Categorieën
lyriek

’s avonds in de manestralen

Hoezeer die schaduw niet, het razen daar
Van wolken boven mij, hoe jij mij haat
Omdat je in mijn  handen handen vond,
Die liefde raken duidelijk & klaar?
Ach illusoire, meest volle maan, daad
Die in mij doende laf uw naam ontgaat,
Wat verder staat, aan woorden daden bindt
Is van uw zwijgen  nog wat  spreken wil:
Mijn slinkend ik, uw lege, stille  schil
De huls die ik omhels,  ’t niets dat ik er vind.

Geef een reactie