Categorieën
lyriek

ambachtelijk

Ik hield de wereld in een boog van staal
om jou gespannen. Het duurde niet lang
of ik nam geschuifel waar : een veteraan
viel snuivend met zijn stok het bouwsel aan.

Ik liet jouw naam in zware letters staan :
de regen trok de muur in strepen krom
en bij het vallen van een halve a, kwam ei
zo na het baby-zoontje van de bakker om.

Ik had jouw lijf in liedjes op piano lief:
buurvrouw kaat, die vroeg van moet dat nou
en buurman frank, die eet zijn vleesje rauw
en draait dan house of heel hard zeppelin.

Er rest mij niets dan jou geslachtelijk tot mij
te nemen, en in mijn stille smidse ’s nachts
ons vuur te stoken tot dit oude ledikant,
van ons ontdaan in elke hechting kraakt

van passie, wanhoop en verbittering.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘ambachtelijk

Geef een reactie