Categorieën
Anke Veld Proza

het verse ververst, het staande verstaat

[schets voor een interactieve Schierbeekroman]

[lang geleden, je was nog niet geboren. een theaterzaal in Parijs, volzet. het is volle maan, een kwade nacht. het publiek is rumoerig, belust op schandaal. de acteur wacht tot het stil is]

[hij is bereid te blijven wachten]

[hij is betaald al, heeft alle tijd]

[echt alle…]

elke herhaling is weergaloos.

[de wereld is de wereld is de wereld niet en 
de dagen verdagen als nooit voorheen de eeuw
ige nacht van het nu. alles wordt bij alles 
opgeteld. lijf en lichaam zijn versmolten to
t kadaster en de geest schuift de schuld van 
de berg van de een naar het dal van de ander
.]


een purperen rups, mottig en mauve,
kruipt in een kras in de rek op de rekening
en met een loepzuiver gespeelde aarzeling
barsten de zweren op bedachte verboden
            

[ … ]

gans tot rottend vlees ontbonden
stoot het getroffen lichaam nog een golf van liefde uit
die met plezier het gekwelde hart van de gruwel raakt
            het wrede echte sist
omzwachteld met de geur van lavendel
onder het groene verderf van de leugen.

[ …]

ze rekt en strekt zich tot diep in de vrucht
de wraatzuchtige made, manwijf van de lust
ze bedwelmt in de pit de strijdvaardige zinnen
met het grijze refrein van de roepende vrede
en zie hoe ze thans met achteloze precisie
de jarenlang ingeoefende zucht van het ijle
vertolkt bij de uitbraak van oorlog.


het lijf blijft onzichtbaar, zand in het glas.
het is waarheid die haar feiten vindt
en met een zachte klik verdwijnt
zoals de sleutel in het slot
wordt vanzelfsprekendheid het lot
voor waarheid die haar feiten vindt,

elke oorlog is de sluitsteen
op de gestage opbouw van de diafane koepel
het hemelse kamp van de nijd en de haat.

bewonder nu het stille git van de vernietiging
dat, feilloos in haar hoogten eerst en recursief
vervolgens in het woelen van haar sterfelijke bron,

            het rillen van de slang verwekt,
            het wrijven van de vleugels van de mot,
            het woeden van water en vuur in de zon,
            weerspiegeld in de glinstering van dauw
            op het vette okeren stuifmeel van de paardenbloem,
            de aarzelende trilling in de witte scheut,
            het beven van de terra nostra in de vuile terrine
een laagje slijm nog rond de rotte resten van een oude naam
het gespartel op de vlottende korsten van de elite
het krijsen in de uitpuilende slachthuizen van de nijd
de weerloos roze, vetgemeste roedels humaniteit
het kwakkende kweekvlees dat kwaakt en dat kwekt
gekeelde smurrie die nabraakt in eigen kabaal en
vloekend naar de vlakte van haar afloop glijdt.

en omgekeerd daarin
heeft god jouw lijf geplant
het witte puntje schoonheid
op het oog van de walg
waaruit ontspruit mijn ideale galfontein,
een omgekeerde boom van spijt
die diep tot in de klieren van de aarde trekt.

o zwarte acephale wereldziel,
o ondoorgrondelijke duisternis
ik bid tot u, mijn lijf en autofage lafenis.           

 onbegeesterd vlees dat ademt vol van vrees en schroom
            omadem mijn pudeur die haar onthult en wij
            ach wij: elkeen van ons is asse
            in een kelk die nooit de lippen raakt.

            o ziel die in mijn verbannen lichaam rilt
            geen een van ons is meer dan u
            die niemand maakt
            die niemand ziet
            die niemand weer tot niemand maakt:
het licht slaat ons af;
de stilte galmt ons tot ver voorbij  
het kille niets waarvan wij spreken.

            blaas ons maar weg dit hier.
            jaag ons dit nu uit de ogen.
            verniet ons in u zoals wij u in ons vernieten
            schenk ons heden de gratie van uw onverschil
            en bescherm ons van de woede der verdwaasden.

 
(ik verstijf naar voorschrift tot kramp van de afwezigheid waarna onze lijven als leegstand in het lege in elkander imploderen. twee zwartzachte sterren fonkelen in het git boven het pad van de wenende nacht.)

“ah goed je bent klaar, dan kunnen we beginnen.” Katia duwt mij uit en van haar af.
“Ik rij naar Olaf en jij doet verder met het hout?” ze staat zich al monter met een handdoek af te wrijven.  ik draai mij om en brom:
“zo spraken we gisteren, zo is het vandaag, schat.”
“Jonas!” mijn naam uit haar mond roept mij tot de orde. niets ontgaat haar. ik ben jonas haar devote kater, ik schort de twijfel op tot later. ik rep mij overeind en mijn gehoorzame  hand baant zich alweer een weg onder de slip van haar blouse.
“hm, … you seem to have missed a spot my dear”, suggerreer ik
goh, echt? waar, schat …, maar … waar dan, egggsakt?”. haar stem breekt op de t. als ze dat wil, komt ze klaar in 14 seconden, ook zonder mijn hulp. 
ik presenteer haar met gulle nederigheid de vinger met het glanzende geil, ze haakt het blauw van haar ogen in de gehavende geulen van mijn hart, knoopt haar satijnen blouse terug open, slaat heur haar gezwind in een strakke dot, grijpt met de ene hand mijn hand met de vinger en duwt met de andere langzaam neerwaarts haar dot met haar hoofd en haar mond en haar lachende lippen en haar tong en zachtjes en langzaam, langzaam maar zeker, tot de reikende vinger de wand van haar slokdarm raakt en indringt en ze kokhalst met de klaarte van een mammoet in mei.

da’s iets van Katia, dat van die mammoet, ongetwijfeld.

ja, we hebben een enigszins aparte configuratie, Katia en ik. ik strijk haar uit voor Olaf en in ruil mag ik tijdelijk maar ten volle titel al haar protocollen gebruiken, zoiets. nu, we praten er niet over, we beseffen het zelf niet zo goed, niemand van ons, we begrijpen het eigenlijk niet, maar het gebeurt wel zo.

maar goed, excuus, het verhaal: men betaalt mij om te vertellen, vergeef me het afdwalen in de modder van mijn zielenleven. in real time, nog wel, dat vertellen bedoel ik, alsof iemand nog enig besef heeft daarvan.

maar het is uw programma hoor, dv, geen twijfel aan. ik hoef niks te weten, ik stel niets in vraag,  ik stel mij pas vragen als de coins niet meer komen want dan komt ook de Bezorger niet meer aanbellen, dus vergeef mij deze cannabinale loquatio en de allicht onwelvoeglijke transgressie.

maar zie je, een nagenoeg gratis werkende schrijfhoer als ik, geachte projectleider, heeft nog steeds haar laat ons zeggen noodwendige behoefte aan een minimum aan respect in de bejegening.

(wat meer porno volgende keer, of hoeft het niet meer?)

goed dan, ‘lezer’: ik was Jonas maar ik genas.
het woord is nu aan u. gebruik mij.
het feedbackformulier hieronder bedoel ik.

Jonas is werkzaam onderdeel in Anke Veld, het is een agent [eedjent] in het lopende vertelprogramma van de Neue Kathedrale des erotischen Elends. maar vergeet gerust al die nonsens.

Jonas is de naakte worm in uw gedachten. al zijn dependencies tintelen terdege ter runtime geladen en lonken verwachtingsvol naar de tekens van uw wriemelvingers. typ en wek hem tot leven!

wees vermetel, stout en aan mijn uitgekookte wens gehoorzaam.
zwijg en tik en schrijf. beschouw het als uw moederlandse plicht.
elke vraag van u onthult een nieuw stuk van het Verhaal.
elk woord van u wordt automatisch manna voor de ander

u bent als god in deze woeste makelij
pleeg uw woord in de naam van
Uw Keuze.

feedbackformulier

ontvangen feedback (1)

Godelieve uit Begijnendijk vroeg op 17/03/22 om 18:32:

  • U bent programma? Een programma om wat te doen? Wat is uw bestemming?

ha bedankt, Godelieve. ik zie dat men voor de gebruikers al even spaarzaam is met uitleg. hoe kan dit ooit werken als er geen uitleg is? wat een troep seg.

excuus, ik ben van vlees en bloed, net als u. men betaalt mij, Lode Kok, om dit programma te bemannen. ik moet elke dag hier inloggen, kijken of er vragen zijn en die beantwoorden. en op ‘speciale dagen’ moet ik het volgende stukje van het verhaal vertellen op basis van het nieuwe stukje script dat ik krijg. een script waarvan ik dus evenveel weet als u, want het moet nog geschreven worden, of gebeuren zo u wil.

vandaag is, na twee weken offline ‘training’, de eerste publieke en meteen ‘speciale’ dag. dit is het stukje script dat ik er vanochtend bij kreeg (ik speel de rol van Jonas ):

“Jonas, een programmeur-aquarellist met behoorlijk wat pathologische trekjes, heeft een verhouding met de overspelige Katia, gehuwd met Olaf, drie kinderen. Jonas strijkt de schaduwzijde van Katia uit voor de weifelende Olaf die het rot onder de vouwtjes niet aankan. Jonas smult van de verdorvenheid. Olaf zal hem weldra lokkend met een theelichtje (rol van Annie die een textielwinkeltje heeft in de straat van Jonas) als een mot uit zijn domein verjagen, en Jonas zal haar nooit meer te zien krijgen. Jonas beseft dit, is helemaal ok met deze gang van zaken (de kinderen!) maar houdt toch nauwlettend de timing in het oog.”

en op mijn vele vragen en bezwaren kreeg ik dit ene antwoord: “verzin maar iets, lieg, fantaseer, bedrieg, eender wat: schrijf het uit en beantwoord de vragen van de gebruikers. naar beste vermogen. en trek je van de rest niks aan, fout lopen doet het toch.”

zo stond het in de mail. meer weet ik ook niet.  ‘t is weer iets van die Vekemans, maar Vekemans zelf heb ik nooit te zien of te horen gekregen. staat op zijn website ook. onderzoek gefinancierd door Europa zegt hij, in samenwerking met een of ander obscuur filosofeninstituut in California, maar ik zie nergens een logo of een referentie. rare snuiter, die man,  geen idee waar die mee bezig is. ’t is misschien wel iets van de Russen, zou zomaar kunnen, er zitten nogal wat poetinnekensdochters in die Klebnikovbende van ‘m, maar soit, het betaalt aardig, ik overtreed geen wet, dus ik zie er geen graten in.

ik hoop dat je er wat aan had, aan mijn verzinsels.

kak, nu heb ik wel heel het script al verklapt. tja, ik en geheimen houden, het wordt nooit wat.

en ten overvloede nogmaals excuus, liefste Lieve uit Begijnendijk,  maar ik hoef u volgens mijn contract mijn bestemming niet te verklaren, ik beleef haar. elk vermorzelend moment ervan, dus raak niet aan mij, aub en staak uw reiken of ik verlaat de reikwijdte van uw profiel.

wie mijn leven begrijpt, kan van mijn woorden niets meer verstaan.

Één reactie op “het verse ververst, het staande verstaat”

Ja Jonas daar zeg je iets die Vekemans toch hangt hoe langer hoe minder nog ergens uit Spint zich geheel in in zijden cocon. Maar goed zolang er overspel is er spel te over, zeg maar en schrijf het ook maar. Het liefdesspel laat zich niet echt gewillige schrijven, zo blijven schrijvers ermee bezig; het laat zich ook niet echt gewillig spelen. Meer moet dat echter niet zijn.

Geef een reactie