het moment (66)

een braziliaanse wirwar van kabels buizen pijpen lijnen die zich om- en in- en uiteindelijk ontkaderen.  grauwe tunnelwanden mengen zich met dikke strepen orgel en schelle graffiti barst uit in het rustpunt genaamd Lichtgloed, een eindstation (een sjofele reiszak leunt aan tegen de e van een donkerhuidige sterveling). de ondergrondse is een hermetisch afgesloten Reich-cabine waarin gestrompeld wordt, gestruikeld door de nieuwelingen over de rottende zielen van de anciens.

stapt het uit? rijdt het nog eens mee de rit terug? de fles is leeg, iets zal moeten afdalen. elke bocht in de weg is de ronding van haar schouders, elke straatlamp is het licht in haar ogen, elke auto die voorbij zoeft zucht met haar nachtomsloten adem en het strompelt en de gedachten gutsen, pletsen neer op het asfalt. het roept iets post-moderns naar de kraaien maar de uitroeptekens zijn weer op.

verwaande hanzaplasten zijn de schrijvers, kakkers met de lafheid in hun letter. wrak en schel schelt hunne voze klankenbel. heil aan de senegalezen. pol speelde nog bach in de dorpskerk van echternach te deum la victoire en het pijpte en het krijste. schoon was het, een wirwar met sensuele links nog naar de materie. kris kras amourettes collectioneren nihil nihil nihil 14 punten. anna, uw buik is onvruchtbaar. de lege pomp van het verlangen. maar wij zijn in golfoorlog, wij zwijmelen in kiembelaging en u rijdt met elektriese fietsen de neo-kathedraalse venusheuvel op. schaamluizen.

snotvodden. rapalje. uw neus bloedt echt, u hoeft niet langer te doen alsof, het zelf geïnstigeerde rot doet u de bloedvaten springen. kom vlees, vertoon uw zwakke huivering, geef ons wat horror kolkend in het bloed. stompe messen die in darmen snijden en de halzen meer pletten dan kelen. harten die naar hun laatste kloppen hollen. scheidt uw veinzen van het echte en laat het lillen in bekoring van het niets.

invoerteksten (2016): moment 113 – 114


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.