Categorieën
gedicht van de dag het moment lyriek

het moment (25)

de nacht is hard, koude dringt zich opwaarts in de winterroosjes. zij plooien hunner kelkjes naar het stille sterven toe, hun stengels zwiepen na in het striemen van de regen, en kille wind blaast hen het walmen van humane weelde toe.

er is niets dat zonder eigen wil dit leven heeft betreden, dat zie je ook aan elke vlieg of mug of spin. alle mensen zeggen dat te eren en toch spoelt er keer op keer een lijk of honderd van de armsten aan. er schuilt een diepe wijsheid in de spiegel van de zee.

een baai vol afval.. er is niets dat beter golven kan: het afgeprijsde vuil veelkleurig vlokt rond zwarte lijken, duurzame brol omspoelt hen als een purperkrans. de blanke weelde krult wat hogerop in de betonnen schelp van het bestaan.

er rest de minnaars nog de duinen en een lied van Serge en Jane. helmgras op verwaaide heuvels, zand verglijdend in het grijpen van een hand, land dat niet van hen wil zijn en strand waarop het haar van lust bevrijdt.

invoertekst (2015)