LAIS CCV

Het wou dat het twee armen had die traag
het in het omarmen konden zo dat
het stil in zich verdwijnen kon gestaag
en niet meer hoefde te beleven dat
haar haat het hatelijk maakt en plat
en niets, niets meer heel laat van hun dromen.
’t Wou dat het zo in het boek kon komen,
hun wedervaren niet geheel geslecht,
dat het daar als het bij haar kon komen.
Maar ’t volk heeft staar, en wie leest er nog echt?

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCV