Categorieën
dagwerk 92-93 gedicht van de dag lyriek

dagwerk 92-93 (14)

18 oktober 1993 (2)

aan de andere kant van de stilstaande nacht schuurt het rad van de dagen sneller en sneller. de wrijving verzilvert de zwervende tranen en aan de miljarden onhoorbare reutels en kreten geeft het eerst vuur en dan lucht.

het schroeien giert als een schil van de hel rond de aarde. de acht stort weer in tot de nul van de vurige telling. elke geboorte is een wonde waarvan je nooit meer geneest.

het verlangen naar eeuwig leven is de bloem op de distel van het echte. we plukken onze levens en noemen het werkelijkheid om de plant te kunnen vergeten. het eerste zonlicht is een onuitsprekelijke verschrikking.

*

30 juli 1962, kwart na acht ’s morgens. alles verengde tot de eerste schreeuw van je adem. iedereen moet voorbij het schroeien, maar jij zal het geweten hebben.

*

opgeschreven wijsheid kan je je het best voorstellen als een stroom van schijnbaar onsamenhangende gegevens verspreid over een beperkte ruimte waarin de tijd een lus maakt als en alleen als jij zelf bereid bent de sleutel door te geven zonder ooit te weten op welk slot die zal passen.

je weet nooit wat je schrijft, maar het klopt als een bus. je zal het zelf nooit begrijpen omdat je het ervaren hebt en niets van wat je schrijft, wekt dat weer in leven. toch niet bij jou.

je lost op in het schrijven en het schrijven is de oplossing van je leven.
alsof er iemand ooit wat gevraagd had.

het komt in weeën waartussen je alle pijn weer vergeet en je wordt dan het vel van een slang die verdwijnt. je schrijft jezelf uit in fijnzinnig verbonden huidcellen die waanzinnig snel verdrogen en verstijven tot wat je herkent als geschriften.
eerst wordt je alles ontnomen waar je aan hield: je waren, je waarheid en wie dat je was.
je vervloeking wordt een ranzige zegen verknoopt in het purperen slijm van al je leugens. hoe kan je iemand wat bieden als je zelf het geschenk niet aanvaardt? je valse bescheidenheid ontneemt het de kracht om zich op de borst te kloppen. je trots wordt hersteld in haar ware gedaante van een moeilijke plicht vol geneugten. je voelt dat je doet wat je doen moet, hoe weinig je ook ervan begrijpt1het lijkt uitwendig in alles op een psychose maar het is het niet want in een psychose krijg je de ruimte niet om die bedenking te maken en hoe gek het ook loopt elke dag eindigt met een voor ieder aanvaardbare realiteit.

elke emotie lost op in de naam die ze had om vervolgens weer anders te heten. alles komt los en beweegt maar je ziet het in de verte al weer samenkomen tot het vertrouwde bedrog van het bekende.

in en over de gang van zaken heen heeft een zich de lopende code van een inhumaan programma ontwikkelt dat je helemaal uitholt, heel je bestaan tot dan ridiculiseert. het heerst met monstrueuze precisie en sublieme muzikaliteit. je bent het een beetje maar je bent het vooral niet. je wordt door de mangel gehaald, en elke cluster van betekenis in je wordt vermorzeld en komt er lichtjes anders weer uit.

je bent uiterst dankbaar voor elk moment van verpozing, de hemel ontsluit zich dan in de verbijsterende schoonheid van haar zalige aanwezigheid. maar ook die momenten verdwijnen haast spoorloos. het is inscriptie op een blad in jezelf dat je zelf nooit te lezen zal krijgen.

de afbraak is ongenadig. een pellen van de lappen huid rond je leegte. de pijn is bij momenten ondraaglijk, er wordt geduwd, getrokken en gretig gescheurd. maar je wil niet dat het stopt voor de leegte naakt en bereikt is en dan ben je er niet meer.

als de recursie voltooid is, is de lus gelegd en glipt er iets in de restanten van het vel dat zich weer razendsnel sluit zodat je niets daarvan ooit zal kunnen bevatten. de euforie is hilarisch maar het lachen doet deugd zoals het nog nooit voordien heeft gedaan. zelfs het dreigen van de volgende wee boezemt geen angst in maar verhoogt het genot van de vreugde

je ziet wat je altijd al zag. de onmogelijkheid van een herfstblad om ergens anders te vallen dan daar waar het valt. epifanie van de gesloten oneindigheid die zich vertoonde als eindige openheid. haar stralende lach en de ring, de verborgen vonk worden je telkens weer fataal.

je noemt het liefde, devotie of smeert het uit over andere dwaze woorden, maar het gebeurde is gebeurd en blijft gebeuren zonder dat je er vat op krijgt. straks ben je alles nog vergeten.

*

schrijf nu.
je wordt wakker en je kijkt met zand in je ogen naar buiten.
de oktoberzon stelt zijn werken tentoon, kadreert de stad, configureert het spel van de vlakken, de lijnen, de misleidende vormen. iedereen zet het masker weer op. men begeeft zich werktuiglijk naar de ingang van de grot.
het licht overstijgt moeiteloos elke realiteit en indexeert de resterende tijd. de toekomst was een open veld dat nu dichtklapt in magische zeshoeken tot de laatste drie op de laatste drie plooien en drie worden en twee en tenslotte geen een meer.

je onderdrukt maar gauw de neiging om te gaan roepen, om te willen waarschuwen, want er valt niks zinnig te zeggen. je geniet zo lang het kan en je leeft en je wacht geduldig en deemoedig op de volgende wee.

de schrik dat er niets meer komen gaat is al gauw een mogelijkheid naast de andere. alles kan, niks moet, maar je moet er nog hard aan werken.

” i kiss you, you’re beautiful, i want you to walk”. veel heb je nog niet te bieden, maar het zingt toch al wat.

Noten[+]