Categorieën
archiefdoos Grafiek lyriek Vertalingen - Bewerkingen

handwerk

handjes doe ter stond uw plicht
sleur de ballon van de gedachten
binnen in de schuur en duw en wacht:
zegt het ‘snik’ dan is het deurtje dicht.

vrij naar ‘The Balloon of the Mind’ van W.B. Yeats (170)

The Balloon of the Mind 

Hands, do what you’re bid;
 Bring the balloon of the mind
 That bellies and drags in the wind
 Into its narrow shed.

 

Dagsluiting

Lachwekkend natuurlijk, dit soort ongewild,  niet-herkend seksuele innuendo en ik lach graag mee hoor, maar au fond lachen we met onze eigen wanen en ons onvermogen om het verschil in ‘klare zone’ in de tijd te kunnen onderscheiden.

Zeker, wij hebben Freud op de schoolbanken onder ogen gekregen en worden dagelijks bestookt met seksuele grapjes die zich schijnbaar van alle taboes hebben ontdaan. Schijnbaar, want de nieuwe preutsheid en de repressieve moraal, het wijzende vingertje steekt overal de kop op, of moet ik al zeggen het hoofd (m/v/o)?

Het weglachen van een fantastisch lyrisch oeuvre omwille van wat wij nu als een hilarische tekortkoming zien, is een aanwezig en reëel gevaar. Net zoals we eeuwenlang de Middeleeuwen als ‘donker’ en ‘onwetend’ hebben afgedaan.
Er mag gelachen worden uiteraard, maar laat ons het houden bij een grapje effen om de spanning te ontladen, want wat het onderzoek onthult is steevast, keer op keer de  zeer ernstige en tot wanhoop drijvende consistentie van de menselijke dwaasheid en ons eigen jammerlijke falen. Oei, ernst, sorry, dat is nog 10 jaar taboe. En lering, eikes hoe vies!

In het werk van Karel van de Woestijne, een tijdgenoot van Yeats, vonden we onlangs een ‘schandalig’ vergoelijkend pederastengedicht (zie de reeks ‘Woestenij’ op de PLeE) waarin hij zijn vrouw dan nog eens een rol toebedeelt waarmee je nu zelfs een non in de gordijnen zou jagen. Hier ligt de duistere vlek midden in de hedendaagse ethische evidentie: dat wat wij gedachteloos veroordelen als ‘wat absólúut niet kan’.

Moeten we daarom dat werk links laten liggen? Of misschien toch eerder omdat die ethische miskleun er niet toevallig is en van de Woestijne toch echt wel dat grootse en dat tijdeloze mist dat Yeats wel heeft, lid ter hand of niet…? Bij het lezen gaat het er tenslotte om of je er wat aan hebt, niet of wat er beweert lijkt te worden nu ‘kan’ of niet ‘kan’. Of wat er ‘leuk’ gevonden gaat worden of niet.

Voor mij was die passage bij Kareltje genoeg om diens Verzameld Werk bij de berg ‘later misschien nog ‘s’ te doen belanden, voor het Neo-Kathedraals onderzoek naar de functie of Klasse ‘Auteur’ was het voortaan van weinig nut. Te veel ruis.

Die ethische evidentie zijn natuurlijk nog veel meer onderhevig aan verschuivingen dan psychologische reducties die wij dan weer als alles verklarend zien. Zo verbergt deze voor onze oren hilarisch vals klinkende noot een heel diepgaand confict tussen Yeats en de Modernisten bij monde van Joyce en Pound dat onder meer ook draait rond de onttovering van het magische door de ‘lagere’ werking van de lusten. Lees er ‘Ego Dominus Tuus’ maar op na, waar er een spanning wordt opgebouwd en opgehouden tussen twee polen die ook in onze tijd op diep-filosofische wijze weer plots brandend actueel zijn geworden (zie later).

Onze zekerheden en onze lachlust verdwijnen sneller dan dat we uitgelachen zijn.
Is het herhaaldelijk terugkerend beeld van de spuitende fontein bij Yeats (‘The abounding glittering jet‘ in The Tower o.m.)  ‘alleen maar’ een Freudiaans te duiden orgastische wensdroom? Wat als een seksuele ontlading plots op wetenschappelijk aantoonbare wijze onze breinen inderdaad in staat stelt om ‘kennis’ te verwerven die we op geen enkele andere manier bereiken kunnen omdat ze gesloten blijft voor elke logocentrische reductie? Wie gaat er dan om wat lachten en om wie?

Of hoe wisselvallig het ethische oordeel over de schriftuur wel niet is: is Lucebert plots onleesbaar geworden na de ‘onthullingen’ van zijn biograaf? Kunnen we na #metoo nog gedichten van Gerrit Achterberg de hemel inprijzen, lyriek van een veroordeeld moordenaar, verkrachter en verslaafde aan grensoverschrijdend gedrag? En de films van Woody Allen, die kan je toch niet meer gaan bekijken, laat staan aanprijzen?

Daarom lach ik graag mee om de willie’s van Bill en de in nauwe schuren weg te proppen ballon der geest die oprijst in de sleur- en rukwinden: ik hoor de mensen later lachen met onze dwaasheden nu en betreur met weinigen onder hen dan en met Yeats toen de onvermijdelijke tragiek van onze soort…

Kom Bill, steek uw ballonneke nu maar proper weg. Ik heb het even vrijgelaten en ja hoor: gelachen dat we hebben!

Geef een reactie

This website uses the awesome plugin.