Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #346

// de onzichtbare samenhang overstijgt de zichtbare

346 – voor elke waarneming kan er een andere waarneming gedacht worden die een verband onthult dat in de eerste niet kon waargenomen worden

hexagram 35 – jìn –  “Floreren”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/27/harusmuze-102/

commentaar

ἁρµονίη ἀφανὴς φανερῆς κρείττων is fragment 22B54 in de Dielz-Krantz verzameling. veel van hoe je dat fragment wil begrijpen hangt af van hoe je de kwalificatie κρείττων (beter, superieur, meer excellent, sterker,…) van de ‘harmonia’ de samenhang gaat lezen.

je kan je om te beginnen al afvragen of er verbanden denkbaar zijn die op enige of dergelijke wijze gekwalificeerd dienen te worden: is de ene vorm van samenhang beter (superieur,…) dan de andere?

wetenschappelijk zijn we niet (meer) geneigd dat te doen, denk je dan: als we op basis van onze waarnemingen vaststellen dat er een verband is tussen zure regen en de sterfte van bomen gaan we niet snel beweren dat zulk een onthulde samenhang beter is of slechter dan het verband tussen de stijgende temperatuurgemiddelden en de sterfte van bomen.

we merken wel dat ‘onthulde verbanden’ financieel-politieke implicaties kunnen hebben die maakt dat wetenschappers op sommige gebieden meer verbanden willen gaan opsporen dan op andere gebieden: de GeldRuimte stelt ook haar wetten in de wetenschap, de verbanden kunnen ‘gekocht’ worden, hoezeer men ook in alle toonaarden zal ontkennen dat de gepubliceerde onthullingen die ‘waarde’ hebben, dat er ergens krachten zijn die ‘willen’ dat er publicaties gebeuren. dat soort ontkenning van het evident zichtbare is inderdaad niet erg wetenschappelijk, men wil vergeten dat elk label een recursie is van de intentie om te labellen, men wil niet weten van de oorspronkelijke taligheid van elke wetenschap.

maar is elk gekwalificeerd verband daarom in strijd met de wetenschappelijkheid? nee toch, want waar zou de wetenschap zijn als er niet voortdurend naar het ‘achterliggende’ verband gezocht werd, naar de ‘ruimere’ samenhang . een fysicus zonder de natte droom van een eenheidstheorie zal zich eerder muurbloempje voelen dan strikte wetenschapster.

interessant is misschien eerder dat elke kwalificatie van een verband, elke poging tot rangorde daarin, meteen de vraag stelt naar de grenzen van de humane kennis, en dus naar het begrip van de oneindigheid daarin. we hebben immers de onomstotelijke ervaring dat elk verklaringsmodel, elk aangetoond verband op een gegeven moment door nieuwe waarnemingen zal worden gekwalificeerd als achterhaald, daar de nieuwe waarneming in het oude model een samenhang onthult dat daarvoor onzichtbaar was gebleven.

wat daarin, in die ervaring, zichtbaar wordt is dat elk verklaringsmodel naast de verklarende kracht die het aanreikt, meteen ook de weg opent naar nieuwe hypothesen die het uiteindelijk zullen ontkrachten: het feit dat we een model bekijken, maakt dat er een ruimer verband denkbaar wordt.

dat nu is een fameuze trek van wat wij gemoedelijk onze intelligentie noemen: als we iets denkbaar en vervolgens begrijpelijk kunnen maken, maken we meteen ook het voorheen ondenkbare denkbaar. daarom nog niet op vruchtbare wijze, maar hoe dan ook : het gebeurt.

en op dergelijke wijze gelezen en opnieuw geformuleerd geeft Heracleitos ons te kennen wat uiteindelijk ondenkbaar is, gewoon omdat het niet bestaat, zoals er au fond nooit echt iets bestaat: ondenkbaar is, namelijk, dat er ooit een buitengrens zou opdoemen aan het denkbare dat reeds gebeurd is als gedachte.

scève

A si hault bien de tant saincte amytié
Facilement te debvroit inciter,
Sinon debvoir, ou honneste pitié,
A tout le moins mon loyal persister,
Pour unyment, & ensemble assister
Lassus en paix en nostre eternel throsne.
N’apperçoy tu de l’Occident le Rhosne
Se destourner, & vers Midy courir,
Pour seulement se conjoindre a sa Saone
Jusqu’a leur Mer, ou tous deux vont mourir?

Geef een reactie