Categorieën
dagwerk 92-93 lyriek

dagwerk 92-93 (8)

(tekening dv, 30-08-2004)

7 oktober 1992

jij typt mijn krullen om tot letters in jouw boek van zand dat je uitstrooit, net zoals ik je deed beloven. het is een eenvoudig programma, er kan moeilijk wat mis gaan. het trage werk van toen krijgt genade of niet. bij genade mag het opnieuw gebeuren.

ach, je voelde het bij de afstoot al, het groene laken is vlak en onverbiddelijk. ja, maar het is belangrijk voor mij, ik heb het nodig, nu, dat wist je toch?

laat ons maar zwijgen.

in het boek lopen er vandaag eerst zandstroken samen tot ‘bergen’ (een roede tussen de borsten?) waar ‘jij mij omroosde’. straf spul.

en dan staat er (ongeveer):

gooi water op een poreuse steen. het water wordt niet opgenomen, de steen smacht en maakt plaats voor een grijpen dat nooit komt. er vallen harde woorden in de snoeiharde stilte, de strijd kan nooit worden beslecht.

als het sterven stopt, begint de lijn tot een vlak om te buigen. het vlak is een spiegel en buigt verder en barst in duizenden stukjes die verduren tot zand.

elke exit is een init. fuck it.
push a little harder, baby.

pas maar op, leentje spillebeen, ik ben nog niet zo laag gevallen dat mijn nagels niet jouw ogen kunnen uitkrabben. ik respecteer elke weigering maar niet de weigering om de leugen van de ontkenning toe te geven. enkel de zaligen hebben de gave van de onfeilbaarheid. enkel de vervloekten weten wat zaligheid is.

ga dus heen in vrede, allemaal.

on three.

*

en dan de eerste versie van ‘oktober’ die niet in wezen verschilt van de laatste. is het een pleidooi of een gebed? geen van beiden misschien want ‘Wind verijlt de roep’: niemand hoort het. een pleidooi is geen pleidooi als het niet gehoord wordt. en een gebed?

een gebed wordt gehoord op het moment dat het uitgesproken wordt.
een pleidooi is een pleidooi op het ogenblik dat iemand het leest of hoort als een pleidooi. de erotische ellende is waanzin die waanzinnige code produceert die de erotische ellende in de hand werkt.

het is pas echt als iemand het zegt.
al het echte is ongrijpbaar.
het doorstaat met gemak de plaag van de taal, waaraan wij sterven.
en het gebeurt op elk moment.

oktober

Over de vijver van het park
roept de reiger, rekt zijn kreet.
Niets bevestigt verder nog
dit landschap.

Zo ontloopt het zand ons nog,
zo breekt de liefde hoog uit
één nacht ijs, stort in klater-
beken spiegelscherven scherp
op wat daar dieper naar een
schuiloord zwemt.

Zwart op zwart zink ik in inkt.
Geen steen die ik bekras heeft
plaats voor wat ik grijpen wil.
Wind verijlt de roep: troost mij,
wil mij niet ontkennen, om-
roos mij vast.