het moment (56)

het herbeleeft de overgang in een herinnering die een beleven is, elke keer onmerkbaar weinig minder echt, een stukje dieper in de waan van de genezing, de werkelijkheid. tel en tel en floep de stilte valt weer als een gulpje waterstraal in het zand. wanneer het zwart komt dat verlossing brengt valt al het praten van de wereld uit en dan pas wordt het duidelijk hoe zinloos elk verzet was, al dat weerwerk van het denken.

de lucht versnijdt de adem in verzwelgbare plakken pijn. wat het ook naar binnen werkt er komt geen einde aan de beelden en de woorden zitten vast in een lus die de woorden hameren, de volledige absurditeit van klanken letters, associatie en betekenis. zolang er zelf is blijft het woord volharden

want eens het woord zich in de wereld baarde, werd een deel ervan tot een zielig stukje zelf beknot, een uitgesproken ding dat in een bevattelijke naam zichzelf benoemen kon en dan wel iets zou zijn. maar het ziet enkel het niets waaruit het zelf ontstond, dat toch iets anders was dan niets, een vraag waarop nooit antwoord kwam.

en op die onmacht der verlatenheid volgt het trieste wuiven met de kruinen eerst en dan de wellust van de bloei maar ook het animale huilen, het beestachtige kermen, het waanzinnige krijsen en het moment dat enkel praten lijkt te helpen en denken dat het praten helpt want kijk het helpt toch als ik praat. vermaledijde mens die van zichzelf niet eens de taal verstaat.

invoerteksten (2016): moment 899091


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.