Categorieën
dagwerk 92-93 lyriek

dagwerk 92-93 (4)

(prentje : dv 1994)

16 september 1992 (2)

je stopt mij in mijn vel
strijkt mij de haren, mijn oren
kus je, zoent mijn mond, dat
is het dan, zeg je mij
goeiemorgen, vrouw voor mij.
niets wordt tussen ons geplet.
er zit geen lezer in ons bed.

*

wat ik toen verzweeg, denk ik

nu huilen mocht niet vloeken wel,
dus ik werd kwaad en vloekte
stampte, snikte en schudde mij uit
tot ik van mijzelf ontdaan wel huilen
moest want was het niet ja was het niet
mijn eigen godverdomse schuld.
nu zie ik tandpijntranen lopen
van de wangen op de fiets
van tandpijn in de vrieskou
van de vreugde van het werk
want werkvreugde werkt.

*

het herfst in de etalages. de poppen
van hout zijn sober gekleed. de gummi-
dummies dragen feller blauw en rood.
blauw is de kleur van de fixatie, de lucht
legt de wereld haar fictie op, zwaait
met haar kleurloze lichtzwaard tot
het zwart van de ledige ruimte
in haar wolken verkleurt voor de zon.

blauwe hemels. zorgeloosheid
van het zich spiegelende niets.

iedereen weet dat het blauw in de schoot
van de diepzee de luchten doet stralen.
rood is het echte, rood is mijn vlammen
op het rood van haar jurk. ik zeg ‘stap’
en ze stapt er uit met een lach en haar
lachen wordt een deinen in het holst
van de nacht in het holst van de nacht
zal ik razen tot het brandt in haar zee.

*

gehecht kan je enkel raken aan dingen waar sleet op zit. het patina van je verlangen emergeert uit de asse van alle vergeefs verbrandde woorden.

*

ik barst van verlangen, het zwart van mijn leegte
vult deze letters, mijn waarheid is vuur, mijn
woorden lava dat stolt in hun duur.

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!