Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza

journal intime #132

jt132 – j’ai l’esprit ùince comme une main – BRONWATER

De Artaud documentaire met getuigenissen van vele hoofdrolspelers in de na-oorlogse Artaud-vaudeville annex tragedie…

Héloise en Abelard (1)

Het leven dat voor hem lag werd klein. Hele delen van zijn hersenen waren aan het wegrotten. Het fenomeen was bekend, maar ja, het was niet eenvoudig. Abelard gaf zijn toestand niet weer als een ontdekking, maar toch schreef hij:

Beste vriend,

Ik ben een reus. Kan ik het helpen dat ik zo’n topper ben waarvan de hoogste masten borsten voor zeilen nemen, terwijl de vrouwen het gevoel hebben dat hun geslacht zo hard wordt als grint? Kan ik verhinderen dat ik al die eieren onder de jurken voel rollen en schommelen naar gelang het uur en de stemming? Het leven komt en gaat en sleept zich beetje bij beetje over het borstenplaveisel. Van de ene minuut op de andere verandert de wereld van aanzien. Rond de vingers zijn de zielen gewikkeld met hun mica scheurtjes, en tussen de mica door passeert Abelard, want bovenal is er de erosie der geest.

Alle dode mannenmonden lachen hoe ’t gebit hen gebiedt, met een maagdelijke tandenrij of met honger beslagen en bezaaid met viezigheid zoals het harnas van de geest van Abelard.

Maar hier valt Abelard stil. Alleen de oesofagus doet het nog in hem. Niet de eetlust van het verticale kanaal, met zijn passie voor hongersnood, maar de prachtige rechte boom van zilver met zijn vertakkingen van aders voorzien voor de lucht, met vogelbladeren eromheen. Kortom, het louter vegetale frommelleven waarbij de benen vanzelf hun mechanieken stappen doen, en de gedachten varen als hoog gevouwen zeilboten. Doorgang der lichamen.

De mummiegeest wikkelt zich af. Het hoog geblinddoekte leven steekt zijn kop op. Is dit dan de grote dooi? Zal de vogel de tongmondingen doet barsten, zullen borsten zich vertakken en komt het kleine mondje weer op zijn plek? Zal de pittenboom met zijn hand ’t verbeend graniet doorboren? Ja, in mijn hand zit een roos, die mijn tong zomaar draait. Oh, oh, oh! hoe licht is mijn denken. Mijn geest is zo slank als een hand.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.129-133]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

commentaar en suggesties bij deze vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

HÉLOÏSE ET ABÉLARD

La vie devant lui se faisait petite. Des places entières de son cerveau pourrissaient. Le phénomène était connu, mais enfin il n’était pas simple. Abélard ne donnait pas son état comme une découverte, mais enfin il écrivait :

Cher ami,

Je suis géant. Je n’y peux rien, si je suis un sommet où les plus hautes mâtures prennent des seins en guise de voiles, pendant que les femmes sentent leurs sexes devenir durs comme des galets. Je ne puis m’empêcher, pour ma part, de sentir tous ces œufs rouler et tanguer sous les robes au hasard de l’heure et de l’esprit. La vie va et vient et pousse petite à travers le pavage des seins. D’une minute à l’autre la face du monde est changée. Autour des doigts s’enroulent les âmes avec leurs craquelures de micas, et entre les micas Abélard passe, car au-dessus de tout est l’érosion de l’esprit.

Toutes les bouches de mâle mort rient au hasard de leurs dents, dans l’arcature de leur dentition vierge ou bardée de faim et lamée d’ordures, comme l’armature de l’esprit d’Abélard.

Mais ici Abélard se tait. Seul l’œsophage maintenant marche en lui. Non pas, certes, l’appétit du canal vertical, avec sa passion de famine, mais le bel arbre d’argent droit avec ses ramifications de veinules faites pour l’air, avec autour des feuillages d’oiseaux. Bref, la vie strictement végétale et froissée où les jambes vont de leur pas mécanique, et les pensées comme de hauts voiliers repliés. Le passage des corps.

L’esprit momifié se déchaîne. La vie haut bandée lève la tête. Sera-ce enfin le grand dégel ? L’oiseau crèvera-t-il l’embouchure des langues, les seins vont-ils se ramifier et la petite bouche reprendre sa place ? L’arbre à graines percera-t-il le granit ossifié de la main ? Oui, dans ma main il y a une rose, voici que ma langue tourne sans rien. Oh, oh, oh ! que ma pensée est légère. J’ai l’esprit mince comme une main.

over het journal intime -programma
This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

pseudo-code van het programma:

gegeven:
geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– (optioneel) een commentaar in proza

de journal intime routine
is een vrij exemplarisch, grafologisch NKdeE-onderzoeksprogramma.
de uitvoer ervan wordt hier gepubliceerd in het Publieke Domein

rev. dv@CGM

This website uses the awesome plugin.