het moment (72)

net nog was er omsluitend een zij, de entiteit van de beminde, een woordvast heelal waarin het niet zo hoefde. zij smolten samen in een duistere deugd, een laconieke rust, of in een andere kwalificatie van het onzegbare, de dagelijkse vondst in de woordenschat. een natuurlijke uitkomst was het hen uit het kluwen van de weemoed die huisde in de gezamenlijke slaap, want bij elk ontwaken was er wel een wrijven van duimen teder over duimen, een slungelachtig begroeten van innige armen onder elkaar. het alomvattende was een leven dat ademde.

en nacht zong nacht en hun lied was genaamd ‘begeerte’, en telkens beschreef het licht der sterren met stralen strak het weke ogenblik der penetratie. elke constellatie was een zoeken naar hoe zij elkander ijkten en alles schoof met alles in elkaar tot een kleine, ronde steen.

een wiegen ving dan aan waarin de aarde , de lucht, de zee in het vlammen van hun lust verdween. zij werden creator, creatrice, godin en god en zij slokten gulzig het gebeuren op in zoen, in aai, in weg zijn van en voor elkaar.

gebald tot één moment waren zij. en wel zo, dat het nu gebeuren kan dat het steentje wegstuitert als een knikker op de tegelvloer van ’t hospitaal, en dat de klank daarvan geheel betekenisloos geworden is. het beseft nog steeds niet dat het zelf niet wou bestaan.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.