LAIS CCIV

“Ik word rivieren als ik aan jou denk:
mijn mond is Maas, een tong meandert mij
en stil ik glij voorbij het Venloslenk.
Eén Ijzeroog, een Schelde grauw daarbij:
de dagen zonder jou gaan traag voorbij.
Mijn hart is Rijn, de liefde rot in mij,
en Gangesarmen stromen sloom terzij.
Hier d’ Amazone broeit, daar de Congo,
hun benen lopen kolkend weg van mij.
Jouw zee is hoe ik eindig weer in do.”

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCIV