Categorieën
dagwerk 92-93 gedicht van de dag lyriek

dagwerk 92-93 (17)

18 oktober 1992 (slot)

in mijn handen lag de steen die mij omsloot.
zeven dagen links. zeven dagen rechts.

een was het al en alles was niets.
ik had een steen maar niets om naar te gooien.
ik had een steen maar niets om aan te bouwen.
niemand zei mij wat je met zo’n steen kon doen.

en toen kwam jij. ik mocht jou strelen, jij
die mij spuwend van walging verwierp,
die mij spottend van schaamte zag zinken,
die zee was voor mij en zwoelte en ik zonk
en ik zonk en ik zag
hoe je lachend de riemen der leugens doorknipte,
hoe ik brak, hoe ik losbrak,
hoe ik stroomde,
hoe ik brandde,
hoe ik brandde voor jou.
ik fikte gans op tot wat as.
ik was effen niks.

en nu ik.

ps. elke beweging die ik je zag maken, maakt nu muziek in mij los. hoe gaan we dat regelen met de rechten?

Één reactie op “dagwerk 92-93 (17)”

Geef een reactie