Categorieën
Kathedraalse Leer lyriek Proza Requichot Vertalingen - Bewerkingen

dagboek zonder dagen (20)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De opeenvolgende stadia van gevoeligheid zijn in de eerste plaats de experimentele emotionele schok, de zekere kennis van de schok die wordt

p. 120

gewijzigd door de aandacht, dan het ritme en de drift. Maar je moet ook wel zijn wat je bent op het moment dat je doormaakt. De zekere kennis kan al rijk zijn aan vele driften uit het verleden, en het delirium van driften kan sterk bloeien van een methode die dan sterft of ontluikt. Dit maakt het mogelijk om een cyclus voor te stellen waarin deze factoren elkaar voortdurend opvolgen. Elke behandelde cyclus roept het verloop van zijn gelijke op, terwijl degene die het uitvoert na elke cirkel telkens sterker is, zodat het verloop samen cirkelvormig en toenemend is, zodat de schok, de kennis, het ritme en de drift in elk stadium groeien, om te komen tot het catastrofale delirium waarvan met gelooft dat het finaal is, tot het laatste weten die men alomvattend acht, tot de laatste emotie waarvan men denkt dat het geluk is.

Maar het delirium dat men als definitief beschouwt heeft nog steeds de mogelijkheid van analyse, de laatste kennis een spoor van twijfel en het ultieme geluk een zorg die de eeuwige spiraal alleen maar kan verhogen. Hoe langer men zijn parcours verlengt en vervolgt, hoe sneller het verloop van de cirkels toeneemt in een kracht waarvan men niet kan zeggen of die middelpuntvliedend is of middelpuntzoekend is, maar die cirkelvormig, oneindig, toenemend en vol afwisseling is. Het geheel is het programma van ons lot en de leidmotieven waarvan het pad van de cirkels de constanten van onze werkelijkheid achter zich laat.

Degene die door de beweging wordt gedragen is de “ik” die wordt voorafgegaan door het intuïtieve zelf dat als een radar van het bewustzijn is. Dit paranormale binomiaal waar het onvrijwillige en het onbewuste directe (want de drift heeft zijn tirannie net zoals de wetten van de getallen hun mysterie hebben), voert het verloop van zijn eigen domein uit : de spiraal is zowel zijn weg, zijn aard als zijn leven.

Deze psychische binomiale is ook cirkelvormig, oneindig, groeiend en vol afwisseling, het is het centrum dat beweegt en groeit in zichzelf.
De aldus beschreven spiraal is misschien wel de basis van het universum, de essentie van het spirituele en de essentie van het subjectieve, het beeld van de eeuwigdurende beweging.

originele tekst [RÉQUICHOT 2002, p.120-121]

Les étapes successives de la sensibilité sont d’abord le choc émotif expérimental, la connaissance positive du choc qui se trouve modifié par
l’attention qu’on lui porte, puis le rythme et la dérive. Cependant il faut être ce que l’ on est à l’instant par lequel on passe. La connaissance posi­tive peut se produire déjà riche de bien des dérives passées, et le délire de la dérive s’épanouir fort d’une méthode mourante ou naissante. Ce qui permet d’envisager un cycle où ces facteurs se succèdent perpétuelle­ment. Chaque cycle parcouru appelle le parcours de son semblable, cependant que celui qui l’effectue est une fois plus fort après chaque cercle, que sa démarche est donc ensemble circulaire et croissante, que son choc, sa connaissance, son rythme et sa dérive à chaque étape gran­dissent, pour atteindre vers le catastrophique délire que l’on croit final, vers la dernière connaissance que l’on croit totale, vers la dernière émo­tion que l’on croit bonheur.

Mais le délire que l’on croit final possède encore la possibilité d’une analyse, la dernière connaissance une trace de doute et l’ultime bonheur une inquiétude qui pe11net d’agrandir encore la spirale perpétuelle. Plus on prolonge et poursuit son parcours, plus le parcours de ses cercles s’accroît en rapidité dans une force dont on ne saurait dire si elle est centrifuge ou · centripète mais qui est circulaire, infinie, croissante et mouvementée. Son ensemble est le programme de notre destin et les leitmotive dont le par- . cours des cercles est semé les constantes de notre réalité.

Celui qu’emporte le mouvement est le “Je” précédé du soi intuitif qui est comme un radar de conscience. Ce binôme psychique où l’involontaire et l’inconscient dirigent (car la dérive a sa tyrannie tout comme les lois des nombres ont leur mystère), effectue le parcours de son propre domaine la spirale est ensemble sa voie, sa nature et sa vie.

Ce binôme psychique est aussi circulaire, infini, croissant et mouvementé, il est le centre qui se meut et prend son essor en lui-même.
La spirale ainsi décrite constitue peut-être la base de l’univers, l’essence du spirituel et l’essence du subjectif, l’image du mouvement perpétuel.