Categorieën
lyriek Vertalingen - Bewerkingen

il me convient endurer

Christine de Pisan – 2 rondelen

VI


En esperant de mieulx avoir,
Me fault le temps dissimuler,
Combien que voye reculer
Toutes choses a mon vouloir.

Pour tant s’il me fault vestir noir
Et simplement moy affuler,
En esperant de mieulx avoir,

Se Fortune me fait douloir
Il me convient endurer,
Et selon le temps moy riuler
Et en bon gré tout recevoir,
En esperant de mieulx avoir.

In de hoop wat beters te bedingen,
moet ik gans de tijd verbergen,
dat ik hier zie dat alle dingen
mijn verlangen ontwijken.

Dat ik dat zwart moet dragen
en mij eenvoudig kleden moet,
in de hoop wat beters te bedingen.

En dat ’t Fortuin mij pijnigt zo
is ’t mij geboden te verdragen
en mij zodanig te gedragen
goedschiks de tijd te dragen
in de hoop wat beters te bedingen

VII

Je ne scay comment je dure;
Car mon dolent cuer fent d’yre,
Et plaindre n’oze, ne dire
Ma doulereuse aventure,

Ma dolente vie obscure,
riens, fors la mort, de desire;
Je ne scay comment je dure.

Et me fault par couverture
Chanter quant mon cuer souspire,
Et faire semblant de rire;
Mais Dieux scet ce que j’endure;
Je ne scay comment je dure.


Ik weet niet hoe ik ’t verdragen kan
’t droeve hart dat breekt van colère
‘k durf niks zeggen of gaan klagen
van mijn pijnlijk wedervaren,

mijn droeve leven in de duisternis
niets dan dood dat nog verlangen is
Ik weet niet hoe ik ’t verdragen kan

En dat ik om te verstoppen zingen moet
dat mijn hart alleen maar zuchten doet,
en dat ik veinzen moet te lachen dan;
Maar God die weet wat ik verdragen moet
Ik weet niet hoe ik ’t verdragen kan.



Geef een reactie