Categorieën
lyriek

voornaamwoorden

het aangename neigt naar de aanname, een ik dat kronkelt
naar het ronken, in het ronkende kronkelt, de daver evenwel
zit niet op of in het lijf.  er is een misverstand, er is een iets
dat ik ontkennen moet. een waar. kom, laat ons vrolijk zijn.

ik heb je nu in duizendvoud, ik hoef mijn vinger
maar te lichten, het slijm verbeeldt aanwezigheid. gans
jouw stroom stroomt mij nu door. het is vernietigend.
ik sta alleen te staan, alsof ik staan moest, altijd ik

die iemand anders einder maakt.  schaduw in een schaduw
toon je hoe mijn ik midden in jouw ik tot niets vergaat. ik
beeld mij maar wat in,  ik ben helemaal niet waar. wie was, is:

de waar bepaalt de wet. de wet is niet zo zwaar, maar weet:
de schouders ploffen in. verstoffing. er is er, nu, tijd voor herziening,
herberekening:  al dat sterven hier zegt men, duurt veel te lang.

inputtekst : 13/06/2009 (zie aldaar)

geger
dv 2018 – “Alphabet 2018 -gegr” – crayon, bister – A5

Geef een reactie