LAIS CLXXXVII

Het legt zijn rotten nu aan banden, schat
de tijd rijp voor schoon schip en spoelt het slijk.
Het drukt het mormel van ’t humane plat
en legt het aan ’t infuus van haar gelijk:
haar zijn is immers rein, het maakt het rijk
’t schone  te ervaren dat verscholen is
onder pijn, onder ’t kwaad, de ergernis
die het de stem welhaast geen klank meer laat.
  ‘Doof ’t vuur met as van de geschiedenis’
roept het, en ’t gaat de weg op waar zij gaat.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXXVII

Geef een reactie