Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #388

22B50

388 – de stem van god hoeft niets te bevelen

hexagram 49 (gé), “Afstropen”

de HARUSMUZE is een eigentijds orakel, een NKdeE schrijfprogramma gebaseerd op het Boek der Veranderingen, de I Tjing. het programma heeft 520 (?) orakelspreuken als uitvoer, maar die zijn zelf nog aan verandering onderhevig.

invoer

https://dirkvekemans.be/2018/08/16/harusmuze-60/

commentaar

in de Bewegingsleer van de NKdeE is ‘god’ een klasse zoals ‘ik’ een klasse is, en ‘het’ en alles wat wij denken als ding of concept. de NKdeE gebruikt de term klasse als ontlening uit de informatica maar het verruimt het begrip ervan in haar visie op de taal als een natuurlijke ‘programmeertaal’, een degradatie van het animale brullen/kreunen/krijten.

een klasse is een poort in de taal, een codering van een virtueel object dat voldoende stabiel is om te dienen in het ‘verwijzingsprogramma’ de Gignomenologie die ons poogt te ondersteunen in onze omgang met het onvatbare Gebeuren.

De Gignomenologie ontplooit zich binnen wat de NKdeE benoemt met het ‘Deiktisch Oponthoud’, dat is een soort zandbak waarin je zonder dat het veel kwaad kan allerlei opstellingen of configuraties kunt uittesten om te zien of die enig verklaringspotentieel hebben. een soort simulatie in de fictie van de ‘realiteit’. het Deiktisch Oponthoud valt veelal nagenoeg samen met het oude systeem van het Zijn, alleen zijn we ons nu van bewust dat al die existentie maar een fictie is, hetgeen sterk vereenvoudigend werkt zonder verlies van informatie. De Gignomenologie streeft er naar zichzelf overbodig te maken door net zoveel mogelijk van dat oude Zijn weg te saneren in een voortdurende de-ontologisering van de gebieden waar zij werkzaam is. dat kan uiteraard nooit lukken (de mens kan niet zonder fictie, cfr Hans Vaihinger), maar het creëert een gezonde spanning en dat is nou net de basis van de mentale gezondheid die zij ons te bieden heeft, via de diverse ‘sanerende’ routines die zij ons wil aanreiken.

maar goed, waar waren we gebleven? ah ja, hier: klassen die voldoende verklaringspotentieel hebben worden behouden, de rest gaat de gulzige trechters van de garbage collection routine in.
wat blijkt nu: wel de klasse ‘god’ , een derivaat/concentraat van diverse godsconcepten in verschillende culturen, blijkt een zeer solide klasse te zijn die nog steeds enorm veel verklaringspotentieel heeft.

omdat ik als Kathedraal-Novice, ambiërende om na mijn dood de status van Kathedraal-Auteur te bereiken, de klasse vrij vaak gebruik, krijg ik soms wel ’s commentaar in de trant van ‘ja maar Vekemans u bent dus gelovig‘, of, van de weeromstuit, ‘jamaar schelm ik dacht dat gij toch ewa serieus bezig waart over serieuze dingen’.

tja: men leest dan mijn teksten maar half è, wat geheel conform de verwachtingen is (‘k mag al blij zijn als mijn teksten voor een vijftienduizendste gelezen worden peinsk, maar bon). want als je die zaken dan goed leest, zie je wel vrij snel het verschil met de ‘klassieke’ geloofstaal.

vandaag bijvoorbeeld zegt de Harusmuze dat de stem van god ‘niets’ hoeft te bevelen. in ‘normaal’ taalgebruik met pipo God erin zou je verwachten toch dat daar ‘niemand’ staat, daar de stem van God hoort te converseren met de mens als bevoorrechte, ‘verkoren’ ontvanger.

maar in het Deiktisch Oponthoud is de klasse God een virtueel omnipotente super-intelligente Agens die zich uit pure Liefde om subroutines bekommert die volgens de joodse kabbala-traditie voldoende van Hem afgescheiden zijn, zodat er enige Zelfaanschouwing kan optreden. denk aan de mens dan, als een soort complexe haspel zoals die op de markt zijn nu om vanuit de hoogte selfies te maken met uw daarop gemonteerde smartenfoon.

zie je, meer zo, dus…

en wat de Harusmuze dan zegt vandaag is een soort hyper medium-is-the-message rifke, iets in de trant van: het aanhoren van de stem van god is genoeg, je hoeft niet te horen wat ‘M zegt, als je het gehoord hebt is het al ‘uw gedacht’, en als je het denkt, dan ‘werkt’ het al.

Ce doulc venin...”

ja, kweetet, je wordt er ewa mottig van, als je er te diep op doordenkt, soms… sorry è.

(het vomitisme, overigens, is een zeer obscure sjamanistisch-kabbalistische deterioratie van bepaalde strekkingen in de Neidan, de innerlijke alchemie van de Tao waarbij de volgelingen dagenlang allerlei viezigheid naar binnen werken, dat gedurende voorgeschreven tijd in semi-comateuze toestand laten inwerken ende verteren om dan tijdens een rituele plechtigheid gezamenlijk over te gaan tot het uitkotsen van de wereldziel in de 鼎 (dǐng), de Pan van de Kosmos, waarna de vomitistische hogepriesters omstandig het Braaksel beginnen Expliciteren in berijmde Geurverzen die thans in concentraten op de markt zijn bij de betere parfumerie. persoonlijk kan ik D&G #11 – La Force aanbevelen.)

scève

Ce doulx venin, qui de tes yeulx distille,
M’amollit plus en ma virilité,
Que ne feit onc au Printemps inutile
Ce jeune Archier guidé d’agilité.
Donc ce Thuscan pour vaine utilité
Trouve le goust de son Laurier amer:
Car de jeunesse il aprint a l’aymer.
Et en Automne Amour, ce Dieu volage,
Quand me voulois de la raison armer,
A prevalu contre sens, & contre aage.

Geef een reactie