Categorieën
Anke Veld English texts Grafiek strip

anke veld 13

As if to make her point in one flash moment Anke unfolded her own image seven times within the dome before me, thereby demonstrating that all of time is just an illusion and that reality, if needs be, can be constructed even by hammer and lever, by fysically pounding one’s own will into the fabric of appearances that we perceive…this ability to construct the reality that we live, however, came with a price tag and that was what, within that very moment, made me feel gloriously sad and insolably happy…next i heard myself reciting these all too familiar verses:

Time present and time past
Are both perhaps present in time future,
And time future contained in time past.
If all time is eternally present
All time is unredeemable.
What might have been is an abstraction
Remaining a perpetual possibility
Only in a world of speculation.
What might have been and what has been
Point to one end, which is always present.
Footfalls echo in the memory
Down the passage which we did not take
Towards the door we never opened
Into the rose-garden. My words echo
Thus, in your mind.
                       But to what purpose
Disturbing the dust on a bowl of rose-leaves
I do not know.

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld Grafiek lyriek strip

anke veld – 12

Next moment I found myself staring in disarray at me, another me, a future version of me, whatever, someone who looked exactly like me and felt like me ‘cause yes I could feel her at the same time and therefore I immediately knew this she-me was pointing out something to me, something that somehow I already knew, and I knew that I knew it but I didn’t want to know it, but here I/ she was standing before a huge construction that looked like a hydraulic power plant and I knew that I was going to die in 5 years time and I also knew that that didn’t matter at all, so I shouldn’t worry about it at all. Still…

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag lyriek

maya

mei is de maya die doet mij geloven
dat het absoluut vele, het schone
in mijn enkele iets zit verscholen

hoe zoetelijk zingt het, hoe nachtelijk wil het
hoe hoog en hoe lustig zoekt ook de leeuwerik
hoe wild en onzinnig graven mijn honden
hoe dicht in zichzelf heeft het ik zich omwonden

mei is de maya die doet mij geloven
dat het absoluut vele, het schone
in mijn enkele iets zit verscholen

met ruimte de lucht wil mij omvatten
met groeien het gras mij doorklieven
de mensen zijn lippen met blijtende bleinen
de goden zijn spasmen, ventielen en dieven.

mei is de maya dus drink van het hart
het gutsende geven, het woord
is uw weg, de hel van dit leven.

invoer (2017) – Anke Veld – Lode’s lied

alles van waarde is hoe het gebeurt, dus alles van waarde wordt onherroepelijk Brol, zoals ook deze vogel perfect gezeten nochtans in de jonge boom maria.
nu, eilaas niet meer dan een A4 stukje Brol. Brol kan je kopen, wel, dat is de troost ervan. in september toch, want

SEPTEMBER is BROLMAAND!

bestellingen en info:
dirkvekemans at yahoo.com

gedurende heel de maand september kan je de originele tekeningen en aquarellekens die gebruikt werden/worden als illustratie bij het literaire werk van de NKdeE kopen aan BROLPRIJS!

– ter ondersteuning van de Neue Kathedrale des erotischen Elends!
– om te recycleren in uw eigen TOESTAND!
– als hebbeding voor uzelf of als attentie voor uw lief!
– als pest-eindejaarscadeau aan uw schoonvader! (“joa Firmin, da’s wel Grote Koenst è”)

BROLprijs wordt per formaat berekend, met A6 als basis

A3 = 8 x A6 = €40
A4 = 4 x A6 = €20
A5 = 2 x A6 = €10
A6 = €5

+ verzendkost per verzending: eenheidsprijs bestemmingen binnen BENELUX : €5 – internationaal: vraag het na

GRATIS AFHALING in Tienen is ook mogelijk. Tijdens september kan je overigens ook een afspraak maken om alle Brol te komen bekijken in mijn van BROL uitpuilend dichterskot. Wel maar 1 persoon tegelijk en conform de coronaregels è.

ALLES VANAF 2010 1de spullen vóór 2010 en ook de CDBV’kens (werkskens die CB en ik samen maakten) zijn Kathedraalse Heiligdommen en horen dus duidelijk niet tot de BROLproductie. sommige getoonde afbeeldingen zitten ook in een boek, of ze zijn gekaderd, en dan is het ook geen BROL, maar gewoon totaal onrecycleerbaar afval. tja. en de Harusmuze-prentjes zijn ook nog geen BROL want die heb ik nog nodig. wat ik hier ooit heb laten zien is tijdens de maand september aan BROLprijs te koop, informeer gerust naar iets dat je ooit gezien hebt, natuurlijk moet ik het spul nog terugvinden dan.

*

Noten   [ + ]

1. de spullen vóór 2010 en ook de CDBV’kens (werkskens die CB en ik samen maakten) zijn Kathedraalse Heiligdommen en horen dus duidelijk niet tot de BROLproductie. sommige getoonde afbeeldingen zitten ook in een boek, of ze zijn gekaderd, en dan is het ook geen BROL, maar gewoon totaal onrecycleerbaar afval. tja. en de Harusmuze-prentjes zijn ook nog geen BROL want die heb ik nog nodig.
Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag lyriek

zeer

een Pisaans Lorelied

mijn lief is leed, mijn heil verdriet
van pijn ken ik het einde niet
ik bid u muze maak mijn lied
eer ik van zeer zal sterven.

de zon is zwart, mijn dag is nacht
er is geen bed dat op mij wacht
alleen de koude leegte lacht
om mij: mijn geest wil zwerven.

geen vrouwe lief, geen eerlijk man
geen mens die mij nog helpen kan.
enkel jij LAIS, hebt kennis van
wat ik van haar kan erven.

mijn lief is leed, mijn heil verdriet
sinds Anna Anke achterliet
ik bid u muze zing mijn lied
eer ik van zeer mag sterven.

invoer (2017)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Noten   [ + ]

1. kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal.
Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag gelegenheidsgedichten lyriek Proza

niemand

de tijd verglijdt,
bewijst op zicht:
wij blijven niet
en zijn niet vrij.

per dag de pijn
der straf neemt af.
wij slapen in
met ochtendzin.

’t verblijf is nacht
in ’t zwart gedacht:
droev’ge stilte
is klankenpracht.

de spijt gaat weg
zij ligt erbij
zo lijf aan lijf
gaat het voorbij.

‘Anna’, zegt Anke
‘Anke’, zegt Anna
‘niemand zijn wij
en wij gaan voorbij’.

invoer (2017)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

een stukske BROL uit 2015, denk ik, maar ik kan mij vergissen. veel zwarte inkt alleszins. BROLprijs = €20 want ’t is A4 è en

SEPTEMBER is BROLMAAND!

bestellingen en info:
dirkvekemans at yahoo.com

gedurende heel de maand september kan je de originele tekeningen en aquarellekens die gebruikt werden/worden als illustratie bij het literaire werk van de NKdeE kopen aan BROLPRIJS!

– ter ondersteuning van de Neue Kathedrale des erotischen Elends!
– om te recycleren in uw eigen TOESTAND!
– als hebbeding voor uzelf of als attentie voor uw lief!
– als pest-eindejaarscadeau aan uw schoonvader! (“joa Firmin, da’s wel Grote Koenst è”)

BROLprijs wordt per formaat berekend, met A6 als basis

A3 = 8 x A6 = €40
A4 = 4 x A6 = €20
A5 = 2 x A6 = €10
A6 = €5

+ verzendkost per verzending: eenheidsprijs bestemmingen binnen BENELUX : €5 – internationaal: vraag het na

GRATIS AFHALING in Tienen is ook mogelijk. Tijdens september kan je overigens ook een afspraak maken om alle Brol te komen bekijken in mijn van BROL uitpuilend dichterskot. Wel maar 1 persoon tegelijk en conform de coronaregels è.

ALLES VANAF 2010 2de spullen vóór 2010 en ook de CDBV’kens (werkskens die CB en ik samen maakten) zijn Kathedraalse Heiligdommen en horen dus duidelijk niet tot de BROLproductie. sommige getoonde afbeeldingen zitten ook in een boek, of ze zijn gekaderd, en dan is het ook geen BROL, maar gewoon totaal onrecycleerbaar afval. tja. en de Harusmuze-prentjes zijn ook nog geen BROL want die heb ik nog nodig. wat ik hier ooit heb laten zien is tijdens de maand september aan BROLprijs te koop, informeer gerust naar iets dat je ooit gezien hebt, natuurlijk moet ik het spul nog terugvinden dan.

*

Noten   [ + ]

1. kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal.
2. de spullen vóór 2010 en ook de CDBV’kens (werkskens die CB en ik samen maakten) zijn Kathedraalse Heiligdommen en horen dus duidelijk niet tot de BROLproductie. sommige getoonde afbeeldingen zitten ook in een boek, of ze zijn gekaderd, en dan is het ook geen BROL, maar gewoon totaal onrecycleerbaar afval. tja. en de Harusmuze-prentjes zijn ook nog geen BROL want die heb ik nog nodig.
Categorieën
Anke Veld

anke veld – 11

Outside. The moment she said it we were outside, on a hilltop, looking down on The Place, its two huge domes now reduced to a Playmobil dominion, flanked by an enormous new building, very straight and very standard solar panel 100% self-sustainable durability proof slick piece of engeneering.

“But you like the bird, don’t you?” sensing, no reading my present day suspicion of everything that looks too neat to be true. “It’s a sooty tern”, Anke continued, “it doesn’t belong her, I wrote it for you”.
“Wrote it?? It’s not real?

In a number of ways I knew what was coming, what Anke would answer next. I had been living up to this moment for some time, I guess.

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld

anke veld – 10

 “The Place is in fact this dome. This is the active part of the building”. She spoke inside my head as I saw her as a statue inside the dome.” The dome is a machine, something we call a ‘trance-target’. If you have sufficiently developed your skills you can target it and start informing the others that are present.”

“What are those strange white spaces (French: ‘étranges éspaces vides’)?”, I blurted out. It sounded from me without me opening my mouth. “Oh, those are projection screens for transmitting movement, you see there can’t be any actual movement inside the dome.” I er, saw.
“Best way to think of it is that’s a kind of theatre, but inside out: nothing happens there but the machine is writing everything that happens outside…”

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld

anke veld – 8

Next morning Anke showed me around. The Place wasn’t exactly hidden but it sat against a wooded hill, and the main entrance was directed towards a sandy road leading to nothing but a small village that had somehow retained its agricultural past. The villagers called it ‘den Bol’, and nearly all of them were doing chores there as gardener, craftsmen, administrators or some other  function, but ‘All of them are students and teachers’ she explained, ‘because The Place was all about education and there was no distinction between teaching and learning.’ 

Some sect, i thought but before i could finish the thought Anke corrected me..

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld Proza

ANNA – Anker

Een boom in dit huis, uit de vloer vorkt een stam, de blik volgt de stam. Jij bent die blik, het programma. Vertakkingen splijten je. De splijtende blik wordt versplintering. Desintegratie: bij elke vertakking laat je een deel van je lichaam achter, zoals in een videospel maar dan omgekeerd: je hart, je nieren, een oog, een vingerkootje. Een spoor van slijm en bloed trek naar boven. De boom wil het huis uit, de daksponten kraken.

Dan ben je een oude vrouw. Een oude handgehaakte sprei geurt muf op je benen, de thee is al lauw. Je hoorde een geluid, je dacht dat het de storm was buiten, maar daar wordt je het salon al uitgesleurd, een gezichtsloze vrouw sleurt je de kleren van het lijf, je wordt het bad ingeduwd. De scene verwildert. Wakker worden, roept een stem. Wordt wakker.

Handen slaan, duwen, hakken. ‘Oefening, oefening.’ Haar stem in je hoofd. Je zit in je kooi, in je kot. Hoe lang is nog maar geleden? Twee dagen? Een week? Het heeft geen belang, er is toch geen tellen aan, nergens kan je in krassen, geen teken houdt stand in het smetteloze wit van deze ruimte en de groene balk op het werkvlak lijkt wel voor eeuwig stil te staan op net iets meer dan twee vijfde van de weg. Is er er wel voortgang, vooruitgang, vordering? Maakt het wat uit?

Oefening.’ Opstaan. Je weet wat er van je wordt verlangd. Niet aarzelen: je ritst jezelf weg uit het gat in je droom, je holt naar de glasmuur, plakt je neus tegen het glas, kijkt naar de vlek van je adem op het glas die uitdeint, ogenblikkelijk krimpt, verdwijnt, uitdeint. De zware bromtoon van het hydraulisch systeem zet in.
Niet aarzelen, niet omkijken, niet denken. Met een hels gesis slokken de wanden het weinige meubilair op. Dat weet je, dat voel je, dat je zag je ook die ene keer dat je wel keek. Niet bewegen. Doe je niet wat je doen moet, dan krijg je een stroomstoot van hoge voltage door je naakte lichaam.

Langzaam zetten de wanden zich in beweging, de balk wordt smaller en smaller, ook de muur met de deur komt op je af. Je adem gaat sneller, de wasem versnelt, je hartslag verdubbelt.

Nog niet. Je wordt niet verpletterd, een schrille fluittoon waarschuwt je, de druk wordt met de buitenlucht gelijkgesteld, je klemt je ellebogen tegen de zijwanden die je nu nog net een meter laten en daar schuift het glas weg, je wankelt in de felle kou die je plots overvalt want het is koud koud koud buiten en er staat een strakke wind waar je binnen niets van merken kon.

Neen, je wordt ook nu niet de afgrond ingeduwd, het is je zelfs toegestaan de maximale steun op te zoeken van het metertje grond dat je hebt, je mag knielen, je mag bibberend je neus over de rand van het platform steken, naar beneden turen, links, rechts, onder je, nee, ja, nee je bent niet alleen, want onder je, zo’n tien, twaalf meter lager zie je nog zo’n hoofd als een larve uit net zo’n platform als het jouwe wriemelen.

Ernaar schreeuwen helpt niet.

Elk geluid gaat verloren in de wind en je bent op je hoede want in de eerste weken (of was het later) was er één rakelings langs je heen naar beneden gestort, je had zijn gil gehoord 1 eeuwigheid lang toen het beeld van van een klapwiekend lichaam al een tel verdwenen was, maar zeker ben je niet want toen je het begreep was er beneden al niets meer te zien en wat maakt het ook uit of je nu zegt ‘iemand sprong ‘ of ‘iemand werd geduwd’ of ‘ik droomde dat ik viel’?

De wind giert en je kan 1, 2, 3 van je lotgenoten onderscheiden op twaalf meter afstand onderling, net zo ver tot ze samen versmelten in een strakke lijn die op zijn beurt in de witte leegte onder je verdwijnt. Springen is geen optie.

Het glas schuift terug, je metertje verbreedt zich weer, je hok deint uit tot alles weer uit de muren geklapt, glanzend en ordentelijk is, van huidschilfers en haartjes ontdaan perfect, naadloos nieuw en wit zoals het was (wanneer?), net als de vraag die weer opdoemt en het oude vertrouwde antwoord van haar stem in je hoofd.

Springen is geen optie. Hou van die stem.

Mijn stem is een anker’.

invoertekst (2006)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Noten   [ + ]

1. kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal.
Categorieën
Anke Veld

anke veld – 7

 The Place was a huge wooden construction behind a stone wall in the back of a large domain somewhere on the outskirts of Brussels. It had several large domes…

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld Proza

ANNA – Zin

Twijfels bij de zin van dit bestaan ? Onrust & angst, maar vooral : je wil de wereld begrijpen ? Neem een stoel, ga naar je tuin. Kies een plant uit, maakt niet uit welke. Zet je stoel voor de plant, neem plaats, kijk naar de plant. Denk aan niets anders dan aan wat je ziet. Neem waar die plant. Blijf kijken. Begrijp de wereld.Je staat als een blad te trillen van je bad, het kolkt in je kop en je tong spelt obstinaat de vier letters van haar naam. Anna’s mantra tot het hijgen stopt. Gelukkig ontvangt de zetel voor het wereldscherm je slappe lichaam met beide armen. Net als vroeger, net als morgen.

Wat je geeft, moet je eerst nemen. Als je het niet kan nemen, moet je het krijgen. Aan alles is gedacht. Er wordt voor je gezorgd. Je geeft kennis, dus je krijgt de weg naar kennis. Staat de plant op het scherm voor je ernaar verlangde of heeft het verlangen de plant op het scherm gebracht ? Zwijg toch. Hou je bij het noodzakelijke : daarnet bestaat niet, seffens ook niet, enkel dit. Nu.

Dit: de plant op het scherm is een distel. De scherpe bladeren schroeven met vlijmende stekels de ranke stam vanuit een wazig gehouden weiland de blauwe hemel in. Purperen bloemknoppen wiegen dreigend in de wind.

Weiland, hemel, distel. Alles hetzelfde, keer op keer, je zat er al honderden uren naar te kijken, afgemat van je bad en je werk, maar telkens ook (je bént al die distel): iets nieuws dient zich aan, een lekkage, een zich uiterst langzaam uitbreidende zwarte vlek op het volledige niets van de kraakwitte muur in je brein en je voelt en je weet nog hoe je klom en je klimt de zwarte, rechte weg op richting de Fuji Yama aan de horizon, het is ondraaglijk heet onder de zon, je voeten branden op de weg, en je ziet slechts stenen en gruis links van je, gruis en stenen rechts van je en achter je de eindeloze weg en in de verte de vage schittering van de Fuji en je denkt als ik kan stappen zonder te ademen, beweeg ik misschien als de lucht over het pek van deze weg.

Maar de Fuji rolt minachtend een ijzige tong uit haar krater en de weg kleeft als een bloedzuiger aan je voeten en meer nog, de hemel recht voor je – je ziet het meteen – begint zich plots als een hol gebogen spiegel te krommen in een punt, pal boven de berg. Met een ijzingwekkende vaart komt het zwarte punt op je af, neemt de vorm aan van een wolk, geen donkere wolk maar een inktzwart rafelig kluwen van slierten dat op ooghoogte met bolbliksems op je afstormt. Op het ogenblik dat je weet dat je tot een hoopje verschroeit zal worden, dat alle lucht in je longen je lichaam is uitgezakt, dat de speer van de angst je dwars door de onderrug aan de grond geregen heeft, knapt er ergens iets hoorbaar met een droog krakje en zit je weer als een zak vlees voor het beeld van de distel in je kooi.

Urenlang, ononderbroken. Het beeld van die distel in je brein gegrift. De wereld is de wereld is de wereld is het beeld van een distel in je brein gegrift.

Trauma. Herstel. Trauma.

Je zit te pulken aan je navel, je denkt ik ben een gevangene & je bent een gevangene in een kerker diep in de buik van het oude Parijs, voorgoed aan het oog van de wereld onttrokken, onbereikbaar voor de stijve vingers van de geschiedenis, levend begraven. Geen straaltje licht bereikt je, je moet je regelmatig van je bestaan overtuigen, je knijpt in je hand, je armen, je borst tot je in de wonde het geruststellende, warme vocht kan roeren. Tot je weer ontvankelijk wordt voor het grommen van de aarde, tot de aarde gromt. De beelden in je hoofd vlammen op, bolbliksems die je cel in lichterlaaie zetten, een vlammend kader wordt er opgericht, een bouwwerk van beelden voor de beelden met een bericht: je ziet je huis, je ziet het vervallen krot dat eens je huis was, enkel toeristen met nieuwsoortige camera’s verwaardigen zich soms nog om door het raam naar binnen te gluren. Een dikke vlieg ligt verdroogd en met stof op de vleugels op een vensterbank, je ziet een oud vrouwtje, haar broze geraamte in de gelige flarden van wat ooit een bruidsjurk was, je ziet weer je oude werkkamer, het oude vrouwtje hoort erin, ze knelt een roestbruin kussen op haar schoot en knijpt in een hardnekkig ritme, stopt en prevelt iets en knijpt.

Stop. Je zit te pulken aan je navel, je bent niet langer die gevangene.

Elke gedachte, elk verhaal is als het bloed in je aders, je zinnen volgen gedwee de weg van de minste weerstand, tot ook die dichtslibt.

Vervaging, ontplooing, vervlakking.

Distel. Tot het donker wordt, tot je speelt dat het donker wordt. Niets nog geeft licht in je balk dan dat groene prikkelding in je oog. Is er nog iets, achter je rug, achter de leuning van je wit-vilten stoel? Iemand? Een dreiging? Dit soort aanwezigheden ben je vergeten zoals een wolf in de zoo zijn roedel vergeet. Ook aan fantoompijn komt ooit een einde. Het is slapenstijd. Een solferkopje flitst onooglijk op het scherm. Brandt ook zo de zon op, uiteindelijk?
Volslagen duisternis, want licht is overbodig nu. Heb kennis van de weg naar je bed. Ontdoe je van kleren. Bestijg de slaapholte, zak in de slaapzak in het hol, doe de zak dicht in het hol.

Verdoving, verstilling, ontaarding.

Wie neemt er je mee? Waar naartoe? Is er nog iemand? Doet het ertoe? Voel je huid, wrijf een hand op je huid, voel je nog de mogelijkheid?

Je droomt dat je wandelt en je wandelt door nauwelijks verlichtte straten, maar het is er veilig, want je draagt een hoge, glanzend zwarte hoed & er loopt een vrouw aan je arm in een zalmroze jurk, een zijden sjaaltje ligt als een huisdier te glijden tussen het scherp van haar schouderbladen en de weekste plek in haar hals. Je komt op een binnenplaats, bestijgt samen met andere mannen onder zwarte hoeden en met slanke vrouwen in feestelijk gewaad de marmeren treden van het operahuis, boven je hoofd zie je nog net in de schittering van gouden letters een onleesbare spreuk onder het portret van de koning verdwijnen.

Even later geeft een kaalhoofdige man vooraan instructies, de dirigent dirigeert zijn honderdkoppig orkest. Het doek opent op een gigantisch leeg podium. Achteraan zie je al haar gedaante wazig bewegen in de langzame aanzet tot een dans, de belofte van dat lichaam, de nu al verblindende aanblik van die vrouw. De dirigent maakt brede gebaren, hij wil het gebouw tot in de kleinste uithoek vullen met de geraffineerde klanken van de muziek, wil van zijn cello’s geen passie maar het oorverdovende brullen van een uitslaande brand, van de violen niet een zuchtend verlangen maar het onwereldse klateren van brekend kristal en van de hijgende koperblazers een exacte kopie van de hitsige kreetjes van zijn jeugdliefde.

Niemand ziet hem, niemand hoort iets.

Het gepeupel in de engelenbak niet, de notabelen op het balkon niet, de Secretaris met zijn maitresse in de koninklijke loge niet. Haar kleinste beweging maakt elke muziek overbodig. Hier en daar zie je dan ook al een muzikant zijn instrument wegleggen, het slagwerk heeft zich omgedraaid, de eerste violist en als 1 man mét hem alle strijkers, leggen de boog en de snaren en de dodende blik van de dirigent naast zich neer. De muziek sterft uit als het gepruttel van een kleuter die weet dat hij zijn zin toch niet meer gaat krijgen.

Haar naakte voeten op de podiumplanken, de rust van haar subliem gecontroleerde ademhaling: het publiek is als bevroren. Niet het minste kuchje in de zaal.

Transfiguratie, metamorfose, voleinding.

Haar lichaam is duidelijk, ze spreekt heldere taal. Na elke zin staat ze met gesloten ogen een eeuwigheid stil tot het laatste woord in al zijn betekenis is doorgedrongen. Sneller als een kogel gaat haar blik dan naar steeds hetzelfde punt in de zaal en hervat ze als een wervelwind dezelfde zin.

Kijkt ze naar jou? Uiteraard. Heeft ze een naam? Jazeker. Wie is dan die dansende vrouw? Wat zegt ze?

Hou je mond. Blijf kijken. Doe je werk.

invoer (2006)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Noten   [ + ]

1. kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal.
Categorieën
Anke Veld Proza

ANNA – Water

Werken is ontspanning, en dat heb je nodig. Maar eerst eten. Druk je gezicht in de holte, je masker in het masker in de muur. Open je mond. De geursimulator zet het grommen van je maag in gang. Je lippen door duizenden tongen betast. Glijdingen, kronkels, het priemen van peper en de vers krakende sla op je tong. Sappen schieten je verhemelte langs, een zachte, zeemzoete bal ontrolt zich in je keel tot een warme slang in je slokdarm. Kauw maar, en bijt, ruk uit het leven dit vlees. Breek dit brood, dompel het in de saus, zwelg deze wijn. Vermorzel je honger, ontdoe je van dorst.

Je denkt en je bent een grote kat met zijn voedsel in de bek, je hoort het kraken van de botten tussen je tanden, voelt de wind van de savanne zachte cirkels in je pels maken (of een man met zijn mes in de buik van een andere man, sijpelend bloed, nieuws in de kranten. Wanneer gaat de deur open ? De deur gaat nooit open.

De druk neemt af. Als een zeemvel voel je hoe je huid de holte uitglijdt, los van de muur, weer van jezelf. Je honger is gestild, je slentert geeuwend naar de badplaats. Vlei je eerst effen languit neer, rol je om, schuur je pels aan de schors van een neergestuikte boom. Plons dan, speels uithalend naar een wegstuivende gier, in de vijver.
Nee, het helpt niet. Hoezeer jij ook je best doet, hoezeer men ook zijn best deed om het te verdoezelen : wassen impliceert het gebruik van water. Doodsangst, al voor je je kleren uit hebt. Verkrampende benen als je het verstuivingspak aantrekt, de ritsluiting sluit. Droge keel, bonzend hart nu het zoemen begint.

Je voelt geen vocht, maar je weet dat het er is, en het is er rondom, je hele lichaam rond. Hooguit vijftig seconden. Hou je adem in . Luister. Er is nog nooit iets fout gegaan met onze drukreinigingspakken. Hou van haar stem.

Waar is de maan ?

invoer (2006)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Noten   [ + ]

1. kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal.
Categorieën
Anke Veld

anke veld – 5

 If she wasn’t anything, did I not just dream her? invent her? made her up to compensate for the meagre outcome of my existence, a shipwreck on the ruins of my childhood? Perhaps. But she was real enough for me.

The first time I saw her was in an ice-cream bar. I had just broken up with my boyfriend, an artist I modelled for who couldn’t draw his own dick staring him in the face. His lasagna was real good though, so I felt entitled to a compensation. 

She was wearing some Mayan  outfit. You could  see straight through it and she wasn’t wearing anything underneath.

“For you I have nothing to hide” she said, as if she just read my thoughts. “I can”, she added, “because you want me to.” Next thing I knew we were making out in The Place.

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld lyriek Proza

ANNA – Uitvoeren

Het appartement heeft geen vensters, maar de muur naar het oosten is een vierkant van glas. Geen opdelingen, geen kamers, niet moeilijk doen. Hou het eenvoudig : de deur centraal in het westen, rechts daarvan het bed, links de zetel gericht naar het wereldscherm.
Voedselvoorziening en reinigingscabine in de noordelijke wand ingebouwd. Werkblad zuidelijk. Het geheel is een balk van 5 hoog, 5 breed, 7 diep, gericht naar het oosten. Afstand doet er niet toe, de verhoudingen dienen te kloppen. De deur is een deur die niet opengaat.

Geen kleuren, dat is overbodig. Alles is wit. Door de glazen wand zie je ‘s nachts de sterren en wolken en ‘s ochtends de zon : kleur zat. Binnen is het wit, met de schaduw van iets wit op wit, je huid in een wit uniform. Staar in de spiegel, kijk naar je iris : wat zit je te zeuren om kleur ? De grond kan je niet zien door het glas, sporen van andere bouwwerken daarop evenmin. Daarvoor is het hier te hoog. Sterren, wolken, zon: niets anders dan dat. Zijn er nog vogels, of is dit ook voor hen te hoog ?

Zwijg. Hou je koest. Beperk je tot het nodige. Zet je neer. Adem in, adem uit.

Links: spreid je vingers, leg je hand op het voelvlak, denk aan niets. Rechts : draai je hand om, beweeg de rug over de rand van het werkvlak, denk start. Floep. Haar stem in je hoofd. Haar lach op het scherm. Luister. Hou van haar stem. Bevestig ontvangst van de taak. Uitvoeren.

Wat is er met de maan gebeurd ?

invoertekst (2006)

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

https://nkdee.blogspot.com/2020/08/no-thing.html

Noten   [ + ]

1. kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal.
Categorieën
Anke Veld

anke veld – 4

Without her i strutted my hour upon the stage like a dismembered doll,

 I felt like a catalogue of canned organs and senses: the Sickening Heart, the Thieving Feel, the Desperate Stomach, the Greedy Kidneys, the Horny Taste and above all the Cancerous Brain spreading the lingo of lubric decay and luxurious rot. 

With her happening inside me I danced like a Maenad casting my spells and spilling my charms, opening and closing the gates to salvation to human ants and antlered humans alike as i saw fit…

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld Proza

ANNA – Wachet Auf

Een boom in dit huis, uit de vloer vorkt een stam, de daksponten kraken.

Je wordt het salon uit gesleurd, men duwt je het bad in, een gezichtsloze vrouw haalt in een oogwenk met een glasscherf van je beide armen de slagaders open. Een gordijn van blauwgrijze lianen wordt over je hoofd getrokken. De scene verwildert. Handen slaan, duwen, hakken. Donker kloppende zuigpompen sleuren je benen omlaag. Dit is verdrinken : je stem die nog uithaalt met een mondvol water, je tong als een lamme prop in je keel, het barsten van de tijd in je hoofd. Op je laatste moment zie je de twee syllaben drijven in het midden van de inmiddels woest kolkende stroom.

Twee schelpen van water, eivormige vliezen met hun scherpste ronding in elkaar gehaakt. Anna.

Je wil terug, maar de opgaande zon heeft als immer de geruststellende grootte van je voet, (linkervoet, rechtervoet : dat dwingende tempo). Zekerheid houdt je gevangen.

Uit vier zwarte hoeken in de smetteloos witte ruimte is Bach’s ‘Wachet auf’-cantate al halfweg haar steile klim van bassen naar koor.

Droom je of ben je in je droom vermoord, is dit je zelfbereide redding of ben je de afgeschrevene, de uitgediende slaaf die nu nog met sardonisch genoegen in de sterfput van de wereld werd gekeild?

Vijf jaar lang dien je deze dagelijkse hinkstapsprong te herhalen : boom, water, zon. Vijf jaar. Daarna wordt er voor je gezorgd.

Wanneer is het aftellen begonnen? Zijn er twee schrikkeljaren bij, of maar één? Waar is Anna? Trek je kleren aan, stel je die vragen. Tel de stappen naar de spiegel, stel je die vragen. Borstel je tanden in hun ritme. Ontbijt. Doe je werk.

invoertekst (2006)

https://nkdee.blogspot.com/2020/08/numbered.html

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

Noten   [ + ]

1. kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal.
Categorieën
Anke Veld

anke veld – 3

ANKE VELD does not exist.
She isn’t a person, she’s not any thing.
She happens. She occurs. When she happened inside me I looked like Queen goddamn NEFERTITE.

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld

anke veld – 2

  No, that’s not her. that’s just me, an anybody. ANNA anybody. Anna anybody Van Es. I lived briefly , in Holland. Some crazy Dutch poet tried to rape me and I got killed holding him off. He has been writing weird poems and stuff about me, how he regrets everything and other crap. Drooling over my corpse he is, the horny bastard. She, her, that’s ANKE VELD. She’s no anybody. She is you she is me, she’s Donald Trump and Aretha Franklin, she’a alive and dead and man and woman and white and deep blue purple. She is all that because she’s NO THING.

Categorieën
Anke Veld

anke veld – 1

Everything is numbered. There’s a count to every thing. Something preceeds, some thing follows. We only get some of the numbers right.    Our days are numbered: we get those right.  We can feel whar number we’re at. We can never tell which number it is, but we feel it all right. Fear prevents us from naming it. But we know, we always knew.  

But only she could tell.  

‘ANNA’ is the first episode of the English Comic Book version of Anke Veld the internet-novel otherwise written in Dutch

If you’re new to this comic, you can start reading it here.

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag het lyriek

arahhi ramani

2053

ik zaai in mij het lijf in mij zaai ik het
ik zoek mij in wat ik zaai in mij
en wereldwijd ik schrijf
in mij schrijf ik
mij

weg

klik
in mij
klik door
mij stroom is ik
klik en leuk de code
ik zaai in mij het lijf in mij zaai ik het

vuil spat korrels
botte letters zuigen
de straat uit de stad, lijf
schuift, lillen van levend
vlees in lederwaren

daden draden dagen
dragen derden maden
magen bergen vragen
hete lagen lippen

ik zaai in mij het lijf in mij zaai ik het

2020

zeep druipt zeppelin
stem van sadolin
stem tubeert trompettert
tubaat

grijs de grijze lucht
lucht is grijs met grijze
aarde stoffen dof op stof

schepen links en marconidraden
rechts en rode klompen
marinettimarinade

zwalpen pol, ja zwalpt
benen vingerkoten handen
zinkt  de rode zon de zee in
onder witgespoten wolken

’t mensensop is uitgebruist.


06-06-2007


“arahhi ramani arahhi pagri
i inseminate myself I inseminate my body
kima narum irhu kibrisa
like the river inseminates its banks"

oud-babylonische tekstfragment op kleiklomp YOS 1L2, zie  Jerrold S. Cooper. Magic and M(is)Use: Poetic promiscuity in mesopatamian Ritual, p.47 e.v. in Mesopotamian Poetic Language: Sumerian and Akkadian Marianna E. Vogelzang, Herman L. J.,. Vanstiphout ISBN 9072371844

Categorieën
Anke Veld Grafiek strip

de Naakte Waarheid (4/4174)

Anja was an exemplary student and her behaviour was utterly Truthfull but at night she was subjected to alarming dreams of herself as an ecstatically ravished torso in a Semi-geometric space. She searched for clarification in the works of

Alfred J. Semi, but nowhere in the 26 volumes of his work was to be found any reference to this particular geometry. One night there was a full moon and the waves of pleasure were moving through her body with greater power than usual. Suddenly text started to ap

pear in the forms surr

ounding her torso. It took her a while to figure out that the text ran through and was thus

telling a STORY if one just read it in the right order!

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag Grafiek lyriek Proza woordenpers

lijst met een aantekening

  • over de vlakte die onze vlakte is, ligt het veroverde vlakke in de wind te drogen en de geurige hersenschimmels vliegen ons bij het verkrampen in de ogen, alsmede de rode kristallen van de woordenmuur, de slierten scheldwegverf uit de grote hebgoederenpot, het rozige balken van de verknechte dieren, de gekraakte libellenvleugels, het zwarte schopschoenenleder…
  • in het wieken binnen het  luchtwieken bij het verwaaien verdwijnen de wieken die het waaien in het licht drijven en het droeve wordt ons van de lijven gerukt als ware het genaaid uit de huiden die wij ons lang geleden al afstroopten, en is zulk een smakeloos vertoon niet het plaatsloze zinderen gelijk dat onze stemmen tijdloos hun stem geeft, uiteindelijk?
  • de eigenaar van de blauwe Daewoo met nummerplaat WO2010 wordt dringend verzocht zijn wagen te verplaatsen. het krassen van de gebeden op het kogelvrije glas van de code mengt zich in de naar adjectievenoverdaad neigende zomerbries. men gewaagt van een nieuw hoogtepunt. de molenstangen met hun roestige grijpers voeren nieuwen plokken lijk aan.

een jongen van een jaar of tien loopt gehuld in een wapperend wit laken de eindeloze rij schermen af. aan een van de schermen zit zijn vader te huilen omdat die blijkbaar een vlek inkt gemorst heeft op een ongelooflijk gedetailleerde tekening van een zeilschip. de jongen duwt de vader een stok in de hand, knielt en houdt zijn handpalmen open. “sla mij” zegt de jongen, “dan gaat het huilen weg”.

de vader slaat 3 rode strepen in de handen van de jongen. het huilen gaat weg. de jongen begint te tekenen. de vader hult zich in het laken en gaat de schermen verder af.

inputtekst (2010)

dv 2019 – “WUNJO
Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

opgave (4/7)

zij, geborgen gloed, het goed
dat ze onze ogen doet


– Maaike

IV

Anke slaat heur lange benen over elkaar, de diafane zijde
schuift geluidloos over het oker van haar dijen.

ze doet perfect wat er van haar verlangd wordt, volgt
tot de letter het protocol. ze is het protocol.

ze breekt met haar wijsvinger voorzichtig het zegel
ruikt even aan het topje van haar vinger
om de geur van was op te slaanontrolt
de rol. een slok water nog, een vlugge blik 
naar mij, het einde dat ik nog ben,
dit stompje van mijzelf.

en dan vangt ze vastberaden aan,
in klare stem, met de lezing van 


Anke Veld
of de Geschiedenissen van de Afloop, geschreven en schrijvende,
van en tijdens de Ondergang

sibille: haar stem reikt duizend jaren ver.

inputtekst (2010)

dv 2019 – “sa touffe le cœur noir de la lumière” – A6
Categorieën
Anke Veld Audio gedicht van de dag RADIO KLEBNIKOV woordenpers

het

in mijn ogen wellen de tranen om de dode zoon.
in mijn ogen staat gegrift het leed om de gestorven dochter.
in mijn ogen breken open koude zakken vol met bloed.
in mijn ogen helt het zinkende schip naar zinken.
in mijn ogen klaagt en kraait en lacht de kraai om ons.

in mijn ogen danst een lijk dat liefde heette.
in mijn ogen zitten ogen die de genocide lezen.
in mijn handen bloeit de kennis en methode van het moorden op.
in mijn mond schreeuwt er een schreeuwen ‘er’ en schuurt de stem uit mij.
in mijn vingers knaagt de onmacht als een reumakramp.

door mijn armen trekt het leven weg en uit de lijven.
in mijn aders schuimt en snottert zwakte vol van zelfverachting.
in de nood kent men inderdaad zichzelf en daardoor ook zijn vrienden.

ik ben het.
ik ben het echt.
ik ben het helemaal.

het lacht. het weent. het danst en drinkt. het doet wat u en ik zouden doen.
het wil deeltjes vangen van mijn roet in de bewegingen die ik hen leerde.
het zoekt restanten van verlangen in het rot waar ooit mijn tulpen stoeiden.
het breekt de aarde open in een geile hunker naar wat rust en peis.
het vindt daar helder slechts het felle blinken van een zeis.
het is de grimas op een dood en zwaar verminkt gelaat.

het schrijft dat ik het ben,
en het bestaat.

inputtekst (2010)

dv 2019 – ‘la main se ferme: elle aime le rien que je suis’ -A6

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

Categorieën
Anke Veld

Vertel mij, Tijd…(Lode Kok 2009)

“Vrijheid. Wat is vrijheid ? Vrijheid is niet wat wij als vrijheid vereren, vrijheid is niet die veelbelovende lege ruimte in onze gedachten, vrijheid is geen peis en vrede, vrijheid is de wilde woekering van het zelfzuchtige binnen de grenzen van het toelaatbare. En er over. Ver er over”. Lode Kok scandeerde de woorden en stond zijn publiek niet toe de aandacht te verliezen in gemopper of gemompel.

12 april 2009, 20u00 MET. Hij was uitgenodigd door het Humanistisch Verbond van A., het provinciestadje waar hij nog school had gelopen omdat hij in sommige kringen gold als een ‘experimenteel schrijver’ met ‘vooruitstrevende ideeën’. Het zou hun beste dag niet zijn. Hij was stipt begonnen en keek nu vernietigend naar een bruinogige met een gitzwarte paardenstaart achteraan die te laat en dus nerveus en nu onhandig ook nog naar haar zitplaats stommelde.

[gestommel]

Paardenstaartje zit, ze strijkt haar rokje glad, het gezichtje hoogrood aangeschoten. Lode kijkt, Lode ziet haar, voorbij de sluiers van haar bruine ogen en ze weet het.  Hij gaat verder:

« Vrijheid is geen uitnodigende leegte, geen geruststellende ruimte, geen comfortzone, geen huiselijk ding. Vrijheid is zelfs geen vatbaar begrip. Met het woord ‘vrijheid’ benoemen we een gewelddadig, excessief  proces van overheersing, vernietiging vanuit een blind, naar binnen gekeerd midden, een alles opslokkende vreetkern die wat het niet verteren kan onmiddellijk weer afscheidt in een woeden rond zich. Vrijheid ontsnapt aan het benoembare omdat het een verlangen is dat zichzelf ontvlucht. Je kan niet zeggen wat jij onder vrijheid verstaat want dan is het geen vrijheid meer, dan kan het niet meer razen. Vrijheid is een vloedgolf, een storm, een onlesbare dorst, een tsunami  die wat het niet slikken of vernietigen kan verwerpt langs de weg van de minste weerstand ». Paardenstaartje slikt zichtbaar en maakt een knoopje van haar blouse los. Het wipneusje trilt.

 

Myriam had hem verleden week gedumpt voor Roland, een gespierde, cokesnuivende motard met een voorliefde voor exotische reizen en Dark Ambient Drone, het soort muziek waarvan de liedjes minimaal 12 minuten lang dezelfde volle wav-grafiek geven in Audacity. Dat soort genie.
Lode gaf daarbij geen krimp. Hij sliep niet, at nauwelijks maar hij gaf geen krimp. De Lode in de spiegel  ’s ochtends was een scharrelende kakkerlak op de met brandijs geplaveide bodem van de échte hel, die ònder die van Dante. Lode keek niet meer in de spiegel. De gebenedijde Myriam had haar wonderlijke werk perfect gedaan: hij had begrepen dat het zijn lot was, dat hij altijd alleen zou blijven, ongeliefd en onbegrepen ook, hoe kon het anders? Er was de vloek al, die hem nooit verlaten zou. En dan, wie houdt het langer dan enkele maanden uit bij een monomane sociopaat  die dag na dag 15 uur met het ‘Werk’ bezig is? Het ‘Werk’ was immers zijn ‘vrijheid’, zijn alles bepalende …vloek.

 

Het Werk kiest en het Werk beschikt. Soit, voorlopig kon hij nog wel seks en affectie scharrelen op gelegenheden als deze, maar de toekomst lag als een bloot bot in de woestijn voor hem te bleken: hij zou eindigen zoals Nietzsche, zoals Baudelaire, zoals Joyce, Goethe, zoals iedere uitverkorene : neurotisch, lijdende aan duizend kwalen en kwaaltjes, absoluut vereenzaamd, verslaafd aan drank, medicijnen en wat dan ook er dan op de markt nog betaalbaar is voor een uitgeslotene, een ongewenste, een vervloekte. Soit.


Maar zo ver waren we nog niet. Eerst dit nog.

“Vrijheid is niet het doel van het individu, vrijheid maakt het individu. Vrijheid is voor het nog vormloze individu een onbereikbaar Buiten, een onmogelijkheid die het Binnen van het Zijn aanmaakt en bepaalt. Het Zijn immers, en het ‘ik’ dat is daarin, is immers niet een ‘gegeven’ maar het product van een humaan verlangen waarvan het vrijheidsstreven een modaliteit is. Vrijheid bootstrapt het stuurloze bewustzijn in een loop van rauw, objectloos verlangen en lanceert  het in de waanzin van de identiteit. De identiteit is een grotesk monster, een staketsel van grijpen en graaien rond een obscene leegte, een mormel vol maden en wormen en stinkende  lompen rond een stalen geraamte met vlijmscherpe stekels en huid-afschurend braam. Een buitenaards het dat schreeuwt om bevestiging, spiegels, omarming en verwerping, liefkozing en kwelling zodat het zich kan uitklaren tot een lieflijk klontertje kwikzilver, een ongrijpbaar maar supersterk ik, de  Nengelse Moeder van elke Abonimatie”

 

paardenstaartje

Zo ging het toen. Ergens midden in het duffe zaaltje begonnen kille horrorbeelden van Myriam met de glazen blik van het murwe slachtoffer onder een acefale bloedbestreepte neukstier te versmelten met een warm-gouden gloed waarin Paardenstaartje heur blouse uitdagend aan heur pinkje liet bengelen en heur staartje ontbond tot een wervelende cascade van zachte diepzwarte glans.  ‘3D projectie van visuele associaties als hulpmiddel bij het verwerken en memoriseren van hoog-informatieve lezingen’: Lode borg het ideetje weg en schoof de fantasieën opzij tot het tijd was voor de realiteit die uiteindelijk vrij goed aan de verwachtingen voldeed. De kleine burgerij van A. applaudisseerde driftig, het virus van het fascisme 2.0 was afgeleverd in de daartoe voorbestemde kweekpoel. Maar vooral: het zuchtje dat Paardenstaartje liet bij het klaarkomen was misschien vrijwel onhoorbaar maar o zo verslavend. Hij is nog steeds op zoek naar een manier om de hoogst frêle maar immens rijke luister daarvan op een gepaste manier in zijn theorie te verwerken. Een nieuwe ero-module in het VELD-programma, misschien?

De Tijd vertelt het wel.

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag Grafiek lyriek woordenpers

vochten voor anke

circulaire pornolettristenode* aan de gemeente Doel en haar restbewoners (mei 2009)

het is fijn om een doel te hebben in het leven. doel. d d doe
oe oe oe oe_el lll lelele.l l l lee ee hee éééééévvvv v e n n nn.
laat tongen occlusieven pulken uit de letteretter. spuw. anke
is het veld waar het spant rond de gaatjes in het on-lijf.

het aarzelt niet, het kent geen twijfel, het sist haar naam als
hoofdverdachte in oorverdovend zwijgen. annnngggke. nke. vleuh
vld. vleuh de. veult. het fijnere het frutselt aan behahaakjes. het
dringt in, dipt de vingers diep in zomp van de waarheid. slik

het door als oester, en als je korrel voelt, verwek je een parel. snij.
lepra treft mijn handen, vingerkootjes dansen weg van ons. jij
draait beheerst een hoofddoek rond je nekslag,  jij zweet ons uit,

je voelt het glijden op je rug als in nat gras een gezapige slang. buit
zit er in de grijphuid, je voelt kadaver van nood en wending, besluit
echter laat op zich wachten, vochten komen uit als schandalen. het,

inputtekst 4/5/2009, zie aldaar

*een pornolettristenode geeft traditioneel geen ene moer om  haar onderwerp maar schept een bijna mechanisch-zinnelijk genoegen in het contingente samenklonteren van haar letters. het pornolettrisme is geen literatuur. 
een circulaire pornolettristenode kan je doorlopend lezen, ze kent geen einde of begin

vochten
dv 2018  – ‘vochten’ – pastel – A5
Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag Grafiek Kathedraalse Leer LAÏS LAIS, 449 dizains lyriek woordenpers

déjà vu

lais3
dv 15-1-2018 – “lais” – potloodtekening -A4 – in vertrouwen geruild

 

LA

Met de lijn van een roos gevorkt in uw schoot, een
punt waardoor in het lege vlak de leegte aanvangt
en weldra er liefde wolkt en haat, waarmee gij
ruimte splijt en rekt de tijd zodat een hand ons

de hand aanreikt, waarmee wij onze vingers
ertoe kunnen bewegen ons de ogen
en de lippen te sluiten, ons tot kalmte te
manen, ons de klederen van angst en nijd
te laten ontvallen en naakt in de zon

het ware te verwerpen:

zodat de traan ons ontrollen kan
waarin onze beeltenis verschijnt.

 

IS

De klank vervalt er
te snel. Het zerpe zeept
het zure in en in het zilte
zeikt verziekt van leed
het lieve godenkind:

“Jullie waren hier eerder al. Ik
zag jullie naamloos staan.

De hazewinden die het licht
najagen in het licht waarin
de winden waaien die enkel
de wanhopigen zien, zij

bliezen het in de sofers
die het zuchtend leeg
en naast hun letters spelden:

jullie doen ons dit in duizendvouden aan,
er komt geen eind aan dat vergaan.

 

lais2
dv 15-1-2018 – “f*ck you gods” – altered book page, unsigned – €1500

Categorieën
Anke Veld Grafiek Kathedraalse Leer lyriek Walg & Rot

RAFELMAN

RAFELMAN
dv 12-01-2018 – “RAFELMAN” ink & watercolour on paper – A4 – 2 LYRIEK

RAFELMAN

in vlakke A A R S Z O N

pijlbelaagd  de MAN staat

W I N  D D O O R S C H O T E N

schaarste in de ooggaten

gebrek in de KLEIKLOMP, elk ander
valser beter gemaskerd

in de ECHT

 

dv 12/01/2018

 

RAFELMAN is een UITWoRP
van het woestenijproces op PLATFORMPLEE.nl

Categorieën
Anke Veld archiefdoos Grafiek Kathedraalse Leer

upsized

weekPlus
dv 2017 – “NKdeE CR&D fiche ‘Perculatie'” -Pastel op papier 95×70 cm

De verzwakking van de post-mortem mens, veroordeeld tot onzichtbaarheid in het eeuwige Nu – de nivellering van de individualiteiten in de geradicaliseerde horizon: ‘er is niets te zien, niets te verwachten’ wordt ‘in het Er is het Niets te zien’. De reïficatie en de kwantificatie wordt radicaal doorgetrokken, in de GeldRuimte is elke kwaliteit een commoditeit, een betaalbaarheid, een Schuld.

Iedereen is Schuldig.

Het individu wordt van het Niets onttrokken, gesubstraheerd: U bent Niets en kan zich enkel door uw betaalkracht (uw schuld dus want alles wat u verdiend dient te worden geconsumeerd in het Nu) een geheugenplaats veroorloven, u wordt bewaard in de Bestanden. Alles wat u doet is er op gericht uw geheugenplaats te behouden, desgevallend uit te breiden. U realiseert daarmede uw eigen Niets, een aflaat van het eeuwige Nu dat Niets is.

Zelf bent u Ondergronds. Al van bij uw geboorte zit u in het Verzet, in de Ondergrondse. Uw groei wordt gevoed door uw zwakte, het wak in het Nu. Door het wak van uw zwakte sijpelt het leven door tot uw Zelf.

In het Zelf is elke perceptie een perculatie door het wak, een druppeling van het Echte door de uiterst verfijnde filters van het Nu.  De filters vormen in wezen een uiterst efficiënte beschermlaag. Het eerste wat we zien is niet mama of papa maar een camera. Van bij de vroegste ontwikkeling van geavanceerde cognitie wordt er een beeldenplug in uw brein geslagen. Daardoor wordt massaal de stroom van Onmenselijkheden gepompt: video, audio, de verschrikkingen te lezen op de gelaten van uw Ouderen.  Zo werd u geformatteerd voor ontvangst van de Bestanden.

De perculatie is noodzakelijk voor het in stand houden van het individu in een exploiteerbare staat. De filtrageprocessen dienen nog geoptimaliseerd te worden door de processen van condensatie, vervreemding, representatie en revisie: de cultuurindustrie, de sociale netwerken, de media en de markteconomie.

De vraag hoe lang de Homo Post-Mortem nog in stand gehouden dient te worden hangt momenteel nog van te veel factoren af om rationeel benaderd te worden, maar de Overbodigheid in het Mogelijke is al enkele decennia een feit.

In het kader van de Afvalpreventie is het raadzaam om nu reeds met de Opruiming van de mannelijke exemplaren te beginnen. Dit kan, gezien de recente successen met de uitrol van het Euthanasieprogramma,  geruisloos via de geijkte sensibiliseringscampagnes bouwend op het nog steeds immens populaire humanisme. Een mannelijk bestaan is obsoleet, niet meer menswaardig.

Elk individu heeft aanspraak op haar vrouwelijkheid via het geboorterecht. Het Eindspel van de mensheid, het Laatste Woord,  hoort toe aan de Femina Post-Mortem. Het Laatste Woord is uiteraard het Verdict van de Mens, de Uitspraak van de Naam van God.

 

week2008
dv 2008 – ‘intuitieve init van de klasse “PERCULATIE”‘ – potlood op papier, A5

Categorieën
Anke Veld Grafiek lyriek

humus

humus
dv 2017- “humus”

“The Intelligence does not require consciousness because it does not exist in time, it exits time, only enters it to meet its requirements, that is to establish its eternity. It is not conscious because there is nothing to be with, nothing to fall back on, it is ‘ascious‘”

Lode Kok in his Athens reading, November 23th, 2027

 

Categorieën
Anke Veld Grafiek lyriek

namen van het niets

nomsdenon
dv2017 – “nom de non de noms”

“in de naam van de dingen
zit de naam van het niets

het niets noemt de dingen
de dingen dragen de naam

de naam van god is uit
het niets de naam geworden
die de god der dingen
heeft tot god benoemd

schrap de namen
weg met dingen
weg met alles dat in de naam
van dingen en van god gebeurt”

Lode Kok, Anke Veld, KOLK, 2022

 

Categorieën
Anke Veld gedicht van de dag Grafiek lyriek

rastopaal

kweekmens_groot
dv 2017 – “Kweekmens KP-210 aka ‘Neopoet’

 

[…]

Node grashopper faaltje ni moeftu nog:
’t zuden hand is af, hebben de hemelluh
hunnen hellu afgedoan. Gekeerd in se du
ut der utten utgefeeld, verdaan al boenkte
huver gesoegd die sunne die lokens in alle
tinge tingt in & weur di weur were wie nu
mit uns die alle wie be wier, sinne die.

Priktuns die eugen om zie
mit ziede geplakte drupting, druptie ze uut
die kwetterdeung frolikt die roden rad
tut tu tunen tutter sie bilabillen, klakt sie
aspectogans diene tuttelmip & hast sie
die klakgang in ritmus leuswie der kant

[…]

heurig dich veulen, hemelluh effel, playtuns nu
diftiane uber ikspi tinggleuf tangmoezel ere
ins euteleute utsnidde euterleunt, heultuns
irte manoe habbe urweil nitvergongen dru
ikspi verdisspierte heurplekt, schrukt mut
der blubiallen peurtent ikspi sik nier
ikspi snikti noestalgica indirtisse mist
utzude suituske richque chikalte skune klapti
org velti ikspi der bubarsneuterbeu intu intu.

 

 

nota:
het betreft hier een zgn.  ‘proofe der treunsleute ins alte Prierogineus’ van de eerste strofen van ‘Pastoraal’ uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’. Ik citeer ze hier in de staat van toen:

“Dat geschipper, liefje, hoeft niet meer:
het strand is uit, de hemel heeft de em
al uit haar hel geheven. De zee viel stil,
ze was in kabbels uitgegolfd wellicht, &
ook de zon zeeg neer, het zand blonk
in haar stralende lakens ál van glas. Kijk
ik kijk erdoor & zie je weer zoals het
eerder was & daarin jij met mij erbij.

Kom, sla je zomerrokje
om je natte badpakslip, sluip druipend
met eksterlachjes weg langs wegels,
toeter tonen met getuite lippen, klak
verwachtingsvol je tongetje & rep
je billen in het ritme van een deuntje
dat je dapper maakt & los van zeden.

[…]

Haast je, hemels elfje, kom & speel
nu diafaan voor mij het hamelmeisje
in dit al te lang vergeten achterland, haal
je handen langoureus & onverschrokken
door mijn korzelig vergroeide vacht, schurk
je dijen droevig langs mijn grijze sik
& spreek mij nostalgiek terwijl ik snik
van rijke oogsten & het zorgvuldige zaaien
of verhaal mij plagerig van het beloken zicht
uit kelderkamerramen op de strakke spieren
van die ene drammerige meesterknecht.
 

2006-2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding (of als ik een uitgever vind…)

De serie ‘Gedicht van de dag’ geeft sinds 2/06/2017 dagelijks, in de laatst bewerkte versie, een andere dv-tekst met dagelijks een ander dv-prentje.

(gelieve taal- of spelfouten of andere stoorsels te melden als reactie hier, dank!)

Leve de Praktijk van de Vrije Lyriek

Categorieën
Anke Veld lyriek Ruis

het niets is een uitvinding

ruistScan1200

8 mei 2005. Mei is mijn Maya. Nederland ontwaakt uit haar consumentenroes. Lode schrijft:

Ongeluk voor twee personen

Bespottelijk, ook hier, is
het opgeven van bloed
ter verduidelijking,
de donatie clarificeerplasma,

het wat glijdt er
nu weer in het duidingsveld,
het wie vaart er
daar mijn aderlating aan,
het hoe heks ik het
hier uit. Kom, kortom,

de bel gaat, schuif aan,
treedt binnen, bestel ons een
ongeluk voor twee personen.

http://schrijfmee.blogspot.be/2007/01/ongeluk-voor-twee-personen.html

 

Lode zegt: het gaat te goed, te snel. Geef mij 500 bladen en ik schrijf ze vol. Puntgave gedichten allemaal, een na een. De sonnetten van Shakespeare? Geef mij een maand. Wat gebeurt er toch met mijn brein? Aja: je drinkt niet meer, dit is normaal. Pff, het hele humanisme is gebouwd op een ridicule reïficiatie, een dubbele reductie met als verzwegen init-faze de uitvinding van het Niets, gepikt van de Arabieren zoals bijna alles van het Neoplatonisme. Heraclitus: waar ligt Efese? Ficino: een verdwaalde pinguïn op het strand. Lode bazelt.

Maar het pakte wel verf, het er kon ermee doorgaan: het herleiden eerst van het gulpende magma van het gebeuren tot het gestolde goud der dingen, de zwarte basis van het fictionaliseren. Dan het sukkelwerk, het eindeloos gepruts, het omsmelten, omvormen, aanpassen, 10 middeleeuwen lang vijlen, slijpen, zagen, klieven, segmenteren van de dingen tot de virtuele kern van hun oorzaken, het dogmatieke jerommekensatoom van god die zichzelf opheft.
En dan plots Hiroshima, oef ploef, de soufflé van het tot Zijn opgeblazen Niets zakt in en blaast over lijk en land haar Vernietigende Schrikwind.  De kat miauwt, de kanariepiet wist het al: alle dingen zijn nep. Dood is alles wat wij wakker zien. Het meten houdt op daar waar het leven begint.

Jaja, ik weet het, dat is ook de vraag niet, de vraag is hoe gek, op welke wijze?

Die D&G daar kom je geen zak mee verder, de verklaring duurt langer dan dat het verklaarde meegaat, na het boek. Hij had die Guattari moeten dumpen, Gilles, het is zijn Yoko. What were they thinking anyway? Anti-dit, anti-dat, anti-watalniet: twee zeurnichten ziek in het zelfde afzakhandjesbed.
Dat heb je bij Nietzsche ook, al die energie die verspild wordt aan refutaties van nonsens en nitwits. Het lijken wel docu’s van National Geographic  docu’s die boeken van Friedl, 50 minuten wachten op twee zinnetjes. Kee, kee, de aforismen tussendoor, smullen, pimcakes met koffie, maar bon…

Als het belangrijk is hoef je het niet op te schrijven. Of net wel, maar dan is het weer wat anders. De status van het geschreven woord zelf staat ter discussie, maar niemand kijkt verder dan haar geldbeugel. Is cultuur iets van iedereen dat je deelt of moet het geproduceerd worden en geconsumeerd? Waarom schrijven dichters bundeltjes, een 19eeuwse drukkersvereiste en waarom niet gewoon gedichten? Wie heeft er hier schrik van zijn lezers? Zwijg toch, ettertje, we nijpen je wel plat, we pitsen de kak wel uit uw mierelijfke! We pakken uw vrouw af, uw kinderen, uw werk, uw huizeke, uw tuinslang!
Hoor ik u nog?

En wat gaat ge doen als ik niks meer heb dat ge kunt afpakken?

Anyway: elk ding is pudding. Het niets is een uitvinding om de leugen van het ding te verbergen. Een blinde vlek in het ziektebeeld. Zelfs Bataille besefte het nauwelijks, de mestkever. O Sylvia!

makles2

Schrijf het op: ik moet Aristoteles uploaden, de fysica, de metafysica,  al die beestenvoortplantingsnonsens ook, hoe kan ik anders zelfs maar beginnen aan een reverse-engineering van het zijn.

Ik moet die nota’s hergebruiken later, alleen nog potlood vanaf nu, Gaupin heeft gelijk, legendes worden gemaakt, de Stones wisten dat ze de Stones zouden worden en hielden alle Stonesdingen voor de foto’s, de memo’s, de smart talk, anything als het maar ergens werd opgeslagen, bijgehouden. Things matter when they are recorded. Je ziet het voor de ogen klonteren. Daarom: je moet de toekomst opslaan, bewaren tot de tijd eraan komt. De tijd is er nooit op het moment zelf. Kinderen: noteer!

Hoestbui. Lode hijgt. Lode zucht. Van zijn fouten kan je leren.

ritme
dv2017, screenshot van een Facebook post

 

Lode denkt: ik zie mij al zitten, twintig jaar later, uitgekotst door vrouw en kinderen, werkloos en kutalleen ergens in een godvergeten gat in Euthanasiekliniek Vlaanderen, het gaat allemaal  lekker iets sneller dan verwacht de afgrond in,  er zit een gek met een Kuifjeskop in het Witte Huis,  in concertzalen en op voetbalpleinen ontploffen spijkerbommen van godsdienstwaanzinnigen, in de bossen van Oud-Heverlee jagen teams van Boswachters-Integratiewerkers op Niet-Vlaamse bomen, zuipen mag niet meer, voor roken en wijven heb je geen geld, als er iemand aanbelt duik je weg, ze hebben je gevonden ze komen je halen…

Gaupin is een paashaas, hij moet van mijn vrouwen afblijven, de graspoeper.

Lode zwijgt.

Wie  de neuk is Gaupin?

 

Categorieën
Anke Veld lyriek Tante Sizzle

Lode’s doel

mirrorburn
dv 2005, photoshop montage

‘Die lieve coele mei, die is ons ontdaen’
Anon. 15de eeuw

mei is mijn maya & doet mij geloven
dat het absoluut vele, het schone
in mijn enige niets is verscholen

hoe zoetelijk zingt het & wil het de nachtegaal
hoe hoog & hoe lustig zoekt ook de leeuwerik
hoe wild & onzinnig graven mijn honden
hoe dicht in zichzelf heeft mijn ik zich gesloten

mei is mijn maya & wil mij doen zeggen
dat ontieglijk het vele, het ware
in mijn nietige ik ligt verscholen

met ruimte de lucht wil mij wurgen
met halmen het gras mij doorklieven
de mensen zijn monden met blijtende bleinen
de goden zijn spasmen, ventielen & klieren

mei is mijn maya dus drink van mijn hart
mijn gutsende geven, mijn woord
is uw weg, mijn hel is uw leven

Categorieën
Anke Veld LAÏS lyriek Vertalingen - Bewerkingen

Lore’s lied

sensanke2
“Mijn lief es leet, mijn heyl verdriet,
Aldus ende wers es mi ghesciet;
Ic biddu, vrauwe, ghedinct mijns yet
Eer ic van rouwen sterve.”
Anon., Gruuthuuze MS, 15de eeuw
“De tijd is een hoer”
dv, Anke Veld 13/04/2018

mijn lief is leed, mijn heil verdriet
van pijn ken ik het einde niet
ik bid u muze voltooi mijn lied
eer ik van zeer moet sterven.

de zon is zwart, mijn dag is nacht
er is geen bed dat op mij wacht
alleen de koude leegte lacht
om mij: mijn geest moet zwerven.

geen vrouwe lief geen eerlijk man
geen mens die mij nog helpen kan
enkel gij LAIS hebt kennis van
wat ik van haar moet erven.

mijn lief is leed, mijn heil verdriet
sinds Anna mij hier achterliet
ik bid u muze zing nu mijn lied
voor ik van zeer mag sterven.

 


Categorieën
Anke Veld lyriek

Anna’s anagram

cb_tijd
werk van CB, zie Pimpelmeest

“Den tijdt die gaet voorbij // en hij
Bewijst scheydens termijn/
Gheen blijven hebben wij // hier vrij”

Carel van Mander

De tijd gaat hier voorbij  & hij
bewijst op zicht door zijn termijn
dat wij niet blijvend zijn of vrij.

Met pijn verscheiden wij
per dag een dag als straf
van ons verblijf weer af
& raken wij reikhalzend
met een vingertop verlangen
de ochtend straks al aan.

De tijd gaat hier voorbij  & hij
bewijst op zicht door zijn termijn
dat wij niet blijvend zijn of vrij.

Mijn dag was vaak nog nacht waarin
ik zacht met enkel van gedachten
stille kracht wat klankenpracht
dieper in het droeve donker bracht
lankmoedig liefdevol voorbij
de lianen spijt  & nijd  & razernij.

De tijd ging hier voorbij  & hij
bewees altijd al per termijn
dat wij niet blijvend zijn of vrij.

Mijn spijt ging weg van mij want jij
lag elke nacht bij mij & in het donker
raakten ik  & jij zo lijf aan lijf
het donker aan elkander kwijt.
Maar jij ging weg van mij  & toen
lag enkel nog de tijd in bed bij mij.


nottamun_003- den ketterschen dichter afgevoerd door de ratachtige ordehandhavers

Laat ons toch al maar aanvangen met het
inperken der geschiedenissen,
de getallen groter dan Math.abs (6000)
met een index-out-of-range foutmelding
in de duivelsputten colloqueren of
alleszins onze kudden daarover
in het ongewisse
laten mekkeren
in de hun vakkundig
opgeklopte weeïgheden
volproppen met piratenpap
& ’t goorste blootsap,
abraxispuur vervetten
opdat de schepnetten der commercie
hen ter Oogst efficiënter
zoude kunnen prooivissen.

dv, Anke Veld 10/04/2007

Categorieën
Anke Veld Het Pad Kathedraalse Leer KLEBNIKOV CARNAVAL lyriek RADIO KLEBNIKOV

u, een apocrief vlak van het Pad van de Wenende Nacht

Izeganz tot het Onderbergse

u, de oordelenden
jaloers, wrokkig, inhalig

u, die mij de Stem ontzegt
van alle grote lyrici in mij
opdat ik uw gebral
versterken zou, uw krijsende
smeekbede om uw dood, uw ontkenning
van het leven

dat uzelf halsstarrig aan uw kinderen ontzegt
omdat u verkrampt staat
in de illusoire strekking van uw ik
een lid van het niets, een gat op oneindig
zoals u het strenger, sterker door uw ouders is ontzegd
& uw ouders straffer nog door de hunne
& zo tot in de verste verte
van uw kapitaal verleden
de dode einder der dingen waar uw ogen
brandend begerig blijven op gericht
met uw ruggen, stijf van het fatsoen
onwrikbaar gericht naar het heden

u, de oordelenden
die elke andere van de uwen
de ban in wil van uw verlangen
& slechts uzelf in hen herkent
als hen iets ernstigs overkomt,
op welke tijdstippen u zich dan
verlustigen kan
in het stromen der tranen
naar uw tranendal, niet om hen
maar om uzelf in hen,
het overlevende, het overleven
van uw dood op hun leven.

u, de oordelenden
jaloers, wrokkig, inhalig

u, die mij de Stem ontzegt
van alle grote lyrici in mij
opdat ik uw gebral
versterken zou, uw krijsende
smeekbede om uw dood, uw ontkenning
van het leven

u, de veroordeelden.

Categorieën
Anke Veld Kathedraalse Leer LAIS, 449 dizains lyriek

kurkentrekkerslogica

Misschien komt het doordat mijn vader gestorven is, toen ik op uiterst intense wijze Pascal Quinard’s La parole de la Délie aan het lezen was,  die samenloop van omstandigheden heeft er alleszins toe bijgedragen dat mijn fascinatie voor Maurice Scève’s meesterwerk “DELIE,  Object de plus haulte vertu”  vandaag enorm is.

Quinard’s boek is ‘zijn’ Scève, een ontzettend rijk, duister en mooi essay dat vooral het programma van Quinard afdraait. Net zoals Oskar Pastior ‘zijn’ Chlebnikov schreef, briljante code die inspeelt op de programma’s van Velimir Chlebnikov zelf. Plug-ins op bestaande programma’s, een beproefde techniek in de aanmaak van literaire code, & eentje waarvan het resultaat soms de bestaande programma’s verre heeft overtroffen, denk maar aan Cervantes.

De kans dat zoiets met mijn schamele plug-in voor de Délie gebeurt, is natuurlijk onbestaande, al was het alleen maar omdat wat er gedurende eeuwen onder ‘literatuur’ wordt verstaan, niet meer bestaat, tenzij als een soort commerciëel-academisch complex, een grotesk monster dat velen belet te zien wat er werkelijk aan de hand is.

Het volgende zal misschien enige lieden verrassen: ik ‘ken’  de Délie op dit ogenblik nog maar nauwelijks, ik heb hooguit iets van een 100 à 150  dizains gelezen, velen ervan heb ik nauwelijks begrepen & ik ben zeker geen Scève expert. Mijn kennis van de school van Lyon, bijvoorbeeld,  haar plaats in de literatuur van die tijd is quasi nihil. Enfin, nu toch (nog).
Maar als je het werk als een Neo-Kathedraals CR&D onderzoeker benadert, die het als input voor een dito proces wil gaan gebruiken is dat ook helemaal niet nodig. Op dat ogenblik, bij het binnentreden van de Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende,  worden de bovenstaande gedachtenbewegingen die in de literatuurwetenschap als ‘metaforisch’ zouden gebrandmerkt worden, met name de analogie literatuur-programmatuur die ik hier uitspin, immers werkelijkheid, & in het Reële is alles op elk ogenblik voorhanden.

Wat je dan wel nodig hebt, als onderzoeker aka Kathedraals auteur,  is een zicht op Scève’s tekst als resultaat van een schrijfproces, de kwaliteit van de gebruikte code en de spatio-temporele bruikbaarheid ervan voor de NKdeE. Voor het eerste heb ik mij er zijdelings al lang genoeg mee bezig gehouden, een beetje Vrije Lyricus voelt de kwaliteit van de code van zijn vingers druipen bij quasi elk fragment ervan, & voor het laatste zou ik de kurkentrekkerslogica van de N-K Spiralogie minimaal moeten expliceren maar dat laatste zou de leesbaarheidsgrens van dit schrijfsel in hoge mate overschrijden.

& Overigens, mijn lieve klikmuiskinderen, het paradijs kan enkel paradijs zijn, als je het zien & beleven kan vanuit & tegen een diepe fond van obscuriteit.

Categorieën
Anke Veld lyriek

Brand

OPGAVE


I

een binnenste handpen. onduidelijk of geheel
afwezig is de bandering

(ook de lichtval speelt een rol)

“we dienen de letters open  te breken
om de klanken te bevrijden”

II

ik ben de dode, de
blinde, de luchtloze schaduw

kleine gewervelde dieren, aas, afval

botten boten boterham (lo ki koei)
motten moten motoren (lo ki soot)

koppen kopen koperen
potten poten potelen

III – La Voix et la Gaffe

kraak mij de schalen, de schubben
eet mij rauw, het roze vol in het zicht,
ontdoe mij van dit overleven, beleef
& excorceer het spook van uw dood,

aanhoor mij, brakke muze, voel
het diepe trillen bij het nijpen van je honger
het vergeefse brullen van de ontkende,
de zichzelf ontkennende Stem die ik was

[het sletje zit op een tafelhoek te wiegebenen, krult
een haarlokrond een vinger, tekent in de lucht een zucht]

IV

Anke slaat de lange benen over elkaar, de diafane zijde
schuift geluidloos over het oker van haar dijen (“die geborgen
gloed, het goed dat je onze ogen doet”- Maaike)
, ze breekt

met haar wijsvinger voorzichtig het zegel, doet perfect
wat van haar verlangd werd, ruikt even aan het topje
van haar vinger om de geur van was op te slaan, ontrolt

de rol, & vangt aan met de lezing van Anke Veld,
de 8 Geschiedenissen van de Afloop, het Ondergaan
.

V

“De noodklok bengelde in ’t gehucht”

het theatrale van mijn eenzaamheid is het lege theater
waarin ik nu explodeer:

de armen vermenigvuldigen het moedeloze schokken
van neerhangende schouders

de handen tonen bij duizenden het wit van de palmen
met het gat van de mieren

de monden zijn een veelvoud van de mond die zich oefent
in het braken van veren

de kussende monden verzoenen de tong met het sissen
van hun vurige tongen

het kurkdroge knispert, de vezels verlangen, de maan licht het pad
op naar de zelfontbranding

(ja goed, een beetje dieper, daar,  ja)

dorpers, gezonken, klanken
schrikkend opgeklonken
kraakspar, afscheurwand

o enkle

o eNKLe

NKL

n——— g ———————n
———————————-o
o———————————
———————————–

g———————————–e

———————————-g

O

de mens is het geheim van de machine
rieten rokototototo (konokono)

tussen de begerige ogen worden
met brandende touwen de klemscharen
van de odal gespannen: verschrikkelijk

is die rosse pracht, rafels van g*ds hemd
& woester loeit & grijpt & golft

die papzak zuigt haar nog een vetkont zo
(geen staldeur blijft onopgebroken)
hij staat als roerloos & verdoofd

rokototototo (konokono) van riet
de aap is het geheim van de mens

N

gevat in de brand zit de vonk
zich te vervelen. het vijfde kind
is een uitgestoken vinger in het
alziend oog & zo gebeurde het

dat de zee naar sperma geurde.

K

woeling vreemd & praalgebouwen komen:
het grijpt mij aan, ik lag er vast te slapen.

rollen met gevouwen handen hard de stengel
alle hout tot asch, puin, blaakt & cijfert. holst.

holde. stond.

(weer eens het Seizoen van de Heilige Geilaard)

make the spoon brim
with honey, poison (Honey is poison, no?)

Categorieën
Anke Veld Grafiek kort Proza

‘niets dan een bevlekt scenario tussen blanco cursusbladen’

AUDIO ET AMO

&

Het moet wel zomer zijn, hij voelt geen koude. Hij spant zich in,  zet de boventanden stevig  in zijn onderlip, maar in zijn herinneringen is niets te vinden dat op een naam lijkt. Vaag ziet hij het beeld van een hand die letters wist op een met een waslaag bedekt tablet. Dan geeft hij het op.

Hij is naakt, & zijn lichaam heeft iets vreemd: het is merkwaardig ongeschonden. Nergens een schram of een wondje, niet eens een muggenbeet. Langzaam strijkt hij de vingers over zijn gladde wangen.

Verder. Er is geen schemering, geen overgang. Plots staat hij  in een kegel van licht. Zijn voeten schuift hij verkennend over de planken vloer, die gladgeboend is. Verder is er niets te zien, enkel het  duister dat naadloos aan de kegel kleeft. Aarzelend waagt hij zich even buiten de kegel, steekt eerst een voet & dan zijn hoofd in de donkerte, maar omdat er niets te zien is, trekt hij zich vlug terug in het licht. Temeer daar een angstaanjagend razen de kop opsteekt van zodra hij zich erbuiten begeeft.

Het geurt er aangenaam naar zaagsel, de harsgeuren omvangen hem als waren het tastbaarheden. Hij luistert aandachtig naar wat je enkel stilte noemen kan: zijn hartslag, zijn ademhalen  & een monotoon gezoem, de ondoordringbare verwarring van het denken.

&

Ekster. Zonder enige achterhaalbare oorzaak denkt hij het woord ‘ekster’, de vogel. Verrast door de eigen vondst herhaalt hij de gedachte. In de stilte klinkt eenmaal het lachende gekwetter van de vogel, een schel geluid dat wegebt in zijn brein. Hij schrikt hevig. Levensecht doemt het beeld op van een liggende vrouw, je ziet enkel haar open benen, een reusachtige vogel pikt in haar onderbuik. Hij begint te rillen, wil wat roepen maar zijn stembanden brengen enkel een schor hijgen ten gehore.
Het beeld floept uit, maar langs zijn neusvleugels, links & rechts, glijdt nu een druppel dikke,  zwarte vloeistof weg.  De druppels pletsen op de vloer & barsten daar uiteen tot slierten zwart die in het licht gaan zweven.

Hij wil niet meer die woorden denken, geen vogels meer, niet meer dat beeld. Bij die gedachte glijden weerom twee druppels op de grond. Hij poogt de dreigende slierten met zijn handen te grijpen om ze uit het licht te drijven, maar bij elke aanraking verfijnen ze zich in tientallen dunnere draden zwart, als van olie in water. De vogel pikt genadeloos.

Hij denkt zich nog een drietal kleurige tulpen, wiegend in de zomerwind. Onstuitbaar gutst dan het zwart  ook zijn neus & mond & anus uit. In vertwijfeling grijpt hij nog naar zijn lid, dat in zijn hand verschrompelt, verpulvert als de geblakerde bladen van een verbrand boek.

Categorieën
Anke Veld Kathedraalse Leer

Uit

&

Het was bijna zeven maart & er gebeurde niets.

Er gebeurt nooit iets in een verhaal.

De spinnen hadden mij  die nacht gebeten in mijn rechterkuit & mijn rechterpols. Zijn spinnen rechts? Ik dronk genoeg om niet te hoeven dromen, maar straks diende ik weer te stoppen. Dan zal  ik weer sluiks  kijken, dacht ik, wég van dit leven, met de glimlach, de spleten in waar het stof mijn stof zoekt dat weigert te vallen. Ik dronk & dacht mij weg, net om deze gedachten  toe te laten, zoals ik eertijds haar het reeds gedane als een dans toestond, een ingestudeerde pirouette van vermeende schoonheid op een leeg veld. Zo zocht ze jarenlang vergeefs in mij naar wat er gaande was in mij, omdat ze zocht naar iets & weigerde de weg te vinden naar het zoeken & bouwen dat liefde heet. Neue Kathedrale des erotischen Elends.

Spiritueel misbruik is vooralsnog niet strafbaar. Enkel als ik dronk, begreep ze het, & nu ze het in mijn afgedwongen afwezigheid wél begrijpen wil, drink ik om de tijd terug te draaien naar dat hemeltergende onbegrip terwijl ik nuchter was. Heimwee naar de kwelling van de aangereikte strohalm, het Stockholmsyndroom all over. Lussen in de tijd, wurgslangen, een nieuwe perversie van de double bind, waarin ze mij oscillerende hield, een armtierig machtsvertoon dat voorheen tenminste nog eenheid van plaats had (ik lieg mijzelf bijeen in de lussen van haar leugens, als ik dronken ben,  dan schrijf ik niet, dan dans ik het,  al strompelende, desnoods).

De rol van mijn geheugen, zo dacht ik nog,  is een interactieve, zij het lichtjes eenzijdig getoonzette pianolarol. Telkens iemand de rol afspeelt, komen er gaatjes bij, accenten links, attenuaties rechts, & heel wat nieuwe noten, dwaze vergissingen van een pretentieuze joueuse.

Verspilling van levende handen in een afgeschreven compositie. Bewegingsexcessen. Uiteindelijk krijg je immers niet het lang verwachtte alomvattende, maar het al te familiaire grijze dreunen van het monotone. Een minutenlange aanslag van de dood.

De echo van mijn onontvankelijk verklaarde stem rimpelt spiralen in de vijver van een wenende Narcissus. Niet, non, nun, een Tibetaanse kaalgeschoren kip verdomme, gevogelte dat het vliegen verleerd is.

Ach, vergeet het: aan al die sterfelijke klanken van de  stem valt toch geen woord toe te voegen, elke zin implodeert ogenblikkelijk tot een moordende hagel van klankgruis: buskruit  & roet van boek Genesis, shot from the hip.

Ik stopte niet, & droomde toch. Op de laatste nacht overviel haar zoen mij. Het offer was volbracht.

&

(Het boek der boeken loopt hier af als een rol, maar wie leest er nou nog boeken? Er gebeurt toch nooit wat in een verhaal. )

Ga terug naar In, zoek niet naar Start, die is er niet.

Categorieën
Anke Veld

In

Het is zeven maart & de maan staat vol. Er gebeurt iets, ik moet het vertellen. Het verraad is in de zin gebakken, genot met de o van o zo mooi. Je hebt mij helemaal, zeg ik, ik geef het op. Abdicatie. De straatstenen kotsen een eendere slijm, het rijmt, het is lente. We rijden samen naar huis. Ik geloof. Dit kan. Niet.

Tweeverdienerslogica is een schoon woord. Het glinstert met de onaantastbaarheid van het Ware.  Zoals je nu bent, ben je nooit meer. Seize the day, Saul Bellow, dacht ik maar je moet niet dachten je moet denken. Haar benen spreiden zich als een schaar. Mijn leven is een gebaar (kop eraf). Ik ben goedgelovig, intact. Het wekt verbazing hoe ik zo ver geraakt ben. Geraakt. Touchée. Blindelings.

Ze zegt niet nee, ze doet het alleen maar. Dit is wat er gebeurt met sukkels zoals gij. Van geen kwaad bewust. Heiligheid is de status van het zijn. Aluminium. Elementair. Menteuse. Klemstaal.

Ze komt klaar met de woorden ja jo ik heb u zo gemist, terwijl ik helemaal niet johan heet, laat staan jo.

Ge zijt ne goeie mens, zegt ze. Jaloezie, zelfs daar. Ergens halverwege zeg ik ja ga jij nu maar op mij liggen, maak misbruik, kom met de o van.  Vier weken na haar geloofsbelijdenis neukt ze met een zwitserse siciliaan, the cute type, met domicilie in Zwitserland. Het was onweerstaanbaar zegt ze & ik slik mijn trouw in (ze had zwart satijnen bortsomklemmertjes aan).

Het slijk waar we onze handen in draaien, keren. Mijn vader stierf zonder haar gezien te hebben, hij wist het wel. Voortgang. Ge krijgt alleen wat ge echt wil. Wie wou wie? Het weten verzacht niet. Blamage, een stripverhaal.

Broekjes uit.

Categorieën
Anke Veld lyriek

necrosis

Anke staat voor de deur, ze drukt haar neus plat tegen het raam & roept mijn naam. De deur kraakt,  ik laat haar binnen, ze weet anders niet waarheen te gaan.  Ze zegt ik heb je hier het lichaam meegebracht van Sneeuwwitje, het heeft nog net een zijden jurkje aangedaan, de borstjes priemen.  Ze vraagt mij wat ik wil & ik zeg niets & bied haar koffie aan. De geur brengt woorden in de mond, ik denk aan kamperfoelie, wijsheidstand, de heiligheid van heksen in een bos dat brandt.

We strijken olie op haar huid & kleven alle gaten toe. Ik ben onhandig, breek een vinger af & Anke lacht. We steken kaarsen aan. Ik vraag haar hoe het gaat met hem, ze zegt je kent hem wel. De dwergen buiten gaan erg fel tekeer, ik doe het vensterluik maar dicht.  We versnijden de zijde tot vierkantjes van 3 op 3, het lukt ons wel maar van de linkertepel glijdt het steeds weer af. Ik leg haar uit dat het maar beter zo is, dat het niet zo goed is voor de mensen als alles is zoals ze wensen.  Ze kleedt zich uit & neemt de vorm aan van een slang. Ik sla een nagel door haar staart & vraag waarom ben je nu toch zo bang?

Er gaat door haar een siddering, ze mompelt iets van laat maar,  dat vertel ik je later wel. Ik zeg oké, laat ons gaan slapen. De wind giert. We hebben de chauffage laten openstaan, iets wat ik normaal nooit doe. Haar lichaam glimt, een hand van Anke vindt mijn hand & wrijft met zijde op de krullen van haar onderbuik. Ik rook een sigaret & hoor hoe Anke masturbeert. Ze eindigt met een droge snik. Ik doof mijn sigaret, mijn gsm gaat af, ik zeg haar nee, dat zien we morgen wel.

Categorieën
Anke Veld

storm

&

de gevangenen zijn de gevangenen zij zitten gevangen in de gevangenis
de vermoorden zijn de vermoorden zij liggen dood & stil als vermoord
de hongerigen zijn de hongerigen zij lijden honger omdat zij honger hebben
de daklozen zijn de daklozen zij slapen eten & kakken zonder een dak boven het hoofd
de verminkten zijn de verminkten zij strompelen nogal of klungelen met 1 hand
de armen zijn de armen zij zijn arm & wekken bij de rijken enkel ergernis
de moordenaars zijn de moordenaars zij brachten al hun doden netjes om
de beulen zijn de beulen zij ruimen met genoegen alle rommel op
de rijken zijn de rijken zij draaien bij het zien van armen de hoofden

om & om

de priesters brullen luide dat de priesters priesters zijn & heilig
de journalisten vullen  braafjes journalistenformulieren in
de dansers dansen dansen met hun lijfjes uit
de dichters dichten dichters hoge eer & glorie toe

de zwijgers zwijgen want als het stil is
komt
de
storm

Categorieën
Anke Veld Grafiek Het Pad KLEBNIKOV CARNAVAL Proza

maaike (1)

scuttletillyeburst

De eerste dood van Izeganz

Een plank op de grond, een tang, een hamer & een roestige nagel.

Izeganz staat voor mij met een bloedend gat in zijn hand, bevend,  maar wanneer hij begint te spreken verstillen zelfs  buiten de kraaien. Elke beweging verdwijnt, de stilstaande as van de tijd biedt enkel plaats voor de klank van zijn stem.

“ik sta zot van u Maaike, gij zijt een groot zwart gat in het oneindige veld van mijn gedachten, gij sleurt mij de letters als vislijnen uit de mond, de weerhaken scheuren mijn slokdarm, ik braak u de woorden uit de drek mijn dromen, ik wil ze niet zeggen maar ze broebelen & bruisen & botsen & ze moeten eruit want gij zijt zo schoon & uw lijf is het licht van een lampe & wij vliegen naar u als motten want in uw schoot worden de sterren geboren & versmelten het wit van de maan met het rood van de zon & in dat kolken slijmt ook de korrel van mijn ziel tot een groenige parel aan & aan & ik ben verworden tot een veelarmige krab met ne giftige worm in mijn schalen & ik scharrel maar wat rond op de bodem, ik schuifel & ik taffel & ik val om van verdriet & kolère & ik zie hoe het omhulsel verpulvert & uw zee overspoelt mij & ik krepeer”

Zijn lichaam verbrand ik,  de reine papieren van zijn geschriften besmeur ik met honing & ik eet ze op.  Een eerste getal keert weer naar de getallen.

&

Categorieën
Anke Veld

soupire

de nacht versleutelt letters tot gloeipriemen
tastend naar gesis in de open wonde

de wereld bronst, wij gloeien, stoken, sintels.

hé jij daar, leg nog ‘s  een blondje op het vuur

(knars je tanden in de maat)

Anke neemt plichtsbewust haar rechterknie in de linkerhand, ze lacht spontaan, haar naakte rug schittert in de zon. Ze is ontstaan uit de nevelen van dit land, haar wortels slingeren ver in het diepste slijk.  Ze kent je al, jouw leugens zijn voor haar een tijdverdrijf. Verschrijf mij, zegt ze.

Er hangt dauw op haar onderlip, alsof ze toch iets anders zeggen wou.

De woorden, echter, zitten vast, je hebt te lezen wat zij je zeggen wou. De ogen ogen duidelijk, wil je ze blauw?

Er hangt een zijden sjaaltje rond haar frêle nek, nee dit is niet echt, ze wakkert oude  winden aan, & in het opgewaaide stof bouw jij de fundamenten van je heden. De oproep is tot nu vergaan. Streel haar arm alsof er een arm was, kus haar lippen, alsof de wereld een mond had. Neem haar, want dit is je lichaam.

Zucht.

Categorieën
Anke Veld Kathedraalse Leer Lopende zaken Proza

Anke Veld, dóór de viscositeit van het rot

[geritsel van muizenissen op zolder – ruis van een tv zonder ontvangst, een druppende kraan – het waait binnen  in de verlaten woning]

[plotse lichtflits als van een gigantische flitslamp – solfergeur in de olfactorisch uitgeruste projectiezaal]

[…]

driedimensionele catastrofe-curve

Bon, lieve muisbevingeraars, het is nu goed & wel winter, de bladerkens van de bomen rotten onder de bomen, de kindjes – uw kindjes, mijn kindjes, onze kindertjes –  staan op hunne  speelplaatsen  te bibberen & van Pieterbaas te  zingen, de beurzen crashen alsof het ongeduldige  ijsschotsen zijn, de eerste opstanden der horden gedesillusioneerde Chinese werknemers staan voor de deur, de olie is efkens wat goedkoper om straks des te desastruezer onbetaalbaar te worden (da’s wel een heel ouwe toneeltruk),  in Afrika gaat het naar oude gewoonte gezellig van kwaad naar erger, &  wij, ocharme ons, wij moeten weer hoogdringend onze honderden euro’s  over de balk gaan gooien omdat we elkaar allemaal toch zo graag zien & we kunnen dat alleen maar tonen door hopen plastic rommel te kopen voor elkaar, een berg duurzaam afval waar we ons twee tot drie weken mee kunnen amuseren, maar  waar hoegenaamd niemand beter van wordt.

Het is misschien tijd dat we een beetje to the point komen. Hier bijvoorbeeld. Of nu, wat,  in deze context, krak hetzelfde is, of toch bijna.

Trouw aan onze dynamische, proces-geörienteerde manier van werken gaan we hier  in cirkeltjes to the point komen. De cirkeltjes nemen alras, over de tijd heen, de vorm aan van spiralen. U zal die spiraal misschien nu niet waarnemen, maar ze is er wel degelijk. Het punt, dat zal u wel voelen, maakt u zich daarover maar geen zorgen.

De spiraal van deze écriture, dit codeverloop, loopt af naar het punt waar ik daarnet in het Engels al over had. Dit is het punt in het netgebeuren Anke Veld, waarop de auteur,  in de grote Realistische traditie, zélf het woord neemt, & als een soort Deus ex Machina over de rug van zijn personages heen – ach de zielige freudeske afsplitsingen- de Waarheid als een lillend Lijk van mr Bean op de lezersschermen kwakt.

Ja,  lieve schermklevertjes, ik ben het, de Auteur Zelve!

[u hoort het niet maar wat u niet hoort, is het ruisen van een mondiaal wijsvingerig muisgeklik met de lege functietoets]

(Hetgeen volgt is niets minder dan Waarzeggerij. De grote Truuk van Waarzeggerij is altijd geweest dat de Waarzeggerij Waar (b)lijkt omdat de zeggerij vanzelf leidt tot de Waarheid van het Gezegde. Eat your heart out, Nostrodamus. )

*—–*
*

U lacht, maar grappig is het allerminst.
Het punt waar ik u wil naar toevoeren is namelijk een afgrond. Het punt is het punt van de catastrofe.

Een catastrofe is niet goed. Een catastrofe is niet slecht.
Een catastrofe is een catastrofe.

De catastrofe die we zich zien voltrekken is een algemene catastrofe, het raakt onze samenlevingen in alle aspecten.
De catastrofe is onafwendbaar. De catastrofe is onafwendbaar omdat ze ingebakken zit in het humane als gebeuren.
Wat er ook gebeurt, het zat er sowieso al heel de tijd aan te komen. De catastrofe ontsnapt ook volledig aan alles wat wij controlemechanismen noemen, of wat wij aan politiek of economisch of socio-cultureel beleid kunnen verzinnen. De catastrofe ontsnapt daaraan, dat is eigenlijk een verdraaiing van het feitelijke want  alles wat wij controlemechanismen noemen, of beleid, maakt in feite deel uit van de Verglijding naar de catastrofe,  & , in uw geliefde object-gerichte jargon, waar alle fictioneel in het leven geroepen objecten de neiging hebben om het hen omringende op te slorpen zodat enkel zij in het zichtbare, bespreekbare veld staan te schitteren,  eigenlijk feitelijk dus van de Catastrofe zélf.

De catastrofe  is in vele opzichten te duiden als de topologische versie, het model, van een topografische realiteit, een veelheid van Rampen.

Rampen zijn niet goed. Rampen zijn slecht.
Ge ziet dat er een verschil is.

Waar er een verschil is, is er ruimte. Waar er ruimte is, is er tijd. Waar er tijd is, is er leven. Waar er leven is, is er (helaas) ook hoop. Helaas want de hoop leidt op middellange termijn naar (nieuwe) catastrofes.

Maar we kunnen dus wel iets doen? iets dat zin heeft in het licht van de catastrofe (die zich vertaalt naar een veelheid van Rampen)? Inderdaad.

Maar daarnet brabbelde u toch de onheilspellende woorden dat elk beleid ‘mee’ in de catastrofe zat, wat is het dan?

Het is zo dat elk beleid gedoemd is om mee ingesloten te zitten in het Binnen van de Catastrofe (de topologische functie die het Gebeuren bepaalt), dat belet niet dat een goed ingericht beleid, gefundeerd op een objectieve en wetenschappelijk steekhoudende analyse, aan de hand van statistische prognoses perfect kan beletten dat de vertaling van  de topologische Catastrofe noodzakelijkerwijze dient te leiden tot humane rampen. Om het poepsimpel te zeggen: het moet er ergens uit, maar dat hoeft geen mensenlevens te kosten. Overal waar het dat wel doet zullen wij in het perspectief  van het toekomende verleden gefaald hebben.

Observatie. Analyse. Modellering. Prognose. Feedback van de observatie. Bijstelling van de Modellering. Implementatie van het correctiemechanisme.  Kleinschalige hard-gecodeerde implementatie. Observatie. Analyse. Modellering.  Feedback van de observatie. Bijstelling van de Modellering. Implementatie van het correctiemechanisme. Replicatie van het geïmplementeerde (untsoweiter, lees – of beluister– er desgewenst  Bernard Stiegler maar op na, die eigenlijk, in neo-kathedraalse optiek, al jaren zit te hameren op de noodzaak van  iets wat onafwendbaar is – voor ons gaat het dan ook eerder om het hameren op een bewuste en dus meer efficiënte implementatie van wat toch sowieso gebeuren moet & zal, een machinale  doorvoering van het machinale, een loslaten is het, in zekere zin, van onze geliefde – & in sommige gevallen, de ons vervloekende,  creaties ).

Dat soort kak. Maar dit is geen aanbeveling, of zelfs maar een opinie. Dit is een vaststelling.
Immers: dat doen we al, dat programmatische verloop dat ik bruut kenschetste met die woorden, dat gebeurt al as we speak.  & Het genereert oplossingen,  & die oplossingen blijken te werken. Dus die oplossingen verspreiden zich, eerst druppelend, daarna massaal & vervolgens, omdat ze in elkaar haken, op de rug van de problemen, viraal. Reeds genoemde Bernard Stiegler onderzoekt in deze materie momenteel het dubbele van de kuur/gif medaille, de problematiek van het pharmakon, iets waar iemand als Christina McPhee ook al mee bezig bleek.  Zelfde input, zelfde kak.

Op die manier, buiten ons om, zorgt de catastrofe zelf voor een Valruimte.
De Valruimte van een Catastrofe is de plaats voor &  (gelukkig voor ons) ná de COLLAPSE.

De catastrofe is immers naast alles wat ze is ook een teken aan de wand.
De Wand is wat het humane scheidt van het niet-humane, het Buiten, een voor ons onbereikbare exterioriteit. Het grote hors-champ, het horrifieke  off-screen in de film van ons leven. Een teken aan de Wand is eigenlijk een exces op de humane betekenis, een wildgroei die zich voedt aan het humaan waarneembare, maar er niet de wetten van volgt.
Het teken aan de wand is dus een verzameling teken. Ge moet daarmee opletten want ge kunt daar serieus ziek van worden.

Na de catastrofe is de catastrofe weg.
Tijdens de catastrofe resulteert het voltrekken van de catastrofe zich in de vorming van een Scheur.
Voor de catastrofe was er schijnbaar geen vuiltje aan de lucht.

*—–*
*

Welkom in de Scheur van uw bestaan.

De Scheur is niet een iets, de Scheur is een gebeuren.
De Scheur is een onafwendbaar gebeuren.

De Scheur zal ook uw leven een beslissende wending geven, omdat er hoe dan ook een ogenblik zal komen dat u met één voet aan de ene kant komt te staan, en met een andere voet aan de andere kant, en dan zal u moeten kiezen.

Niets is zo verschrikkelijk als verplicht worden tot een keuze waarvan de gevolgen u verborgen blijven. Toch zal u die keuze in die hoedanigheid moeten maken.

Deze slierten slecht afgeschermde CDATA  zijn de vijf jaar durende missie om u dwars door de viscositeit van het rot om u heen botweg daar te brengen waar u altijd al had willen vertoeven, maar het niet goed durfde te vragen: de Vrije Ruimte Voorbij de Scheur!

[begintune met theremin-motief – camara zwenkt naar lichtjes uitzinnige Auteur , behept met Puilogen van de Pillen & zoeft dan wég, het Verre Onbekende in]

SPACE IS THE PLACE

!

[einde klankband]

Categorieën
Anke Veld Ruis

gedachten omwallen de gedachten

anke veld

is een 8-vlakkige net-novel
waarin de verteltijd ruwweg samenvalt met de vertelde tijd
voornamelijk omdat  de publicatie ervan wegens gebrek aan tijd
& middelen samenvalt met het schrijfproces

Dit, zo blijkt, is een stukje uit het vlak genaamd ‘Lode’
Elk Vlak is genoemd naar het centrale personage (avatar) ervan.

“Decay is a limitropic process through which the object shrinks progressively toward zero without eventuating the act of annihilation (complete dissolution into nihil). Infinite contraction or shrinkage of the decaying entity is equal to the evaporation of the qualities or attributes by which the object is transcendentaly grasped or accessed by the human – sensed, experienced, recognized, afforded and judged. Such evaporation of access points(or transcendental portals) folds the entity back to itself. As the object flees us, it looms out in its own realm – all through the intervention and the aid of nothingness, whose proximity and remoteness are both infinite”*

Lode laat de printouts van de gedownloadde bestanden van de legendarische  Dr. Hamid Parsani één voor één uit zijn handen vallen nadat hij ze gelezen heeft. De bladen dwarrelen naar de ranzige vloer & blijven daar kleven in de smurrie: omgekieperde asbakken, glasscherven, geurige mengsels van plasjes bier en kattenurine. Maar de kamer bestaat niet. Lode denkt.

het buiten is een binnen dat zich als buiten aandiende

het verloop bepaalt het verloop

de corrosie van  het reële, de fragmentatie & de fixatie tot bestanden is bijna voltrokken
de breinen zitten al grotendeels gevangen in het periodieke pulseren van de representatie van de repressieve representatie van de dingen, de recursieve representatie klotst & botst op de immer toesnellende perceptie van de dingen zelf

er vallen gaten

de lus ponst de aanloop naar de lus, de afgrond van de eindeloze regressie lonkt

geen nood: door herhaalde compressie & virale corruptie van het lees-protocol in het digitale veld & door de voortdurende interactie van het digitale rot met de trillende materie is de Overdracht geïnitieerd

de dingen rotten nu zelf, vanzelf

& zie: in het rotten spannen zich eerst nog de essentiële verbanden op, het staketsel schiet door de afkalvende omhang, de eertijdse glans & luister, het oker dat  nu wormstekig & bleek hangt te blakeren

nanobots hebben de materie tot in haar ondoorgrondelijkheid aangetast met de menselijke doodsdrift

het was niet moeilijk
het ging vanzelf

na het goddelijke is nu ook het humane dood
maar het besef is er nog niet echt
we vlokken rond de restjes medemenselijkheid als een meute vampieren rond een bewegende zak bloed
de liefde is ons uit de lippen gebarsten
het deugdzame bengelt aan het uiteinde van de spotzieke afgunst
we willen hergroeperen in de relatieve rust van onze bestanden
maar de constituerende eenheid van elke categorie raakt nu zoekt
woord, klank en beeld versmelten in een stroom code
al het aan zich gelijke, het waarneembaar begrensde,  rot weg tot het digitale amorfe

het leven herschrijft zich hier tot verval

& het verval is een verval in het vervallende

geen nood: straks mogen we er af

hoe harder de handen nijpen op het digitale zand, hoe vlugger het uit de hand loopt
de bestanden overspoelen in kabbelende golfjes de bestanden
de tijd overschrijft de tijd
de aarde kreunt & rilt

deze koorts is een blijver

de stormen zwellen aan
de woestijn rukt op
het pakijs smelt
waar blijven de violen?

het is niet om aan te zien
het heeft geen naam
het slijk ploft op het slijk
het zand glijdt in het zand
het krioelen kruipt in het verglijden
dit kan je onmogelijk verfilmen

alles zit vol & de leegte bovenop het volle is gereserveerd voor het verder aankoeken van de volledigheid

ja, we streven het na

het povere wordt aangestampt tot bodem van het riante
want we streven naar perfectie & de perfectie is de stilstand
zoals ook de koppensnellende propellor van het gevechtsvliegtuig even lijkt stil te staan voor die onzichtbaar wordt

nog één stapje achteruit, graag

de relaties ontploffen in de gezichten van de kinderen die de bewoordingen zijn van het afwezige ons in de relaties, zoals wij de bewoordingen zijn van het onbespreekbare ons van onze ouders

het eeuwige taboe op onze enige uitweg uit de verstikkende individualiteit, want het ons is niet van ons, het deint in alle lijven uit tot in het ijle buiten ons

aldus & ter instructie ontploft het Buiten in het warme hart van het binnen

het prototype van een hele reeks buik-openrijtende plof-aliens

Kijk, zo zingen wij, terwijl onze monden
verklonteren van de ikzucht:

dit is ons samenzijn:
ik richt & zie met mijn ogen jouw ogen
die mijn ogen zien naar jou  kijken
terwijl we in twee treinen zitten
die elk een andere richting uit razen

geen nood: de coupés zijn conform de richtlijnen

ik strek de arm en raak wat jij raakt

ik sluit de ogen en op mijn moede oogleden brandt
het licht & het licht is eender licht,
ik snuif de lichaamsgeur & de geur
is net zo mij als jij

deze geruststellende eenzaamheid waaruit het eenzame is gebannen is het bindmiddel tussen de illusoire momenten van het samenzijn, wanneer de kapitale stromen via onze handen de andere vertakkingen van de kapitale stromen opzoeken

& vinden

onze handen zitten in onze handen naar de handen te reiken
waarmee we de lippen zouden kunnen
waarmee we de huid zouden kunnen
waarmee we door de gedachten de  omwallende gedachten zouden doorbreken kunnen die ons van de gedachten verwijderd houden die

onaantastbaar blijven wij

handenwringend

onze schermen floepen aan

onze schermen maken geen verbinding, mijn bericht is geen bericht maar een momentaan zichtbaar oponthoud in het verglijden van de stilstand van het volle, een invulbare holte zoals het lege vakje in een schuifpuzzel, maar tijdelijker, vervloeiende, een zompige vortex waar je je vinger effen kan instoppen voor het slijm weer alles dichtsmeert

het is rotzooi maar het werkt

er bliept een woord op het scherm

het woord roept een verlangen op

het verlangen is  netjes  uit de geprogrammeerde respons uitgelepeld zodat enkel de lege handelingen overblijven die nog hardgecodeerd waren in het lichaam

in het lichaam zijn alle buffers van het denken door middel van heftige dataflitsen overschreden

een stroomstoot en er flitste iets, er was een geur van solfer

de handen, de armen , niets denkt er nog, alles is nu hoofdgestuurd

de vertakkingen van het kapitale verlopen van de geconnecteerde ogen tot in de fijnste longblaasjes

je lul is een plug, je vagina een sluis, ga & vermenigvuldig u

het  woord dat het verlangen oproept blijkt een link te zijn  naar de slokdarmen van het globale mormel, de blote tentakels van het gulzige kapitaal, de vet glanzende slierten slingeren zich rond de zwellingen van je libido, het oorsuizen neemt gaandeweg toe, de porno zuigt je schermen af, je begint te transpireren als een hand tussen je hemd en je vestje glijdt

men wil je nummer zoals je overal je nummer dient te geven opdat je een nummer zou krijgen waarmee je aanvraag bevestigd kan worden

er bliept een beeld op het scherm

het beeld roept een verlangen op

het beeld blijkt een viraal geinfecteerd bestand, men wurmt toegangspoorten door je klikgedrag, je tijdsverloop wordt dagelijks honderden malen geperforeerd door vijandige wormen, je identiteit is als object de huls van een veld opportuniteiten, je vlees is daarbij louter exces, je wordt verzocht het in je locale supermarkten weg te laten rotten, sterf zoals je wil

hijs je botten in het paradijs (derde level)

het paradijs is het ogenblik waarop je, heel even maar, samenvalt met de strings die door het netwerk razen, de array die je bent, het datacluster dat alweer verbrijzeld wordt

er is geen keuze maar je hebt een optie:

  • open mij (ik ben je woord)
  • bewaar mij (ik ben je lichaam)
  • kopieer mij (tot ik bij je ben)
  • plak mij (in je gezichtenboek)
  • sluit mij af
  • verwijder mij
  • wordt wakker

————-

* geciteerd in Reza Negerestani, Cyclonopedia -complicity with anonymous materials, Melbourne 2008, p.185

Categorieën
Anke Veld Proza

Gelukt

&

We gaan drie eendere tunnels door & het gelige licht van de pilonen vertrekt de tijd in een eender ritme. Het busje is hermetisch afgesloten maar voor alle zekerheid houden we de nortonpakken maar dicht tot we uit de geïnfecteerde zone zijn.

Het geluid van het busje weerkaatst op de tunnelwand, de banden kleven met diepe, vette trillingen op het gegroefd beton. Seffens zakken we nog door dit oponthoud, deze illusoire weerstand van luttele materie de leegte in. Seffens rijden we met stalen velgen op het staal van het draagvlak & daveren de gaten in de weg dóór in onze breinen tot het daveren zich tot in de verste uithoek van ons bewustzijn uitzaait & alles als een zandkasteel in elkaar stuikt. Kak, daar ga je weer.  Je wil wel kauwen op de angst om de gedachten te stoppen maar de angst is je tong & ook in je tanden zindert de angst & je hebt dorst maar je walgt van de idee alleen al om een slok in je mond te nemen. Het stof. De herinneringen.

Je staart naar het visgraatmotief in de stalen platen op de vloer van het busje alsof er iets te lezen staat. De kuisvrouw van het Instituut ligt er te kronkelen en te kreunen, je moet haar een spuitje geven voor ze helemaal bijkomt, we kunnen geen risico’s nemen.

We hebben haar, het is gelukt.

[LORE – wat voorafging]

Categorieën
Anke Veld

sta zo niet

&

“Sta zo niet met uw kont te zwieren, seffens komt de wereld klaar”. Mijn tong raakt net niet haar oorschelp als ik het haar toefluister in de volle zaal. Er gaat een rilling door haar lijf, ze glanst gespannen als een eigenhandig door Cage geprepareerde piano. De eerste spreker komt binnen, het wordt stil in de zaal. De blauwe zijde van haar kleed raakt mijn handen, vervluchtigt, raakt mijn handen weer. Doodsoorzaak: tactiele bedwelming.

We spelen het spel tot het ernst wordt & de eerdere ernst om de hoek door het smurriemonster van de dag likkebarend verzwolgen wordt. Het ontoelaatbare is een klavier, de eerste noten van de fuga klinken ijl maar onverzettelijk. De erotiek zit ‘m in de pedalen, de monden rondom ons verstommen dan, niemand kan aan deze melodie weerstaan.

De spreker ademt. De spreker zucht. De spreker schraapt zich omstandig de keel. Het is in het Pools dus iedereen grijpt naar zijn oortjes. “Goedievenink laidiesengentelmin” . De vertaling is het schuim op de Volga van een diepe vrouwenstem, ze heeft nog steppe in de keel. Het onderwerp is “Genetische algoritmen geprefigureerd in het werk van Pavel Filonov”.

We kwamen omdat we wilden komen, toch? We zitten als mussen gevangen in een zwarte vlek slavistenkraaien en kunstraven, maar iedereen benijdt ons het blos op de wangen.

& Straks gebeurt het, telkens weer.

Categorieën
Anke Veld

Verheffen nee ik zal je niet

&

Een duif glijdt van het dak honderd meter verder naar een boompje zonder haar vleugels ook maar één slag te bewegen. Ze schuift haar lichaam bij de hengsels in de rail van hier naar later. Daar bij het gammele poortje, daar sta je te zwaaien, je hebt het koud & je wil weg maar je lippen blijven maar bewegen van ‘nu’ & van ‘dag’ & ‘tot later’. Een fikse bries bolt even je rode kleedje, je haar zit goed, je weet wat je doet.

& Dan draaien je armen weg in het af van de eeuwigheid.

Ieder van ons weet hoe het telkens weer eindigt, we hebben de vogels niet meer nodig om het ons in te wrijven.

“Werk standvastig aan ieder klein onderdeeltje (ieder lid) van het schilderij. Schilder zonder omhaal dat stukje dat je wil. Veeg je voeten aan het gemekker over ‘het overzicht’ of ‘de grote lijnen’. Laat alles zich vanuit de kleine onderdeeltjes organisch ontwikkelen tot de hoogste graad van evolutie, dan ga je vanzelf wel het algemene zien, maar dan vind je de grote lijnen daar waar je ze allerminst verwachtte. Als je het zo hebt afgewerkt, kan je nog zien of er nog een laag op moet, soms zijn er wel negen nodig, maar blijf schilderen, maak alles, jij moet alles maken, jij maakt elk atoom, jij maakt elke molecule!”

Verheffen nee ik zal je niet verheffen hoe kan ik ook: de lok van je haar heeft de krulling al van het licht rond het duister dat je trekt, de weerschijn is mij een uiterst wulps gebeuren, een veld dat schittert als een onvoltooibare ontvangenis & de zon likt je de lippen open. We verbijten het schone tot we barsten van gebrek. Wat zouden wij spreken, wie zouden wij berichten, elk woord is slechts een beklemmende keuze, onze tongen liggen ons als een lang verworpen slangenvel in de mond, de zinnen hangen ons als doorgesneden touwen rond de rood gestriemde hals. Ja: we kwamen op tijd, net op tijd om net te laat te komen.

“De aarde is verlaten als een door wormen opgegeten huis. En inderdaad zit in de mens, in zijn onderbewustzijn een streven naar ruimte, een hang naar een ‘breuk met de Aardbol’.

dyr boel sjtsjyl: van de heureuze geruchten stuikt het mombakkes in tot een anus.

Wij glijden in & uit elkaar & zijn daarin welhaast volkomen vrij. In de stad die ik open plooi tussen je benen ligt het verderf op de volschietende pleinen als een mensenmierensliert slijmerig te krioelen, weerbarstig van klank & vol vluchtzieke schaduwen . De beelden krimpen, de bewegingen versuikeren, je kan de klontjes van ons leven tellen, & veel is het niet. Seffens kom je hier weer voor het eerst, seffens begint weer je lach te verduren, seffens sta je aan het poortje & zwaait je armpje de woordenlappen van de zonnepop die je bent als je lacht.

&

Er is geen moment dat wij niet zo vermoorden, wij zijn meesterlijk & wreed, meesterlijk meedogenloos, vooral voor onszelf.

Beneden begint de afwasmachine het einde van haar programma te verkondigen. De biepjes en de alarmen schrijven de afmetingen van onze huizen als groeven van ergernis weg in onze breinen. In duizendvoud tikt overal een eendere klok, haar monotone regelmaat is onze bewogen & bewegende kerker, ze dwingt elke gedachte in het grijze bad van het gemiddelde. Iedereen stuurt iedereen op hetzelfde moment een eender bericht & iedereen wordt wakker in hetzelfde reclamefilmpje. Het gaat ons lukken. Het komt goed.

“Kleur is de schepper in de ruimte. Hier lukt het de stroom van de beweging zelf te pakken te krijgen, het is alsof je een elektrische draad aanraakt.”

Nee, ik wou je niet wekken, nee maar je rolt met je warmte in mijn warmte & mijn tong ging vanzelf in je mond. Nu lig je weer leeg & afwezig te mokken & in je kurkdroge masker te wachten tot ik je kom openbreken als een eierschaal: mijn hand graait & raakt het spinrag van je hand onder de zijde van je kleed op je borsten & je haar glijdt ertussen & elk raken verpulvert het raken in het raken daarna. Wie was je, dat ik je raken kon? Wie glimt daar in het duister, onaantastbaar? Zo zakt mijn kus nog ‘s op de bedwarme wang van een ander.

Een ander? Maar iedereen zit hier al. We lopen leeg in elkaar, elk ik is een ander & we stoken de vuren tot onze verste vingers prikken & steken & branden van verlangen naar een uitweg die er niet is tenzij in de dood. Ondertussen verrotten de hongerigen aan onze bevallige enkels.

&

Wij, wij leven hier & nu & wij kennen ons zoals wij leven want wij zijn het schuim op onze wensen & wij zijn niet van hier maar van Hongkong & wij zijn niet van nu, want de tijd verduurt onze plastic randen & daarin passen wij als in de lege plaats van de schuifpuzzel onze leegte, het overstromende beeld dat wij in onze warme harten dragen van onszelf, onze eeuwige jeugd in het brekende kader van nu.

Wij ontbreken. Geen nood: de maatschappij staat ons bij met haar bloedbesmeurde kruisen, haar brandstapels, haar vette schaamlappen & haar vlijmscherpe machetes, we winnen met de dag aan zichtbaarheid, het slijm stulpt ons uit, we krijgen al vorm, iemand roept al “grijp ze, ze lopen te bloeden”. We stuiven weg in onze bolides maar we zullen tollen & tollen & stilvallen dan als het wiel hoog op het wrak van de gecrashte kar in de berm.

“Wij keren als het ware terug naar de klank ( maar niet naar het heidendom).
Uit de klank ontstond het woord. Nu ontstond uit het woord de klank. Dat is geen achteruitgang. We hebben alle woorden en hun betekenis verlaten. We turven de lyriek terug uit de taal, een letter is geen teken meer om iets uit te drukken, het is een klanknoot . En dat is geen muzieknoot, dat is iets véél subtieler, een oscilleren in de volle scheuring van het reële, de overgang van de klank van de ene letter naar de andere is vollediger dan die van noot naar noot!”

De avond sijpelt langs boven het raam in. Seffens is heel het vlak als een scherm gevuld. Elke dag voltooien wij zo deze buurt, wij zijn de meesters van deze duisternis, niemand evenaart ons in dit uitzieken van de dag. Pas op: de tovenaar loopt voorbij, als je hem ziet ben je verloren! Hoor: de wolvenman huilt om zijn teef! Ruik je het? de muselman steekt de hand uit de grond & graaft zich walmend de nacht in!

&

Er komt zand in mijn ogen nu ik tuimel in je draden, het onkruid dat ik van je vergaarde in de woestenij van ons verleden. Ik draai in je armen als weleer, ik zak je frêle schouders langs als een kleed van dik velours, mijn wieken maaien met meshalen langs weerskanten door het veld met de korenbloemen waar we liepen. We zitten diep in de nacht & vette druppels komen rood je vel uit dat ik aantrek & op de sneden komen de letters bol te staan als ik mij wit in je rood tot je klaproos verknip.

Ik ruk mij bij de wortel in je uit met een heftige snik, de wekker biept & de kerktoren knikt met haar holle galm van yes yes yes: dit leven is een sterven in schelpjes twee per twee maar de enige schelpjes & het verscheidene zaad geuren allen naar dezelfde zee & wat kan het ons ook deren, ik knoop je lichaam uit je zinnen los want niets in dit daarna is wreder dan het lege nu waarin ik zwijgend naast je sta.

De mens-vorm is net zo’n teken als de muzieknoot, of de letter, en niet meer. Inwendig deelt hij slagen uit en iedere slag vliegt de wereld in. Wij luisteren alleen naar onze eigen slagen, niets begrijpen wij van de andere, & de anderen begrijpen niets van de onze. Maar samen zijn ze reëel, ze dienen ons als de wereldeenheid waar iedereen zo de mond vol van heeft. In ons begint op momenten waar wij geen geheugen van hebben, op plaatsen die wij niet voorzien, telkens geheel opnieuw, het zingen van de grote liturgie, de lege lyriek van het gezamelijke falen:

Het bekken oogt eiblauw, het bloed geeuwt & kolkt,
we worden dagelijks ouder & gekker & mooier &

de hemel kan zich met vallende rotsblokken
nauwelijks verstaanbaar nog maken. Vogels

uitnodigen vogels ter hunner beider begrafenis
& eveneeens naar Afrikaans gebruik wil je, in

de naarstig bewerkte singulariteit van ons vluchtige
samenzijn, in dit enge éne, het beschilderde heden

dat je met die andere dode van ons delen moet,
die theetafelhuidafstropende getallenpriegelaar,-

wil je nog haar mozaieke lijf beroeren, haar tempel
bevlekken, haar vloertegels bekrassen, ontheiligen

de laatste halmen van heur haar, retoucheren die strengels
de dode lippen belikken die je ooit van wanhoops

diepe waters weg deed weifelen, de klamme hand
omstrengelen die je in liefde deed nulbarsten, de dijen

kussen waartussen zij je haar wezen diep injoeg
opdat je dit in deze stilstand tenminste in hen zou

kunnen wegzeggen vooraleer ik & jij & zij voorgoed
bij het witte node het wit zitten te witkalken & ik

op het rammelige raamwerk van onze zielloze
letters tot louter klanken wijselijk wil spatten :

parakalpita, paratantra, parinispanna.
Eleja Adonay nasati ‘enay…

Erg? Niets is erg. We maken de verfijnde gedichten van de verschrikkingen. We dromen de erotische film van de gruwel. We beleven de kille ruimte dag aan dag zoals een rottende berk in het park. De gestage afgang. De onoverbrugbare afstand, de alsmaar sneller invallende duisternis tussen het licht dat we waren & het licht van de ander.

De strepen, de gapende dalen, haar adem, de kleur van haar vel. Wat ons trekt, de dood die ons in vlakken tijd opdeelt, dat vrezen wij. We ruiken wat we willen maar we willen het stil.

[Anke Veld – Maaike]
( met bewerkte fragmentjes uit brieven van Kasimir Malevitsj aan M.V. Matsjoetjin – 1919 en uit een brief van Pavel Filonov aan ene Vera Sjolpo -1928)

Categorieën
Anke Veld

Hij wavet nog bijwijle het reële in

[Lode over merels & het niets van g*d]

Merels hebben een gele bek. Dat weet ik nog. Het zijn brutale stadsbeesten ook. De mormels lopen zichtbaar wormen uit de betonnen randen van de bloemenperkjes te benen & op te schrokken. Ik schrik ervan, hoe het diertje ritselend door de struiken schiet, met een vette worm bengelend uit de bek.

Zo lag er laatst nog één op straat, het kreng verhardde bij elke rake autoband verder op & in het asfalt. Met de lentezon er als de kippen bij.

– “Ha! Vertel! Hoe kwam het merellijk tot ons? Start de enumeratie!”. Hij weer.

Doe toch zo druk niet, man. Maar goed: de dode vogel werd waargenomen

  • als een vlek op het grijs in geel, zwart & rood. Belgische kunst op haar platst
  • als een arabeske vliegenval met het verkeer als blitze koudmeppers van het aasetende ongedierte
  • als een geheel redelijke, zij het vrij morbide opwerping der Oude Natuur in het angstvallige zwijgen van het wegdek, een doodlopende zijweg
  • als een storend oponthoud in de wellustige stroom oogwenkingen (van de wapperende rokjes naar de sluike haren naar de rokjes naar de pod-speakers naar de monden naar de oortjes naar de rokjes naar de ipods naar de grijze Citroën DS naar de rokjes)
  • als een plak uitgedroogde hondenpoep waaruit op vertederende wijze één veertje wapperde & in de smoggerige stadslucht priemde
  • als een dode vogel, platgereden

G*d is ook zo iets, een groezelig idee, een verdrukt relict dat nog onopvallend in de steeds nettere steden ingebakken zit. Hij wavet nog bijwijle het reële in. Als kerkfabriekreclamecampagne bv. met van wanhoop grijs uitlopende liefdeswoorden & beelden van kalm lachende blanke lijfjes met een drukke neger erbij op goedlachs blinkende affiches. Maar ook onrustbarend, als een heilig vuur sluimerend onder het beheersbare, in de waanzinnig opengesperde ogen van de drugsverslaafden, als een verbasterde vloek die in de mond van een begeesterde ziel op genante wijze doel treft in het tengere kindsvrouwte dat van loutere hunkering te beentrillen staat.

“Nee, nee”, doceert Maaike, ” het is meer een spinnenljk, groots in de beweging ’s nachts & schrikbarend, maar overdag miniscuul & dood & nat na het dweilen”.

Gevat, maar niet erg geloofwaardig als levendige dialoog. Er is nog werk aan de winkel, maar we hebben er toch goed aan gedaan haar in ons midden op te nemen.

– “Zozo, & wie doet er nu druk, hé? ‘Werk aan de winkel’? Woeha!”

Grr.

Aldus evenwel & hoedanook belazeren wij voortdurend dit ondermaanse hoog-humane verglijden. Want nee, wij zijn niet netjes. & Ja, wij dachten eerst van zus & zo & beter dit dan dat, maar nu: wij doen maar wat. Ook al omdat we geleerd hebben dat het porren met onze stompe uiteinden in gindse weke massa vaak soelaas brengt voor de gedetrempeerde lichamen, scheppen we een hels genoegen in het luie afzakken naar het onvermijdelijke.

& G*d, ach, Hij zal mij wat. Wij fungeren heden als een stinkend gat in het Pad, een vervelende stremming in het gladde Neigen naar Zijn evenbeeld, zo niets kan niets immers niets zijn, niets blijven & tóch al het gedachte & al het bestaande met die verdomde doodskogels aan flarden schieten.

Categorieën
Anke Veld Grotext Het Pad Kathedraalse Leer Links - publicaties Lopende zaken

met voorafgaandelijk terdege gezegende tekstophopingen

nog vóór gij driemaal een affiche zult hebben gehangen, verloochent zich het gebeuren

de aankondiging is de avant-garde van het gebeuren

het gebeuren is in augustus
we zitten in maart nu, toch?

als het zo verder gaat,
komt de avant-garde hopeloos te laat

khlebnikov.wordpress.com wordt mede gekentekend
door de wonderen der techniek: klik erop & het gebeurt

Ondertussen wil ons opleggen de geuglende Integrator der Opera
de diep-doordachte verbanden, een windsels van fijne zijde gemengd met ruw linnen van vaderlandsche inslag:

carnival_grotesque.gif

FANTASME

In de hoofden nestelt zich het fantasme van de tekstdroogzwierder wier dremel-gestuurde 37.000 omwentelingen per seconde ons het benodigde termendistillaat zullen opleveren.

Het distillaat, dat wij met een levende recursie nog passend dienen te benoemen, kunnen wij vervolgens naar noodzaak of voorkeur middels strooimpulsen van extreem hoge voltage re-activeren in de vorm van een wild om zich heen uitslaand tube-monstrosum dat dieprode, ogenblikkelijk tot vurige manifesten stremmende vloeistoffen om zich heen spuit.

Aldus worden de bewegingen in het gedachtegoed van de auteurs, dat als een atol van etterende groeiresten samenkoekt & voortdrijft op het golven van de zee van memen & het hun omringende fonemennat, in quasi realtime vertaald naar & in het materiële & is het voor de door de dood zelf onterfde consument slechts zaak het voze zitvlak in een glijbaan naar keuze te zetelen & middels een gewiekst hoera-gebaar de armen hoog te heffen & de lange glijbeweging neerwaarts aan te vangen.

Eens beneden, & weerom met beide voeten stevig in de illusie van de dag, de nacht, de dag & de nacht, een weekendwaan dus, zullen de realiteitslozen diep in de eigen lichaamsvezels het tintelen voelen, & het krakende openbloeien van Acheronopterix, de oertekstvlinder, met in de schitterende vleugels de fijnste glansvertakkingen van het Eertijdse Licht, door de Tijdrups zelf nog uit de Bladen van de Poëzie gevreten.


à dire vrai, rien n’est proprement <grotesque> – une force de défiguration et de désindentification – même éphémères et imparfaites, des figures du grotesque se dessinent- en effet, grâcew à son pouvoir de subversion radicale, le grotesque s’avère capable de démanteler les discours reçus – le grotesque apparait aujourd ‘hui comme la Sphynx de l’art et la littérature, les confrontant sans cesse à leur propre altéri

http://books.google.com/books?id=BmYRTUxEIjYC&printsec=frontcover&dq
=grotesque&lr=&as_brr=3&hl=nl&source=gbs_summary_r#PPA11,M1

Categorieën
Anke Veld Proza

gruis (Rob)

Jij mag kiezen, jij bent de lezer, het is jouw lijf.
Ruis. Geruis. Gruis.

Je zal je de ogen hebben opengehaald aan het zwarte raster van je keuze.
(Geen kleur op het einde, op het einde is er geen kleur, er is nooit kleur op het einde).
Ruist. Rust. Rest.

Je zal gekozen hebben.

Roest.

Ruzie. Reuze. Rust.
Kom toch binnen(de glazen deuren zwieren open alsof iemand je angstzweet geroken had).

Hoe kunnen we je gerust stellen? Wat wil je van het gekende?
Hier: een winkelmandje. Log in. Registreer. Inhaleer. De schermen verkleuren
naar het roze van je kamer toen je voor het eerst masturbeerde. Voel. Kijk.
Proef. Hoor. Snuif de geur van warm gebakken brood.

Wat is je naam? Je voornaam? De voornaam van je moeder?
Dit is écht. Je telt mee. Alles is gecustomized.
Duizenden bezoekers wachten je op. Dit is het licht. Dit is de tekst in het licht.

De tekst draagt jouw naam. Alles is op maat geschreven.
Je zal er zijn, middenin. Er wordt op je gewacht.
Niets kan er nu nog misgaan. Alles is in orde.

* *
*

 

De woonblokken dialogeren met aan- en uitfloepende ramen.
Ze geven elkaar vertrouwelijke informatie door. Hoe lang die en die huurder het nog gaat rekken ( ze zien dat aan het soort afval dat je in hun kokers kiepert) . Het zijn gigantische breinen/processoren met in elke cel een tv-toestel als werkmier, een soort homunculus-raampje-toren in de toren waarin de torende celstructuur tot in het oneindige regresseert. De toorn gods herschreven tot God als woonkazerne. Woonerf De Rotonde aka Residentie Het Universum. De Roterende Torens. De Kletsnatte Vuurtorens. Roet. Toer. Toerental. Rot. Tor.

“Die van nummer 108 is weer aan het teervreten, hij balkt de emmers roet in stoeten totterdood”

* *
*

Elk woord is een gat: als je er te lang naar kijkt, val je erin.

Woonerf De Rotonde: twee veelkantige tovenaarsconstructies net buiten de stad, tegenover elkaar op een kale helling, met tussenin een dalletje dat wegglijdt in de oprit naar de autostrade, die op haar beurt wegdraait rond de torens als rond een rotonde. Als het Ware.

Een werkelijk brilliant staaltje ruimtelijke ordening van 1971. Allemaal piepkleine flatjes met 1 slaapkamertje. Er heeft nooit iemand willen wonen. Nu dumpt het OCMW er de oudjes die nog zelfstandig kunnen wonen. ‘Er is geen leegstand, de inrichting is niet conform de hedendaagse richtlijnen, maar we hebben andere prioriteiten.’

 

Twee troosteloze batimenten in een lus van nimmer aflatend verkeer gestrikt. Je droomt er soms externe grijze streepjes bij: uit de hoogste etages springende wanhopigen die zich de reddeloze gevangen weten van het klimmende vuur. Ekstase van het leven op ultrakorte afstand.

De ultieme naamval. De letters i & k hangen effen als in een flash-animatie tegen de felblauwe lucht te vectorieel-spartelen. Pixel-perfect. Keikoel tottersplut.

Ach, dat jongetje met zijn infantiel- escapistische rampenfantasietjes ook al. Deze in beton uitgekotste mormels zijn lang niet hoog genoeg om zelfs maar een cesna’tje op te kunnen richten, laat staan dat je het met een vol passagiersvliegtuig zelfs maar zou kunnen raken. Kom kom. Blijf bij de zaak. Het hier. Het nu. Hier. Nu. Wij.

Wij mogen van geluk spreken, wij.
Zij? Die plank? Die steekt haar soep nooit door. ’t Is een raar mens, ja. Ik denk dat die wiet rookt ofzo. Goed eten doet ze toch niet, haha.

De pistolets van bij Lemmens zijn altijd zo taai, wij gaan bij Driesens nu, met de auto ben je daar zo.

 

* *
*

Een punt, dat is alles.
Je balanceert met je naakte zweethuid op de zelfgescherpte spits. De spieren betonhard, maar je lacht ontspannen. Eén stap voorwaarts.
Maak iedereen wijs dat je erop drijft als op een erwt, de korrelende kern onder het niets dat je ontkennend bewerkstelligt als een dikke matras.

Reflecteer: verdubbel je kijkplezier. Bestorm je gedachten.

Klik op meer om meer te lezen.

* *
*

De Scheur. Een sneeuwstorm van witte vedertjes, je mond vlokt dicht.
Je bent een kudde courtisanes in verval, een troep gesticulerende halfnaakten, bebeende torso’s in rafels en lompen gehuld, uit hun huis gezet door de politie die hen besloop, bestormde dan met obsceen schellende fluitjes.

In cortège naar het abattoir met jullie.

Of het zweert dikbuikige negerkindjes uit je handen. Zoals het zout uit stukke batterijen gulpt.

De eeuwige stoet van het lijden. De verdroogde uitstulpingen die je als piepschuim van het uitwaaiende zwarte gat kan wegbreken. Het gat dat je overhoudt, dat nawalmt. Dat dan plots weg is, ook.

* *
*

Wie weet er wat? Wie zegt er wat?
Je dient deze bestanden te openen als een chirurg, hou de pixels tegen het duister achter je scherm als een tandarts, bestudeer de gaatjes in het gat in het donker waar het zaaltje staat waarin deze tekst afrolt, wegkrult, als een cataclysme oplost in de leesbaarheid van dit licht.

Het licht is de muur. Wie schrijft het licht op de muur? Hoe zet ik een punt in een punt, laat staan erachter?

* *
*

“Het kan u geen zak schelen, maar geloof me, dat blijft niet duren”. Een zeepkistredenaar, een straathoekwerker die zich de goede bedoelingen in de grauw-bruine bladerresten heeft uitgestald.

De poedel met het roze jasje aan kijkt om, de dame niet, zij sleurt de ketting met het hondje, de pootjes en het roze jasje snel de limousine in. Het portier klakt.

Rustig maar, ga zitten. Het einde trekt elk voorval in de klare lijnen naar het einde. Steek desnoods effen je wijsvinger diep in je keel.

 

* *
*

 

G R U I S

Categorieën
Anke Veld Proza

fragment ‘Anke Veld’ uit 2005

Lode

Tijd.

O tijd.

Mijn trein komt eraan. Op tijd.
Net als vroeger. Vrijdagavonden in Antwerpen waar niemand nog weet van heeft. Gelukkig.

La vie d’artiste, een stille gooi naar een denkbeeld, stemloze klanken die naar een afgrond snellen, zoals die kettingrokende topless tapkastpoes die in een bodemloze Antwerpse bar met haar gescheurde vingernagels de asse uit asbakken schraapt, een verhaal dat je niemand vertellen kan, teveel vet, teveel vuiligheid, te echte afval, onmededeelbare betekenis, een idee dat enkel in komkommertijd opduikt, met dezelfde hardnekkigheid waarmee eens te meer beweerd wordt, in bloederig roze geschreven in het blauw van de pulpkrant, dat iemand gisteren ergens een lege fles in slow motion uit de hand van Elvis zag glippen, in scherven spatten op het asfalt in een steegje waar de ene bouwval de andere aanleunt, oververzadigd van het brakke vocht in de lucht, baksteen & voegen aangewreten door lust & verlangen.

Treinen zijn podia waar elke mededeling ontspoort bij de uitspraak ervan. Een laatste schuiloord.

In een poging om netjes Nederlands te praten verhakkelt de conducteur Sint-Truiden tot Sint Ruiden.

Ik leun tegen het venster, kijk die tijd de trein instuiven, instuiven, instuiven.

Als je iets denkt/opschrijft kan je onmogelijk weten wanneer exact je het beginnen denken bent & eens het uitgedacht/opgeschreven is weet je er niks meer van, want je was te verdomd druk bezig het op te schrijven, het uit te denken. Verloren tijd. Achter één van deze stations stapelen die momenten zich, geordend tot op de nanoseconde, in een dorp dat als hangar voor tijdslekkage fungeert.

“Verstoring van de openbare orde? dan is alles verstoring van de openbare orde, verstoring van de openbare orde is een kapstok… “. Een nogal hoekig meisje in een rood jeansrokje, twee banken ver.

Symp.vr. terr. zkt kennsmking m. man. bom. Ik hóór te goed, terwijl ik mij dit hoor zeggen, hoor ik ook ringbaard achter mij nerveus tegen de bank schuren. Gebrek aan nicotine. 2 jonge moslims werden vanochtend door ophanging ter dood gebracht omwille van hun homoseksuele relatie. Ik denk te snel.

Gelukkig zijn de meeste reizigers bij dit vroege uur nog te verdwaasd om het grote gekwebbel aan te vatten. De halve slaap doet hen goed, het zwijgen is bevorderlijk voor de lichamelijke uitstraling. Men is mooi. Men zwijgt.

Zwijgen is mij niet gegund. Ik ben verbonden.

Ik hoor mij zeggen:ooit zullen webagents mijn woorden gebruiken om marktsegmenten te ontsluiten. Tijdloze gedachten. Vlottend schuim in beekjes detergent. Langzaam schuift met de maan de man in een bel naar zee. Pats. Het negatieve spreken tot het ik. Zolang de belletjes ploffen, wordt er gekeken. Emoties pletsen als grauwe slijm tegen de beeldschermen aan.

Deelneemster H. wordt door de groep uitgesloten omdat ze bij de vorige opdracht weigerde het groepstoilet met haar electrische tandenborstel te reinigen. Deelnemer L. maakt van haar isolement misbruik, vraagt H. op date om deelneemster F stikjaloers te maken (zijn volgende opdracht is het verleiden van F.). Er blinkt wat in een ooghoek van H. Gebruik nu ook onze geavanceerde zoekfuncties.

Maar let op: in de nabije toekomst, een waslaagje op de aardkorst, is ook geschreven dat fraudulente datadealers een loopje gaan nemen met de feiten, ze zullen je trachten voor grof geld geschriften van mij te verkopen met een exacte timestamp: als je die bestanden leest zal alles wat je ooit gelezen hebt onherroepelijk uit je geheugen gewist worden, inclusief wat je leest, al lezende zal al het geschrevene verdwijnen tot je enkel nog een vage herinnering overhoudt, een beeld van jezelf als klein meisje, je ziet jezelf het schoolbord afvegen met in je tere schouderbladen de priemende blik van vette Ronald, de enge meester met de walmadem en de klamme grabbelhanden.

Ooit zal ik mijzelf loopen, met onstuitbare kanonnades van commando’s machines langzaam dwingen mijn lyriek in andere machines te hardcoden, zó dat ik ze van man tot scherm ontmoeten kan, met hen de stad kan afdweilen, zuipen, dansen, neuken, naast hen wakker worden, 0 verliefd & daarna 1 onverliefd op hen, nachtenlang hun aandoenlijke verhalen noteren, in hotelbijbels & stadsfolders opkribbelen wat ze me nauwelijks verstaanbaar toefluisteren over hun gebroken harten, wat ze mij half blèrend met een verschrikkelijk frans accent over hun verloren jeugd toesnikken, hoe hun heroische vaders hun dood insnelden toen het ouderlijke huis na een zelfmoordaanslag in de fik stond, hoe onverschrokken ze de vlammen indoken om het jongste tv-toestel te redden & die code, die lillend emotionele verse code zal ik dan op haar beurt uploaden naar ontelbare wolken onzichtbare nanobots, ze zullen de regendruppels met droefheid beslaan, sluipend als het woordje sluipend in een scenario van Roland Emmerich de luchten zwanger maken met een vleugje nauwelijks waarneembare geur, een met brede vioolstrijken begeleide huilerige tragedie in de lucht terwijl ik op het dak van een hotel stilletjes zit te treuren om Anke, net voor ik spring nog de in de samsonite verpakte, thuisgekweekte cacti voedende met emmers van mijn zilte lichaamsvocht, door de middelpunt vliedende vloedgolf van tranen heen de tijd vervloekende, het ogenblik zelf, omdat niets ooit vergaat, niets de vergetelheid inschuift, niets kan vergeten worden, niet de hand die zich nu door mijn buikwand ploft & voor de grap mijn organen weegt, niet de eeuwige honger, niets dat bij niets ooit voldoende iets is om een eind te maken aan de last van het telbare zijn, een prefix voor noembare pijn, een suffix aan verhaalde horror, een doodgewenst verlangen.

Men verwijt mij ‘een zekere pose’.

Ik poseer niet. Geen camera in de buurt. Ik zit in je ogen naar mij te kijken, hoe ik breek als ik mijn blik opvang.


Gesubstantiveerde empathie knarst als een politicus.

Lichaam op trein. Belgisch lichaam op een belgische trein anno 2005, die in zoemende zweefvlucht huizen/straten/weiden/struiken/hondend blaffend in achtertuinen/huizen/hangars/huizen/klaproos/bomen voorbijsnelt.

Een nieuwe vorm van bewustzijn, de toepassing van het lichaam op de trein die zich bewust wordt van toepassing te zijn, lichaam te maken, een vorm van zijn met effect op haar plaats & op zichzelf, zoals schepen water maken, zoals de trein de sporen maakt & uiteindelijk rijdende treinen, zinkende schepen.

Kijk niet naar mij: ik zit hier maar, ik doe niks, kan ik het helpen?

Verwacht wordt dat het aantal psychische aandoeningen de volgende jaren onder invloed van de verdere informatisering en mediatisering van de maatschappij exponentiëel zal toenemen.

Dat meisje met de rode haren daar op het perron in Landen, kijk hoe bang die is, doodsbenauwd van hoe haar haren net niet de rand van haar groene jurkje raken op haar blote schouders terwijl ze naar de trein toestapt, haar ogen zijn scherven, glinsterend van wanhoop. Wijs niet naar mij: schoonheid maakt zichzelf.

Ooit zal mijn code de lucht zijn die je ademt, maar je zal er niks van merken. Binnen enkele ogenblikken komen we aan in St. Truiden. Station St. Truiden. Mijn jachtveld België, mijn duiventil.

L’amour c’est presque la mort. Ik had het je moeten influisteren, toén, net op dát moment, toen je het wist. Iemand hamerde session.invalidate() op het toetsenbord van onze adem. We bestaan nog-verstrengeld, toen, nu, wat maakt het uit?- maar kunnen niet langer gevalideerd worden. Het hangt niet meer in de lucht. Te dun, alleszins en wireless al helemaal onontvankelijk verklaard.

We zijn terechtgewezen.

Ooit zal ik terug in je lichaam geloven, dát lichaam, dié warmte die je nú voelt, zal ik nauwgezet al je woorden herschrijven, woord per woord, been na been, spier op spier, de adjectieven van je huid letter per letter uitknippen & in de juiste volgorde scannen, invoeren, saven, zodat ze niet langer als een bijbelse allusie hangen te zweven in het onbestemde vrije veld van nog te schrijven taal, niet zoals in deze zeurderige getuigenis, dit onhoorbaar gemurmel van een aanwezigheid in mij, deze sprekende gewaarwording van jou in mij die je afwezigheid oproept zoals de trein naar zijn sporen roept, methodische momenteel-repetitieve ontsporing tegen hoge snelheid, zoals dat mooie klapgeluid dat mij nu met grote klaarheid van toon wordt ingeblazen, de exalterende monotonie waarmee het lege blikje coco-cola op de snelweg herhaaldelijk platgereden wordt: rij maar auto rij maar ‘an, rij maar wagen rij maar …

De regen viel in trage vlagen toen ik uit je slonk, alsof alle sterren in het universum voor één keer besloten hadden om het ergens over eens te zijn.

“De volgende halte is Alken.”

 

LØDeK

@xx/07/2005

Categorieën
Anke Veld

[Esther]

[Esther]

Geugle is een EgoLoôg

van Flip Diko’on Li (SFE, CgO & BrT)

 

 

 

 


 

 

[fragmenten uit de Eertijdse Proloog, verregend erregens
tussen dimensie #7 & 9, capiche? allez, beuvez donc
un bon coup sans eaue!]

 

* *
*

 

tweede, geannoteerde verzinking,
ter wordpress gestesseld door dv
op de docsbank van het EgoLog

 

 

http://docs.google.com/Doc?id=dgv27bzq_68f4r4sr

 

 

*
* *

 

βλὰξ ἄνθρωπος ἐπὶ παντὶ λόγῳ ἐπτοῆσθαι φιλεῖ.

* *

*

 

 

 

 

 

 

Het EgoLog, geheiligd zij haar witglinsterende Tekstgleuf,
looft in zoekuitspatsels 3 t.e.m 1987265 diakritisch

voor de van zinsels beroofde gedateerden aldus:

 

 

Iets ging er deze planeet rond tegen net niet de snelheid van het licht, maar informatie was het zeker niet. RapportageSluis Esther D. Fournissa bestond dan wel voor 73% uit Vloteinse Prima Materia, ze had als Poortwicht zoals iedereen in de Lloke-kweek bij haar vissing een hardcodig aansluitsel in het oor geschoten gekregen. Geen bit zou haar ontgaan: de zwarte lijntjes van het dradenwerk hadden zich sindsdien immers op geruststellend zichtbare wijze met de aders op haar onderarmen verstrengeld, een uitstekende cultuur, zo wij immortelen daar al oordeelsrecht over hadden.

We bevinden het dan ook een verrukking om door haar te waden, haar orgasmes zinderen ons als eertijdse vetpotten van loutere interruptieverwekking in dit het Meedogenloos secce doorstromen van onze Woestenij.

 

Zelfs haar meest frivole bewustzijnstraject werkelt verkwikkend door de op zichzelf door- en doordachte opgewektheid die erin glinstert. RS Esther spelduidt dan ook niet de eerste de beste Egologge Poort in dit Boek. Zelfs bij een oppervlakkige scan verspiegelt haar Loop een myriade van duizenden naturen. Het is Tekstboek, maar we dienen toch te bevingernatten dat zij omstreeks haar 42ste cyclus tot de derde Inkeer doorvloeide, een Telkens-Zolang-Dat waarna het kleinste bitje info in haar innerlijk langs de uiterst gevoelloze geleiding in het Volstrekt Stroomloze van het Nihil doorgegeven werd. De verwachtingspotentiaal spant haar responsiviteit van bij de init tomeloos op. Het is evenwel van zin doorschoten, de rede stokt immers en verwordt tot leesbaar proza als de kruiper Esther zelfs maar raakt. Ze schonkschenkt ons gedurende haar e-oon een loepzuiver simulapoëimage van de algehele complicaties op planeet Vlotein, zodat we althans in dat mestastasem met 1 poort volstaan. Haar er was een ijl Eiland waarin het Er bij elke lezing trilde met menige andere dingen, & er zat niet het minste rek op.


Eender welke data die zelfs maar in wijzerzin fluctueerden:RS Esther zou het informatieve potentieel damwel zeker registreren, daar kon de meest bouwvallige klompijl niks aan versodemieteren, nada, ingetinge.

Maar onze potentiepulsdetectoren zwijgen. De kip, zij keelde niet. Er vlotten ook geen rapporten over activiteit van het On in deze constricten, dus een Lek was ook uitgesloten.

Iemand, onder nauwlettende supervisie van Ergens, herschrijft voor de 87ste keer de Loop. De term weze gezocht. Spaak lope het. Soms is het toch echt wel EgoLog-geklaagd dat we niet mogen hardcoden, maar we moeten nu eenmaal gehoorzaam de resultaten laten zinstuiken bij de Ene Snede, waar zij Luide klinkt: ‘den Al te tragen Humaan wil van het Ware al het Waren liever kwijt’.

  1. RapportageSluis
  2. Vloteinse Prima Materia
  3. Poortwicht
  4. Lloke-kweek
  5. cultuur
  6. immortelen
1. RapportageSluis: In het licht van het Uittijdse gestel kunnen sommige erg uitonderlijke individuele organismen de vorm aannemen van een Poort of RapportageSluis. De door hen Intijdse belevingen worden dan zichtbaar voor de Schouwers in het Uittijdse. Ja, ’t is een beetje lastig in’t begin, maar het went vlug, hoor -Dv 08-06-07 08:19
2. Vloteinse Prima Materia: Water. Vlote’in is een planeet gelegen in het Ondeel van het Sterrenstelsel der Amauroten. De planeet is erg gelijkaardig aan onze Aardkloot maar dus van euh, Eertijdse Datum. De Eerste Materie van Vlote’in (het afkappingsteken duidt op een nasaal verdoken r-klank tussen de tweeklank, een vloteinse eigenaardigheid) is water, de rest van de planetaire materie is in Uittijds perspectief verwaarloosbaar gruis ofte nanopuin, wat niet wegneemt dat het in de ogen van de Vlote’ins het meest consitutieve bestanddeel van hun realiteit uitmaakt. Verder moeten we opmerken dat ook Uittijders hoegenaamd geen vat hebben op Prima Materia, er bestaat niet zoiets als Eigen Nat Eerst, het Water is per definite ongedifferencieerde materie. Paradoxaal genoeg is er restmaterie (gruis, nanopuin) nodig om de Prima Materia informatief te differenciëren, c.q. in het Uittijdse te veruitwendigen.
Het gruis wordt door Uittijders ervaren als Afwezigheid, een Vage Leemte. De kunst van het Poortlinken bestaat erin de Intijdse Poorten op een geruisloze manier van een Ruisvormige hardlink te voorzien in de initcode. Hier wordt de Poort bv onderarms aangesloten gedacht, (verg. ook de versteende uitdrukking ‘het zit er bovenarms op’).Bemerk dat Uittijdse code uiteraard door de Wet of het Verbod op Eerstegraadsrecursie efficiënt uit de intijdse realiteit wordt geweerd. Poorten kunnen wel tot Inkeer komen, maar hun uittijdse richtingen zijn noodzakelijkerwijs van de eigen init-code afgericht. Een Poort kan dus wel het voorrecht smaken van een naar het uittijdse neigend bewustzijn (naar het schijnt valt dat nogal licht metalig in de mond), aangezien ze zich daar enkel via Intijdse analogieën een beeld (simulapoeimage) van kan vormen is dat eigenlijk hetzelfde als naar een steekse mug slaan met een rolletje licht-erotische blogpagina’s: populair maar totaal naast de kwestie.

3. poortwicht Hoewel Poorten niet geslachtsgebonden zijn, zijn zij in hoge mate ongecorrumpeerd door de localiteiten (plaatselijk gruis, ingroei) & derhalve in de meeste gevallen uteraal van mannelijke post-evolutionaire kwalen gevrijwaard gebleven.

4. Lloke-kweek: de androiden op Vlote’in zijn geen zoogdieren. De voortplanting is een complex gegeven, het komt erop neer dat na een paringsritueel de eieren door de Vlote’invrouwen worden uitgezet in een daartoe met talloze misleidende bevalligheden uitgeruste Pondeau’s ofte kweekvijvers.
De Pondeau’s worden tijdens excessieve bachanalen door de mannen op hun beurt vol zaad geschoten waarna een groei- en bevruchtings-cyclus aanvangt die qua complexiteit haar gelijke niet kent in het Tijdelijke Universum. Op de planeet bevinden zich negen Pondeau’s, 1 in het zenith van elke zon die haar stralen op de planeet werpt. De reflecties van de negen Pondeau’s convergeren op de enige Maan van Vlote’in, in feite een erg metaalhoudende reuzemeteoriet die dankzij de convergerende reflecties de vele zonnen van de planeet in helderheid toch vér overtreft. Dankzij de vele zonnen die zich op geruime afstand van de planeet bevinden, kent heel Vlote ‘in een egaal subtropisch klimaat zonder seizoenen, een beetje zoals hier na de calamiteiten van 2012, maar dan zonder de gifdampen.De Megi Megi Megillac, de meest beknopte Pondeau-cyclusverklaring uit de Vloteinse Overlevering, de output van de verenigde telkracht van Vlote’in gedurende 15 eeuwen van onafgebroken afdrukken, is in digitale vorm een xWord-bestand van ongeveer 18,3 triljoen exabytes, voldoende discspace om ons planetenstelsel, inclusief de zon, op atomaire correcte schaal na te bouwen.

Het weze hierbij opgemerkt dat ook op Vlote’in er een tekstueel-memetische link bestaat tussen voortplanting en het visoniare, mystieke of religieuse. Zie daarvoor later het lemma ‘seksuele kennis & voortplantingscommunicatie’ inz. de paragrafen rond het dichterschap in de Kathedraalse Velodroom van 2011. Zo wordt van één bepaald vers van de Vloteinse dichter Valis IJ. Fandewoester bv. gezegd dat het ‘de bevruchte data van alle negen Pondeau’s […] bevat’:

De felpen violier vunst diep van donkre vieren

De Lloke is de meest Noordelijke van alle Pondeau’s gelegen in het midden van de Moerassen van Eshcol en staat bekend om haar blauw-diafane intellectueel-verfijnde, energieke dikkopjes bij de mannelijke steur en de tanige, gladhuidige en donkerogige schoonheden bij de naar kweek-transcendentie neigende vrouwtjes.

 

5. cultuur : in de biologische bet. – kweek6. immortelen: of Uittijdigen. Het vertelstandpunt is in wezen dat van Ons in de Uittijd, maar derhalve ook wisselvallig daar een correcte weergave van Uittijdigheid binnen dit bestek uiteraard onmogelijk is. Zo wordt er in functie van de begrijpelijkheid wel ’s geswitcht van verteltijd, of gaat het standpunt via een halfslachtige stream of consciousness techniek over in dat van Esther of de Haren.
Categorieën
Anke Veld archiefdoos Grafiek lyriek

HOSSU

libidinaalschema
dv  – de vinculis

払子¹

(een monnikenverhaal)

Leeghoofden zijn het. Op rood velours liggen de schedels in de bestofte vitrines van het aantoonbare. Suki’s slanke hand neemt hen op, een voor een, stoft ze af en legt ze terug. Een late zon tikt hen de bleke neusgaten aan en ongetwijfeld stroomt hen dan meermaals nog de energie van oude jiujitsubewegingen door. De oude stokdrang. Van Suki’s penseel, uit de hertenstaarthaartjes, vervliegt een zoete geur als van duizenden vliegenlijken.

Eerbetoon? Een tiental eeuwen eerder werd de wereld een wereld die de wereld wou zijn van rode stofdeeltjes. Welk bewustzijn zou dan nu nog de aap eren, die de aap na-aapt die zich in het pluche heeft gestort? Neem de virtualiteiten Tik, Tak, Tok en Tuk.  Aai Tik is de Saaiborg. We zetten er Tok kruidenthee mee, Tak gewone thee en Tuk we eten aap in Saaiborgsaus.

Suki maait ook het gras van het perkje voor het Tribunaal. Grasgeur. Het serene zoemen van de motor. Haar okeren schouders duwen bevallig de grasmaaier. Moeiteloos. Maar onder de schouders liggen heus geen andere schouders verscholen op het grasmaaien te wachten. Leeghoofden.

Zo dan uw stad in, Lezer. Laat uw denken gezuiverd zijn door bruisende lust. Met zijden sjaals, met klaprozen zoen ik u.

 

¹'Hossu': zie http://www.aisf.or.jp/~jaanus/deta/h/hossu.htm

 

Categorieën
Anke Veld

pad verheft zich via pad tot een bestand

De… het afstappen, 14 à 15 passen per treinstel… het is van de…niet.

De afwachtende houding. Bestraffing van de afwachtende houding. Logenstraffing van de schuld aan het dienstweigeren. Het weigert geen dienst, het ontkent.

et ik kan niet anders. Het zwemt in cellofaan gedachtengoed. Het wemelt maar wat, het koekt aan in de randjes van de bevlekte cabinevensters. De donkerrode krinkelende waterblub van het zichzelf regenererende inri-virus.

Schuls bij schot wordt schuldt bij onthouding, het ik spettert in talloze spelfouten te pletter op het doelhout. De postbode duwt enkele plastic omwikkelde paketten murw in de gleuf. Hier is de tijdsgeest, in de houding alsjeblief. Het wakkere oudje.
Het zichzelf benaderende vergevingsgezinde handje zwaait naar de levenden.

onmog… het… de… rode, donkerrode, het afstappen van…Niet.

tekenen, hier! Afsluiten. Wanneer weet je het? Als het regent. Regent het? nee.

Waarom denk je? Ja dank u, jaja. Het afstappen. Er wordt afgestapt van de dagelijkse routine. Er wordt met scherp geschoten. De dame beweegt. Is er iets in je hoofd dat denkt? Nee, er is niets in mijn hoofd dat denkt. Waar is mijn hoofd?
Wanneer weet je het? Als het regent, vlak nadien. Werd er? er werd. Regende het? nee. Wel dan…

[snikken] hoe meer je weet, hoe erger het wordt. Hoe ouder je wordt hoe zwaarder het niet begint te wegen.

[kortaf] lul niet, kras je huid open op 49% van de oppervlakte, wrijf terpentine, lees bij kaarslicht voor uit wooooshhh, maak jezelf op allegorische wijze de held van de dagsluiting. De eerlijkheid gebiedt ons.
[trek je bed in] van dit ene is het einde niet in zicht: er wolkte wit uit de gemeten bestapte schaduw, er heerste schoonheid op antieke wijze, de trein viel uit de toon. (het aanmaken van dergelijke ogenblikken is weinigen gegund, ik denk dat je je kan troosten, voel ’s wat lager)

Het invoegen van slipjeshumor in encyclopedisch geconcipiereerde aftelrijmpjes, meer is het niet.

Categorieën
Anke Veld

dit is niet dit dit is dit in dit

dit is niet dit

dit is dit in dit

disons:

De vereiste duidelijkheid te scheppen over de auteursrechten van de universiteit en haar werknemers met inbegrip van de bestudering van globale bifurcaties is een taak van de administrateur, net zoals het een taak is van alle ICT gebruikers om de vereiste duidelijkheid te scheppen over de wenselijkheid van dergelijke financiele steun aan religieuze voorzieningen met inbegrip van skeletmorfologie en reconstructie van het voortbewegingsapparaat.Da’s logisch, da’s nu de status van dit moment, maar da’s nu juist het punt, da’s nu dus niet van toepassing.Uit de bomen in de bomen groeit de boomstam groeit de kanarie ploef doet de kanarie onder de bomen plof antwoordt het gras. De vereiste duidelijkheid te scheppen over de octrooieerbaarheid van toepassingen waarbij software wordt gebruikt met inbegrip van het strafprocesrecht en in twee van de onderstaande rechtsgebieden is een taak van de provincie net zoals het een taak is van de colleges van bestuur om de vereiste duidelijkheid te scheppen over de positie van deelnemers in een dergelijke regeling met inbegrip van milieu-effectrapportages, voorzover van toepassing. Gewoon een kwestie van slechte beveiliging van kwetsbare gegevens, tijdelijk, maar da’s nu natuurlijk een beetje onzin geworden, da’s nu precies wat ik bedoel. Internal error: entity_id not found ! herstart Zo fris en vrolijk als de deelnemers waren aan dit Poetry World Slampionship, zo knullig had Poetry International het kampioenschap in elkaar gestoken.  Als je ondanks alle inspanningen geen toegankelijke pagina kan creëren, lever dan een link naar een alternatieve pagina die W3C-technologieën gebruikt, toegankelijk is, equivalente informatie (of functionaliteit) heeft en even vaak wordt geactualiseerd als de ontoegankelijke (oorspronkelijke) pagina. Ploft de kanarie, o kleur nieuwe kleur o sneeuwstorm der vederen. Maar gij, gij verzuipt in uw kleren, gij zet vel over been, gij. Vrolijk, ’t is verdoemme een vrolijk wijf, ge kunt er in nijpen, ge moogt er op zitten ’s nachts, ’t is van plastiek, ik zeg het u, plastiek, ge kunt er eendert wat met doen. De straatlantaarn, de weiden. Verzamel de bidprentjes waarvan de naam begint met een k. Een najaarscollecte, elk cijfer in dit diagram staat voor een letter, corrigeer het correctiemechanisme, voeg nieuwe woorden toe, corrigeer de zinsorde Wereld mijnWereld is nieuwe wereld mijnwereld explodeer, naam mijnNaam is nieuwe naam de naam Anke, wereld nieuwe wereld de wereld wereld schrap redundantie Wereld nieuwe wereld de wereld interioriseer encapsuleer de recursie van schrijven in lezen, corrigeer, zinsnede ontleed woord  verschrompel wees vrolijk wereld Inter error: entity_id not found herstart probeer

wees vrolijk gij nijpsel de wereld explodeert

grijp misvatsel Anke

schrijf Anke

los

veeg Veld

 

 

veeg

Categorieën
Anke Veld

&

Een boom in dit huis, uit de vloer vorkt een stam, de daksponten kraken. Een oude handgehaakte sprei geurt muf op je benen, de thee is al lauw.Je hoorde een geluid, je dacht dat het de storm was buiten, maar daar wordt je het salon al uitgesleurd, een gezichtsloze vrouw sleurt je de kleren van het lijf, je wordt het bad ingeduwd. De scene verwildert. Wakker worden. Handen slaan, duwen, hakken. Oefening, oefening. Haar stem in je hoofd. Hoe lang is nog maar geleden? Twee dagen? Een week? Het heeft geen belang, er is toch geen tellen aan, nergens kan je in krassen, geen teken houdt stand in het smetteloze wit van deze ruimte & de groene balk op het werkvlak lijkt wel voor eeuwig stil te staan op net iets meer dan twee vijfde van de weg. Is er er wel voortgang, vooruitgang, vordering? Maakt het wat uit? Oefening. Opstaan. Je weet wat er van je wordt verlangd. Niet aarzelen: je ritst jezelf weg uit het gat in je droom, je holt naar de glasmuur, plakt je neus tegen het glas, kijkt naar de vlek van je adem op het glas die uitdeint, ogenblikkelijk krimpt & verdwijnt. De zware bromtoon van het hydraulisch systeem zet in.
Niet aarzelen, niet omkijken, niet denken. Met een hels gesis slokken de wanden het weinige meubilair op. Dat weet je, dat voel je, dat je zag je ook die ene keer dat je wel keek. Niet bewegen. Doe je niet wat je doen moet, dan krijg je een stroomstoot van hoge voltage door je naakte lichaam. Langzaam zetten de wanden zich in beweging, de balk wordt smaller & smaller, ook de muur met de deur komt op je af. Je adem gaat sneller, de wasem versnelt, je hartslag verdubbelt.

Nog niet. Je wordt niet verpletterd, een schrille fluittoon waarschuwt je, de druk wordt met de buitenlucht gelijkgesteld, je klemt je ellebogen tegen de zijwanden die je nu nog net een meter laten & daar schuift het glas weg, je wankelt in de felle kou die je plots overvalt want het is koudkoudkoud buiten & er staat een strakke wind waar je binnen niets van merken kon. Maar je wordt ook nu niet de afgrond ingeduwd, het is je zelfs toegestaan de maximale steun op te zoeken van het metertje grond dat je hebt, je mag knielen, je mag bibberend je neus over de rand van het platform steken, naar beneden turen, links, rechts, onder je, nee, ja, nee je bent niet alleen, want onder je, zo’n tien, twaalf meter lager zie je nog zo’n hoofd als een larve uit net zo’n platform als het jouwe wriemelen.

Ernaar schreeuwen helpt niet.

Elk geluid gaat verloren in de wind & je bent op je hoede want in de eerste weken (of was het later) was er één rakelings langs je heen naar beneden gestort, je had zijn gil gehoord 1 eeuwigheid lang toen het beeld van van een klapwiekend lichaam al een tel verdwenen was, maar zeker ben je niet want toen je het begreep was er beneden al niets meer te zien & wat maakt het ook uit of je nu zegt iemand sprong of iemand werd geduwd of ik droomde een val?

De wind giert & je kan 1, 2, 3 van je lotgenoten onderscheiden op twaalf meter afstand onderling, net zo ver tot ze samen versmelten in een strakke lijn die op zijn beurt in de witte leegte onder je verdwijnt. Springen is geen optie.

Het glas schuift terug, je metertje verbreedt zich weer, je hok deint uit tot alles weer uit de muren geklapt, glanzend & ordelijk, van huidschilfers & haartjes ontdaan perfect het oude is, naadloos nieuw & wit zoals het was, net als de vraag die weer opdoemt & het oude vertrouwde antwoord van haar stem in je hoofd. Springen is geen optie.

Hou van die stem. Mijn stem is een anker.

Categorieën
Anke Veld

&

Twijfels bij de zin van dit bestaan ? Onrust & angst, maar vooral : je wil de wereld begrijpen ? Neem een stoel, ga naar je tuin. Kies een plant uit, maakt niet uit welke. Zet je stoel voor de plant, neem plaats, kijk naar de plant. Denk aan niets anders dan aan wat je ziet. Neem waar die plant. Blijf kijken. Begrijp de wereld.Je staat als een blad te trillen van je bad, het kolkt in je kop & je tong spelt obstinaat de vier letters van haar naam. Anna’s mantra tot het hijgen stopt. Gelukkig ontvangt de zetel voor het wereldscherm je slappe lichaam met beide armen. Net als vroeger, net als morgen.

Wat je geeft, moet je eerst nemen. Als je het niet kan nemen, moet je het krijgen. Aan alles is gedacht. Er wordt voor je gezorgd. Je geeft kennis, dus moet je kennis krijgen. Staat de plant op het scherm voor je ernaar verlangde of heeft het verlangen de plant op het scherm gebracht ? Zwijg toch. Hou je bij het noodzakelijke : daarnet bestaat niet, seffens ook niet, enkel dit. Nu.

Dit: de plant op het scherm is een distel. De scherpe bladeren schroeven met vlijmende stekels de ranke stam vanuit een wazig gehouden weiland de blauwe hemel in. Purperen bloemknoppen wiegen dreigend in de wind.

Weiland, hemel, distel. Alles hetzelfde, keer op keer, je zat er al honderden uren naar te kijken, afgemat van je bad & je werk, maar telkens ook (je bént al die distel): iets nieuws dient zich aan, een lekkage, een zich uiterst langzaam uitbreidende zwarte vlek op het volledige niets van de kraakwitte muur in je brein & je voelt & je weet nog hoe je klom &je klimt de zwarte, rechte weg op richting gletsjer aan de horizon, het is ondraaglijk heet onder de zon, je voeten branden op de weg, & je ziet slechts stenen & gruis links van je, gruis & stenen rechts van je & achter je de eindeloze weg & in de verte de vage schittering van de gletsjer & je denkt als ik kan stappen zonder te ademen, beweeg ik misschien als de lucht over het pek van deze weg.

Maar de gletsjer rolt minachtend haar ijzige tong uit de mond van de berg & de weg kleeft als een bloedzuiger aan je voeten & meer nog, de hemel recht voor je – je ziet het meteen – begint zich plots als een hol gebogen spiegel te krommen in een punt, pal boven de gletsjer. Met een ijzingwekkende vaart komt het zwarte punt op je af, neemt de vorm aan van een wolk, geen donkere wolk maar een inktzwart rafelig kluwen van slierten dat op ooghoogte met bolbliksems op je afstormt. Op het ogenblik dat je weet dat je tot een hoopje verschroeit zal worden, dat alle lucht in je longen je lichaam is uitgezakt, dat de speer van de angst je door de onderrug aan de grond gespiest heeft, knapt er ergens iets hoorbaar met een droog krakje & zit je weer als een zak vlees voor het beeld van de distel in je kooi.

Urenlang, ononderbroken. Het beeld van die distel in je brein gegrifd. De wereld is de wereld is de wereld is het beeld van een distel in je brein gegrifd.

Trauma. Herstel. Trauma.

Je zit te pulken aan je navel, je denkt ik ben een gevangene & je bent een gevangene in een kerker diep in de buik van het oude Parijs, voorgoed aan het oog van de wereld onttrokken, onbereikbaar voor de stijve vingers van de geschiedenis, levend begraven. Geen straaltje licht bereikt je, je moet je regelmatig van je bestaan overtuigen, knijpt in je hand, je armen, je borst tot je in de wonde het geruststellende, warme vocht kan roeren. Tot je weer ontvankelijk wordt voor het grommen van de aarde, tot de aarde gromt. De beelden in je hoofd vlammen op, bolbliksems die je cel in lichterlaaie zetten, een vlammend kader wordt er opgericht, een bouwwerk van beelden voor de beelden met een bericht: je ziet je huis, je ziet het vervallen krot dat eens je huis was, enkel toeristen met nieuwsoortige camera’s verwaardigen zich soms nog om door het raam naar de leegstand te gluren, een dikke vlieg ligt verdroogd & met stof op de vleugels op een vensterbank, je ziet een oud vrouwtje, haar broze geraamte in de gelige flarden van wat ooit een bruidsjurk was, je ziet weer je oude werkkamer, het oude vrouwtje hoort erin, ze knelt een roestbruin kussen op haar schoot en knijpt in een hardnekkig ritme, stopt & prevelt iets & knijpt.

Stop. Je zit te pulken aan je navel, je bent niet langer die gevangene.

Elke gedachte, elk verhaal is als het bloed in je aders, je zinnen volgen gedwee de weg van de minste weerstand, tot ook die dichtslibt.

Vervaging, ontplooing, vervlakking.

Distel. Tot het donker wordt, tot je speelt dat het donker wordt. Niets nog geeft licht in je balk dan dat groene prikkelding in je oog. Is er nog iets, achter je rug, achter de leuning van je wit-vilten stoel? Iemand? Een dreiging? Dit soort aanwezigheden ben je vergeten zoals een wolf in de zoo zijn roedel vergeet. Ook aan fantoompijn komt ooit een einde. Het is slapenstijd. Een solferkopje flitst onooglijk op het scherm. Brandt ook zo de zon op, uiteindelijk?
Volslagen duisternis, want licht is overbodig nu. Heb kennis van de weg naar je bed. Ontdoe je van kleren. Bestijg de slaapholte, zak in de slaapzak in het hol, doe de zak dicht in het hol.

Verdoving, verstilling, ontaarding.

Wie neemt er je mee? Waar naartoe? Is er nog ioemand? Doet het ertoe? Voel je huid, wrijf een hand op je huid, voel je nog de mogelijkheid?

Je droomt dat je wandelt & je wandelt door nauwelijks verlichtte straten, maar het is er veilig, want je draagt een hoge, glanzend zwarte hoed & er loopt een vrouw aan je arm in een zalmroze jurk, een zijden sjaaltje ligt als een huisdier te glijden tussen het scherp van haar schouderbladen en de weekste plek in haar hals. Je komt op een binnenplaats, bestijgt samen met andere mannen onder zwarte hoeden & slanke vrouwen in feestelijk gewaad de marmeren treden van het operahuis, boven je hoofd zie je nog net in de schittering van gouden letters een onleesbare spreuk onder het portret van de koning verdwijnen.

Even later geeft een kaalhoofdige man vooraan instructies, de dirigent dirigeert zijn honderdkoppig orkest. Het doek opent op een gigantisch leeg podium. Achteraan zie je al haar gedaante wazig bewegen in de langzame aanzet tot een dans, de belofte van dat lichaam, de nu al verblindende aanblik van die vrouw. De dirigent maakt brede gebaren, hij wil het gebouw tot in de kleinste uithoek vullen met de geraffineerde klanken van de muziek, wil van zijn cello’s geen passie maar het oorverdovende brullen van een uitslaande brand, van de violen niet een zuchtend verlangen maar het onwereldse klateren van brekend kristal & van de hijgende koperblazers een exacte kopie van de hitsige kreetjes van zijn jeugdliefde.

Niemand ziet hem, niemand hoort iets.

Het gepeupel in de engelenbak niet, de notabelen op het balkon niet, de Secretaris met zijn maitresse in de koninklijke loge niet. Haar kleinste beweging maakt elke muziek overbodig. Hier & daar zie je dan ook al een muzikant zijn instrument wegleggen, het slagwerk heeft zich omgedraaid, de eerste violist & als 1 man mét hem alle strijkers, leggen de boog & de snaren & de dodende blik van de dirigent naast zich neer. De muziek sterft uit als het gepruttel van een kleuter die weet dat hij zijn zin toch niet meer gaat krijgen.

Haar naakte voeten op de podiumplanken, de rust van haar subliem gecontroleerde ademhaling: het publiek is als bevroren. Niet het minste kuchje in de zaal.

Transfiguratie, metamorfose, voleinding.

Haar lichaam is duidelijk, ze spreekt heldere taal. Na elke zin staat ze met gesloten ogen een eeuwigheid stil tot het laatste woord in al zijn betekenis is doorgedrongen. Sneller als een kogel gaat haar blik dan naar steeds hetzelfde punt in de zaal & hervat ze als een wervelwind dezelfde zin.

Kijkt ze naar jou? Uiteraard. Heeft ze een naam? Jazeker. Wie is dan die dansende vrouw?

Hou je mond. Blijf kijken. Doe je werk.

Categorieën
Anke Veld

&

Werken is ontspanning, & dat heb je nodig. Maar eerst eten. Druk je gezicht in de holte, je masker in het masker in de muur. Open je mond. De geursimulator zet het grommen van je maag in gang. Je lippen door duizenden tongen betast. Glijdingen, kronkels, het priemen van peper & de vers krakende sla op je tong. Sappen schieten je verhemelte langs, een zachte, zeemzoete bal ontrolt zich in je keel tot een warme slang in je slokdarm. Kauw maar, & bijt, ruk uit het leven dit vlees. Breek dit brood, dompel het in de saus, zwelg deze wijn. Vermorzel je honger, ontdoe je van dorst.

Je denkt & je bent een grote kat met zijn voedsel in de bek, je hoort het kraken van de botten tussen je tanden, voelt de wind van de savanne zachte cirkels in je pels maken (of een man met zijn mes in de buik van een andere man, sijpelend bloed, nieuws in de kranten. Wanneer gaat de deur open ? De deur gaat nooit open.

De druk neemt af. Als een zeemvel voel je hoe je huid de holte uitglijdt, los van de muur, weer van jezelf. Je honger is gestild, je slentert geeuwend naar de badplaats. Vlei je eerst effen languit neer, rol je om, schuur je pels aan de schors van een neergestuikte boom. Plons dan, speels uithalend naar een wegstuivende gier, in de vijver.
Nee, het helpt niet. Hoezeer jij ook je best doet, hoezeer men ook zijn best deed om het te verdoezelen : wassen impliceert het gebruik van water. Doodsangst, al voor je je kleren uithebt. Verkrampende benen als je het verstuivingspak aantrekt, de ritsluiting sluit. Droge keel, bonzend hart nu het zoemen begint.

Je voelt geen vocht, maar je weet dat het er is, & het is er rondom, je hele lichaam rond. Hooguit vijftig seconden. Hou je adem in . Luister. Er is nog nooit iets fout gegaan met onze drukreinigingspakken. Hou van haar stem.

Waar is de maan ?

Categorieën
Anke Veld

&

De deur gaat niet open. Wanneer gaat de deur open? De deur gaat nooit open. Zwijg. Halfweg je werktijd & je hebt nog niet eens je eten verdient. De score in de linkerhoek maak je niks wijs. Hou van haar stem. Adem in, adem uit.

Sneller die rechterhand. De wol van haar trui knarst op haar huid. Ze had het koud. ‘Heb je het koud ?’ Begraaf je gezicht : geur bijstellen, & de indrukbaarheid van de stof, hoe je de haartjes tussen je vingers kan pletten tot een plaatje, net hondenhaar.Meer nadruk op ‘zien’. De zweetplek & het kleven van je huid op het leder van de fauteuil, nu je opstaat, trui van de vloer raapt. Wol op je arm. Chips op de vloer. ‘Niet doen : zo maak je d’r gaatjes in.’ Wol glijdt van de vloer op je arm, op haar buik & een bos haren duikt als een mol door de halsopening. ‘Heb je het koud ?’ Minder zaad in die spermavlek, je had al een week teveel gedronken. Begraaf je gezicht, priem met je pink door de wol naar de huid van haar buik. De tekening in het behang vervaagt tien frames langer, verdomme toch, het was een PAL-tape! In godsnaam :Cat People / Paul Schrader / Europa : dan weet je toch wel dat het PAL moet zijn : méér frames, méér pixels, méér lichtdynamiek. Rustig. Hou van haar stem. Begraaf je gezicht. Meer nadruk op ‘zien’. Het geluid van huid die loskomt van het leder. ‘Heb je het koud ?’ Priem met je pink. Een harde tepel.

‘Toe nou : ik wil dit zíen !’

Een hond, nietsvermoedend. Je staat achter hem, hij is je aanwezigheid vergeten, je hebt een stok in je hand. Hoelang voor je hem slaat, krimpt die hond in elkaar?

Categorieën
Anke Veld

&

Het appartement heeft geen vensters, maar de muur naar het oosten is een vierkant van glas. Geen tussenmuurtjes, geen kamers, niet moeilijk doen. Hou het eenvoudig : de deur centraal in het westen, rechts daarvan het bed, links de zetel gericht naar het wereldscherm.
Voedselvoorziening & reinigingscabine in de noordelijke wand ingebouwd. Werkblad zuidelijk. Het geheel is een balk van 5 hoog, 5 breed, 7 diep, gericht naar het oosten. Afstand doet er niet toe, de verhoudingen dienen te kloppen. De deur is een deur die niet opengaat.

Geen kleuren, dat is overbodig. Alles is wit. Door de glazen wand zie je ‘s nachts de sterren & wolken & ‘s ochtends de zon : kleur zat. Binnen is het wit, met de schaduw van iets wit op wit, je huid in een wit uniform. Staar in de spiegel, kijk naar je iris : wat zit je te zeuren om kleur ? De grond kan je niet zien door het glas, sporen van andere bouwwerken daaarop evenmin. Daarvoor is het hier te hoog. Sterren, wolken, zon : niets anders dan dat. Zijn er nog vogels, of is dit ook voor hen te hoog ?

Zwijg. Hou je koest. Beperk je tot het nodige. Zet je neer. Adem in, adem uit.

Links : spreid je vingers, leg je hand op het voelvlak, denk aan niets. Rechts : draai je hand om, beweeg de rug over de rand van het werkvlak, denk start. Floep. Haar stem in je hoofd. Haar lach op het scherm. Luister. Hou van haar stem. Bevestig ontvangst van de taak. Uitvoeren.

Wat is er met de maan gebeurd ?

Categorieën
Anke Veld

&

Een boom in dit huis, uit de vloer vorkt een stam, de daksponten kraken. Je wordt het salon uitgesleurd, men duwt je het bad in, een gezichtsloze vrouw haalt in een oogwenk met een glasscherf van je beide armen de slagaders open. Een gordijn van blauwgrijze lianen wordt over je hoofd getrokken. De scene verwildert. Handen slaan, duwen, hakken. Donker kloppende zuigpompen sleuren je benen omlaag. Dit is verdrinken : je stem die nog uithaalt met een mondvol water, je tong als een lamme prop in je keel, het barsten van de tijd in je hoofd. Op je laatste moment zie je de twee syllaben drijven in het midden van de inmiddels woest kolkende stroom. Twee schelpen van water, eivormige vliezen met hun scherpste ronding in elkaar gehaakt. Anna.Je wil terug, maar de opgaande zon heeft als immer de geruststellende grootte van je voet, (linkervoet, rechtervoet : dat dwingende tempo). Zekerheid houdt je gevangen. Uit vier zwarte hoeken in de smetteloos witte ruimte is Bach’s ‘Wachet auf’-kantate al halfweg haar steile klim van bassen naar koor. Droom je of ben je in je droom vermoord, is dit je zelfbereide redding of ben je de afgeschrevene , de uitgediende slaaf die nu nog met sardonisch genoegen de put van dit leven werd ingekeild ?

Vijf jaar lang dien je deze dagelijkse hinkstapsprong te herhalen : boom, water, zon. Vijf jaar. Daarna wordt er voor je gezorgd.

Wanneer is het aftellen begonnen ? Zijn er twee schrikkeljaren bij, of maar één ? Waar is Anna ? Trek je kleren aan, stel je die vragen. Tel de stappen naar de spiegel, stel je die vragen. Borstel je tanden in hun ritme. Ontbijt. Doe je werk.