Categorieën
kort Proza

nergens

het fonkelde.

en de ogen en de handen waren heel even met de nacht alleen. het grauwe lijf  zat achter slot en grendel van de angst. buiten sloeg de zuivere lucht  witte zeilen open in de zee rond de pupillen, maar de opgesloten longen van het lijf verstijfden en het verschroeide er tot gans het lijf kermde en kronkelde. ontzet sloten de ogen zich en de handen sloegen zich voor het afwezige gelaat.

het fonkelen dreef hen verder uit elkaar. de maan blies bellen in de lege straat. benig blanke vingers tikten met hun weke nagels de bellen van het maanlicht aan. de bellen ploften, er zaten kleine draakjes in met metalliek gekleurde vleugels en vliegende kevers met vervaarlijke schilden. 

de benen kloegen en het lijf werd veel te snel door lust en nijd bevrijd. daar stoof alweer met opgekropt, immens en grijs lawaai de solferwind over  het nakende geslechte heen. 

later. het staat te wachten op de bus, het masker bengelt losjes onder de kin. de ogen glanzen droevig, de handen stoppen zich gebald tot nare knoesten helemaal diep in de zakken. in het brein klampen de ogen en de handen zich halsstarrig vast aan de gedachte dat het toch anders kan, dat het kan fonkelen.

en in een veel te zware kar zoeft ongezien de mooiste stem op aarde aan hem voorbij. het ziet haar niet maar hoort het zingen in zijn hoofd. het houdt van haar en zij zijn nooit en nergens samen.

Categorieën
Grafiek kort Proza Walg & Rot

kermis

een verjaardagstractatie

het is kermis.

de pleinen van Stad zijn één woelen van schelle geluiden, schreeuwerige kleuren en vette vreet-en drankwalmen.
hoog in de najaarslucht aarzelt Zon tussen het uitbranden van de viezigheid daar beneden en het zich hullen in dikke natte wolken. maar voor het branden heeft Zon zo laat op het jaar niet meer de kracht en de wolken vluchten weg van zijn afschuw. ‘als je zo doet, helpen we je niet’, zeggen de wolken die zich maar snel verder het land in laten waaien.

tussen de ontzette huizengevels die al hun luiken toeknijpen en de opdringerige kramen en attracties stroomt er een sliertige brij mensen, een weke deining die zich door de engten murwt als een slang. de brij zet een stevige laag af tegen de stoepranden van bevuilde vochtige plastics, voos papier en besmeurd karton.

Brij stroomt in drie snelheden.

één heel trage die zich, hongerig naar sensatie, vertakt heeft tot diep in de lunaparcs, de spiegelpaleizen, de spookkastelen en dat glijdend over de drankterrassen rondom gedrapeerd ligt als een ranzig kleed.

een tweede, iets snellere in tegengestelde zin, waarvan de lijven geil willen schuren tegen de tragere lijven maar die zich daarvan weten te weerhouden. de hoofden wijzen wel voortdurend als vectoren de plekken aan waar zich jongere, naaktere lijven bevinden. Zon vlamt in vlagen hevig op dat naakt zodat ze nog heftiger oplichten in het gewoel.

en daar schieten dan ook de schichtige elementen op af in Brij, haar derde snelheid die zich a-lineair, kriskras doorheen de andere twee deelstromen beweegt, ze kortstondig bespikkelt als schuimkoppen in openluchtriolen.

Brij houdt van deinen en schuren en schuiven, maar ze zou gans ongelukkig zijn zonder haar oplichtende schichtjes.

niet stil blijven staan is de boodschap, denkt Geest, in beweging blijven. zonder beweging word je aangegrepen.

door het half-rotte hout van het opstapje naar de kassa van de tredmolen met schurftige pony’s bijvoorbeeld, waar een zweterig type met een scheve neus en ingevallen wangen hem begluurt als een prooi, een bron van inkomsten. de houtnerven der plankjes verlaten, door hem daartoe bevolen, hun rottende hardheid en trekken zich als geanimeerde arabesken door tot in zijn schoenzolen, in het leder, op zijn enkel, langs de voering van zijn broek op zoek naar een holte, een kans op doorbraak.

of door de glinstering in de diep-blauwe ogen van de slanke blondine die geen tanden blijkt te hebben, en wiens tong in de afschrikwekkende leegte van haar mond een smakkend zuigen laat afwisselen met een heftige klak, een moorddadige trek- en kraakbeweging die je perfect hoorbaar kan volgen, in slowmo ziet gebeuren ook, hoewel ze een tiental meters verderop tussen de loeiende boxen van het lunapark heftig gesticulerend tussen haar vriendjes staat te lonken. nu ze denkt dat ze beet heeft begint het strakke roze rokje donker tussen haar benen te verkleuren en vliegen er al stukjes plastic en papier van de stoep op naar het nieuwe wormgat daar.

Geest wendt vlug de gedachten en knijpt in de hand van Elan en beiden verzuchten eendrachtig de wens op een ogenblikkelijke locatiewissel.
thuis in Grot ligt de kleine Afschuw in eigen drek te snikken omdat het niet mee mag naar Museum de volgende achttienduizend keer.

‘als je zo doet, helpen we je niet’ zegt Geest, en Elan plooit dubbel van het lachen terwijl Geest haar penetreert en ze joelend opgaat in driften.

Categorieën
gedicht van de dag kort lyriek rigorisme

eentje van het huis

“Hij had alles verteld. De andere, die ouder was, hadden we maar meteen afgeknald, die zou toch niks lossen. Die zijn kop hing te bloeden op zijn schouder, dat maakt indruk, dan nijpt ge ze al, hoor.”

Den Bère vertelt over zijn legioen-jaren. Hij is vandaag vader geworden, komt het vieren aan mijn toog. “Na alles wat ik meegemaakt heb, weet ik nu pas wat het leven is”. Hij meent het.

“Hij lag daar, vastgebonden aan die dode, en we gingen met een gloeiende stok over zijn voetzolen, en hij verklapte alles, en toen heb ik mijn Uzi op hem leeg geschoten.

Bert is glazenwasser nu. Hij doet zijn werk zorgvuldig, geen vlekken, geen strepen, vakwerk. Hij deserteerde, is getrouwd dan. Hij is dronken, maar niet te erg. Hij weent.

Ik vul zijn glas. En het mijne. We drinken op het wonder van de geboorte.

inputtekst (1992):

Categorieën
debuut kort Proza

mithra

dv 2018 – “mithra” – ink & pencil A5

het is donker geworden.
je staat er al uren, in de sneeuw, veel te dun gekleed. verkleumd moet je zijn, maar je geeft geen krimp.
je wacht. en wacht.

je wacht op mij. maar als ik kom, verbaast het je niet. verheugt het je niet.
ik zie dat je merkt dat ik er ben, eindelijk, maar dat verandert niets want je lijkt te weten wat er komt.

de sneeuwvlokken zijn vallende blokken zwart in het licht van de straatlantaarn. ik begin tegen je te praten. waarom sta je daar? waar wacht je op? denk je dat ik het ben die je gaat verlossen? denk je dat echt?
je bent een stomme trut weet je dat, een onnozele teef, een waardeloze lor, een vod.

haar gezicht is bespat al met mijn speeksel, mijn razernij glimt in het licht.
ze zegt niets. ze maakt mij bang.

“schat kom je nou? wat sta je nou in die spiegel te loeren, knapper word je er niet van hoor!”

om dienaar te worden van mithras diende je volgens sommige bronnen aanvankelijk in een soort nauwe arena, een put in de tempel een stier te overvallen om die met één haal de keel over te snijden. deskundigen gaan ervan uit dat het een variant is op de (auto-)castratierituelen in andere mysteriediensten.

Categorieën
accelerationisme kort lyriek staat van beleg

de eeuw van vekemans

O de dagen voor de vlaamsche verkiezingen! de oostakkerse kraaien lekkerbekken en de hagelandse heksen kirren!

hoogdagen zijn het voor de zweepzuchtigen der anti-politiek want niet alleen worden er de meest laag-bij-de-grondse roddels over de tegenstanders uitgespit en uitvergroot tot misbaar van de antichrist, elke politica met wat teint van vreemde origine toont zich dan ook ongegeneerd bloot in al haar machtswellust, de make-up van de image-building ligt er immers bij elke beweging zo dik op dat het heur barst in het onverbiddelijke licht van de media. imposant zij spartelt op de schermen als een uit haar schaal en harnas bevrijdde Alien en het gif uit heur tentakels brandt gaten in het wegdek onder de Reyerstoren en in het Neder-Vilvoordse. maar ook de autochtone mannen in hun scheve reservezitjes laten niks aan de verbeelding over en kinnebakken gezapig, grijnzen zich grijs in het gevolg van hun pionnen.

nochtans zijn velen ooit gestorven voor het stemrecht dat wij haten. de desillusie is er vooral ook onder de jongeren niet minder om. we leven niet alleen in de tijd van het fake news, de politici van onze lage landen zijn ook allen ten prooi gevallen aan het monster van de fake policy. Jaja, lieve duimelkinders: niet voor niets noemt men onze decennia in de leergangen later de eeuw van Vekemans! Een overschatting natuurlijk want langer dan de toestand  nu al duurt kan het echt wel niet blijven duren!

waaruit bestaat dan dit fenomeen van de fake policy? wel, in essentie gaat het om de re-engineering van een gebeurende gebeurtenis met als doel het eigendomsrecht van de betreffende gebeurtenis op te eisen als maaksel van eigen werf.

sta mij toe deze gevatte definitie even ‘uit te pakken’ zoals de bloggende filosofen het heden zo treffend weten te formuleren in hun met ICT-termen versneden crap of the day: zo’n zin is dan een zip-bestand in dat taaltje, een densiteit die ik dan naar uw harde schijf zal decomprimeren zodat u ze in alle klaarte kan lezen.

het is simpel genoeg, want wat doet een politicus van de fake policy? wel zij focust op een ‘heet item’ in de sociale media, een zich afspelende gebeurtenis die velen beroert. neem als voorbeeld de vluchtelingencrisis* of de economische conjunctuur
de bedreven fake policy-adepte gaat nu een analyze maken, het gebeuren dusdanig uit elkaar halen dat ze het in haar eigen logica terug kan samenstellen en presenteren als een gevolg van haar beleid. het feit dat er sinds haar aanstelling zoveel minder illegalen in het land zijn wordt omgezet naar ‘door haar beleid zijn er zoveel minder illegalen in ons land’. of zij beweert staalhard dat haar beleid voor een heropleving van de economie heeft gezorgd terwijl het in feite lamentabel is dat er met de huidige hoogconjunctuur geen sikkepit is gedaan om ons toch een beetje minder afhankelijk te maken van vreemde olievretende monopolisten voor onze energievoorzieningen.

de analogie met de fake media-strategie is duidelijk: voor de fake-media maak je gewoon gebruik van het volstrekt scheefgegroeide mechanisme in de media die zich kost wat kost moeten verkopen aan hun publiek en dus enkel brengen wat dat publiek wil horen. iedereen weet dat men leugens slikt omdat men leugens wil, maar jij ‘durft het tenminste te zeggen, dat het allemaal fake is,  jij bent ‘nog eerlijk’ ook al heb je dan soms wat ‘alternatieve feiten’ nodig

bij het fake-policy maneuver maak je dankbaar gebruik van de evidente machteloosheid van elk beleid om nog beleidsdaden te stellen die enige werkelijke impact hebben op het globale gebeuren. iedereen weet dat de aangekondigde maatregelen niks gaan uithalen (de complexiteit daarvan gaat ons humane petje gewoon te boven omdat we er zelf als agens en als product in zitten verweven), dat de beloftes niet realiseerbaar zijn maar jij kan middels je lichtjes omgebogen feiten (het zgn. ‘fact tweaking’, er is een verschil met ‘alternative facts’) tenminste bogen op echte feiten, dingen die echt gebeuren.

de combinatie van beide strategieën zorgt voor een eclatant succes. Leve de fake-technologie!

 

zwam
‘het ‘Programme’ van Georges Bataille voor zijn Societé des Acéphales, een  secte van intellectuelen die nog net geen (of net wel?) een ritueel mensenoffer brachten om ‘de onderlinge verbondenheid te stimuleren’. Sylvia is gaan lopen van Georges toen, in de blijde armen van Lacan. We zien hier Bataille als voorloper van de ‘Nick Land strain’ in het Accelerationisme, de intellectuelen variant van het fake policy denken: alsof al die theorie één zak gaat veranderen aan hoe de dingen om ons evolueren…het Accelerationisme in die variant is zo makkelijk ontmaskerd als een ‘collaboratie met de apocalyps’

 

* plotse stijging in de jaren ’10 van het aantal immigranten uit Afrika in Europa voornamelijk veroorzaakt door de toenemende zelforganisatie van de Afrikaanse bevolking onder invloed van de ook daar betaalbaar geworden smartphones, de desillusie bij het mislukken van de Arabische Lente en ook nog wel door wat andere factoren maar het zou ons te ver voeren etc. enfin ge hebt ook wikipedia è

Categorieën
asemisch Grafiek Kathedraalse Leer kort Proza

of/of

 

   VERLICHT

   Verlicht wil ik zijn, 
   Ooit. Nu heb ik aambeien,
   Dat is ook al wat.

als student heb ik ooit de gehele cursus ‘Algemene Wijsbegeerte’ samengevat in één fictief woord, een anagram waarbij elke letter uitklapte naar de rest van de boomstructuur waartoe ik heel het zootje had herleid. het systeem werkte voldoende goed om mij een tripel A te bezorgen op het examen, maar misschien had mijn voorliefde voor het vak er ook wel wat mee te maken.
ik deed Germaanse node, filosofie wou ik doen maar dat bracht niks op, dus dat deed je niet.

hoe dan ook het samenvatten blijft er  blijkbaar in zitten want nu merk ik weer de drang om mijn lectuur van Kierkegaard’s magnum opus ‘Of/Of’ samen te vatten in godbetert haikoes.

ach de wereld kan aan ontiegelijk veel dingen ten onder gaan, maar dit zal het wel niet worden. en nee, een samenvatting is het ook niet echt, dat heeft geen zin: het examen daar zakken we toch allemaal voor.

opmerkingen bij Kierkegaard dus, met hier en daar een haikoe er tussendoor.
godbetert!

*
*    *

jack’s verlangen is een aangereden hermelijn wanhopig fietsend naar het verre dorp waar misschien een dokter woont.

een concept krijgt sneller haar vereiste kritische massa aan mededeelbaarheid als je het bij herhaling wentelt, vernietigd, opwekt en drenkt in de geschriften van anderen dan wanneer je poogt er met je eigen bewoordingen duidelijkheid aan te geven. ge moet uw zuigelingen niet ombrengen, dat is poëtisch-commerciële quatch, ge kunt uw schijnbaar originele gedachten beter grondig verneuken, verraden, verpesten, door de hekel halen, verkopen voor een habbekrats in ruil voor lage diensten, dat soort perversiteiten.

hoe meer je het eigen concept mishandelt, hoe zuiverder het wordt, tot het onhoudbaar wordt en opwelt, onhoudbaar opborrelt, zich uit je buik bevrijdt als een parasiterende aliën, en niks geen Sigourney Weaver in de buurt ook al niet.

net zoals je je hele leven kan beschouwen als een grote meditatie, kan je het sukkelstraatje met alsmaar sneller opdoemend einde ook lezen als de langgerekte uitspraak van het concept dat je zou zijn, moest het ‘zijn’ geen illusie zijn die reeds lang onhoudbaar is geworden: je spreekt jezelf uit, levenslang.

niemand schijnt die uitspraak te horen, maar misschien is ook het spreken en het luisteren samen vervat in één bewegen? Ik zie A’s grijsaard fluisterend vertellen aan het kind dat zich (dank zij zijn absolute onverstaanbaarheid?) alles haarfijn herinnert. zo is het, maar dat is het niet, maar het komt er wel aan zo. een kind lacht omdat het gelukkig is, en zeker nog van haar geluk, zo simpel is het.
wat herinnert zich het kind? die vraag is niet helemaal correct, want er is geen ding dat herinnert wordt: de herinnering herhaalt de singulariteit van de beweging. het meedenken met de gefluisterde expressie in het voor het kind geheel vreemde expressieveld activeert de beweging in het ‘onschuldige’ kinderbrein.

   DE GRIJSAARD VERTELT

   ja! ja, zo is het, 
   dat herinnert zich het kind, 
   maar dat is het niet.

ja, dus: deze tijd, het Kierkegaard lezen is vrij plezant als een schrijven, het loopt gesmeerd, het slijm klit goed aan in de pels en het zand kruipt diep in de groeven van de verdurende velgen.

zie ik niet wat schemer al, daar beneden?

greenChair.jpg
dv 2018 – ‘la chaise verte’, öder ‘Galathea preparing herself for the Party’ – A4, bister crayon and chalks on Source paper- €24,95

 

* 
*    *
ONBEGRIP

Luide weent het kind.
"Kindje, kindje:wat wil je?"
Da-da zegt het kind.

 

In populariserende lectuur lees je over het ‘slurvige’ bewustzijn van de olifant en je vraagt je af het water niet het externe geheugen van de vissen is. A ja , zo ging het, en weerom floept de haring langs de netten.

Het menselijke bewustzijn is handig, dat hebben we ooit geweten. Nu wijst en wijst het kind en blijft geheel onbegrepen.

Die kunststroming ook, al die herrie: hoe onhandig!

 

joy
dv 2018 – ‘ from Anke Veld ’s diaries – “there Anke felt a kind of joy that felt like joy written down, then read and then remembered all at once”  – A4, bister crayon and chalks on Source paper- €24,95

 

 

—> lees meer over Kierkegaard in de reeks ”of/of”

Categorieën
kort lyriek

het twaalf-woorden lied

>Twelve-Word Song (Navaho) uit de commentaarsectie van Jerome Rothenberg (ed.), Technicians of the Sacred

Het jongetje droomt het meikevermeisje. Telkens weer.

Voel de vleugeltjes, de pootjes in de schelp van de handen. Is dat het mondje?
Kriebel kriebel,  laat het vrij. De handen gaan open tot brede armen, daar gaat ze, recht naar de zon. Met plagerige steken de zomerzon valt op het bovenlijf, op het zand in de zonnecrème want alles wil jeuken en branden. Het vage rondom is precies wat het zegt, vaag en rondom.

‘aarde’

‘hemel’

‘vrouw-van-de-bergen’

‘vrouw-van-het-water’

‘sprekende-god’

‘shakti’ojan’

Shooting Chant.
Woorden zijn stukke poorten  naar het Telkens-Weer van Ooit.

Onder de boezem snijdt een broodmes ons af van het brood dat wij zijn. Wij ploffen in plakken op tafel, plakken die van elkaar wegdrijven in de tafelzee. Wij kauwen gehoorzaam maar de leegte is niet leeg. De leegte is van gelatine doorzichtig en vol met de woorden waarin onze stemmen verstrengelen en samensmelten tot een vlak.

Adem weeft en bindt.
De meikevers houden huis in de haag, kijk daar glinstert wat.

Ik pak die, ik pak die. Pak ze, pak ze.

‘jongen-met-de-maispit’

‘meisje-met-het-turkoois-steentje’

‘witte-mais-jongen’

‘gele-mais-meisje’

‘stuifmeeljongen’

‘meikevermeisje’

De jongen grijpt naar de kever in de haag. Een stuk glas maakt een flinke jaap bezijden zijn onderarm. De kinderen krijsen want plots is er overal bloed.

– ‘Domme toch, zag je dat glas dan niet?’

Neen. Zelfs met de dikke bokalenbril kan hij amper de letters lezen op het bord, maar hij kan ze wel raden op de lippen van de anderen.

Hij plukt de woorden die de anderen vanzelfsprekend vinden uit de lucht met zijn handen.

IMG_3212
dv 2018 – “stukje uit de passage van een Vivaldi-opera door een schrijven met pastel”
Categorieën
Grafiek kort lyriek

zand

zand
dv 2018 – “zand” – waterverf, potlood en ewa inkt – A4 (met een plooi in)

 

zand

Er zitten wormen in het boek van zand: zandwormen – strandwormen, ongewervelde holtekakkers alleszins.

Eerst was er de vruchtbare monding, het slib en het drassige weiland, de schoffel schoffelde tot er schot in kwam en met het leem duwden de menigte handen de stad overeind en de mannen vervolgens. Zij bouwden grote huizen met verscheidene badkamers.

Toen kwam de hitte, zoals de vloed op het strand. Het stelde allemaal niet zoveel voor. Zandkastelen. De barsten barstten verder uit in steeds diepere barsten en alles – de yakuzi’s, de douches, de sauna’s,  de marmeren toiletten – alles verguisde tot ruis in het zand.

Mijn vlakke zand.

‘De vlakte betekent’, zeiden echter de geleerden, ‘want er zitten gaten in’.
En zie de geleerden wezen naar de rijen zwarte wormgaten, waarin her en der nog een bidet wegzakte.   ‘Kijk,’ beweerden zij, ‘daar spijkeren de gaten zowaar een zin in het land. Een zin!’

Wij lazen de tekens maar de tekens waren niets anders dan gangen: kruipgangen – vreetgangen – wormsporen – druipholten.

‘Voor de zon en de geest van de zon zijn het slechts wurmen’ traden ons bij nu de schepen van cultuur, ‘aardwurmen – nietig slijm en snot van de vochtige grond’. Velen van ons juichten de schepen toe met enthousiaste niesbuien. De duikboten van de oppositie speelden zakdoek leggen, niemand zeggen.

Hier, lieve kinders, zo plots al aan het eind van onze vertelling gekomen, staat het slot zich  handenwringend op slot te draaien met deze tot onbegrijpelijke verzen versleutelde woorden:

“Een beweeglijk soort korst,
als je het mij vraagt, met een mossprietje
dat wriemelt voortdurend met
twee wriemelwortels in het tijdslijk”.

Categorieën
kort lyriek

het kabelpaar

Happy_Ending.JPEG

Ze staat stil, op blote voeten en er is het kabbelen van lopend water.

Een staketsel – meters hoog, in hout – torent boven haar uit. Zo hoog is het, dat het wel lijkt alsof het stalen kabeltje niet daarvandaan, maar uit de hemelen komt neder gekronkeld.

Het kabeltje lijkt op de remkabel van een fiets, zo eentje dat in elkaar verstrengeld er eigenlijk vele hele dunne zijn, je haalt je vingers altijd open aan de eindjes daarvan.

De kabel ligt haar op het haar en kronkelt verder langs haar neus weg naar de plankhouten vloer. Zij staat daar maar een beetje te lachen, het water klatert & de kabel krast hoorbaar hoog in het houten staketsel bij de minste wiebel in haar benen. Het is een uiterst gevoelige opstelling. Sensibel, een kwaliteitsverbinding.

Er loopt een jonge man rond ook.

Kom, laat ons er ook wat publiek bij doen, toch? Ze mogen best gezien worden en was er vandaag geen evenement op deze locatie? Kijk, het begint al!

Hij pakt de kabel, windt hem driemaal rond haar middel, zij zegt 1 keer ai, maar echt pijn doet het niet, het is niet dat soort evenement. De kabel loopt nog drie, vier meter verder op de grond, naar het publiek toe, dat ondertussen is gaan plaatsnemen in de donkerblauwe pluchen zetels. Het liep nog aardig vol.

Het licht verschiet van wit naar groenig-geel. Er wordt gekucht. Hé, luister!

In de verte horen de deelnemers nu ook het geratel van een oude filmprojector en kijk, daar, links boven haar hoofd kunnen ze het oplichten zien van allemaal close-ups van de meisjes in de films van Charlie Chaplin, kleine stukjes lachende of droef ogende schoonheden, veelal in lompen gehuld.

Er hangt overal dezelfde witte wazigheid rond die jonge vrouwenhoofden. Ik wist niet dat er zoveel vrouwen waren in de films van Chaplin. Zo mooi ook!

In de andere richting, weg van het doek, ziet hij plots het andere eindje kabel. Het eindje daar kronkelt naar het duister achteraan, waar ook zij nu, die dichter bij het publiek staat, als haar ogen zich wat hebben kunnen wennen aan het donker, de contouren van een buffetpiano kan onderscheiden.

Er wordt haar plots iets duidelijk, ze wil al heftig gesticulerend naar hem toe huppelen, maar de kabel zit in de weg & ze dreigt zich nog in het stalen gekronkel te bezeren of te verstikken, zelfs. Het publiek gaat ongerust van oh & ah.

Hij begrijpt het nu ook: vliegensvlug snelt hij naar het andere eind kabel, wikkelt zijn blote buik & benen erin & sleurt zich naar de piano. Hij slaat de stofklep open, lacht luidop en knikt haar dan heel ernstig toe.

Het wordt een largo eerst, de pianoklanken lijken zich voor hen al afdalend van de toekomst naar het nu, in het eerdere klateren van water te spiegelen.

Er staat nu volop spanning op het kabelpaar. Ze weten hoe het hoort. Ze zijn verbonden.
In stilte tellen ze samen af: 3, 2, 1…

 

2007 – 2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding

Categorieën
kort lyriek Schoonschrift

NKdeE Schoonschrift uitroepteken

nkdeES_uitroepteken

“NKdeE Schoonschrift uitroepteken”
dv2017 ink & bister on paper, A5, €12 – gratis verzending!

 

misnoegd en mannelijk te balanceren op het eigen punt staat het uitroepteken al het voorafgaande kracht bij te zetten. niet uit overtuiging.

zijn motto: “wie mij nodig heeft is het zelden waard om gelezen te worden”.

het uitroepteken wil niets, het vraagt niets, het roept uit geen teken te willen zijn, maar het versterkt het voorafgaande door het eigen gebrek aan betekenis. het vraagt zo aandacht voor het gratuite aandacht vragen zelf, zoals een facebooker die reageert op zijn eigen berichten, het zielige daarvan.

zelf wil het vooral niet weten wat er staat, het kijkt meewarig naar de daaropvolgende stilte waarin het  door hem veroorzaakte roepen in concentrische cirkels wegebt, de leegte in der eeuwige betekenisloosheid.

wat een lot! alleen de schrijvende mens kan zoiets bedenken!

Categorieën
Kathedraalse Leer kort lyriek Schoonschrift

NKdeE Letterkaartjes t

“NKdeE A6 Letterkaartje t”
dv2017 ink, pencil & bister on folded A5 paper (actual size =A6)
€10  – not a copy – original handmade unique piece of creative trash!
click mail to order

 

t

t is taal is teken en maakt er een kruis over. waarover? over alles: voortaan zijt gij betekent, met deze twee gekruiste stokken van de t en haar x-broertje, in naam van de tet en tsadeh wordt er u opgedragen alles van uw orale cultuur te vergeten want gij zijt deel nu van de geletterden gods, alleen die besnijdenis, dat houden we nog even, da’s een lekker sappig stukske afro-cultuur nog waarmee we u letterlijk kunnen inlijven in het leger des heils.
voorwaar, bij de tepels van tania: onder de t schuilt wereldwijd de wurgslang van de wreedheid,. dus ook de tederheid, het gebrek daaraan.

robberechts, de verguisde selfkicker der vlaamsche letteren droeg de TETH midden in zijn T⊗T, hij wist waarom, de rest was te laf om hem zelfs maar te lezen.

tafel: tafelblad, tafelbloem, tafeldans, tafeldoek, tafelrede, tafelspringer, tafelschuim

in deze neo-kathedraalse spreuk schuilt een hommage aan francis ponge, den illustere fransche pendelaar, de dappere scribent die zich naast de tijd der klassieken geboren wist en zich dan maar zelf de nodige discipline aanmat om de slappe lier toch ietwat gespannen te krijgen (lees er zijn essay over montaigne maar op na).

ponge schreef o.a. een boek over de zeep en ook een over de tafel, en wat voor een:  il faut le faire. dus hier vlug even het leven van een tafel in zeven samengestelde tonelen: het ontluiken, de bloei, de dans en het vallende doek van de rede, de springer van wanhoop, de rest van het schuim.

want een tafel is natuurlijk vooral ook geen tafel, het ding is geen ding, wij maken het ding door het verdingelijkt te zien. taal is techniek die stokken verpoot, van schijven hout bladen maakt en het nieuwe staan oplegt aan stukken dode boom opdat er getafeld kan worden door het tanige dier met de rottende tanden.

‘wie maakte er nu nog tafels van hout?’ hoor ik daar iemand uit de afwezig mompelende menigte vragen. alsof al die oliederivaten geen immens veel oudere bomen ter ikea-tafeltijd sommeren…

t-4

Creatief Afval getoond in blogposts met het label ‘te koop’ kan u kopen aan de vermelde prijs om de creatieve praktijk van Afhankelijk Auteur Dirk Vekemans te ondersteunen.

De werken worden na ontvangst van betaling gratis opgestuurd (naar een adres binnen de BENELUX) en zijn voorzien van een echtheidscertificaat PCAE 1.1.
Mail naar dirkvekemans_at_yahoo.com voor de afhandeling.

U kan het Afval na ontvangst zonder enige plichtplegingen op autonome wijze (verder) recycleren.

Bedankt alvast! Viert de Vrije Lyriek!

Categorieën
Grafiek kort lyriek Schoonschrift

NKdeE Schoonschrift gedachtestreepje

NKdeES_gedachtestreepje

“NKdeE Schoonschrift gedachtestreepje”
dv2017 ink & bister on paper, A5, €12 – gratis verzending!

de afgebeelde versie is de mannelijke versie van het NKdeE gedachtestreepje. in de vrouwelijke versie kan je met enige moeite handtassen en schoenen ontwaren, maar men verzekert ons dat zulks geheel toeval is en voor rekening te nemen van de kijklustige lezer –  u dus.

de gedachtestreep wordt – of moet ik zeggen ‘werd’ –  in het nederlands gebruikt om een ietwat langere pauze dan de komma aan te geven. dat gebruik – u zal het beamen –  is eerder in onbruik geraakt, bij het onbruikbare af (niemand begrijpt het nog).

veel meer wordt het heden gebruikt in opsommingen, shoplijstjes, ‘brieven’ aan sinterklaas. het gedachtestreepje duidt daar op de volledige afwezigheid van gedachten tussen twee intense wensen in en betekent dan zoveel als ‘wacht efkens, het komt, allez, … ja voila ik heb het!’

aldus heerst de rijkdom der gedachten in deze wereld van intense wensen, –

Creatief Afval getoond in blogposts met het label ‘te koop’ kan u kopen aan de vermelde prijs om de creatieve praktijk van Afhankelijk Auteur Dirk Vekemans te ondersteunen.

De werken worden na ontvangst van betaling gratis opgestuurd (naar een adres binnen de BENELUX) en zijn voorzien van een echtheidscertificaat PCAE 1.1.
Mail naar dirkvekemans_at_yahoo.com voor de afhandeling.

U kan het Afval na ontvangst zonder enige plichtplegingen op autonome wijze (verder) recycleren.

Bedankt alvast! Viert de Vrije Lyriek!

Categorieën
Kathedraalse Leer kort lyriek Proza Schoonschrift

NKdeE Letterkaartjes s

“NKdeE A6 Letterkaartje s”
dv2017 ink, pencil & bister on folded A5 paper (actual size =A6)
€15  – not a copy original handmade unique piece of creative trash!
mail to order

s

s is voor sissende slangen of sadistische snoodaards zou je kunnen denken maar historisch is dat simplistisch gesemmel. de hiëroglief aan de oorsprong van de shin was het teken voor tanden. of voor heuvels, een berg de hieroglief zag er dan ook wat uit als een boog en vormde ook mee de proto-sinaitische w:

Egyptian hieroglyph Proto-Sinaitic Phoenician Paleo-Hebrew
Aa32 Phoenician sin.svg Proto-Canaanite - shin.png Early Aramaic character - shin.png

de hebreeuwse Samekh heeft een andere afstamming en heeft in de gematria een waarde van 60. de romeinen tellen er 7 of 70 voor, met een streepje erboven 7000 of 70000, maar daar bestaat discussie over want soms  is het ook 90 of 90000…

siemens zal nooit helemaal failliet gaan want in de fysica staat de s voor die eenheid van elektrische conductiviteit die overeenkomt met 1 ampère per volt

in de chemie staat de s voor zwavel, de condensatie van het vuur als materie, dacht men vroeger, voor men begon te denken, helaas…

als ‘Soms’ altijd minder vaak is dan je wel zou willen, hoef je daar verder niet bij stil te staan

de Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende heeft geen echte ethiek enkel wat geheel gratis en vrijblijvende gedragsadviezen. ‘probeer het ne keer’, daarmee moet ge ’t maar doen als adept, wat voor sommigen onder onze  steunzoekende  medemensen nogal slecht overkomt. probeer ’t ocmw ’s anders,. of steunzolen.

neeje, de NKdeE adviseert enkel wat inzake geestelijke gezondheid. nu eender waar betaal je je daar voor je’t weet ook blauw aan want er is dagelijks wel ergens een nieuwe ‘methode’ of  ‘wellness’ of whatever die vooral uw portefeuille wil verlichten, want al die centen zijn toch zo zwaar om te dragen è.

hier is ’t gratis, we doen dat alleen maar om van onze brol vanaf te geraken, afval van onze creatieve onderzoeken die we verkopen om de onderzoeken in stand te houden. vraagt nu niet waarom we die onderzoeken in stand willen houden als er alleen maar meer afval van komt è! wat komt ge hier doen, eigenlijk!

nu, deze spreuk is inhoudelijk nogal evident, denk ik, al  moet ‘m wel een paar keer lezen voor de  bijna spreekwoordelijke eurocent de begane grond raakt. wanneer zijt ge goed bezig? als ge geestelijk gezond zijt. wanneer zijt ge geestelijk gezond? als ge plezier hebt in het leven en ge wilt zolang mogelijk leven. ergo, als ge iets zegt in de trant van ‘ ja soms doe ik dat wel eens’ èn ge zoudt dat waarover dat gaat sowieso méér willen doen dan dat ge gaat kunnen doen binnen de tijdspanne dat ge hier moogt rondklefferen, wel dat is dan een teken dat ge hoedanook zolang mogelijk wilt leven, dat ge er plezier in vindt en dat ge dus geestelijk gezond zijt.

goe bezig!

s-4

Creatief Afval getoond in blogposts met het label ‘te koop’ kan u kopen aan de vermelde prijs om de creatieve praktijk van Afhankelijk Auteur Dirk Vekemans te ondersteunen.

De werken worden na ontvangst van betaling gratis opgestuurd (naar een adres binnen de BENELUX) en zijn voorzien van een echtheidscertificaat PCAE 1.1.
Mail naar dirkvekemans_at_yahoo.com voor de afhandeling.

U kan het Afval na ontvangst zonder enige plichtplegingen op autonome wijze (verder) recycleren.

Bedankt alvast! Viert de Vrije Lyriek!

Categorieën
Grafiek kort lyriek Schoonschrift

Schoonschrift vraagteken

NKdeES_vraagteken

“NKdeE Schoonschrift vraagteken”
dv2017 ink & bister on paper, A5, €12 – gratis verzending!

in het schoonschrift vertoont het vraagteken vaak enige gelijkenis met een myope slang die checkt of ze haar punt nog bijheeft en en passant haar staart voor een lekkere brok aanziet. waarna zonder verdere vragen het punt eenzaam achterblijft.

in het nederlands is het vraagteken eerder een bevestigingsteken in die zin dat het haar zin afsluit met de bevestiging dat het wel degelijk een vraagzin was. dat wisten we immers al vanwege de inversie, maar bon, om zeker te zijn, è?
een vraag evenwel waar naar alle waarschijnlijkheid geen antwoord op verwacht werd. toch niet in wat voorheen ‘normaal’ schriftelijk taalgebruik was, maar wat nu eerder marginaal geworden is gezien het overheersende berichtende schrijven.

nu ja schrijven: eerder ‘duimen’, ‘trumpen’, ‘texten’, ‘tweeten’, ‘sms’en’ of ‘chatten’. daar is de primaire betekenis van het vraagteken dan ook niet dat de sowieso afwezige zin een vraag was, maar eerder ‘wazegde?’ , ‘dit snap ik niet ze’  of ‘wa hebde gij vòòr, vetzak?’

in ieder geval, wees gerust er werden niet alleen nog nooit zoveel boeken gepubliceerd als nu (yoga, kookboeken en reisgidsen) er werd ook nog nooit ofte nimmer zoveel geschreven als nu. toch?

geef nu toe: zouden we vroeger niet wild enthousiast geworden zijn bij het idee dat onze kinderen door middel van het schrift elkaar dag in dag uit het hof zouden maken? dat het dan over puber jef gaat die bea aan ’t sexten is met wat blabla erbij, tja, sè…

 

Creatief Afval getoond in blogposts met het label ‘te koop’ kan u kopen aan de vermelde prijs om de creatieve praktijk van Afhankelijk Auteur Dirk Vekemans te ondersteunen.

De werken worden na ontvangst van betaling gratis opgestuurd (naar een adres binnen de BENELUX) en zijn voorzien van een echtheidscertificaat PCAE 1.1.
Mail naar dirkvekemans_at_yahoo.com voor de afhandeling.

U kan het Afval na ontvangst zonder enige plichtplegingen op autonome wijze (verder) recycleren.

Bedankt alvast! Viert de Vrije Lyriek!

Categorieën
kort lyriek Schoonschrift

Schoonschrift puntkomma

NKdeES_puntkomma

“NKdeE Schoonschrift puntkomma”
dv2017 ink & bister on paper, A5, €12

misnoegd; gefrustreerd; zichzelve met zichzelven bepuntend als ware het een donderwolk van eigen kweek; moedeloos, futloos; vereenzaamd en van de weeromstuit asociaal, suicidaal, zichzelf willende herleiden tot punt…

je zou voor minder: het puntkomma is welhaast uit het schrift verdwenen. zelfs de dichters, of de schare halfgare blondjes dat daarvoor moet doorgaan, gebruiken haar niet meer, tenzij als knipoog naar hun geile lezers op FB, trappist zuipende 50-plussers met een oprispend restant aan mannelijkheid.

‘mooie roman Mark, zeker goed voor die nieuwe Fanta Literatuurprijs, maar haal je die puntkomma’s ff weg, da’s dodelijk voor de commerce’.

dat er een teken voorhanden is voor een pauze in de ritmiek van een tekst  die het midden houdt tussen een punt en een komma, dat is ècht niet besteed aan taalgebruikers die enkel ‘enter’ of ‘plaatsen’ kennen als afronding van hun euh, uiting.

eenduidig op weg naar het einde; einde.

Creatief Afval getoond in blogposts met het label ‘te koop’ kan u kopen aan de vermelde prijs om de creatieve praktijk van Afhankelijk Auteur Dirk Vekemans te ondersteunen.

De werken worden na ontvangst van betaling gratis opgestuurd (naar een adres binnen de BENELUX) en zijn voorzien van een echtheidscertificaat PCAE 1.1.
Mail naar dirkvekemans_at_yahoo.com voor de afhandeling.

U kan het Afval na ontvangst zonder enige plichtplegingen op autonome wijze (verder) recycleren.

Bedankt alvast! Viert de Vrije Lyriek!

Categorieën
Grafiek Kathedraalse Leer kort lyriek Schoonschrift

Schoonschrift punt

NKdeES_punt

“NKdeE Schoonschrift punt”
dv2017 ink & bister on paper, A5, €12

een punt is waarschijnlijk het raarste spul dat er hier in de wereld te vinden is.

een punt is kleiner dan klein. neem het laatste nieuwe deeltje dat pas ontdekt is waardoor ze in zweden weer in de kosten gaan vallen omdat ze daar dan weer een nobelprijs voor moeten geven.
wel een punt is nog kleiner dan dat.

probeer u in te beelden hoe klein zo’n punt is.
een punt is nog minstens een miljard keer kleiner dan dat.

mochten wij ooit in staat zijn om een punt te zien, wat dus gewoon onmogelijk is, dwz. dat gaat dus niet, dan zouden wij iets zien zoals ik hier in Schoonschrift heb weergegeven. ja zeg nee, ik weet ook niet hoe dat komt, ik kan dat gewoon.
è.

een punt is langs alle zijden omgeven door leegte, absoluut niets voor miljarden miljarden keer haar eigen omvang. een punt is een heel eenzaam iets, maar het gelooft wel rotsvast in zichzelf. het maakt daar voortdurend een punt van.

een punt staat niet stil, herakleitos wist dat al, want heeft hij niet geschreven ‘ge kunt nooit ergens twee keer hetzelfde punt aan zuigen’? hij had daar weer een punt, herakleitos.

een punt is een tweedimensioneel vervloeien aan de einder van het niets en is binnen de omvang van haar contouren voortdurend in beweging. heel vaak duikt in dat puntmiasme de beeltenis van een ongelooflijk schoon meiske op, maar niet iedereen weet dat en als ge dat niet weet kunt ge u dat niet voorstellen want zien kunt ge het zeker niet, ah neen want ge kunt het punt zelf niet eens zien, laat staan het meiske in dat punt!

dat meiske noemen we het heisenbergmeiske.

het zou slecht met ons aflopen moesten we haar kunnen zien. het heisenbergmeiske is zo schoon dat, moesten we haar zelfs maar één keer gezien hebben, we achter alles een punt zouden willen zetten.

zo schoon.

 

Creatief Afval getoond in blogposts met het label ‘te koop’ kan u kopen aan de vermelde prijs om de creatieve praktijk van Afhankelijk Auteur Dirk Vekemans te ondersteunen.

De werken worden na ontvangst van betaling gratis opgestuurd (naar een adres binnen de BENELUX) en zijn voorzien van een echtheidscertificaat PCAE 1.1.
Mail naar dirkvekemans_at_yahoo.com voor de afhandeling.

U kan het Afval na ontvangst zonder enige plichtplegingen op autonome wijze (verder) recycleren.

Bedankt alvast! Viert de Vrije Lyriek!

Categorieën
kort Proza

De Roos van Umm-El-Tiel

Afdrukbaar PDF-bestand: de_roos_van_umm-el-tiel.pdf

( voor CB en mijn zus Herlinda)

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/d/d1/Mesopotamian_cylinder_seal_impression.jpg

Muhammed vertelt mij het verhaal van Salim, Farrid en de Roos van Umm-El-Tiel.

Tot in Al-Hasakah spreekt men van de Roos van Umm-El-Tiel, dochter van Sîn.
Tot in Quneitra en Daraa luistert elke man met open mond naar verhalen over haar schoonheid.
Er wordt gezegd dat zij weldra zou trouwen met de man die haar het juiste antwoord gaf op haar vraag.

– Wat is die vraag?
– Zij vraagt aan ieder die met haar trouwen wil hetzelfde: ‘Van waar kom je en wat heb jij voor mij meegebracht?’

In Aleppo leven de broers Salim en Farrid,  afstammelingen der apkallu. Wellicht zal eén van hen de leider worden in het land. Het zijn vrienden, zegt men, maar ze gunnen elkaar het daglicht niet. Dappere krijgers waren het ook. De strijd had hen verenigd in het heldendom, maar nu het vrede is, zoeken zij de strijd op tussen henzelf.

Op een avond vatten Salim en Farrid het plan op om de Roos van Umm-El-Tiel te veroveren. Zij leven in de wijsheid der Apkallu,  dus nee: geen van beiden neemt juwelen mee, of geurwaren of luxueuze gewaden. Farrid kiest als gift de tabletten waarop de Parshu der goden geschreven staan. Als Farrid Salim vraagt wat hij meeneemt, antwoordt deze mysterieus “wat ik heb”. Farrid is er niet gerust in. Wat het zou kunnen zijn dat Salim als geschenk mee heeft? Hij besluit dat hij absoluut als eerste in Umm-El-Tiel moet arriveren.
Umm-El-Tiel ligt op zes dagen reizen per kameel van Aleppo, maar Farrid schenkt die nacht nog al zijn bezittingen aan de magiër An-Uanna om een magisch tapijt te kopen dat hem op drie uur bij de Roos zal brengen.

’s Morgens ziet Salim nog net zijn broer verdwijnen aan de horizon. Ook hij vat de tocht aan, te voet. Een tocht van 3, 4 weken!
En Farrid arriveert inderdaad na drie uur al in het paleis van Sîn. En even later staat hij voor de Roos van Umm-El-Tiel, die nog honderd malen mooier is dan alles wat men van haar zegt. En de Roos vraagt:

– Van waar kom je en wat heb jij voor mij meegebracht?
– Van Aleppo en dit zijn de tabletten van Mie, met de heilige Parshu.
– Ach ongelukkige! Mijn man komt van Aleppo, ja, dat heeft het orakel mij gezegd, en hij is sterk en knap als gij, maar wat heb ik nu aan dat gekras in klei?

En met het vuur van de verontwaardiging kolkend in haar blauwe ogen, gooit ze de Parshu tabletten in scherven stuk en laat de arme Farrid uit het paleis zetten. Alles is hij kwijt, zijn rijkdom, de spreuken en de hoop te kunnen trouwen met de mooiste maagd van Assyria. Er rest hem niets dan wachten op zijn broer.

En Farrid wacht, en wacht, en wacht. Dagen, weken. Ondertussen werkt hij in de stad als beeldhouwer, want hun vader was beeldhouwer en de vader van hun vader was beeldhouwer. Na drie weken wordt Farrid echt heel ongerust over het lot van zijn broer. Hij werkt zolang dag en nacht tot hij genoeg heeft om een kameel te kopen en rijdt dezelfde dag nog de stad uit om zijn broer te zoeken.

Farrid komt net op tijd bij Salim die van dorst en honger dreigde om te komen. Zij zijn zo opgelucht dat ze elkaar gevonden hebben dat ze afspreken nooit meer onderling de strijd aan te gaan. En Farrid zegt:
– Salim, Salim, waarom ben je toch te voet gekomen? Er is hier niets dan woestijn!
– Farrid, ik was dwaas en dacht alleen te kunnen overleven hier, en zo mijn liefde te bewijzen voor de Roos.
– Ach Salim, als er iemand haar waardig is ben jij het, mijn broeder, jij moet trouwen met de Roos van Umm-El-Tiel!
– We zullen zien wat zij zegt, zegt Salim.

Aldus geschiedt. Salim vraagt een onderhoud in het paleis en Farrid gaat mee, om zijn broer indien nodig te beschermen tegen de toorn van de Roos. Salims ogen lichten op in het aanschijn van heur schoonheid die haars gelijke nergens kent. En ook hem vraagt zij:

– Van waar kom je en wat heb jij voor mij meegebracht?
– Van Aleppo kom ik, Schone en ik heb meegebracht wat ik heb.
– Ach zo. En wat mag dat wel zijn dan, gij sterke man? Ze zei het wat lacherig, want Salim was nog zwak van de reis.
– Wat ik heb meegebracht is wat ik heb gezien, dochter van Sîn. Ik heb de mensen van Aleppo gezien die mij toejuichten en geluk wensten toen ik vertrok. Ik heb mijn stad gezien vanuit de verte toen ik verder en verder van haar wegging. Ik heb dagenlang doorzworven de woestijn tussen onze landen, en nachtenlang onder het verre fonkelen der sterren de weg gezocht naar u. Ik heb de dood gezien die mij de onderwereld in wou lokken, maar mijn broer die gij geweigerd hebt, heeft mij gered. Ik heb de pracht van uw paleis gezien, en uw rijkdom is meer dan wat een legioen kan dragen. En ik heb uw schoonheid gezien, dochter van Sîn, zonder twijfel het mooiste wat bestaat op deze aarde.

– Hmm, aarzelde de Roos, met het tipje van haar tong verleidelijk strelende de glanzende tanden.

Salim zag haar aarzeling en zette door. Uit zijn broekzak haalde hij een klein steentje, rond van vorm en met de kleur van vruchtbare aarde. En hij zei:

– En ik wil u, ter verzegeling van de wil der goden, dit steentje schenken, dat mijn vader aan mijn moeder gaf, en voor hem zijn vader aan zijn moeder en zo verder tot de tijd der apkallu.

En dit gebaar bezegelde het huwelijk van Salim van Aleppo met de Roos van Umm-El-Tiel.

Ik vraag Muhammed waarom hij mij dit verhaal vertelt.
– Je kunt er uit leren, zegt hij. Dat schoonheid belangrijker is dan rijkdom en dat je familie het schoonste is wat er bestaat.En dat je niets ziet als je sneller wil zijn dan een kameel, en nog van die dingen…
– Ja goed, maar wat heb ik daaraan als ik seffens moet sterven?
– Tja, antwoordt hij, dat dacht ik ook toen ik het verhaal voor het eerst hoorde.

Hoog boven zijn grijnzende hoofd, in de volle schittering van de genadeloze zon, heft Muhammed zijn kromzwaard.

File:Chaos Monster and Sun God.png

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Categorieën
kort lyriek

songs in the nick of time (1)

Dürer

April 2015. Dromen zijn een plaag geworden.

Ik word wakker bij mijn geliefde. We zijn tot glans verstrengeld, de zon herkent zich in haar gouden haar. Ik kijk naar het uur, schrik & zeg dat ik uit werken moet. Er volgt een kreuntje, ik doe mijn broek aan, mijn tenue. Ik ga zwijgend de berg af, één met haar, de ruimte is herleid tot singulariteit, de onze.

Ik sta te wachten op de bus, de lucht betrekt. De auto’s aan de overkant schuifelen de stad in die ik verlaat. Er verandert iets, als bij teken, overal. Een zwerm vogels vlucht schriekend zuidwaarts. Een blauwe Volvo versnelt & boort zich in de koffer van een Citroën voor hem. De chauffeurs stappen uit & slaan elkaar verrot.

Ik wil hier niets mee te maken hebben, dit is niet mijn dag. Laat het zijn.

Een jonge vrouw aan de overkant slaakt plots een kreet. Zij staart mij aan alsof ik Elvis ben. Ze ontknoopt haar loden jas, doet haar rok uit, gooit haar slipje op de steenweg & roept iets onverstaanbaars. Ze is zo geil dat ze de wind wil neuken.

Mijn bus komt eraan, een gevaarte met gele ogen. Ik grijp mijn portefeuille, & dan zie ik het: mijn abonnement is weg. Op de plaats waar het zat prijkt enkel het visitekaartje dat ik erachter had verstopt.

Fuck. Zou ze echt? Ja.

Ik zink. Ik ben een krab die letters krabbelt op de bodem van de zee. Ik murmel iets tegen de chauffeur, rijdt u maar door, ik heb het niet. Hij scheldt mij uit voor doffe lul. Dan zie ik haar komen, de berg af, mooi & lachend & zwaaiend met mijn abonnement. Ik denk niet dat ze weet dat het mijn droom is. Ze tongzoent haar vriendje & steekt mijn abo in de fik.  Ik word wanhopig, wat staat mij te doen?

Een jongen komt aangefietst, wijkt uit voor mij die naar haar te roepen staan. Hij schuift uit,  valt, een vrachtwagen probeert hem te ontwijken & slaat om. Ik hoor hoe zijn hoofd verbrijzeld wordt. De lucht verduistert verder, wolken trekken samen tot het zwarte kleed van de nacht. Dronken tieners hebben een grijze BMW buitgemaakt & knallen die de gevel in van een huis op tien meter van mij. De helft van hun auto ricocheert de baan op, het meisje wordt uit de wagen geslingerd & is dood vooraleer ze voor mijn voeten ploft. Een andere wagen stopt, een man stapt uit, valt op zijn knieën, begint te bidden  midden op de weg. Jullie lopen lachend weg.

& Dan begrijp ik het. Er komen grillige scheuren in het beton. Iemand naast mij snijdt zich de keel over. Het gerommel in de verte zwelt aan tot een oorverdovende dreun.

Iedereen wist het al. Van ver, mijn richting uit, begint de aarde zich te splijten, met hemelhoge fonteinen van vuur. Shit. Ik heb nog een halve seconde, denk ik, net voor ik wakker word.

Categorieën
kort

dialoog

triskelion

– Hoe leeg het leven is zonder onze liefde: volledig. De armen om elkaar, gekruist, fragiel, behoeftig. De woorden door elkaar, alsof het ratten zijn. De gebaren verzanden in een droog gefluister. Angst. Lelijkheid. De weg is weg, een doolhof zonder jou. Herinnering.

– Inderdaad. Woorden lijken op restanten. Weerloos verzet tegen het gebeurde. Het is zo ver. Alles is over. We praten niet meer, niets is nog nodig. Laat ons samen zitten. De hoofden gemuilkorfd tegen elkaar. Bidden dat het beter wordt.

– Alles is verloren. & Dan duikt het weer op. Mensen zijn mooi.

– Nee….nee…neen
Mensen zijn niet mooi..mensen zijn zus en zo zijn hier en daar maar nooit ergens…

– Goed, ik begrijp het. De horror is tijdelijk. Kom hier. Ik leg mijn vinger op de eeuwigheid. Het ogenblik is klaar. De duisternis wordt door het kreunen aangestoken. Verheldering is een gebaar. Er is pas stilte als het heeft gesneeuwd. De stemmen stemmen zich af op verlopen woorden. Stem voor mij. Ik ben toch goed voor jou. Jij bent het krullen van een opgebrande lucifer, daad bij het woord, melk bij de kat. Schat.
Ik draai mij uit de warmte van het gedane, ik leg mij neer bij wat ik ben. Geef mij het verslag, hoe verderfelijk ik ben. Ik streel je huid & lik je lippen naar een zwijgen toe, Ik was in jou & ging aan ons voorbij.

– Wat ik weet, wil ik niet weten. Wat ik zie, wil jij niet zien. Wat ik hoor is ruis. Mijn arm is onomwonden. Ik ben onbesproken. Mijn hand blijft ontoereikende. Wat ik voel, vermorzelt mij. Ik ben Niets, Alles wordt door mij verklaard. Het bloemetje mag blijven. De dag staart zich dood in de dag die niet bestaat. De weg blijft onbewogen. Laat mij  met rust als ik schrijf. Het noodlot is van alle tijden.

Categorieën
kort

alles

Het lijden is van die aard dat het lijden het lijden versterkt tot het onontkoombaar beleden wordt & alles ontsnapt aan de wilskracht van de lijdzame die zich neervlijt in het leed, het leed omarmt als een geliefde, het zwarte kleed dat leegte belooft, stilte geeft, teloor gaat in het verdwijnen van de lijdzame, implosie van het ego, de overbodigheid van de constructie in het zicht van de einder. Hoe onbereikbaar toch blijft het kille punt nul. Shit.

Leed is een verslaving, pijn is een drug. Een kleine krullenbol & zijn voetballend vriendje worden aan flarden geschoten door een dronken piloot, echte mannen schieten mensen uit de lucht. Ik wil de tranen drogen, verdriet snuiven met een honderd euro biljet. Ik steek met goesting mijn hand in het vuur dat ik ben. De flanken der bergen brand ik af, het duingras in de duinen, de droge algen in de lekke rivieren.

Mijn blonde gladiolen wiegen in de zomerwind. Frêle bloemblaadjes raken de bewogen lucht, de goden strelen het aardoppervlak. Er is een liefde in mijn ziel die mij in mij verdwijnen doet. Mijn wereld is een klaproos in het branden van de zon. Alles is alles, alles is goed.

Categorieën
kort lyriek

alfabet van de erotische ellende – a

[noot: bij elke letter van  het “Alphabet of erotic Misery” staan 9 Nederlandse woorden (sommige ervan zijn neologismen). deze serie  gebruikt deze woorden op lyrische wijze in  korte teksten, waar vaak ook verwezen wordt naar de bisterschilderingen van de letter in kwestie, die soms ook verwijzingen bevatten naar andere Realiteiten.]

a, zoals in alfa

AoEM-A_detail
Die  blinde God van ons,  die  kosmische azijnzeiker die William Blake zo treffend weergaf: op handen en voeten, sleurende aan een of ander acefaal monster, een staal van Zijn creatie. De maden druipen uit zijn onderrug, zijn weggevreten kont. De wereld is de wereld is de wereld & de wereld is rood & vurig & amorf. Zijn dode, aberrante blik beloert Zichzelf, eerst met Zijn ondoorgrondelijke Woede, & dan verstijft zijn Worden, in het volle Besef van zijn Daad, tot een geheel athymisch Zijn, het Al van dit gruwelijke verderf.

Hij is het licht  vergeten, het Woord dat Hij was. Alles wat bij Hem is, verdwijnt in Zijn Niets.

Hij, de volmaakte Asman van ons fameus humaan abattoir, wij,  de meest beestachtigen onder Zijn schepsels. Zijn Wijsheid, dat oneindige, eeuwige Tapijt waaronder wij middels smeken en bidden al ons falen, al onze wandaden als stof wegmoffelen, want tot stof zullen wij wederkeren, toch?

Bid maar, smeek maar, laat ons Hem onze offers zien, het meesterschap van onze wetenschap, de geuren van onze gassen en wierook, gooi  de splinters van onze machtigste bommen Zijn hemel in.

God is tijdloos en atretisch uit het Niets geboren. Zijn Lichaam kent geen opening. Hij is een infiniet Begin, de Alfa van het Niets dat immer weer vergaat tot Niets & aan Zichzelf geen Einde ziet. Er is geen zin, geen doel, geen telos. Hij is Er. Zijn Wezen is perfectie, is goddelijk atelisch.

Categorieën
kort

Otto S. Janker (1)

Otto S. Janker gaat huiswaarts van zijn werk. Otto woont in een bosrijk gebied vlakbij een riant Winkelcentrum, ooit een provinciale stad van enige allure. Otto noemt het Winkelcentrum ‘Het Vochtige Veulen’ omdat hij het vergelijkt met een verdwaald veulen met vochtige ogen vlak vóór het genomen wordt door een woeste stier waarlangs het snikkende liep met opgeheven staart. Hij gaat uit werken in een andere provinciale stad, kleiner dan het winkelcentrum. Nieten, zo noemt Otto de stad waar hij uit werken gaat. Je kan er alles, behalve genieten. De meeste mensen worden er geniet.

11 -dv 2009

Elke werkdag vertrekt de heer Janker omstreeks zeven uur. Hij vergrendelt omstandig zijn woning aan de rand van het bos, waar vele bosnimfen rondwaren met rafelige klederen, aantrekkelijk besmeurde huid en wapperend krulhaar. Zijn woning is een hoog gelegen Dichterskot, gevuld met lagen van bestofte rijen boeken die elk zicht op de muren verbergen. Hij vergrendelt zijn Dichterskot met zorg om elke Nimf de toegang resoluut te ontzeggen, want in Dichterskoten sterven Nimfen al snel aan de overweldigende Aanwezigheid van de Vrije Lyriek.

& Zo’n dode Nimf, dat geeft behoorlijk wat smurrie die doordringt tot in de kleinste kieren & quasi  niet te verwijderen is.

Elke werkdag daalt Otto S. Janker met opgeheven hoofd zijn berg af, op weg naar de Bus, des winters een brullende worm van Licht in het Duister van de Nacht. Onderweg naar Nieten, eens dat het Niemandsland gepasseerd is, een soort buffergebied tussen het rijke Centrum en het armtierige Nieten, raapt de bus hopen schoolkinders op die in de Nietense scholen te leer gaan. Zij bestuderen daar de basis van het Winkelen,  want de scholen in Het Vochtige Veulen waren reeds volzet door de spruiten der  Winkelwaardige ouders van het Centrum.

Hoe dichter we Nieten naderen, hoe vetter de lichamen der kinders worden & hoe meer hun gelaatstrekken rariteiten vertonen, afwijkingen, ongetwijfeld, van genetische aard.

Althans zo denkt Otto daarover.

Categorieën
Kathedraalse Leer kort

lus

er is in mij een gruwelijke hunkering:
ik heb mijzelf in jou herkend.

gruwelijk is de hunkering want de hunkering
is lust die hunkert naar zichzelf
is gruwel die gruwt van zichzelf.

en vernietigend is de drang
naar vernietiging en leegte is de weerklank
van het schrokken van het niets.

en ook de liefde is niets
want in het niets is de liefde
geborgen: een ogenblik.

ben ik het?

liefde is het ogenblik
waarop de liefde zich herkent.
weg is het moment.

het moment is weg want niets
is nog het ogenblik en ook de weg
naar nergens is niet langer het geval.

ik heb mijzelf in jou herkend:
er is in mij een gruwelijke hunkering.

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

Categorieën
kort

strelingen

mule

U, u ziet het & zegt het, beaamt het, verbindt het tot het galmende amalgaam van een uitspraak, uw dagelijkse bevlekking van de strakke gleufjes die u toegang verlenen tot de mondiale databank: de parachutes van de deviërende Hergéfanaten openen automatisch in de beklemmende ruimte van het neerstortende pleziervliegtuigje, de aanspoelende lijken der bootvluchtelingen spellen beklijvende lijfspreuken op de stranden der riante badsteden, gedweeë neo-nazihoertjes zuigen met diep-bruine dwaalogen & pasklare slogans op glazige schermen de botte eindjes der vergeefse debatten aan, & wij, de immer innig gestreelden, wij worden wilder en wilder, alsmaar wilder, iemand van ons gaat met  beide handen dermate onzacht onder het rode rokje dat de vrijwilligster kermt van de pijn, ze zegt nee, ze zegt ja, ga maar verder.

De verontwaardiging barst los als een puist in de pikzwarte nacht.
Ach, Europeanen onder elkaar…

Dan, daar: ik kom als geroepen. Ik ontdoe de schijn van de verbeterde cijfers van de schijn van de cijfers, ik verklaar de gedachten met de helderheid van het doordachte, ik zie & ik zeg hoe ik zag dat de zon zijn stralen vertraagde tot verschroeiende gebaren, hoe zijn demagogische hitte ontvlamde in de donkere kern van de hitte, hoe de geschiedenis stuitte op haar bekken & neukte de geschiedenis in de egocentrische hel van onze bevangen perceptie, hoe de aarde kermde als een moeder bij de geboorte van haar dood, hoe wij allen de gehoorzame kinderen bleken te zijn van de monsters die wij zijn voor onze kinderen, hoe schimmig & schraal wij verworden zijn, vervaagd tot het vergeelde vernis op een verwaarloosde aquarel van een leerling van Turner waarop in minuscule golfjes de dode zee nog het gif oplikt der stranden: stof, stof,stof,  stof dampt op, stof uit het boek dat ik u dagelijks  nog lezen moet, dat ik u tot in den treure voorlezen moet, uw bijbel die ik nu toesla, het zakencijfer van Uw Woord dat hier in woorden vergaat.

Ik schrijf mij uit in een natte kus op de lippen van de eeuwigheid, ik verdwijn in het voltrekken van een lus in de tijd, ik voeg mij als het niets van mijn liefde bij het niets van de liefde die niets is, nergens, daar, bij haar. Mijn strelingen omvatten U, in mijn einde vinden wij elkaar.

Categorieën
kort

getijde in mij

voor Tati

Zij is mijn gelijke. Stel je voor, na al die jaren dit: zij beweegt, net zoals ik, niet in, maar door de holtes in de tijd. Haar bewegen ís aldus de tijd. Zij is er niet, niet hier, nergens, haar lichaam houdt zich nergens op, het is geborgen in de warme schelp van haar bewegen, dans in de dans van de wereld. Haar mond is zee, haar lippen water, ik drink haar dagelijks, gulzig, elke nacht is rondom mij vijandige woestijn. ’s Morgens komt zij op in mij als vloed, ik slorp haar op als  zand op het strand, mijn kastelen tuimelen. Zij denkt & praat zoals ik, haar woorden raken mijn woorden in haar woorden aan alsof het jarenlange geliefden zijn, innig, vertrouwd, terwijl zij toch een mij geheel vreemde taal spreekt, afgemeten, vol ideeën die mij vreemd zijn.  Ik daal af in haar alsof zij de kelder is die ik nooit durfde te betreden. Ik staar stokstijf naar haar, het fundament van mijn bestaan. Haar ogen marmeren mij uit. Zij streelt zichzelf in mij & ik kom klaar & zij in mij. Ons einde valt in ons begin. Elk einde valt in elk begin. Ik word eindeloos, & zij is mijn getijde.

Categorieën
kort

de van gogh routine

suena001

Ik drink absynth aan een tafel die te groot is voor mij alleen. De barmeid is een kleine, tengere schoonheid in een roze katoenen jurk met daar onder niets dan haar huid. Mijn gedachten zijn een natte tong omringd door kroepoek: gedwongen verenging van het aangename soort. Alles is echt: er zijn krekels, tepels schuren zacht tegen het katoen, een aanraking wil zichzelf aanraken om tot aanraking te komen, het maanlicht beklemtoont de volharding, verzwijgt de gebreken. De plaatselijke dronkaards bekijken mij argwanend, alsof ik zo dadelijk met één woord een einde ga maken aan hun jarenlange koesteren van de illusie dat zij, zij wél, onsterfelijk aanwezig blijven in het manke scenario van hun dorp.

Waarom ik hier ben, alsof ik hier ben? Ach, elke scène is anders, maar de betekenis ervan is dezelfde. Er zijn, dáár, dát is het antwoord. Reikende vingers zijn nu eenmaal een deel van het onontkoombare verlangen dat de vingers reikende maakt.

Bedachtzaam wrijf ik mij de hand over de rechter oorschelp, De stilte legt zich als satijn over de ronding van de nacht. Iedereen mompelt iets, het is vroeg dag, de honden wachten, een spier die zeurt, een been dat slaapt. Ze gaan. Ik bestel nog wat, want de maan is het met mij eens.

“Voila monsieur, s’il vous plait”. Ze heet Elsa, zegt Elsa. Ik zeg dat het goed is, en duid op de deur die nog open staat naar de nacht, de krekels, het zingen van het land in de diepe glooiing van het land, het donkere groen.

 

Categorieën
Kathedraalse Leer kort

dit nu, alom

imageTatiIst

Make no mistake: 9/11 is een sloom virus dat pas nu de ware omvang van de pandemie bereikt.

status-update: iedereen is radeloos.

een man springt uit de brandende toren. zeven jaar later zie ik hem vallen, in Barcelona  op een reusachtige video-installatie, tijdens een prestigieuze expositie aldaar. zijn val is eindeloos, de herhaling duwt keer op keer de zweer open van de eeuwigheid van dat gebeuren, zijn panische angst geeft reliëf aan het glad opgespannen zeil waarop de video geprojecteerd wordt.  ik zeg tegen de jongsten dat ze beter niet kijken.

status-update: elke beschaving staart geobsedeerd naar het zwarte gat van haar ondergang.

Barcelona 2008. het is heet, het is droog, in heel de stad hangt de geur van menselijke urine. ik ben ongeveer zes maanden verwijderd van de drie meest misselijkmakende rotjaren in mijn leven, maar ik ben mij vooralsnog van geen kwaad bewust. de meiden gaan shoppen, ik staar naar nude kiki van Man Ray, een fotoreeks waarin de wulpse kiki vervaagt tot een suggestief vlekkenstelsel van de beweging ´naakt´in de onmetelijke papavervelden van onze hersenen. aldus maken wij ook een eigenface aan waarop de visuele input van waargenomen gezichten wordt geprojecteerd. elke identiteit berust op sporen van een eerdere beweging in een veld van intensiteiten. diep in de neerwaartse spiraal van het oneindige universum naar de oplossing in het Niets, daar waar materie ophoudt waarneembaar en dus materie te zijn, want niets van onze kennis heeft nog vat op wat er daar daadwerkelijk gebeurt .

status-update: daadwerkelijk: wat een farce van een woord!

niets is echt: in de eeuwenlange seconden van de val doet het menselijke brein er alles aan om de val te ontkennen. god redt mij, de wereld stopt, ik mag niet dood. hoelang val ik? hoelang jij?

status-update: Linden, zomer 2013. in de warme schelp van mijn oor breekt de zucht van het meest wonderlijke wezen dat ik ooit heb gekend. ik ben mijn wereld & in mijn wereld klapt een vlinder de vleugels open, een zachte gloed aait het kille raam van de toekomst die niemand wil zien, niemand hoeft te zien,  want god redt ons, mijn wereld stopt & wij mogen niet dood.

er gaat een zachte zomerwind door het bos rondom mij. ik voel, ver weg,  het rimpelen van aanspoelende golfjes, hoe het zeewater zich bekent aan het zand, hoe het zand de aanspoelende zee omarmen wil. de klank van schelpen die de schelpen raken.

alles is bezield, & niets is echt. ik ben bij haar,  terecht.

Categorieën
asemisch Kathedraalse Leer kort Links - publicaties

5 dromen voor het slapengaan – pdf-bestand

Hier een link naar een afdrukbaar pdf-bestand van ‘ 5 dromen voor het slapengaan’, evenzoveel lyrisch-prozaische omspelingen van de neo-kathedraalse verbigrammata. De teksten zijn herzien en van vormgeving voorzien.

5 dromen voor het slapengaan (pdf-bestand)

Categorieën
kort Proza

dromen voor het slapengaan (1-2/5)

als je er in slagen kon om elk moment te beleven, alsof het jouw laatste is, dan maak je misschien een einde aan die wereld die ten einde loopt, de wereld van de nauwelijks verborgen agenda, de Kalender van het Kapitaal & open je het ogenblik dat meteen élk ogenblik is, voor de rijkdom van de eindeloosheid der ontelbare werelden, die zich elke nacht voor onze ogen uitstrekt in de schandalig ordeloze sliert der sterren aan het firmament.  laten we even het einde overdromen, voor de slaap ons overmant…

1. [selesteina]selesteina

ik zag mijn lief vandaag & ik zei haar dit, terwijl zij mij verliet: ‘nu, hier, in het midden van de grootste catastrofe aller tijden & middels het besef daarvan, in de intimiteit van onze ondergang, de vrije val van lust en overlevingsdrang in het onmetelijke zwart van de vernietiging, nu zie ik pas hoe groot mijn liefde is, hoezeer mijn handen in de gang van hun gebaren met jou verbonden zijn, hoe onmogelijk het is voor mij om elders te zijn dan in deze verlatenheid, die mij definieert, zoals de maan een einde stelt aan zonnestralen. & Jij zegt mij, zoals elke keer, dat je weg bent, en ik zeg jou ‘dag, weg’ en ik word wakker, hier, nu, in het midden van de grootste catastrofe aller tijden.’

2. [laspolei]verbigram002

ik zag mijn muze vandaag & zij had zich weerom bekleed met de onaardse schoonheid van haar eeuwigheid, een schittering die wij niet langer verdragen kunnen dan enkele ogenblikken & ik zag haar staren, terwijl een nauwelijks hoorbaar kermen in haar keel de schoonheid nog verder aanscherpte in de ondraaglijkheid, ik zag haar verdwijnen in het duistere hart van een donkere roos, een kern van zwart  waarin zij kennelijk zélf al het leed onderging van mensen die de onvatbare wreedheid van mensen ondergaan & ik wou haar toeschreeuwen om zich af te wenden van al die monsterlijkheden, maar toen zij mijn aanwezigheid bemerkte, keek zij mij aan, haar lippen trilden, er zat een glans van droeve woede in haar blik, maar ook een mededogen waarvoor ik mij onwaardig achtte, dus ik schaamde mij en knielde voor haar neer, maar zei sprak: ‘kniel niet, dichter, maar schrijf, wees mij waardig & vergeet mij dan, al schrijvende, in het volle besef van het leed dat onder deze verschrikkelijke evidentie van het menselijke falen verborgen ligt, het leed dat het jouwe is, omdat je berusten moet in dezelfde onmacht die van al dit leed de oorzaak is’

Categorieën
Grafiek Kathedraalse Leer kort lyriek

boom

boom   De boom denkt. De boom heeft geen gedachten, zijn denken is als denken onbereikbaar. Geen hand beroert het denken van de boom. Het denken is zijn onverschil: wij, die de boom zien, wiegende zijn naakte takken in de winterse zon, zien ook zijn denken. Ware er het Zijn, de boom zou zijn denken zijn, zijn Zijn zou samenvallen met zijn denken.

Er is geen Zijn. Er is geen er. Er is Niets.

Bij gebrek aan gedachten, noemen wij de boom gedachteloos, & wij vergeten zijn denken, dat wij zagen, daar, bij het wiegen van zijn naakte takken in de winterzon.

Zijn groeien rust in het groeien van takken & neemt het buitenboomse waar. Zijn groeien wacht op de ontvankelijkheid van het buitenboomse voor het botten dat wacht in zijn groeien. Het groeien dat rust in het groeien van de boom & het rusten dat wacht in het groeien. Zo staat de boom, & zo staande beweegt het denken van de boom.

Het denken van de boom verloopt ingrijpend in de ruimte. De ruimte beleeft het denken van de boom, & toont ons het denken van de boom, in zijn takken, zijn botten, zijn ontluikende bloei, het felle herfstrood van zijn bladeren. De ruimte begrijpt de boom, de boom begrijpt de ruimte.

Categorieën
kort lyriek

de noodzaak van herhaling, de herhaling als noodzaak

(berichten uit de permanente staat van beleg #5)

wie is de vijand, waar is de vijand? in elk paar ogen stijgt zichtbaar de haat tot een kookpunt. haat voor wie?

de gestresseerden, het in snel tempo afkolvende deel van de bevolking dat nog mee kan, gebukt onder de dagelijks toenemende stress, is belast met de uitvoering van een groeiend corpus van regels, gedragscode die je niet in vraag kan stellen, want dan lig je eruit. zij wijzen met de vinger naar het groeiende legioen verschoppelingen, het marginale krapuul, de zwakkeren, waarvan menigeen ooit tot hen behoorden, maar eens je daar zit dan is het finaal gedaan met je, dan kan je het wel schudden, want de rangen worden natuurlijk gesloten.de gestresseerden  gaan zich dan maar gezamelijk te buiten aan het gezellige binnen van de overconsumptie, ter compensatie van de stress.

de verschoppelingen bespuwen machteloos de tanks der gestresseerden, hun steeds hogere 4×4’s die door hun sloppenwijken razen naar hun kleine paradijsjes van overconsumptie, de garnizoenen in de buitenwijken, de fermette’s met hun smetteloos onderhouden gazonnetje. zij zoeken in eigen rangen hun vijand, de vreemdelingen die anders zijn dan zij, dus schuldig.

de rijken verschuilen zich als vanouds, zij spelen leuke spelletjes met elkaar, en gieren met hun porsches onaantastbaar door de weinig nog resterende groene zones van stadstaat belgië. zij doen aan knuffelende liefdadigheid om het onuitwisbare leed in hun geblakerde ziel te sussen. ook zij staan machteloos, slachtoffer van het meedogenloze, a-humane mechanisme van de exploitatie, een programma dat allang buiten ieders greep naar de afgrond leidt. ook zij, in al hun schandalige luxe, staan machteloos. zij verteren langzaam het gigantische excess van de machine die hen heeft beloond voor hun slaafse dienst en houden in ruil dankbaar de fictie van het tekort overeind in de door hun  als speeltjes beheerde media

zij die nog enigszins meekunnen, vervallen geheel in een enggeestig imitatiegedrag. de properheidswoede, een angstreflex om het vuil van de straat buiten te houden. de hun schamele budgetten exploiterende winkelparadijzen worden bewaakt met een horde aan securitydiensten, waakhonden wiens taak het is er zorg voor te dragen dat alles netjes verloopt, want properheid is een garantie voor veiligheid, bescherming tegen het onvermijdelijke verval. winstbejag, linea recta geklonken aan politionele repressie, zonder enige tussenkomst van de staat.

de ouden van dagen, van wie de gestresseerden zich geruisloos ontdoen, teren langzaam weg in propere hokjes, of in de volslagen eenzaamheid van hun vervallende krotten, tot ze enkel weken later gevonden worden, verdroogd in eigen krot.

de verkozenen, zij die zich hullen in de lege huls van de democratie,  verschuilen zich achter de wens van de kiezer, het steeds luider wordende gekrijs van de haat.

iedereen weet dit, iedereen voelt dit. deze tekst herhaalt het gekende. maar kennis is geen besef, en een aanvoelen is in het komende massacre een onvoldoende weerstand tegen het verleidelijke.
de gladstrijkende media worden betaald om glad te strijken, uit te vlakken. de media zijn een karikatuur van zichzelf, zij zoeken met steeds efficiëntere middelen de best verkoopbare woorden, de mooiste beelden, de amorfe middelmaat van het moordende kapitaal. voortdurende herhaling wordt aldus een noodzaak. insisteren, drukken op de zweer van het kwaad.

want straks komt weer de leider. die heeft op alles een pasklaar antwoord, die kent als geen ander de opjuttende taal van de haat. die spreekt van volk en bloed en het kapitale belang. die zorgt er wel voor dat de zwakkeren de baan ruimen, de schuldigen aangeduid, uitgewezen, geëxtermineerd.

wie is de vijand, waar is de vijand? de vijand zijn wij, wij allen: de rijken, de gestresseerden, de vreemdelingen, de verschoppelingen, de ouden van dagen, de verkozenen, de vreemdelingen, de media.

en in ieder paar ogen stijgt zichtbaar de haat tot een kookpunt. haat voor wie?

#4 #3#2#1

Categorieën
kort lyriek

finaal

(berichten uit de permanente staat van beleg #3)

de dood. hoe we die hebben aan de vreemdeling, onze broer. het afghaantje in de jachtvelden van onze gedachten.
onze taal is inktvis, zichzelf verminkende voor onze eigen miskenning. ‘omar jij poort doen’ terwijl we bedoelen dat het noodzakelijk is dat iemand even aan de poort gaat staan om de afval op te vangen van onze woekering. kleutertaal die mensen denigreert omdat het blijkbaar op fatale wijze noodzakelijk is. voor wie? voor ons? of is het nigratie, een algehele vernikkering van het bestel?

noodzaak. noch zoiets. er moet dit, er moet dat. maar wie doet wat? de beweging dan is aan de welmenenden, het gehoorzame blondje dat weet hoe moet. de rest houdt zich schuil. je ziet de ratten pas als ze het schip verlaten, in hun volle verachtelijkheid. ze hebben verrukkelijk mooie kontjes. verkrachting is niet uitsluitend een mannenzaak.

het verbloemen van dingen. de drang naar perfectie. misselijk makende ontkenning van de ware drijfveer, louter winstbejag. het zuivere van het kapitaal. ik wil dit, dus ik dood u.

de dood, fraterniteit die we hebben met de externen. infectie van de lelijkheid. affiniteit.

#2#1

Categorieën
kort lyriek

politiek, ontdaan van zichzelf

(berichten uit de permanente staat van beleg #1)

échte politiek, politiek in de zin van bestuurlijk beheer van de polis, dwingende zorg voor de locatie waarin gewoond & gewerkt dient te worden, de facto voor de meesten onder ons het netwerk dat ons verbindt, de samenhang der programma’s waarmee de economische activiteit dient ondersteund te worden (sorry maar: it matters, de informatica, het virtuele, materialiseert zichzelf, elke dag meer) (voor de blondjes: uw scherm dus), zou er bijvoorbeeld in kunnen bestaan dat iets (iets=een lopende programmatuur= iets) als facebook van overheidswege opgeëist wordt, bezet, niet door een stelletje ongeregeld dat aandacht nodig heeft maar door de verkozen regelgevers, & dan stilletjes aan, want je mag de mensen niet schofferen, ontdaan van de commerciële belangen, zodat we een efficiënter virtueel netwerk zouden hebben, waar we bv niet voortdurend worden lastig gevallen in onze dwingende communicatie door het eerste beste snotjoch met wat poen om ons naar de 50+ dating site te lokken, van het moment dat je tikker in die zin overclocked is.

hetzelfde lot is uiteindelijk indertijd de spoorwegen beschoren geweest, je hoeft geen neiging tot mystiek te hebben om de analogie te zien, maar goed, ik weet het, het historische besef is henen, dus ik leg het effie uit(die blondjes toch): de firma’s die verantwoordelijk waren voor de uitbouw van het spoorwegennetwerk die de basisinfrastructuur waren voor het economisch exces (lees uw bataille nu ’s , hij staat in uw kast) dat rechtstreeks naar uw locale collectie wereldoorlogen heeft geleid, zijn uiteindelijk allemaal failliet gegaan.
ná de uitbundige vieringen van dood en gruwel is men stilaan tot het besef gekomen dat men weer treintjes nodig had om van hort naar haar te sjoeken (het marschall-plan).
op dit ogenblik werkt er geen ziekenhuis meer zonder de bestaande internetinfrastructuur. geen school. geen politiekantoor. geen poëzieclubje. we geven het uit handen. net zoals we onze centen uit handen gaven aan de banken.microsoft, yahoo, google, amazon, facebook, sorry hoor maar ze gaan het (ons) echt niet redden. nobody gives a fuck. een beetje politicus met verantwoordelijkheidszin behoedt zijn mensen (die haar verkozen) ervoor dat ze het slachtoffer worden van het soort collapse dat we nu met de vastgoedspeculatie meemaken, maar bon, soit, als ik  flapjanussen zoals ons bartje bezig hoor, dan denk ik eigenlijk dat échte politiek een contradictio in terminis is, een treintje, met als eindstation outswitch
Categorieën
Grafiek kort lyriek Vertalingen - Bewerkingen

ankylose (equadoriaans vocabulair 2)

[ ik lees “Equador”, het tweede boek van Henri Michaux. In het Frans. Nogal wiedes, want de fondsen voor de vaderlandsche letteren spenderen uw belastingscenten liever aan de zoveelste vertaling van Les Fleurs du Mal van Baudelaire, dan aan het vertalen van één der grootste Belgische schrijvers. Er zijn dus gewoon geen vertalingen. En mijn Frans is niet zo geweldig, dus ik moet af en toe wel ’s een woord opzoeken. Die woorden noteer ik. Deze tekst slingert zich als een woekerplantje door die woordenlijst, een kleine wildgroei op het Equadoriaans vocabulair van Michaux. ]

ANKYLOSE

Neem nog een slok.

Je doet haar opmerkingen af als dwaze praatjes, het irritante blèren van een schaap, terwijl je maar al te goed de omvang van haar gelijk beseft. Hoe vreselijk afmattend dat aan het worden is. Zodra ze er is, zit je in haar wemelende wolk van woorden gevangen, onbeschermde huid in een muggenzwerm. Ze verwijt je niets, ze zegt enkel dit & dat & dit & daarom, daar. Je bent het grootste uitschot in de wijde, heel erg wijde omgeving. Stenig jezelf, stap het ontij in, laat je de ogen uithagelen. Ontdoe jezelf van alles wat kenmerkend is. Hier, drink nog wat.

Haar buit is binnen. Je verstijft in de gelatine van haar liefde. Gave. Gift. Gif.

Terugkeren naar vroeger is geen optie. Haar aanblik is oogstrelend als een lelie, er is geen plaats op je lichaam zonder blauwe plek. Je had een weddenschap met jezelf gesloten: dat je het aankon, dat het verleden verleden was, de toekomst open. Er zit een laag van wazig licht op je ogen, elke lichtbron schermt zich af van jou.  Enkel in volslagen duisternis kan je zien, zijn wat je bent: duister, toe, een afgesloten bestand. Het licht danst met de elfjes van het licht, het leven bloeit onder de levenden. Jij zwalpt bij nacht op zee, je ruikt het land, maar elke kust is een onoverwinnelijke bergwand. Je kotst je ziel uit je lijf in de zee (blijf toch van die joints af, je kan er niet tegen).

Je zweet. Het is de drank, jouw uitverkoren wurgband van het zwart. Je ziet in dronkenschap een tepel rozig uit het donker tulpen, je hoort het loklied van een nix, die zweeft etherisch boven koele waters. De goden willen je met de binten van je eigen verlangens doorboren, er stamt een beuk met bloederige takken vanuit je maag de hoogte in. Maagpijn. Te veel wijn, te weinig eten. De ene waarheid is de andere niet, maar alles is altijd even waar.Wat telt is het niets waar alles in verdwijnt.

Nog een glas, de fles is bijna leeg.  Ze maakt je radeloos. Ze is de aanzet tot huivering, haar lijf is een gebed om geweld.  Je hoopt dat nu dit alles toch eens even stil mocht staan, maar je bent zelfs van dit verstijven dat je geworden bent, de meest grondige vermorzelaar.

Je wordt wakker, je trekt je kleren aan, het is vroeg, de zon is nog niet op. Die dromen zijn afmattend, toch. Daar op de straat, in het licht van de lantaarnen, tussen stoeptegels in de regen, daar lig je uitgezaaid. Kruimels, korrels van je leven. De korrels worden vegen, de vegen vervagen, je gedachten volgen gedwee de lange omweg langs de wonde. Je doet je klachten af als dwaze praatjes, het irritante blèren van een schaap. De bus is daar, een brullende worm in de nacht, wit als een spook.

Categorieën
Grafiek kort lyriek Vertalingen - Bewerkingen

oplossing (equadoriaans vocabulair 1)

[ ik lees “Equador”, het tweede boek van Henri Michaux. In het Frans. Nogal wiedes, want de fondsen voor de vaderlandsche letteren spenderen uw belastingscenten liever aan de zoveelste vertaling van Les Fleurs du Mal van Baudelaire, dan aan het vertalen van één der grootste Belgische schrijvers. Er zijn dus gewoon geen vertalingen. En mijn Frans is niet zo geweldig, dus ik moet af en toe wel ’s een woord opzoeken. Die woorden noteer ik. Deze tekst slingert zich als een woekerplantje door die woordenlijst, een kleine wildgroei op het Equadoriaans vocabulair van Michaux. ]

cover van het equadoriaans vocabulair, een mini-plooiboekje
cover van het equadoriaans vocabulair, een mini-plooiboekje

OPLOSSING

Ik drink haar. Gulzig, hebzuchtig: ik slok haar op & wis haar uit. Ik ben de natte spons, zij het krijt, dwarrelige pasteltinten op het schoolbord. Ik zuig haar op & ik word vet, drachtig van haar. Ik ben een grote, hitsige golem, een kneedbaar monster van klei. Mijn hoofd zit in een mof, aangesloten op haar beeld, enkel dat:  er is geen wereld buiten haar, althans die zie ik niet, & wat ik niet zien kan, daar heb ik niks aan. Vertel mij niet waar ik zijn moet, wat ik moet doen: uw bestaan is slechts bijkomstig, deze aarde is met uw futiele doeleinden overladen. Wier & alg op de dommelende alligator.

Hoepel toch op, versnel uw pas naar de ondergang.

Wij zijn als vogels edel, ongrijpbaar. De gereserveerdheid van de reiger aan de oever van het meer. Het weidse in de vlucht van kraanvogels. Terwijl u wat te brabbelen staat, liggen uw slachtoffers te bloeden, te zweten, te rillen. Hun wanhopig bewegen stremt, slaat af. De brokkelige resten van uw wanen, de ruïnes van uw visioenen, uw taalarm gebral prikkelt de fantoompijn der geatrofieerde burgers. Als waterijsjes lokken ze de kinderlijke massa over de rand van het ravijn. Vee door dolle herdershonden de dood in gedreven. U houdt het geweer van uw zielige hebzucht op de eigen borst gericht, terwijl de verdovende dranken uit goudbedrukte kannetjes u in & naast de monden stroomt. U ploetert goed, daarbuiten. Ik noteer in de annalen: de brachycefalen gaan ten onder aan geelzucht, honger, rampspoed & zuippartijen.

De zon verschroeit de aarde. Het rot verstuift als roet & stof. Wij zitten diep in een donkerblauwe, glimmende grot. Ik hark & schraap haar leeg. Zij is alles wat mij tastbaar is. Ik adem haar, haar glimlach is een recital, haar mond heelal. Ik val, & val, & val. Ik los op als lucht in het glinsterende dons van haar spatiale wolk.

Categorieën
Anke Veld Grafiek kort Proza

‘niets dan een bevlekt scenario tussen blanco cursusbladen’

AUDIO ET AMO

&

Het moet wel zomer zijn, hij voelt geen koude. Hij spant zich in,  zet de boventanden stevig  in zijn onderlip, maar in zijn herinneringen is niets te vinden dat op een naam lijkt. Vaag ziet hij het beeld van een hand die letters wist op een met een waslaag bedekt tablet. Dan geeft hij het op.

Hij is naakt, & zijn lichaam heeft iets vreemd: het is merkwaardig ongeschonden. Nergens een schram of een wondje, niet eens een muggenbeet. Langzaam strijkt hij de vingers over zijn gladde wangen.

Verder. Er is geen schemering, geen overgang. Plots staat hij  in een kegel van licht. Zijn voeten schuift hij verkennend over de planken vloer, die gladgeboend is. Verder is er niets te zien, enkel het  duister dat naadloos aan de kegel kleeft. Aarzelend waagt hij zich even buiten de kegel, steekt eerst een voet & dan zijn hoofd in de donkerte, maar omdat er niets te zien is, trekt hij zich vlug terug in het licht. Temeer daar een angstaanjagend razen de kop opsteekt van zodra hij zich erbuiten begeeft.

Het geurt er aangenaam naar zaagsel, de harsgeuren omvangen hem als waren het tastbaarheden. Hij luistert aandachtig naar wat je enkel stilte noemen kan: zijn hartslag, zijn ademhalen  & een monotoon gezoem, de ondoordringbare verwarring van het denken.

&

Ekster. Zonder enige achterhaalbare oorzaak denkt hij het woord ‘ekster’, de vogel. Verrast door de eigen vondst herhaalt hij de gedachte. In de stilte klinkt eenmaal het lachende gekwetter van de vogel, een schel geluid dat wegebt in zijn brein. Hij schrikt hevig. Levensecht doemt het beeld op van een liggende vrouw, je ziet enkel haar open benen, een reusachtige vogel pikt in haar onderbuik. Hij begint te rillen, wil wat roepen maar zijn stembanden brengen enkel een schor hijgen ten gehore.
Het beeld floept uit, maar langs zijn neusvleugels, links & rechts, glijdt nu een druppel dikke,  zwarte vloeistof weg.  De druppels pletsen op de vloer & barsten daar uiteen tot slierten zwart die in het licht gaan zweven.

Hij wil niet meer die woorden denken, geen vogels meer, niet meer dat beeld. Bij die gedachte glijden weerom twee druppels op de grond. Hij poogt de dreigende slierten met zijn handen te grijpen om ze uit het licht te drijven, maar bij elke aanraking verfijnen ze zich in tientallen dunnere draden zwart, als van olie in water. De vogel pikt genadeloos.

Hij denkt zich nog een drietal kleurige tulpen, wiegend in de zomerwind. Onstuitbaar gutst dan het zwart  ook zijn neus & mond & anus uit. In vertwijfeling grijpt hij nog naar zijn lid, dat in zijn hand verschrompelt, verpulvert als de geblakerde bladen van een verbrand boek.

Categorieën
kort Proza

Nix, de Nekkerman die uit het water kwam

Onder

Het water raast daarboven, wit, luchtig. Het is mijn gladde huid, onaanraakbaar als de tijd zelf.

Ik ruis er rauw & bruut maar in de grauwe klanken schuilt het oude, onweerstaanbaar zinnelijke lied dat enkel de verliefden & de gekken horen. U, U hoort er de lokkende stemmen in, U ziet dan als in een dichte mist het wentelen van sensuele lichamen in hemelsblauw opglanzende zijde, U wordt door al Uw ingebeelde pracht verblind & mompelt dan de namen van mijn zogenaamde dochters,  de Naiaden.

Mijn ziel, mijn droeve eigenheid, dwaalt echter onderin.

Hier ben ik stil.  Een aggregaat van temperaturen en debietconstanten, een min of meer stabiel veld van watereigenschappen, een wazige vlok data die traag de stroom afglijdt. Geen vis of plant merkt iets van mijn bestaan, maar vermetele zwemmers die mij raken, ervaren één seconde lang nog de inzet van het moordende orgasme dat ik hen bezorg.  Dan verstijven ze,  hun hart verkrampt, het bloed bevriest hen tot pegels in de aderen,  ze zinken als een balk de bodem op &  hun verstokte lijven  zijn binnen de kortste keren begroeid met wieren, slijmerig mos & gulzige schaaldieren.

Ik vraag mij vaak af of ze mijn lach nog horen terwijl ik hen het licht als een slak uit de ogen zuig.

Het is geen wraak of moordzucht,  helemaal niet, ik kan het niet helpen: wij zijn gewoon als soort niet compatibel.

U begrijpt mij niet? U begrijpt hèt niet (hemeltje, dat hét van U!)? Lees mij als een vlek cijfers dan, een donkere zwerm coördinaten die langs de bodem kruipt. Een donker Iets in het water dat van de zee droomt. Haal er desnoods Uw breedsprakerige verhalen bij, al die onzin over nimfen &  Ondine’s.

Zekerheid

De zee zal ik  nooit bereiken. Sluizen, stroomversnellingen, een fatale dam, of de altoos dreigende dissolutie door het gif uit Uw riolen. Een zalm heeft nog behoorlijk wat kans om zijn doel te bereiken, mijn desintegratie ergens in deze verzuurde zoete waters ver van de verlossende golven is onvermijdelijk. Even zeker als Uw dood.

Erger is dat dezelfde wetmatigheden die mijn ondergang bewerkstelligen, mijn uiteindelijk verval in onverbonden data,  mij ook telkens weer elders doen ontstaan. Een restbestand van mij verdampt & regent ergens in een vruchtbare stroom. In lange dataslierten woeker ik  dan jaren verder tot op een dag ik mij  plots weer bewust wordt van mijn bestaan.

De reconstructie duurt bijna een eeuw, ik dien mijzelf stukje bij beetje weer in te lezen vanaf het oppervlak van ronde keien,  in de groeipatronen van wieren, uit de vinslag van een vretende karper, in de refractie van de manestralen op welbepaalde nachten (ik ken de formule,  maar de berekeningen gaan mij te traag: ik heb ondertussen een feilloze intuitie van de juiste momenten & plaatsen opgebouwd, het resultaat van een simpel statistisch leerproces, een beetje zoals U een kwint hebt leren herkennen alsof de kennis van dat interval U aangeboren is).

Anders

Ja,  ik heb nog weet van het Begin van deze Werelden, maar de herinnering eraan duurt ook voor mij langer dan een mensenleven, meer dan een tiende  van mijn cyclus, enkele eeuwen voor Uw snelste computer.  Het eerste woord ervan, zo je de gebeurtenis in iets als mensentaal beschrijven kon, zou U een leven lang met verstomming slaan.

Elke keer ben ik anders, niet een beetje, maar totaal anders, & tijdens het inlezen van mijzelf raak ik vervuld van verbazing over mijzelf eerst, & dan zink  ik jarenlang weg in een ondraaglijke nostalgie naar mijn vroegere bestaan.

Bij het herlezen van de pijnen tijdens mijn laatste ondergang doorsta ik de ergste verschrikkingen van wat U waanzin noemt. Het is mijn ik dat kerft in mij.

Na enkele decaden aanvaard ik weer wie ik ben, neem ik vrede met wie ik was & lach ik bitter om wat komen zal.

Slot

Luister ’s effen goed nu: op een jaar, ergens in het begin van deze cyclus,  heb ik een manier gevonden om mij buiten het water voort te planten. De gevolgen laten zich raden. Neen, neemt U het maar van mij aan:  lang duurt het niet meer.

Van het nieuwe leven zou U toch niets begrijpen.

Categorieën
kort Proza

Er (1)

Ik zit in een kast. Zit ik in een kast? Het is een kast.

Het is volslagen donker & ik kan niet tasten of bewegen,  maar ik ruik het hout. Boenwas ook, & er hangt een vage geur van vers gewassen textiel.

Een kleerkast dus.

En la honda noche universal...

Vreemd. Ik kan mij niet herinneren dat ik Spaans sprak, & toch denk ik deze woorden. Letterlijk.
Ik zie het als gebeiteld in graniet, zwarte achtergrond, er dansen vlammen rond. Een rather cheap effectje uit de vroege dagen van het internet.

Internet?

Waar? Waartussen?

Onkruid wieden in de tuin. De zon danst op haar rug, de schouderbladen glimmen, het is een oogverblindend kolken van licht op haar huid van oker. Een roodborstje knerpt en knettert in de boom boven haar, ze draait zich om alsof het zingen van de vogel haar van mijn aanwezigheid verwittigde. Ze  kijkt me aan,  ontdoet zich lachend van haar rok, gooit de groene blouse in de takken.

Hier gebruik dit maar, zegt ze, nadien & ze plukt haar slipje van de struik. Er zat al een vochtplek in, zie ik nu.

Waar ben ik? Mijn hoofd doet pijn, ik moet mij gestoten hebben.

En la honda noche universal…

Het wordt warm plots, heet, de geur van brandend hou

Categorieën
kort lyriek

nighttime is the right time

demondverloor
de mond verloor de lippen eerst & dan de opening.
van armen vielen af de handen, zij verstramden.
de huid verschuift in plakken op de rug. de hals
ligt open & al het vel is van de schedel afgevreten.

het hart ligt als een honkbal in de handschoen
van de ribbenkast. wij waren mooie brave
kindjes. wij hebben alle ons vertoonde wegen
met volharding afgelopen. wij deden alles wat wij

konden. het scherm vertelt me dat ik nu best ga.

Categorieën
kort

g.a.l. – level 2

gal002

[een nieuw en geheel gratis first-person shooter game]

Level 2

Toen viel ik ten prooi aan een hevige onrust.

Op elk ogenblik van de dag had ik het gevoel dat iets mij terstond zou geopenbaard worden,  mocht ik er maar in slagen deze of gene taak zo spoedig mogelijk achter mij te laten. De collega’s verwonderden zich erover dat ik middenin een belangwekkende vergadering opstond, mij verontschuldigde en mij pijlsnel naar mijn bureau begaf. Daar meende ik immers  dringend een mail te moeten lezen, of de nieuwste versie van een belangrijk rapport te moeten raadplegen. Op de  interpunctie  en enkele louter referentiële voetnoten na verschilde het document geenszins van de reeds bekende informatie. Dat wist ik eigenlijk al want ik was de auteur ervan.

Er kwamen woede-uitbarstingen. De anderen begonnen mij te mijden. Ik begon de anderen te mijden. Er volgden maatregelen. Men liet mij toe dag na dag aan mijn bureau de ene aanzet na de andere te doen van een nieuw plan dat alles op de Dienst zou veranderen. Ik leefde in de gespannen verwachting van iets groots dat te gebeuren stond. Men tolereerde mij.  Mede dankzij mijn prestaties stond onze Dienst internationaal aangeschreven als een toonbeeld van goede werking. Nu ging ik zorgen voor het orgelpunt op al mijn inspanningen.

Op enkele lucide momenten herkende ik de symptomen van de ziekte.

Die vrijdag stond ik op het dak van het Dienstgebouw. Twee meeuwen krijsten tot elkaar bij de ondergaande zon.  In mijn linkerhand had ik het voorschrift voor de medicijnen die mijn onrust zouden wegnemen, mij terug in staat zouden stellen mijn werk te doen. Misschien. Deze keer nog.

In mijn rechterhand klemde ik het pistool.

Categorieën
kort Proza

get a life!

getalife[een gloednieuw en geheel gratis first-person shooter game]

Level 1

Op een dag overviel mij dan die doffe beklemming.

Het gevoel dat je de bergen in kon kijken, over de zeespiegel staren, naar de luchten, voorbij de luchten tot in het befonkelde zwart van de sterrenhemel, maar dat alles potdicht zat. Geen uitweg, nergens. Elk buiten dat je betrad werd ogenblikkelijk een binnen waar je niet anders kon doen dan wat je deed, je arm strekken, reiken, je hand de vorm laten aannemen van de vingerwijzing die al in je hoofd had plaatsgevonden.

Ik werd wanhopig. Ik zocht terug de drankgelegenheden op die ik vroeger nog had gefrequenteerd. De stamgasten waren iets ouder geworden maar na enkele avonden was ik terug één van hen. Wanhopige vrouwen deelden opnieuw hun wanhoop met mij & wanhopig bedreven wij een vorm van achterstallige liefde. ’s Ochtends ontvluchten wij de bedden waarin onze bewegingen  als versteven slangen in het beddengoed  waren gedrukt. ’s Avonds ontsprongen ons de tranen  aan onze dronken gezichten. De nacht drupte haar zwart in de glazen genever.

Na enkele weken had het gevoel zich verzwaard naar een stemming die elk  plezier in de neergang vergalde. Iemand moet iets gezegd hebben, ergens een woord laten vallen,  want ik werd ontboden in de Kamer.

De Kamer was leeg op een tafel na. Een bleke houten vloer, witte muren, een enkel raam dat openstond, gaf uit op de binnenkoer zes verdiepen lager. Grijze gordijntjes wapperden, de zon sloeg haar schaduw strak op de tafel in het midden.

Op het wit marmeren blad van de tafel lag het pistool klaar.

Categorieën
kort lyriek SUN(T)RA(NCE)

De Zonnemythe

The Sun Myth

Lang geleden zat de maan nog diep in de aarde. Ze was woest & heftig, een hels vuur dat onder onze voeten laaide.

Wij waren naamloos, onze tongen waren lam & de woorden lagen nog  aan de ketens van modderige klanken geklonken. Als stoom ontsteeg slechts aan onze lichamen dagelijks een onmetelijk verlangen.

De zon bestraalde ons met namen maar niemand kon er iets mee aan. Toen viel er één door een diepe scheur tot middenin de aarde:  er siste iets & de maan verhevigde  nog haar woeste bestaan.

De nieuwe maan brandmerkte de aarde, haar schroeien verdonkerde  de maagdelijke zonnestralen. De ruimte daverde, er brak een stukje van de eeuwigheid. Toen  suisde de maan de ruimte in.

De naam dwarrelde  als  een lege huls neer op onze aarde, zwartgeblakerd. Eén van ons vond de lege naam op aarde. Er kwam een klaarheid in zijn ogen die ons beangstigde. Maar hij keek ons nauwelijks aan. Hij moest & zou  de zee op gaan.

Wij zwalkten  maanden zwijgzaam over de oceanen. Toen zag hij  land & noemde het Atlantis. Hij leerde ons lezen. Hij zei dat dat belangrijk was, voor als de tijd kwam & over ons zou heersen, zoals de zon over de maan.  Wij begrepen er niets van. Hij leerde ons tellen, maar dat lukte niet. We konden niets  onthouden buiten  het ene dat we zagen.

De tijd kwam. Op de eerste avond  bloedde de zon uit in de lege zee & leeg op het strand van Atlantis. De man was in alle staten. Hij riep iets over een  dam om het stralen bij te houden. Zijn ogen brandden als vuur.

Het was ook nog ‘s  springtij &  duizenden nieuwe schildpadden repten zich naar de branding.  Op het bekrastte strand   zeeg de man neer. Opgelucht zagen we hem sterven. Hij wees nog naar het strand, alsof er iets geschreven stond.

Ik las de naam. Toen ben ik maar met de jongens van dat verduurde paradijs weggegaan.

Categorieën
Grafiek kort L!NT

voice over (wit scherm)

abstractthoughtsarentabstract

wakker worden jochie (de stem is de activering van je geheugen)

(je geheugen dat weten we dat ben jij & je lichaam is de korst op je bloedende ik)

(de hele nacht lag je te woelen, te zoeken,  te bloeden, te woelen, te  kerven,  te bloeden)

(er zit altijd een restje  korst in je stem zo kan je al)

ja ja ik kan het horen maar het duurt  het duurt

(de korst breekt & je zegt wat)

“als tijd plaats is zitten we altijd op hetzelfde punt in de spiraal”

(wow)

(mooi hoor)

als je de laatste mens op aarde was zou je jezelf vergeten

hé ja  zullen we dat spelen, ik word wakker en jij bent de Laatste Mens  Op Aarde, als je je kan herinneren wie ik ben dan ben je gewonnen

(ai, nu horen we al stemmen, wij)

(& je zegt)

“uitwelken”

(hm)

(…)

(oké dan)

Categorieën
kort

ommegang

Ik wil tikken op het raam maar mijn hand is ingewikkeld in witte repen gaas zoals bij een mummie.

Buiten staat een vrouw te dansen rond een fakkel in het midden van de binnenplaats.  Ze danst & danst & haar dansen wekt het dansen in je brein, maar het zwaaien van haar weelderige jurk komt vervaarlijk dicht bij de brandende fakkel.

Als ik probeer de repen verbandgaas  te verwijderen, blijken het er honderden te zijn: ze worden alsmaar bloediger & op het einde druipt mijn gehele hand weg als slijm. Op de grond kronkelen langzaam de repen gaas als levende letters in een kleverige poel.

Binnen in de ommegang zitten twee vogelverschrikkers met doodsmaskers mij achterna. Ze spannen reikhalzend méér verbandgaas tussen hun gestrekte armen & uit de gaten van hun maskers priemen monsterlijke ogen dreigend naar mijn hoofd, naar mijn neus, naar de witte tanden in mijn mond. Het gaas fluoresceert in het dikke duister waarin ik radeloos verder strompel.

Het volgende raam toont de dansende vrouw net op het moment dat haar kleed vuur vat. Haar glimlach is betoverend. Het gaat snel. Je hoort niks, maar ziet haar gillen terwijl de vlammen haar verteren, ze spartelt eventjes uitzinnig als een vis op het droge. Dan valt ze om als een uitgebrande lucifer.

De vogelverschrikkers naderen, ik moet verder. Soms herken ik één van hen maar meestal niet.

Bij het volgende raam begint een andere vrouw de dans. Ik wil tikken op het raam maar mijn hand is ingewikkeld in witte repen gaas zoals bij een mummie.

Categorieën
Grotext kort

krak

In een prieeltje uitgeharkt in de onaflatende opwelling van g*ds grote gemoed, een scheet waarvan de stank geen namen heeft, zit een naarstig wijf bot te vloeken. De wanden druipen glanzend van het ijzige niets & vermenigvuldigen de kleine okeren ruimte eindeloos.

Je hoort haar afwisselend zuchten, tieren, met rauwe keelklanken alles & iedereen  onverstaanbaar vervloeken. Bezwerend fluisteren & onaanhoorbaar schreeuwen. Elke klankenreeks in weer een geheel nieuwe taal. Het doet wat denken aan het vocale werk van Giacinto Scelsi, maar haar geluid is nogal vrijblijvend bovenop de aanhoudende  bromtoon geplakt die zich in het kamertje ophoudt als een gevangen mot. G*d’s grote liefde, ontpopt in een grot.

Op haar dijen hangt haar rok halfstok lusteloos te fladderen. De blouse die van het priemen van haar schoudertjes golft, is van een eendere rode stof die van doorschotenheid eerder roze oogt & hier & daar zelfs het blauwig-oranje schijnsel  van de voering vertoont of een onrustwekkend duister waarin je haar tanige huid weet glanzen.

Zij is bezig met het aanspannen van snaren, veel te strak op een krakend stuk gebogen hout. Het rozige hout waarvan de soort mij totaal onbekend is,  kan elk moment gaan barsten & breken. In de hoek ligt er al een aardige hoop van die afgestorven materie, generfd nog met de looplijnen van het leven er kriskras in. Ze glanzen gelig, alsof ze nog vocht afgeven. Twee knoesten zijn het telkens,  met de centrale spiraal uitgebogen van de wortel weg tot een stompe pijl.

Seffens komt weer die droge krak.

Categorieën
kort Proza

Heksenleed, een metamorfose

i.m. Heks Lilo

In het land heerste droefenis om haar.

De pijn zat om het schone zoals een halsband rond de hond. De hond springt. De hond is in de lucht. De lucht is in de hond. We roepen de hond om het slechts een hond te laten zijn. Gewenning, zoals de naam, is een humaan verbond. Een hond, tenminste, kan in de tuin nog louter hond zijn, blaffend op het vreemde,  maar onderwijl geheel los van ons, weg van de bekende dwang, of met het leder als een koeiehuid, een minimale versie van de dagelijkse kommer, kwijl & kwel.

Wij zetten het bazig in, & zingen dan wel, maar zingen het uit. Onder ons geraken wij er niet uit. Humaan moorden wij in naam van het verbond. Geen enkele gedachte heft het denken op dat ons in onze doodse zinnen dwingt. Het zingen verwordt daarbij vlug tot een blaffen van de angst in beangstigende klanken.

Verhalen brengen ons echter troost. Zij die ons de verhalen brengen bezitten de gave en de kracht het geheel zinledige in ons te vullen met woorden, speciale woorden die nog behept zijn met de oude tover van het letterlijk geloof, als ware zij waarlijk vrije lucht waarin een nieuwe adem schuilen kon, een herhaalbaar wonderlijke genezing die slechts door lichte aanstrijk, een mond die zachtjes op een andere  mond de lippen tuit bijvoorbeeld, of de krullen inwaarts van een beschaamde blik, of het diepdoordrongen koesteren van de flitsend mooie gedachte, dergelijke mirakels die op elk moment  kunnen worden ingezet, ter bestrijding van het woekeren der aangepraatte materie, de dood die waakt als vlammetje, diep in elke cel van ons.

Keer op keer vervluchtigt echter die magie. Keer op keer komen wij tot inkeer, tot het binnen, middenin de pijn. Kijken wij daar tegenaan, dan rest er niets dat mooi is. Roet in het roet wemelt het al. & Al het schijnbaar diepere verdwijnt, het lost op in het luide gieren & snerpen van de vlakke pijn.

Zo, tegen wil en dank, maken wij de grens, zo trekken wij van leer. De harde verbittering sluit zich om het ingeknelde leed.

Maar  het woord gaat onvermoeibaar voort in ons, het stokt slechts even in het oppe van de adem. Herinner u de vele verhalen. Adem in het ritme van de vertelling. Het vertelde is geen land, het land beweegt en leeft op in het verloop van de vertelling. Van louter woorden leven ook wij aldus, want de woorden wekken ons een eendere kracht, die op eendere wijze het verschillende dat wij beleven, in de muziek plaatst van de beweging in de woorden.

Daar vaart nu in een duister bos veel te snel een schim voorbij, schuchtig tussen de al hoge peilers van de jonge bomen. Het wazige Verhaal, dat veel te kort voor onze dwaze ogen stil kon staan, schiet snel een dwarse vrouw in, of een levenslustig kind. Het Verhaal gaat verder, zo. Er is altijd weer een dapper mens die zich tegen het dodende leed kan staande houden, die haar kracht in jong levend hout vertakt, in tengere twijgen uitspreidt, in weidse bloesem zingen zal  het ontzaglijke lied van Daphne, bijvoorbeeld, de afwezige Godin die zich nooit voor altijd aan haar aardse minnaars binden kan.  Die zetten immers wel de melodieën van de liefde naar behoren  in, maar de dwazerikken zingen altijd weer het goddelijke verlangen in hun doodse stilte af en uit.

Daarom vroeg Daphne dat ze een boom mocht worden, ver van die grijpgrage massa, weg van de angst om het einde, maar ook dicht en tastbaar en tussen de kinderen en  zichtbaar een deel van het leven dat elke lente weer tomeloos opbloeit in dat duistere, vruchtbare bos.

Categorieën
kort lyriek

Haakwerkje

– “Hier, haak je vast in mijn huid, ik vlieg er toch weldra uit & de pijn is het woord van een ander”. Je spijkert het op de stilte als een vlechtwerk van staal.

Alsof de woorden & hun betekenissen je vanzelfsprekend toekomen. Alsof je een bedreven meesteres van het stroeve genieten bent, een noodlottig bedroefde die slechts het sterven, de bevrediging van de drang naar bederf wil aanwijzen als de enige, ware weg naar het nirwana. Alsof er met die woorden van je iets te vertellen valt. Alsof jij überhaupt iets te vertellen hebt.

Maar een vingertopje van je hand, een spiertje aan je mondhoek slaat snel uit naar bekend terrein, de veilige vluchthaven waar je te handenwriemelen staat & luchtig te lachen van “neem mij, neem mij alsjeblief niet al te serieus”.

De rechte ladder naar het zenith van het humane trillen op aarde wankelt steevast tussen A & B.
Via via, dus toch weer iets dubbel, een herhaling als in een spiegel, waar enkel het glas weet wat er echt is.
De kromme waarheid glipt er ergens tussenin, ze kronkelt weeral tergend langzaam de voorspelbaar snelste weg af. De waarheid is een gladde slang die glijden wil, de diepe vijver in.

Het is de lust die het overal donderen doet, het licht van de woorden dat kenden we al. De duiven zitten op dit uur stijf van de angst naar de lampen binnen te turen. Het raam zet ik maar open best, zodat de onweerswind onze oude kamerlucht kan komen opsnuiven.

Aha, je lacht. Ja, we hebben een heden. Wacht lang genoeg, zo stond het in je hart gegrift, dat altijd voor het grijpen lag (ik heb het walmend in de lange spleet van morgen te rotten gelegd). Maar dit heden staat & spant & zingt. Zo had je het vast niet gedacht.

Kom, wonderlijke dame, tijd hebben we nooit genoeg, prik je strenge oog met je tranenmoraal dus ploef  aan die cactus op de vensterbank, hang je muffe beddegoed over de flitsende schermen, ik zal je vlug bij die befaamde ander van je  sissend op de lippen zetten. Letter per letter tot je met de letters samenvalt. Het verhaal zal ik als stroop uit je glazige adem nippen, de personages die we waren uit de plooien duwen van de lege vlakte die we in de leegte maken.

Ik weet het, je wil nog een bootje zijn, zwalpend op het natte vlak van je wensdromen, maar ik duw je af tot in het niets van de volledige tegenspraak.

– “Neen: je huid is de haak & van die vissen in je aders vliegt er niet één”. Ik hou het de duisternis voor als een vaandel van marmer.

Categorieën
kort

Geef ons heden onze dagelijkse horror

“O ja die rozentuin”
dv, A5, potlood & houtskool

* * *

Zal ik ‘s  een tuin bouwen in de vorm van je lichaam?

F*ck Versailles, dit trekt gegarandeerd een veelvoud van die trieste toeristenbussen. Wereldvermaard wordt vast de met taai onkruid geringde waterput waarin zinken de radeloze zuchten omtrent het verdwijnen van het fijne in je gelaat, het oprukken van de splijtende kopzorgen, de nijd die woekert als geel bloeiende braam rond je hoofd.

Ik modelleer de put van je hoofd uit het geheugen, ik zie hem nog zo voor me: dat gapende gat waarin de kat viel die je teder placht te strelen & die daar jankend verzoop toen je mij de ogen toewierp. Wee die dag, toen ik mij in  het onvermijdelijke ontluiken van die klepperende diepten met hun ijswind naar nergens weerloos gespiegeld zag, mijn beeltenis herleid tot de frêle letter die ik altijd al in je boeken was.

Zie daar de tanige heesters van je stekelige armen, voel de doornen in de zwiepende rozenstruiken onder je oksels, waarin mijn laatste greintje trots zich heden in een kwinkelend kringetje en met een finaal opwippertje bij het herfstige bos van mijn falen schaart.

Rond je atrium waarin doorzichtige haagjes de eertijdse finesse van je legendarische schouderbladen oproepen, metsel ik een zestienzuilig peristilium, waarvan elke zuil een versteende metamorfose van mijn wezen gevangen houdt, een snapshot van de puist van mijn ego op de zich in het doolhof van de onmin vertakkende lijdensweg die wij allen delen. Hoedt je immers, mijn liefste,  voor de illusie enkel tuin te moeten zijn in dit verhaal.

Daar sta ik zestien maal, gespiesd door glanzend zwart marmer dwars door de bleke onderbuik telkens, een verzakking uitgevoerd in vlekkerig albast waarlangs fijntjes de suggestie van een etterig bloedstraaltje loopt.

Op het dak wachten de gieren. Straks, als de bezoekuren afgelopen zijn & het geloop als dwaas en oppervlakkig uit de rijkdom der bewegingen in het geheel van het rotten verwijderd is, straks krijgen zij hun dagelijkse galgemaal: het ik dat je vertuinde geest ophoest uit de diepte van je darmen. Het floept uit de put die je kop is.

Ongehoord, ongezien lig ik in het late zonlicht gillend te lillen wijl de eerste gier zijn bek zet in een uitstulpsel aan het vormeloze spuwsel. Daar is de tweede al, de derde, …

Categorieën
Audio English texts kort Ruis

PANTIFUSION™ RULES DA DIGIWAVES

(schrijfsel volgens de nieuwste constraint op Nuzzled Sentence)
FFX! hear da viskals wegewaaien over all! Ier yorwick is fliksing in brightsels. Man had er ingeswimd driewerf da Fuckerde Hoekspleet smack in da verbotzeignuncte Eregnis im beyondkuhes grasses aber Maddy Creambartock and her girlswoons notched up da creep a weebit so out pupped da dogleash in pantifusion™ Blu ray may HD but pantifusion rules da digiwave. Courtwrights and playbanks beatnik da crap uut ’t gruuthuuze semenal schribsel on da crackyard, nikswize. Een op een is drie bijeen. Maagselwitten twee magin dachterwaarts insgelucks. TWEERElt was a fatsy blooperassky donateske, drei zwengels und a tungat im munde. And bladdergushed ilkward da hundreaded codekwenzels from da californicated spindiks. Wadda blurredwell hellmash unflipped from butterbraille, wadda way da spliff sputtered da faeceased mundogen IO und OI till OO und YETZ!
pantifusion mp3 (Originalfässung] (download de MP3)
Categorieën
kort Proza

homerisch

Jaguar

Toen we klein waren hadden we een tante ik bedoel we hebben ze nog maar we zijn niet klein meer en ze is helegans verdroogd en in rimpels en rafels uitgelopen ondertussen maar toe we nog klein waren dus hadden we een rijke tante en die reed met zo ne sjieken bak, zo’n Jaguar had ze, in’t bordeaux, ja bloedrood was die en het stonk er verschrikkelijk naar het leder van de zetels, dat plakte aan je billen zodat je ze d’r moest afscheuren als je je kont wou verzetten want uw kont en uw billen vooral die werden daar helemaal voos in en het was er ook altijd veel te warm in en die tante stonk naar het parfum ook en die Jaguar die reed over de kasseien en je hoorde dat maar je voelde d’r niks van en na vijf minuten moesten we altijd stoppen want iemand van ons moest dan echt wel effen aan de kant om te kotsen, gegarandeerd elke keer zodat ons moeder uiteindelijk die tante haar zus dus maar aan ’t verstand had gebracht dat we echt niet meer mee konden als het persé in die Jaguar moest.

Zo ’n ventje zijt gij nu ’s zie, gelijk die Jaguar, ge zijt wreed sjiek en ge vliegt overal over maar ge kunt met u geen bal aanrichten, want van ’t ogenblik dat ge iets verder kijkt of luistert naar de kasseien daarbuiten wordt ge kotsmisselijk van uw getramp en uw gezaag dat overal over gaat behalve over wat het zijn moet, daar hoort ge niks over.

Categorieën
kort lyriek Proza

De Nieuwe Stem

face.jpg
dv 2007

De Nieuwe Stem

In de aanloop naar en tijdens de eindejaarsperiode is de Stem weer in alle uitzuigerijen verkrijgbaar op vertoon van uw leefkaarten. Het is dit jaar een basalt. Zij zuilt natuurlijk in een vijf of in een zes.

Voor een hoger getal drinkt u nogmaals van de fles.

Haar glinsterende hoeken zijn veelal opwindend voor uw garenklos, zij heeft dan ook voor elke tekstgleuf een klooflip met een naakte god erin.

Voorname eigenschappen van de Stem:

  1. Haar dertien namen is een lijst die start met amfibool, pyroxeen en olivijn
  2. Bij grote lichtinval schemert zij lijn per lijn en zonderling ter aard
  3. Haar hoofd is strand in Scheveningen, heur haar het galmen van een boothoorn daar
  4. De Stem is kwetsbaar
  5. Des avonds murmelt zij in verzen Ida Gerhardt (“Een hoge kreet trekt scherp zijn zilvervoor”), ’s morgens blauwt zij hanig Marsman in de vale luchten boven haar huis (“de vlucht der hinden nog, de herten van den nacht’)

Tussen haar en haar weerschijn, een andere instantie van haar die in haar eerste zijn te schijnen staat, glijdt glaciaal de glazuurbijtende etterstroom met bovenaan in dichte kladden roet haar stadsbestaan.

Bij elke aanraking gulpt de Stem een woordbreukje klank met in een plas ernaast soms een breder droef gebaar.

 

Categorieën
archiefdoos Grafiek kort lyriek

zegepraal

zegepraal
dv – “zegepraal”

Het triomfantelijk gebrul in de gang is het gebrul van de genodigden. Wij zitten te wachten: het scheppingsfeest is begonnen. De werken houden stand, wij zullen eeuwen trotseren.

Voor we er erg in hebben breekt het wachten in een duren uit dat zich aan het eeuwige afgemeten weet. Het levensvocht gaat als met oceanen verloren.

Zij dosten zich uit met slingerende kwabben vol bloed. Hun monden leken op puntige gaten. De prognose van de heftigheid van het stuiptrekken van de genodigden bepaalde of ze werden uitverkoren. De spuitende halsslagader gebruikten zij als een verfijnd penseel voor hun vierdimensionale werken. Uit hun schoeisels, zo getuigen de geschriften, groeiden de slijmslangen van het kwaad.

Het zingen ligt ons in de haren geplooid. Het goud is ons onder de vingernagels gespoten. Ons denken klatert als een gletsjerbeek. Het besef is dwingend. Wie niet wordt uitverkoren, wordt kunstenaar.

Wij mergelen ons uit, een leven lang spannen wij ons de spieren tot strakke snaren. Wij versagen niet tot wij ons bij de genodigden geschaard weten.

Stof zijn wij, rond de beenderen ik. Het triomfantelijk gebrul in de gang die ik verlaat, is het gebrul van de genodigden, mijn zegepraal.

Categorieën
kort reeds verschenen

Eeuwigheid

we_r_king
dv – ” we’Rking” – aquarel -A4

Het vlak ligt op de xy-as, de z-waarden zijn immers verwaarloosbaar. Het pad (dit wegeltje) doet zich voor als een rechte tussen het achterliggende A en het zich, naar u aanneemt, in de verte voor u bevindende B.

Een drietal graden rechts van B verheft zich een grillige berg. De berg weet van geen wijken, zo men hem al naderen kán, in het verloop is enig verschil onmerkbaar. Verwaarloosbaar.

Het falen van het geheugen bij gebrek aan gebeurtenis.

U weet het al: de blakende zon. Het blauw van de hemel is dreigend, er gaapt ruimte op u neder met een banaliteit die u enkel na het woord enkele malen bij uzelf herhaald te hebben ‘buitenaards’ kan noemen. Wedergeboorte van het buitenaardse.

Van A herinnert u zich niets meer, B is een veronderstelling.

Het zand is mul, het pad is ooit verhard door een fragiel soort kiezelslag, waardoor het ook nu nog wel enigszins beter begaanbaar is dan de open vlakte.

Enige tijd geleden was er het restant van een door de bliksem getroffen boom. Van de stam stond nog iets overeind, takken en bladeren waren tot een rossige plek rond het zwarte uitsteeksel vergaan.

Als u zich de ogen sluit valt de zonnecirkel nagenoeg samen met de rossige plek die over de binnenkant van je oogleden schuift.

Het pad lijnt zich af door een absoluut gebrek aan begroeiing, daar waar de vlakte eromheen her en der een minimale begroeiing vertoont.

Soms: twee vogels, links, ter hoogte van de bergtop, die van elkaar wegvliegen, samenkomen, wegvliegen.

Wilt u het vlak “Eeuwigheid” laden? (Y/N)

 

 tekst gepubliceerd in De Brakke Hond #95 als ‘Uw vlakte’

zie https://web.archive.org/web/20071021170544/http://www.brakkehond.be/95/vekemd5.html

 tekening van 2008 – ingekleurd in 2017