journal intime #136

136 – Un paradis encastré dans ses ongles – BAKVIS

ik wou onlangs nog ’s proberen om voor een literair tijdschrift een introducerende tekst te schrijven over mijn praktijk, mijn manier van werken.

maar door dat te willen doen met zo’n ts als eindbestemming zou ik, zo bekroop mij toch het gevoel gaandeweg, alle beginsels van de beschreven praktijk zelf ontkennen. nu, dat is iets wat theoretisch wel kan, vind ik, zo veel belang heeft het überhaubt niet, maar in de praktijk lukt mij dat dus niet. het idee van een tekst die ik als af moet beschouwen terwijl ik nog leef, is mij gewoon te gruwelijk. ik werk dagelijks met levende tekst die ik heb weten geboren worden, zo’n tekst afmaken is mij zoiets als het slachten ter consumptie van een huisgenoot. ik heb dat recht niet. ik wil dat niet.

dus wat ik al had, laat ik dan maar hier verschijnen, in het eeuwige limbo waar mijn geschriften thuis horen. verspreid over enkele dagen wel, want ’t is toch weeral een serieuze boterham geworden.

over de praktijk van het geaugmenteerde schrijven

inhoud

beginsel en metaforische uitwerking

schrijven is zeer concreet altijd een handeling. elke handeling kan omschreven worden met een handelingsverloop. wanneer zulk een beschrijving de voortgang van de handeling gaat bepalen wordt de beschrijving een voorschrift, een bepalend algoritme.

nu: ‘schrijf een boek over fietsen op de heide’ kan je beschouwen als een algoritme omdat die zin om een handeling vraagt, maar het gaat de fietsliefhebber erg vrij laten in hoe hij die handeling stelt.

wanneer echter uitgever X aan auteur Y vraagt om een boek over fietsen op de heide te schrijven in samenwerking met fotograaf Z zodat er per hoofdstuk een fietstocht beschreven is van een der 10 vooraf in samenspraak met de toeristische dienst bepaalde trajecten en met aandacht voor die en die handelszaken op het traject, zal de uitgever wel realistisch genoeg zijn om die bijzonderheden vast te willen leggen in een bepalend contract.

zo’n contract lijkt al veel meer op een echt algoritme voor een schrijfhandeling, en de auteur zal er heel zijn handelswijze naar organiseren en elke partij zal het aldus gecreëerde kader als een hulpmiddel beschouwen om tot een bevredigend resultaat te komen.

goed, maar wat heeft dit nu met literatuur uitstaans? wel, enerzijds merken we dat meer en meer als literair bestempelde schrijfhandelingen gebeuren waarbij er contracten worden afgesloten om bepaalde producten te verwezenlijken. zelf vind ik dat nonsens omdat ik dat onwerkbaar acht, maar ik zie geen reden om die praktijk bij anderen af te keuren: als zij hun schrijven op dermate commercieel bepaalde wijze best oké vinden, is dat hun zaak. ik zie ook her en der schrijfopleidingen gevolgd worden waarbij de deelnemers getraind worden om op een bepaalde ‘succesvolle’ manier te leren schrijven. mij best ook, men doet maar, ik vind het maar niks.

maar waarom wil ik dan zelf mijn schrijven op een dwingende manier gaan organiseren? wel het is vanzelf gekomen, maar achteraf bekeken zijn er twee redenen waarom ik het fijn vind: het biedt mij een alternatief voor enkele functies die vroeger de levende literaire cultuur had en het verruimt op een vrij spectaculaire manier mijn mogelijkheden als schrijver.

maar het allerbelangrijkste is wel dat elke algoritmische sturing die ik mijzelf graag opleg, geheel gegroeid is uit het ‘natuurlijke’ verloop van het creatieve schrijven zelf, en op geen enkele wijze ingegeven is door een of andere vreemde of aliënerende ‘productomschrijving’. en die ‘natuurlijke’ literaire algoritmes blijken van goudwaarde omdat ze in alle opzichte enorm stimulerend werken…

maar hoe dan? wel je kan het hier dagelijks zien gebeuren, elk schrijfprogramma is voorzien ook van een ‘uitleg’ een minimum aan documentatie zodat iedereen kan uitmaken hoe het effectief in zijn werk gaat.

maar misschien is er naast het feit dat je het hier kan zien gebeuren ook nog wat explicatie nodig, een theoretische fundering. mij best. hieronder volgt de allegorie van het tekstlichaam, die ik dan maar lustig laat uitwaaieren in het soort theoretisch pleidooi voor eigen winkel dat we nog wel kennen uit de “poetica’s” der auteurs vroeger.

het heeft wel iets, dat geouwehoer van me, en ik kan er mijn gram in kwijt, maar het is ongeveer hetzelfde als proberen uitleggen wat een computerprogramma doet, of wat de ervaring van een computerspel is: als je echt wil weten wat het is, leer en gebruik dan het programma, speel en geniet van het spel…


geaugmenteerd schrijven is door de algoritmische organisatie ervan een recursief schrijven, lussenwerk: het is georganiseerd in programmaloops met conditionele deviaties en vertakkingen. klinkt complex, maar het is doodeenvoudig. het vereist wel enige radicaliteit, enige doortastendheid. eens je begint met dit soort praktijk is er ook geen weg terug meer, niet door enig verbod want  je zal die terugkeer beslist willen weigeren, want niets anders kan je dezelfde voldoening geven.

de praktijk van het geaugmenteerde schrijven begint bij het verwerpen van de finaliteit van de tekst: het doel van de praktijk is niet de productie van een voltooide tekst, maar de praktijk van het schrijven zelf. de tekst die men de lezers presenteert is altijd ‘slechts’ een uitdraai van het lopende programma. eens het programma niet meer loopt of wanneer de activiteit een tijdje is stilgevallen, rest er wel een vorm van eindtekst of een min of meer stabiele versie die men dan desgewenst kan ‘publiceren’ in boekvorm, maar in principe is de publicatie een voortdurend continu gebeuren: het programma interageert met andere programma’s en met lezers/auteurs op basis van de tekst. de tekst is dus eerder een ‘stream’ of een dynamische data-flow dan een autonoom ‘ding’.

een ‘dood’ schrijfproces kan, zelfs na het overlijden van de auteur die het aanvatte, steeds nog gereactiveerd worden, op voorwaarde dat het algoritmische verloop beschreven is of ten minste af te leiden is uit de overgeleverde tekstuitdraai.

je merkt hier al dat de functie van de auteur heel wat van zijn goddelijke onfeilbaarheid verloren heeft. over de wenselijkheid daarvan, weerom, valt m.i. weinig zinnigs te zeggen: we stellen het vast.

nu, het schrijven is altijd ook wel een zich uitschrijven geweest: de tekst neemt vorm aan, wordt zijn eigen doel , verscherpt als het beoogde in de act van het schrijven zelf. zo functioneert ook het schrijven als expressie van de schrijvende , de auteur. het product is pas de laatste decennia naar voren getreden als alles bepalende finaliteit in de praktijk: het geproduceerde boek is het enige wat ‘telt’, letterlijk, in de GeldRuimte 1)zie theoretisch addendum, later. vandaar dat de autopoiesis inherent aan het schrijven zelf bepaalde teksten wel voortdurend herkenbaar en leesbaar zal maken als uitdrukking van één en hetzelfde programma waarvan de primaire invoerpoort altijd een of andere vorm van ‘auteur’ zal blijven.

goed, maar wat moeten we hier ons bij voorstellen? 2)tja, je kijkt er naar maar goed laten we een eerste conceptuele toegang aanmaken via de metafoor van het tekstlichaam waarna we in een volgende paragraaf 3)die er wellicht niet komen zal, want toen ik dit schreef besefte ik pas hoe dwaas het hele opzet was een concreet voorbeeld van zo’n routine bekijken.

het geaugmenteerde schrijven zet een knip in het schrijven als productieproces en neemt later de uitvoer van het schrijven weer op als invoer van het daaropvolgende schrijven: de tekst blijft vervolgens vanuit de innerlijke schrijfdrang verder in de wereld komen, hoopt zich op in de virtuele omgeving, de gecodeerde tekstruimte van het internet. het tekstlichaam leeft en groeit zienderogen onder impuls van de onaflatende energie van de schrijfdwang van de auteur.

de auteur is de bevoorrechte getuige van dit leven en heeft derhalve de plicht om dat tekstuele lichaam te verzorgen, te cultiveren. de auteur is niet langer de goddelijke schepper maar de dienaar, de cultivator en de lezer van het eigen werk. het auteursrecht bestaat enkel in het recht van het individu, van élk individu om de schrijfactiviteit te mogen uitoefenen, om de beste zorgen voor het levende tekstlichaam te mogen organiseren, te mogen afdwingen als een onontvreemdbaar mensenrecht.

voor het uitwerken van de eigen tekst zal de auteur die dus samenvalt met de lezer binnen afzienbare tijd kunnen rekenen op technische hulpmiddelen die haar in staat stellen om zich comfortabel in  het eigen tekstlichaam te omhullen en zo te interageren met de geaugmenteerde werkelijkheid. ook op andere terreinen van de creativiteit zien we deze evolutie van een ‘democratisering’ naar ‘onderen’ toe van wat ooit strikt voorbehouden was voor een intellectuele elite. de reden is eenvoudig: voor alle ‘slimme’ machines zijn wij allemaal min of meer even dom. die nieuwe gelijkwaardigheid  op basis van  omnivalente en omnipresente techniek is natuurlijk vooral voor de opvolgers van de vroegere elite moeilijk te verteren.

maar zij die de elitaire traditie willen conserveren omwille van haar verfijning, haar diepgang, haar rijkdom en meer van dat soort ideologisch bepaalde adjectieven, zouden er beter aan doen om afstand te nemen van het produktiedenken want dat leidt volgens onomstootbaar kapitale natuurwetten onherroepelijk naar grijze eenheidsworst, pulp getooid met het franje van de dag.

na verloop van tijd en dankzij de zorgen van de geaugmenteerde auteur die het hele proces in goede banen leidt krijgt het tekstlichaam vorm: het  zoekt aansluiting bij andere auteurs, de lezers, het wil zich propageren. hier kan het desgewenst aansluiting vinden bij het doorrottende kapitalistische productieproces.

ik durf beweren: mijn schrijven als creatieve  activiteit is  een mentale gezondheidsoefening die middels de praktijk van het geaugmenteerde schrijven iedereen die het wil beoefenen innerlijke rust en uiterlijke bewegingsvrijheid kan bieden, en de voldoening om actief deel te nemen aan een florerende taalgemeenschap. dat kan omdat de basismethodes aanpasbaar ontworpen zijn voor de noden van eenieder. want daar willen we  naartoe (omdat het niet anders kan): iedereen (en alles)  die (dat) taalmachtig is, is auteur, kan de auteursfunctie vervullen 4)de aandachtige lezer zal al opgemerkt hebben dat in mijn denken de dood, de sterfelijkheid ook een voorwaarde is om als auteur te kunnen functioneren..

Noten   [ + ]

1. zie theoretisch addendum, later
2. tja, je kijkt er naar maar goed
3. die er wellicht niet komen zal, want toen ik dit schreef besefte ik pas hoe dwaas het hele opzet was
4. de aandachtige lezer zal al opgemerkt hebben dat in mijn denken de dood, de sterfelijkheid ook een voorwaarde is om als auteur te kunnen functioneren..