het moment (69)

het leven is een hoed die het heeft afgezet. de hand is vingers aan een houten staaf, kaduke krukas van verlangen. zonderling. het suist als gas in het plaatsloze rijk der ondergang.

de slapen raken aan een lucht die kille massa is. geluid is kraai die wormen uit de aarde kraakt, mot die schroeit op de peer van het licht. het lichaam is open wonde, nest van het rot. berustend plat zucht op zijn kop met poten de trouwe hond zijn oren.

de gedachte aan de dood bijt zich in de staart en vreet zich tot de kringloop van een woord. alleen het lijden heeft noch kop noch staart, dat blijft banaal haar eigen vaart aflopen . kijk, er zijn zovele bakstenen om ons heen en tussen elke ik is er een jij als mortel van vertrouwen. o tempel van vreugde.

elk woord is mantra, anaconda die slijmerig besluipt wat er slapend ligt te rillen, die schuift, omringt en wurgen gaat, slikken, pletten, verteren. ook de mens is maar een dier dat zijn bewegen doet. de bomen wiegen in het ritme van het vrijen dat er was, de bloemen druipen dauw. de weide is een zee die zon slikt, kaatst en slikt. onzichtbaar in het zwarte golft het wenen van de nacht.

invoerteksten (2016): moment 118119


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.