Categorieën
lyriek

Harusmuze #308

308 – de grond van de oorlog is de groeiende onvrede van de akkers met het ongebruikte ongeduld

input

https://dirkvekemans.com/2018/11/04/harusmuze-140/

commentaar:

de mens is als individu zelf al een uiterst complex systeem, maar als je dat afzondert van het geheel van haar interacties met de omgeving kan je het net zo goed zien gehoorzamen aan de wetten van de fysica als een kei: duw een kind van de toren van Pisa en het valt net zo goed recht naar beneden.

wij proberen ons eigen complexe systeem te begrijpen met behulp van talige gedachten waaronder dus ook dat gegoochel met de wetten van de fysica die wij menen te begrijpen net omdat wij onszelf daaraan weten gehoorzamen los van eigen wil, verlangen of enig ander humaan gekweddel: onze talige gedachten lijken ons daar te overstijgen, hoezeer het ook talige gedachten blijven, want ze blijven los van enige omstandigheid gelden: ’t is wat het is, of het nu wijn is of pis.

het is dan uiteraard zeer verleidelijk om te veronderstellen dat er voor de werking van onze eigen complexe systemen waaronder het complexe systeem dat wij menen te ‘zijn’, het individu dat hier denkende leest, dat er daarvoor ook dat soort wetten te bepalen moet zijn.

tenslotte is het daar buiten ons nog veel complexer è, en daar marsjeert het wel! tot in den treure!

maar o wee daar slaat weer toe des mensen plaag der eigenwaan! want hoe wij denken te bestaan geldt enkel zo vanuit het denken en de taal die dat bestaan te denken geeft en te verwoorden wat het daar zo snugger als een wet ontwaart.

de wijn, de pis, het water van wat er in de taal aan woorden is, loopt echter gans eender van hoog naar laag: het zijn bepaalt alleen ’t bestaan van wat er zogezegd is, en voor ’t gebeuren zelf is dat maar flauwe kattenpis. wat wij zien, zien wij en dat zal wel conform de wetten zijn die ook ons zien bepaalt, waaronder ook de fictie van het zijn.

wat wij niet zien, euh, dat zien wij niet, nooit.

zo gebeurt het dan ook vaak dat wat wij willen zien gebeuren, maar nemen voor het gebeuren zelf, omdat wij daarin dan zo groot en danig weten een voorname rol te spelen. wij voeren oorlog met de legers en de straffe generaals. wij bouwen steden en stampen kathedralen uit de grond. wat zijn wij toch zo dapper en in de kosmos zien enkel wij toch de oorsprong, het einde, de groei en de grond!

de Harusmuze zegt vandaag ‘joa: bijna’ en streept met groot jolijt de humane lambda uit haar weer bewogen wetten op de wirwar van het krioelen op de ‘grond’.


scève

La craincte adjoinct aeles aux piedz tardifz,
Pour le peril eminent eschapper,
Et le desir rend les couardz hardiz,
Pour a leur blanc diligemment frapper.
Mais toy, Espoir, tu nous viens attraper,
Pour nous promettre, ou aspirer on n’ose.
Parquoy estant par toy liberté close,
Le seul vouloir petitement idoyne,
A noz plaisirs, comme le mur s’oppose
Des deux Amantz baisé en Babyloine.

Geef een reactie