Categorieën
Grafiek

recursieve trajecten in krijtwolken

“always already #1”

“always already #2”

euh, de recursie zit ‘m uiteraard niet in de resulterende afbeelding ( dat is strikt genomen niet eens een afbeelding) maar in de beweging die een eerdere beweging als richtinggevende beweging neemt, een soort derridiaanse spoorvorming. De krullen of lussen zijn daarom ‘altijd-al’ lussen, vandaar ook die titels verwijzende naar de Heidegger gezwellen, die we liever tot ons nemen als goedaardige Derrida variant.

Recursie is, voor de nieuwsgierige zielen onder u, behalve een centraal begrip in de Neo-Kathedraalse leer (een idiosyncratische ladder met veel sporten waarover ik thuis niet eens meer mag beginnen),  ook voornaam aanwezig in het boek van Louis Armand “Literate Technologies”, dat ik aan het lezen ben.

“Literate Technologies. Language, Cognition, Technicity” (Praag 2006 – ISBN 80-7308-138-5) is een hoogst boeiend boek waarin de voorname Praagse Poëet en Professor (PPP) in verscheidene korte essays vanuit verschillende vertrekpunten de centrale stelling belicht, dat de taal slechts een uiting is van een dieper te situeren techné van betekenis, een trend naar betekenis in de materie zelve als het ware, een soort ‘geletterdheid avant la lettre’ die zelfs mee aan de basis van elk bewustzijn dient geponeerd te worden. We hebben hier te maken met een verder doordrijven van de gedachte dat elk denken ‘talig’ is, zó ver dat we van de weeromstuit niet meer in het domein van talige zitten maar in de materie zelf en de neiging tot  techniciteit daarvan ontwaren, een fundamentele ambiguiteit die het leven aandrijft, een veralgemeende semiosis die Armand duidt als “vortext”.

Armand, zo dunkt het ons- maar wie zijn wij-, bouwt zo mee aan het uitdiepen van  een nieuwe ‘copernicaanse revolutie’ in de wetenschappen, als je dat zo al mag zeggen, het groeiende besef namelijk dat de ontwikkeling van onze kennis laat zien dat die menselijke kennis zelf niet het eindpunt, ook niet de enige weg,  laat staan het ultieme doel of het summum van de evolutie naar meer en meer complexe bewustzijnsvormen is.

Het betreft hier dus eerder een krabben tegen het plafond van de ruimte van het humaan kenbare, niet echt iets nieuws – we hebben al minstens  30 eeuwen lang mystieke neigingen en getuigenissen daarvan-  ware het niet dat de technologie ons in staat stelt nu  effectief een ‘buiten’ waar te nemen, hoewel de waarneming als waarneming problematisch is en altijd blijven zal.

Het gaat eerder, zo denk ik,  om extensies van de waarneming zoals werktuigen extensies van handen zijn, maar deze extensies vervormen meteen ook het waarnemingsproces zelf, een feedback die vlugger leidt tot een ‘verschil dat een verschil maakt’ [Bateson] omdat het hier mentale processen betreft, die veel responsiever zijn, natuurlijk, dan handen bijvoorbeeld. Die handen trainen wij wel om vlugger ‘technologisch optimaal te zijn, we leren typen in plaats van knopen leggen bijvoorbeeld, maar de hardware ervan bougeert geen vin. Enfin, dat soort dingen.

Bij dit soort redevoeringen waar de prognoses vaak de overhand nemen op wat er effectief aan kennis -gnosis in de strikte zin – aanwezig is, overvalt mij vaak de hoopvolle gedachte dat de beperkingen aan het humane die zo in het gezichtsveld komen, ons  tot een betere zelfrealisatie zouden kunnen brengen. Maar we blijven mensen natuurlijk, dus dat valt zo nog maar te bezien.

En Armand, het dient gezegd, levert hier keurig werk, zonder al te veel nodeloze techniciteit in de schriftuur zelf. Dwaze glazen bol voorspellingen van sensationeel-transhumanistische aard vind je hier niet, wél heel wat revelerende beschouwingen over complexe zaken in de semiotiek en de cognitieve wetenschappen in het algemeen.

Wat mij overigens opviel (opvalt) bij de lectuur,  is dat hij het vaak heeft over de bronnen van Deleuze (Bateson, Uexküll, Simondon zelfs) maar de filosofie van Deleuze zelf er geheel buitenlaat.

Het is interessant om te zien hoe de resulterende bevindingen waarvoor hij de ondersteuning  dan voornamelijk bij recentere ‘neurosemiotici’ zoekt ( dat is een soort wetenschapper dat de eigen discipline nog moet vestigen, liefst nog vóór verder onderzoek de discipline zelf geheel overbodig maakt), een lichtjes divergerend maar toch ook bij momenten heel herkenbaar pad vormen, in het licht van de stellingen in Differention et Repetition bijvoorbeeld, waar ik tijdens onze vakantie  in Spanje wat zat te neuzelen. Ik heb dan ook al vaak gedacht dat het sloganeske van veel van het werk met Guattari eerder een rem is op de verspreiding van Deleuze’s erfenis dan de boost die het indertijd was voor hun beider bekendheid.

Voor wat het waard is: (ver)nieuwe(nde)  ideëen zijn blijkbaar op termijn  vruchtbaarder bij de verwekking, tijdens de eerste aarzelende penetratie dan wanneer ze op volle kracht en ongenuanceerd door het tijdskader gieren. Een hogere weerstand resulteert in een meer verfijnde beweging, meer informatie, betere data en bijgevolg een hogere kans op procreatie of, beter, auto-poëtische ontwikkeling tot herkenbare ritournelle.

Geef een reactie