Categorieën
lyriek

peristaltisch

Spin mij het rag, vernuftige, en blaas mij uw mist,
draai de stof van uw listen bol in mij, om
en om uw vinger die zich in mij vormt en
dans mij, als ik snak en grimmig naar u hak,

haar fraaiste wulpse pasjes voor, lucht haar
hartje en haar jurk van glim gedroomde draden
op en op tot op haar buikhuid halogene spotjes
zon weerschijnen,  licht dat moet verdwijnen
bij het woelen dat ik tastend
in de plooitjes warmer maak:

drijf uw hand dan onverwacht in mij,
schep heel diep en haal het
vuur er uit : daar sis ik al
op steen en roest en smeer ik
haar en mij en u
in blaar en vers
en vloeken uit.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘peristaltisch’

Één reactie op “peristaltisch”

Wereldvreemd maar dat is in doorsnee elke veek. In tegenstelling echter tot de doorsnee veek, is dit een luchtig gedicht, op smaak gebracht door een doorgetrokken grammatica die geen afwijken duldt zodat de pointe tot zijn recht komt. Met andere woorden, dit verdient een plaats in de annalen van de wereldpoëzie.

Geef een reactie