven in het zweven dat het doet in haar.

nutteloos, armtierig als de letters die zijn woorden vormen willen tot geroemde woorden die haar lijf omarmen, maar het komt niet verder dan een manke zin.

in de kamer is de duisternis van hen afkerig, in het zwart likt het de lippen van haar zwijgen. rode, het al breekt in haar open. niets is wat er staat.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (14)

doorheen de perverture* van het zijnde valt de eenvoud van de eeuwigheid. het ene sijpelt door alsof het niets was, in zichzelf gegrond. hulpeloos, met kromme benen de lieden lopen alom verloren.

waarheen trekken wij vandaag ten strijde? de voddenman doet alle vodden in een mand. de lijken mogen slapen in het lege ledikant. er kwettert wat gevogelte, diep in het bos en een boom laat van schrik alle blaadjes van zijn takken los.

de straat heeft zich rood van liefde een weg gebaand, de muis piept angstig in de kattekop. het onheil dat ons treffen zal, is van ongekende omvang maar een einde is ons niet dan in de guurte van de eenzaamheid gegund.

langs deze lijnen uitgezet raast het woeste woeden van het lijf in haar heftiger dan storm. het brandt de zon in haar als amulet, de tijd is nu op nu of nooit verzet.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

*perverture: in de Neo-Kathedraalse Evidenties (geschriften die na 2054 zullen verschijnen) wordt gewag gemaakt van drie fazen in de kosmische cyclus, de eeuwige spiraal: ouverture, perverture en cloture. de perverture valt samen met het ons bekende stadium van het Kosmische Rot: de inwikkeling, verdraaiing van het Gebeuren in de alles vernietigende complexiteit

het moment (12)

de dag is een blauwe knikker op een zwarte tong. vurig de verhalen schieten kuit in de vijver der verhalen. werktuiglijk de zon stookt zijn fikgrage soefi’s op, hun flitsen doen spiegelscherven vlammen in de zee.

het raakt de einder aan alsof er iets bestond. het streelt er wuivebomen, krijgt wuivetakken in de mond. ernstige bergen berusten in hun glooien, neerwaarts naar het dal waar het zich heeft neergevlijd.

er zit een zwarte panter in, harig en vervaarlijk. het klauwen evenwel is rag, het krast kristal. het scheurt de wereld open tot een nu dat niet wil zijn, maar vonkt, dat bijval regent van de eeuwigheid in blijde schittering.

traag de woorden gaan de trap af naar hun zinloosheid, hun zin een langzaam naakt, hun letters mul als zand. het weet: het wordt een glinster op haar strand.

invoertekst (2015)

het moment (11)

het denkt en de gedachten spiegelen de broze dingen in de val naar hun vernietiging. flessen niets op zoek naar ’t hele ding daarvan. het lijf is hunkering. er zijn geen ramen daar, geen deur naar een besluit.

alles zinkt in d’ inkt van de beslommering, de schadeloze schijngestalte van het ware woord dat opgewonden dromen tot goedkope brol verwoordt. winst is zijde zachtjes glijdend op haar huid. ’t genot is van gebrek verdubbeling.

uit het rot van alle dingen wordt het heden als een vuurbal opgelicht. kijk, de wereld wil zichzelf verklaren in de mal van haar weerspiegeling. mensen worden opgeslagen in een waardeloos bestand.

het vrijt en de gebaren zijn verslingering rond haar. de vlammen in haar ogen verlichten het totaal. het wordt gezegde diep in haar, ontplooid zijn zwijgen op de toendra van haar orgelpunt.

invoertekst (2015)



over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (10)

voor c.b.

de dag zit in het web der dagen, weerloos ingesponnen tot cocon. de minuten  willen uren duren verslingerd op hun een met zestig zijn.
de seconde heft haar treitervingertje en wakkert weer ’t verstrijken aan.

het denk aan nergens, ziet de jaren daar verglijden, hoe zij tijd aan tijd en lijf aan lijf verdoen. ’t oktobergrijs is hen een zilvereinder, die bleke zon te schamel voor hun gouden schaterlach.

de mensen zijn maar mensen in de wereld en de katten hebben zich van hen verschoond. vissen slurpen zee en algen wiegen slierten op hun traagste liederen van slaap en lieverlee.

liefde heeft in hen haar zotste lief gevonden. “kom,” zegt het, “we gaan weer heden maken, lieveling: maak een einde aan het einde, knoop het in je haar en vlinder weergaloos”.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (9)

de waarheid is de waarheid en niets dan de waarheid: een lijn van A naar B die van A B maakt en van B A terwijl je C wil,  of D, het hele alfabet, verdomme. de waarheid kwetst omdat de waarheid geen waarheid is maar niets dan de waarheid.

ellende. dit gaat niet echt vooruit. kak. de wereld is de wereld is de wereld niet maar onze wereld. tak. het herfstblad sterft niet om haar val
in prozaverzen beschreven te zien. werkelijkheid moet je maken, maar het echte maakt jou.

het blad ziet alles. er is een streling in haar val, erosieroes. muziek die naar een einde loopt dat niemand horen wil. het zachte is niet van menselijke aard, alleen geweld is humaan.

het raakt haar aan.  het heelal raakt in vervoering. de zon is stralend, alles geurt naar paradijs, haar lip is einder, zinkt als woord in een gebrek aan taal. alleen het echte ontsnapt aan het bestaan.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (8)

uit de ondraaglijkheid van het bestaan komt voort de ijzige wind die op de ogen slaat. uit de ogen komt het lelijke gekropen, de schilfers pijn van de ondraaglijke wind. de schilfers breken en dwarrelen neer, en vormen een laagje stof op de glanzende huid van het schone.

de blik is naar het licht gericht en blij  maar vindt de duisternis van waaruit het niets ons overvalt. de wind is wild en wil meervoudig hozen met de namen van orkanen. het oog dwaalt, de zin verspreekt zich veel te haastig bij het breken van het eerste woord.

het lichaam wordt opstandig lijf dat zich van lijf ontdoen wil. de armen gooien radeloos de armen, handen, vingers van zich af. in de tweede adem van de adem breekt de lucht gedwee en woordenloos. het zucht.

het hoort gestommel op de treden van zijn trap. een jas die ploft, een bloesje dwarrelt neer en aarzelt, maar daar reeds zoeken haar lippen naar de lippen die haar waarheid zijn.

invoertekst (2015)

NKdeE – ‘beduidend – voor Unica Zürn’ – potlood, wasco – A5

het moment (7)

het heeft god gezien: een marter in een kippenhok. hij hapte er naar vrede, en zoog op doorgebeten kippennek. hij was er een en al en ongetwijfeld. en het zag gods lijfje bibberen, klets en kaal en gans van ondoorgrondelijkheid ontdaan. en het dacht: we hebben dat nog niet zo slecht gedaan.

haar lichaam leest het als een kathedraal, een duivels plan met verraderlijke bochten naar het hogere. het leesvingertje volgt kronkels van liefde rond haar borsten en wordt begeesterd wanneer het de crypte van eenvoud ontdekt die het prompt open likt. er was eens een snee.

alles in de wereld wil de wereld leven geven, alleen de mens kan slechts het krijgen zien.

god is dood en groot in ons, een stukgelezen boek dat niet meer open gaat. zijn tetragram is een veelkleurige darmsjanker met de zwarte aleph in stuitligging. maar nu speelt het zwarte steen en het wil ommegang.

draai jouw lieve lijfje rond”, zingt het, “en rondom mij. bewijs mij, hef op de prangende spalt van mijn verlangen en ik zal rivier zijn, bruisend vol met zoete verse zalm voor jouw ommondende zee”.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (6)

de wereld is de wereld is de wereld is gerooide oerwouden van de vrije wil en oceanen van vrijheid vol plastiek. er loert een gordelmonster met haar pinnen nijdig in de aarden mond. de toekomst, het inzicht: op elke planeetplek zal ooit wel ’s een martelaar hebben gestaan, elk woord wordt op een dag profetisch.

het vlees in de scharen kan nooit gaar genoeg gekookt’ en ‘schuld maakt taai‘, oppert het oordeel dewijl het kauwt op een lijf tot het letterharnas splijt. zin druipt, hoeken kraken en verdwijnen. niemand herinnert zich in deze zwarte tijden nog de eigen naam. de waarheid douchet in kinderbloed en droogt zich af met een leugen.

de mensen doen elkaar de zonde aan, en dan weer uit. economen berekenen de aangroei van de virtuele onschuld. handjes beven, enkel de angst pruttelt nog in de bevroren circuits. zon: brand en versteen ons.

het rukt het laken van haar af. “kijk:”, zegt het, gek en geil als een Caligula, “schoonheid die zichzelf aanschouwt”. maar in dit ogenblik het rilt en schrikt van hoe diep het zich in haar verslikt.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (4)

hoe meer het typt, hoe verder weg de woorden zich verwijderen. hoe verder weg, hoe meer zij het binden. er sluipt tragiek in wat het zegt, niet zegt. het drama van zijn zwijgen wint veld.

de dagen dromen zich van dagen vet en vol, de weken zoenen bleke maanden, magere jaren neuken de maanden verwoed. en iedereen zegt iets, de perfecte omschrijving van het niets. het blijft moeite doen, knijpt de seconden uit als puisten. soms is er wat etter zichtbaar als besluit.

het wroet, het neukt, het lacht, het komt nooit ergens. het ziet zijn muze stralen in een paradijs van ijs. “maak mij vrij “, schrijft het, “onthecht mij van de tijd”. zo erg dat het weer klinkt. wat scheelt er toch?

er komen sterren in haar ogen, nevels lichten op in stille schittering. het daalt zo diep in haar, de taal is weg en het verdwaalt.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (3)

er zijn dit jaar veel okkernoten, de oude boom gaat onder eigen vruchtbaarheid gebukt. hoog in het gebladerte weet het fladderend getortel geen blijf met de tot duif verruimde ziel, dat geile lijf. het houdt niet op.

blonde gladiolen worden stil wanneer zij een paar ogen ontmoeten en de weerschijn van hun schoonheid zien. de scheve klok die hier de tijd vertikt
heeft kennis van het feit dat god zich soms verslikt omdat zij niet had gezien, waartoe haar blinde liefde ons herleidt. het is telbaar.

bij de deling in vuur aarde water en lucht hoorde immers ook als rest het verschil in waarden. uitgesproken ordent het woord. zij wil soms wel, soms niet met de naam van zeus aangesproken worden. het twijfelt.

maar een vinger glijdt een ronding langs, ontdekt plots mesopotamië (bloedstromenland). haar zweet belooft er paradijs. het moet erheen.

invoertekst (2015)

[Nkdee 2020 – potlood, pastel en wasco, A5]


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (2)

de toekomst wordt een dagverblijf met accommodatie voor het heden. overnachten kan voorlopig niet, lust kan best zonder dromen. de vrije wil was ooit een waterlelie, want water wil altijd wellen in de bloei die het wou.

maar de bomen kuchen snoepen lachen en wuiven: niets zal hen ontgaan. hun wortels ontaarden in woorden en jonge takken willen in hun stammen bladeren.

taal besmet de materie : elke vogel wordt zijn melodie, een zin. de hemel gaat van wolken dromen, de aarde kreunt en wil nog eens, de zee kolkt over tot in haar oesters. het stormt. alleen de zon is. razende.

het heft haar jurkje op, ontdoet haar van kousen.
“kom”, zegt het ” leg de zwaarte neer, dit is nu, en hier: de wereld is niet meer.”

invoertekst (2015)

NKdeE 2020 – potlood en wasco, A5


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (1)

er was gewelf : onderaardse bogen naar het zwarte meer, de spiegel waar het in boorde, boorde en… een zucht kwam vrij. verleden wou het heden toebehoren, wervels van de toekomst groeiden door het vel van jarenlang verzwegen woorden. het ontdekte.

en vocht welde, stroomde, werd zee, een zij, een oceaan werd het. het jubelde, zij jubelen. het is zon en geeft haar golven glinster. het zakt als duizend daalders goud in haar. het licht haar op, en er is storm.

met tromorganen in de gorgelbuik toetert het voor mens en dier gezuiverde vergetelheid: “er is geen zin of reden dat wij leven hier, er is slechts dit, dit zilte bruisen hier.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

verval (slot)

ENVOI

het houdt van u, maar liever vanop afstand.
uw wereld maakt het triest, noch boos noch blij,
uw geest is lucht met ’t stinken van de nijd erbij.

het ziet uw kommer en uw kwel, uw blijde tranen,
uw woord dat elke droom verdraait tot lompe daad,
het telt in uw gelaat de diepe groeven van de spijt.

het gaat nog liever dood dan naar uw vreemde land.
het was bij haar en voelde streling van een hand.
het wordt nu korrels slijtend in een zee van zand.

invoertekst (2017)

verval (9)

HAAKS

er zijn profielen, geschreven lijf in tegenlicht.
er is ontelbaarheid die ook geen woorden vindt.
er is een toekomst zonder hen, de weg is vrij.
de dagen korten, traagjes, deze zomer is voorbij.

het ziet mensen in de straten, ratten in de val
van ratten. alles is tot alles opgeteld, niets
van waarde weert zich nog, alles is goedkoop.
’t is van plastiek, ’t heeft allemaal een code.

het draait de handen af en doet ze in de was,
het geeft de armen aan de armen, maakt ze blij.
er is een strook, het zet zijn haakse streep erbij.

‘s ochtends, mocht de huid nog huid herkennen
en de zon zijn stralen nog door plooien strooien:
het
trekt jouw slipje uit. het zucht en het bekent.

invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (8)

GRIJS

het lied werd dode lus en schelpte woord:
moerglans in ruwte, leeuw aan de koord.
het latente klotst nog in code aan de pier,
kapotte botten, alg en kelp en wier.

het zwijgen heeft haar kern bereikt:
het is nu stip, punt, korrel in de tijd.
het zingen had kortstondigen verrijkt:
parels in hun kop van haat en nijd.

droom werd wet, verwoordde moord,
harpoen die zich door lijven boort.
kleur is uitgeknipt, grijs is het land

een hand grijpt haren samen in een dot.
het richt de lippen en het lijf wordt zot.
het breekt het open, duwt, en ’t strandt.

invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (7)

voor c.b.

ALTIJD

het werd al boom voor haar. zijn takken
reikten hoger dan de piramiden en de stam
greep dieper dan het graf. twijgen raakten
’t boesemwiegen en bloesem zoende mond.

proef hoe donker, voel hoe hemels blauw,
hoor hoe geel het zwart nog houdt van haar.
en golven zee bezingen diep haar strand.
en krabben schrijven epen in haar zand.

als ’t hier verdwijnt verschijnt het elders weer.
het wordt de beek die naast haar huisje kabbelt,
het vint gezwind als vlinder uit het ochtendrood.

naamloos is het, het is niets en lucht en ’t zucht.
het legt het leven af en trekt het dan weer aan,
het vindt altijd in haar zijn reden van bestaan.

invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (6)

WOELEN

het is goed om na het vrijen hoog de hemel
in te kijken en te lachen om dat zware licht.
zoals de kraaien kraaien om de bomen
die vergeefs de luchten willen aaien.

in het woelen heeft de wereld zich gekeerd.
het werd zij, zij het, een kruis in het moment.
zij werden nog, begonnen weer elkaar te zijn.
de schoonheid was en had geen kleed meer aan.

het speelt de zee, zij sleurt eraan met macht en maan.
woeste golven bruisen wit de blote stranden op.
water, wier en algen spoelen diep de duinen in.

het is goed om na het vrijen d’ ogen toe te doen.
“bedek de lijven met het wolkenstof en zwijg.
droefenis komt later, hou de volle leegte vast”
.

invoertekst (2015)invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (5)

voor c.b.

TIJD

zal het haar dan nu met deze zomerdag vergelijken?
eerst, verlaten in het donker verlangde het naar licht.
het zag hoe ratten vraten aan de wallen van de nacht.
het gleed steeds somber weg van nu naar niet en nooit.

daar staat zij plots, haar bloesje los, en stralende.
het ziet dat het in haar en zij in het de hemel ziet,
en ook al zijn zij vast aan tijd en woord gebonden:
verval is wet, maar dit moment blijft altijd ogenblik.

het schone zal zich na de dood van hen verschonen
maar het geheim is leesbaar in een lied vertaald.
ook al is de weg dan weg, zij blijven samenspraak:
hun klanken kunnen klinken evenwijdig in de tijd.

“zolang het vallen duurt en zij het vallend hoort en ziet,
zolang is het haar nu en hier, en daar vergaat zij niet.”

invoertekst (2015) invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (4)

LUST

er komt verlangen in de zee van het verlangen,
een draaikolk van lust in het golven van de lust.
enkels vormen enkels in het water en het zand.
’t treiterkleedje deint omhoog, en valt nat neer.

nog half aan land omrandt het maanlicht vals
haar zachte lijnen, werpt vage schaduw scherp
op algen, schelpen en botte ribbels in het zand.
het sleurt haar dieper mee, ook zij wordt zee.

er barst een kern van liefde in de liefde open,
zij spartelt blij, een stoute zeemeermin, en meer
van hen dan vuil of vocht komt in de golven vrij.

“het wrijft jouw naam in hoge, droge duinen uit,
en ‘s morgens leest de zon de letters weg. er
kwam verlangen in de zee van het verlangen”.

invoertekst (2015) invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval #3

mot

zwerm gesternte er omheen en het is kern
van niets, niets is het heelal. ongezien
is het er licht, de lege weg voorbij het einde
van de weg. op doelloos draaiende spaken

spalkt de tijd haar tikkel-tokkelen van vuil
dat willoos waait, van stof op gore straten.
stem schroeit in sneeuw, kroepoek snijdt op de tong.
het draagt de rotte rafels van een oud kostuum.

het woord loopt leeg, haar lijf bloedt uit in bed,
het ijlt en kermt Latijn dat niemand nog begrijpt:
heilig is het vers dat men ter dood bewaren wil.

“het ziet je hangen, nat bezweet in het zwart van je kleed.
het trekt de rits omlaag, jij spartelt tegen. een drukke
mot
die zich herinnert de cocon, het licht, haar lot

invoertekst (2015)invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (2)

VERVAL

het houdt van verval, het trage ontbinden,
de graduele neergang van orde in aarde,
water, slijm, het kleven van woorden
aan handen ontdaan van hun grip, vuur

dat vreet aan molm, gebinte van kerken,
donker gewemel diep in de crypte, barst,
glasbreuk, stofwalm, wormen, steenslag,
roest, gelig vet in de hoek van het blad.

stemloos, maar het laat uw angsten spreken, ’t zal
uw mond met afschuw openbreken. het wordt
verrijzenis. lees het, rol de steen weg van het graf:

een vinger glijdt je mond uit, langs je hals, volgt
het holle glooien naar je navel, tikt je knieën weg,
links, rechts, legt jou open voor zijn zilte davering.

invoertekst (2015)invoertekst (2017)

tekening: Catherine Buyle 2016

verval (1) : proloog

‘Ante mare et terras et quod tegit omnia caelum’
Ovidius, Metamorphosen I, 5

chaos was alles, geen woord benoemde leven,
dag was nacht, nacht dag, zee land, land zee,
mateloos wit was alles één, en heerlijk om het even.
verheven niets, geen ding dat deinde met iets mee.

aarde kleefde niet in’t duister, geen zon was daar,
geen kring van maan, geen stipje ster was er te zien.
elk begin was einde, alle wegen liepen door elkaar
onbegaan de paden, niemand had ooit licht gezien.

het zwarte was het witte, alles liep op niets te loop.
het begon. ’t beloofde einde, liefde en de hoop:
verval viel uit van punt naar punt, nog heel fragiel,

en tijd werd cyclus, tel die van zichzelf beviel.
het licht werd lichaam voor gebeurtenis, geluid
begon te golven eerst, en barstte luid in razen uit.

invoertekst (2015)invoertekst (2017)

koude vlam

voor c.b.

haar lijf is koude vlam, heur haren vuur
haar lippen zee waarin ’t verdrinken wil
haar ogen licht dat geselt en bestuurt
haar huid is rein, dat maakt het boze stil.

het wil haar wereld en daarvan ’t moment
het wil geheel in haar vergaan bestaan.
het wil wel het nog zijn, maar enkel zoenend
het wil in haar slechts onbepaald bestaan.

de krullen van heur haren krullen in zijn mond
haar woorden worden daden, vast ongezond.
haar handen strelen, het wordt eenzaam, lont.

in de stilte, midden in het ruisen van de storm
treedt het haar bij, ze rilt en zweet, zo dicht erbij.
zij wordt heel tenger dan, ze maakt het blij en vrij.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

het sterft

droomdood. de zon spat open in de beide ogen,
het ziet het licht, het achterliggende, en het
ziet de mensen blij van zijn gedoe bevrijd.
die boeken zijn alvast geen cent meer waard.

het gaf zijn woorden onbetaald verlof,
het legde zich lam in ’t spoor van het gezag,
het schreef alleen nog wat men lezen wou en
’t zou massaal verblijden met gepast gelach.

er is geen leed, de kinderen verzuipen niet.
er zit geen rot in ’t groeien van elk blad
en terroristen worden steevast tijdig opgepakt.

“geniet. de wereld is weide, een groots festival.
het land is heden wel wat anders ingericht maar
wij noteren graag hoe u wenst dood te gaan.”

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

ambrozijntje

het zag haar lang, heel lang geleden plots
voor zich staan: een wulpse hinde, jong,
onaangedaan. pretoogjes, wangen met kuiltjes,
flarden jurk die speelden met de kindse wind.

er was geen tijd om aan te raken, er
was geen plaats om bij elkaar te zijn.
maar elk moment maakt krullen in de tijd
en ’t heeft alsnog haar lieflijkheid gevonden.

“ambrozijntje, tierlantijntje, gooi
je kleren op de grond. ambrozijntje,
florentijntje, maak de wereld heel en rond.
ambrozijntje, rozerode egelantier.”

het ziet alleen nog haar, het paradijs is nu en hier.
weg is ’t zwaar verdriet: het geeft haar licht plezier.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

ogenblik

de aanvang van de stilte likt de stilte open
met een zucht. de val van het duister spreidt
de dijen van het licht dat leidt naar duister.

de drang van het heden om verleden te zijn,
nu en in de toekomst wordt onhoudbaar
nu het jouw jurk oplicht. jij spreekt het aan
met open ogen, onvoldaan. het graaft verwoed
in jou, zoekt reden van bestaan. vingers vlechten
met jouw vingers vlinders, armen drukken
neer opdat jij stijgen zou. jouw streling is
een plots en wonderlijk gebaar. ontsnapt
aan de behoefte, bevrijd van mededogen
komt de wereld in jou klaar. het zwijgen is
er van de duisternis, het ogenblik is daar.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

boek

in de uitgemaakte zaak van zijn bestaan
strijkt het de zorgen weg als plooien,
sporen van het slapende lichaam
in het zijdezachte wit der lakens.

het deelt zichzelf uit als een spel,
elkeen die het kent, krijgt kaarten
die waarheid zijn voor eigen hel:
winst, verlies, het boeit niet fel.

het houdt de hemel klaar voor ogen,
zwart op zwart en nergens dat of dit:
dit git heeft niemand ooit belogen.

in de stilte die de taal vereist,
is er nog sprake van woorden:
geen boek verzwijgt die spoken.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

petanque

het geheugen is een hoer die je betaalt
met je geweten. hij is erg professioneel.

het is zomer en het speelt petanque met
zijn vader. zijn lach is schoon en waar.
het staat op zeven stranden, Normandië
bevrijdt. het heerst, want het is nu daar.
zand glijdt door de vingers en het kucht.
de hoest geeft bloed, dat kan geen kwaad.

het strand van het verleden heet toekomst,
de zee was het heden, het loopt op tijd.
het duwt zich af aan uw genade, waarde
die het slechts bij vangst erkent. ‘raak mij
niet aan’! roept het vergeefs want het wil
bij god niet weten wat het heeft gedaan.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

het zoent

voor h.j.

paleis gebouwd met zonnestralen,
ruimte neemt de vorm aan van het ogenblik.
tijd gebeurt wanneer haar jurk naar huid verglijdt.

licht is berging van de duisternis.
zij is de muren van dit paradijs:
haar handen omarmen hun falen.

dochters met de gave van weelde,
hun teveel is haar aanwezigheid:
de brede lach die hun gelaat verblijdt.

o blanke bloem die in de wereld bloeit!
haar raken wil het niet. ’t speelt wind
die gaaf de baren zoent der bloemenzee.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

vurige tong

voor z.h.

Het wil nu langzaam uit zijn lichaam treden,
verlaten deze schelp, spiraal van het bestaan.
Het schenkt haar taaie spieren, hart en ziel.
Zijn steelse vingers worden wandeling, besluit.

De wereld zal het in haar lijf vernietigen,
god vergrijzen in de krullen van heur haar.
Zonlicht wil het in haar mond verbergen:
tong die licht wordt, liefde, en dan tong.

Het wil zich van zichzelf in haar ontdoen vandaag,
haar wulpse wolken tot een regen open strelen.
Het wil het land zijn waar zij druppelt, lacht en valt.

Het zal zijn taal in haar tot storm ontbinden,
tot een kilte in de mythe van haar werveling.
Het wil het schone zijn dat diep in haar ontstaat.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

het valt

Onaantastbaar is het donker van het zinken,
Ongenaakbaar hoe het rotten zinkt in grond,
Onweerstaanbaar is de lust dat het er voedt.

Het sijpelt van begane grond naar diepe zee.
Het brengt de dingen zilt in lome golf teweeg.
Het woeden barst, verparelt, woelt in zand.

In droeve stromen bruisen gele liefdeskernen.
De gedachten slierten tastbaar voor de rode zon.
Zwermen vogels kleuren blauw de avondlucht.

Haat blaast zwarte wolken naar een barre kust.
Vriendschap keert zich om, verhardt tot lust.
Het herkent zich in het wit van de geraamtes.

Het neemt vrede met de tederheid, het zachte
wiegen der gladiolen in de geile lentewind, met
bomen die de hemel blad en tak aanreiken.

Maar de aarde met haar zeeën woelt en bidt
aldoor tot het van haar vervlietende heelal.
Onaantastbaar is het zinken, ongenaakbaar

zinkt het rotten, vrijheid is er enkel in verval.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

atol

Het zegt de dingen zakelijk vaarwel, er
is een dood present die het verlaten wil.
Banden ontbinden, ankers vergaan:
Het word in haar uiteindelijk bevrijd.

Het is atol, zijn aders zijn koralen.
Het is een wegen op het wiegen
van de immer zilte zee, spat
in het oog der brullende zon.

Het spreekt zichzelf niet langer tegen,
Het mengt zijn daden door het woord.
Het zal haar zang niet zijn, het is geen zingen.

Het ziet het naken van de nacht, verlaten
zelfs door de angst, de gramschap der graven:
in kille duisternis wordt het tot niets ontdaan.

invoertekst (2015)

‘atol’ gelezen door dv

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording