het moment (77)

“in november pleurt de regen gaten in het donker”. de taal schift, namen verschuiven, woorden laten de zin plots los waarin ze net nog als gebeiteld zaten. klonters klank verdwijnen reddeloos in de mauve wervel van het rot.

de bakkerskoeken kleven vet op de plank, de feiten draaien uit op erger dan verwacht, de schoolhoofden schudden meewarig het hoofd. alles gaat de muil in van de dood. het is op een dag in november dat de oude assistent beseft: “ik geraak niet hogerop”.

een bejaard kindsterretje loopt mak en mank wat planten op te noemen. op het filmpje stapt de wijkagent met guitige ogen pardoes in misplaatste slachtafval. de dichter leest zijn eigen letters alsof hij iets wil stijf kloppen met een handvol pietluttigheid.

in de mond breekt de bloedblaar en lost de beelden die erin zich hadden verscholen. de kleuren? jus d’orange doorschoten met herfstgrauw, karmijn en het zure geel-groen zijn erg geliefd. het slikt het opgehoeste slijm op de tong maar weer in, alles ziet zwart van de herinnering.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.