Categorieën
collage Délie gedicht van de dag Harusmuze LAIS P'Tix

BJF

si non SINON la SI

CKUinfo@BJF
– bijgewerkt: Harusmuze 355, linksecties van drie lopende programma’s
– BJF heeft een issue in de Scève routine

P’TiX BJF – ’the kiss’
gedicht
LAIS CCCII
Mistroostig de kale takken reiken
van 't zompe zuigen naar de grijze lucht.
Geen oog kan nog klaarte hier bereiken,
elk doel wordt van zichzelf te zware vlucht,
elk woord versmacht in de brij van gerucht.
Zij, trilling al omtrent, ontdoet heur haar
van strik. Licht daalt dan neer, een godsgebaar,
takken tokkelen letters op het raam.
De kachel schiet aan, het hier is weer daar.
't Krast zijn naam uit het boek van de blaam.

LAIS is de geschiedenis van een verwording.
het ‘ik’ van de dichter sterft af en is een ‘het’ geworden.
het ego van de auteur sterft in wansmakelijk zelfbeklag als god in ’t diepst van zijn gedachten, het schrijven zelf echter wil van geen wijken weten.
‘het’ is restant, begraven in het desolate landschap van een dode taal.
argeloze lezers wekken het sporadisch tot de hel van een onmogelijk leven.

LAIS wordt sinds 2010 rechtstreeks online geschreven op deze website en elders. het werk zal uiteindelijk uit minimaal 449 dizaines bestaan.

LAIS is dan ook in zekere zin een update van de DELIE van Maurice Scève, een complex werk gepubliceerd in 1544, waarvan alvast de strikte vorm en het aantal dizaines werden overgenomen.

het dizain van Scève is een oude Franse dichtvorm die na hem in onbruik raakte ten voordele van het sonnet.
het telt 10 regels van elk 10 lettergrepen in een vast rijmschema ababbccdcd.

#tlestenifs@BJF

#tlestenifs is een pop-up collageprogramma met vier weken lang invoer van de krant Het Laatste Nieuws. het programma stopt vanzelf.

i tjing hexagram van de dag

hexagram 47  (kùn) – “Opsluiten”

H A R U S M U Z E

27 – de taal heerst in de nor van de noden
126 – de toekomst is geen goed dat u toekomt.
174 – wij beminnen hetzelfde in velen
313 – ontdoe het denken eerst van het denken
464 – ’t ergste denken maakt het erge beter

rev & comp. dv@CAA

de HARUSMUZE is een eigentijds interactief orakel, het Beginsel van een NKdeE generatief schrijfprogramma gebaseerd op het Boek der Veranderingen, de I Tjing.

Scève
D182

Mais si Raison par vraye congnoissance
Admire en toy Graces du Ciel infuses:
Et Graces sont de la Vertu puissance,
Nous transformant plus, que mille Meduses:
Et la Vertu par reigles non confuses
Ne tend sinon a ce juste debvoir,
Qui nous contraint, non seulement de veoir,
Mais d’adorer toute parfection:
Il fauldra donc, que soubz le tien pouvoir
Ce Monde voyse en admiration.

noten

v.1 ‘par vraye cognoissance’: een suggestie, ik loop er zelf nog behoorlijk in vast: het lijkt mij waarschijnlijk dat Scève hier tot op zekere hoogte een ‘wat-wij-doen-is-goed’ seksuele interpretatie van de tekst sanctioneert.
herinnert u zich de situatie: Scève’s piepjonge maar vroeg rijpe leerlinge Pernette bewierookte in haar gedichten naar Scève voornamelijk zijn kennis. een nerd van 35, dat imponeert. bovendien, het is een bruikbaar criterium: als je bij een vrouw de gratiën ziet verschijnen, heb je inderdaad ware kennis van haar, in mijn ervaring toch. samen met het ‘infuseren’ (deze woordkeuze en metafoor verzwakt de analogie: de blik van de Medusa transformeert daadwerkelijk, wat de geliefden uitspoken transformeert hen ook, maar infuseren met iets (v.2) is toch niet hetzelfde als iets van vorm doen veranderen?) en met de Deugd die zich op v.5 niet aan regels laat binden (“wat wij (willen) doen, doet deugd maar het is ook hemelse deugd”).

maar goed, hij overschrijdt stellig de grens niet want ook hij houdt vast aan de plicht die hen beiden weerhoudt (v.6-7). in de eerste lezing toch want nadien wordt met de dubbelzinnige status van het ‘sinon’ tussen al de ontkenningen (evoceert dit het verzet van Pernette?) die stelligheid danig ondergraven. en hebben we de mogelijke elisie van een ‘si’ in aansluiting op het voorwaardelijke ‘si’ in v.1 wel voldoende onderzocht? de redenering slaat helemaal om als je het zo leest.

in ieder geval met het homofone ‘voyse’ in v.10 gaat de sleutel in het slot: je kan het zo lezen maar zo staat het niet gedrukt: dus moet (in v.10) de Wereld maar gaan/dat (hun vrijage) zien in bewondering van ons (die dan toch?…). als je het hoort hoor je beide mogelijkheden, als je het leest mag de Wereld niets zien, nee, wij twee: bijlange niet!

McFarlane zwijgt op zijn barre hoogte maar ik begraaf nee bevraag hem toch: is dat gaan van de Wereld dan een nogal vreemd ‘gaan in bewondering’ of is het meer van ‘ga dan maar weg, Wereld’? moeten we het sinon dan niet beginnen lezen als ‘in het geval dat het niet zo is dat de Rede dat allemaal doet’? en laat Scève dan niet uiterst ingenieus het uitvoerig opgevoerde drama tussen de Rede en de Liefde aan de voeten van Orpheus (het embleem van deze reeks) los in de tekst zelf, brengt hij de kortsluiting in het denken zo niet over aan de lezer (dat is in deze reeks teksten dan in de eerste plaats Pernette zelf, ze zijn voor mij duidelijk geschreven toen er veelvuldig contact was)? is dit anders gesteld geen uiterst ingenieus uitgewerkt verleidingsgedicht? de triomfantelijke laatste regel doet vermoeden dat Scève zich zeker voelde van zijn stuk: “nu heb ik je, want als de Rede dat allemaal doet, en wij ook is er niks mis mee en als dat niet zo is dan moet de Wereld ons maar bewonderen euh nee sorry dat heb ik niet gezegd, ik bedoel geschreven dan moet de Wereld maar gaan. in bewondering, hé. voor die Gratiën enzo..”
je crains que j’ ai un point sinon raison.
en wat was het motto van Scève weer? NON SI NON LA! aha!

alhoewel,… ik moet het nog ’s helemaal doordenken…en mijn kennis van het Frans schiet tekort hier…
wat er ook van is: de erotische spanning zindert doorheen heel het dizain.


v.4 Meduses: [MCFARLANE 1966, p.415] legt uit dat voor Scève de Gratiën van Venus en de Meduzen naar dezelfde figuren refereren: als de Meduzen zwak zijn (zie de “fainctes Meduses” in D149) zijn hun transformatieve krachten niet op het kwade gericht en veranderen ze niemand in steen met hun blik, maar induceren ze Deugd en Perfectie in de mens.


v.10 voyse: oude vorm van aller, homofone woordspeling met het met rijm reeds benadrukte ‘veoir’ op v.7, als het voorgedragen of gezongen wordt blijven beide lezingen gelden

proza omzetting per regel
maar als de Rede met echte kennis
de Gratiën van de Hemel in jou gebracht bewondert,
en [als] de Gratiën van de Deugd de kracht zijn,
dan transformeren wij meer dan duizend Medusae:
ook (of: 'en als ook'?) de Deugd met niet verwarde regels
niettemin vasthoudt aan die juiste plicht,
die ons dwingt [om] niet alleen te zien
maar te adoreren elke perfectie
dan moet het dat onder jouw macht
de Wereld (weg?) gaat (draait /vergaat???)in bewondering.
lectuur

interessant om te bekijken vond ik op Academia deze collectie essays over het Poiesis concept, resultaat van een academisch event in 2015 met deze uitdraai onder redactie van Nathan Brown en Petar Milat.

ik volg de academische wereld van de literatuur nauwelijks, maar er was toen in 2015, klaarblijkelijk nog niks veranderd.

met Heidegger bovenaan in het editoriaal wordt mét Heidegger alle invloed van commercie en vooral van de techniek op het schrijven en de praktijk van de poesis zelf straal genegeerd.

dat was in 2004 zo, toen ik als reactie met mijn Kathedraal begon, en ostentatief in de regen zonder enig ander publiek dan enkele spelende kinderen urenlang mijn gedichten voordroeg (de filmpjes staan nog ergens op You Tube), elf jaar later in 2015 klaarblijkelijk ook.

vreemd toch voor de meester-filosoof zelf maar vooral voor zijn contemporaire lezers, want dezelfde Heidegger staat momenteel bovenaan op de leeslijst van iedereen die zich met het opruimen van de nu toch wel erg verouderde oppositie natuur-techniek wil gaan bezighouden.

die uiterst boeiende ontwikkeling die zich vaneigens over verschillende disciplines verspreidt, probeer ik wel te volgen en ik kan daarbij het werk van Yuk Hui in de voetsporen van de betreurde Bernard Stiegler van harte aanbevelen, ik worstel mij doorheen zijn boeken as we speak (which we do not).

alsof lyriek niks met techniek te maken zou kunnen hebben.

het ontlokken van lyriek aan de taal, het inviteren van de muze aan de schrijftafel was en is op zich al niks anders dan taaltechniek!

lees bv. Louis Armand daarover.

en die schrijftafel is al decennia veelal ingepalmd door scherm en klavier.

maar net zoals het eigenlijke handschrift bij Derrida nauwelijks een rol speelde (tip: het taboe van het handschrift is de ingang voor een mogelijk desastreuze deconstructie van Derrida), speelt nu de genetwerkte en hoog-technologische omgeving geen rol, een omgeving nochtans waarbinnen elk schrijven hoe dan ook dient plaats te vinden, zelfs al schrijf je poedelnaakt in een comfortabele boshut à la die van Leonard Nolens met een potloodje op het toilet: de tekst bereikt de lezer enkel doorheen de dwingelandij van de commercie die hoog-technologische georganiseerd is en de lezer zelf heeft het meestal niet zo begrepen op al dat duurzaam bibberen op het toilet of op de naakte geworpenheid van het vege maar dapper voortpennende lijfje.

dat je niet aan de toekomst wil denken als auteur, daar kan ik nog inkomen, prettig oogt het niet. maar dat je met een kwakje restant er anno 2022 nog steeds in slaagt om alle realiteit uit de discussie over schrijven te houden, dat vind ik toch wel al te zielig. hardnekkig, dat is het woord wel. proficiat, amaai!

techniek speelt dus volgens al deze geschriften hoegenaamd geen rol in de oeverloze theoretisering van een praktijk die verder vooral gekenmerkt wordt door een ontieglijk maar slaafs verzwegen verval: slaaf van de mythe van de blanke, mannelijke auteur (vrouwen dienen zich binnen de literatuur op straffe van uitsluiting de genderrolpatronen van de man eigen te maken) en verslaafd aan de vermeende noodwendigheid van de consumptielogika (er moet absoluut en ten alle tijden naar een afgewerkt en dus verkoopbaar product geschreven worden, iets wat zeker en veel veel meer dan vroeger in onze omstandigheden volledig haaks staat op wat al deze mooie poesis-theorieën verkondigen. le fabuleux destin de tous les fables sur la literature, is het geen machtige film die geruisloos aan ons voorbij gaat? ik kijk alvast sprakeloos toe.

maar bon, Vekemans, kom, houdt uw hengsten nog wat in, het is 2022, ondertussen, we zijn weer 7 jaren verder want dit, dat was in 2015.

tja. waar men in die kringen post-corona mee bezig is, en hoe, daar heb ik het raden naar. de meeste mensen denk ik. wie heeft het nu nog over literatuur, buiten op die ene dag dat er weer een Nobelprijs dient uitgereikt te worden? zelfs bij een grandioos dichter-performer en onvermoeibaar promotor van de lyriek als Peter Holvoet-Hanssen zitten de zalen (half) vol gepensioneerden.

soit. terug naar onze BJF lectuur.
deze verder uiterst capabele mensen – het is echt een prima boekje verder – maakten alvast niet de fout om de teksten enkel in peperdure uitgaven beschikbaar te maken. het boekje kostte en kost op Amazon minder dan €15. zo’n prijs is ten minste een beetje realistisch in een markt met een kolossaal overaanbod en nauwelijks enige vraag.

en kijk: de eerste tekst is alvast zeer boeiend en best bruikbaar voor het NKdeE onderzoek.

alles komt goed, uiteindelijk.
ach, was ik maar een ietsjes betere Taoist, het hoeft niet eens meer zoveel te zijn, dan kon ik mij tenminste wat geduld aanleren.

het probleem met geduld is dat je al geduldig moet zijn om geduldig te kunnen worden. je moet immers het geduld opbrengen om het aanvankelijke falen, keer op keer, nu toch al een jaar of dertig en verzwaard door de pijn van het inzicht dat het telkens mislukt, weg te kunnen slikken en er vol opnieuw tegenaan te gaan.
maar ik heb ondertussen de kaarten wat herschikt. op totaal onverantwoorde wijze weliswaar, maar het zijn kniesoren die daar op letten nog.

ik merk een overdaad aan knieën met oren eraan, de laatste dagen, in de schalks achtergehouden P’TiX tekeningen. hoe dan ook: het beweegt fel, intern in het dv-appje van de Kathedraal. en als het beweegt, verandert het, dat wist Bruno al.

dus, o argeloze positief gediscrimineerde lezeres, in een update van Baudelaire dan maar, zoals geciteerd door die radicale subversieve onverlaat van een T.S. Eliot, excuus bij voorbaat:
gelieve, o lezeres, mijn zus, jij hypocriete sloerie, enig geduld met mij te hebben. ooit komt de dag dat ik waarlijk geduldig geworden ben, en getemperd tot het maatschappelijk enigszins aanvaardbare!

het zal evenwel niet op BJF of – jeetje, bijna 6 uur alweer – op BJG zijn, tenzij binnen 26 jaar dan, maar dan zou ik toch een rookstop moeten overwegen, weer. dat ligt moeilijk, voorlopig. wait and sea.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit:
This website uses the awesome plugin.