LAIS CCXXVI

In de pit van het wit voltrekt het niets
dat Het wordt zich volkomen, uitgeklaard,
ontdaan van de obsessie met elk iets
dat Het niet is, en stilte openbaart
zich in het eindeloze, onbedaard.
  In ’t git van het zwart verhardt het gebrek
zich tot een kauwen op de lege bek:
niets wordt zo materie, materiaal.
Het maalt zich stuk voor haar, offreert zijn nek
en zij verzwijgt Het in haar lichaamstaal.

invoertekst (2014)

As van LAIS CCXXVI