Categorieën
dagwerk 92-93 lyriek

dagwerk 92-93 (13)

18 oktober 1993

schuld heeft geen verleden.

natuurlijk ben je schuldig, iedereen die hier geboren is medeplichtig, heeft bij zichzelf de verzaakte plicht om verantwoording af te leggen voor wat zij niet deed, niet doet en nooit zal doen.

alles wat je koopt is een vergrijp. het overschrijdt de grens van het zogenaamd humaan toelaatbare. met de vinger wijzen naar de ander heeft geen zin, je wijst naar een kopie van jezelf.

maar schuld bestaat niet, je kan je niet schuldig voelen.
spijt kan je voelen, dat is echt. het kruipt in je keel als een wrange slak.
wroeging kan je voelen, het is de staccato herhaalde woede op jezelf omdat je niet dat en wel dat hebt gedaan terwijl je herinnering als een aangehouden dreun blijft herhalen dat je dat deed. wroeging gebeurt echt.
schaamte kan je voelen, de stopsel op het zwart van de ziel is weg en je lege hart, je onmachtige brein, je spastische bibberhanden worden opgeslurpt door de leegte in de leegte die heel de leegte vult die jij bent, jij looser.

maar schuld kan je niet voelen. schuld is een oordeel, een uitspraak, een verdict, de uitkomst van een proces waarbij de taal en dus gans de maatschappij beslist heeft dat jij schuldig bent.

schuld gebeurt niet, schuld wordt uitgesproken, zoals het geld ontleend wordt aan de realiteit van de waarde: zo wordt het oordeel ontleend uit de realiteit van de heersende morele orde, de gedragscode.

de waarde van het geld is ook maar louter lopende code.
schuld is ook nooit gebeurd, net zo min als geld ooit gebeurd is.
schuld kent geen verleden, het staat niet in de ogen van de misdadiger, de gefotografeerde eenling, naakt en gevangen in zijn moment.

schuld is een zone in het raster, de ‘grille’ van Artaud, waarvan hij zegt dat het een verschrikkelijk moment was voor het gevoel, voor de materie1de ziel is niet van de mens de ziel is van alles en van niets, de materie gebeurt als ziel, elke nucleus in ons lichaam is zuiverder van ziel dan het Rot van onze complexiteit..

de tragedie van de humaniteit speelt zich automatisch af, het volgt de vierkantige code van de taal die wij denken te gebruiken maar die ons gebruikt in haar instinctieve spiraal naar haar eigen slot. de taal is een slang die zich in de staart wil bijten en ze doet het in roterende vierkantjes die het leven kwadrateren tot ze cirkelen gaan en spiralen en de spiralen worden zwarte gaten die al het onnodige wegzuigen want daar komt al in zicht het sidderende purperen van de staart, het mauve venijn in het groenig-grijzige slijm van de nijd. met witte spikkels van de (zelf)haat.

je kan de tragedie niet stoppen want ze is tijdloos, ze zit onbereikbaar binnenin elk moment: vertraag de tijd, vergroot het kleine traag en groot genoeg en daar heb je het, het is gebeurd.

schuld is tekst, je kan het niet voelen, je kan het enkel lezen, het verwijst naar iets dat nooit gebeurd is.

iedereen wordt de rekening voorgeschoteld. de smaak van de drank, het malse vlees wordt er niet op vermeld.
‘het heden is onbeschrijfbaar’ zegt T.S. Eliot. deze ‘loutering’ door de taal, deze verdichting wint aan overzicht wat het verliest aan inzicht. en de openbaring van het woord zoekt de gapende mond van de apocalyps om zich onze overbodigheid als mest uit het tekstenlijf te persen.

we zetten alles in nog op de haakse woorden, lacunes, aberraties die in de tekst uitsteken, doorzichtig glanzen van wat er aan echts onderdoor zwemt, de glinstervissen van de lyriek.

vensterwoorden, woordwoorden, recursieve codes, zurig doorrottende clusters van aangekoekte realiteitsrestanten, het boek van zand dat tot glas brandt in het telraam. het woord dat guitaristen is, uitgefikte sterren in verouderde spelling, een meervoudige twinkel van louter git in het zwartst van de wenende nacht.

het bijt en slikt. gulzig. de snaren springen.
de nacht weent omdat er geen dag meer komt.

Noten[+]