Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Vertalingen - Bewerkingen

Journal intime #150

Het venster van de liefde (2)

lees eerst het begin van deze tekst

Wij, op oudejaarsavond. Het onweer was aan het donderen, de bliksem deed het, de regen kwam op gang, de dromencocons blèrden, de kikkers kwaakten in alle vijvers, kortom, de nacht deed zijn werk.

Nu moest ik een manier vinden om in het reine te komen met de werkelijkheid… In het reine te komen met de duistere resonantie der dingen was onvoldoende, bijvoorbeeld om vulkanen te horen spreken, of om het voorwerp van mijn liefde te kleden met alle charmes van een geanticipeerd overspel, bijvoorbeeld, of met alle rotzooi, alle verschrikkingen, scatologieën, misdaden, misleidingen die verbonden zijn met het idee van de liefde; ik moest eenvoudigweg een manier vinden om haar direct te bereiken, dat wil zeggen om voor alles met haar te praten.

Plots ging het raam open. In een hoek van mijn kamer zag ik een enorm damesspel waarop de weerschijn van een veelheid aan onzichtbare lampen neerviel. Lichaamsloze hoofden maakten rondes, botsten tegen elkaar aan en vielen als pinnen. Er was een immens houten paard, een koningin onder de morfine, een toren van liefde, een eeuw die nog komen moest. De handen van Hoffmann’s duwde de pionnen voort, en elke pion zei: ZOEK HAAR DAAR NIET. En in de lucht zag je gevleugelde engelen met vernikkelde voeten. Dus ik hield op met uit het raam staren en te hopen mijn geliefde dienstmeid te zien…

Toen voelde ik voeten die de kristallen der planeten hadden verbrijzeld, precies in de kamer boven mij. Vurige zuchten doorboorden de vloer, en ik hoorde iets lieflijks verpletterd worden.

Op dat moment begonnen alle borden van de aarde te tuimelen en gingen de klanten van alle restaurants ter wereld op jacht naar Hoffmanns kleine dienstmeid; en we zagen de meid lopen als een verdomde vrouw, en toen passeerde Pierre Mac Orlan, de absurde laarzenventer met een kruiwagen langs de weg. Na hem kwam Hoffmann met een paraplu, toen Achim d’ Arnim, en Lewis overdwars. Ten slotte ging de aarde open en verscheen Gerard de Nerval.

Lees verder…

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.151 -156]
vert.NKdeE 2020 – CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Or nous étions à la nuit de la Saint-Sylvestre. Le tonnerre tonnait, les éclairs marchaient, la pluie faisait son chemin, les cocons des rêves bêlaient, les grenouilles de tous les étangs coassaient, bref, la nuit faisait son métier.

Il me fallait maintenant trouver un moyen de m’aboucher avec la réalité… Ce n’était pas assez que d’être abouché avec la résonance obscure des choses, et d’entendre par exemple les volcans parler, et de revêtir l’objet de mes amours de tous les charmes d’un adultère anticipé par exemple, ou de toutes les horreurs, ordures, scatologies, crimes, tromperies qui s’attachent à l’idée de l’amour ; il me fallait trouver simple-ment le moyen de l’atteindre directement, c’est-à-dire, et avant tout, de lui parler.

Tout d’un coup la fenêtre s’ouvrit. Je vis dans un coin de ma chambre un immense jeu de dames sur lequel tombaient les reflets d’une multitude de lampes invisibles. Des têtes sans corps faisaient des rondes, se heurtaient, tombaient comme des quilles. Il y avait un immense cheval de bois, une reine en morphine, une tour d’amour, un siècle à venir. Les mains d’Hoffmann poussaient les pions, et chaque pion di-sait : NE LA CHERCHE PAS LÀ. Et dans le ciel on voyait des anges avec des ailes en pieds nickelés. Je cessai donc de re-garder à la fenêtre et d’espérer voir ma boniche chérie.

Alors je sentis des pieds qui finissaient d’écraser les cristaux des planètes, juste dans la chambre au-dessus. Des soupirs ardents perçaient le plancher, et j’entendis l’écrasement d’une chose suave.

À ce moment toutes les assiettes de la terre se mirent à dégringoler et les clients de tous les restaurants du monde partirent à la poursuite de la petite bonne d’Hoffmann ; et on vit la bonne qui courait comme une damnée, puis Pierre Mac Orlan, le ressemeleur de bottines absurdes, passa, poussant une brouette sur le chemin. À sa suite venait Hoffmann avec un parapluie, puis Achim d’Arnim, puis Lewis qui marchait transversalement. Enfin la terre s’ouvrit, et Gérard de Nerval apparut.