Categorieën
lyriek

dagwerk 92-93 (16)

18 oktober 1992 (4)

uit mijn handen stuiven zeven engelen
van de steen die ik omsluit. zeven
blauwgevlerkten leggen zalvend
hemelzoete spreuken op de zweren in het land.

er schieten geurige bloemen op in het bos
en in de straten vrijen saters en
nimfen op de schoot van een vingerende reus.
herinner je de stem en zing het lied
van de flitsende sterren. uit mijn lichaam
stroomt het warme water dat je streelt
tot elk onderscheid verdwenen is.

rivieren klaren uit en zinderend
de damp stijgt uit de blauwe zee.
mijn zingen neemt jouw zingen mee.

ik dek je toe ik
neem jouw nu en wrijf
het open en alles is het nu
dat niemand schrijven kon.

nu jij weer.