Categorieën
lyriek

gitte

[tekst:dv – code:ed]

Eerst was er de vruchtbare monding, het slib en het drassige weiland, de schoffel schoffelde tot er schot in kwam en met het leem duwden de menigte de stad overeind en de mannen vervolgens. Zij bouwden grote huizen met verscheidene badkamers.

Toen kwam de hitte, zoals de vloed op het strand. Het stelde allemaal niet zoveel voor. Zandkastelen. De barsten barstten verder uit in steeds diepere barsten en alles – de jacuzzi’s, de douches, de sauna’s,  de marmeren toiletten – alles verguisde tot ruis in het zand. Mijn vlakke zand.

Er kwamen wormen in het vlakke zand: zandwormen, strandwormen, ongewervelde holtekakkers alleszins. Niemand begreep het.

‘De vlakte betekent,’ zeiden echter de geleerden, ‘want er zitten gaten in’. En zie, de geleerden wezen naar de rijen zwarte wormgaten waarin her en der nog een bidet wegzakte.   ‘Kijk,’ beweerden zij, ‘daar spijkeren de gaten zowaar een zin in het land. Een zin! De toekomst lacht!’

Wij lazen de tekens maar de tekens waren niets anders dan gangen: kruipgangen, vreetgangen, wormsporen, druipholtes.

‘Voor de zon en de geest van de zon zijn het slechts wurmen’ traden hen bij de schepen van de cultuur. ‘Aardwurmen, nietig slijm en snot van de vochtige grond’. Velen van ons juichten de schepen toe met winderige niesbuien. De duikboten van de oppositie speelden zakdoek leggen, niemand zeggen met hun maskers.

(Hier, lieve kinders, zo plots al aan het eind van onze vertelling gekomen, staat het slot zich  handenwringend op slot te draaien met de woorden:)

“Een beweeglijk soort korst was het,
als je het mij vraagt, met een sprietje
mos dat wriemelt voortdurend met
twee wriemelwortels in het tijdslijk”.

en voor wie

invoer (2018) – voor ‘finis mundi’

code

0where1what3whatneed4when5action6withwhat/how7result8forwho

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!