het moment (57)

in het spel van licht en donker krijgt het zwart altijd de bovenhand. het is maandag en de maan is weg, het is dinsdag en de dag is weg, op woensdag is er weer geen poen en ook op donderdag geen zoen. niets daarvan is triest, wat kan er triest zijn wanneer alles in niets is vervat.

elk moment is diefstal, streling van het oog. de vrijheid heeft zich als een sater zat gezopen en de zon is kwaad naar huis gelopen. het legt een natte vinger zachtjes op de iris en dreigt met duwen tot het van de vinger schrikt. kijk, het verblijf ondergaat weer een samenpersing van de tijd, een hele maand in de oogopslag van Tralfamadorische aard:

het is een zwarte strook gestrompel in de gang van ’t bed en een schokkerige corridor op de treden van de trap en daar beneden ook een diepe buiging van de zetel naar de tv die uit en aan flikkert in een vaste slag. het is grijze smurrie met ledematenstengels aan het bureau en een knobbel git op de bril van het toilet.

de rest van het huis baadt in het licht van de stervende planten.

invoerteksten (2016) : moment 9192 93



over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.