Categorieën
lyriek Vertalingen - Bewerkingen

Tiriël (1/8)

En Oude Tiriël stond voor de Poort van zijn mooie paleis [*]
Met Myratana, eens Koningin van alle westelijke vlakten;
Maar zijn ogen stonden donker nu & zijn vrouw gleed weg in de dood.
Zij stonden voor hun eens zo heerlijke paleis & aldus verhief de oude
Tiriel zijn Stem opdat zijn zonen aan hun poort hem horen zouden:

“Vervloekt geslacht van Tiriël, zie hier uw [**] vader;
“Kom & zie hier zij die u droeg! kom, gij vervloekte zonen!
“In mijn zwakke [**] armen draag ik hier uw stervende moeder.
“Kom hier, zonen van de Vloek, kom hier! zie de dood van Myratana!”

Zijn zonen kwamen van hun poorten en zagen hun bejaarde ouders,
En zo verhief de oudste zoon van Tiriël zijn machtige stem:

“Oude man! onwaardig om van Tiriël’s geslacht de naam te dragen!
“Want elke rimpel daar van u en elkeen van uw grijze haren
“Is zo wreed als de dood, en onbarmhartig als ’t verslindend gat!
“Wat zou uw zonen aan uw vloek gelegen zijn, gij vervloekte?
“Waren wij geen slaven tot wij rebelleerden? Wie geeft er om Tiriëls vloek?
“Zijn zegen was een wrede vloek, Zijn vloek misschien een zegen.”

Hij zweeg; de oude man stak zijn rechterhand ter hemel,
Zijn linker steunde Myratana, [***] krimpende in smarten van de dood:
Hij opende de bollen van zijn grote ogen en zo zijn stem schreed voort:

“Slangen, zijt gij, zonen niet, die wringen rond de beenderen van Tiriël
Doodswormen die zich te goed doen aan’t bejaarde ouderlijke vlees!
Luister! & hoor uw moeder kermen! Niet meer kan zij verdragen,
Vervloekte Zonen! ’t Is niet om Heuxos geboorte of die van Yuva dat
Zij kermt. Doodskreunen zijn het, gij slangen! Doodskreunen zijn het!
Gevoed zijt gij met moeders melk, gij slangen, met zorg en tranen!
“zie mijn ogen, blind als de oogloze schedel tussen de stenen!
“Zie mijn kale hoofd! Aanhoor! Luister, gij slangen, hoort!
“Maar, Myratana! Wat, mijn vrouw! O Ziel! O Geest! O vuur!
“Maar Myratana! zijt gij dood? Kijk hier, gij slangen, kijk!
“De slangen uit heur eigen buik ontsproten, zogen haar zo droog.
“Vloek zij over jullie starre hoofden, want ik zal haar hier begraven, zelfs.”

Dit gezegd begon hij met zijn oude handen een graf te graven;
Maar Heuxos gebood een zoon van Zazel om zijn moeders graf te graven.

“Oude wreedheid, hou op! laat ons het graf voor u graven.
“Gij weigerde onze liefdadigheid, gij weigerde ons eten,
“Gij weigerde onze klederen, onze bedden, onze huizen om te wonen,
“Gij verkoos te dwalen als een Zoon van Zazel in de bergen.
“Wat vloekt gij toch? is nu niet uw vloek op ’t eigen hoofd gekomen?
“Waart gij het niet die Zazels zonen onderwierp? & zij vloekten,
“En dat voelt ge nu. Graaf het graf en laat ons onze moeder begraven,”

“Hier, neem het lichaam, vervloekte zonen! & moge de hemelen gramschap
“Op u storten zo dik als Noordermist aan uw poorten, dat ge er in stikt!
“Dat ge daar moogt liggen zoals uw moeder hier, als verjaagde honden,
“Dat de stank van uw karkassen mens en dier moge ergeren?
“Tot uw witte botten van ouderdom bleek genoeg zijn om t’ herdenken,
“Nee!, herinnering aan u zal vergaan; want wanneer uw karkassen
“Te stinken liggen op d’ aarde, zullen de delvers van ’t Oosten opkomen
“En van al Tiriëls zonen rest dan geen bot of been!
“Begraaf uw moeder! Maar de vloek van Tiriël begraaft gij niet!”

Hij zweeg & duister over de bergen zocht hij zijn ongebaande weg.

weglatingen (geschrapt in het MS):
* Maar donker waren zijn eens priemende ogen
** oude
*** hijgend

TIRIEL

I

And Aged Tiriel. stood before the Gates of his beautiful palace
[But dark were his once piercing eyes del.
With Myratana. once the Queen of all the western plains 
But now his eyes were darkned. & his wife fading in death 
They stood before their once delightful palace. & thus the Voice 
Of aged Tiriel. arose. that his sons might hear in their gates:

 
“Accursed race of Tiriel. behold your [aged del] father 
“Come forth & look on her that bore you. come you accursed sons. 
“In my weak [aged del] arms. I here have borne your dying mother 
“Come forth sons of the Curse come forth. see the death of Myratana “


His sons ran from their gates. & saw their aged parents stand 
And thus the eldest son of Tiriel raisd his mighty voice:

 
“Old man unworthy to be calld. the father of Tiriels race 
For evry one of those thy wrinkles. each of those grey hairs 
Are cruel as death. & as obdurate as the devouring pit 
Why should thy sons care for thy curses thou accursed man 
Were we not slaves till we rebeld. Who cares for Tiriels curse 
His blessing was a cruel curse. His curse may be a blessing 
He ceast the aged man raisd up his right hand to the heavens 
His left supported Myratana shrinking in pangs of death 
The orbs of his large eyes he opend. & thus his voice went forth:

“Serpents not sons. wreathing around the bones of Tiriel 
“Ye worms of death feasting upon your aged parents flesh 
“Listen & hear your mothers groans. No more accursed Sons 
“She bears. she groans not at the birth of Heuxos or Yuva 
“These are the groans of death ye serpents These are the groans of death 
“Nourishd with milk ye serpents. nourishd with mothers tears & cares 
“Look at my eyes blind as the orbless scull among the stones 
“Look at my bald head. Hark listen ye serpents listen 
“What Myratana. What my wife. O Soul O Spirit O fire 
“What Myratana. art thou dead. Look here ye serpents look 
“The serpents sprung from her own bowels have draind her dry as this. 
“Curse on your ruthless heads. for I will bury her even here “
So saying he began to dig a grave with his aged hands.
But Heuxos calld a son of Zazel. to dig their mother a grave 

“Old cruelty desist & let us dig a grave for thee 
“Thou hast refusd our charity thou hast refusd our food 
“Thou hast refusd our clothes our beds our houses for thy dwelling 
“Chusing to wander like a Son of Zazel in the rocks 
“Why dost thou curse. is not the curse now come upon your head 
“Was it not you enslavd the sons of Zazel. & they have cursd 
“And now you feel it. Dig a grave & let us bury our mother.”
 
“There take the body. cursed sons. & may the heavens rain wrath 
“As thick as northern fogs. around your gates. to choke you up 
“That you may lie as now your mother lies. like dogs. cast out 
“The stink. of your dead carcases. annoying man & beast 
“Till your white bones are bleachd with age for a memorial. 
“No your remembrance shall perish. for when your carcases 
“Lie stinking on the earth. the buriers shall arise from the east 
“And not a bone of all the soils of Tiriel remain 
“Bury your mother but you cannot bury the curse of Tiriel”

He ceast & darkling oer the mountains sought his pathless way.

[tekst van wikisource, gewijzigde interpunctie]over TIRIEL https://en.wikisource.org/wiki/Tiriel

BLEEK 
is een NKdeE Verschrijf- en Kliederprogramma in Ontwerpfase. 
vertaalcommentaar, opmerkingen en suggesties zijn welkom als reactie hier, op FB of via mail

dv 2019 – ” our pathless way”

Geef een reactie