het moment (67)

(i.m. Bart J.)

onbeholpen ons gestrompel in dit leven is, en is, en is: een stotterend gestrompel. wij, scheef geklonken lijken voor het sterftijd is, en dit: enkel in de regen schuilen kan en trillen en lopen de hemeltraan die nooit de onze is want als de poort met het slot verschijnt is altijd wel de sleutel zoek.

er is geen tijd, er rest ons enkel dit moment. alle dagen zijn al honderdduizendmaal tot nul herteld. toch blij is het en klein daarbij want grote schoonheid zou ons onrecht doen. niet? wij moorden dagelijks.

wie zal het ons vergeven? vrienden niet zijn wij, niet voor elkander een tergend langzaam vol verdraagzaamheid geslenter, geen gefriemel voor elkaar met de voos bevlekte voodoopop der liefde. wij wensen het en geloven dan de wens om beter nog elkaar, en dieper, en sterker te verwensen. op het nachtpad weent mee de n en de n van de nee brult mee met de nacht.

gij, die heden al in de kronkel in het maanlicht verblijven mag waar zij ons wacht. in haar cocon wil zij wel vlinderen nog een dag of twee met u of het of het met het het, het mij dat hier verdwijnt. maar het vergeefse van dit alles maakt geen van ons nog blij.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.